• Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.
Zondag 19 Jan.
Vader is ziek. Hij heeft een beetje griep, en waarschijnlijk ook last van zijn maag, maar daar merkt hij niets meer van. Vanochtend om 6.30 viel hij bewusteloos toen hij van de W.C. kwam. Moeder schreeuwde, waarop ik wakker werd, en we samen vader in bed sjorden. Van het uitstapje op de schaats, dat ik vandaag wilde maken kon niets komen. Maar de anderen konden ook niet weg. Gisternacht viel een dik pak sneeuw, en vanochtend begon het te dooien. Vanmiddag heb ik ook nog even in de modder schaatsen gereden. Hanna was echter al van de baan toen ik kwam. Maar ik heb me getroost zonder haar. Ik heb enige nadere mensen ontmoet. In de kunstijsbaan worden we evenals in de bioscopen niet meer toegelaten.
Woensdag 22 Jan.
Sinds enige tijd kan men weer overal sinasappelen en mandarijnen kopen, echter alleen Italiaanse. De dooi houdt aan, de hele smeerboel is al zowat van straat verdwenen. Vanavond hadden we cursus met een andere groep samen, daardoor was Hanna er ook. Na afloop kon ik haar echter niet te spreken krijgen, want Ernst bracht haar naar huis. Ik ben alleen een eindje mee gelopen. Omdat Ernst vlak bij haar woont, kon ik natuurlijk niet aanbieden haar te brengen, ik moest precies de andere kant op. Ze had vanavond de kleding van haar huishoudschool aan. Ze zag er werkelijk schattig uit! Als je toch eens wist Baby hoe vaak ik aan je denk, steeds weer, en jij ...... waarom dan niet, waarom? Hanna .......!!!
74-2017>
zondag 18 januari 2026
Shireen Strooker • 18 januari 1974
• Shireen Strooker (1935-2018) ws een Nederlands actrice en regisseuse. In 1974 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.
Vrijdag [18 januari]
Ze waren al om half zeven wakker, de heren — spelen — eten — goed Daantje — kom maar Jesse — opschieten Devi, je appel. Een beetje erg haasten, nog net de trein van drie voor half negen gehaald. Op de club eerst de voorstelling van gisteravond nabesproken. Een wonder hoe Marja net de dingen zegt, waar je wat aan hebt en hoe iedereen zich nog zo betrokken voelt na 75 keer spelen en durft te zeggen wat hij vindt van eigen en andermans scènes. Met z'n allen opgebouwd, dan is 't in een scheet gebeurd. Daarna alles waar we deze week aan gewerkt hebben aan elkaar laten zien. Heel rustig en ontspannen, niet meer dat opgefokte van nou moet 't goed zijn. Ik had een volgorde gemaakt, het een ging in het ander over. Erg boeiend om naar te kijken, wat een schat aan materiaal — hoe moet dat? Daarna hebben we besloten nog een tijdje zo door te werken, bezig zijn met dingen die je interesseren, spelen wat je graag wilt spelen. Als we dat volledig doen, komt er vanzelf een thema uit. Met Peter boodschappen gedaan, veel, dan hoeft het zaterdag niet. Naar huis, spelen — eten — vlug en de trein van zeven voor zeven gehaald. Was weer heel vol vanavond. Weer erg verschillend publiek, jong, kind, oud, alles door elkaar, bij het onderwerp betrokken en ook mensen die er niets mee te maken hebben. Voor 't eerst sinds heel lang ging Nel van Vliet goed. 't Is ook erg moeilijk met z'n vieren één vrouw spelen. Net de trein van 11.06 gehaald. Morgen wordt Jesse 1. Thuis deed Peter [Faber] de slingers en cadeautjes.438-2018>
Vrijdag [18 januari]
Ze waren al om half zeven wakker, de heren — spelen — eten — goed Daantje — kom maar Jesse — opschieten Devi, je appel. Een beetje erg haasten, nog net de trein van drie voor half negen gehaald. Op de club eerst de voorstelling van gisteravond nabesproken. Een wonder hoe Marja net de dingen zegt, waar je wat aan hebt en hoe iedereen zich nog zo betrokken voelt na 75 keer spelen en durft te zeggen wat hij vindt van eigen en andermans scènes. Met z'n allen opgebouwd, dan is 't in een scheet gebeurd. Daarna alles waar we deze week aan gewerkt hebben aan elkaar laten zien. Heel rustig en ontspannen, niet meer dat opgefokte van nou moet 't goed zijn. Ik had een volgorde gemaakt, het een ging in het ander over. Erg boeiend om naar te kijken, wat een schat aan materiaal — hoe moet dat? Daarna hebben we besloten nog een tijdje zo door te werken, bezig zijn met dingen die je interesseren, spelen wat je graag wilt spelen. Als we dat volledig doen, komt er vanzelf een thema uit. Met Peter boodschappen gedaan, veel, dan hoeft het zaterdag niet. Naar huis, spelen — eten — vlug en de trein van zeven voor zeven gehaald. Was weer heel vol vanavond. Weer erg verschillend publiek, jong, kind, oud, alles door elkaar, bij het onderwerp betrokken en ook mensen die er niets mee te maken hebben. Voor 't eerst sinds heel lang ging Nel van Vliet goed. 't Is ook erg moeilijk met z'n vieren één vrouw spelen. Net de trein van 11.06 gehaald. Morgen wordt Jesse 1. Thuis deed Peter [Faber] de slingers en cadeautjes.438-2018>
Anna Green Winslow • 17 januari 1772
• Dagboek van Anna Green Winslow* Anna Green Winslow (1759-1780)
Jan 17th. I told you the 27th Ult that I was going to a constitation with miss Soley. I have now the pleasure to give you the result, viz. a very genteel well regulated assembly which we had at Mr Soley's last evening, miss Soley being mistress of the ceremony. Mrs Soley desired me to assist Miss Hannah in making out a list of guests which I did some time since, I wrote all the invitation cards. There was a large company assembled in a handsome, large, upper room in the new end of the house. We had two fiddles, & I had the honor to open the diversion of the evening in a minuet with miss Soley.—Here follows a list of the company as we form'd for country dancing.
Miss Soley & Miss Anna Greene Winslow
Miss Calif Miss Scott
Miss Williams Miss McCarthy
Miss Codman Miss Winslow
Miss Ives Miss Coffin
Miss Scolley Miss Bella Coffin
Miss Waldow Miss Quinsy
Miss Glover Miss Draper
Miss Hubbard
Miss Cregur (usually pronounced Kicker) & two Miss Sheafs were invited but were sick or sorry & beg'd to be excus'd. There was a little Miss Russell & the little ones of the family present who could not dance. As spectators, there were Mr & Mrs Deming, Mr. & Mrs Sweetser Mr & Mrs Soley, Mr & Miss Cary, Mrs Draper, Miss Oriac, Miss Hannah—our treat was nuts, rasins, Cakes, Wine, punch, hot & cold, all in great plenty. We had a very agreeable evening from 5 to 10 o'clock. For variety we woo'd a widow, hunted the whistle, threaded the needle, & while the company was collecting, we diverted ourselves with playing of pawns, no rudeness Mamma I assure you. Aunt Deming desires you would perticulary observe, that the elderly part of the company were spectators only, they mix'd not in either of the above describ'd scenes.
I was dress'd in my yellow coat, black bib & apron, black feathers on my head, my past comb, & all my past garnet marquesett & jet pins, together with my silver plume—my loket, rings, black collar round my neck, black mitts & 2 or 3 yards of blue ribbin, (black & blue is high tast) striped tucker and ruffels (not my best) & my silk shoes compleated my dress.
* • Dagboek van Anna Green Winslow
* Anna Green Winslow (1759-1780)
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
17 januari.
Ik heb je op de 27ste van de vorige maand laten weten dat ik van plan was een bijeenkomst te houden met juffrouw Soley. Nu heb ik het genoegen je het resultaat mee te delen, namelijk een zeer nette en goed gereguleerde samenkomst, die wij gisteravond bij meneer Soley hadden, waarbij juffrouw Soley de gastvrouw was. Mevrouw Soley verzocht mij juffrouw Hannah te helpen bij het opstellen van een gastenlijst, wat ik enige tijd geleden heb gedaan; ik heb alle uitnodigingskaarten geschreven. Er was een groot gezelschap bijeen in een fraaie, ruime bovenkamer in het nieuwe gedeelte van het huis. Wij hadden twee violen, en ik had de eer het vermaak van de avond te openen met een menuet met juffrouw Soley.
— Hier volgt een lijst van het gezelschap zoals wij ons opstelden voor de contradansen:
Juffrouw Soley & juffrouw Anna Greene Winslow
Juffrouw Calif & juffrouw Scott
Juffrouw Williams & juffrouw McCarthy
Juffrouw Codman & juffrouw Winslow
Juffrouw Ives & juffrouw Coffin
Juffrouw Scolley & juffrouw Bella Coffin
Juffrouw Waldow & juffrouw Quinsy
Juffrouw Glover & juffrouw Draper
Juffrouw Hubbard
Juffrouw Cregur (meestal uitgesproken als Kicker) en twee juffrouwen Sheaf waren uitgenodigd, maar waren ziek of verhinderd en verzochten te worden verontschuldigd. Er was ook een kleine juffrouw Russell en de jongste kinderen van de familie aanwezig, die niet konden dansen. Als toeschouwers waren er meneer en mevrouw Deming, meneer en mevrouw Sweetser, meneer en mevrouw Soley, meneer en juffrouw Cary, mevrouw Draper, juffrouw Oriac en juffrouw Hannah. Onze traktatie bestond uit noten, rozijnen, cake, wijn, punch, warm en koud, alles in overvloed. Wij hadden een zeer aangename avond van vijf tot tien uur. Ter afwisseling speelden wij “een weduwe het hof maken”, “het fluitje zoeken” en “de draad door de naald rijgen”, en terwijl het gezelschap zich verzamelde, vermaakten wij ons met het spelen van pionnen; geen onbetamelijkheden, mama, dat verzeker ik je. Tante Deming verzoekt je in het bijzonder op te merken dat het oudere deel van het gezelschap uitsluitend toeschouwer was; zij namen aan geen van de hierboven beschreven taferelen deel.
Ik was gekleed in mijn gele jas, zwarte bef en schort, zwarte veren op mijn hoofd, mijn pastkam, en al mijn oude granaatkleurige marquesette en spelden van git en jet, samen met mijn zilveren pluim, mijn medaillon, ringen, een zwarte halsband om mijn nek, zwarte wanten en twee of drie el blauwe linten (zwart en blauw is zeer modieus), een gestreepte tucker en ruches (niet mijn beste), en mijn zijden schoenen maakten mijn kleding compleet. 227-2012>
donderdag 15 januari 2026
Arthur Japin • 16 januari 2004
• Arthur Japin (1956) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboeken 2000-2007 zijn gepubliceerd als Zoals dat gaat met wonderen.
Januari 2004
Een aantal schrijvers windt zich en plein public enorm op over de vermenging van talen. Dat vinden ze zoiets heerlijks. Henk van Woerden verklaart zich vreselijk kwaad te maken over het feit dat iemand heeft voorgesteld buitenlandse invloeden op het Nederlands te willen indammen. ‘Alle talen zouden juist met elkaar moeten mengen,’ roept hij, ‘hoe meer invloeden hoe liever. Nou ja... alleen niet de invloed van het Engels.’ Niemand vraagt waarom die ene taal dan juist niet, maar men beloont deze moedige stellingname met applaus. Ik kan niet ongezien weg, dus moet ik ook aanhoren hoe ze allemaal bezig zijn de juiste registers voor hun karakters te vinden: grappige woorden, typerende cadans, eigenaardige klanken. Dat houden ze allemaal in gedachte als ze een nieuw boek beginnen. Voor mij is dit de omgekeerde wereld. Ik wek karakters tot leven door me in hun plaats te stellen en daarna laten zij mij weten hoe ze spreken. Veel romanschrijvers nemen, alsof het dichters zijn, taal als vertrekpunt. Ik vertrek van heel ergens anders, een gevoel, een vraag, een beeld, en daarmee kom ik uiteindelijk bij de taal uit. Woorden zijn mijn doel. Daar ga ik op af. Deed ik het andersom en zou ik bij de taal beginnen, ik zou zeker verdwalen.255-2018>
Januari 2004
Een aantal schrijvers windt zich en plein public enorm op over de vermenging van talen. Dat vinden ze zoiets heerlijks. Henk van Woerden verklaart zich vreselijk kwaad te maken over het feit dat iemand heeft voorgesteld buitenlandse invloeden op het Nederlands te willen indammen. ‘Alle talen zouden juist met elkaar moeten mengen,’ roept hij, ‘hoe meer invloeden hoe liever. Nou ja... alleen niet de invloed van het Engels.’ Niemand vraagt waarom die ene taal dan juist niet, maar men beloont deze moedige stellingname met applaus. Ik kan niet ongezien weg, dus moet ik ook aanhoren hoe ze allemaal bezig zijn de juiste registers voor hun karakters te vinden: grappige woorden, typerende cadans, eigenaardige klanken. Dat houden ze allemaal in gedachte als ze een nieuw boek beginnen. Voor mij is dit de omgekeerde wereld. Ik wek karakters tot leven door me in hun plaats te stellen en daarna laten zij mij weten hoe ze spreken. Veel romanschrijvers nemen, alsof het dichters zijn, taal als vertrekpunt. Ik vertrek van heel ergens anders, een gevoel, een vraag, een beeld, en daarmee kom ik uiteindelijk bij de taal uit. Woorden zijn mijn doel. Daar ga ik op af. Deed ik het andersom en zou ik bij de taal beginnen, ik zou zeker verdwalen.255-2018>
woensdag 14 januari 2026
J. van der Weiden • 15 januari 1916
• Bij Volendam braken de dijken bij de watersnood van begin 1916 op verschillende plaatsen door en geheel Waterland kwam onder water te staan. Uit: Dagboek van pastoor J. van der Weiden (1916).
“Op vrijdag 14 januari 1916 om drie uur in de morgen werden wij gewekt. Alle mensen waren op de been. Men vreesde een dijkdoorbraak. De zee stond zeer hoog tot bijna aan de kruin van de dijk. Dat was wel meer gebeurd, maar wat erger was, en wat volgens oude mensen sinds mensenheugenis nog nooit was gebeurd, de wind draaide naar het oosten en het water sloeg met een geweldige kracht tegen de dijk. Dit is volgens mijn bescheiden mening de oorzaak van de ramp. De dijk spoelde door het overslaande water aan de binnenkant weg, verloor daar zijn steun en bezweek tenslotte. En hij was toch zo breed en sterk. God bidden dat hij de ramp mocht afweren, was het enige dat wij konden doen. Daarom hebben wij van zes tot zeven uur voor het geopende tabernakel gebeden en voor die intentie droeg ik om zeven uur de H. Mis op. Is ons gebed verhoord? Wij mogen dankbaar zijn dat het dag was, toen het water ons bereikte, anders – zo geloof ik – waren vele mensen omgekomen. Na de H. Mis vertelde mij de kapelaan die naar de zieken was geweest: “Ze zeggen, dat de dijk doorgebroken is, het water stroomt met geweld de sloten in.” Ik keek boven uit het vlieringraam van de pastorie in de richting van Monnickendam en zag dat daar de weilanden tot de spoordijk Volendam-Kwadijk alles onder water liep. De tram van kwart voor acht reed juist weg. Een uur later overstroomde de spoordijk en liep het water de Meerpolder in. Het water kwam achter de pastorie steeds hoger in de tuin. De aardappelen en ingemaakte groenten hebben wij met man en macht vanuit de kelder snel naar boven gehaald. Samen met de kapelaans naar de kerk gegaan om te redden wat er te redden viel. Tot de knieën ongeveer moesten we door het water lopen. Om half twaalf heb ik het Allerheiligste uit de kerk gehaald en in de sacristie de paramenten zo hoog mogelijk opgeborgen. ‘s Avonds kwam het water in de benedenverdieping van de pastorie. Zaterdag liep het water weer weg, maar zondag stond het water weer in de pastorie. Gelukkig liep het water ‘s avonds weer weg. Na die tijd hebben we in de pastorie geen water gehad. (Nu ik dit schrijf is het maandag 24 januari 1916).
Zaterdag 15 januari 1916: geen H. Mis. Zondag, maandag en dinsdag een H. Mis bij de zusters.
Zondag 30 januari 1916: twee H. Missen in de kerk, de mannen op de tribune en op het zangkoor. Vier H. Missen in de grote zaal van Hotel Van Diepen, (het hotel op de dijk) voor de vrouwen, de oude mannen en de kinderen. De tocht van de mensen naar de kerk ging moeilijk: door het lage water konden de schuiten met veel volk niet vooruit en raakten aan de grond.
Maandag 31 januari 1916: vandaag begonnen een noodbruggetje te maken van de pastorie naar de dijk, rechtdoor met toegang naar de kerk. Dat zal onze tocht naar de dijk zeer vergemakkelijken. Vrijdag 4, en zaterdag 5 februari 1916: de kerk staat droog, het water was zeer laag. Er woei een voortdurende zuidenwind. Er zouden twee H. Missen in de kerk zijn en een in de zaal bij Van Diepen voor kinderen en ouden van dagen. Maar helaas, de wind ging een weinig westelijk en zondagmorgen stond er een halve voet water in de kerk.
16 februari 1916: Hevige zuidwesterstorm, het water beukt tegen de huizen en de pastorie, het kerkhof is verschrikkelijk gehavend. ‘s Nachts stijgt het water, ‘s morgens een voet in de pastorie. Mijn waterlaarzen doen goed dienst. Kapelaan Veldhuyse gaat naar Amsterdam. Ik heb hem op mijn rug de pastorie uitgedragen naar buiten.”
503-2021>
Zaterdag 15 januari 1916: geen H. Mis. Zondag, maandag en dinsdag een H. Mis bij de zusters.
Woensdag 19 januari 1916: H. Mis in de kerk. Met een boot door de tuin naar de sacristie. Het was zeer stil weer, anders is het bijna niet te doen. Ook het varen naar de zusters is bij harde wind zeer moeilijk.
Donderdag 20 januari 1916: de bisschop bezocht. Vandaar naar Hoorn en per botter weer terug. Een prachtige wind; binnen anderhalf uur waren we over.
Vrijdag 21 januari 1916: altaar opgeslagen in de zaal van de pastorie, daar doe ik samen met een van de kapelaans de H. Mis en laat daarbij zoveel mogelijk mensen toe. Al in de eerste dagen werd besloten, dat een van ons ‘s nachts in een huis op de dijk zou logeren met het Allerheiligste en de H. Olie bij zich, voor eventuele bedieningen. Kapelaan van Baaren nam dat graag op zich. Hulde aan de soldaten, die zo kranig bij de overstroming geholpen hebben door de kinderen, ouden van dagen en zieken in veiligheid te brengen. Door de grote zorg van de heer Beaufort, consulent van de pluimveeteelt, werden 50.000 eenden naar Amersfoort gebracht. De bewoners in de Streek tussen Hoorn en Enkhuizen, hebben veel slaapplaatsen aangeboden, maar het is niet gemakkelijk de vrouwen weg te krijgen uit Volendam. Tachtig kinderen gaan naar de vakantiekolonie van pater Zuidgeest.
Zondag 30 januari 1916: twee H. Missen in de kerk, de mannen op de tribune en op het zangkoor. Vier H. Missen in de grote zaal van Hotel Van Diepen, (het hotel op de dijk) voor de vrouwen, de oude mannen en de kinderen. De tocht van de mensen naar de kerk ging moeilijk: door het lage water konden de schuiten met veel volk niet vooruit en raakten aan de grond.
Maandag 31 januari 1916: vandaag begonnen een noodbruggetje te maken van de pastorie naar de dijk, rechtdoor met toegang naar de kerk. Dat zal onze tocht naar de dijk zeer vergemakkelijken. Vrijdag 4, en zaterdag 5 februari 1916: de kerk staat droog, het water was zeer laag. Er woei een voortdurende zuidenwind. Er zouden twee H. Missen in de kerk zijn en een in de zaal bij Van Diepen voor kinderen en ouden van dagen. Maar helaas, de wind ging een weinig westelijk en zondagmorgen stond er een halve voet water in de kerk.
16 februari 1916: Hevige zuidwesterstorm, het water beukt tegen de huizen en de pastorie, het kerkhof is verschrikkelijk gehavend. ‘s Nachts stijgt het water, ‘s morgens een voet in de pastorie. Mijn waterlaarzen doen goed dienst. Kapelaan Veldhuyse gaat naar Amsterdam. Ik heb hem op mijn rug de pastorie uitgedragen naar buiten.”
dinsdag 13 januari 2026
Elizabeth Demmer • 14 januari 1916
• Elizabeth Demmer–Bruijn (1857-??) was de echtgenote van hoofdonderwijzer Berend Demmer (1858-1944). Berend Demmer was hoofd van de openbare lagere school in Volendam. In haar dagboek schreef ze o.m. over de watersnood van 1916 in Volendam. Zij en haar gezin behoorden tot de zeer weinige Volendammers die niet tijdens de watersnood en de weken daarna hun huis hebben moeten verlaten. In het dagboek komen, behalve haar man, die zij als D. aanduidt, ook haar zoon Piet, haar dochters Frederiek en Marie , haar schoonzoon Aart, haar kleinzoon Japie, Gré, de verloofde van Piet en het dienstmeisje Aagtje voor.
[14 Jan.]
Om 8 uur zagen wij overal water op de straten komen en weldra kwam D. thuis, die ons aanraadde maar het noodigste naar boven te brengen daar hij vreesde, dat er ergens een doorbraak zou zijn, maar aan een andere kant dan waar het van nacht gevreesd werd. Wij togen dadelijk aan ’t werk, om eerst het allernoodigste naar boven te brengen wat later gevolgd werd door allerlei lichte meubelen enz. Intusschen was het water al harder en harder komen aanzetten; weldra in stroomen en later gelijk een waterval zoo hevig dat wij soms ons werk vergaten en met ontzetting naar de watermassa stonden te kijken.
Japie vond het prachtig, had geen oogenblik angst en stond erbij te huppelen en te springen en riep dan af en toe: Opa en Oma komt U nu toch weer eens kijken zooveel water. Eerst vleiden wij ons nog met den hoop, dat ons huis misschien droog zou blijven, daar het zooveel hooger staat dan de huisjes in de … ; wij hadden zooiets nog nooit bijgewoond, maar toen het daar weldra vol werd kwam het water in onzen tuin: wij wilden onze kippen nog in het schuurtje zien te bergen, maar zij werden met de stroom meegevoerd tot achter in den tuin en zoo moesten wij al onze mooie kippen, 17 kippen met een haan, voor onze oogen zien verdrinken, och, wat vond ik dat vreeselijk: later waren wij toch maar blij, dat het dadelijk gebeurd was, want ook in het schuurtje waren ze toch verdronken. Uben had ons verteld dat om 11 uur het water misschien nog zakken zou, doordat de eb dan intrad, maar toen het 11 uur was bemerkten wij er niets van en het water naderde al meer en meer ons huis en wij brachten maar naar boven, zetten het buffet en de groote waschtafel op kisten, plaatsten de boekenkast op de vensterbank en deden wat wij maar konden, tot wij eensklaps overal het water op de vloer zagen komen. Toen vlogen wij nog naar boven met allerlei noodige zaken, doch toen wij weer beneden kwamen was het water al zoo hoog in de kamers, dat wij er niet meer in konden. Wij moesten het dus opgeven en waren ook doodmoe.
De familie van Aagtje kwam haar nog halen, maar zij wilde ons niet alleen laten, wat wij bijzonder aardig van haar vonden.
Wij begonnen het ons nu maar boven wat gezelliger te maken en ook te beraadslagen wat we voor het middagmaal zullen klaar maken en hoe: gelukkig hebben wij 2 emmers aardappelen uit den kelder meegenomen (wij hadden er nog wel voor ƒ 25,-) en 10 à 12 flesschen postelein, ook nog wat vleesch, dan hadden we nog een oud 3 pits petroleumstel en een 1 pits en ook een Belgische lamp: hoewel dus ‘behelperig’ kregen we ons diné tegen 4 ongeveer klaar: om 5 uur konden wij Marie bij ons roepen: zij was met Piet in een bootje op zij van ons huis. Wij konden met hem spreken door het raam, maar ze konden niet bij ons komen. Wij hoorden toen, dat de doorbraak bij Katwou was gebeurd, Marie had het vernomen door bulletins, die in Purmerend rondgestrooid werden, dat de dijk door was en Piet had het in de courant gelezen, terwijl ze elkander in de trein ontmoet hadden. Piet had een tasch met mondvoorraad meegenomen, vooral voor mij, brood, room, eieren en chocola en voor Japie kwattarepen; alles werd dankbaar naar boven gehaald aan een touw door het raam van de bovenvoorkamer, waarna zij de terugreis weer ondernamen, wat, naar wij later vernamen, door het water overal een zeer moeielijke reis was.
In ons huis was het water ’s avonds al boven de vensterbanken; toen wij eens tot rust kwamen, bemerkten wij, dat onze geheele wijk verlaten was, ’s avonds zagen wij aan het licht, dat wij met ons 3 huisgezinnen hier in de omgeving nog woonden.
Frits Veldhuizen, die altijd boven woont, de garnalenpeller en wij, terwijl er 418 huisjes geheel of gedeeltelijk in het water staan, allen door de bewoners in allerijl verlaten sommigen zonder iets te kunnen redden.358-2019>
[14 Jan.]
Om 8 uur zagen wij overal water op de straten komen en weldra kwam D. thuis, die ons aanraadde maar het noodigste naar boven te brengen daar hij vreesde, dat er ergens een doorbraak zou zijn, maar aan een andere kant dan waar het van nacht gevreesd werd. Wij togen dadelijk aan ’t werk, om eerst het allernoodigste naar boven te brengen wat later gevolgd werd door allerlei lichte meubelen enz. Intusschen was het water al harder en harder komen aanzetten; weldra in stroomen en later gelijk een waterval zoo hevig dat wij soms ons werk vergaten en met ontzetting naar de watermassa stonden te kijken.
Japie vond het prachtig, had geen oogenblik angst en stond erbij te huppelen en te springen en riep dan af en toe: Opa en Oma komt U nu toch weer eens kijken zooveel water. Eerst vleiden wij ons nog met den hoop, dat ons huis misschien droog zou blijven, daar het zooveel hooger staat dan de huisjes in de … ; wij hadden zooiets nog nooit bijgewoond, maar toen het daar weldra vol werd kwam het water in onzen tuin: wij wilden onze kippen nog in het schuurtje zien te bergen, maar zij werden met de stroom meegevoerd tot achter in den tuin en zoo moesten wij al onze mooie kippen, 17 kippen met een haan, voor onze oogen zien verdrinken, och, wat vond ik dat vreeselijk: later waren wij toch maar blij, dat het dadelijk gebeurd was, want ook in het schuurtje waren ze toch verdronken. Uben had ons verteld dat om 11 uur het water misschien nog zakken zou, doordat de eb dan intrad, maar toen het 11 uur was bemerkten wij er niets van en het water naderde al meer en meer ons huis en wij brachten maar naar boven, zetten het buffet en de groote waschtafel op kisten, plaatsten de boekenkast op de vensterbank en deden wat wij maar konden, tot wij eensklaps overal het water op de vloer zagen komen. Toen vlogen wij nog naar boven met allerlei noodige zaken, doch toen wij weer beneden kwamen was het water al zoo hoog in de kamers, dat wij er niet meer in konden. Wij moesten het dus opgeven en waren ook doodmoe.
De familie van Aagtje kwam haar nog halen, maar zij wilde ons niet alleen laten, wat wij bijzonder aardig van haar vonden.
Wij begonnen het ons nu maar boven wat gezelliger te maken en ook te beraadslagen wat we voor het middagmaal zullen klaar maken en hoe: gelukkig hebben wij 2 emmers aardappelen uit den kelder meegenomen (wij hadden er nog wel voor ƒ 25,-) en 10 à 12 flesschen postelein, ook nog wat vleesch, dan hadden we nog een oud 3 pits petroleumstel en een 1 pits en ook een Belgische lamp: hoewel dus ‘behelperig’ kregen we ons diné tegen 4 ongeveer klaar: om 5 uur konden wij Marie bij ons roepen: zij was met Piet in een bootje op zij van ons huis. Wij konden met hem spreken door het raam, maar ze konden niet bij ons komen. Wij hoorden toen, dat de doorbraak bij Katwou was gebeurd, Marie had het vernomen door bulletins, die in Purmerend rondgestrooid werden, dat de dijk door was en Piet had het in de courant gelezen, terwijl ze elkander in de trein ontmoet hadden. Piet had een tasch met mondvoorraad meegenomen, vooral voor mij, brood, room, eieren en chocola en voor Japie kwattarepen; alles werd dankbaar naar boven gehaald aan een touw door het raam van de bovenvoorkamer, waarna zij de terugreis weer ondernamen, wat, naar wij later vernamen, door het water overal een zeer moeielijke reis was.
In ons huis was het water ’s avonds al boven de vensterbanken; toen wij eens tot rust kwamen, bemerkten wij, dat onze geheele wijk verlaten was, ’s avonds zagen wij aan het licht, dat wij met ons 3 huisgezinnen hier in de omgeving nog woonden.
Frits Veldhuizen, die altijd boven woont, de garnalenpeller en wij, terwijl er 418 huisjes geheel of gedeeltelijk in het water staan, allen door de bewoners in allerijl verlaten sommigen zonder iets te kunnen redden.358-2019>
maandag 12 januari 2026
Theodor Fontane • 13 januari 1856
• Dagboek van Theodor Fontane
* Theodor Fontane (1819-1898)
Vertaling onderaan
Sonntag d. 13. Januar,
Schweitzer holt uns aus dem Bett. Mit ihm nach 38 Berner Street. Kurze Unterredung mit Mrs. Tucker. Das Haus gemiethet pro 100 £ jährlich. - Mit Wentzel und Schweitzer nach Greenwich. Den Nachmittag über in der Bilder-Gallerie. Mit Interesse den Nelson-room gesehn, der 5 oder 6 kleinere Bilder enthält, die Bezug auf Nelson nehmen. a) Nelson, als Midshipman, bindet mit einem Eisbären an, um seinem Vater das Fell mit heim zu nehmen b) Nelson verliert den Arm bei Tenerifa c) Nelson an Bord des geenterten San Jose (bei St. Vincent) d) Nelson als Volontair bei einer gefährlichen Fahrt und e) Nelson im Amputir-Raum des »Victory« (Trafalgar). Die Sachen sind sammt und sonders ohne großen künstlerischen Werth aber charakteristisch und wirkungsvoll gemacht. In Trafalgar-Tavern (reizende Aussicht auf die Themse) gut und theuer gegessen. Geplaudert am Kamin bis gegen 8. Dann zurück zur Eisenbahn-Station. Unterwegs einen schwäbischen Landsmann getroffen, der uns bis London begleitet. Nach Haus. Einige Strophen für Kugler geschrieben; dann Briefe an Mrs. Wilmot, Emilie, Custom-house und James Morris.
230-2012>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Zondag 13 januari.
Schweitzer haalt ons uit bed. Met hem naar 38 Berner Street. Kort onderhoud met mevrouw Tucker. Het huis gehuurd voor 100 pond per jaar. – Met Wentzel en Schweitzer naar Greenwich. De hele middag in de schilderijengalerij doorgebracht. Met belangstelling de Nelson Room gezien, die vijf of zes kleinere schilderijen bevat die betrekking hebben op Nelson: a) Nelson als adelborst die het opneemt tegen een ijsbeer om diens vel mee naar huis te nemen voor zijn vader; b) Nelson verliest zijn arm bij Tenerife; c) Nelson aan boord van de geënterde San Jose (bij St. Vincent); d) Nelson als vrijwilliger tijdens een gevaarlijke tocht; en e) Nelson in de amputatiekamer van de Victory (Trafalgar).
De stukken zijn stuk voor stuk van geen grote artistieke waarde, maar wel karakteristiek en indrukwekkend uitgevoerd. In de Trafalgar Tavern (prachtig uitzicht op de Theems) goed maar duur gegeten. Bij de open haard zitten praten tot tegen achten. Daarna terug naar het treinstation. Onderweg een Zwabische landgenoot ontmoet, die ons tot Londen vergezelde. Thuisgekomen. Enkele strofen voor Kugler geschreven; daarna brieven aan mevrouw Wilmot, Emilie, het douanekantoor en James Morris.
* Theodor Fontane (1819-1898)
Vertaling onderaan
Sonntag d. 13. Januar,
Schweitzer holt uns aus dem Bett. Mit ihm nach 38 Berner Street. Kurze Unterredung mit Mrs. Tucker. Das Haus gemiethet pro 100 £ jährlich. - Mit Wentzel und Schweitzer nach Greenwich. Den Nachmittag über in der Bilder-Gallerie. Mit Interesse den Nelson-room gesehn, der 5 oder 6 kleinere Bilder enthält, die Bezug auf Nelson nehmen. a) Nelson, als Midshipman, bindet mit einem Eisbären an, um seinem Vater das Fell mit heim zu nehmen b) Nelson verliert den Arm bei Tenerifa c) Nelson an Bord des geenterten San Jose (bei St. Vincent) d) Nelson als Volontair bei einer gefährlichen Fahrt und e) Nelson im Amputir-Raum des »Victory« (Trafalgar). Die Sachen sind sammt und sonders ohne großen künstlerischen Werth aber charakteristisch und wirkungsvoll gemacht. In Trafalgar-Tavern (reizende Aussicht auf die Themse) gut und theuer gegessen. Geplaudert am Kamin bis gegen 8. Dann zurück zur Eisenbahn-Station. Unterwegs einen schwäbischen Landsmann getroffen, der uns bis London begleitet. Nach Haus. Einige Strophen für Kugler geschrieben; dann Briefe an Mrs. Wilmot, Emilie, Custom-house und James Morris.
230-2012>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Zondag 13 januari.
Schweitzer haalt ons uit bed. Met hem naar 38 Berner Street. Kort onderhoud met mevrouw Tucker. Het huis gehuurd voor 100 pond per jaar. – Met Wentzel en Schweitzer naar Greenwich. De hele middag in de schilderijengalerij doorgebracht. Met belangstelling de Nelson Room gezien, die vijf of zes kleinere schilderijen bevat die betrekking hebben op Nelson: a) Nelson als adelborst die het opneemt tegen een ijsbeer om diens vel mee naar huis te nemen voor zijn vader; b) Nelson verliest zijn arm bij Tenerife; c) Nelson aan boord van de geënterde San Jose (bij St. Vincent); d) Nelson als vrijwilliger tijdens een gevaarlijke tocht; en e) Nelson in de amputatiekamer van de Victory (Trafalgar).
De stukken zijn stuk voor stuk van geen grote artistieke waarde, maar wel karakteristiek en indrukwekkend uitgevoerd. In de Trafalgar Tavern (prachtig uitzicht op de Theems) goed maar duur gegeten. Bij de open haard zitten praten tot tegen achten. Daarna terug naar het treinstation. Onderweg een Zwabische landgenoot ontmoet, die ons tot Londen vergezelde. Thuisgekomen. Enkele strofen voor Kugler geschreven; daarna brieven aan mevrouw Wilmot, Emilie, het douanekantoor en James Morris.
Abonneren op:
Reacties (Atom)







