dinsdag 27 januari 2026

Brian Eno • 28 januari 1995

Brian Eno (1948) is een Britse muzikant, producer en kunstenaar. Hij publiceerde een dagboek over het jaar 1995, onder de titel A Year with Swollen Appendices.

28 January
I’m finding myself increasingly coming to resent artists and their daft conceits, Internetters and their stupid gadgetry. Dear Juan (Arzubialde) invited me to Bilbao, and A. arranged for Stewart to go too. The idea was to look at some sites for an installation. Picked up at Bilbao by deputation of sweet Spanish men with strong breath. One of them laid straight into S. (as Godfather of The Well) with tortuous accounts of baud rates and net-surfing. Anyway, to truly fantastic restaurant (Marinaro) in Laredo - where the proprietor very kindly gave me a 1954 Vina Real out of goodness of his heart (I had asked how much such a bottle might cost). Huge meal: wine and all (at 3.30 p.m.).

On to Santander, discussing Real World [A proposal for a future theme park instigated by Peter Gabriel] with Juan, and then a mysterious journey round harbour facilities. ‘Why am I here?’ says a voice deep in my limbic system. The same voice began positively screaming upon our arrival at the oil refinery (turned out to be an olive oil refinery!), when we were thrust into a room of mayors and lawyers and PR men and architects and asked to help design the proposed ‘Data Centre’ on the promenade. This was interspersed by a largely incomprehensible presentation (projected from a laptop, of course) and booklet (all Photoshop-designed - overlays, fades, etc. - and the only thing you really needed, the maps, unreadably minute) - both astonishing triumphs of form over content.

Taken somewhat by surprise, we started by saying that data, as such, is not that interesting. Stewart said that installations that depend on cutting-edge technology are fine the first year, out of date the second, and embarrassing for ever afterwards, and that, on a promenade, people would prefer to walk. S. and I pushed the theme ‘Im prove the promenade’, while I silently fumed at poor Juan for being dropped into this. Still, they seemed pleased that we’d come down ‘for the people’. Later discovered that there had been a big rift within the council between the Internetters and the architects, and that we - hired in by the Internetters - had inadvertently supported the architects.

Another enormous and delicious meal. Must improve my Spanish. To bed at 1.30.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

28 januari
Ik merk dat ik me steeds meer begin te ergeren aan kunstenaars en hun dwaze verwaandheden, en aan internetmensen en hun stupide snufjes. Beste Juan (Arzubialde) nodigde me uit naar Bilbao, en A. regelde dat Stewart ook meeging. Het idee was om enkele locaties te bekijken voor een installatie. In Bilbao opgehaald door een delegatie lieve Spaanse mannen met een sterke adem. Eén van hen begon meteen tegen S. (als peetvader van The Well) met een kronkelig betoog over baudrates en surfen op het net. Enfin, door naar een werkelijk fantastisch restaurant (Marinaro) in Laredo — waar de eigenaar mij uiterst vriendelijk een Viña Real uit 1954 gaf, uit pure goedheid (ik had gevraagd wat zo’n fles ongeveer zou kosten). Enorme maaltijd: wijn en alles inbegrepen (om 15.30 uur).

Verder naar Santander, waar ik met Juan sprak over Real World [een voorstel voor een toekomstig themapark, geïnitieerd door Peter Gabriel], en daarna een mysterieuze tocht langs haveninstallaties. ‘Waarom ben ik hier?’ zegt een stem diep in mijn limbisch systeem. Diezelfde stem begon regelrecht te schreeuwen toen we bij de olieraffinaderij aankwamen (bleek een olijfolie­raffinaderij te zijn!), waar we een ruimte met burgemeesters, juristen, PR-mensen en architecten werden binnengeduwd en gevraagd werden te helpen bij het ontwerpen van het geplande ‘Data Centre’ op de promenade. Dit alles werd onderbroken door een grotendeels onbegrijpelijke presentatie (uiteraard geprojecteerd vanaf een laptop) en een brochure (volledig in Photoshop ontworpen — overlays, fades enz. — waarbij het enige wat je werkelijk nodig had, de kaarten, onleesbaar klein waren): beide verbijsterende triomfen van vorm boven inhoud.

Enigszins overvallen begonnen we ermee te zeggen dat data op zichzelf niet zo interessant is. Stewart zei dat installaties die afhankelijk zijn van de allernieuwste technologie het eerste jaar prima zijn, het tweede jaar verouderd, en daarna voor altijd gênant, en dat mensen op een promenade liever gewoon willen wandelen. S. en ik benadrukten het thema ‘Verbeter de promenade’, terwijl ik in stilte kookte van woede over het feit dat arme Juan hierin was meegesleurd. Toch leken ze blij dat we waren gekomen ‘voor de mensen’. Later ontdekten we dat er binnen de gemeenteraad een grote breuk was ontstaan tussen de internetmensen en de architecten, en dat wij — ingehuurd door de internetmensen — onbedoeld de architecten hadden gesteund.

Nog een enorme en heerlijke maaltijd. Ik moet mijn Spaans verbeteren. Naar bed om 1.30 uur.

maandag 26 januari 2026

Wolfgang Herrndorf • 27 januari 2013

Wolfgang Herrndorf (1965-2013) was een Duitse schilder en schrijver. Nadat bij hem in 2010 een hersentumor geconstateerd werd, begon hij een online dagboek dat hij bijhield tot aan zijn dood. Het is daarna ook in boekvorm gepubliceerd.

Vertaling onderaan

25.1. 2013 8:19
In den Schild aus Eisschollen, der sich von Tag zu Tag weiter und bis hinter die Signalbrücke zurückstaute, schiebt der Eisbrecher eine schmale Fahrrinne. Sie wird immer schmaler, über Nacht schließt sie sich
.
Morgens kann ich kaum sprechen. Wörter mit vier oder mehr Silben kann ich nicht sagen, oft nicht denken. Prognositizieren – im dritten Versuch macht Google einen passenden Vorschlag. Problem immer Verteilung der Konsonanten.

26.1. 2013 19:42
Allein auf dem See. Weiß das Ufer, schwach orange der Vollmond, hinten ist eine Fläche für Eishockey freigeschoben.

27.1. 2013 15:30
Leichter Schneefall, herrlicher Tag, Eine Aufregung wie als Kind. Mit vier hatte ich meine ersten Schlittschuhe. Seitdem immer gelaufen, jeden Winter, jeden Tag, wenn Eis war. Im Winter Eishockey, im Sommer Rollhockey, manchmal zehn oder elf Stunden am Tag, bis Arthrose beide Knie auflöste und mich für lange Jahre zum Fußgänger machte.

Aber zwanzig Jahre habe ich immer Schlittschuhe und Rollschuhe bei jedem Umzug mitgeschleppt. Alles andere weggeschmissen, meine Bilder, Möbel, Bücher, Papiere, alles. Die Schuhe nicht.

Nun sitze ich mit getapeten Knien am Rand des Plötzensees, schnüre die Eishockeystiefel und weiß, es ist das letzte Mal. Mit dem Aufstehen kehrt sofort das alte Selbstvertrauen zurück, und ich weiß, es wird gehen. Ich habe nichts vergessen und nichts verlernt. Aber es geht nicht. Ich schliddere nur so rum.

Der rechte Fuß funktioniert einigermaßen, der linke ist taub und teilt seine Gelenkstellung nicht mit. Die gut geölten Bewegungsroutinen, die das Hirn nach unten meldet, finden keinen Empfänger. Ich kann es nicht mal beschreiben. Analog zum Phantomschmerz vielleicht: Phantomkontrolle. Wenn ich noch einige Stunden übte – aber meine Freunde wollen nach Hause. Wayne Gretzky ist nicht mehr.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

25-1-2013, 8:19
In het schild van ijsschotsen, dat zich van dag tot dag verder opstuwt en tot achter de seinbrug terugdringt, duwt de ijsbreker een smalle vaargeul. Die wordt steeds smaller; ’s nachts sluit zij zich weer.

’s Ochtends kan ik nauwelijks spreken. Woorden met vier of meer lettergrepen kan ik niet uitspreken, vaak zelfs niet denken. Prognosticeren — pas bij de derde poging doet Google een passende suggestie. Het probleem is steeds de verdeling van de medeklinkers.

26-1-2013, 19:42
Alleen op het meer. De oever wit, zwak oranje de volle maan, achterin is een vlak voor ijshockey vrijgeschoven.

27-1-2013, 15:30
Lichte sneeuwval, een heerlijke dag. Een opwinding als die van een kind. Op mijn vierde had ik mijn eerste schaatsen. Sindsdien altijd geschaatst, elke winter, elke dag dat er ijs was. In de winter ijshockey, in de zomer rolschaatshockey, soms tien of elf uur per dag, totdat artrose beide knieën aantastte en mij voor lange jaren tot voetganger maakte.

Maar twintig jaar lang heb ik bij elke verhuizing altijd mijn schaatsen en rolschaatsen meegesleept. Al het andere weggegooid — mijn schilderijen, meubels, boeken, papieren, alles. De schoenen niet.

Nu zit ik met ingetapete knieën aan de rand van de Plötzensee, veter de ijshockeyschoenen en weet: dit is de laatste keer. Zodra ik opsta, keert meteen het oude zelfvertrouwen terug en weet ik: het zal gaan. Ik heb niets vergeten en niets verleerd. Maar het gaat niet. Ik glijd maar wat rond.

De rechtervoet functioneert enigszins, de linker is gevoelloos en geeft zijn gewrichtsstand niet door. De goed geoliede bewegingsroutines die de hersenen naar beneden sturen, vinden geen ontvanger. Ik kan het niet eens beschrijven. Misschien te vergelijken met fantoompijn: fantoomcontrole. Als ik nog een paar uur zou oefenen — maar mijn vrienden willen naar huis. Wayne Gretzky bestaat niet meer.

zondag 25 januari 2026

Rutka Laskier • 26 januari 1943

Rutka Laskier (1929-1943) was een Pools meisje dat in een Duits concentratiekamp om het leven kwam. Ze hield in de laatste maanden van haar leven een dagboek bij.

's Ochtends - 26 I 43 Dinsdag
Micka is weer met de nodige nieuwtjes gekomen. 'Iemand' heeft tegen haar gezegd dat ik mijn haren voor Janek heb geknipt, dat ik voor Janek zijden kousen draag enzovoort. Een botte leugen. Alsof ik iets om hem geef. Als ik Tusia ooit nog eens op straat tegenkom zal ik haar vragen wie haar toestemming heeft gegeven om dit soort roddels rond te strooien, en ik zal daarbij niet verzuimen een incidentje te noemen dat plaatsvond in de nacht van 2 op 3 januari. Ik wil haar mondje snoeren met die ontmoetingen. Ik ben benieuwd wat het zal opleveren. Vandaag ga ik naar de fotograaf. Ik laat voor 5 mark zes foto's maken, op rekening van het loon dat onderweg is.

Cesare Pavese • 25 januari 1948

Cesare Pavese (1908-1950) was een Italiaanse schrijver. In 2003 verscheen Leven als ambacht, met daarin dagboeken en brieven. Vertaling: Anton Haakman.

25 januari 1948
Het is niet zo dat iedereen dingen overkomen als gevolg van een lotsbestemming, nee, iedereen duidt de dingen die zijn gebeurd, als hij er de kracht toe heeft, door ze zo te rangschikken dat ze een bepaalde betekenis krijgen, dat wil zeggen, een bestemming.

Er zijn in Turijn straten, boulevards waar mensen hebben gelopen en gewoond die de oorlog heeft geveld en vermoord. Tevreden, verstandige mensen die toen van belang waren en die je nauwelijks kende. Het was een hele samenleving. Waarom is die er geweest?

George Gissing • 24 januari 1893

George Gissing (1857-1903) was een Britse schrijver. Zijn treurige leven wordt uit de doeken gedaan door Geerten Meijsing in Tirade, aan de hand van dagboekfragmenten van Gissing.

Dinsd. 24 januari [1893]. Druilerig, warm. Vier bladzijden aan verhaal geschreven. — 's Avonds, op weg naar huis, een folterende pijn in de gedachte dat ik nooit kan hopen thuis een intellectuele gesprekspartner te hebben. Ben veroordeeld om voor eeuwig met minderen om te gaan - en dan nog van zulke grove stompzinnigheid. Nooit een woord gewisseld behalve over het schamele alledaagse huishouden. Nooit een woord tegen mij, van niemand, van begrip en sympathie - of van aanmoediging. Weinig mensen, daar ben ik zeker van - hebben zo'n bitter leven gekend. De helft van boek 3 van Sint Augustinus gelezen en enige bladzijden van [Cicero's] “De Oratore”.’

donderdag 22 januari 2026

Jozef van Walleghem • 23 januari 1799

Jozef van Walleghem (1757-1801), een Brugs handelaar in garen en linten die een winkel hield op de Eiermarkt, hield van 1787 tot 1800 een journaal bij, dat eind vorige eeuw door het Stadsarchief van Brugge gepubliceerd is. Zijn dagboeken gaan over de cruciale periode van de Franse Tijd te Brugge.

(22 januarij 1799)
Op den 22 januarij is 's morgens van 10 uren tot 4 uren 's middags door den scherpregter op een schavot op den Burg met een placaet boven haer hooft aen eene staek gebonden en tentoongestelt voor het volk Marie Gaeremijn, oudt 44 jaeren, naeijster van stijle, geboortig van Kortrijk en lest gewoont hebbende tot Rijssel, door den crimineelen regtsbank overtuijgt zijnde van eene partije goederen tot Kortrijk gestolen, t'haeren huijse verborgen, te hebben, waerom zij t'eijnden de executie tot 12 jaeren opsluijting in een correctiehuijs is verwesen geworden.

(23 januarij 1799)
Op den 23 januarij zijnde woensdag quartidi den 4 pluviose ende martdag, saeg men 's morgens tot elks verwonderinge op de Mart geplaest de quillotinne in 't midden der graenmart. Korts voor twalf en half uren wiert onder den grootsten toeloop van volk, gekleet in 't root op eenen waegen vanuijt de vangenis naer dezelve vervoert eenen man, oudt boven de 60 jaeren, bij zig hebbende op den waegen eenen beeedigdigden priester, genaemt Bonavontura, gewesen Discals, welken hem verselde tot op het schavot en naer nedergeknielt te hebben en van desen priester de generaele absolutie te hebben ontfangen, is hij aen het moorttuijg gebonden en zijn hooft onder het scherpsnijde mes geleijt zijnde, wiert het door den scherpregter nedergelaeten, maer dat elk beklaegde, omdat desen moorder zig zoo gewillig hadde gedraegen was, dat het mes, evenals in de laeste executie van Salembier gebuert is, met den eersten slag niet doorviel en het hooft maer half afsloeg, in alle haest liet den scherpregter het moortmes andermael vallen en eer het twalf en half uren geslaegen was lukte den tweeden slag, wanneer het hooft afgehouwen en seffens met het lichaem naer het generael kerkhof vervoert en begraeven wiert. Desen moorder was sedert eenigen tijdt door den crimineelen regtsbank verwesen en hadde van sententie geappelleert bij het tribunal van cassatie tot Parijs, over eene begaene moort op het canton van Provisie eenen chirurgijn aldaer hadde hem ledent eenigen tijdt van eene wonde teenemael genesen en reets merkelijcken tijdt geleden zijnde, kwam den zelven t'zijnen huijse om voor den arbeijd van zijne konst betaelt te worden. Den moorder zeijde hem dat hij zoude naer zijn huijs medegaen en naer de rekening te hebben naergesien, dat hij hem zoude hebben betaelt. Den chijrurgijn ter goeder trouwe met hem medegaende en het eene woonhuijs van het ander eene merkelijcke distantie van malkaer afgelegen zijnde, heeft desen moorder zijnen weldoender langs den weg met een mes doodtgesteken en hem ter plaetse laeten liggen, van welk afschrikkelijk fait door den crimineelen regtsbank overtuijgt zijnde, is hij regtveerdig ter doodt veroordeelt geworden.

Op den Burg was heden ook het schavot geplant en van negen uren 's morgens tot 3 uren 's middags, wiert op hetzelve gekleet in 't root met een placaet boven zijn hooft door den scherpregter aen eenen staek gebonden eenen man, oudt 20 jaeren, lest gewoont hebbende tot Poeven, welken ook van sententie hadde geappelleert, omdat hij voor het trouwen van eene tweede vrouw terwijl de ander nog leefde tot 6 uren tentoonstelling en twalf jaeren in d'ijzers verwesen was, welke hem ook niettegenstaende zijn appel t'eijnden de executie aengeslaegen wierden.

woensdag 21 januari 2026

Stijn Streuvels • 22 januari 1915

Stijn Streuvels (1871–1969) was een Vlaamse schrijver. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.

22 januari 1915.
't Weer is opgeklaard en in lichte vorst veranderd.
Nu komt ook de opheldering in de zaak van de kanonnen te Moen. 't Zijn de recruten die in Kortrijk geoefend worden, en naar buiten een loze oorlog ['schijnoorlog, legeroefening'] komen doen. Angst en vrees zijn dus weer verdwenen, maar ook de hoop op een ontknoping. Als we nu zware slagen horen heel in de nabijheid, weten we toch waaraan ons te houden en we zullen niet hoeven te gaan lopen.

23 januari 1915.
't Is windstil met lichte vorst en het geschut herneemt ten westen in alle hevigheid (niet te Moen maar in de gewone richting) en toch heeft het niet zijn gekende galm, - de slagen zijn doffer en buitengewoon zwaar en kort - iets als het ploffen van dorsvlegels in een schuurvloer waar reuzen aan 't werk zijn.
In de nood leert men zijn vrienden kennen. Vandaag komt er een tot mij, van wie ik het niet zou verwacht hebben, die me toefluistert: ‘Hebt gij nog petrool? Zeg het aan niemand, maar we hebben er nog een paar liters en nu dat de dagen lengen, kunnen we het zonder wel doen... en mijn vrouw bracht me op 't gedacht met te zeggen dat gij hem voorzeker meer nodig had dan wij, omdat we zien dat er 's avonds laat altijd nog licht is aan uw venster... Zulke gevoelens, die men anders nooit zou veronderstellen bij mensen, komen nu met de oorlog naar boven. Ik was er heel door aangedaan en zit me nog te bedenken waarmede ik zulk geschenk vergoeden zal, want van geld of betalen wilde de man niet horen. ‘'t Is een plezier, mijnheer,’ zegde hij. Het wordt een hele zeldzaamheid als men zoiets krijgt. Tarwe, kolen, zout en veel andere dingen kosten duur, doch met geld kan men ze zich aanschaffen, petrool echter is in geen winkels meer te vinden... men moet hem krijgen van de goede mensen.