dinsdag 4 mei 2021

Simon Vestdijk • 5 mei 1942

Simon Vestdijk (1898-1971) was een Nederlandse schrijver. In 1942/'43 zat hij enige maanden gevangen (gegijzeld, met vele andere intellectuelen en bestuurders) in Sint Michielsgestel. Uit: Vestdijkkroniek.

[Michielsgestel, 5 mei 1942]

Lieve Ans,
Ik zit geïnterneerd in het seminarium te Sint Michielsgestel, met enkele honderden anderen. Vannacht in een behoorlijk bed geslapen. Verder moet alles nog geregeld worden. Ik mag 2 brieven en 3 briefkaarten in de maand schrijven. Denk erom, dat je in het Duitsch antwoorden moet! Als je een woord niet weet, zoek je 't maar in de dictionnaire op. Stuur me verder zoo gauw mogelijk (adres S. Vestdijk, Zivil Internierter, Lager Block 4, Sint Michielsgestel, N.B.):
1 enveloppen, postpapier en briefkaarten; postzegels hoeft niet.
2 een stel ondergoed (hemd, broek, sokken, overhemd)
3 zeep (had ik nog vergeten) scheerzeep heb ik.
4 nog wat sigaren en sigaretten (niet zooveel noodig). Denk je er ook om mijn bon P af te geven en iedere week 10 sigaren te halen? Over bonnen of over betaling hier weet ik nog niets. Ook over machtiging aan jou voor innen van geld schrijf ik je later wel. Hoe heeft vader het schoone bericht opgenomen? Stel hem zooveel mogelijk gerust! We hebben het hier trouwens heelemaal niet slecht, en mogen in de tuin wandelen, die heel uitgebreid is. Ook nog een kennis ontmoet; verder geen schrijvers gezien (behalve Asselbergs, Van Duinkerken! - die ik meende te herkennen!)
O ja, 5e nog een mes, vork, en lepel.
Maak van alles maar een pakje en doe er een boek bij, b.v. Le Père Goriot van Balzac (staat onderaan).
We zullen maar hopen, dat het niet van al te lange duur is. Ik verlang erg naar je, en naar de dieren. Sla je er maar goed doorheen en eet zoo veel mogelijk. Bartling heb je wel verteld wat er gebeurd is? Hij moet zich maar met Van Rantwijk of Holkema en Warendorf verstaan. Maak verder alle brieven open en als het van belang is, antwoord dan even. Dit laatste in elk geval aan Meyer en Contact, als daar wat van komt (van Meyer postpapier, van Contact een contract.) Wanneer ik de zaak wat beter overzie, zal ik moeite doen om maatregelen te nemen. Schrijf jij vast aan Godthelp wat er gebeurd is, en welke maatregelen ik denk te nemen, en wat hij je aanraadt. Zoo juist kennis met v. Duinkerken gemaakt, die mijn brief bij de zijne zal insluiten (ik heb geen envelop) waarna zijn vrouw hem zal doorsturen. Dus tot ziens! Een hartelijke zoen, en ook een aan vader, van je Simon.

P.S. Op 't laatst nog een envelop gekregen!

maandag 3 mei 2021

Folke Bernadotte • 4 mei 1945

Folke Bernadotte (1895-1948) was een Zweedse diplomaat en tijdens de Tweede Wereldoorlog vice-voorzitter van het Zweedse Rode Kruis. Over de laatste dagen van de oorlog en zijn rol daarin schreef hij Het einde (vertaling M. Mees).

[...] Op den avond van den 4en Mei kreeg ik door middel van staatsraad von Post, die den vorigen dag was teruggekomen in Stockholm, het bericht, dat Schellenberg teruggekomen was in Kopenhagen. En hij had interessante dingen te vertellen, ten eerste dat admiraal Dönitz besloten had te capituleeren met alle strijdkrachten in Holland, Noord-West-Duitschland en Denemarken. Verder zou Schellenberg den volgenden morgen zelf naar Stockholm komen met een volmacht van Dönitz, die hem machtigde om een overeenkomst te treffen aangaande een capitulatie in Noorwegen.
Den 5en Mei om 10 uur arriveerde Schellenberg, die benoemd was tot gezant, met een extra-vliegtuig te Stockholm en onmiddellijk daarna had een ontmoeting plaats op „Drågongarden" tusschen hem, staatsraad von Post en mij. Schellenberg toonde zijn door Dönitz onder-teekende volmacht en deelde mede, dat hem door den nieuwen Duitschen minister van buitenlandsche zaken, graaf Schwerin von Krosigk, verzocht was te trachten met Eisenhower in contact te komen om de kwestie van een algemeene Duitsche capitulatie te bespreken.
Schellenberg gaf nog andere interessante bijzonderheden. Hij had in Mürwick, in de buurt van Flensburg, een lang gesprek gehad met Dönitz, Schwerin von Krosigk en Himmler, waarbij ook generaal Jodl en generaal-veldmaarschalk Keitel aanwezig waren geweest. Schellenberg had bij die gelegenheid de regeering ertoe kunnen brengen te besluiten tot een capitulatie van alle troepen in Holland, Noord-West-Duitschland en Denemarken; de eenige, die zich heftig had verzet, was Keitel geweest.
Staatsraad von Post deelde Schellenberg mede, dat de Zweedsche regeering het in de gegeven omstandigheden noodzakelijk achtte om de in Stockholm aanwezige vertegenwoordigers van de geallieerde landen in te lichten over hetgeen voorgevallen was. Schellenberg wenschte verder, dat de Duitsche gezant, Thomsen, en een vertegenwoordiger van den Duitschen militairen attaché naar de Zweedsch-Noorsche grens zouden reizen om generaal Böhme in te lichten over den toestand. De beide heeren vertrokken met een Zweedsch militair vliegtuig van Barkaby om circa 18.30.

zondag 2 mei 2021

Jeroen Brouwers • 3 mei 1981

• Nederlands grootste levende schrijver, Jeroen Brouwers (1940) schreef onderstaande brief aan Gerrit Komrij (1944-2012) na een bezoek aan diens woning. Uit: Kroniek van een karakter.

Exel, 3 mei 1981
[...] Vooral, Gerrit, ben ik jaloers op jouw werkvertrek. Het is geen kunst, de vele mooie dingen die jij schrijft te schrijven in zo’n werkvertrek; - aldaar vlijt het moois zich vanzelf tussen penpunt en papier, want het moois wóónt bij jou. Neen, dan het hok van plusminus drie bij drie meter van baksteen en hout waar mijn werktafel staat. Als het buiten waait, waaien mij de papieren van het tafelblad, zo hevig trekt het hier. En zo laag is het plafond van mijn enge schrijf-hok dat als ik er drie gedachten heb gedacht de atmosfeer verzadigd is en een vierde gedachte er niet óók nog bij kan. Ik concipieer mijn werken in een gedeelte van wat voorheen de koestal was. Toen ik laatst een letterkundige prijs kreeg en zulks hier in de krant kwam te staan zodat de boeren uit de omtrek mij kwamen feliciteren, zei boer na boer, geil op geld waar je de belasting niet van hoeft te laten méévreten: die stal brengt nu méér op dan hij opbracht toen er koeien in stonden. Ach, dat is maar schijn, zei ik. Ik persoonlijk ben veel liever koe dan schrijver. Daar zijn maar heel weinig mensen die dit geloven en begrijpen,- ik ben er zeker van dat jij tot deze weinigen behoort, Gerrit. Zo komt het dus, gelet op mijn ongerieflijke werkplaats, dat mooie dingen schrijven voor mij wel een kunst is.

Albert Helman • 2 mei 1955

Albert Helman (1903-1996) was een Nederlandse schrijver. In 1955 trok hij naar de binnenlanden van Suriname. Zijn reisjournaal van die tocht is gepubliceerd als Het eind van de kaart.


Maandag
- Het relatieve comfort en het kleine beetje westerse leven en eten op de meetpost hebben mij weer wat moed en zelfvertrouwen gegeven. Ik zou van hieruit ‘per occasie’ wel kunnen teruggaan naar de stad en mijn pijnlijke poten - maar het is vast niets bijzonders - laten behandelen. Maar wat een mep voor mijn gevoel van eigenwaarde (dat toch al niet te groot is), wat een zonde en jammer voor de gemiste kans om het Zuiden te leren kennen, zou dat zijn... Geen kwestie van - ik bén niet ziek - de beslissing is gevallen, ik ga verder mee met Bob tot het bittere einde, of liever gezegd: het zoete.
Goed dat hij nog steeds niets van mijn ongemak gemerkt heeft, hoogstens denkt hij dat ik me als een echte non-professional een beetje druk. In ieder geval heeft hij geen kans zijn veto over mij uit te spreken. Integendeel, hij is al bezig met allerlei regelingen voor ons hernieuwd vertrek. Daarginds loopt hij zachtjes voor zich heen te fluiten achter de bedrijvige arbeiders aan; in deze afgelegenheid en in de omringende wildernis, thuis als een kind in zijn speeltuin achter het ouderlijk huis, volkomen op zijn gemak. Hij, in naam een vreemdeling, terwijl ik een landskind* ben... Ik schaam me diep, - heb verder geen zin om nog iets te schrijven.

* Helman was in Paramaribo geboren en had indiaans bloed.

zaterdag 1 mei 2021

Helena Colijn-Groenenberg • 1 mei 1942

Helena Colijn-Groenenberg (1867-1947) was de echtgenote van de Nederlandse politicus (en vijf keer premier) Hendrik Colijn. In de oorlogsjaren, tijdens een gedwongen verblijf in Thüringen in Duitsland, hield ze een dagboek bij dat is verschenen als Dagboek van mevrouw Colijn.

1 Mei 1942
Heden 1 Mei. Tien maanden is Vader nu zijn vrijheid kwijt, en ik half.
Het is wonderlijk weer; wij zitten sinds een paar dagen wéér in winterweer, in de sneeuw. Temperatuur hedenmorgen 5 gr. onder nul en rond het middaguur 0 graden**. Vader heeft gelukkig nog dagelijks 3 à 4 sigaren te roken, en ik zet 's middags voor ons een kopje thee; dat is al [het] huiselijks wat wij hebben, en 's avonds een glas chocolade. Ik vraag liever niet om kop en schoteltjes.

** Colijn in een brief op 6 mei: "Wij maken het wel, hoewel het weer de eerste weken Mevrouw tegenviel. Vandaag is het eigenlijk de eerste goede lentedag."

donderdag 29 april 2021

Wiliam Byrd • 30 april 1711

William Byrd II (1674-1744) was een Amerikaanse schrijver, politicus en plantagebezitter. Fragmenten uit zijn dagboeken staan hier online. In de laatste zin van dit fragment meldt hij dat hij zijn vrouw een 'stevige beurt' gaf die haar 'verrukte en verfriste'. Meer over zijn seksleven hier.

April 30, 1711. I rose at 5 o’clock and said a short prayer and then drank two dishes of chocolate. Then I took my leave about 6 o’clock and found it very cold. I met with nothing extraordinary in my journey and got home about 11 o’clock and found all well, only my wife was melancholy. We took a walk in the garden and pasture. We discovered that by the contrivance of Nurse and Anaka Prue got in at the cellar window and stole some strong beer and cider and wine. I turned Nurse away upon it and punished Anaka. I ate some fish for dinner. In the afternoon I caused Jack and John to be whipped for drinking at John [Cross] all last Sunday. In the evening I took a walk about the plantation and found things in good order. At night I ate some bread and butter. I said my prayers and good health, good thoughts, and good humor, thank God Almighty. The weather was very cold for the season. I gave my wife a powerful flourish and gave her great ecstacy and refreshment.

woensdag 28 april 2021

Richard Grayson • 29 april 1978

• De Amerikaanse schrijver Richard Grayson (1951) houdt al bijna zijn leven lang een dagboek bij. Fragmenten uit de jaren '70 staan hier online.

 Saturday, April 29, 1978

2 PM. I feel nice. I just sat in the backyard in my shorts for half an hour in the sun. And I can see the beginnings of my summer ’78 tan. It was a long winter, but it’s over.

Even the stubborn London plane tree in front of our house has bloomed. My window is wide open. It’s 70°. Radios are playing and it’s almost like summer. About time, too.

Tomorrow it’s supposed to be blustery and chilly again, but we’ll worry about that tomorrow, eh? Tonight we lose an hour’s sleep and tomorrow it won’t get dark until 8 PM.

Last night I called Middletown and ran up my phone bill by talking with Ronna for twenty minutes. She’s doing well, but as I suspected, it’s unlikely that her thesis will be finished by the May 13 deadline.

I assured her that these things always drag on; Ronna says she’ll probably Penn State Middletownleave Penn State when it’s done and go back for August graduation. She’s decided not to go cross-country with Phil and Richie – and that makes me glad.

Her lunch with George was very pleasant, she reported. George is charming, very down-to-earth and unpretentious – and he was wearing a suit. He’s about six feet tall, lanky, and blond, with glasses and a prominent jaw: about how I pictured him.

They talked about folklore and Africa and me and had a good time. I hope George will be in New York this summer so I can meet him at last.

Ronna mentioned getting calls from Leroy and Elijah last Sunday. Leroy, who had phoned her sister, “sounds somewhat more subdued” and told Ronna that she doesn’t sound “cutesy” anymore.

phone dialing 1Elijah called to ask if Ronna had heard the news of Rose’s death; he got it from Kenny, who’d spoken to Cara. Apparently it happened last November. Elijah is doing fine, working two jobs downtown – near where Melvin, Costas and Phyllis all work.

“Everyone is so impressed with Phyllis,” Elijah told Ronna. I guess Ms. Legal Eagle has a slight taste of power now and must hunger for more. Not that I’m interested, of course. (C’mon, Rich, admit it: you’re jealous of anyone who’s successful.)

Ah well, one day they’ll give me a party at Studio 54, too, and I’ll be on the leibowitzStanley Siegel show and get my photo on Page Six of the Post. (Fran Lebowitz says the nice thing about success is the vengeance factor: it really is a form of hostility.)

After writing last night’s essay, I feel very “up” on my work. This morning I thought of collecting all my personal and self-conscious fictions into a collection called – immodestly – Meet Richard Grayson.

Am I deluding myself or am I correct when I believe that such an idiosyncratic book just might make it in the commercial publishing world – like Fran Lebowitz’s much-praised Metropolitan Life.

metropolitan lifeI can even see the book jacket for Meet Richard Grayson: me in a tuxedo at the end of a receiving line with my hand extended to greet someone.

I’d start the book off with “Reflections on a Village Rosh Hashona 1969,” and include all of the stories in which I am the main character – from “This Way to the Egress” to “Go Not to Lethe Celebrates Its 27th Anniversary” to last night’s essay.

Oh well, it’s an idea.

David Vancil sent me another too-kind letter about the stories I sent him; it’s much too embarrassing for me to do more than glance at. (Maybe tomorrow. . .)

Tonight I’m going to have dinner with Teresa and some of her friends. The flatironbirthday party has been canceled, so we’ll probably just go out to eat and maybe to a movie.

Gary called, telling me that he hates his job at Merrill Lynch and is glad he didn’t get a permanent position there. He goes on interviews and still has hope. Gary and Betty must live the most boring lives of any young people in New York City.