woensdag 21 januari 2026

Stijn Streuvels • 22 januari 1915

Stijn Streuvels (1871–1969) was een Vlaamse schrijver. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.

22 januari 1915.
't Weer is opgeklaard en in lichte vorst veranderd.
Nu komt ook de opheldering in de zaak van de kanonnen te Moen. 't Zijn de recruten die in Kortrijk geoefend worden, en naar buiten een loze oorlog ['schijnoorlog, legeroefening'] komen doen. Angst en vrees zijn dus weer verdwenen, maar ook de hoop op een ontknoping. Als we nu zware slagen horen heel in de nabijheid, weten we toch waaraan ons te houden en we zullen niet hoeven te gaan lopen.

23 januari 1915.
't Is windstil met lichte vorst en het geschut herneemt ten westen in alle hevigheid (niet te Moen maar in de gewone richting) en toch heeft het niet zijn gekende galm, - de slagen zijn doffer en buitengewoon zwaar en kort - iets als het ploffen van dorsvlegels in een schuurvloer waar reuzen aan 't werk zijn.
In de nood leert men zijn vrienden kennen. Vandaag komt er een tot mij, van wie ik het niet zou verwacht hebben, die me toefluistert: ‘Hebt gij nog petrool? Zeg het aan niemand, maar we hebben er nog een paar liters en nu dat de dagen lengen, kunnen we het zonder wel doen... en mijn vrouw bracht me op 't gedacht met te zeggen dat gij hem voorzeker meer nodig had dan wij, omdat we zien dat er 's avonds laat altijd nog licht is aan uw venster... Zulke gevoelens, die men anders nooit zou veronderstellen bij mensen, komen nu met de oorlog naar boven. Ik was er heel door aangedaan en zit me nog te bedenken waarmede ik zulk geschenk vergoeden zal, want van geld of betalen wilde de man niet horen. ‘'t Is een plezier, mijnheer,’ zegde hij. Het wordt een hele zeldzaamheid als men zoiets krijgt. Tarwe, kolen, zout en veel andere dingen kosten duur, doch met geld kan men ze zich aanschaffen, petrool echter is in geen winkels meer te vinden... men moet hem krijgen van de goede mensen.

dinsdag 20 januari 2026

W.F. Hermans • 21 januari 1969

• In september 1969 publiceerde W.F. Hermans (1921-1995) De laatste resten tropisch Nederland. Een dagboekje en twee met eigen foto’s geïllustreerde bijdragen, die Hermans naar aanleiding van zijn reis naar Suriname en de Nederlandse Antillen, begin 1969, voor het maandblad Avenue schreef, vormden de basis voor dit boek. Fragmenten staan hier.

dinsdag 21 januari
Vandaag in een ruk teruggevaren naar Albina. Onderweg alleen gestopt bij Bigiston, een Indianendorp. Kleine kinderen lopen geheel naakt. Deze Indianen zijn gekerstend, zoals blijkt uit het tamelijk veelvuldig voorkomen van Europese kleding. Er is zelfs een meisje van een jaar of twaalf, dat een jurk aanheeft. Ik laat me fotograferen met mijn arm om haar schouders: Pater Prudhomme heeft een natuurkind tot het christendom bekeerd. (Pater Prudhomme, auteur van de geruchtmakende brochure over de pil, Annum Veritatis. Import: Thomas Rap, Regulierdwarsstraat 91, Amsterdam.)

Ze verkopen halskettingen van aan elkaar geregen zaden, tanden en klauwen: ƒ 3,- per stuk, niet bijzonder mooi. Hun hutten zijn groter dan die van de Bosnegers en niet van planken gemaakt, maar geheel gevlochten. Dikwijls hebben ze geen zijwanden. Het interieur is slordig. Aan de palen die het dak schragen, zijn hangmatten bevestigd. We delen onze laatste zuurtjes en ballons uit.

Een korte landing op de rechter (Franse) rivieroever vergat ik te vermelden: bezoek aan het winkeltje van een ex-bagnard die daar al dertig jaar doodalleen woont. Z'n broekzakken zitten vol revolvers, beweert Laret. Hij ziet eruit zoals hij er ook uitgezien heeft toen hij naar het bagno werd gebracht: een Frans boertje in een broek met bretels, hemd zonder boord, alpinopetje, minuscuul snorretje. Stoppelige ingevallen wangen, grauw als een stofdoek.

Praten doet hij niet. Als je vraagt wat iets kost, wijst hij naar een schoolbord, waarop de artikelen die hij verkoopt zijn opgeschreven met de prijzen ernaast: Dubonnet, Olida, biscuitjes, petroleum, biscottes, vishaken, lucifers, bacalao (stokvis). Dosoe koopt een stuk bacalao. Het wordt afgesneden, eigenlijk afgehakt, met een roestig mes en gewogen op een koperen weegschaal die groen is uitgeslagen. De man beweegt zich uiterst traag voort, hij heeft iets in zijn doen, of hij dat eigenlijk ook zou willen nalaten.
'Au revoir, monsieur.'
'Au revoir, monsieur.'
Dat nog wel. Maar ik heb nog nooit iemand gezien die in zijn blik een zo grote zekerheid wist te leggen dat het hele universum overbodig is. Informatie: zo'n ex-bagnard wordt een poitè genoemd.
[...]

maandag 19 januari 2026

Graham Greene • 20 januari 1954

• Graham Greene (1904-1991) was een Britse schrijver. In Vluchtwegen (vertaald door P.H. Ottenhof) zijn ook dagboekfragmenten van hem opgenomen.

20 januari 1954. Phnom Penh
Na het diner reed ik met mijn gastheer naar het centrum van Phnom Penh waar we de auto parkeerden. Ik wenkte naar een riksja-koelie, waarbij ik mijn duim in mijn mond stak en een gebaar maakte of ik een lange neus trok. Hieruit wordt altijd opgemaakt dat men wil schuiven. Hij bracht ons naar een nogal luguber binnenplaatsje aan de rue A... Er stonden een hoop vuilnisbakken, waartussen een rat rondscharrelde, en er lagen een paar mensen onder muskietennetten. Boven op de eerste verdieping bevond zich achter een balkon de fumerie. Het was er aardig vol en de broeken hingen er als banieren in het schip van een kathedraal. Ik rookte er acht pijpen en een deftig uitziend heer in onderbroek hielp bij het vertalen van mijn wensen. Het bleek dat hij leraar Engels was.

zondag 18 januari 2026

Arnold Heilbut • 19 januari 1941

Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.

Zondag 19 Jan.
Vader is ziek. Hij heeft een beetje griep, en waarschijnlijk ook last van zijn maag, maar daar merkt hij niets meer van. Vanochtend om 6.30 viel hij bewusteloos toen hij van de W.C. kwam. Moeder schreeuwde, waarop ik wakker werd, en we samen vader in bed sjorden. Van het uitstapje op de schaats, dat ik vandaag wilde maken kon niets komen. Maar de anderen konden ook niet weg. Gisternacht viel een dik pak sneeuw, en vanochtend begon het te dooien. Vanmiddag heb ik ook nog even in de modder schaatsen gereden. Hanna was echter al van de baan toen ik kwam. Maar ik heb me getroost zonder haar. Ik heb enige nadere mensen ontmoet. In de kunstijsbaan worden we evenals in de bioscopen niet meer toegelaten.

Woensdag 22 Jan.
Sinds enige tijd kan men weer overal sinasappelen en mandarijnen kopen, echter alleen Italiaanse. De dooi houdt aan, de hele smeerboel is al zowat van straat verdwenen. Vanavond hadden we cursus met een andere groep samen, daardoor was Hanna er ook. Na afloop kon ik haar echter niet te spreken krijgen, want Ernst bracht haar naar huis. Ik ben alleen een eindje mee gelopen. Omdat Ernst vlak bij haar woont, kon ik natuurlijk niet aanbieden haar te brengen, ik moest precies de andere kant op. Ze had vanavond de kleding van haar huishoudschool aan. Ze zag er werkelijk schattig uit! Als je toch eens wist Baby hoe vaak ik aan je denk, steeds weer, en jij ...... waarom dan niet, waarom? Hanna .......!!!


Shireen Strooker • 18 januari 1974

Shireen Strooker (1935-2018) ws een Nederlands actrice en regisseuse. In 1974 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.

Vrijdag [18 januari]
Ze waren al om half zeven wakker, de heren — spelen — eten — goed Daantje — kom maar Jesse — opschieten Devi, je appel. Een beetje erg haasten, nog net de trein van drie voor half negen gehaald. Op de club eerst de voorstelling van gisteravond nabesproken. Een wonder hoe Marja net de dingen zegt, waar je wat aan hebt en hoe iedereen zich nog zo betrokken voelt na 75 keer spelen en durft te zeggen wat hij vindt van eigen en andermans scènes. Met z'n allen opgebouwd, dan is 't in een scheet gebeurd. Daarna alles waar we deze week aan gewerkt hebben aan elkaar laten zien. Heel rustig en ontspannen, niet meer dat opgefokte van nou moet 't goed zijn. Ik had een volgorde gemaakt, het een ging in het ander over. Erg boeiend om naar te kijken, wat een schat aan materiaal — hoe moet dat? Daarna hebben we besloten nog een tijdje zo door te werken, bezig zijn met dingen die je interesseren, spelen wat je graag wilt spelen. Als we dat volledig doen, komt er vanzelf een thema uit. Met Peter boodschappen gedaan, veel, dan hoeft het zaterdag niet. Naar huis, spelen — eten — vlug en de trein van zeven voor zeven gehaald. Was weer heel vol vanavond. Weer erg verschillend publiek, jong, kind, oud, alles door elkaar, bij het onderwerp betrokken en ook mensen die er niets mee te maken hebben. Voor 't eerst sinds heel lang ging Nel van Vliet goed. 't Is ook erg moeilijk met z'n vieren één vrouw spelen. Net de trein van 11.06 gehaald. Morgen wordt Jesse 1. Thuis deed Peter [Faber] de slingers en cadeautjes.

Anna Green Winslow • 17 januari 1772

Dagboek van Anna Green Winslow
* Anna Green Winslow (1759-1780)

Jan 17th. I told you the 27th Ult that I was going to a constitation with miss Soley. I have now the pleasure to give you the result, viz. a very genteel well regulated assembly which we had at Mr Soley's last evening, miss Soley being mistress of the ceremony. Mrs Soley desired me to assist Miss Hannah in making out a list of guests which I did some time since, I wrote all the invitation cards. There was a large company assembled in a handsome, large, upper room in the new end of the house. We had two fiddles, & I had the honor to open the diversion of the evening in a minuet with miss Soley.—Here follows a list of the company as we form'd for country dancing.

Miss Soley & Miss Anna Greene Winslow
Miss Calif Miss Scott
Miss Williams Miss McCarthy
Miss Codman Miss Winslow
Miss Ives Miss Coffin
Miss Scolley Miss Bella Coffin
Miss Waldow Miss Quinsy
Miss Glover Miss Draper
Miss Hubbard

Miss Cregur (usually pronounced Kicker) & two Miss Sheafs were invited but were sick or sorry & beg'd to be excus'd. There was a little Miss Russell & the little ones of the family present who could not dance. As spectators, there were Mr & Mrs Deming, Mr. & Mrs Sweetser Mr & Mrs Soley, Mr & Miss Cary, Mrs Draper, Miss Oriac, Miss Hannah—our treat was nuts, rasins, Cakes, Wine, punch, hot & cold, all in great plenty. We had a very agreeable evening from 5 to 10 o'clock. For variety we woo'd a widow, hunted the whistle, threaded the needle, & while the company was collecting, we diverted ourselves with playing of pawns, no rudeness Mamma I assure you. Aunt Deming desires you would perticulary observe, that the elderly part of the company were spectators only, they mix'd not in either of the above describ'd scenes.

I was dress'd in my yellow coat, black bib & apron, black feathers on my head, my past comb, & all my past garnet marquesett & jet pins, together with my silver plume—my loket, rings, black collar round my neck, black mitts & 2 or 3 yards of blue ribbin, (black & blue is high tast) striped tucker and ruffels (not my best) & my silk shoes compleated my dress.


* • Dagboek van Anna Green Winslow
* Anna Green Winslow (1759-1780)

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

17 januari.
Ik heb je op de 27ste van de vorige maand laten weten dat ik van plan was een bijeenkomst te houden met juffrouw Soley. Nu heb ik het genoegen je het resultaat mee te delen, namelijk een zeer nette en goed gereguleerde samenkomst, die wij gisteravond bij meneer Soley hadden, waarbij juffrouw Soley de gastvrouw was. Mevrouw Soley verzocht mij juffrouw Hannah te helpen bij het opstellen van een gastenlijst, wat ik enige tijd geleden heb gedaan; ik heb alle uitnodigingskaarten geschreven. Er was een groot gezelschap bijeen in een fraaie, ruime bovenkamer in het nieuwe gedeelte van het huis. Wij hadden twee violen, en ik had de eer het vermaak van de avond te openen met een menuet met juffrouw Soley.
— Hier volgt een lijst van het gezelschap zoals wij ons opstelden voor de contradansen:

Juffrouw Soley & juffrouw Anna Greene Winslow
Juffrouw Calif & juffrouw Scott
Juffrouw Williams & juffrouw McCarthy
Juffrouw Codman & juffrouw Winslow
Juffrouw Ives & juffrouw Coffin
Juffrouw Scolley & juffrouw Bella Coffin
Juffrouw Waldow & juffrouw Quinsy
Juffrouw Glover & juffrouw Draper
Juffrouw Hubbard

Juffrouw Cregur (meestal uitgesproken als Kicker) en twee juffrouwen Sheaf waren uitgenodigd, maar waren ziek of verhinderd en verzochten te worden verontschuldigd. Er was ook een kleine juffrouw Russell en de jongste kinderen van de familie aanwezig, die niet konden dansen. Als toeschouwers waren er meneer en mevrouw Deming, meneer en mevrouw Sweetser, meneer en mevrouw Soley, meneer en juffrouw Cary, mevrouw Draper, juffrouw Oriac en juffrouw Hannah. Onze traktatie bestond uit noten, rozijnen, cake, wijn, punch, warm en koud, alles in overvloed. Wij hadden een zeer aangename avond van vijf tot tien uur. Ter afwisseling speelden wij “een weduwe het hof maken”, “het fluitje zoeken” en “de draad door de naald rijgen”, en terwijl het gezelschap zich verzamelde, vermaakten wij ons met het spelen van pionnen; geen onbetamelijkheden, mama, dat verzeker ik je. Tante Deming verzoekt je in het bijzonder op te merken dat het oudere deel van het gezelschap uitsluitend toeschouwer was; zij namen aan geen van de hierboven beschreven taferelen deel.

Ik was gekleed in mijn gele jas, zwarte bef en schort, zwarte veren op mijn hoofd, mijn pastkam, en al mijn oude granaatkleurige marquesette en spelden van git en jet, samen met mijn zilveren pluim, mijn medaillon, ringen, een zwarte halsband om mijn nek, zwarte wanten en twee of drie el blauwe linten (zwart en blauw is zeer modieus), een gestreepte tucker en ruches (niet mijn beste), en mijn zijden schoenen maakten mijn kleding compleet.

donderdag 15 januari 2026

Arthur Japin • 16 januari 2004

Arthur Japin (1956) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboeken 2000-2007 zijn gepubliceerd als Zoals dat gaat met wonderen.

Januari 2004
Een aantal schrijvers windt zich en plein public enorm op over de vermenging van talen. Dat vinden ze zoiets heerlijks. Henk van Woerden verklaart zich vreselijk kwaad te maken over het feit dat iemand heeft voorgesteld buitenlandse invloeden op het Nederlands te willen indammen. ‘Alle talen zouden juist met elkaar moeten mengen,’ roept hij, ‘hoe meer invloeden hoe liever. Nou ja... alleen niet de invloed van het Engels.’ Niemand vraagt waarom die ene taal dan juist niet, maar men beloont deze moedige stellingname met applaus. Ik kan niet ongezien weg, dus moet ik ook aanhoren hoe ze allemaal bezig zijn de juiste registers voor hun karakters te vinden: grappige woorden, typerende cadans, eigenaardige klanken. Dat houden ze allemaal in gedachte als ze een nieuw boek beginnen. Voor mij is dit de omgekeerde wereld. Ik wek karakters tot leven door me in hun plaats te stellen en daarna laten zij mij weten hoe ze spreken. Veel romanschrijvers nemen, alsof het dichters zijn, taal als vertrekpunt. Ik vertrek van heel ergens anders, een gevoel, een vraag, een beeld, en daarmee kom ik uiteindelijk bij de taal uit. Woorden zijn mijn doel. Daar ga ik op af. Deed ik het andersom en zou ik bij de taal beginnen, ik zou zeker verdwalen.