dinsdag 8 mei 2018

Frederik van Eeden -- 9 mei 1896

Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij. In mei 1896 nam hij de zeer aan lager wal geraakte Willem Kloos in huis (zie ook onderaan).

zaterdag 2 mei
[...] De begrafenis van Gine was in het geheel niet luguber. Ik vind niets eigenlijk luguber meer. Ik heb tegen Kloos' komst** opgezien, en er slecht van gedroomd. Nu is 't weer mogelijk dat hij niet komt. En ik voel dat ik kalm, rustig, recht ga. Ik heb niet veel gewerkt de laatste dagen.

zaterdag 9 mei
Veel warmer, de laatste dagen, mooi Mei-weer. Het is nu bijna groen. De eiken beginnen. Maar droog. N.wind. ▫ Sinds gister is Kloos hier. Ik ben er zeer bezwaard onder geweest, maar nu gaat het weer. Hij zelf is zeer goed en geschikt, luistert naar allen raad, en behalve een zwakheid van zijn geheugen is zijn geest en zijn gedrag normaal. Maar ik was er onrustig over en bezwaard en sliep slecht. God geve mij sterkte. Het is maar net wat ik houden kan. Het doet hem merkbaar goed. Maar de arme Ada is er erg zenuwachtig onder.

zaterdag 16 mei
Sinds een paar dagen weer koud, vandaag grijs en grimmig, en dor, in weken geen regen. ▫ Het gaat goed met Kloos. Hij wordt veel beter en is nagenoeg normaal. Maar nu voorzie ik juist de moeielijkheden, omdat ik prikkelbaar zou kunnen worden. Martha en hij schieten goed op, maar daarin is een versterking van beider laxheid, die ik vrees.

woensdag 27 mei
N.wind, droog, stoffig. Het is maar een paar dagen zacht en stil geweest. Meestal koud, harde N.wind en droog. ▫ Eergister at B. hier, maar het ging niet goed. 23 Mei heb ik er heen gevietst en lief gewandeld, bij de offerplaats. 's Avonds gingen wij met Ada en Kloos naar Valkeveen theedrinken. Het was een mooie avond. Ada is nu weg. Ik werk weer wat aan Lioba, dat moet nu af. Het gaat met Kloos goed, ik heb geen moeite. [...]

3 juni
[...] Kloos maakt het goed. Hij verveelt me met zijn gerijmel en er is maar weinig moois of stichtelijks in zijn omgang. Maar het gaat goed, ik ben rustig en gemakkelijk, ofschoon gereserveerd. [...]

8 juni
[...] Zaterdag was frle Sandberg hier, een mooi meisje, wat dweeperig en jong. Vereerster van Van Deyssel en Kloos, een van dat spoedig mee te sleepen soort dat al veel kwaad gesticht heeft. Kloos en ik wandelden met haar naar Hilversum. [...]

30 juni
[...] Martha is naar Haarlem. Ik voel hypochonder en verlaten. Kloos heeft gister gedronken. Ik merkte het dadelijk en hij verraadde zich naïef weg. Toen is hij heel deemoedig geworden, en ik heb nu nog meer prestige. Maar het is ook griezelig.
O wat verlang ik naar de zee en naar eenzaam zomerleven zooals vroeger.

donderdag 13 juli
[...] Kloos is goed en ik wen zeer aan hem.

zondag 16 augustus
[...] Kloos gelukkig goed gebleven. Hij is vervuld van zijn bekroning. Ik had het mij vooruit voorgesteld dat het zoo zijn zou, en ik ben blij dat het zoo gegaan is. Het is het beste, en helpt mij zeer, door den goeden invloed op Kloos.

zondag 13 september
[...] Martha heeft Kloos gister scherp de waarheid gezegd over zijn leelijke verzen, want hij doet soms zoo irritant alsof hij zichzelf niets te verwijten heeft. Toen trok hij zich dat sterk aan, en is er nu nog stil van. Dat is een goed teeken.

zondag 4 oktober
[...] Kloos is bij Linn. Het gaat goed.***


** Vanuit Paviljoen 3 wordt Kloos overgebracht naar het krankzinnigengesticht in Utrecht. ‘Het is volstrekt nog geen waanzin,’ is dan de diagnose van Van Eeden, ‘maar excessief wantrouwen, zoals altijd in zijn karakter lag.’ Na een halfjaar verpleging komt Van Eeden met de verrassende mededeling dat hij Kloos wel bij zich in huis wil nemen. Zo arriveert Kloos op 9 mei 1896, drie dagen na zijn zevenendertigste verjaardag, bij de Van Eedens op villa Dennekamp in Bussum, voorzien van de schriftelijke belofte niet meer te drinken. ‘Ik help hem vooral uit medelijden, omdat hij er mij om gesmeekt heeft en ieder ander hem in den steek liet, maar van een diep inzicht of begrip van wat hij gedaan heeft merk ik niet veel. Hij heeft nog altijd maar een zorg, zijn eigen figuur op te houden, zijn eigen houding te idealiseren als die van de grooten, sterken martelaar. En als men zijn oude, zelfs zijn beste verzen overleest met kennis van zaken, vindt men die neiging overal terug. Uit gevallen waarin hij zelf een kleine en abominabele rol heeft gespeeld, maakt hij plechtige sonnetten met zichzelf als tragische figuur,’ smaalt Van Eeden.

*** Na vijf maanden stopt de arts met de behandeling van zijn patiënt en verhuist Kloos naar Villa Parkzicht, een pension in de buurt van de Van Eedens. Vandaaruit begint Kloos het verlaten nest te bevuilen, zijn ‘excessief wantrouwen’ richt zich nu op de Gooise arts zelf Van Eeden moet uit het roddelcircuit vernemen hoe Kloos rondstrooit dat diens bekommernis om hem ‘niets anders was als een aanloop om een verschrikkelijke wraak op hem te nemen’.
Frans Oerlemans en Peter Janzen in De parelduiker.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten