zondag 2 december 2012

H.C. Dresselhuys -- 3 december 1925

3 Dec. nm. 3 uur. - Ik ontmoet Colijn op Financiën. Met groote openhartigheid vertelt hij mij zijn gansche inzicht in de crisis en alle feiten voorzoover hem die bekend zijn. Over de gezantschapsquaestie in 't Kabinet zegt hij, dat het bericht in de Telegraaf, behalve eenige kleinigheden, de historie juist weergeeft. Wat den stand der crisis aangaat, is de positie zoo, dat Dr. de Visser heden op het Loo is ontboden: deze had vanmorgen te 9 uur eerst de uitnodiging ontvangen, doch had, los daarvan, zijn fractie reeds tegen morgenmiddag bijeengeroepen. Hij was vóór zijn vertrek Colijn komen spreken en had zijn bezwaren tegen een eventuele formatieopdracht uiteengezet. Colijn geloofde, dat Dr. de Visser, zoo hij aanvaardt, niet zal slagen: immers hij kan streven naar coalitieherstel en de Eerste Kamerfractie der C.H. oefent een sterken druk uit, dat de CH een modus vinden om de RK tevreden te stellen, doch Colijn meent, dat de CH nu zij eenmaal de beginselquaestie hebben gesteld, niet meer terug kunnen op straf van zelfvernietiging.
(...)
Ik veronderstelde, dat na de event. mislukking de Visser Colijn zelf aan bod zou komen en zeide hem, dat mijn advies aan de Kroon in dies zin had geluid. Hij zeide daar niet over te denken. Immers hij voorzag de mogelijkheid, dat Nolens in 't diepst van zijn hart een samenwerking met SDAP wel wilde, doch eerst de zgn. "uiterste noodzakelijkheid" door de feiten openbaar gedemonstreerd wilde zien. De gedachte ligt voor de hand, dat deze wel zou willen, dat één of meer zakenkabinetten of minderheidskabinetten na enkele maanden ten val kwamen, om dan te constateren, dat de "uiterste noodzakelijkheid" gebleken was. Maar Colijn wilde als derg. proefkonijn of slachtoffer niet dienen.
Hij zou dan ook, voor iets verder werd overwogen, Nolens willen stellen voor de verklaring reeds nu over de al of niet uiterste noodzakelijkheid (te beslissen - toevoeging red.). Dit kan gebeuren als na De Visser Nolens met de formatie wordt belast. - Ik merkte op, dat in die formatieperiode Nolens reeds de noodzakelijkheid zou kunnen constateren en dus zijn Roomschrood kabinet zou kunnen vormen. Colijn gaf toe, dat die periode dit gevaar medebracht, maar hij zag niet, hoe die risico zou zijn te vermijden.
(...)
Ik zei hem: dus die formatie Nolens met al haar rood risico moet worden doorgemaakt; zijt gij dan eindelijk aan de beurt. Neen, zei hij, dan is het jouw beurt. Als men van rechts niet slaagt dan is een zakenkabinet, type Cort v.d. Linden, aan de beurt. De stof daartoe ligt in jullie gelederen: niet direct onder de politieke menschen, maar indien bv. gij en Van Gijn er in zitten zoudt, aangevuld met weinig geprononceerde liberalen, type Van Karnebeek, zou het best gaan: er konden ook een paar rechtse menschen bij.
(...)
Wij bespraken nog het gevaar voor het parlementaire systeem bij al het voortdurend gescharrel van den laatsten tijd en waren 't er over eens, dat wij beiden moesten streven naar een parlementair Kabinet op breede basis. Het land wordt, evenals in Frankrijk, het politiek getwist, waaraan 's Lands zaken worden geofferd, hartelijk moe. Kregen wij Kamerontbinding dan zou dit nu tot vergrooting der kleine partijtjes leiden en den chaos nog verergeren. Ik zeide hem mijnerzijds het directe partijbelang zoo nodig aan het landsbelang te willen offeren en geloofde, dat mijn fractiegenoten daarbij aan mijn zijde stonden: vandaar mijn eventuele bereidheid een Kabinet onder rechtse signatuur eventueel loyaal te willen steunen. Hij zijnerzijds deelde dit standpunt wel, doch ontveinsde zich niet de moeilijkheid zijn eigen menschen te moeten gaan leiden in andere banen dan zij gedurende 35 jaar met overtuiging waren gegaan. Wij scheidden met de conclusie, dat voorlopig afwachten de boodschap was en dat wij vermoedelijk later ons onderhoud zouden voortzetten.


Bovenstaand fragment is overgenomen uit een klein cahier met dagboekaantekeningen over de kabinetscrisis van november 1925 van mr. H.C. Dresselhuys (1870-1926), voorzitter en fractievoorzitter van de Vrijheidsbond (later ook wel de Liberale Staatspartij genoemd).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen