dinsdag 11 mei 2021

Johanna Brandt-van Warmelo • 12 mei 1901

Johanna Brandt-van Warmelo (1876-1864) "was a South African propagandist of Afrikaner nationalism, spy during the Boer War, prophet and writer on controversial health subjects". En ook verpleegster in het concentratiekamp Iréne in de Boerenoorlog. Ze hield in die tijd een dagboek bij dat later gepubliceerd werd.

Iréne-Kamp, 12 Mei 1901.

Lief Dagboek,
Ik begin mijn nieuwe leven met honderd goede voornemens; een daarvan is, elken avond mijn dagboek in te vullen, maar, aangezien ik schrijf op het warmste plekje dat ik vinden kan, nl. in mijn bed, en het vale kaarslicht flikkert en schaduwen werpt op de witte wanden van de tent, vrees ik, dat mijn schrift dikwijls bijna onleesbaar zijn zal.
Gisteren avond was ik nog thuis, omringd door weelde, en nu ?
Ik ben wel vrij goed ingericht, maar het is toch niet thuis, en alles is nieuw en vreemd. De meisjes zien er goed uit en zijn verbrand, en zij zeggen, dat ik spoedig zal gewennen aan dit leven, als ik de ontberingen kan verdragen.

Er was niemand aan het station om mij te ontvangen, omdat ik verwacht werd met den trein, die gisteren zonder mij vertrok; doch een van de dokters zag mij en bood aan, mij naar het kamp te geleiden. Op weg wees hij mij verschillende dingen aan, en vertelde mij wat ongeveer mijn werk hier zou zijn. Het kamp is enorm. Er zijn zoowat 5000 menschen en, naar ik geloof, meer dan 500 gevallen van ziekte. Gemiddeld zijn er drie sterfgevallen per dag. Dr. Hamilton zeide ons van avond, dat er sedert 2 Mei 29 personen gestorven zijn.
Wij wandelden langs de „Hoofdstraat" door het kamp tot boven aan de hoogte, waar het hospitaal is. Iemand vroeg mij, of ik de nieuwe verpleegster was, en, toen ik daar bevestigend op antwoordde, bracht zij mij bij Mejuffrouw Dürr, die mij aan de andere zusters voorstelde.
Wij zijn met ons zessen, allen Afrikaansche vrijwillige verpleegsters, en wij hebben niets te maken met het hospitaal, dat onder de zorgen van een Engelsche 'matrone' staat. Ons werk ligt in het kamp, waar wij elken morgen van tent tot tent gaan om te zien, waar er ziekte is en deze aan den dokter te melden. Alleen de ernstige gevallen komen in het hospitaal; de andere worden in hunne tenten behandeld, waar hunne verwanten hen helpen verplegen. Wij hebben geen nachtdienst, want wij zijn den geheelen dag aan het werk. Mejuffrouw Celliers en ik zullen samen een ronde tent hebben, die morgen opgezet wordt en intusschen zijn wij in een van de hospitaal-barakken, een enorme veldtent, die lekker warm en gezellig is. Deze weelde is, helaas, slechts tijdelijk en morgenavond zullen wij het bitter koud hebben. Nu reeds begin ik rilling te gevoelen en ik moet mij haasten dit af te maken.
Wij krijgen allen rantsoenen, die in een kleine keuken van gegalvanizeerd ijzer hier vlak bij worden gereed- gemaakt en wij Afrikaanders hebben onze maaltijden in een groote veldtent, zooals deze, met de Engelsche dokters en zusters. Ons supper bestond van avond uit koud rundvleesch, brood en stormjagers (een soort van oliebollen), jam, thee en koffie; ik genoot van al dat nieuws. Morgen begint mijn werk.
Er zijn twee dokters, Green en Hamilton. De eerste is degene, die met mij van het station wandelde en onder wien ik moet werken. Nu ga ik slapen — mijne handen zijn bevroren.

maandag 10 mei 2021

Wim Kan • 11 mei 1982

Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

Dinsdag 11 mei 11.15 uur. Wildwal
De grote narigheid lijkt begonnen. Gisteren was alles prachtig. Zouden vandaag hier vertrekken. Gewandeld samen op Carolina-laantje van tien voor zeven tot ruim half acht. Tweemaal op het bankje gezeten. Thuis om bijna acht uur. Twee aardige meisjes en een aardige jongen op fietsen de tuin in. Handtekeningen. Puzzelrit voor zaterdag zetten ze in elkaar. Gezellig gesprekje. Naar binnen samen. Gegeten. ‘Sonja’ gekeken (Frans zijn Engelse cabaretgroep). Vielen beiden in slaap. Om twaalf uur naar bed. Ol half karafje landwijn. Nam een slokje cognac. Ik was in de keuken en dacht: ze verslikt zich er weer eens in, maar toen ik binnenkwam dacht ik meteen: een attaque! Dokter gebeld. Automatische beantwoorder. Voor dringende gevallen. Alles volledig uitgelegd. Hij was er in tien minuten. Ja. Attaque. In dit stadium nog weinig van te zeggen. Drie dagen minstens absolute rust.

Donderdag 13 mei 11.30 uur. Ziekenhuis Velp
Ik lig naast haar. De internist (dr. van Olden?) was even binnen en dacht dat ik de patiënt was. Ols ademhaling klinkt normaal. Krijgt kleine hoeveelheid zuurstof toegevoegd in de neus en verder infuus. Is soms moeilijk te verstaan en ver weg, maar vrij plotseling geeft ze goede antwoorden in bijna goed verstaanbare woorden.

Vrijdag 14 mei. Avond
Op de deur van onze kamer 621 zag ik net het bordje met ‘Geen bezoek’. Hoor zojuist dat onze afdeling, de zesde etage, twee nachtzusters heeft voor 58 patiënten! De onrust was vandaag zo mogelijk nog erger. Praten, roepen: Wim, ik wil er uit. Help me toch. Infuus alweer kapot en drie zusters bezig met de reparatie. Daarna met Corry alleen werd de toestand steeds onhoudbaarder. Laat me niet alleen. Help me toch. De Jappen hebben dat hek gezet, ik kan niet bij je komen. Ik toen helemaal de kamer veranderd. Bedden naast elkaar geschoven, waardoor tenminste één bedhek weg. Vlak bij elkaar gaan ‘slapen’. Maar elk kwartier eruit. Vechtpartijen.

Zaterdag 22 mei 4.00 uur in de ochtend. Alleen op kamer 620
Ol alleen op kamer 621 (naast elkaar). Wakker geschrokken. Hoofdzuster L. is aan het telefoneren met de internist om te vragen wat er nu moet gebeuren. Durft geen moment bij Corry weg te lopen. Ademhaling is niet zo goed. Ik durf nog niet naar haar toe om het gevaar van nog stijgende onrust. Dat is ook de reden waarom ik op een andere kamer ben gaan liggen.

Zondag 23 mei 2.35 uur
Verpleger kwam om 23.00 uur een uurtje bij mij praten (in opdracht van...?). Vroeg o.a. of ik wist wat er nu eigenlijk in de hersenen gebeurd was. Dat wist ik (zei de man, die dacht dat hij alles wist). Naar Ol gaan kijken. Lag er na de rampnacht van gisteren en de ademhalingsmoeilijkheden van vanmiddag zo lief en dierbaar bij. Zuster Gerda vlak bij haar bed.

Dinsdag 25 mei 7.30 uur. Kamer 620, Ziekenhuis Velp
Na slechte nacht van Ol zuster Ursula zojuist hier gekomen. Ze slaapt. Komt u maar kijken. Gekeken, nu net, ontroerend lief gezicht. In vaste slaap eindelijk ontspannen? Tot hoe lang? Komt ooit de oude Olman terug?

zaterdag 8 mei 2021

Gaston Burssens • 10 mei 1940

Gaston Burssens (1896-1965) was een Belgische dichter. Zijn dagboek werd gepubliceerd in 1988.

10 Mei
Om 6 u. verdwaasd wakker geschoten door een soort dof gestommel dat ik niet direct kon thuis brengen. In de buurt hoor ik de vensters openrukken en iemand schreeuwt: oorlog!
Madeleine en ik staren elkaar verstomd aan. Ze wipt het bed uit naar het raam en blijft sprakeloos en zonder beweging staan kijken. Als ik naast haar sta zie ik honderden kleine brandstapels in de weide. Brandbommen! Dan eerst horen we een gegons in de lucht en zien we tientallen zwarte stippen die boven het vliegplein van Deurne moeten hangen. Plots een lange reeks van ontploffingen. De vloer davert onder onze blote voeten. Boy rent waanzinnig blaffend door het ganse huis. De lafaards! Zij die ons gisteren nog verzekerden...!
Ik schrijf dit thans in mijn bureau van mijn fabriekje in Hoboken. Wij hebben het veiliger gevonden uit de nabijheid van het vliegveld te blijven. Wij hebben het hoogstnodige in mijn wagen geladen. We zullen hier voorlopig blijven. Voor niet lang hopelijk, want wij zijn overtuigd dat de Duitsers hier over enkele dagen zullen staan.
De ganse dag bij M. naar de radio geluisterd. Land verdedigen! Eer! Vorst! Totterdood!
Ik ken dat, van 1914!
Iedereen is gek van schrik en woede!

11 Mei
We hebben niet gehamsterd. We trekken er op uit en kunnen nog enkele conserveblikken bemachtigen. En kaarsen. Ook benzine voor de wagen; je kunt nooit weten. Madeleine heeft plots weer last van haar jarenoude nierkwaal.
Naar Bl. getelefoneerd. Haar man houdt eraan dat ze met haar dochtertje zo spoedig mogelijk naar Frankrijk vertrekt. Ik raad het haar af, maar voel onmiddellijk dat ik aan een voor 't ogenblik ongepast egoïsme toegeef.
Het volk wordt nog gekker, maar thans van schrik alleen. Overal worden vijandelijke parachutisten gesignaleerd. Iedereen ziet in iedereen een spion.

Willem Verwer • 9 mei 1573

Willem Janszoon Verwer (ca. 1533-ca. 1595) was advocaat en regent van het Weeshuis en van het Leprozenhuis te Haarlem. Van 1572-1581 hield hij een 'Memoriaelbouck' bij van gebeurtenissen te Haarlem, onder meer van het beleg van de stad door de Spanjaarden in 1572-1573.

[9 Mei 1573]
Pinster avont. Den 9e hebben die van buijten een capiteijnshooft met een brieffcken daeran met een spijcker of nagel in sijn hooft ghesmeeten: Dit is capiteijns Olivvers hooft*. Ende worpen dat over het blockhuijs ende rijepen seggende: Sus sullen wij se alleijnckens crijghen ende uutpijcken.
Ock isser doen Aantonis van Berckenro zijn zoen gevangen, die in die mijne onder die aerde mende doer te loopen nae die van buijten, soe men zeijden, ende daer worden enich verraet uut gesuspiceert ende door die sacke worden Mr. Lambert, Mr. Crijn burgemeesters gevangen ende daerdoer quam oock groot rumoer. Een tijt daernae worden die jongen uuijt gelaten. Thuschen den 9 ende 10 snachs zijn dese personen naegescreven gevangen ende uut haer bedden ghehaelt, want zij siecke waeren ende te voeren van stats waeckers bewaert gheweest hadden in haer eighen huijsen op haer eijghen costen, zijn in stats kelder geleijt in die Barteliorrisstraet, ende zij worden daer noch en boven bewaert in die kelder:
Mr. Lambrecht (oude burgemeester ende pensenarius) alias Rosevelt genaempt
Mr. Quierijn alias Thalesius burgemeester
Ursel Quijriens zijn dochter, een baghijn
ende Adriaen van Groen, dus lang bewaert in die kelder, ondert het Stathuijs. Zijn tesamen als boven in die dievenkelder geleijt.

* Wikipedia: De wreedheid en barbarij van beide partijen blijkt uit acties zoals een afgehakt hoofd naar de verdedigers te gooien, waarop de verdedigers weer reageerden door elf gevangenen (die trouw aan de Spaanse kroon hadden gezworen), naar de aanvallers terug te gooien met de opmerking: Haarlem betaalt Alva niet om de oorlog te betalen.

J.A. Borst • 8 mei 1990















• Verslag van boeken- en prentenveiling bij het veilinghuis van Bubb Kuyper, door J.A. Borst in Boekenwereld.

Bubb Kuyper 8 en 9 mei
Wel een gedoe in het Hofje van Staats: een broeierige sfeer, t.v.-camera's op scherp, felle volgspots; ieder moment kan het show-orkest invallen en kunnen bij het crescendo van de muziek de lang-benige meisjes van het ballet het pand binnentrippelen... maar dat pakt wel even anders uit: op dat moment verschijnt Bubb Kuyper, andere benen, ander motoriek, andere bedoelingen.
De televisie wil er getuige van zijn hoe de collectie Stakenburg, een verzameling van manuscripten van de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962), geveild zal worden. Veertig seconden later kunnen ze hun spullen weer inpakken, want de klus is geklaard: voor f 116.000,- is het ‘King medicinale pepermuntdoosje’ met de 300 blaadjes met 210 gedichten in handen van het Letterkundig Museum gekomen; en daar hoort het ook.

Geen gek begin voor een veiling die nog tot nummer 2366 zal duren (voor het gemak sla ik de 415 nrs. van de middagzitting maar over). Na deze openingsknal komt de collectie Hans Roest onder de hamer, moderne literatuur, veelal met opdrachten aan de verzamelaar. De prijzen zijn redelijk met enkele uitschieters: het handgeschreven gedicht Kus van G. Achterberg, f 800,- (dat betekent f 50,- per regel); van dezelfde dichter En Jezus schreef in 't zand, 1947, 1ste druk met een toegevoegd gedicht Avondmaal in handschrift f 1100,- (350-450), Gedichten van Hans Andreus, 1958, met uitvoerige opdracht, f 600,- (100), een handgeschreven brief van Bloem, f 600,- (200), idem van Bordewijk, f 600,- (200-300); relatief goedkoop leek mij Passé Défini van C. Buddingh, 24 blz. handschrift, waarvan in de oorlog een drukje in 20 ex. verscheen, f 850,-. Apart, maar niet echt goedkoop was het boekje van P. Kemp Garden 36, 22, 36 inches uit 1959, met uitvoerige opdracht, dat voor f 800,- (200) bij Reflex in goede handen is. Uit andere inzendingen valt een bijna complete set van uitgeverij AMO op; 84 delen in een zeer beperkte oplage blijven voor f 30.000,- onverkocht; eenzelfde lot treft een collectie eerste drukken van S. Vestdijk met veel extra's: niemand is bereid de bodemprijs van f 7000,- te betalen. De woensdagmiddag met zeer diverse rubrieken laat niet veel uitschieters zien, hoewel... drie boekjes over vioolbouw geschat op f 70-90,- brengen f 750,- op (catalogusnummer 1233) en ook de boeken van M. Hirschfeld over verschillende seksuele onderwerpen vinden belangstelling, met als opvallendste Die Transvestiten, f 500,- (200).

De Nederlandsche Boomgaard van S. Berghuis, 1868, 2 dln. met 124 afbeeldingen, komt voor f 2200,- bij de Nederlandse handel. Moeizamer gaan de boeken over Haarlem, vele nummers gaan retour (die boeken kun je natuurlijk beter in Haarlem verkopen... maar wacht eens, waar zit ik hier eigenlijk?). Opmerkelijk mag ook de prijs voor een zestigtal foto's uit Ned. Indië omstreeks 1870 genoemd worden, bijna alle voorzien van het Woodbury & Page-stempel, f 5250,- (2000-2500).

De avondzitting kende weer de bekende drukte. Prenten stonden er op het programma. De grote pakken gingen zoals gewoonlijk voor goede prijzen weg, maar opvallend waren de prijzen voor de kleine lotjes planten (wie is toch die commissie 56?), die meestal voor het dubbele van de schatting naar dezelfde commissiegever gingen. Het topografisch werk werd meestal dicht bij de schatting verkocht. Devotionalia wordt een rubriek om te onthouden, terwijl het met de posters op deze veiling sukkelen was. Welaan, tijd voor de echte boeken.

Ook bij dit onderdeel bleek Bubb weer mediagevoelig; dit keer geen televisie, maar nu de telefoon duidelijk in beeld. Als ik het allemaal goed heb begrepen, kunnen wij kopers binnenkort rustig thuis blijven en worden wij gebeld als de veilinghouder denkt dat het wel iets voor ons is! Hoe dan ook iemand/iets in Frankrijk moest telefonisch over de streep getrokken worden om een negentiende-eeuws manuscript dat er middeleeuws uitzag, maar het uiteraard niet was, voor f 38000,- te kopen; dit lukte.
Het uit het Engels vertaalde boekje van W. Bligh Verhaal van de muitery (...) Bounty, 1790, ging voor f 1100,- (200-300) naar Forum. Voor f 8000,- (3000-5000) verhuisde een zeer zeldzaam werkje van Calvijn Traitté des scandales, qui empeschent aujourd'huy etc. 1565, naar Dordrecht. Met f 800,- kwam een volksuitgave van Claes Compaan uit 1781, goed weg. Relatief goedkoop gingen de twee Coornhert-vertalingen in één band; een matig ex. van de Officia Ciceronis, 1561, en de zo mogelijk nog zeldzamere Deerste twaelf boecken Odyssee, dat is de dolinghe van Ulysse 1561; geen topexemplaren, maar dat is voor boeken van deze zeldzaamheid geen argument meer, nee, ik vond de te betalen f 4000,- zeer redelijk. Ook zeer smakelijk was van J. Fischart Binenkorb Des heyl. Röm. Imenschwarms, 1586!!, een zeer vroege vertaling van Marnix' Biencorf; de prijs? f 2700,- (700-900). Kwalitatief smullen was het met Deliciae naturae selectae, of uitgeleezen kabinet van natuurlyke zeldzaamheden, 1771, folio, fraaie band, schitterend geïllustreerd, maar wel f 16000,-.

Veel belangstelling gold A. Montanus' Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische Maetschappy in 't Vereenigde Nederland, aen de Kaisaren van Japan enz. 1669, incompleet, maar toch voor f 6000,- (1000-1500) naar het oosten van het land en waarschijnlijk daarna nog oostelijker. Klein leed: de verzamelaar van kinderboeken die het tegen de U.B. Nijmegen moet afleggen als het boekje Philosophie der tollen en ballen, 1768, van J. Newbery aan bod komt; de winnaar betaalt f 900,- (200-300). Eigen leed: het aardige boek van Plinius Secundus over oude filosofen en hun opvattingen over de natuur ± 1628, kwam voor f 1500,- (500-700) in verkeerde handen, bedoeld wordt: niet de mijne. C. Ripa's Iconologia, of uytbeeldingen des verstands, de eerste Ned. vertaling van 1644 met 196 houtsneden ging voor f 1700,- naar een commissie, terwijl dit keer de Zinne-poppen van Roemer Visscher onverkocht bleven; het kan niet altijd feest zijn.

Aardig vond ik het feit dat de rechterhand van Bubb, Jeffrey, de eerste golf betalingen regelde; heerlijk lijkt me dat: eventjes op de troon zitten; zo gaat dat bij kroonprinsen.

donderdag 6 mei 2021

Walther Schwieger • 7 mei 1915

• Op 7 mei 1915 werd het passagiersschip 'Lusitania' tot zinken gebracht door een Duitse onderzeeër. De U-bootkapitein, Walther Schwieger (1885-1917), beschrijft het zinken van het schip in zijn logboek.

2 pm • Straight ahead the 4 funnels and 3 masts of a steamer with a course at right angles to ours. . . Ship is made out to be a large passenger liner.

3:05 pm • Went to 11m and ran at high speed on a course converging with that of the steamer, in hopes that it would change course to starboard along the Irish Coast. The steamer turned to starboard, headed for Queenstown and thus made it possible to approach for a shot. Ran at high speed till 3 pm in order to secure an advantageous position.

3:10 pm • Clear bow shot at 700 m... angle of intersection 90 [degrees] estimated speed 22 nautical miles.
Shot struck starboard side close behind the bridge. An extraordinary heavy detonation followed, with a very large cloud of smoke (far above the front funnel). A second explosion must have followed that of the torpedo (boiler or coal or powder?).
The superstructure above the point of impact and the bridge were torn apart; fire broke out; light smoke veiled the high bridge. The ship stopped immediately and quickly listed sharply to starboard, sinking deeper by the head at the same time.
Great confusion arose on the ship; some of the boats were swung clear and lowered into the water. Many people must have lost their heads; several boats loaded with people rushed downward, struck the water bow or stern first and filled at once.
On the port side, because of the sloping position, fewer boats were swung clear than on the starboard side.
The ship blew off steam; at the bow the name “Lusitania” in golden letters was visible. It was running 20 nautical miles.

3:25 pm • Since it seemed as if the steamer could only remain above water for a short time, went to 24m. and ran toward the Sea. Nor could I have fired a second torpedo into this swarm of people who were trying to save themselves.

4:15 pm • Went to 11m and took a look around. In the distance straight ahead a number of life-boats were moving; nothing more was to be seen of the Lusitania. The wreck must lie 14 nautical miles from the Old Head of Kinsale light-house, at an angle of 358 degrees to the right of it, in 90m of water (27 nautical miles from Queenstown) 51 degrees 22’ 6” N and 8 degrees 31’ W. The land and the lighthouse could be seen very plainly.

4:20 pm When taking a look around, a large steamer was in sight ahead on the port side, with course laid for Fastnet Rock. Tried to get ahead at high speed, so as to get a stern shot...

5:08 pm • Conditions for shot very favorable: no possibility of missing if torpedo kept its course. Torpedo did not strike. Since the telescope was cut off for some time after this shot the cause of failure could not be determined. . . The steamer or freighter was of the Cunard Line.

6:15 pm • . . . It is remarkable that there is so much traffic on this particular day, although two large steamers were sunk the day before south of George’s Channel. It is also inexplicable that the Lusitania was not sent through the North Channel.

woensdag 5 mei 2021

Bergman • 6 mei 1985

• Schrijver Bergman (Aart Kok, 1921-2009) hield enige maanden een dagboek bij waarin hij herinneringen aan het Kralingen uit zijn jeugd neerschreef. Uit: Leve Kralingen en omstreken/Dagwerknotities.

'85-6/5
Een bijzondere vorm van bokspringen die wij in Kralingen druk beoefenden heet spoor-reet-afzakker. Het aantal deelnemers was onbeperkt. Tegen de trottoirband stond de bok. Men sprong vrij vlug achter elkaar en werkte in serie vijf verschillende sprongen af. Tijdens de eerste sprong moest men met de achterkant van de schoen de bok een por tegen het zitvlak geven (spoor). Bij de tweede sprong werd de trap vervangen door een duidelijke klap met de vlakke hand op dezelfde plaats (reet). De derde sprong vereiste iets meer behendigheid. Aan het eind van de sprong moest men zich in een vloeiende beweging met het achterwerk van het lichaam van de bok laten glijden (afzakker). Landde men verkeerd, boven op de bok bijvoorbeeld, dan kon men een lelijke smak maken. Volgden nog twee combinatiesprongen waarbij men tegelijkertijd twee (spoor-reet) en ten slotte drie (spoor-reet-afzakker) handelingen moest verrichten. De laatste sprong was de moeilijkste maar op den duur kreeg men zoveel handigheid dat ieder moeiteloos de eerste ronde passeerde. De bok ging nu één voet van het trottoir staan en hetzelfde ritueel herhaalde zich. Bokstaan was geen sinecure, er werd soms ferm getrapt en geslagen en met een ploegje geoefende springers kon het lang duren eer men werd verlost. Sadisten die wij waren lieten we steevast een paar zwakke springers meedoen. Bij het groter worden van de afstand tussen bok en trottoir begonnen de fouten. Als bok moest je goed opletten, anders stond je van eeuwigheid tot amen. Miste iemand een onderdeel, dan zorgde je als de bliksem als eerste het trottoir op te springen. Lukte dit, dan was je verlost. De verliezer stond bok en het martelfeest begon opnieuw.