zondag 27 november 2016

Ilya Gerber -- 27 november 1942

Ilya Gerber (1924-1943?) was een Litouwse Joodse jongen, die tijdens de oorlog in het getto van Kovno een dagboek bijhield. Fragmenten eruit zijn opgenomen in Geborgen bladzijden.

27 november 1942
Ik heb sinds de negentiende niet geschreven omdat er geen heel belangrijk Joods nieuws was, behalve dat brigades [voedsel] de laatste tijd niet in hun zakken meesmokkelen, en niet in kleine pakjes, maar in feite in hele bundels. Soms kom je met succes door de Krisciukaiciopoort en soms niet. Als de gettocommandant bij de poort staat, worden de bundels of pakken geconfisqueerd, en soms voel je zijn zweep. Maar als hij er niet is, kost het je wat ervoor nodig is om de partizaan [Litouwse helper van de Duitsers] of de politieagent om te kopen, en kun je er ongehinderd door. Bij de Varniupoort is het anders: hier komt de commandant niet zo vaak en natuurlijk maken Joden van de gelegenheid gebruik om met honderden kilo's te komen. Brigades komen beladen met pakken uit de stad en maken een omweg en komen het getto binnen via de Varniustraat.
Maar de Varniupoort is heel duur. Als arbeider van de Bostonbrigade weet ik dat. Eerst vroeg de Litouwse politie ongeveer driehonderd roebel [dertig Reichsmark] om je door te laten. Maar de Joodse politie of de mensen van het Arbeitsamt willen ook wat verdienen! Dus bedenken ze een nieuwe betaalmethode: het geld wordt niet rechtstreeks aan de Litouwer gegeven, maar gaat via de Joodse politieagent. Je komt bij de poort en de Joodse bewaker eist: 'Om door de poort te mogen betaal je vierhonderd roebel.' En een paar dagen later: 'Vandaag betaal je zeshonderd roebel.'
Er gaan een paar dagen voorbij en er is een nieuwe eis: 'Je betaalt achthonderd roebel!'
En we betalen. Hebben we een keus? Stel dat ze [ons eten] confisqueren? En hoe vaak is het niet gebeurd dat ze [sowieso] alles hebben geconfisqueerd, die lekkere jongens?

1 december 1942
Het is vandaag de derde dag dat de winter zijn ware bewolkte gezicht en ijskoude aard laat zien. Buiten is het koud, de wind blaast op al zijn blaas- en rietinstrumenten ter begeleiding van de witte sneeuw. Het kost moeite je ogen open te houden, en af en toe wordt je de adem benomen, afgesneden door de snijdende wind. [...]
Vandaag bracht ik de rantsoenen voor mijn werk in Boston mee naar huis. Je krijgt die rantsoenen één keer per maand: 2,8 kilo brood, 300 gram boter, wat suiker en koffie.
De laatste tijd wordt gesproken over de grote overwinningen van het Rode Leger. Ze vallen op alle fronten aan, van de Kaukasus tot de Witte Zee. Bij Terek [aan het Kaukasus-front] zijn ze door de Duitse linies gebroken. Ze ronden de schoonmaak van Stalingrad af, het offensief tussen de Wolga en de Don heeft de Russen goede resultaten opgeleverd, zoals de Duitse krant zelf vermeldt. In het getto doen zelfs al vele geruchten de ronde dat er slag wordt geleverd aan de grens met Estland en dat de bevrijding van de Joden vanuit het noordoosten snel naderbij komt... In Afrika, zegt men, worden de Duitsers neergeslagen.
Zie je wel! Nog een dag, een paar dagen en de bevrijding is nabij. Je moet alleen niet je geduld verliezen, dan komt het allemaal goed... Overmorgen is het Chanoeka!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen