Zondag
Vanmorgen in mijn werkkamer de post van al de voorbije dagen even vluchtig doorgenomen. Het aantal bestellingen is zeer bevredigend en ook de betalingen laten niets te wensen over. Het nieuwe jaar is nauwelijks begonnen of er liggen al vijf dichtbundels, twee verhalenbundels en een wat dikte betreft omvangrijke roman op tafel. De ellende heeft weer een aanvang genomen. Ik leg de manuscripten terzijde op een tafel en ik zal er een der komende dagen notitie van nemen. Eigenlijk zou ik mij het verdriet en de ergernis van het openen der pakketten kunnen besparen door ze ongeopend terug te zenden. Maar wie weet of er niet iets heel moois of belangrijks tussen zit. Maar er zit nooit iets moois of belangrijks tussen. Hoe komt het toch dat er vele duizenden zijn die verhalen en gedichten en romans schrijven en die natuurlijk uitgegeven en gedrukt willen zien. Die behoefte is blijkbaar onuitroeibaar. Vroeger motiveerde ik uitvoerig waarom ik een mij toegezonden manuscript niet wilde uitgeven. Ik vond dat de schrijver daar recht op had. Maar van die motivering heb ik reeds lang afgezien. Het vrat tijd en de gevolgen waren verschrikkelijk. Eindeloze, waardeloze correspondenties, aanvragen tot gesprekken of zelfs voordracht van het werk. Maar het is en blijft een beulenwerk als uitgever elk jaar opnieuw honderden manuscripten terug te moeten zenden en daarmee zoveel hoop en verwachtingen de kop in te drukken.
G.A. van Oorschot (1909-1987) was een Nederlandse uitgever. In 1976 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands dagboek' bij.
donderdag 3 januari 2013
woensdag 2 januari 2013
Theo Olof -- 3 januari 1974
Donderdag
Repetitie. Colin Davis, door en door Engelsman. Ook qua humor. Op avondrepetitie, in Jaap Edenhal, als blazer klaagt dat hij Davis niet goed kan zien, antwoordde hij: 'Doet er niet toe, de strijkers kunnen me wel zien en het resultaat is awful. Door Ton de Leeuw uitgewerkt rapport van werkgroep Nederland Muziek ontvangen. Kunnen we goed gebuiken op persconferentie in de Doelen a.s. dinsdag. Telefoon van onbekende uit Den Haag: 'Die Josef Guarneriusviool waar u blijkbaar wel eens naar gekeken hebt, is die echt? Wat is-ie waard?'Ik weet van niets. Interview thuis voor NCRV-radio voor dezelfde avond. Vraag me altijd weer af waarom de mensen willen weten hoe jong je was toen je begon, hoe het voelde om een wonderkind te zijn, wat je lievelingscomponisten, wat je hobby's zijn. Zou liever eens een hartig woordje willen spreken over belangrijke zaken. Enfin, Nederland-Muziek komt wel ter sprake.
Theo Olof (1924-2012) was een Nederlandse violist. Op verzoek van NRC Handelsblad hield hij in 1974 een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.
Repetitie. Colin Davis, door en door Engelsman. Ook qua humor. Op avondrepetitie, in Jaap Edenhal, als blazer klaagt dat hij Davis niet goed kan zien, antwoordde hij: 'Doet er niet toe, de strijkers kunnen me wel zien en het resultaat is awful. Door Ton de Leeuw uitgewerkt rapport van werkgroep Nederland Muziek ontvangen. Kunnen we goed gebuiken op persconferentie in de Doelen a.s. dinsdag. Telefoon van onbekende uit Den Haag: 'Die Josef Guarneriusviool waar u blijkbaar wel eens naar gekeken hebt, is die echt? Wat is-ie waard?'Ik weet van niets. Interview thuis voor NCRV-radio voor dezelfde avond. Vraag me altijd weer af waarom de mensen willen weten hoe jong je was toen je begon, hoe het voelde om een wonderkind te zijn, wat je lievelingscomponisten, wat je hobby's zijn. Zou liever eens een hartig woordje willen spreken over belangrijke zaken. Enfin, Nederland-Muziek komt wel ter sprake.
Theo Olof (1924-2012) was een Nederlandse violist. Op verzoek van NRC Handelsblad hield hij in 1974 een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.
dinsdag 1 januari 2013
Klaus Mann -- 2 januari 1933
[München] 2 januari 1933
[...]Verslag over Die Pfeffermühle geschreven voor 8-Uhr-Abendblatt. Lang met Bert getelefoneerd die als enige wat gedeprimeerd was. Na het eten: Süskind. Eindje met hem gewandeld. Verslag uitgetypt (is wellicht te uitgebreid omdat iederen moet worden geprezen). Brief van Walther Victor. Kapper, kranten gehaald. Prachtige kritiek van Hausenstein. [...] Nog naar de Bonbonniere geweest, de laatste drie nummers gezein. Goed bezocht, dom publik. Daarna naar het Orlando di Lasso, hele gezelschap behalve Bert en Glock. Iedereen naar huis gebracht. Toch weer 2 uur. Nog tot half 3 in Ein ernstes Leben gelezen.
Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren.
[...]Verslag over Die Pfeffermühle geschreven voor 8-Uhr-Abendblatt. Lang met Bert getelefoneerd die als enige wat gedeprimeerd was. Na het eten: Süskind. Eindje met hem gewandeld. Verslag uitgetypt (is wellicht te uitgebreid omdat iederen moet worden geprezen). Brief van Walther Victor. Kapper, kranten gehaald. Prachtige kritiek van Hausenstein. [...] Nog naar de Bonbonniere geweest, de laatste drie nummers gezein. Goed bezocht, dom publik. Daarna naar het Orlando di Lasso, hele gezelschap behalve Bert en Glock. Iedereen naar huis gebracht. Toch weer 2 uur. Nog tot half 3 in Ein ernstes Leben gelezen.
Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren.
Edward Walford Manifold -- 30 december 1916
Bee: Sat up until twelve last night, to fix canteen accounts, and delivered them by hand this morning. But, even with all my care, got very few receipts back. This afternoon, we played the final football match, Brigade against the 45th. There was a very strong wind blowing. They had a great tussle but the 45th won, outran our fellows - their back line was very strong. The feeling ran very high, but we had no fights. [Illegible] lectured this evening on Scientific Gunnery and gave us a very interesting hour. I forgot - the Colonel presented me with a very nice silver cigarette case for winning the Brigade jumping, which was very decent of him.
Edward Walford Manifold (1892-1959) was een Australiër die in WW 1 diende. Zijn dagboeken en brieven uit die tijd worden in dagelijkse afleveringen gepubliceerd op http://ewmanifold.blogspot.nl/.
Edward Walford Manifold (1892-1959) was een Australiër die in WW 1 diende. Zijn dagboeken en brieven uit die tijd worden in dagelijkse afleveringen gepubliceerd op http://ewmanifold.blogspot.nl/.
Phil -- 29 december 2000
Dead
The garage over the road confirm the cost of repairing my brothers car will run into several hundreds, and so for him, is uneconomical. He cashes in the remaining road tax and insurance and sidelines the car for later sale as spares, or scrapping. My parents however are divided as to whether or not to help him out (he still owes them several hundred for outstanding repairs and insurance). On the one hand it takes the load of my parents, and removes any excuse for him quitting his college course. On the other it sends out a bad "we’ll bail you out if you’re a prat, and smash your car up" message, and he’s already (in my parents eyes) highly irresponsible. Me I just veg for the day. One of those CDs I bought is surprisingly good - Dido, No Angel.
Phil's diary
The garage over the road confirm the cost of repairing my brothers car will run into several hundreds, and so for him, is uneconomical. He cashes in the remaining road tax and insurance and sidelines the car for later sale as spares, or scrapping. My parents however are divided as to whether or not to help him out (he still owes them several hundred for outstanding repairs and insurance). On the one hand it takes the load of my parents, and removes any excuse for him quitting his college course. On the other it sends out a bad "we’ll bail you out if you’re a prat, and smash your car up" message, and he’s already (in my parents eyes) highly irresponsible. Me I just veg for the day. One of those CDs I bought is surprisingly good - Dido, No Angel.
Phil's diary
Francis Burton Harrison -- 28 december 1935
Golf alone in a.m. Doria rode with the High Commissioner and Teahan –enjoyed it immensely but said the High Commissioner was so “mooney and difficult to talk with”– Doria refused to enter the Mansion House because Mrs. Ora Smith whose husband directs the Bulletin was there.
(Baguio). In p.m. at Quezon’s house; bridge; Quezon, Peters, Ed. Harrison & myself. Quezon is undoubtedly a brilliant bridge player tho unacquainted with many of the Culbertson calls. He listens attentively to the bids, then takes a long time to bid and places the cards with skill. As my partner he bid three no trump, was doubled and he redoubled making 3 extra tricks, all of which depended on one successful finesse –thus netting 2100 (game & rubber). He had Jake Rosenthal staying with him, who is a really devoted personal friend of his. House was full of children playing with Christmas toys.
Francis Burton Harrison (1873-1957) was een Amerikaanse politicus. Frageeneten uit zijndagboek zijn te lezen bij The Philippine Diary Project.
(Baguio). In p.m. at Quezon’s house; bridge; Quezon, Peters, Ed. Harrison & myself. Quezon is undoubtedly a brilliant bridge player tho unacquainted with many of the Culbertson calls. He listens attentively to the bids, then takes a long time to bid and places the cards with skill. As my partner he bid three no trump, was doubled and he redoubled making 3 extra tricks, all of which depended on one successful finesse –thus netting 2100 (game & rubber). He had Jake Rosenthal staying with him, who is a really devoted personal friend of his. House was full of children playing with Christmas toys.
Francis Burton Harrison (1873-1957) was een Amerikaanse politicus. Frageeneten uit zijndagboek zijn te lezen bij The Philippine Diary Project.
Philip Mechanicus -- 27 december 1943
Maandag 27 december
Kerstmis is troosteloos voorbijgegaan, met strafarbeid. Een troost was, dat het weer zacht was. Klein conflict bij het foliën-plukken. Ik instrueer een vrouw en laat het vet van de condensator op de rand van de kachel smelten om het wat handzamer te maken. Protest van de stoker. Ik: ‘Je bemoeit je met dingen, die je niet aangaan.’ De stoker haalt de Duitse opzichter, mijn collega, erbij. ‘Das Ding muss weg!’ Handbeweging in de richting van de condensator. ‘Dat ding gaat niet weg. U hebt niets te commanderen.’ Woordenwisseling, een beetje opwinding. Hij brult, ik schreeuw. Ik: ‘Jullie Moffen moeten altijd wat verbieden, anders zijn jullie niet gelukkig.’ Hij: ‘Wat, Mof!’ Zijn ogen puilen uit hun kassen, onheilspellend. ‘Oe ist kein guter Kamerad. Ik ken alleen maar Joden hier.’ Ik had niet de bedoeling hem te kwetsen en ga later achter hem aan, pak zijn arm om hem mee te tronen en de zaak bij te leggen. Hij rukt zich los en loopt kwaad weg. Later de bedrijfsleider op het appèl, een Hollander: ‘U hebt woorden gehad. Tracht de zaak bij te leggen. Ik moet er anders rapport van maken. Anders doet hij 't en dan sla ik een gek figuur.’ Ik: ‘Ik heb het al geprobeerd, maar hij wil niet. Probeert u hem ervan te overtuigen dat het niet zo ernstig bedoeld was.’ ‘Goed.’ De controleur (de Duitse jongen met de staalharde ogen en krulletjes onder zijn jockeypet) verschijnt op het appèl: ‘U hebt rotmof gezegd. Dat is een beleding. Dat gaat niet. Wij zijn hier Joden onder elkaar.’ ‘Ik zet de zaak recht.’ ‘Ja, maar dat kan ik toch niet aanvaarden hier in dit bedrijf. Ik moet dat rapporteren.’ Ik: ‘Dat is uw zaak, maar onder kerels aanvaardt men elkaars verontschuldiging en hand, als in drift een woord is gevallen. Dat is bij ons Hollanders gewoonte.’ Hij: ‘Als Nussbaum dat wil, vind ik het goed, maar dan moet u in het openbaar uw verontschuldiging maken.’ ‘Goed.’ De controleur draait in de richting van Nussbaum weg. Nussbaum op het toneel, reikt me de hand. Ik: ‘Nussbaum, ik heb met mijn uitdrukking niets beledigends bedoeld, maar als je je beledigd gevoelt, betuig ik mijn spijt.’ Nussbaum, sentimenteel: ‘Zo is het prachtig!’ Het conflictje is begraven in het rumoer van de stemmen van tweehondervijftig mensen; slechts zij, die in de nabijheid zitten, hebben er iets van gemerkt.
Ik had mij zo voorgenomen, geen conflict te hebben. Maar de Duitse commandeertoon, hun Gemassregel, gaat op de zenuwen van de Hollanders, ook op de mijne. Hollanders, die met Duitsers aan één tafel zitten, kan men horen ketteren: ‘Die verdomde Duitsers; ik kan ze niet meer zien, ik kan hun taal niet meer horen.’ Overal hetzelfde: ‘Wij lusten ze niet; ze moeten na de oorlog eruit. Ze hebben de fouten van de Pruisen en van de Joden samen.’ De mensenmin wordt hier op een harde proef gesteld.
Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).
Kerstmis is troosteloos voorbijgegaan, met strafarbeid. Een troost was, dat het weer zacht was. Klein conflict bij het foliën-plukken. Ik instrueer een vrouw en laat het vet van de condensator op de rand van de kachel smelten om het wat handzamer te maken. Protest van de stoker. Ik: ‘Je bemoeit je met dingen, die je niet aangaan.’ De stoker haalt de Duitse opzichter, mijn collega, erbij. ‘Das Ding muss weg!’ Handbeweging in de richting van de condensator. ‘Dat ding gaat niet weg. U hebt niets te commanderen.’ Woordenwisseling, een beetje opwinding. Hij brult, ik schreeuw. Ik: ‘Jullie Moffen moeten altijd wat verbieden, anders zijn jullie niet gelukkig.’ Hij: ‘Wat, Mof!’ Zijn ogen puilen uit hun kassen, onheilspellend. ‘Oe ist kein guter Kamerad. Ik ken alleen maar Joden hier.’ Ik had niet de bedoeling hem te kwetsen en ga later achter hem aan, pak zijn arm om hem mee te tronen en de zaak bij te leggen. Hij rukt zich los en loopt kwaad weg. Later de bedrijfsleider op het appèl, een Hollander: ‘U hebt woorden gehad. Tracht de zaak bij te leggen. Ik moet er anders rapport van maken. Anders doet hij 't en dan sla ik een gek figuur.’ Ik: ‘Ik heb het al geprobeerd, maar hij wil niet. Probeert u hem ervan te overtuigen dat het niet zo ernstig bedoeld was.’ ‘Goed.’ De controleur (de Duitse jongen met de staalharde ogen en krulletjes onder zijn jockeypet) verschijnt op het appèl: ‘U hebt rotmof gezegd. Dat is een beleding. Dat gaat niet. Wij zijn hier Joden onder elkaar.’ ‘Ik zet de zaak recht.’ ‘Ja, maar dat kan ik toch niet aanvaarden hier in dit bedrijf. Ik moet dat rapporteren.’ Ik: ‘Dat is uw zaak, maar onder kerels aanvaardt men elkaars verontschuldiging en hand, als in drift een woord is gevallen. Dat is bij ons Hollanders gewoonte.’ Hij: ‘Als Nussbaum dat wil, vind ik het goed, maar dan moet u in het openbaar uw verontschuldiging maken.’ ‘Goed.’ De controleur draait in de richting van Nussbaum weg. Nussbaum op het toneel, reikt me de hand. Ik: ‘Nussbaum, ik heb met mijn uitdrukking niets beledigends bedoeld, maar als je je beledigd gevoelt, betuig ik mijn spijt.’ Nussbaum, sentimenteel: ‘Zo is het prachtig!’ Het conflictje is begraven in het rumoer van de stemmen van tweehondervijftig mensen; slechts zij, die in de nabijheid zitten, hebben er iets van gemerkt.
Ik had mij zo voorgenomen, geen conflict te hebben. Maar de Duitse commandeertoon, hun Gemassregel, gaat op de zenuwen van de Hollanders, ook op de mijne. Hollanders, die met Duitsers aan één tafel zitten, kan men horen ketteren: ‘Die verdomde Duitsers; ik kan ze niet meer zien, ik kan hun taal niet meer horen.’ Overal hetzelfde: ‘Wij lusten ze niet; ze moeten na de oorlog eruit. Ze hebben de fouten van de Pruisen en van de Joden samen.’ De mensenmin wordt hier op een harde proef gesteld.
Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).
Abonneren op:
Posts (Atom)





