donderdag 8 januari 2026

Willem Oltmans • 9 januari 2000

Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de DBNL.

9 januari 2000
11:00 uur, Regency Hotel, Internationale Luchthaven Miami
Ik heb het grootste deel van de nacht met de deur dicht in Club Bath geslapen, en ik vergat grotendeels waar ik voor gekomen was. Toen ik naar de sauna ging, waren er genoeg mannen die me een cock suck wilden geven, maar ik wilde liever slapen. Ik kwam er om 18:00 uur en vertrok om 06:15 uur. Ik heb de knoop doorgehakt en heb besloten me weer met andere dingen dan seks bezig te houden.
Op televisie is er volop gelul over presidentskandidaten, terwijl de verkiezingen pas in de herfst zijn. Ze leren het nooit. Op cnn heeft Bernhard Kalb nog steeds zijn programma op zondagochtend. Hij ziet er nu uit als admiraal Zumwalt.

13:30 uur, bus naar Coral Gables
Het vliegveld is in het weekend niet te doen, veel te druk, dus ik ga naar een cafetaria in Coral Gables voor een warme maaltijd. De lucht zag er zo dreigend uit vanochtend, alsof het hopeloos zou worden vandaag. Maar rond een uur of twaalf is de zon doorgebroken en nu is het heerlijk weer. Ik ga vroeg terug naar het hotel en neem iets mee om te knabbelen.

14:10 uur Coral Gables
Ik hoorde Peters stem, een waarschuwing: Willem, je eet te vlug. Maar ik kon het niet helpen en nu ligt het eten als een baksteen op mijn maag. Ik voelde me uitgehongerd, want ik had niets meer gegeten sinds 16:00 uur gisterenmiddag. Ik zal alleen nog een kop koffie nemen en een stukje chocolade, maar verder niets tot morgenochtend.
Geloof het of niet, maar in Djakarta gaan nu stemmen op over Mega's ontslag. De smeerlap Wahid heeft het Ambon-probleem aan haar toegeschreven. Indonesië is een zeeschip zonder kapitein. Mega is vanaf het begin een slechte grap geweest. Haar boodschap zou van begin af aan op Bung Karno's visie gebaseerd moeten zijn: satu bangsa, satu negara! [Eén volk, één land] Maar ze begreep er niets van. De hysterie rond de democratische verkiezingen zal op een ramp uitlopen en de Indonesiërs zullen zelfs nog meer lijden. Ik heb het allemaal gezegd in mijn serie die ik voor The Jakarta Post schreef, maar die ze niet publiceerden. Ik kreeg sindsdien ook geen antwoord meer op mijn brieven. Zelfs Santo zwijgt nu over het plan om Mijn vriend Sukarno in Indonesië uit te geven. Van die mentaliteit kán niets terecht komen.
William Casey is de grondlegger van de oorlog in Tsjetsjenië, die nu plaatsvindt. Dat wordt wel duidelijk uit het boek van Schweizer. Zou Nederland op verzoek van de vs atoomgeheimen aan Pakistan hebben doorgespeeld, omdat Washington ervan uitging dat Moskou India bediende?
Ik ben verbaasd dat ik dit boek zes jaar lang heb laten liggen. Het is waar dat ik zelf ook steeds gezegd heb dat de CIA achter het UçK zat, en dat ook de oorlog in Grozny uit de koker van de CIA kwam, maar Peter Schweizer legt het allemaal uit.

17:30 uur, Regency Hotel
Op televisie is er een discussie met Jesse Jackson en iemand van de conservatieve denktank Heritage Foundation. Jackson zegt dat in de vs twee miljoen mensen in de gevangenis zitten, maar in China slechts anderhalf miljoen. De vs zijn er goed in andere landen te wijzen op mensenrechtenschendingen, maar nu leveren de Verenigde Naties kritiek op het bestaan van de doodstraf in de vs. De man van de Heritage Foundation zegt dat de vn er niets mee te maken hebben als een soeverein volk heeft besloten voor de doodstraf te zijn. Jesse Jackson: ‘Why can we condemn Apartheid in South-Africa and why can we not be criticized?’ Jackson wijst ook op het feit dat zwarte Amerikanen die in de gevangenis komen, hun stemrecht verliezen.
Hierdoor kunnen 1,4 miljoen zwarten niet stemmen. Eigenlijk is Miami verloren. Er zijn haast geen Amerikanen meer te bekennen. Dit hotel is totaal Latijns-Amerikaans, het zit vol met Cubaanse kinderen die zich hier misdragen en herrie maken, totaal onacceptabel. Gisteren deed een moeder met twee jengelende kinderen niets om ze tot de orde te roepen. Misschien dat ik ben opgevoed volgens verouderde standaarden, maar dan is daar in de huidige multiculturele samenleving duidelijk niets meer van over. Dit werkt simpelweg niet, en dat zal nog jaren zo zijn.
De televieprogramma's zijn al net zo hopeloos als in Europa.

woensdag 7 januari 2026

Jeroen Krabbé • 8 januari 1984

Jeroen Krabbé (1944) is een Nederlandse acteur en schilder. In 1984 hield hij vanwege zijn rol in een tv-serie over Willem de Zwijger een week lang een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.

Zondag
Met m'n schouder gaat 't iets beter. Ik besluit om al vroeg het bos in te gaan, met mijn script onder m'n arm, om wat tekst te leren. Terwijl ik met 'Otto Frank' bezig ben, en nogal luid loop te praten, schieten er meerdere hazen en konijnen angstig weg. Zelfs een ree, waarmee ik plotseling oog in oog sta, is niet van me gediend. Het gaat helaas regenen. Jammer. Tekst leren in het bos is één van de prettigste bezigheden die ik ken. Stofzuigers. Soppen, alles met nat afnemen en jammer genoeg terug naar A'dam. Op verjaarsvisite bij mijn schoonmoeder die vandaag 65 wordt. Gezellige familiebijeenkomst. Mijn zwager Ko en zijn vrouw Wilma wekken mijn intense jaloezie op door hun 14-dagen Marokko-kleur. Ik eet dat gevoel met een teveel aan borrelnootjes weg. Met Martijn, Jasper en Jakob naar huis. Herma besluit nog wat te blijven. 'Even niet in 't gesijk van de kinderen zitten.' Thuis Jakob eten geven, in bad doen, in bed doen, kattebak verschonen, alle machines in- en uitruimen. Bovenbuurvrouw Hanneke G. komt naar beneden rennen om te zeggen dat ze de banden van Willem gedraaid heeft en er geheel kapot van is. Zij en haar zoon Gijs vinden ze schitterend, konden niet meer stoppen met draaien. Ze wilde het tel. nummer van Waker om hem, terecht, te komplimenteren. Zoals elke avond de laatste tijd, lees ik nog een paar pagina's in Anne's Dagboek en stuit tot mijn verbazing op een brief van 20 Mei 1944 waarin ze 't over Karel V en Willem van Oranje heeft... Toeval?

dinsdag 6 januari 2026

Jeroen Krabbé • 7 januari 1984

Jeroen Krabbé (1944) is een Nederlandse acteur en schilder. In 1984 hield hij vanwege zijn rol in een tv-serie over Willem de Zwijger een week lang een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.

Zaterdag
De pijn in m'n schouder maakt me wakker Kan me nauwelijks bewegen. Besloten wordt naar de groepspraktijk in D. te gaan De dienstdoende arts noemt mijn leven 'heavy' (wat ik volledig onderschrijf), kneedt een weinig aan rug en schouder en stuurt me met een recept naar de apotheek – zalf, pijnstillers en rustigmakers. Dat heb ik! Mijn weekend! Daarbij regent het aan een stuk en het ziet er niet naar uit dat daar verandering in komt. Kranten gekocht en – op mijn aanraden – vier walnotencarrés. Volkskrant niet écht onaardig over Willem, maar laf-afwachtend. Ik spreek ze nog wel na de delen 4, 5 en 6, die ik zelf als de meest geslaagde ervaar. Ach, misschien spreek ik ze wel helemaal niet, want er zijn maar weinig recensenten die onder Het Grote Cynisme uit durven.
De zon breekt 's middags door, de pijnstillers helpen, en na enig gekrakeel besluiten we met z'n vijven te gaan wandelen. Aangezien deze kombi nogal uniek is, is Herma steeds met de Agfa-klak in de weer. 'Leuk voor later...' Tegen borreltijd naar Hilda en Louis om naar één van mijn Callantsoog-schilderijen te kijken dat Louis schitterend had laten inlijsten. Het vervulde me met enige trots, het leek wel of een ander het had geschilderd. Veel champagne (oi, valt er iets te vieren?) helpt mij over de laatste pijn heen. Eenmaal weer thuis snel in m'n hanepak, een zak mini-snickers en pelpinda's op tafel en tv kijken. Herenstraat 10. Geef mij Dillenburg 5 maar...




maandag 5 januari 2026

Vladimir Pogačić • 6 januari 1983

• Uit: Vladimir Pogačić (1919-1999): Dagboekaantekeningen over Filip Latinovicz — waarin filmregisseur Pogačić de gesprekken beschrijft die hij had met de Kroatische schrijver Miroslaw Krleža, over de verfilming van diens boek Filip Latinovicz. De vertaling is van Guido Snel.

6 januari 1983
Onze gesprekken, voorzover ze betrekking hadden op een mogelijk scenario voor een verfilming van Filip Latinovicz, gingen, nadat hij welwillend aan mij het initiatief had gelaten, vooral over de compositie. Mijn eerste idee was dat ik bij het einde zou beginnen: Joža Podravec, koetsier, rijdt op een met hooi beladen boerenkar de doodskist met Bobočka naar de stad. Naast hem zit Filip en denkt na. In kortere en langere flash-backs komen we alles te weten wat in zijn leven tot op dat moment van belang is geweest. Voor die scène, waarmee de film opende en die de hele ‘titels’ door duurde, had ik ook al de muziek: Mozarts Lacrimosa. Hem leek dat in het begin een goed idee, later veranderde hij van mening, van de ene op de andere dag, zoals hij wel vaker van mening veranderde. Hij vond dat je moest beginnen zoals in de roman (en de roman was getiteld De terugkeer van Filip Latinovicz), dus met Filips terugkeer, terwijl hij mijn scène wel geschikt vond, maar dan voor het einde.

Toen ik deze variant schetste lukte het me niet de flash-backs in te passen die, daar waren we het over eens, onmisbaar waren. Ik had vijf personages van wie elk zijn eigen voorgeschiedenis had, en er was niet één personage dat geen ontwikkeling had doorgemaakt. Om hun tragedie aannemelijk te maken, moest je hun verleden kennen. Hoe kon ik dat inpassen?

‘Je moet loskomen van de roman!’ herhaalde hij telkens als we op een dood spoor zaten. Maar zodra hij merkte dat ik iets had veranderd (of weggelaten), protesteerde hij: ‘Je gaat me toch niet verbeteren waar ik zelf bij ben, mag ik hopen!’ Waarna plotseling datgene wat was weggelaten van het grootste belang bleek.

Toen dergelijke situaties zich bleven herhalen, verzocht ik hem, zelf het scenario te schrijven waarna ik het dan filmisch zou bewerken. Ik wist vanaf het allereerste begin dat ik wel een nieuwe literaire tekst, maar geen filmscenario kon verwachten. Film was een tak van kunst waaraan hij het grootste deel van zijn leven geen enkele aandacht had besteed. Als zijn oordelen over één onderwerp, één kunstgebied volkomen incompetent waren, dan was dat wel op het gebied van de film.

(...) Ik stelde hem toen een andere oplossing voor: dat hij mij Filip zonder zijn hulp en medewerking (aan het scenario natuurlijk) zou laten realiseren, en dan uiteraard uitsluitend voor mijn rekening. Hij wilde daar niets van weten, en zijn argumenten waren die van een beschermheer, ze getuigden, zo leek mij, van een vaderlijke bezorgdheid: hij zei dat hij dat juist wilde voorkomen. Hij kon niet toestaan ‘dat ze me aan stukken zouden scheuren’.

En vervolgens ging het gesprek in de regel van Filip naar een thema dat hem in die tijd steeds meer was gaan obsederen: schrijven - waarom, om, voor wie? Je stem verheffen spreken, waarschuwen, discussiëren? Met wie, als niemand naar je luistert, niemand je leest, niemand je begrijpt of men doet alsof men niet begrijpt waar je het over hebt en waarom je dit eigenlijk allemaal vertelt... In een dergelijke stemming vertelde hij me eens glimlachend, maar ook geresigneerd, dat hij ‘een oud geworden hond was die aan het eind van het dorp ligt, die kijkt en die ziet wat er gebeurt, maar niet zal blaffen, hij ziet geen enkele reden om te blaffen...’

zondag 4 januari 2026

Constantijn Huygens jr. • 5 januari 1691

Constantijn Huygens jr. (1628-1697) was een Nederlandse staatsman. Hij was daarnaast bekend om zijn werk aan wetenschappelijke instrumenten en als kroniekschrijver van zijn tijd.

5 Vrijd. Gingh smergens met een hackney naer Kinsinghton.
De Hr Hop seyde mij, hebbende gesproken met de Coningh, dat deselve de volgende vrijdagh meende te vertrecken.
Att smiddaghs met de Grooms, daer de Gn̅ael Major oock was, en̅ Capn van 't jacht.
De Con. ontbood mij naermiddagh, en praete van verscheydene dinghen, van 't weder en̅ de windt en̅ de reys. Ick seyde, dat 4 mael was over en weder gevaren, en telkens maer 24 ueren onder weegh geweest.
Hij vraegde al weder, of nichje van St Annelandt noch niet en trouwde; daerop ick seyde, dat sij geweldigh koel was tegen al de vrijers; dat het scheen dat Sommerdijck wel eenigh dessein op haer hadde, maer dat twijffelde of dat all lucken soude. De Con. seyde, dat Sommerdijck een goedt slagh van een man was. Sprack oock van de jonghe 's Gravemoertjes, en seyde, dat de dochters van moeders, die wat van 't ambacht zijn [uit de (hogere?) middenklasse, niet van adel], dickwils het naeuwste opgepast en̅ beter als andere zijn.
Was daernaer tot joff. Golsteyn, die niet thuys was, maer tot joff. Vijgh, daer ick gingh en̅ sat er tot half achten.
Sprack in̅ Bedchamber savonts met de Marquis de Seissac, paspoorten versoeckende naer Vranckrijck; sprack seer beleeft en presenteerde seer sijn dienst.
Seyde, dat sekerlijck binnen een jaer of anderhalf de vrede weder soude gemaeckt zijn.

6 Saterd.
Smergens was Meester bij mij; seyde, dat hij bij Whitehead, de instrumentmaecker, een zeylsteen [magneet] gesien had, omtrent een duym breedt en 2 duym langh, optreckende een ancker van 3 a 4 pond.
Naermiddagh reed naer̅ Beurs, die om de kersmis gesloten was, daernae naer Hop, daer niemant thuys vond; meende hem te spreken, van met hem in 't schip van Cuyper te gaen. Daernae gingh tot de Hr van̅ Lier, en bleef daer tot acht ueren.

Benedictus van Doninck • 4 januari 1916

Benedictus van Doninck (1858-1940) was een Belgische priester en abt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.

Dinsdag 4 januari 1916 (dag 520)
In ons bosje is het werkvolk begonnen de struiken uit te roeien der door de Belgische genie afgezaagde bomen in de kruisdreven.
Placidus gaat een bezoek brengen aan madame Cammaert, die al enige dagen ongesteld is. Deze vertelt hem dat Karl uit Engeland weg is en te Hulst verblijft bij Wittock. Item dat de gemeente ons schadeloos zal stellen voor licht en vuur, door de Duitsers bij ons verbruikt. Item dat de burgemeester naar Antwerpen is gaan zien of het hoofdkomiteit niet beter voor Bornem gaat zorgen. De nijverheidsgemeenten krijgen groter rantsoen dan de boerengemeenten, en Bornem wordt onder deze laatsten gerekend dat zich zelve kan helpen. 5.000 mensen die steun nodig hebben!
In het gasthuis was de "Schuit” wegens een operatie aan z’n oog, die waarschijnlijk zal verloren zijn.
De Duitse soldaat, die bij Pol Schuim met nieuwjaar zo erg werd toegetakeld, dat hij te Puurs aan z’n wonden is bezweken, was een Elzasser. Hij had de Vlaamse Leeuw en de Brabançonne gezongen en was daarom door n’en echte Pruis (uit de abdij kazerne) straffeloos "gemanregeld!"
Te Temse heeft een Duitser die op wacht stond zijn geweer en overjas in z’n wachtkotje gezet en is de Schelde ingesprongen en verzopen. Die "gemüner” schijnen het beu te worden. Ook te Antwerpen, uitgenomen parade-mannen die zich vrij kopen van ’t front.
Geen kanon gehoord.

Vincent van Gogh • 3 januari 1883

Vincent van Gogh (1853-1890) was een Nederlandse schilder. Het fragment hieronder komt uit een brief aan zijn broer Theo.

Waarde Theo, (3 Januari). 
[...]  In vorig schrijven zeide ik U, ik proeven nam in Black & White met het lithographisch krijt. Gij zegt te veel goeds van mij in Uw brief, doch dat gij goeds van mij denkt is dubbel reden voor mij, om te trachten ik het niet geheel onwaardig zij. En wat betreft dat ik zeide, ik meende iets gevorderd te zijn door die bewuste proeven, ik weet zelf misschien niet goed mijn eigen werk te zien. Misschien is het een stap vooruit, misschien niet - zeg gij er mij uw opinie eens over naar aanleiding van bijgaande twee studies, welke ik dezer dagen met meer andere maakte. Terwijl ik zoek naar een krachtiger procédé dan waarmede ik tot hiertoe werkte, tracht ik mij eenigermate te richten naar de Engelsche reproducties met het bewuste procédé dat gij beschreven hebt, gemaakt — naar de zwarte krabbels die Buhot op 't staal papier maakte ook — wat betreft de kracht van zwart. En zijt ge eens in de gelegenheid, spreek er eens met een deskundige over of de reproductie van teekeningen als b.v. deze, mogelijk zou zijn (afgescheiden van de tweede kwestie, of deze of dergelijke naar hun specialen smaak zouden wezen). Wat betreft het sentiment ervan, daarover wil ik wel eens weten wat gij vindt, omdat zooals ik zeide, ik zelf niet weet te beoordeelen of er meer in is of niet. Of liever met mijzelf is het zoo gesteld, dat ik voor mijzelf studies als deze o.a., ook al zijn ze niet af en al is er veel in geheel verwaarloosd, liever zie dan teekeningen die een sujet hebben, omdat ik er eene levendige herinnering door krijg van de natuur zelf. Gij zult mijn bedoeling begrijpen: in echte studies is iets van het leven zelf en de persoon die het maakt, zal niet zichzelf doch wel de natuur daarin respecteeren, en dus de studie prefereeren boven wat hij er mogelijk later van maken zal, tenzij er iets geheel anders uit ontsta als eindresultaat van veel studies, n.l. de type geconcentreerd uit veel individu's. Dat is het hoogste van de kunst, en daar is soms de kunst boven de natuur...als b.v. in Millet's zaaier meer ziel is dan in een gewoon zaaier op 't veld. Maar wat ik van U weten wil, is of het U voorkomt deze wijze van doen sommige der bezwaren, die gij tegen het potlood hadt, misschien zou wegnemen. Het zijn een paar ‘heads of the people’, en mijn voornemen zou wezen door veel dergelijke dingen te zoeken een soort geheel te vormen, dat den titel ‘heads of the people’ niet geheel onwaardig zou zijn. Met veel werken kerel hoop ik nog eens wat goeds te maken. Ik heb het nog niet maar ik jaag er naar, en vecht er om, ik wou iets ernstigs, iets frisch - iets waar ziel in mocht wezen! [...]