dinsdag 23 juni 2026

Bep Vuyk • 24 juni 1945

• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.

Eind juni 1945
Morgen wordt onze hoeveelheid rijst gehalveerd. Hiermee zijn alle geruchten die de afgelopen drie maanden de ronde deden uitgekomen, zelfs het ene goede gerucht over de Rode-Kruispakketten. Die zijn inderdaad in mei uitgedeeld, nog niet de helft van wat we in mei 1944 kregen. Alleen een stukje kaas, een half blikje jam en een blik corned beef, te delen met vier personen. We zullen ook boengkil moeten gaan eten, zeg ik tegen Rudi. Dan word ik net als de verloren zoon die de draf der zwijnen at.
Ondanks mijn bezorgdheid over hem moet ik toch lachen. Mijn zoontje bezit een soort galgehumor, die soms schokkend is en die ik toch waardeer. In Kota Paris, waar we de eerste ervaring met echte honger opdeden, was een familie die op katten jaagde. Er werd algemeen schande over gesproken, maar Rudi trok de historische parallel: 'Wat leuk, net als bij het beleg van Leiden.' Hij slaapt al, maar ik lig nog wakker en denk na. Boengkil zijn perskoeken van kedele [soja] bonen, die vermengd met veel water aan de varkens worden gegeven. We zullen ze moeten laten gisten om ze verteerbaar te waken, ('t) dan koken. Hoe kook je zonder vuur en zonder pan?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten