• Johann Peter Eckermann (1792-1854) was een Duitse dichter, en daarnaast medewerker en vriend van Johann Wolfgang von Goethe. Eckermann is vooral bekend geworden door zijn opgetekende en uitgegeven gesprekken met Goethe.
Vertaling onderaan
Freitag den 2. Januar 1824.
Bei Goethe zu Tisch in heiteren Gesprächen. Eine junge Schönheit der weimarischen Gesellschaft kam zur Erwähnung, wobei einer der Anwesenden bemerkte, dass er fast auf dem Punkt stehe, sie zu lieben, obgleich ihr Verstand nicht eben glänzend zu nennen.
»Pah! sagte Goethe lachend, als ob die Liebe etwas mit dem Verstande zu tun hätte! Wir lieben an einem jungen Frauenzimmer ganz andere Dinge, als den Verstand. Wir lieben an ihr das Schöne, das Jugendliche, das Neckische, das Zutrauliche, den Charakter, ihre Fehler, ihre Kapricen, und Gott weiß was alles Unaussprechliche sonst; aber wir lieben nicht ihren Verstand. Ihren Verstand achten wir, wenn er glänzend ist, und ein Mädchen kann dadurch in unsern Augen unendlich an Wert gewinnen. Auch mag der Verstand gut sein, uns zu fesseln, wenn wir bereits lieben. Allein der Verstand ist nicht dasjenige, was fähig wäre, uns zu entzünden und eine Leidenschaft zu erwecken.«
Man fand an Goethes Worten viel Wahres und Überzeugendes und war sehr bereit, den Gegenstand ebenfalls von dieser Seite zu betrachten.
Nach Tisch und als die Übrigen gegangen waren, blieb ich bei Goethe sitzen und verhandelte mit ihm noch mancherlei Gutes.
Wir sprachen über die englische Literatur, über die Größe Shakespeares, und welch einen ungünstigen Stand alle englischen dramatischen Schriftsteller gehabt, die nach jenem poetischen Riesen gekommen.
[...]
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
Vrijdag 2 januari 1824.
Bij Goethe aan tafel, in opgewekte gesprekken. Een jonge schoonheid uit de Weimarer samenleving kwam ter sprake, waarbij een van de aanwezigen opmerkte dat hij er bijna toe gekomen was haar te beminnen, hoewel haar verstand niet bepaald als schitterend te bestempelen was.
“Bah!” zei Goethe lachend, “alsof de liefde iets met het verstand te maken zou hebben! Wij beminnen bij een jong meisje heel andere dingen dan het verstand. Wij beminnen het schone, het jeugdige, het speelse, het vertrouwelijke, haar karakter, haar fouten, haar grillen, en God weet wat voor onuitsprekelijke zaken nog meer; maar wij beminnen haar verstand niet. Haar verstand achten wij, wanneer het schitterend is, en daardoor kan een meisje in onze ogen oneindig aan waarde winnen. Ook kan het verstand goed zijn om ons te boeien wanneer wij reeds liefhebben. Maar het verstand is niet datgene wat in staat is ons te ontsteken en een hartstocht te wekken.”
Men vond in Goethes woorden veel waars en overtuigends en was zeer bereid het onderwerp eveneens vanuit dit gezichtspunt te beschouwen.
Na de maaltijd, toen de anderen waren vertrokken, bleef ik bij Goethe zitten en besprak met hem nog menige goede zaak.
Wij spraken over de Engelse literatuur, over de grootsheid van Shakespeare, en over de ongunstige positie waarin alle Engelse toneelschrijvers zich bevonden die na die poëtische reus zijn gekomen. […]224-2014>
donderdag 1 januari 2026
woensdag 31 december 2025
Harry B. Cleveland -- 1 januari 1900
• Harry B. Cleveland.
Vertaling onderaan
MONDAY, JANUARY 1, 1900 - New years and not one good resolution made. This sin of omission possesses at least one virtue. I shall be saved the mortification of breaking any. The discussion as to this being the first year of the twentieth century waxes furious, and to no purpose as far as I can see. What matter it? It would add nothing to the sum of human happiness were all to finally become of one mind:- And then there are so many matters of graver import to grovel about. The weather is fairly typical of the day, cold and blustery, lacking nothing but several inches of snow to make it wholly so. Spent the forenoon at the office and the afternoon at home reading. Much taken with Stevenson's Letters. They are delightfully facinating, tinctured with just enough sad somberness to balance the authors opulent optimism. His good spirits seem nothing short of wonderful in the light of his intense suffering. His letters certainly speak of a Noble Soul. Passed the evening playing pedro. A quiet end to a quiet day.
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
MAANDAG 1 JANUARI 1900 — Nieuwjaar, en geen enkele goede voornemens gemaakt. Deze zonde van nalatigheid bezit ten minste één deugd: ik zal bespaard blijven voor de vernedering ze te moeten breken. De discussie over de vraag of dit het eerste jaar van de twintigste eeuw is, laait hevig op, en zonder enig nut, voor zover ik kan zien. Wat doet het ertoe? Het zou niets toevoegen aan de som van menselijk geluk als iedereen daar uiteindelijk één mening over zou hebben. En bovendien zijn er zoveel zaken van groter gewicht om ons mee bezig te houden.
Het weer is vrij typerend voor de dag: koud en winderig, en het mist alleen nog enkele centimeters sneeuw om het helemaal compleet te maken. De voormiddag bracht ik door op kantoor, de namiddag thuis lezend. Zeer geboeid door Stevensons Brieven. Ze zijn verrukkelijk fascinerend, doortrokken van precies genoeg sombere weemoed om het weelderige optimisme van de auteur in evenwicht te houden. Zijn goede moed lijkt niets minder dan wonderbaarlijk in het licht van zijn intense lijden. Zijn brieven getuigen zonder twijfel van een edele ziel.
De avond bracht ik door met het spelen van pedro. Een rustig einde van een rustige dag. 122-2013>
Vertaling onderaan
MONDAY, JANUARY 1, 1900 - New years and not one good resolution made. This sin of omission possesses at least one virtue. I shall be saved the mortification of breaking any. The discussion as to this being the first year of the twentieth century waxes furious, and to no purpose as far as I can see. What matter it? It would add nothing to the sum of human happiness were all to finally become of one mind:- And then there are so many matters of graver import to grovel about. The weather is fairly typical of the day, cold and blustery, lacking nothing but several inches of snow to make it wholly so. Spent the forenoon at the office and the afternoon at home reading. Much taken with Stevenson's Letters. They are delightfully facinating, tinctured with just enough sad somberness to balance the authors opulent optimism. His good spirits seem nothing short of wonderful in the light of his intense suffering. His letters certainly speak of a Noble Soul. Passed the evening playing pedro. A quiet end to a quiet day.
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
MAANDAG 1 JANUARI 1900 — Nieuwjaar, en geen enkele goede voornemens gemaakt. Deze zonde van nalatigheid bezit ten minste één deugd: ik zal bespaard blijven voor de vernedering ze te moeten breken. De discussie over de vraag of dit het eerste jaar van de twintigste eeuw is, laait hevig op, en zonder enig nut, voor zover ik kan zien. Wat doet het ertoe? Het zou niets toevoegen aan de som van menselijk geluk als iedereen daar uiteindelijk één mening over zou hebben. En bovendien zijn er zoveel zaken van groter gewicht om ons mee bezig te houden.
Het weer is vrij typerend voor de dag: koud en winderig, en het mist alleen nog enkele centimeters sneeuw om het helemaal compleet te maken. De voormiddag bracht ik door op kantoor, de namiddag thuis lezend. Zeer geboeid door Stevensons Brieven. Ze zijn verrukkelijk fascinerend, doortrokken van precies genoeg sombere weemoed om het weelderige optimisme van de auteur in evenwicht te houden. Zijn goede moed lijkt niets minder dan wonderbaarlijk in het licht van zijn intense lijden. Zijn brieven getuigen zonder twijfel van een edele ziel.
De avond bracht ik door met het spelen van pedro. Een rustig einde van een rustige dag. 122-2013>
dinsdag 30 december 2025
Wies Roosenschoon • 31 december 1956
• Wies Roosenschoon (1929-2015) was lerares Nederlands met een passie voor literatuur. In Tirade zijn dagboekfragmenten van haar gepubliceerd. Portret door Elisabeth Eskes-Rietveld.
Oudjaar 1956
Je kunt de weg naar de Hamtoren op twee manieren gaan. Langs de smalle geasfalteerde weg, aan weerszijden geëscorteerd door een sloot. Of langs een boerderij met een dik rieten dak en rode verweerde muren met het bordje Hamweg. Je moet dan door een rood-witte slagboom met Doodlopende Weg erop. Eerst is het nog een heel echt pad, dat keurig naar twee welvarende boerderijen loopt. Maar al gauw buigt het af en wordt het een modderig karrespoor met hoge pollen gras ertussen. En dan loop je langs meidoornhagen met daarachter de boomgaarden waarin lage kromgegroeide vruchtbomen staan. Mannen zijn er bezig een oude boom om te zagen en hun gezaag klinkt ver over het berijpte land. Want het is winter en het is 31 december en ik neem het achterpad naar de Hamtoren. Ik ga afscheid nemen, zo hoort dat op Oudjaar. Eén van de mannen kijkt op en ziet me over het pad modderen, waarschijnlijk niet meer dan een kop en een rugzak. Dan kijken ze alle drie, staren bewegingloos als koeien. Dan zwaaien we: zij een beetje schutterig lachend vanwege het ongewone verkeer langs dit pad, ik uitbundig omdat het me toch niet meer kan schelen. Of zij me nou volslagen getikt vinden, of ik mezelf een grote idioot vind, het geeft niet. Ook al zal mijn hart toch weer gaan hameren als ik wiebel. Het geeft niet. Ik loop hier langs kromme knotwilgen waarin grote zwammen groeien en een zwerm vinken begeleidt me. Tieterend en tjetterend vallen ze voor me neer over het pad. Ik ben mijn eigen baas en ik kan ook doorlopen, dwars door de weilanden, en jou daar rustig in de kelder laten wroeten op zoek naar het verleden. Daar komt de Hamtoren. Hart, o hart. Ben ik mijn eigen baas?
Ik zou je willen schrijven, langzaam en bedachtzaam en alles van me. Dit vind ik nog het moeilijkst te overwinnen; jou niet bij me te roepen en alles te zeggen, net zolang te zeggen tot ik aan je ogen zie wat ik bedoel. Er is niemand bij wie ik zo zonder meer kan binnenkomen, niemand die ik zo absoluut vertrouw, meer dan mezelf. In wiens handen kan ik nu nog al die stenen en al dat brood leggen, waarvan ik niet meer weet wat stenen zijn en wat brood? Ik ben te moe om het zelf uit te zoeken. Het is de moeilijke som die Onze Lieve Heer me heeft opgegeven, maar waarvan de delen maar niet in elkaar willen passen. Telkens denk ik een oplossing te hebben gevonden die op alles toepasbaar is. Maar dan blijkt het maar een fragment te zijn. En ik word weer zeer moe.
Oudjaar 1956
Je kunt de weg naar de Hamtoren op twee manieren gaan. Langs de smalle geasfalteerde weg, aan weerszijden geëscorteerd door een sloot. Of langs een boerderij met een dik rieten dak en rode verweerde muren met het bordje Hamweg. Je moet dan door een rood-witte slagboom met Doodlopende Weg erop. Eerst is het nog een heel echt pad, dat keurig naar twee welvarende boerderijen loopt. Maar al gauw buigt het af en wordt het een modderig karrespoor met hoge pollen gras ertussen. En dan loop je langs meidoornhagen met daarachter de boomgaarden waarin lage kromgegroeide vruchtbomen staan. Mannen zijn er bezig een oude boom om te zagen en hun gezaag klinkt ver over het berijpte land. Want het is winter en het is 31 december en ik neem het achterpad naar de Hamtoren. Ik ga afscheid nemen, zo hoort dat op Oudjaar. Eén van de mannen kijkt op en ziet me over het pad modderen, waarschijnlijk niet meer dan een kop en een rugzak. Dan kijken ze alle drie, staren bewegingloos als koeien. Dan zwaaien we: zij een beetje schutterig lachend vanwege het ongewone verkeer langs dit pad, ik uitbundig omdat het me toch niet meer kan schelen. Of zij me nou volslagen getikt vinden, of ik mezelf een grote idioot vind, het geeft niet. Ook al zal mijn hart toch weer gaan hameren als ik wiebel. Het geeft niet. Ik loop hier langs kromme knotwilgen waarin grote zwammen groeien en een zwerm vinken begeleidt me. Tieterend en tjetterend vallen ze voor me neer over het pad. Ik ben mijn eigen baas en ik kan ook doorlopen, dwars door de weilanden, en jou daar rustig in de kelder laten wroeten op zoek naar het verleden. Daar komt de Hamtoren. Hart, o hart. Ben ik mijn eigen baas?
Ik zou je willen schrijven, langzaam en bedachtzaam en alles van me. Dit vind ik nog het moeilijkst te overwinnen; jou niet bij me te roepen en alles te zeggen, net zolang te zeggen tot ik aan je ogen zie wat ik bedoel. Er is niemand bij wie ik zo zonder meer kan binnenkomen, niemand die ik zo absoluut vertrouw, meer dan mezelf. In wiens handen kan ik nu nog al die stenen en al dat brood leggen, waarvan ik niet meer weet wat stenen zijn en wat brood? Ik ben te moe om het zelf uit te zoeken. Het is de moeilijke som die Onze Lieve Heer me heeft opgegeven, maar waarvan de delen maar niet in elkaar willen passen. Telkens denk ik een oplossing te hebben gevonden die op alles toepasbaar is. Maar dan blijkt het maar een fragment te zijn. En ik word weer zeer moe.
maandag 29 december 2025
Derek Jarman • 30 december 1982
• Derek Jarman (1942-1994) was een Britse filmmaker, schilder en schrijver. In Dancing Ledge beschrijft hij een deel van zijn leven in dagboekvorm.
Vertaling onderaan
26 december 1982. Monteverde, Tuscania
All through Christmas, spent in this old farmhouse high on a windy hill in Tuscany, I have told myself I must begin recording the labyrinthine saga of the Caravaggio film - 1.30 and the family has left for a hunters' lunch with the contadini, who have been chasing wild boar all morning through the maize fields and woods along the banks of the Ombrone, which glitters below. The first sporadic bursts of gunfire were to be heard at sunrise, and upon coming down for breakfast I found the maid, Zara, in tears: her dog had just died. Shot, I thought, like the butcher last year, by some local cowboy. As she brushed back the tears she told me her 'darling' had had a heart attack at the ripe age of fourteen, over-excited by the traditional Saint Stephen's Day massacre.
Six days ago, when Nicholas Ward Jackson, producer of the Caravaggio film, and I left very early in the morning for Rome, we had hoped to have the contracts signed by the Italian co-producers before the turn of the year... Nothing that I've worked on has ever produced such problems as this life of Caravaggio. Everyone is excited by it and everyone is suspicious. Friends find two years of delays perplexing, the lack of funds annoying. Why lose yourself in the chiaroscuro? Films about painters end up pleasing nobody; there is a visionary tug-of-war from which neither artist nor film-maker emerges victorious.
Michele C. (painter, 1572-1610)
Had Caravaggio been reincarnated in this century it would have been as a film-maker, Pasolini. It's impossible to have a conversation about the film in Rome without Pier Paolo's name being mentioned. Today Michele C. would toss his brushes into the Tiber and pick up Sony's latest video, as painting has degenerated into an obscure, hermetic practice, performed by initiates behind closed doors. There is a remarkable lack of emotional force in modern painting. Who could shed a tear for it now? But you can weep at Pasolini's Gospel According to Matthew, and Ricotta can make you laugh. In 1600, who knows, painting might have evoked the same immediate response. Of course Pasolini painted very badly.
30 december. The 'star' over Bedlam
A tabloid, the Star, has devoted its front page to an attack on Channel Four for its policy of buying certain 'gay' films, Nighthawks and Sebastiane, particularly the latter. 'It must not be shown on television.'
When he first met me last March, Jeremy Isaacs, the director of Channel Four, said that although they had bought my films they would probably never show Sebastiane. I was surprised when he said it would be too 'controversial'.
Nicholas has not rung from Rome and the article won't make the launching of Caravaggio any easier.
31 december
Today the Telegraph printed a statement trom Channel Four denying that they intended to show either Sebastiane or Nighthawks. They explaied that they had been bought as part of 'a package'. Times change. Last week they completed the show print tor transmission. 184-2015>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGpt
Gedurende de hele kerst, doorgebracht in deze oude boerderij hoog op een winderige heuvel in Toscane, heb ik mezelf voorgehouden dat ik moet beginnen met het vastleggen van de labyrintische geschiedenis van de Caravaggio-film — het is 13.30 uur en de familie is vertrokken naar een jagerslunch met de contadini, die de hele ochtend wilde zwijnen hebben opgejaagd door de maïsvelden en de bossen langs de oevers van de Ombrone, die beneden glinsterend voorbij stroomt. De eerste sporadische geweerschoten waren al bij zonsopgang te horen, en toen ik naar beneden kwam voor het ontbijt trof ik de huishoudster, Zara, in tranen aan: haar hond was zojuist gestorven. Geschoten, dacht ik, net als de slager vorig jaar, door een of andere lokale cowboy. Terwijl ze haar tranen wegveegde, vertelde ze me echter dat haar ‘lieveling’ op veertienjarige leeftijd een hartaanval had gekregen, overmatig opgewonden door het traditionele bloedbad op Sint-Stefanusdag.
Zes dagen geleden, toen Nicholas Ward Jackson, producent van de Caravaggio-film, en ik heel vroeg in de ochtend naar Rome vertrokken, hoopten we dat de contracten nog vóór de jaarwisseling door de Italiaanse coproducenten ondertekend zouden worden… Niets waaraan ik ooit heb gewerkt heeft zoveel problemen opgeleverd als dit leven van Caravaggio. Iedereen is erdoor gefascineerd en iedereen wantrouwt het. Vrienden vinden de twee jaar vertraging onbegrijpelijk, het gebrek aan fondsen ergerlijk. Waarom jezelf verliezen in het clair-obscur? Films over schilders eindigen ermee dat ze niemand tevreden stellen; er ontstaat een visionair touwtrekken waaruit noch kunstenaar noch filmmaker als overwinnaar tevoorschijn komt.
Michele C. (schilder, 1572–1610)
Als Caravaggio in deze eeuw was gereïncarneerd, dan zou dat als filmmaker zijn geweest: Pasolini. Het is onmogelijk om in Rome een gesprek over de film te voeren zonder dat de naam Pier Paolo valt. Vandaag de dag zou Michele C. zijn penselen in de Tiber gooien en Sony’s nieuwste videocamera oppakken, aangezien de schilderkunst is ontaard in een obscure, hermetische praktijk, beoefend door ingewijden achter gesloten deuren. In de moderne schilderkunst ontbreekt opvallend veel emotionele kracht. Wie zou daar nu nog een traan om laten? Maar bij Pasolini’s Het evangelie volgens Matteüs kun je huilen, en Ricotta kan je aan het lachen maken. In 1600 riep de schilderkunst misschien eenzelfde onmiddellijke reactie op. Uiteraard schilderde Pasolini bijzonder slecht.
30 december — De ‘ster’ boven Bedlam
Een roddelblad, The Star, heeft zijn voorpagina gewijd aan een aanval op Channel Four vanwege diens beleid om bepaalde ‘homofilms’ aan te kopen, Nighthawks en Sebastiane, vooral die laatste. “Die mag niet op televisie worden uitgezonden.”
Toen Jeremy Isaacs, de directeur van Channel Four, mij afgelopen maart voor het eerst ontmoette, zei hij dat zij mijn films weliswaar hadden aangekocht, maar Sebastiane waarschijnlijk nooit zouden uitzenden. Ik was verbaasd toen hij zei dat die te ‘controversieel’ zou zijn.
Nicholas heeft nog niet vanuit Rome gebeld en het artikel zal de lancering van Caravaggio bepaald niet eenvoudiger maken.
31 december
Vandaag drukte de Telegraph een verklaring af van Channel Four waarin werd ontkend dat zij van plan waren Sebastiane of Nighthawks uit te zenden. Men legde uit dat deze films waren aangekocht als onderdeel van “een pakket”. Tijden veranderen. Vorige week werd de definitieve kopie voor uitzending voltooid.
Vertaling onderaan
26 december 1982. Monteverde, Tuscania
All through Christmas, spent in this old farmhouse high on a windy hill in Tuscany, I have told myself I must begin recording the labyrinthine saga of the Caravaggio film - 1.30 and the family has left for a hunters' lunch with the contadini, who have been chasing wild boar all morning through the maize fields and woods along the banks of the Ombrone, which glitters below. The first sporadic bursts of gunfire were to be heard at sunrise, and upon coming down for breakfast I found the maid, Zara, in tears: her dog had just died. Shot, I thought, like the butcher last year, by some local cowboy. As she brushed back the tears she told me her 'darling' had had a heart attack at the ripe age of fourteen, over-excited by the traditional Saint Stephen's Day massacre.
Six days ago, when Nicholas Ward Jackson, producer of the Caravaggio film, and I left very early in the morning for Rome, we had hoped to have the contracts signed by the Italian co-producers before the turn of the year... Nothing that I've worked on has ever produced such problems as this life of Caravaggio. Everyone is excited by it and everyone is suspicious. Friends find two years of delays perplexing, the lack of funds annoying. Why lose yourself in the chiaroscuro? Films about painters end up pleasing nobody; there is a visionary tug-of-war from which neither artist nor film-maker emerges victorious.
Michele C. (painter, 1572-1610)
Had Caravaggio been reincarnated in this century it would have been as a film-maker, Pasolini. It's impossible to have a conversation about the film in Rome without Pier Paolo's name being mentioned. Today Michele C. would toss his brushes into the Tiber and pick up Sony's latest video, as painting has degenerated into an obscure, hermetic practice, performed by initiates behind closed doors. There is a remarkable lack of emotional force in modern painting. Who could shed a tear for it now? But you can weep at Pasolini's Gospel According to Matthew, and Ricotta can make you laugh. In 1600, who knows, painting might have evoked the same immediate response. Of course Pasolini painted very badly.
30 december. The 'star' over Bedlam
A tabloid, the Star, has devoted its front page to an attack on Channel Four for its policy of buying certain 'gay' films, Nighthawks and Sebastiane, particularly the latter. 'It must not be shown on television.'
When he first met me last March, Jeremy Isaacs, the director of Channel Four, said that although they had bought my films they would probably never show Sebastiane. I was surprised when he said it would be too 'controversial'.
Nicholas has not rung from Rome and the article won't make the launching of Caravaggio any easier.
31 december
Today the Telegraph printed a statement trom Channel Four denying that they intended to show either Sebastiane or Nighthawks. They explaied that they had been bought as part of 'a package'. Times change. Last week they completed the show print tor transmission. 184-2015>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGpt
Gedurende de hele kerst, doorgebracht in deze oude boerderij hoog op een winderige heuvel in Toscane, heb ik mezelf voorgehouden dat ik moet beginnen met het vastleggen van de labyrintische geschiedenis van de Caravaggio-film — het is 13.30 uur en de familie is vertrokken naar een jagerslunch met de contadini, die de hele ochtend wilde zwijnen hebben opgejaagd door de maïsvelden en de bossen langs de oevers van de Ombrone, die beneden glinsterend voorbij stroomt. De eerste sporadische geweerschoten waren al bij zonsopgang te horen, en toen ik naar beneden kwam voor het ontbijt trof ik de huishoudster, Zara, in tranen aan: haar hond was zojuist gestorven. Geschoten, dacht ik, net als de slager vorig jaar, door een of andere lokale cowboy. Terwijl ze haar tranen wegveegde, vertelde ze me echter dat haar ‘lieveling’ op veertienjarige leeftijd een hartaanval had gekregen, overmatig opgewonden door het traditionele bloedbad op Sint-Stefanusdag.
Zes dagen geleden, toen Nicholas Ward Jackson, producent van de Caravaggio-film, en ik heel vroeg in de ochtend naar Rome vertrokken, hoopten we dat de contracten nog vóór de jaarwisseling door de Italiaanse coproducenten ondertekend zouden worden… Niets waaraan ik ooit heb gewerkt heeft zoveel problemen opgeleverd als dit leven van Caravaggio. Iedereen is erdoor gefascineerd en iedereen wantrouwt het. Vrienden vinden de twee jaar vertraging onbegrijpelijk, het gebrek aan fondsen ergerlijk. Waarom jezelf verliezen in het clair-obscur? Films over schilders eindigen ermee dat ze niemand tevreden stellen; er ontstaat een visionair touwtrekken waaruit noch kunstenaar noch filmmaker als overwinnaar tevoorschijn komt.
Michele C. (schilder, 1572–1610)
Als Caravaggio in deze eeuw was gereïncarneerd, dan zou dat als filmmaker zijn geweest: Pasolini. Het is onmogelijk om in Rome een gesprek over de film te voeren zonder dat de naam Pier Paolo valt. Vandaag de dag zou Michele C. zijn penselen in de Tiber gooien en Sony’s nieuwste videocamera oppakken, aangezien de schilderkunst is ontaard in een obscure, hermetische praktijk, beoefend door ingewijden achter gesloten deuren. In de moderne schilderkunst ontbreekt opvallend veel emotionele kracht. Wie zou daar nu nog een traan om laten? Maar bij Pasolini’s Het evangelie volgens Matteüs kun je huilen, en Ricotta kan je aan het lachen maken. In 1600 riep de schilderkunst misschien eenzelfde onmiddellijke reactie op. Uiteraard schilderde Pasolini bijzonder slecht.
30 december — De ‘ster’ boven Bedlam
Een roddelblad, The Star, heeft zijn voorpagina gewijd aan een aanval op Channel Four vanwege diens beleid om bepaalde ‘homofilms’ aan te kopen, Nighthawks en Sebastiane, vooral die laatste. “Die mag niet op televisie worden uitgezonden.”
Toen Jeremy Isaacs, de directeur van Channel Four, mij afgelopen maart voor het eerst ontmoette, zei hij dat zij mijn films weliswaar hadden aangekocht, maar Sebastiane waarschijnlijk nooit zouden uitzenden. Ik was verbaasd toen hij zei dat die te ‘controversieel’ zou zijn.
Nicholas heeft nog niet vanuit Rome gebeld en het artikel zal de lancering van Caravaggio bepaald niet eenvoudiger maken.
31 december
Vandaag drukte de Telegraph een verklaring af van Channel Four waarin werd ontkend dat zij van plan waren Sebastiane of Nighthawks uit te zenden. Men legde uit dat deze films waren aangekocht als onderdeel van “een pakket”. Tijden veranderen. Vorige week werd de definitieve kopie voor uitzending voltooid.
zondag 28 december 2025
Leonard Nolens • 29 december 1984
• Leonard Nolens (1947-2025) was dichter. Zijn verzamelde dagboeken (1979-2007) zijn verschenen onder de titel Dagboek van een dichter (2009).
Antwerpen, woensdag 26 december 1984
De wetten van de klassieke prosodie zijn morele wetten. Zij drukken het verlangen uit naar orde, overzichtelijkheid, klinkende zin. Het klassieke gedicht is de voorafspiegeling van een harmonische samenleving. De woorden en zinnen spelen denkend en zingend volmaakt op elkaar in, zoals de leden van een samenleving dat zouden kunnen. Nogmaals: poëzie is absolute moraal; de vrijheid van het gedicht bestaat erin, de noodzaak van een aantal wetten in te zien en die toe te passen. Ooit schreef ik in een gedicht voor Marcel van Maele: 'Geloof dat alles mag, dat alles kan.' Nee, dat geloof ik niet meer. In het leven kan alles, in het gedicht niet.
Antwerpen, zaterdag 29 december 1984
Wat jij voor jezelf de laatste tijd klassieke poëzie noemt, is in feite omgangstaal die niet veroudert. De drie bundels die je eergisteren kocht — Gemengde tijd van Jacques Hamelink, Klem van Kees Ouwens, Dagrest van Judith Herzberg — klinken jou al te opzettelijk en nadrukkelijk poëtisch in de oren. En dat is trouwens een euvel waaraan ook de meeste gedichten uit je eigen bundels lijden. De omgangstaal die je voor ogen staat, is de gedroomde van de intimiteit, een taal waaruit de modieuze woordenkramerij van de kranten, van radio en televisie verbannen zijn; een simpele zinsbouw, een heldere (noodzakelijke) versificering, weinig adjectieven of bijwoorden; zinnen die de stem en een gesprek zichtbaar maken: een ogenschijnlijk zakelijk taalgebruik dat op een zeer verborgen, discrete wijze de aloude wetten van de prosodie weet te hanteren.
Antwerpen, woensdag 26 december 1984
De wetten van de klassieke prosodie zijn morele wetten. Zij drukken het verlangen uit naar orde, overzichtelijkheid, klinkende zin. Het klassieke gedicht is de voorafspiegeling van een harmonische samenleving. De woorden en zinnen spelen denkend en zingend volmaakt op elkaar in, zoals de leden van een samenleving dat zouden kunnen. Nogmaals: poëzie is absolute moraal; de vrijheid van het gedicht bestaat erin, de noodzaak van een aantal wetten in te zien en die toe te passen. Ooit schreef ik in een gedicht voor Marcel van Maele: 'Geloof dat alles mag, dat alles kan.' Nee, dat geloof ik niet meer. In het leven kan alles, in het gedicht niet.
Antwerpen, zaterdag 29 december 1984
Wat jij voor jezelf de laatste tijd klassieke poëzie noemt, is in feite omgangstaal die niet veroudert. De drie bundels die je eergisteren kocht — Gemengde tijd van Jacques Hamelink, Klem van Kees Ouwens, Dagrest van Judith Herzberg — klinken jou al te opzettelijk en nadrukkelijk poëtisch in de oren. En dat is trouwens een euvel waaraan ook de meeste gedichten uit je eigen bundels lijden. De omgangstaal die je voor ogen staat, is de gedroomde van de intimiteit, een taal waaruit de modieuze woordenkramerij van de kranten, van radio en televisie verbannen zijn; een simpele zinsbouw, een heldere (noodzakelijke) versificering, weinig adjectieven of bijwoorden; zinnen die de stem en een gesprek zichtbaar maken: een ogenschijnlijk zakelijk taalgebruik dat op een zeer verborgen, discrete wijze de aloude wetten van de prosodie weet te hanteren.
zaterdag 27 december 2025
Leonard Nolens • 28 december 1987
• Leonard Nolens (1947-2025) was dichter. Zijn verzamelde dagboeken (1979-2007) zijn verschenen onder de titel Dagboek van een dichter (2009).
Antwerpen. maandag 28 december 1987
Ik weet dat het met pijn moet eindigen, omdat het met pijn is begonnen, met pijn verliep en verloopt. Iedereen komt aan zoals hij heeft gereisd. Er bestaat niet zoiets als een vredig punt, een serene bergtop vanwaar je gelukkig terugblikt op een bestaan dat dagelijks op het niets moest worden bevochten; op jezelf. Misschien heeft het geen zin, veel vragen te stellen naar het hoe en waarom van je gedichten. Laat ze gebeuren. Laat ze blijven gebeuren. En heb geduld, want als het gedicht jou zoekt moet je klaarstaan. Blijf aan je tafel zitten. En begin niet te drinken uit angst voor de leegte, de stilte, het wit.
Antwerpen, dinsdag 29 december 1987
De kroeg, vanavond, in het hartje van de winter: warme moederschoot waarin wij mannen, grote kinderen, ons onderdompelen, in de roes van alcohol en handenschudden, nicotinemist en dure vriendschapseden, zweetlucht en gelach en alles overstemmende muziek. En dat alles aanzien, spiernuchter zoals jij vanavond. Tristesse.
Antwerpen. maandag 28 december 1987
Ik weet dat het met pijn moet eindigen, omdat het met pijn is begonnen, met pijn verliep en verloopt. Iedereen komt aan zoals hij heeft gereisd. Er bestaat niet zoiets als een vredig punt, een serene bergtop vanwaar je gelukkig terugblikt op een bestaan dat dagelijks op het niets moest worden bevochten; op jezelf. Misschien heeft het geen zin, veel vragen te stellen naar het hoe en waarom van je gedichten. Laat ze gebeuren. Laat ze blijven gebeuren. En heb geduld, want als het gedicht jou zoekt moet je klaarstaan. Blijf aan je tafel zitten. En begin niet te drinken uit angst voor de leegte, de stilte, het wit.
Antwerpen, dinsdag 29 december 1987
De kroeg, vanavond, in het hartje van de winter: warme moederschoot waarin wij mannen, grote kinderen, ons onderdompelen, in de roes van alcohol en handenschudden, nicotinemist en dure vriendschapseden, zweetlucht en gelach en alles overstemmende muziek. En dat alles aanzien, spiernuchter zoals jij vanavond. Tristesse.
Leonard Nolens • 27 december 1979
• Leonard Nolens (1947-2025) was dichter. Zijn verzamelde dagboeken (1979-2007) zijn verschenen onder de titel Dagboek van een dichter (2009).
Antwerpen, donderdag 27 december 1979
Voor iedereen met wie hij samenleeft, voor iedereen die al dan niet gedwongen in zijn nabijheid verblijft, is zijn lethargie, zijn inertie, zijn zwijgzaamheid, zijn verstrooide aanwezigheid, zijn afwezige blik, een constante bron van ergernis. En niemand beseft dat zijn ogenschijnlijke roerloosheid een poging is om niets van het gedachte en gevoelde op de vlucht te jagen, om alles in zijn dubbelzinnigheid, zijn meerduidigheid, angstvallig vast te houden, wellicht met het oog op de uiteindelijke formulering, de complete expressie — droom van Majakovski, van de man die zich verkleden wou tot enkel lip.
Maar ook hier weer zoveel andere verklaringen: angst voor de daad, voor de handeling die zich verliest in opgebrande uren; aangeboren en door ongezond leven nog verhevigde zwaarmoedigheid; de last van een lichaam dat niet vederlicht kan worden als een muzikale beweging, het dansende moment van een haarfijn penseel.
Hij denkt dat hij eindelijk de leeftijd heeft bereikt om rustig aan tafel te gaan zitten, pratend, schrijvend over zichzelf als was hij een ander, zonder de slaaf te zijn van het woord, van het gedicht dat hem jarenlang heeft geplaagd met zijn rigoureuze wetten: eindelijk dingen, toestanden, mensen op het spoor komen; afstand doen van bestaande partituren; denken met niets achter de hand, met niets in de mouwen, argeloos. Daarnaar verlangt hij nu, en de onmogelijkheid daarvan maakt dat verlangen alleen maar groter. Weigeren om te vervallen in de vertrouwde denktrant van het spreken over het spreken, het schrijven over het schrijven. Vanzelfsprekend aanwezig zijn. Vanzelf-sprekend-zijn. Charme van de utopie.
De aanwezigheid van de kat, van dit prachtig zwart glanzende dier, is mij zodanig vertrouwd dat ik wel zeker weet dat ze kan spreken, maar dat niet nodig acht.
Een kamer, een wereld vol mensen die alleen maar spreken als ze iets te zeggen hebben, iets waar je enkele dagen van kunt eten. Een man stelt na een lange stilte de vraag: 'Wat is het leven?' De vrouw tegenover hem kijkt verveeld geeuwend door het raam en antwoordt: 'Het leven is de buitenkant van de dood.' (Een vers- of prozaregel van Fernando Pessoa?) Ik verlang naar zo'n kamer, zo'n wereld. Geen gezanik over spruiten met varkenslappen, zomervakanties, zilverwerk van Christophle, het aantal uren slaap en dure pensioenverzekeringen.
Schrijven als de kat.
Een leven dat opgaat in rook. Een leven dat opgaat in teksten. Ik ben op een schaamteloze manier begaan, behept met mijn toekomst na de dood. Verraad aan de anderen. Ik leer omgaan met die immorele reflex en schep er soms genoegen in. Ik denk aan Pindarus en het anachronisme van een juist begrepen zelfingenomenheid.
Antwerpen, donderdag 27 december 1979
Voor iedereen met wie hij samenleeft, voor iedereen die al dan niet gedwongen in zijn nabijheid verblijft, is zijn lethargie, zijn inertie, zijn zwijgzaamheid, zijn verstrooide aanwezigheid, zijn afwezige blik, een constante bron van ergernis. En niemand beseft dat zijn ogenschijnlijke roerloosheid een poging is om niets van het gedachte en gevoelde op de vlucht te jagen, om alles in zijn dubbelzinnigheid, zijn meerduidigheid, angstvallig vast te houden, wellicht met het oog op de uiteindelijke formulering, de complete expressie — droom van Majakovski, van de man die zich verkleden wou tot enkel lip.
Maar ook hier weer zoveel andere verklaringen: angst voor de daad, voor de handeling die zich verliest in opgebrande uren; aangeboren en door ongezond leven nog verhevigde zwaarmoedigheid; de last van een lichaam dat niet vederlicht kan worden als een muzikale beweging, het dansende moment van een haarfijn penseel.
Hij denkt dat hij eindelijk de leeftijd heeft bereikt om rustig aan tafel te gaan zitten, pratend, schrijvend over zichzelf als was hij een ander, zonder de slaaf te zijn van het woord, van het gedicht dat hem jarenlang heeft geplaagd met zijn rigoureuze wetten: eindelijk dingen, toestanden, mensen op het spoor komen; afstand doen van bestaande partituren; denken met niets achter de hand, met niets in de mouwen, argeloos. Daarnaar verlangt hij nu, en de onmogelijkheid daarvan maakt dat verlangen alleen maar groter. Weigeren om te vervallen in de vertrouwde denktrant van het spreken over het spreken, het schrijven over het schrijven. Vanzelfsprekend aanwezig zijn. Vanzelf-sprekend-zijn. Charme van de utopie.
De aanwezigheid van de kat, van dit prachtig zwart glanzende dier, is mij zodanig vertrouwd dat ik wel zeker weet dat ze kan spreken, maar dat niet nodig acht.
Een kamer, een wereld vol mensen die alleen maar spreken als ze iets te zeggen hebben, iets waar je enkele dagen van kunt eten. Een man stelt na een lange stilte de vraag: 'Wat is het leven?' De vrouw tegenover hem kijkt verveeld geeuwend door het raam en antwoordt: 'Het leven is de buitenkant van de dood.' (Een vers- of prozaregel van Fernando Pessoa?) Ik verlang naar zo'n kamer, zo'n wereld. Geen gezanik over spruiten met varkenslappen, zomervakanties, zilverwerk van Christophle, het aantal uren slaap en dure pensioenverzekeringen.
Schrijven als de kat.
Een leven dat opgaat in rook. Een leven dat opgaat in teksten. Ik ben op een schaamteloze manier begaan, behept met mijn toekomst na de dood. Verraad aan de anderen. Ik leer omgaan met die immorele reflex en schep er soms genoegen in. Ik denk aan Pindarus en het anachronisme van een juist begrepen zelfingenomenheid.
Abonneren op:
Reacties (Atom)





