zondag 19 mei 2013

Jan van der Leeuw -- 18 mei 1945

En ik leef voort. Tel de dagen af. Mei beteekent bijna Juni, Juni beteekent een half jaar voorbij. Juli beteekent nu gaat de herfst komen met de allerliefste maand, de Octobermaand, die als een edel concert is. Een gelukkige Octobermaand, zelfs die van October 1944. Dan de zwarte Novemberdagen en December en Januari, Februari en een liefelijke belofte 'erit'. In Februari hoop ik altijd even ...
En nu is er een vreemde vrede gekomen vol onrust. Op dit oogenblik zou Japan vrede hebben aangevraagd, maar zou er ooit een vrede zijn met zulk een spanningen? Het onbeschaafde volk chanteert, met Moscou. Immers, de eenige verlossing uit deze impasse, Moscou, zou het volk tucht en gehoorzaamheid kunnen leeren omdat Moscou hun allerlaatste instantie is. Na Moscou valt niet meer te chanteeren. Het is heel duidelijk dat ze van zichzelf tucht moeten leeren, de a-sociale 'volksmenschen' zullen dit bitterlijk ondervinden en ze weten niet dat ze voor hun ondergang zelf den weg baanden.
In absoluten zin: de goeden zullen er beter door worden. Ik als oud, semi-kapitalistisch mislukt kunstenaar zal moeten vergaan in het nieuwe wat komen zal. Morgen is het Zaterdag, drie dagen zullen wij vrij zijn en dan komen er nog de feestdagen, zegt men, Zaterdag, Zondag, Maandag ... En dan is het bijna Juni.


Jan van der Leeuw (1889-1946) was een Nederlandse schilder en dichter én kloosterling en ziekenverzorger. Zijn oorlogsdagboek oktober 1944 - augustus 1945 is in 1977 gepubliceerd onder de titel Erit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen