dinsdag 13 december 2016

Flora Groult -- 14 december 1944

Flora Groult (1924-2001) was een Franse schrijfster en journaliste. In 1963 publiceerde ze samen met haar zus Benoîte een oorlogsdagboek: Journal à quatre mains, in het Nederlands door Nini Wielink vertaald als Dagboek voor vier handen.

14 december 1944
Onze Benoîte nam baar mooie spiegelkast [haar vriend, een Amerikaanse soldaat] mee voor de lunch. Hij valt bij ons thuis zo uit de toon dat het lachwekkend is; en hij lacht ook, met zijn mooie open smoel, zijn superwitte tanden en zijn blik zonder geheimen. Onze ouders en hij spreken niet dezelfde taal, maar dan ook helemaal niet, en ze denken dat die barrières aan de taal zijn te wijten; en ik lach in mijn vuistje, want de haag zou hun nog hoger lijken als ze elkaar begrepen.
Kurt is niet geschikt voor onze huizen. Hij past niet in de fauteuils, zijn voeten nemen op het tapijt een enorme plaats in; zijn lach klinkt als onweer; en tegelijkertijd is hij verbijsterend aardig; het scheelt niet veel of hij opent zijn armen voor de Mum en Dad van zijn mooie Frenchie. Hij vond alles fine, good en wonderful maar ik geloof dat zelfs Benoîte, die echt is ingenomen met haar mooie reus, besefte hoe groot de afgrond, de cultuur en de werelddelen zijn die ons, in weerwil van onszelf, scheiden van die glimlachende atleten. Hij heeft zo'n natuurlijke, doeltreffende charme dat we geen moment in verlegenheid worden gebracht door die oceanen tussen ons. Bovendien wordt het natuurlijk nog gemakkelijker gemaakt door het feit dat hij van niks weet en geen verschil ziet tussen deze Mum en Dad en dezelfde exemplaren in Pennsylvania. Hij overlaadde ons met levensmiddelen en ik heb hem de bijnaam Say it with cans gegeven. Het ziet er mooi uit, dat Amerikaanse voedsel. Je zou het willen opeten. Maar het is niet lekker.
Benoîte heeft me de Cantate van de XIVde zondag na Pasen van Bach gegeven; ik zet de plaat steeds weer op tot die een eentonige dreun wordt, 'die zijn licht en gratie in mijn hart uitstort', tweemaal... driemaal.
'O! Jezus, lieve Heer die hoop geeft!' De stemmen rijgen zich aaneen, komen vlak na elkaar, terwijl ze verschillende dingen zeggen; die stemmen zijn goddelijk en geven een indruk van eeuwigheid, van hemelse stilte welhaast. Ik zet haar steeds weer op, die muziek van mijn willekeur, die me in haar macht heeft en me obsedeert. Dat is zo prachtig: zozeer door iets geobsedeerd worden dat je gaat geloven dat er niets anders bestaat; arabesken in de ruimte, kringels van stemmen, jullie fascineren me en ik behoor jullie toe.

15 december 1944 Het lange wachten op dingen en de korte, schitterende, indrukwekkende manier waarop ze verdwijnen in het heden.
Ik ben dagenlang bezig geweest met het illustreren van een heel slecht verhaaltje voor een kinderkrantje waar een vriend van mijn peetmoeder zich mee bezighoudt. Ik heb zitten knoeien, ik heb lijnen getrokken en met mijn tong uit mijn mond zitten werken om mijn vervelende opdracht precies op tijd af te leveren. De vriend in kwestie keek nauwelijks naar 'mijn werkstuk' zei: 'Goed, prima' en stopte het in een map. Hij overhandigde me een belachelijk laag bedrag en zei even neerbuigend als onverschillig 'tot ziens juffrouw'.
Nou ja, ik heb ergens in mijn zak een heel klein bedrag dat ik helemaal aan mezelf te danken heb, en dat is aangenaam; en ik heb ook een opdracht om illustraties te maken voor een kinderboek, en om borden te ontwerpen voor Christofle.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen