woensdag 14 oktober 2015

Erik Kwakkel -- 15 oktober 2012

Erik Kwakkel is middeleeuws boekhistoricus. Bij De Jonge Akademie hield hij in 2012 een week lang een dagboek bij.

Maandag 15 oktober
Dit is een ongewone maandag, de eerste dag van een ongewone week. Gisternacht arriveerde ik in Edmonton, Alberta, een grote stad op de Canadese prairies, na op verschillende campussen in Amerika een kleine week lezingen en masterclasses te hebben gegeven. De komende twee weken zal ik in het kader van het Distinguished Professor programma een twaalftal lezingen verzorgen aan de University of Alberta (35.000 studenten). Terwijl mijn maandagochtend gewoonlijk begint met het naar school brengen van de kinderen, eerst Ben (zeven) en dan Toby (twee), ploeg ik me na het ontbijt door een stroom studenten die zich naar college spoedt. Na lang zoeken vind ik de werkkamer in de Department of History and Classics die ik tijdens mijn verblijf mag gebruiken. Ik heb mijn laptop nog niet neergezet of er wordt op de deur geklopt: een Nederlandse onderzoeker die me welkom heet en neerploft op de stoel naast mijn bureau, gretig haar oude volkstaal proberend. Van het nog even doornemen van mijn eerste optreden komt niet veel terecht.

Een uur later begint mijn eerste seminar, getiteld “A look over the shoulder of the codicologist”, waarin ik mijn vak en haar onderzoeksstrategieën voorstel. Ik ben codicoloog, wat betekent dat ik geïnteresseerd ben in het boek uit de Middeleeuwen, toen boeken nog met de hand werden geschreven. Ik lees niet, maar ik kijk, zoals ik mijn studenten vandaag verschillende keren zal vertellen. Vergeet nu maar even wat er op de bladzijde staat en kijk vooral goed hoe die bladzijde zelf er uitziet: kleur, grootte, hoe het de tekst presenteert. Het voelt allemaal erg vertrouwd, mijn eerste college - hoe studenten zich gedragen, wat ze aan hebben, hoe ze hun vragen stellen - want tot de zomer van 2010 gaf ik één provincie ten westen van Alberta, in British Columbia, acht jaar les aan universiteiten in Vancouver en Victoria. Ik voel me hier thuis.

Na mijn college neemt een collega van History and Classics me mee naar de HUB Mall, alwaar we samen wat eten. Daar is het een drukte van belang want het biedt onderdak aan tientallen kleine restaurantjes, een kapper, een schoenmaker, een advocaat die zijn diensten aanbiedt aan buitenlandse studenten die in Canada willen blijven en hulp nodig hebben met hun immigratie, en een wasserette (waar ik later in de week nog een avontuur zal beleven). Via “eduroam” maak ik contact met het web: ik Skype met de familie thuis en stuur enkele Tweets uit. Ik stel tevreden vast dat verschillende Amerikaanse collega’s en studenten uit Ohio en Missouri, waar ik vorige week was, zich hebben “geabonneerd” op mijn picture stream van middeleeuwse handschriften (@erik_kwakkel).

Na de late lunch neem ik mijn college voor morgen nog eens door, waarna ik de campus verken. In de vooravond ga ik naar de opening van een tentoonstelling over vroeg-moderne Arabische documenten, alwaar ik me tijdens de receptie tegoed doe aan allerlei gerechten uit de Perzische gemeenschap van Edmonton. Lang leve de plurale gemeenschap die Canada heet: een land waar immigranten zichzelf kunnen blijven en waar dat bovendien als een pre wordt gezien. Dit is het succesvolle experiment dat wel als salad bowl wordt aangemerkt, de tegenhanger van de Amerikaanse melting pot, alwaar aanpassing aan het bestaande model juist als wenselijk wordt gezien. Zeer tevreden en me erg Canadees voelend (wat ik feitelijk ook ben, naast mijn Nederlanderschap) loop ik naar mijn appartement en verklaar de eerste dag van deze vreemde week een succes.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen