woensdag 14 januari 2026

J. van der Weiden • 15 januari 1916


• Bij Volendam braken de dijken bij de watersnood van begin 1916 op verschillende plaatsen door en geheel Waterland kwam onder water te staan. Uit: Dagboek van pastoor J. van der Weiden (1916).  

“Op vrijdag 14 januari 1916 om drie uur in de morgen werden wij gewekt. Alle mensen waren op de been. Men vreesde een dijkdoorbraak. De zee stond zeer hoog tot bijna aan de kruin van de dijk. Dat was wel meer gebeurd, maar wat erger was, en wat volgens oude mensen sinds mensenheugenis nog nooit was gebeurd, de wind draaide naar het oosten en het water sloeg met een geweldige kracht tegen de dijk. Dit is volgens mijn bescheiden mening de oorzaak van de ramp. De dijk spoelde door het overslaande water aan de binnenkant weg, verloor daar zijn steun en bezweek tenslotte. En hij was toch zo breed en sterk. God bidden dat hij de ramp mocht afweren, was het enige dat wij konden doen. Daarom hebben wij van zes tot zeven uur voor het geopende tabernakel gebeden en voor die intentie droeg ik om zeven uur de H. Mis op. Is ons gebed verhoord? Wij mogen dankbaar zijn dat het dag was, toen het water ons bereikte, anders – zo geloof ik – waren vele mensen omgekomen. Na de H. Mis vertelde mij de kapelaan die naar de zieken was geweest: “Ze zeggen, dat de dijk doorgebroken is, het water stroomt met geweld de sloten in.” Ik keek boven uit het vlieringraam van de pastorie in de richting van Monnickendam en zag dat daar de weilanden tot de spoordijk Volendam-Kwadijk alles onder water liep. De tram van kwart voor acht reed juist weg. Een uur later overstroomde de spoordijk en liep het water de Meerpolder in. Het water kwam achter de pastorie steeds hoger in de tuin. De aardappelen en ingemaakte groenten hebben wij met man en macht vanuit de kelder snel naar boven gehaald. Samen met de kapelaans naar de kerk gegaan om te redden wat er te redden viel. Tot de knieën ongeveer moesten we door het water lopen. Om half twaalf heb ik het Allerheiligste uit de kerk gehaald en in de sacristie de paramenten zo hoog mogelijk opgeborgen. ‘s Avonds kwam het water in de benedenverdieping van de pastorie. Zaterdag liep het water weer weg, maar zondag stond het water weer in de pastorie. Gelukkig liep het water ‘s avonds weer weg. Na die tijd hebben we in de pastorie geen water gehad. (Nu ik dit schrijf is het maandag 24 januari 1916).

Zaterdag 15 januari 1916: geen H. Mis. Zondag, maandag en dinsdag een H. Mis bij de zusters.

Woensdag 19 januari 1916: H. Mis in de kerk. Met een boot door de tuin naar de sacristie. Het was zeer stil weer, anders is het bijna niet te doen. Ook het varen naar de zusters is bij harde wind zeer moeilijk.

Donderdag 20 januari 1916: de bisschop bezocht. Vandaar naar Hoorn en per botter weer terug. Een prachtige wind; binnen anderhalf uur waren we over.

Vrijdag 21 januari 1916: altaar opgeslagen in de zaal van de pastorie, daar doe ik samen met een van de kapelaans de H. Mis en laat daarbij zoveel mogelijk mensen toe. Al in de eerste dagen werd besloten, dat een van ons ‘s nachts in een huis op de dijk zou logeren met het Allerheiligste en de H. Olie bij zich, voor eventuele bedieningen. Kapelaan van Baaren nam dat graag op zich. Hulde aan de soldaten, die zo kranig bij de overstroming geholpen hebben door de kinderen, ouden van dagen en zieken in veiligheid te brengen. Door de grote zorg van de heer Beaufort, consulent van de pluimveeteelt, werden 50.000 eenden naar Amersfoort gebracht. De bewoners in de Streek tussen Hoorn en Enkhuizen, hebben veel slaapplaatsen aangeboden, maar het is niet gemakkelijk de vrouwen weg te krijgen uit Volendam. Tachtig kinderen gaan naar de vakantiekolonie van pater Zuidgeest. 

Zondag 30 januari 1916: twee H. Missen in de kerk, de mannen op de tribune en op het zangkoor. Vier H. Missen in de grote zaal van Hotel Van Diepen, (het hotel op de dijk) voor de vrouwen, de oude mannen en de kinderen. De tocht van de mensen naar de kerk ging moeilijk: door het lage water konden de schuiten met veel volk niet vooruit en raakten aan de grond.
Maandag 31 januari 1916: vandaag begonnen een noodbruggetje te maken van de pastorie naar de dijk, rechtdoor met toegang naar de kerk. Dat zal onze tocht naar de dijk zeer vergemakkelijken. Vrijdag 4, en zaterdag 5 februari 1916: de kerk staat droog, het water was zeer laag. Er woei een voortdurende zuidenwind. Er zouden twee H. Missen in de kerk zijn en een in de zaal bij Van Diepen voor kinderen en ouden van dagen. Maar helaas, de wind ging een weinig westelijk en zondagmorgen stond er een halve voet water in de kerk.
16 februari 1916: Hevige zuidwesterstorm, het water beukt tegen de huizen en de pastorie, het kerkhof is verschrikkelijk gehavend. ‘s Nachts stijgt het water, ‘s morgens een voet in de pastorie. Mijn waterlaarzen doen goed dienst. Kapelaan Veldhuyse gaat naar Amsterdam. Ik heb hem op mijn rug de pastorie uitgedragen naar buiten.”

https://onh.nl/verhaal/volendam-tijdens-watersnood-1916




dinsdag 13 januari 2026

Elizabeth Demmer • 14 januari 1916

• Elizabeth Demmer–Bruijn (1857-??) was de echtgenote van hoofdonderwijzer Berend Demmer (1858-1944). Berend Demmer was hoofd van de openbare lagere school in Volendam. In haar dagboek schreef ze o.m. over de watersnood van 1916 in Volendam. Zij en haar gezin behoorden tot de zeer weinige Volendammers die niet tijdens de watersnood en de weken daarna hun huis hebben moeten verlaten. In het dagboek komen, behalve haar man, die zij als D. aanduidt, ook haar zoon Piet, haar dochters Frederiek en Marie , haar schoonzoon Aart, haar kleinzoon Japie, Gré, de verloofde van Piet en het dienstmeisje Aagtje voor.

[14 Jan.]
Om 8 uur zagen wij overal water op de straten komen en weldra kwam D. thuis, die ons aanraadde maar het noodigste naar boven te brengen daar hij vreesde, dat er ergens een doorbraak zou zijn, maar aan een andere kant dan waar het van nacht gevreesd werd. Wij togen dadelijk aan ’t werk, om eerst het allernoodigste naar boven te brengen wat later gevolgd werd door allerlei lichte meubelen enz. Intusschen was het water al harder en harder komen aanzetten; weldra in stroomen en later gelijk een waterval zoo hevig dat wij soms ons werk vergaten en met ontzetting naar de watermassa stonden te kijken.

Japie vond het prachtig, had geen oogenblik angst en stond erbij te huppelen en te springen en riep dan af en toe: Opa en Oma komt U nu toch weer eens kijken zooveel water. Eerst vleiden wij ons nog met den hoop, dat ons huis misschien droog zou blijven, daar het zooveel hooger staat dan de huisjes in de … ; wij hadden zooiets nog nooit bijgewoond, maar toen het daar weldra vol werd kwam het water in onzen tuin: wij wilden onze kippen nog in het schuurtje zien te bergen, maar zij werden met de stroom meegevoerd tot achter in den tuin en zoo moesten wij al onze mooie kippen, 17 kippen met een haan, voor onze oogen zien verdrinken, och, wat vond ik dat vreeselijk: later waren wij toch maar blij, dat het dadelijk gebeurd was, want ook in het schuurtje waren ze toch verdronken. Uben had ons verteld dat om 11 uur het water misschien nog zakken zou, doordat de eb dan intrad, maar toen het 11 uur was bemerkten wij er niets van en het water naderde al meer en meer ons huis en wij brachten maar naar boven, zetten het buffet en de groote waschtafel op kisten, plaatsten de boekenkast op de vensterbank en deden wat wij maar konden, tot wij eensklaps overal het water op de vloer zagen komen. Toen vlogen wij nog naar boven met allerlei noodige zaken, doch toen wij weer beneden kwamen was het water al zoo hoog in de kamers, dat wij er niet meer in konden. Wij moesten het dus opgeven en waren ook doodmoe.

De familie van Aagtje kwam haar nog halen, maar zij wilde ons niet alleen laten, wat wij bijzonder aardig van haar vonden.

Wij begonnen het ons nu maar boven wat gezelliger te maken en ook te beraadslagen wat we voor het middagmaal zullen klaar maken en hoe: gelukkig hebben wij 2 emmers aardappelen uit den kelder meegenomen (wij hadden er nog wel voor ƒ 25,-) en 10 à 12 flesschen postelein, ook nog wat vleesch, dan hadden we nog een oud 3 pits petroleumstel en een 1 pits en ook een Belgische lamp: hoewel dus ‘behelperig’ kregen we ons diné tegen 4 ongeveer klaar: om 5 uur konden wij Marie bij ons roepen: zij was met Piet in een bootje op zij van ons huis. Wij konden met hem spreken door het raam, maar ze konden niet bij ons komen. Wij hoorden toen, dat de doorbraak bij Katwou was gebeurd, Marie had het vernomen door bulletins, die in Purmerend rondgestrooid werden, dat de dijk door was en Piet had het in de courant gelezen, terwijl ze elkander in de trein ontmoet hadden. Piet had een tasch met mondvoorraad meegenomen, vooral voor mij, brood, room, eieren en chocola en voor Japie kwattarepen; alles werd dankbaar naar boven gehaald aan een touw door het raam van de bovenvoorkamer, waarna zij de terugreis weer ondernamen, wat, naar wij later vernamen, door het water overal een zeer moeielijke reis was.

In ons huis was het water ’s avonds al boven de vensterbanken; toen wij eens tot rust kwamen, bemerkten wij, dat onze geheele wijk verlaten was, ’s avonds zagen wij aan het licht, dat wij met ons 3 huisgezinnen hier in de omgeving nog woonden.

Frits Veldhuizen, die altijd boven woont, de garnalenpeller en wij, terwijl er 418 huisjes geheel of gedeeltelijk in het water staan, allen door de bewoners in allerijl verlaten sommigen zonder iets te kunnen redden.

maandag 12 januari 2026

Theodor Fontane • 13 januari 1856

Dagboek van Theodor Fontane
* Theodor Fontane (1819-1898)

Vertaling onderaan

Sonntag d. 13. Januar,
Schweitzer holt uns aus dem Bett. Mit ihm nach 38 Berner Street. Kurze Unterredung mit Mrs. Tucker. Das Haus gemiethet pro 100 £ jährlich. - Mit Wentzel und Schweitzer nach Greenwich. Den Nachmittag über in der Bilder-Gallerie. Mit Interesse den Nelson-room gesehn, der 5 oder 6 kleinere Bilder enthält, die Bezug auf Nelson nehmen. a) Nelson, als Midshipman, bindet mit einem Eisbären an, um seinem Vater das Fell mit heim zu nehmen b) Nelson verliert den Arm bei Tenerifa c) Nelson an Bord des geenterten San Jose (bei St. Vincent) d) Nelson als Volontair bei einer gefährlichen Fahrt und e) Nelson im Amputir-Raum des »Victory« (Trafalgar). Die Sachen sind sammt und sonders ohne großen künstlerischen Werth aber charakteristisch und wirkungsvoll gemacht. In Trafalgar-Tavern (reizende Aussicht auf die Themse) gut und theuer gegessen. Geplaudert am Kamin bis gegen 8. Dann zurück zur Eisenbahn-Station. Unterwegs einen schwäbischen Landsmann getroffen, der uns bis London begleitet. Nach Haus. Einige Strophen für Kugler geschrieben; dann Briefe an Mrs. Wilmot, Emilie, Custom-house und James Morris.



Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

Zondag 13 januari.
Schweitzer haalt ons uit bed. Met hem naar 38 Berner Street. Kort onderhoud met mevrouw Tucker. Het huis gehuurd voor 100 pond per jaar. – Met Wentzel en Schweitzer naar Greenwich. De hele middag in de schilderijengalerij doorgebracht. Met belangstelling de Nelson Room gezien, die vijf of zes kleinere schilderijen bevat die betrekking hebben op Nelson: a) Nelson als adelborst die het opneemt tegen een ijsbeer om diens vel mee naar huis te nemen voor zijn vader; b) Nelson verliest zijn arm bij Tenerife; c) Nelson aan boord van de geënterde San Jose (bij St. Vincent); d) Nelson als vrijwilliger tijdens een gevaarlijke tocht; en e) Nelson in de amputatiekamer van de Victory (Trafalgar).

De stukken zijn stuk voor stuk van geen grote artistieke waarde, maar wel karakteristiek en indrukwekkend uitgevoerd. In de Trafalgar Tavern (prachtig uitzicht op de Theems) goed maar duur gegeten. Bij de open haard zitten praten tot tegen achten. Daarna terug naar het treinstation. Onderweg een Zwabische landgenoot ontmoet, die ons tot Londen vergezelde. Thuisgekomen. Enkele strofen voor Kugler geschreven; daarna brieven aan mevrouw Wilmot, Emilie, het douanekantoor en James Morris.

zondag 11 januari 2026

Arnold Heilbut • 12 januari 1941

Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.

Zondag 12 Jan.
Vanochtend is [broer] Walter met zijn hoofd door een ruit gevallen. Er is hem gelukkig niets gebeurd, omdat hij een handdoek om zijn hoofd had, opdat zijn haar zou zitten. Maar de ruit was stuk, en we konden vandaag geen nieuwe krijgen. We hebben nu het raam losgehaald, er aan weerskanten karton overheen gedaan, en het er weer in gezet.
Vanmiddag waren we weer met een heel stel gaan schaatsenrijden, Hanna en Ernst waren er natuurlijk ook bij. Het was reuzen gezellig. Ik moet toch eens met Hanna spreken, zo gaat het niet, zoals op het ogenblik.
Het vriest nu nog een paar graden. Ik ben benieuwd hoelang het weer vriezend blijft. Vlees hebben we nog, iedere week genoeg.

Maandag 13 Jan.
Het dooit flink op 't moment, maar ik geloof dat er nog weer een vorstperiode zal komen.
Gisteren vertelde ik in het bijzijn van H. en Ernst, dat Zondagavond waarschijnlijk weer een volksconcert zal zijn. H. wou er erg graag naar toe. Vandaag had ik zekerheid dat dit concert zou zijn. Ik heb Hanna gevraagd of ze zin had om mee te gaan. Maar ze zei dat ze geen zin had; en gister dan?! Ik moet haar werkelijk eens spreken.

P.J.M. Aalberse • 11 januari 1924

Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholieke politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.

vrijdag 11 januari 1924

Gisteren naar Deventer geweest om eens met de heer Schoemaker te praten over Het Centrum en de kredietmoeilijkheid. Gelukkig! Hij wil er zich voorspannen om een consortium bijeen te brengen dat f 100.000 leent, in tien jaar af te doen. Als dat lukt zijn we er!

Vandaag ministerraad van tien tot half vijf! We hebben de regeeringsverklaring opgesteld, waarmee we dinsdag a.s. in de Kamer zullen komen. Ruijs had ’n concept gemaakt. Er is zoowat niets van over gebleven! ’t Is anders moeilijk werk om ’n stuk met negen man te redigeeren. Negen – want … Colijn is tot 20 januari naar Zwitserland gegaan! Dat zal wel – en terecht – kwaad bloed zetten, als hij er dinsdag niet is. Feitelijk heeft hij de geheele crisis beheerscht en – nu ’t op de verantwoording aankomt is hij buitenaf.

Twee incidenten. De Visser kwam nog eens terug op de verklaring van Ruijs bij de vlootwet, dat geen der ministers meer zou willen terugkomen. ’t Bleek nu, dat vijf van de tien er niet van geweten hebben. Ruijs zei, dat Colijn ’t geadviseerd had, vooral om de katholieke democraten te beduiden, dat als ’t kabinet viel, ze niet behoefden te hopen, dat ik in een ander kabinet herrijzen zou! Ik merkte op, dat ’t dan des te zonderlinger was, dat hij dit verklaarde, zonder dat ik er zelf iets van wist!! De Visser verklaarde nog, dat hij over eenige weken toch heen zou gaan. Kon ik hem maar volgen!

Vervolgens beklaagde Van Dijk zich ernstig over Colijn, die hem tot een legerorganisatie wilde dwingen, waardoor er van een leger niets goeds meer overbleef. Ook hij dreigde reeds met heengaan! ’t Is wel een mooi begin! Maar ’t bewijst hoe onmogelijk de toestand is.


Frida Vogels • 10 januari 1964

Frida Vogels (1930) is een Nederlandse schrijfster. Haar door kritiek en publiek gewaardeerde dagboeken 1954-1971 zijn gepubliceerd in 8 delen.

9 jan. - Mijn vierendertigste verjaardag.
We hebben weer een poes. Het is een volwassen poes en ik denk niet dat we een ander tehuis voor hem zullen vinden, noch zoeken. Toen E. gisteravond naar huis liep, zat hij mauwend op een muurtje. Een halfuur later ging E. naar hem toe met kattebrood. Hij zat er nog, maar at niet. E. ging kaas voor hem kopen. Toen hij terugkwam, was de poes weg. 's Avonds gingen we samen nog eens kijken, maar hij was er niet meer. Ik zei 'misschien is hij voor de nacht in een kelder gekropen' (er zijn in dat straatje veel keldergaten), 'ik zal morgenochtend nog eens gaan kijken'. Vanmorgen zat hij er weer, op dezelfde plaats waar E. hem gezien had, rillend van de kou en zwart van kolengruis. (Het is een wit met grijze poes.) Ik had lever voor hem meegebracht. Ik gaf hem een paar stukjes en pakte hem daarna op om hem mee te nemen. Hij liet zich dat zonder veel protest welgevallen, deed maar één keer een ernstige poging om te ontsnappen. Toen we de trap op klommen, begon hij hevig te mauwen. We kwamen mevrouw Gandolfi tegen, die glimlachte. Thuisgekomen gaf ik hem nog wat lever, in het groene bakje dat voor het vorige poesje heeft gediend (het eerste heeft al zijn benodigdheden als uitzet meegekregen). Daarna ging hij meteen liggen, in de doos met de halve fluwelen broek van mij waarin het vorige poesje niet geslapen heeft, want die verkoos de doos met oude kranten onder het aanrecht.

10 jan. - Het poesje dat we van de zomer gevonden hebben en waarvoor E. via een meisje op kantoor een huis had gevonden, is dood. Het heeft tyfus gehad.

donderdag 8 januari 2026

Willem Oltmans • 9 januari 2000

Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de DBNL.

9 januari 2000
11:00 uur, Regency Hotel, Internationale Luchthaven Miami
Ik heb het grootste deel van de nacht met de deur dicht in Club Bath geslapen, en ik vergat grotendeels waar ik voor gekomen was. Toen ik naar de sauna ging, waren er genoeg mannen die me een cock suck wilden geven, maar ik wilde liever slapen. Ik kwam er om 18:00 uur en vertrok om 06:15 uur. Ik heb de knoop doorgehakt en heb besloten me weer met andere dingen dan seks bezig te houden.
Op televisie is er volop gelul over presidentskandidaten, terwijl de verkiezingen pas in de herfst zijn. Ze leren het nooit. Op CNN heeft Bernhard Kalb nog steeds zijn programma op zondagochtend. Hij ziet er nu uit als admiraal Zumwalt.

13:30 uur, bus naar Coral Gables
Het vliegveld is in het weekend niet te doen, veel te druk, dus ik ga naar een cafetaria in Coral Gables voor een warme maaltijd. De lucht zag er zo dreigend uit vanochtend, alsof het hopeloos zou worden vandaag. Maar rond een uur of twaalf is de zon doorgebroken en nu is het heerlijk weer. Ik ga vroeg terug naar het hotel en neem iets mee om te knabbelen.

14:10 uur Coral Gables
Ik hoorde Peters stem, een waarschuwing: Willem, je eet te vlug. Maar ik kon het niet helpen en nu ligt het eten als een baksteen op mijn maag. Ik voelde me uitgehongerd, want ik had niets meer gegeten sinds 16:00 uur gisterenmiddag. Ik zal alleen nog een kop koffie nemen en een stukje chocolade, maar verder niets tot morgenochtend.
Geloof het of niet, maar in Djakarta gaan nu stemmen op over Mega's ontslag. De smeerlap Wahid heeft het Ambon-probleem aan haar toegeschreven. Indonesië is een zeeschip zonder kapitein. Mega is vanaf het begin een slechte grap geweest. Haar boodschap zou van begin af aan op Bung Karno's visie gebaseerd moeten zijn: satu bangsa, satu negara! [Eén volk, één land] Maar ze begreep er niets van. De hysterie rond de democratische verkiezingen zal op een ramp uitlopen en de Indonesiërs zullen zelfs nog meer lijden. Ik heb het allemaal gezegd in mijn serie die ik voor The Jakarta Post schreef, maar die ze niet publiceerden. Ik kreeg sindsdien ook geen antwoord meer op mijn brieven. Zelfs Santo zwijgt nu over het plan om Mijn vriend Sukarno in Indonesië uit te geven. Van die mentaliteit kán niets terecht komen.
William Casey is de grondlegger van de oorlog in Tsjetsjenië, die nu plaatsvindt. Dat wordt wel duidelijk uit het boek van Schweizer. Zou Nederland op verzoek van de VS atoomgeheimen aan Pakistan hebben doorgespeeld, omdat Washington ervan uitging dat Moskou India bediende?
Ik ben verbaasd dat ik dit boek zes jaar lang heb laten liggen. Het is waar dat ik zelf ook steeds gezegd heb dat de CIA achter het UçK zat, en dat ook de oorlog in Grozny uit de koker van de CIA kwam, maar Peter Schweizer legt het allemaal uit.

17:30 uur, Regency Hotel
Op televisie is er een discussie met Jesse Jackson en iemand van de conservatieve denktank Heritage Foundation. Jackson zegt dat in de VS twee miljoen mensen in de gevangenis zitten, maar in China slechts anderhalf miljoen. De VS zijn er goed in andere landen te wijzen op mensenrechtenschendingen, maar nu leveren de Verenigde Naties kritiek op het bestaan van de doodstraf in de VS. De man van de Heritage Foundation zegt dat de vn er niets mee te maken hebben als een soeverein volk heeft besloten voor de doodstraf te zijn. Jesse Jackson: ‘Why can we condemn Apartheid in South-Africa and why can we not be criticized?’ Jackson wijst ook op het feit dat zwarte Amerikanen die in de gevangenis komen, hun stemrecht verliezen.
Hierdoor kunnen 1,4 miljoen zwarten niet stemmen. Eigenlijk is Miami verloren. Er zijn haast geen Amerikanen meer te bekennen. Dit hotel is totaal Latijns-Amerikaans, het zit vol met Cubaanse kinderen die zich hier misdragen en herrie maken, totaal onacceptabel. Gisteren deed een moeder met twee jengelende kinderen niets om ze tot de orde te roepen. Misschien dat ik ben opgevoed volgens verouderde standaarden, maar dan is daar in de huidige multiculturele samenleving duidelijk niets meer van over. Dit werkt simpelweg niet, en dat zal nog jaren zo zijn.
De televieprogramma's zijn al net zo hopeloos als in Europa.