• Sir Walter Scott (1771-1832) was een Schotse advocaat, rechter, dichter en schrijver, vooral bekend door zijn historische romans, zoals Ivanhoe. Van 1825 tot 1832 hield hij een dagboek bij.
January 31. — I thought I had opened a vein this morn-
ing and that it came freely, but the demands of art have been
more than I can bear. I corrected proofs before break-
fast, went to Court after that meal; was busy till near one
o'clock. Then I went to Cadell's, where they are preparing
to circulate the prospectus of the magnum, which will have
all the effect of surprise on most people. I sat to Mr.
Graham till I was quite tired, then went to Lady Jane, who
is getting better. Then here at four, but fit for nothing but
to bring up this silly Diary.
The corpse of the murderer Burke is now lying in state
at the College, in the anatomical class, and all the world
flock to see him. Who is he that says that we are not ill to
please in our objects of curiosity ? The strange means by
which the wretch made money are scarce more disgusting
than the eager curiosity with which the public have licked
up all the carrion details of this business.
I trifled with my work. I wonder how Johnson set
himself doggedly to it — to a work of imagination it seems
quite impossible, and one's brain is at times fairly addled.
And yet I have felt times when sudden and strong exertion
would throw off all this mistiness of mind, as a north wind
would disperse it.
" Blow, blow, thou northern wind." *
Nothing more than about two or three pages. I went to
the Parliament House to-day, but had little to do. I sat
to Mr. Graham [schildert Scotts portret] the last time, Heaven be praised! If I be
not known in another age, it will not be for want of pictures.
We dined with Mr. Wardlaw Eamsay and Lady Anne — a
fine family. There was little done in the way of work
except correcting proofs. The bile affects me, and makes
me vilely drowsy when I should be most awake. Met at
Mr. Wardlaw's several people I did not know. Looked over
Cumnor Hall by Mr. Usher Tighe of Oxford. I see from
the inscription on Tony Foster's tomb that he was a skilful
planter, amongst other fashionable accomplishments.
* As You Like It, Act ii. Sc. 7.
vrijdag 30 januari 2015
woensdag 28 januari 2015
Romy Schneider -- 28 januari 1958
• Romy Schneider (1938-1982) was een Oostenrijkse actrice. in Ich, Romy: Tagebuch eines Lebens zijn dagboekfragmenten van haar opgenomen.
Dinsdag, 28 januari
Uitslapen is er vandaag niet bij. Ik haal het in Duitsland allemaal wel weer in. Om kwart over acht - en geen seconde later - vertrek ik naar de KTLA-televisiestudio. Larry Finley neemt mij op journalistieke wijze in de tang, maar hij is zo opgewekt en charmant dat ik er geen enkel bezwaar tegen heb. Terug naar het hotel. Ik heb het landschap alleen nog maar vanachter een autoraampje gezien! Om half elf een interview met Don Baylor van de Herald Express. Om 13.15 uur zitten we weer in een andere televisiestudio. Het is een live-uitzending, en mammie kan in de kamer ernaast alles op het scherm volgen. Naderhand zegt ze tegen me: 'Als alles mislukt, kun je altijd nog bij de televisie gaan werken, zo goed was je.' Maar mammie is natuurlijk bevooroordeeld. Toch zeggen de anderen het ook. ïk ben blij. Vooral vanwege mijn Engels, dat me steeds gemakkelijker afgaat. Van drie tot vier uur radio-opnamen met Frederik Porges in het Duits, voor Duitse en Oostenrijkse radiozenders. Om vier uur weer een interview. Volgens Leo is de verslaggever, Joe Hyams, heel belangrijk, en ik doe mijn uiterste best om een goede indruk op Joe te maken. Snel verkleden - zal ik me ooit nog eens in alle rust kunnen verkleden? - en dan gaan we naar de cocktailparty van de Duitse consul Dr. Edward C. Schneider. Allemaal Schneiders onder elkaar, 's Avonds gaan mammie en ik naar 'La Rue', een alleraardigst café, waar we Curd Jürgens ontmoeten. Hij ziet er prima uit en spreekt Engels als een rasechte Amerikaan. Ook hier krijg ik niets te drinken, de kelners letten scherp op. In plaats daarvan krijg ik iets anders. Gratis. Elke paar minuten komt er een wereldberoemde ster het restaurant binnen. Sophia Loren, Kim Novak, Frank Sinatra en andere beroemdheden. Ik kan mijn ogen bijna niet geloven, zo nonchalant als ze hier allemaal voorbij komen. Loren is in werkelijkheid nog duizendmaal mooier dan op het doek, vind ik. Ze is werkelijk volmaakt. Curd kent iedereen en stelt ons aan een paar mensen voor. En dan, het is vast al heel laat, terug naar het hotel. Morgen wil ik toch eens iets meer van Los Angeles en Hollywood zien. Leo heeft een tochtje met de auto voorgesteld.
Dinsdag, 28 januari
Uitslapen is er vandaag niet bij. Ik haal het in Duitsland allemaal wel weer in. Om kwart over acht - en geen seconde later - vertrek ik naar de KTLA-televisiestudio. Larry Finley neemt mij op journalistieke wijze in de tang, maar hij is zo opgewekt en charmant dat ik er geen enkel bezwaar tegen heb. Terug naar het hotel. Ik heb het landschap alleen nog maar vanachter een autoraampje gezien! Om half elf een interview met Don Baylor van de Herald Express. Om 13.15 uur zitten we weer in een andere televisiestudio. Het is een live-uitzending, en mammie kan in de kamer ernaast alles op het scherm volgen. Naderhand zegt ze tegen me: 'Als alles mislukt, kun je altijd nog bij de televisie gaan werken, zo goed was je.' Maar mammie is natuurlijk bevooroordeeld. Toch zeggen de anderen het ook. ïk ben blij. Vooral vanwege mijn Engels, dat me steeds gemakkelijker afgaat. Van drie tot vier uur radio-opnamen met Frederik Porges in het Duits, voor Duitse en Oostenrijkse radiozenders. Om vier uur weer een interview. Volgens Leo is de verslaggever, Joe Hyams, heel belangrijk, en ik doe mijn uiterste best om een goede indruk op Joe te maken. Snel verkleden - zal ik me ooit nog eens in alle rust kunnen verkleden? - en dan gaan we naar de cocktailparty van de Duitse consul Dr. Edward C. Schneider. Allemaal Schneiders onder elkaar, 's Avonds gaan mammie en ik naar 'La Rue', een alleraardigst café, waar we Curd Jürgens ontmoeten. Hij ziet er prima uit en spreekt Engels als een rasechte Amerikaan. Ook hier krijg ik niets te drinken, de kelners letten scherp op. In plaats daarvan krijg ik iets anders. Gratis. Elke paar minuten komt er een wereldberoemde ster het restaurant binnen. Sophia Loren, Kim Novak, Frank Sinatra en andere beroemdheden. Ik kan mijn ogen bijna niet geloven, zo nonchalant als ze hier allemaal voorbij komen. Loren is in werkelijkheid nog duizendmaal mooier dan op het doek, vind ik. Ze is werkelijk volmaakt. Curd kent iedereen en stelt ons aan een paar mensen voor. En dan, het is vast al heel laat, terug naar het hotel. Morgen wil ik toch eens iets meer van Los Angeles en Hollywood zien. Leo heeft een tochtje met de auto voorgesteld.
zondag 25 januari 2015
William Morris -- 26 januari 1887
• William Morris (1834–1896) was een Engelse stofontwerper, schrijver en socialist. Zijn Socialist Diary is hier te lezen.
26 Jan(uary): Went to S[outh] K[ensington] M[useum] yesterday with Jenny to look at the Troy tapestry again since they have bought it for £1250: I chuckled to think that properly speaking it was bought for me, since scarcely anybody will care a damn for it. A. Cole showed us a lot of scraps of woven stuff from the tombs of Upper Egypt; very curious as showing in an unusual material the transition to the pure Byzantine style from the Classical: some pieces being nothing but debased Classical style, others purely Byzantine, yet I think not much different in date: the contrast between the bald ugliness of the Classical pieces and the great beauty of the Byzantine was a pleasing thing to me, who loathe so all Classical art and literature. I spoke in the evening at the Hammersmith radical club at a meeting to condemn the Glenbeigh evictions. The room crowded, and of course our Socialist friends there, my speech was well received, but I thought the applause rather hollow as the really radical part of the audience had clearly no ideas beyond the ordinary party shibboleths, and were quite untouched by Socialism: they seemed to me a very discouraging set of men; but perhaps can be got at somehow. The frightful ignorance and want of impressibility of the average English workman floors me at times.
26 Jan(uary): Went to S[outh] K[ensington] M[useum] yesterday with Jenny to look at the Troy tapestry again since they have bought it for £1250: I chuckled to think that properly speaking it was bought for me, since scarcely anybody will care a damn for it. A. Cole showed us a lot of scraps of woven stuff from the tombs of Upper Egypt; very curious as showing in an unusual material the transition to the pure Byzantine style from the Classical: some pieces being nothing but debased Classical style, others purely Byzantine, yet I think not much different in date: the contrast between the bald ugliness of the Classical pieces and the great beauty of the Byzantine was a pleasing thing to me, who loathe so all Classical art and literature. I spoke in the evening at the Hammersmith radical club at a meeting to condemn the Glenbeigh evictions. The room crowded, and of course our Socialist friends there, my speech was well received, but I thought the applause rather hollow as the really radical part of the audience had clearly no ideas beyond the ordinary party shibboleths, and were quite untouched by Socialism: they seemed to me a very discouraging set of men; but perhaps can be got at somehow. The frightful ignorance and want of impressibility of the average English workman floors me at times.
donderdag 22 januari 2015
Nicolaas Beets -- 23 januari 1834
• Nicolaas Beets (1814-1903) was een Nederlandse schrijver. In zijn studententijd hield hij van 1833-1836 een dagboek bij.
Leiden, donderdag 23 januari 1834
IJselijk geschrikt van de visite van den Pedel [bode van de universiteit], die mij aanzegt, dat de Literarische Professoren de collegegelden zeer gaarne vooruit zagen betaald. [Het was in deze tijd gebruikelijk dat de studenten collegegeld betaalden aan die hoogleraren, bij wie zij college liepen.]
Leiden, vrijdag 24 januari 1834
De lezing van Walter Scott's ‘Abbot’ ook op het college van de Gelder voortgezet.
Theebezoek bij Prof. Hamaker. Hij verhaalt mij veel van een Indisch drama met welks lectuur hij bezig is. Mijn verzoek voor alsnog van 't respondeeren [antwoorden op tijdens het college door de hoogleraar gestelde vragen] op 't Hebreeuwsch verschoond te blijven, wordt mij, die te Haarlem geen de minste gelegenheid gehad heb, eenig onderricht in die taal te krijgen, en aan de Academie gekomen, nog beginnen moest met de letters te leeren, vriendelijk toegestaan.
's Avonds in de Leidsche Maatschappij Mr. Jacobus Scheltema gehoord over ‘De propriëteit der dingen’ van Bartholomeus den Engelschman , de oudste Encyclopaedie. Daarna den Heer Rau, een vertaling van een stuk van Lamartine, zoo ongelukkig voorgedragen, dat ik over de waarde van zijn werk niet kan oordeelen.
Leiden, zaterdag 25 januari 1834
Brief van mijne moeder, met de blijde tijding dat ik het Haarlemsch Stipendium van f 200 verkregen heb. Dit verheldert mijn gemoed. Niets hinderde mij meer dan dat ik mijn ouders zooveel geld moest kosten.
Namiddag naar Haarlem willen wandelen, maar 't niet verder gebracht dan Sassenheim, waar ik voor de verzoeking van de diligence bezweek. Den Zondag te Haarlem doorgebracht.
Leiden, donderdag 23 januari 1834
IJselijk geschrikt van de visite van den Pedel [bode van de universiteit], die mij aanzegt, dat de Literarische Professoren de collegegelden zeer gaarne vooruit zagen betaald. [Het was in deze tijd gebruikelijk dat de studenten collegegeld betaalden aan die hoogleraren, bij wie zij college liepen.]
Leiden, vrijdag 24 januari 1834
De lezing van Walter Scott's ‘Abbot’ ook op het college van de Gelder voortgezet.
Theebezoek bij Prof. Hamaker. Hij verhaalt mij veel van een Indisch drama met welks lectuur hij bezig is. Mijn verzoek voor alsnog van 't respondeeren [antwoorden op tijdens het college door de hoogleraar gestelde vragen] op 't Hebreeuwsch verschoond te blijven, wordt mij, die te Haarlem geen de minste gelegenheid gehad heb, eenig onderricht in die taal te krijgen, en aan de Academie gekomen, nog beginnen moest met de letters te leeren, vriendelijk toegestaan.
's Avonds in de Leidsche Maatschappij Mr. Jacobus Scheltema gehoord over ‘De propriëteit der dingen’ van Bartholomeus den Engelschman , de oudste Encyclopaedie. Daarna den Heer Rau, een vertaling van een stuk van Lamartine, zoo ongelukkig voorgedragen, dat ik over de waarde van zijn werk niet kan oordeelen.
Leiden, zaterdag 25 januari 1834
Brief van mijne moeder, met de blijde tijding dat ik het Haarlemsch Stipendium van f 200 verkregen heb. Dit verheldert mijn gemoed. Niets hinderde mij meer dan dat ik mijn ouders zooveel geld moest kosten.
Namiddag naar Haarlem willen wandelen, maar 't niet verder gebracht dan Sassenheim, waar ik voor de verzoeking van de diligence bezweek. Den Zondag te Haarlem doorgebracht.
woensdag 21 januari 2015
Lucas Brouwers -- 22 januari 2013
• Begin 2013 werd het eerste Nederlandse lab op Antarctica geopend. NRC-redacteur Lucas Brouwers was erbij en hield een dagboek bij.
Dinsdag 22 januari
Met de poolkennis van mijn vrienden en kennissen blijkt het droevig gesteld. "Pas op voor de ijsberen!", waarschuwden ze me. Steeds legde ik dan uit dat waar ik heenga wel pinguïns, orka’s en zeeluipaarden leven, maar geen ijsberen.
Ik sta te klappertanden op het station. Bizar genoeg zal het op mijn bestemming op Antarctica een paar graden warmer zijn dan in Nederland. Via Chili zal ik naar Rothera afreizen, een Britse basis op het Antarctisch schiereiland, om de opening van het eerste Nederlandse lab op Antarctica bij te wonen. De Nederlanders zullen zeker tot 2015, de gevolgen onderzoeken van de snelle opwarming van het schiereiland voor algen en plankton.
Op Schiphol druppelen de reisgenoten één voor één binnen. Eerst de bestuurders van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), dat mijn reis betaalt. Daarna de Nederlandse vertegenwoordiger binnen het Antarctisch verdrag. De hoge ambtenaar van het ministerie van OCW die het lab gaat openen zal zich later bij het reisgezelschap voegen. Een dag later komen we vermoeid aan in Punta Arenas, een Chileens havenstadje aan het eind van de wereld en toegangspoort tot Antarctica.
Donderdag
Gaan we wel, gaan we niet? Onze piloot bestudeert de meteorologische gegevens op zijn iPad, in een hoekje van de eetzaal. Even later roept de piloot het reisgezelschap samen. „Good morning. Mijn naam is Alan Meredith, ik ben morgen jullie piloot.” We weten genoeg: vandaag wordt er niet gevlogen. De groep kreunt. Hoog boven het Antarctisch schiereiland woedt een hevige straalstorm, legt Meredith uit, met windsnelheden tot 160 kilometer per uur. Met een volle tank zouden we maar de helft van de overtocht halen.
Dan maar doen alsof. Op een uurtje rijden vanaf Punta Arenas broedt een kolonie van Magellaanpinguïns.
De wind giert om de kleine pinguïns heen. De meeste kuikens liggen plat op hun buik op het kiezelstrand, met hun ogen stevig dicht geknepen, alsof ze hier niet willen zijn. Een maandje nog. Dan zijn ze hun donsveren kwijt en trekken ze naar het noorden. De wind zwelt aan. Ik trek mijn capuchon nog wat strakker over mijn hoofd. Ik wil hier weg. Zuidwaarts.
Vrijdagochtend
De storm tussen Rothera en Punta Arenas raast nog steeds, pas morgenochtend kunnen we vertrekken.
Dinsdag 22 januari
Met de poolkennis van mijn vrienden en kennissen blijkt het droevig gesteld. "Pas op voor de ijsberen!", waarschuwden ze me. Steeds legde ik dan uit dat waar ik heenga wel pinguïns, orka’s en zeeluipaarden leven, maar geen ijsberen.
Ik sta te klappertanden op het station. Bizar genoeg zal het op mijn bestemming op Antarctica een paar graden warmer zijn dan in Nederland. Via Chili zal ik naar Rothera afreizen, een Britse basis op het Antarctisch schiereiland, om de opening van het eerste Nederlandse lab op Antarctica bij te wonen. De Nederlanders zullen zeker tot 2015, de gevolgen onderzoeken van de snelle opwarming van het schiereiland voor algen en plankton.
Op Schiphol druppelen de reisgenoten één voor één binnen. Eerst de bestuurders van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), dat mijn reis betaalt. Daarna de Nederlandse vertegenwoordiger binnen het Antarctisch verdrag. De hoge ambtenaar van het ministerie van OCW die het lab gaat openen zal zich later bij het reisgezelschap voegen. Een dag later komen we vermoeid aan in Punta Arenas, een Chileens havenstadje aan het eind van de wereld en toegangspoort tot Antarctica.
Donderdag
Gaan we wel, gaan we niet? Onze piloot bestudeert de meteorologische gegevens op zijn iPad, in een hoekje van de eetzaal. Even later roept de piloot het reisgezelschap samen. „Good morning. Mijn naam is Alan Meredith, ik ben morgen jullie piloot.” We weten genoeg: vandaag wordt er niet gevlogen. De groep kreunt. Hoog boven het Antarctisch schiereiland woedt een hevige straalstorm, legt Meredith uit, met windsnelheden tot 160 kilometer per uur. Met een volle tank zouden we maar de helft van de overtocht halen.
Dan maar doen alsof. Op een uurtje rijden vanaf Punta Arenas broedt een kolonie van Magellaanpinguïns.
De wind giert om de kleine pinguïns heen. De meeste kuikens liggen plat op hun buik op het kiezelstrand, met hun ogen stevig dicht geknepen, alsof ze hier niet willen zijn. Een maandje nog. Dan zijn ze hun donsveren kwijt en trekken ze naar het noorden. De wind zwelt aan. Ik trek mijn capuchon nog wat strakker over mijn hoofd. Ik wil hier weg. Zuidwaarts.
Vrijdagochtend
De storm tussen Rothera en Punta Arenas raast nog steeds, pas morgenochtend kunnen we vertrekken.
dinsdag 20 januari 2015
W.N.P. Barbellion -- 21 januari 1917
• W.N.P. Barbellion (1989-1919) was het pseudoniem van Bruce Frederick Cummings, een Britse natuurvorser. Hij overleed aan multiple sclerose. Zijn dagboeken worden nog steeds gelezen.
January 21.
Death
What a delightful thing the state of Death would be if the dead passed their time haunting the places they loved in life and living over again the dear delightful past — if death were one long indulgence in the pleasures of memory ! if the disembodied spirit forgot all the pains of its previous existence and remembered only the happiness! Think of me flitting about the orchards and farm-yards in birdsnesting, walking along the coast among the seabirds, climbing Exmoor, bathing in streams and in the sea, haunting all my old loves and passions, cutting open with devouring curiosity Rabbits, Pigeons, Frogs, Dogfish, Amphioxus; think of me, too, at length unwillingly deflected from these cherished pursuits in the raptures of first love, cutting her initials on trees and fences instead of watching birds, day-dreaming over Parker and Haswell and then bitterly reproaching myself later for much loss of precious time. How happy I shall be if Death is like this: to be living over again and again all my ecstasies, over first times — the first time I found a Bottle Tit's nest, the first time I succeeded in penetrating into the fastnesses of my El Dorado — Exmoor, the first time I gazed upon the internal anatomy of a Snail, the first time I read Berkeley's Principles of Human Understanding (what a soul-shaking epoch that was !), and the first time I kissed her ! My hope is that I may haunt these times again, that I may haunt the places, the books, the bathes, the walks, the desires, the hopes, the first (and last) loves of my life all transfigured and beatified by sovereign Memory.
January 21.
Death
What a delightful thing the state of Death would be if the dead passed their time haunting the places they loved in life and living over again the dear delightful past — if death were one long indulgence in the pleasures of memory ! if the disembodied spirit forgot all the pains of its previous existence and remembered only the happiness! Think of me flitting about the orchards and farm-yards in birdsnesting, walking along the coast among the seabirds, climbing Exmoor, bathing in streams and in the sea, haunting all my old loves and passions, cutting open with devouring curiosity Rabbits, Pigeons, Frogs, Dogfish, Amphioxus; think of me, too, at length unwillingly deflected from these cherished pursuits in the raptures of first love, cutting her initials on trees and fences instead of watching birds, day-dreaming over Parker and Haswell and then bitterly reproaching myself later for much loss of precious time. How happy I shall be if Death is like this: to be living over again and again all my ecstasies, over first times — the first time I found a Bottle Tit's nest, the first time I succeeded in penetrating into the fastnesses of my El Dorado — Exmoor, the first time I gazed upon the internal anatomy of a Snail, the first time I read Berkeley's Principles of Human Understanding (what a soul-shaking epoch that was !), and the first time I kissed her ! My hope is that I may haunt these times again, that I may haunt the places, the books, the bathes, the walks, the desires, the hopes, the first (and last) loves of my life all transfigured and beatified by sovereign Memory.
maandag 19 januari 2015
Virginia Woolf -- 20 januari 1941
• Virginia Woolf (1882-1941) was een Engelse schrijfster. Ze hield vrijwel haar hele leven een dagboek bij.
Monday 20 January
I will be curt, compressed. A mood like another. Back from a damp, perhaps rather strained, visit to Charleston. Nessa & Quentin; Adrian has almost died of pneumonia. Nessa apprehensive, on guard, when I spoke of Angelica's dirt. Search for epidiascope in Lewes. Fruitless. Lecture tomorrow. 5 small trout for lunch. Octavïa's cream. Talk of soup making. Reading Gide. La Porte Etroite [1909] feeble, slaty, sentimental.
Visit from Oliver Strachey. All stocky gloom. Flogged my brain for topics. Lïghted on the war. Civilisation over for 500 years. "And my life is at an end." Enter two breezy brisk colleagues. He shares a sitting room. I lost several pages of PH. I say to Nessa, Do you find painting gets slower? Yes. One can do more. And money? Never think of it. And Helen? She does nothing. I like being alone. How can one do nothing? Duncan coming & Clive. All the same MH is somehow cheerful. Q. has an offer of a draughtsman job at Dorking. Better than farm work. The Girls school at Lewes is behind Ann of Cleves House, a large, tiled, swept, clamorous place. The headmistress large & tight, practical. "No one knows we exist" she said. I am reading — oh all lit. for my book. No answer from David, or Harper's Bazaar. And Ethel's letters go unread — oh dear.
Monday 20 January
I will be curt, compressed. A mood like another. Back from a damp, perhaps rather strained, visit to Charleston. Nessa & Quentin; Adrian has almost died of pneumonia. Nessa apprehensive, on guard, when I spoke of Angelica's dirt. Search for epidiascope in Lewes. Fruitless. Lecture tomorrow. 5 small trout for lunch. Octavïa's cream. Talk of soup making. Reading Gide. La Porte Etroite [1909] feeble, slaty, sentimental.
Visit from Oliver Strachey. All stocky gloom. Flogged my brain for topics. Lïghted on the war. Civilisation over for 500 years. "And my life is at an end." Enter two breezy brisk colleagues. He shares a sitting room. I lost several pages of PH. I say to Nessa, Do you find painting gets slower? Yes. One can do more. And money? Never think of it. And Helen? She does nothing. I like being alone. How can one do nothing? Duncan coming & Clive. All the same MH is somehow cheerful. Q. has an offer of a draughtsman job at Dorking. Better than farm work. The Girls school at Lewes is behind Ann of Cleves House, a large, tiled, swept, clamorous place. The headmistress large & tight, practical. "No one knows we exist" she said. I am reading — oh all lit. for my book. No answer from David, or Harper's Bazaar. And Ethel's letters go unread — oh dear.
Abonneren op:
Posts (Atom)







