zondag 9 oktober 2016

E.J. Rudsdale -- 8 oktober 1944

E.J. Rudsdale (1910-1951) was een Britse museumcurator die in de oorlog een dagboek bijhield. Het geeft een beeld van het leven in een klein stadje gedurende die jaren.

[8th October 1944 - Struan]
Sunday
Glorious morning. No breakfast. Across Grampians. Managed to get a loaf at Edendon, from a very slatterly ill mannered young woman!

Sheep. Herd of goats near Dalwhinnie. Top of Drumochter down into Invernessshire. Got cup of tea at lorry drivers’ place towards Newtonmore. Tea bad. First place I saw open since leaving Perth, over 60 miles back. By now just gone.

Clouds but no rain. Saw mill working on Sabbath.

Sometimes saw nothing in an hour. Mountains a wonderful indigo.

[9th October 1944 - Aviemore to Inverness]
Monday
Glorious sunny morning. Sun came creeping over the mountains straight into the window. The breakfast good. Left 10.30. Trees and gorse beginning to turn yellow, brown, grey. Wonderful colouring. To Carrbridge easily, magnificent arch of the ancient bridge still standing, a great semi-circle. Much forestry work along here mostly Newfoundlanders.

Saw the place where the fire was last year, near the Slochd. Then Tomatin, where I had left Meg MacDougall [wartime curator of Inverness Museum] last year, and so Slochd summit, then down swiftly easily pleasantly to Moy, the island burial ground never to be used again, still and silent in the water. Then Daviot, carting oats on little tumbrels, a girl loading, just below the church. Sound of machine gun firing away in the hills. Row of “fairy hills”, little tumuli near Culloden Moor. Then far and deep blue was Moray Firth. Long swift easy run down to Culcaback, past King David’s well and so to Inverness. Surprised to find it on 2pm. Had v. expensive lunch of sausages for 2/6, then to see Meg. Glad to see me, but wanted to talk politics all the time. Mad on Labour Party affairs. Yet she has no despondency and looks forward eagerly. Heard that a Jerry had been shot down off the Firth that morning, and that full blackout remains here.

Had tea, cinema for 2 hours then to ARP and Police station to see Meg on duty. Introduced to Insp. Chisholm. Heard that 3 Germans have escaped from a camp in N. Riding.

Got room through Mrs G. at top of high building in Church St. Felt rather ill tonight.

NB Cinema Attendant aged 60, German wife gave birth at 51 about 2 yrs ago.

donderdag 6 oktober 2016

Marjan Berk -- 7 oktober 1983

Marjan Berk (1932) is een Nederlandse actrice en schrijfster. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Vrijdag [7 oktober]
Verheugd de mooie kritiek op de Goochempagina in Het Parool gelezen. Wel erg gegiecheld bij de passage 'duurst gemonteerde kindermusical hier ooit vertoond!' Low budget werken en er dan black-light opzetten, dat was het geheim! Nog helemaal vergeten te vertellen, dat onze nieuwe burgemeester na de voorstelling op woensdagmiddag op prima en gelukkig niet te lange manier toespraak hield, de kinderen reikten zelf de griffels en penselen uit, niet gehinderd door volwassenen; en stamporkest van eigen samenstelling verzorgde de muzikale omlijsting.

Zaterdag
In bed gebleven. Stapels boeken, kranten, achterstallig leeswerk naast bed, helaas door medicijnen niet in staat meer dan drie zinnen achter elkaar te lezen, zodat droom van dagje niksen en lezen inkromp tot slapen!

Zondag
Gewekt door tante uit de Betuwe, die raar medisch verhaal vertelde. Ze werd voor kleine operatieve ingreep twee dagen opgenomen in zo'n modern gammapaleis. Na 24 uur in bed te hebben gelegen, mocht ze er even uit. 'Ik voel mij wat zweverig, zuster!'
'Ja mevrouw, dat komt ervan als je 24 uur verticaal hebt gelegen!'

Maandag
Het tikken van een dagboek is voor zieke arm geen pretje! Moet toch oppassen, dat dit geen zielig verhaal wordt! Hoewel een verslagje van de toestand van de medische ethiek in het weekend en het krijgen van adekwate hulp op juiste moment wel een snoezig dagboek apart zou opleveren! Enfin, Jan Blokker heeft op identieke wijze dat al schitterend gedaan in het behandelen van zijn Brandende Kwestie in Vrij Nederland, daarmee het waterhoofdachtige apparaat van hulpverlening, dat op het moment dat je het nodig hebt, niet functioneert, stevig aan de kaak stellend! Maar gelukkig bestaat dokter V., wiens bedside-manners impeccable zijn en zijn hulp bij gruwelijke pijn zeer afdoend. Maak voor de verandering maar weer eens lekker eten klaar, heb het de laatste weken behoorlijk vaak laten afweten met iets tè eenvoudig voedsel waarbij tomaten en gehakt de hoofdrol speelden. Zelfgemaakte appelmoes en prei in de oven, dat is vandaag de goedmaker voor enige weken slonzig eten.

woensdag 5 oktober 2016

Mary Dresselhuys -- 6 oktober 1979

Mary Dresselhuys (1907-2004) was een Nederlandse actrice. In 1979 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad korte tijd een 'Hollands dagboek'bij.

Zaterdag [6 oktober]
'Kom eens even langs bij Karel Prior.' Even! Dat duurt vijf kwartier. Daar had ik dus ook alweer tegenop gezien. Maar als iemand zijn vak zo verstaat als hij en bij een vlug kopje koffie vooraf zegt: 'Nee, laten we maar nergens over praten, laten we het allemaal spontaan houden,' dan krijg je meteen een scheut van zijn zelfvertrouwen. En dan vliegt de tijd om. En wie vindt het niet zalig om maar over zichzelf te zitten praten tegen een ademloze luisteraar? En van die mensen thuis die eventueel de knop omdraaien merk je niets. Een zaal gaat schuifelen of hoesten, maar de tactvolle radio en TV kunnen ons niet kwetsen.
Toen ik thuis was ging de telefoon. De boodschappendienst: 'Bent u het zelf? Ik heb een boodschap voor u van Ramses Shaffy.' 'Zegt u het maar.' 'Hij houdt van u.' 'Dank u wel.' 'Hebt u het begrepen?' 'Ja, zeker. Het is helemaal Ramses. Ik ben er erg blij mee. Dank u zeer!'
Ramses die om kwart over negen 's morgens aan de radio zat! En, zo bleek een half uur later toen hij zelf opbelde, vijf kwartier geluisterd had. Ramses, een zeer, zeer dierbare, 't Is zes uur. Auto naar Sliedrecht.

dinsdag 4 oktober 2016

Joseph Banks -- 5 oktober 1769

Joseph Banks (1743-1820) was een Engelse natuuronderzoeker en botanicus. Hij maakte deel uit van de eerste expeditie (1768-1771) van James Cook, en hield van die reis een dagboek bij.

1769 October 4.
Several small peices of sea weed are seen today but no heaps; weather pleasant, breeze rather of the gentlest. Towards evening we were entertaind by a large shoal of Porpoises like those of the 30th of last month; they came up to the ship in prodigious circl[in]g action leaping out of the water sometimes 2 or 3 feet high as nimbly as Bonetos; immediately after them came a number of a larger sort quite black who movd very heavy in the water; both these troops kept their course by the ship without taking much notice of her probably in pursuit of some prey.

1769 October 5.
Our old enemy Cape fly away entertaind us for three hours this morn all which time there were many opinions in the ship, some said it was land and others Clouds which at last however plainly appeard. 2 Seals passd the ship asleep and 3 of the birds which Mr Gore calls Port Egmont hens, Larus Catarrhactes, and says are a sure sign of our being near land. They are something larger than a crow, in flight much like one, flapping their wings often with a slow motion; their bodies and wings of a dark chocolate or soot colour, under each wing a small broadish bar of dirty white which makes them so remarkable that it is hardly possible to mistake them. They are seen as he says all along the Coast of America and in Faulklands Isles; I myself remember to have seen them at Terra del Fuego but by some accident did not note them down. Just before sun set we were much entertaind by a shoal of Porpoises like those seen yesterday; they kept in sight of the ship for near an hour, all that while as if in hot pursuit of some prey, leaping out of the water almost over each other; they might be very justly compard to a pack of hounds in full cry only their numbers which were some thousands made them a much more considerable object; sometimes they formd a line near ¼ of a mile in lengh, sometimes contracted them selves into a much smaller compass, keeping the water wherever they went in a foam so that when they were so far from the ship that their bodys could not be distinguishd any man would have taken them for breakers.

1769 October 6.
This morn a Port Egmont hen and a seal were seen pretty early. At ½ past one a small boy who was at the mast head Calld out Land. I was luckyly upon deck and well I was entertaind, within a few minutes the cry circulated and up came all hands, this land could not then be seen even from the tops yet few were there who did not plainly see it from the deck till it appeard that they had lookd at least 5 points wrong. Weather most moderate. We came up with it very slowly; at sun set myself was at the masthead, land appeard much like an Island or Islands but seemd to be large. Just before a small shark was seen who had a very piked nose something like our dog fish in England.

maandag 3 oktober 2016

Harry Graf Kessler -- 4 oktober 1929

Harry Graf Kessler (1868-1937) was een Duitse kunstverzamelaar, museumdirecteur, schrijver, publicist, politicus, diplomaat en pacifist. Hij hield 57 jaar lang een dagboek bij.

Paris. 4. Oktober 1929. Freitag
Alle Pariser Morgenzeitungen bringen die Nachricht vom Tode Stresemanns in größter Aufmachung. Es ist fast so, als ob der größte französische Staatsmann gestorben wäre. Die Trauer ist allgemein und echt. Man empfindet, daß es doch schon ein europäisches Vaterland gibt. Die Franzosen empfinden Stresemann wie eine Art von europäischem Bismarck.
Die Legende beginnt; Stresemann ist durch seinen plötzlichen Tod eine fast mythische Figur geworden. Keiner von den großen Staatsmännern des neunzehnten Jahrhunderts, weder Pitt noch Talleyrand, noch Metternich,noch Palmerston, noch Napoleon III., noch Cavour, noch Bismarck, noch Gambetta, noch Disraeli, hat eine so einstimmige Weltgeltung und Apotheose erreicht. Er ist der erste, der als wirklich europäischer Staatsmann in Walhalla eingeht. Die ›Times‹ schreiben in ihrem Leitartikel: ›Stresemann did inestimable service to the German Republic; his work for Europe as a whole was almost as great.‹
Um etwas Ähnliches an allgemeiner Trauer und Weltgeltung zu finden, muß man auf den Tod des von Stresemann so bewunderten Byron zurückgehen. Als ich ihn im Kriege auf meine Kosten auf die ›Times‹ abonnierte, damit er einen europäischen Überblick bekäme, haben weder er noch ich ein solches Ende, eine solche europäische ›gloire‹ vorausgesehen! Es ist sehr bemerkenswert, wie seit dem Kriege fast nur Deutsche Weltgeltung erlangt haben; auf allen Gebieten: Einstein, Eckener, Köhl, Remarque, Stresemann usw., denen an ähnlichen Reihen nur etwa Lindbergh, Lenin, Proust gegenüberstehen. Vieles an diesen Auszeichnungen durch die Masse der Zeitungsleser ist schief und übertrieben, aber das Phänomen als Ganzes ist doch beachtenswert.

zondag 2 oktober 2016

Irene Mokka -- 3 oktober 1948

Irene Mokka (1915 -1973) was een Roemeense schrijfster die in het Duits schreef. Haar Tagebuch 1948-1973 is te lezen bij Google Books.

3.10.48 In leise goldnem Regen rieselt das Sterben durch die Welt. Wo ist der Sommer hin? Vögel sind in traurigen Zügen südwarts gezogen. Noch blühen letzte Blumen. Aber bald werden auch sie müde hinsinken. Das Land will schlafen. Reifensmüde. Es ist wundervoll, jedem Zug des Lebens wach und offen zu folgen. Wie mir ist, ich weiß es nicht. Letzte Ungeduld vor einer Erfüllung, letzte Zweifel, letzte Müdigkeit. Werd' ich nun bald deine Frau? Manchmal möchte ich schreien, nehmt doch alle eure Konventionen, nehmt all euren lauten Kram, nehmt eure wichtigen Sorgen und lasst mir meine Liebe unangetastet. Lasst sie mir, ohne euer Mitwissen, ohne eure Einmischung. Zerstört mir nicht mit tausend Umwegen ihre Stille, ihre innere Macht, die mich so nah an Gott drehte. Ich muss mich manchmal fragen: liebe ich noch? Alle wissen es jetzt schon besser als ich selber. Ich suche zurück in die wundervoll reichen Tage des vergangenen Herbstes und bin unendlich traurig, dass nun alles so geworden ist. Überallhin streckt schale Alltäglichkeit ihre Fühler. Ich will nun öfter schreiben. Viele Gedanken kreisen durch mich. Stille Beobachtungen, Klarheiten, die mich plötzlich streifen. Wenn ich zu schreiben beginne, quäle ich mich um jedes Wort.

Meine Kinder gehen nun schon in die Schule und Kindergarten. Ich habe nicht genug Einfühlungsvermögen. Ich bin keine gute Mutter. Ungeduldig, schroff. Ja, sie sind schlimm! Aber bin nicht ich schuldig? Wenn ich der schonen Zeit der Erwartung denke, schäme ich mich, dass es so gekommen ist. Es muss anders werden. Das Leben besteht nicht nur aus lyrischen Stimmungcn. Die Tage in den Bergen sind lange verrauscht. Spätsommerseelen, wie du, Liebster, uns nanntest, glühten heißer als dunkle Sommerglut. Ich werde die Tage nie vergessen. Über sie zu schreiben, wäre mir unmöglich. Ich habe nicht die Gabe des Erzählens. Vor Tagen streifte mich die Erinnerung früher Jugend. Seltsam, als wäre kaum ich es gewesen, und doch so lebendig, dass ich die Verjüngung leibhaftig spürte. Es ist gut, schmeichelnd und wehmütig zugleich, zu wissen, dass man nicht vergessen wurde. Es hätte anders kommen können. Ob besser? Ich blieb auch damals schon leer und arm neben einer Liebe, die, heut' weiß ich's, nur aus den Sinnen schöpfte. Ich bin unbefriedigt, weil ich nicht viel Arbeit habe. Ich bin das lockere Arbeiten nicht gewohnt. Es ist mir nicht gut. Was bringt die nächste Zukunft? Die ewige Spannung hemmt mich. Ich möchte meinen Weg schon wissen. Die Zimmer beginnen kalt zu werden. Ich will ins Bett. Soll ich immer wieder Klagen niederschreiben? Mein Gott, wie seltsam ist das Leben, die Welt, ich selber und alles, alles ...

zaterdag 1 oktober 2016

Willem Oltmans -- 1 oktober 1965

Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de dbnl. De papieren versie wordt uitgegeven on der de titel Memoires.

1 oktober 1965
In Indonesië heeft een coup plaatsgevonden. Ik lees een telegram van Jeff Williams van de Associated Press in Tokio: ‘General Abdul Harris Nasution crushed an uprising against president Sukarno, and both he and Sukarno are safe and well, Radio Jakarta reported tonight. The broadcast announcement came a few hours after a revolutionary council, led by Lt. Colonel Untung, a battalion commander in Sukarno's bodyguard regiment, announced it had seized power and proclaimed itself “the source of all authority”. Untung's revolutionary council, during its bid for supremacy, had declared that Sukarno (64) was “under protection” of the council. This led to speculation that the strong man had been removed. There was no immediate report on Sukarno's whereabouts. Untung, in a broadcast before the government's counter-move, has said he took the action because a number of generals and the cia had planned an anti-Sukarno coup.’
De Associated Press meldde tegelijkertijd vanuit Kuala Lumpur dat legereenheden onder leiding van generaal Suharto loyaal waren aan Sukarno en Nasution, en Untungs machtsgreep verijdeld hadden. Maar het conflict duurde nog voort en had zich verspreid naar Midden-Java. Wat kan er in godsnaam zijn gebeurd?
Sliep in de trein naar Philadelphia. Om 13.30 uur een lezing gegeven aan het State College in Cheyney, Pennsylvania. Het bleek een bijna geheel zwarte school te zijn. Ik werd door een zwarte en blanke docent opgewacht op het station. Ze wilden me meenemen naar een restaurant, maar ik zei dat ik liever bij de studenten lunchte om de sfeer te proeven. Het optreden verliep redelijk.

2 oktober 1965
‘sukarno safe in indo coup’ meldt de Daily Mirror in vette letters op de voorpagina. Er is nog weinig nieuws uit Jakarta. Het valt me op dat Marshall Green pas op 26 september, dus afgelopen maandag, aan Sukarno zijn geloofsbrieven overhandigde. Green, mij wel bekend, werd er indertijd van verdacht een hand te hebben gehad in het afzetten van president Synghman Rhee in Korea, waar hij die dagen ambassadeur was.
Untung heeft gezegd dat hij zijn coup pleegde om een CIA-interventie in Indonesië te voorkomen. Wie deze memoires heeft gevolgd, weet dat er sedert 1961 een samenzwering werd beraamd door een aantal generaals onder aanvoering van Abdul Haris Nasution. Deze militairen werkten ten nauwste samen met de CIA. Robert McCloskey, woordvoerder van het State Department, doet natuurlijk alsof de VS van de prins geen kwaad weet. Het State Department heeft trouwens geen benul van wat de cia uitvreet, evenmin als het Witte Huis of de president van de VS weet wat de CIA werkelijk in de wereld uitspookt. **
De kranten staan vol over Indonesië, maar niemand schijnt te weten wat er precies in Jakarta is gebeurd. Wanneer de Herald Tribune bij Cindy Adams te rade moet gaan, weet je hoe laat het is.
Willebrord Nieuwenhuis belde. Hij had gehoord dat Bungkarno een staatsgreep tegen zichzelf had gearrangeerd om zijn macht te kunnen vergroten. Er zouden doden zijn gevallen. Generaal Pandjaitan (de vriend van W. Verrips, toen militair attaché in Bonn) zou zijn gedood.
Jonathan Raymond noemt in een brief zijn financiële positie ‘far from ideal’, maar zodra hij kans ziet wat geld bij elkaar te schrapen wil hij weer een cello aanschaffen en gaan studeren. Hoe dikwijls heb ik niet dezelfde gedachte gehad, maar het kwam er niet meer van. Jammer.


** Men behoeft slechts te denken aan het feit dat de CIA in de Golf van Tonkin op eigen oorlogsschepen schoot, om zo president Johnson ertoe te brengen Noord-Vietnam aan te vallen.