dinsdag 3 december 2013

Paul Léautaud -- 5 december 1919

Vrijdag 5 december 1919. - De Panter wordt met de dag onaardiger en vervelender: ze heeft 't alleen nog maar over geld, de prijs van dit, de prijs van dat, voordelige koopjes, wat zij geeft, wat haar niet gegeven wordt, wat een bepaald ding kost dat ze in huis heeft, een ander dat ze pas gekocht heeft, de prijs waarvoor ze het weer zou kunnen verkopen, wat de maaltijd kost die ze voor mij maakt, hoe duur bepaal de dingen zijn die ze mij in het begin van onze verhouding heeft gegeven. Twee jaar geleden heeft ze me twee droogdoeken gegeven; die heeft ze teruggevraagd omdat die nu zo duur zijn. Ze begon ook over de drie overgordijnen die ze me heeft gegeven voor mijn ramen. Ik was haar echter vóór, door gul lachend te verklaren dat ik eraan gehecht was als aan mijn eigen oogappels, dat ze voor mij een herinnering waren aan de lieve vrouw die ze eens was geweest.
Verleden week zaterdag is ze op een vergadering bij Madame Simons geweest. Daarover vertelde ze 't volgende: 'Madame Simons heeft me gevraagd: is die Léautaud eigenlijk intelligent, ik bedoel buiten de dingen die met dieren te maken hebben? Daar heb ik maar geen antwoord op willen geven, om je niet te vernederen.' Heerlijk is dat! En dat heb ik haar ook gezegd: 'Als je eens wist hoe komisch dat is; twee kleinburgerlijke vrouwtjes, die met elkaar een babbeltje maken over de intelligentie of de stompzinnigheid van deze of gene. Dus jij weet zonder meer wat intelligentie eigenlijk is? Ben je daar wel zo zeker van? Dan bof je wel hoor! Ik ken mensen, die heel wat knapper zijn dan jij, en die weten nog steeds niet met zekerheid wat intelligentie nou precies is.'
Dat neemt niet weg dat het allemaal erg triest is. Wanneer ik er aan denk, dan word ik er bedroefd van. Dat we nu zo slecht met elkaar kunnen opschieten, dat we zo weinig gemeen hebben, dat ze me steeds op de meest agressieve toon aan het afkraken is, terwijl we vroeger (en ook nu nog, als ze een goede bui heeft) toch zoveel plezier aan elkaar hebben beleefd. Waarom heeft ze ook alles van een perfecte maîtresse, maar tegelijkertijd ook alles van een afschuwelijke vrouw! Ik ben natuurlijk weer de gelukkige geweest, die daar in moest trappen.


Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Bovenstaand fragment komt uit Particulier dagboek 1917-1924.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten