zondag 9 november 2014

Peter Matthiessen -- 10 november 1973

Peter Matthiessen (1927-2014) was een Amerikaanse schrijver. Zijn 'Zen-dagboeken' uit de periode 1969-1985 zijn gepubliceerd als De rivier van de negenkoppige draak (vertaling: Aleid C. Swierenga).

10 november
Het is deze dagen stralend weer net als toen in die oktoberdagen in Tichoe-Rong. Er valt geen wolkje te bekennen — helder, helder, helder, helder. Hoewel het de hele dag erg koud is in de schaduw en er voortdurend een wind waait, is het warm in de zon — denk je eens in, een gestreepte, glanzende hagedis op een hoogte van meer dan 4500 meter in midden november. Voor de eerste keer in mijn leven begrijp ik de zuivere hitte van onze ster, die door de ijzige sferen van zovele miljoenen kilometers onmetelijke ruimte dringt.
Rotsen en sneeuwpieken overal om me heen, de lucht, de grote vogels en de zwarte rivieren — hoe kun je een dergelijke weergaloze luister in woorden vangen? Maar weer stijgt er uit deze galmende luister iets op wat bijna ondraaglijk is, een sluipende verschrikking zoals van het diamanten ijs dat de stenen splijt. Mijn hoofd tolt; de zon glinstert als een wapen. Het Zwarte Ravijn wentelt en draait en de Kristalberg doemt op als een kasteel van verschrikking en het gehele heelal huivert van afschuw. Mijn hoofd is de schedelkom vol bloed van de tovenaar en als ik me zou omdraaien, zouden mijn ogen recht in het hart van de chaos staren, naar de verminkingen, de bloederige resten en de pijn die donker waarneembaar zijn in het helle oog van die hagedis.
Dan verdwijnt de waanzin, een weerklank achterlatend. De hagedis is er nog, één met zijn rots, zijn flanken kloppend in de sterrehitte die ons beider huid verwarmt; de eeuwigheid is niet ver weg, maar hier vlak bij ons.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen