maandag 2 maart 2026

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski • 3 maart 1886

• De Russische componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893) hield onregelmatig een dagboek bij.

Vertaling onderaan.

Wednesday 19 February/3 March 1886*
Slept very little. Woken by [petekind] Boris. Sent a telegram to S. M. Tretyakov to say that I would not be coming. [Beschermeling] Votya Sangursky's sketches. Departure. Priests in the railway carriage. From Podsolnechnaya to Klin there was a pretty woman from the bourgeoisie. Home. Dinner. Paced about the room. Slept. Tea. Out of sorts. Anguish and vacillation regarding the journey. Almost to the point of despair. Wrote letters. Went into the kitchen. Cards. Supper. Organised supper for the guests. Wrote in my diary after many days.

Thursday 20 February/4 March 1886
The wind is howling through the trees worse than ever; how can one believe that spring is so near. The frost was sharp. After a splendid night's sleep I felt more cheerful today, and decided, come what may, to go as intended. Strolling, composed Mackar's piece [een stuk in opdracht]. [Bediende] Alyosha brought letters from N. D. Kondratyev in Nizy, amongst others. I read the newspaper. Some pancakes instead of dinner. Even these were difficult to obtain. Straight after dinner, despite the cruel wind, I walked to the railway station to telegraph Laroche and tell him not to come. I was exhausted, but then my digestion was eased. I was drowsy all the time before and after tea. However, I still wrote six letters and worked a little. After supper I played Nero [opera van Anton Rubinstein]. The impudence of the author is worthy of astonishment, but not of imitation.

* De Russische kalender liep toen nog dertien dagen achter.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.

Woensdag 19 februari / 3 maart 1886
Weinig geslapen. Wakker gemaakt door Boris. Een telegram gestuurd aan S. M. Tretyakov om te zeggen dat ik niet zou komen. Schetsen van Votja Sangurski. Vertrek. Priesters in de treinwagon. Van Podsolnetsjnaja tot Klin zat er een knappe vrouw uit de burgerij. Thuis. Diner. Door de kamer heen en weer gelopen. Geslapen. Thee. Niet in mijn doen. Angst en besluiteloosheid over de reis. Bijna tot wanhoop toe. Brieven geschreven. Naar de keuken gegaan. Kaarten. Avondmaal. Het avondmaal voor de gasten georganiseerd. Na vele dagen weer in mijn dagboek geschreven.

Donderdag 20 februari / 4 maart 1886
De wind huilt erger dan ooit door de bomen; hoe kan men geloven dat de lente zo nabij is. Het vroor scherp. Na een heerlijke nachtrust voelde ik mij vandaag opgewekter en besloot, wat er ook zou gebeuren, te gaan zoals gepland. Tijdens een wandeling Mackars stuk gecomponeerd. Aljosja bracht onder andere brieven van N. D. Kondratjev uit Nizy. Ik las de krant. Enkele pannenkoeken in plaats van een diner. Zelfs die waren moeilijk te verkrijgen. Meteen na het diner ben ik, ondanks de wrede wind, naar het station gelopen om Laroche te telegrammeren dat hij niet moest komen. Ik was uitgeput, maar daarna werd mijn spijsvertering beter. Voor en na de thee was ik voortdurend slaperig. Toch heb ik nog zes brieven geschreven en een beetje gewerkt. Na het avondmaal speelde ik Nero. De onbeschaamdheid van de auteur is verbazingwekkend, maar niet navolgenswaardig.

Adriaan Roland Holst • 2 maart 1910

• Uit de correspondentie die Adriaan Roland Holst (1888-1976), een van de drie Nederlanders die de eretitel ‘prins der dichters’ is toegekend, in de periode 1908-1913 voerde met Marius Brinkgreve, toen nog student klassieke letteren en veelbelovend. Later ging deze het bedrijfsleven in en sloot zich aan bij verschillende fascistische organisaties. Brieven aan Marcus Brinkgreve 1908-1914 (bezorgd door Margaretha H. Schenkeveld).

Oxford, 2 maart 1910
Denk verder nóóit dat ik jouw vriendschap verkeerd voor hem [Jaap van Gelder, een gemeenschappelijke vriend] vind. Integendeel, ik weet dat je hem een groote steun bent, hoewel ik ook vind dat jullie twee levens niet bepaald gunstig op elkaar kunnen wisselwerken—maar dat ligt voornamelijk in jullie omgeving, die aan jouw ontwikkeling niet veel schade kan doen, maar aan J.’s heel veel. – Jij bent in je beschouwing van iemand dien je een dichter vindt te veel... … een 80-er! Al dat sentimenteele gezanik van ‘als een dichter maar één vers heeft gemaakt dat mooi is, dan... etc.’ – heeft mij altijd kotserig gemaakt door zijn kwijlerige burgerlijkheid, en juist daarom deed een waarachtig kunstenaarsmilieu als ‘Laren’ mij zoo goed, waar wij ons dikwijls slap lachten om diverse ‘schoonheids’-veréérders, die er wel eens over de vloer kwamen, en waar al dergelijk gekwezel altijd heel hartelijk en prozaïsch wordt de deur gewezen. Ik zeg ’t je zoo ronduit omdat ik weet dat jij er au fond te goed voor bent, en ook omdat je mij toch niet zult beschouwen als een mensch die alleen naar hoeveelheid kijkt.

J.H. Leopold • 1 maart 1890

• De dichter J.H. Leopold hield een reisdagboek bij toen hij in 1890 in Italië was.


1 Maart.
Van middag hebben wij een grootere wandeling gemaakt. Eerst den ouden weg, door de stad omhoog naar de Madonna della Costa, de witte kerk op het hoogste punt, waar ik eergisteren ook al was geweest. Deze kerk staat op een groote open plek, langs een hospitaal leidt een glooiende weg, waarvan de keien in mozaiekfiguren zijn geplaveid, er heen. De kerk zelf heeft noch van binnen noch van buiten veel bijzonders. Maar het uitzicht, dat men van het terras er om heen heeft is ver reikend, men overziet er den geheelen ring bergen, die de stad insluit en wegvloeit in de zee. Van hier ziet men meer dan gewoonlijk boven op de zee en heeft het water een licht blauwe kleur.
Terug ging de weg zacht neerwaarts hellend door een dal, eerst aan de zonzijde, dan met een korten draai aan de overzijde terug in de schaduw. Hier was men dadelijk buiten, op het land, een ander land dan het onze, maar hoe vreemd ook, toch overweldigde de schoonheid van het landschap mij en op een oogenblik werd de borst mij beklemd door al het genot, dat ik niet op kon. Want welk een vredige liefelijkheid is er in zulk een dal, dat ik te Nice wel eerder had gezien, maar welks schoon mij van middag sterker trof door den zonneschijn. Er groeien links en rechts olijven berg op, berg af, op kleine terrassen, binnen ruwe steenen muren opgehoogd, en daartusschen citroenboomen vol gele vrucht en achter in omspant een hooge berg met pijnboomen begroeid het dal. Onder de olijven is het donker op het welige gras, waar de vogels slaan, en in de diepte dwaalt over de breede dorre bedding van grijze steenen een karige stroom. Aan de oever staan hier en daar woningen en waterleidingen ter besproeiing der hoven. Vrouwen komen langs den weg met groote takkenbosschen of bundels pijnappels op het hoofd en langs de smalle paden waarover de olijven hangen, klinkt op de steenen het geklikklak van den ezel, op wiens pakzadel vaatjes met wijn zijn vastgesjord.

donderdag 26 februari 2026

Nausicaa Marbe • 28 februari 1998

Nausicaa Marbe (1963) is een Nederlands schrijfster, columniste en journaliste van Roemeense/Griekse komaf. Nadat haar moeder was overleden, bezocht ze het ouderlijk huis in Boekarest.

28 Februari
Een Nederlandse vriendin logeert al een paar dagen in mijn huis. Ze wilde me niet de hele tijd alleen laten in dit land.
Ook kwam ze over om te helpen met het sjouwen van meubels, het sorteren van boeken, partituren en manuscripten, het inpakken van schilderijen en andere kunstwerken. Samen hebben we de afgelopen nacht de werkkamer van mijn moeder leeggehaald. Alles staat netjes in een ander vertrek dat vanaf nu ‘de muziekkamer’ heet. De nieuwe bewoners zullen ervoor zorgen dat daarin geen partituur door ongecrediteerde handen wordt aangeraakt.
Tegen vieren waren we bijna klaar. Doodop. Terwijl we vanochtend om half negen mijn oom zouden ontmoeten bij het familiegraf waar mijn moeder in ligt. Hij zou de sleutel meebrengen, wij de urnen met de as van mijn grootouders van moeders kant. Die had mijn moeder in huis gehaald, na een onplezierig incident met de directie van het crematorium waar ze ooit bewaard werden. De afgelopen dagen hebben mijn vriendin en ik er tevergeefs naar gezocht. Maar vannacht, in de bijna lege kamer, was het raak. Er was slechts een mooie archiefkast overgebleven. Vol papieren, dacht ik. Toen ik de sleutel vond en de deur opende, zag ik de twee bulten onder een antiek Chinees zijden kleed. Daarnaast een piepklein envelopje met het handschrift van mijn oma erop. Ik haalde er twee papiertjes uit. Het een was een korte brief van mijn opa aan zijn vrouw. Een paar woorden van liefde, zo eenvoudig en tegelijk machtig dat ik bijna duizelig werd. Op het andere papier las ik de laatste wens van mijn oma: ‘Leg dit alsjeblieft in mijn kist, samen met een foto van pappa. Opdat ik de herinneringen van geluk met me meeneem!’
Mijn vriendin en ik trokken samen het kleed van de urnen af en aaiden over het koude metaal. Zo'n grote liefde hebben we geen van beiden gekend, toch vult een bizar gevoel van geluk de kale kamer.
We tilden de urnen voorzichtig op, de inhoud rammelde. Zouden er stukjes bot inzitten? We kregen de slappe lach. Van ontroering, van vermoeidheid, van onwetendheid. Moest ik het briefje van oma naast de urn in de vieze, natte graftombe leggen? Had ze dat gewild?
‘Ze zou het fantastisch hebben gevonden om te weten dat het bij jou bleef, als jij niet dicht bij haar graf kon blijven,’ oppert mijn vriendin. Ik geef haar gelijk. Wat maakt die afstand tussen Noord- en Zuid-Europa nog uit?!
Een paar uur later zitten we slaapdronken in de rammelende metro naar de buitenwijk waar de begraafplaats ligt. Bij een zwerfkind hebben we bosjes sneeuwklokjes gekocht. Die leggen we straks in de nis met de urnen. We worden heen en weer geschud op de harde banken. Mijn vriendin houdt opa vast, ik heb oma op schoot. Beiden ingepakt in de enige plastic tassen die we in huis konden vinden: See Buy Fly's van Schiphol. Het is hun eerste reis met de metro, bedenk ik. En hun laatste. Het schiet me te binnen dat mijn boek precies zo eindigt: de dochter des huizes brengt as van haar voorouders naar de laatste bestemming. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het gebeurt echt. Deze keer vind ik het niets griezeligs hebben. Een cirkel is rond.
‘Hoe laat is het?’ vraagt mijn vriendin. We zijn vanochtend beslist niet snel geweest en mijn oom komt, heel on-Roemeens, altijd op de afgesproken tijd.
Ik werp een blik op mijn horloge, we zijn op tijd. Dan kijk ik voor het eerst sinds dagen naar het vakje van de datum: het is 28 februari. Hoe kon ik het in godsnaam vergeten! Vandaag komt in Nederland mijn boek in de winkel te liggen.

Willem Janszoon Verwer • 27 februari 1573

Willem Janszoon Verwer (ca. 1533-ca. 1595) was advocaat en regent van het Weeshuis en van het Leprozenhuis te Haarlem. Van 1572-1581 hield hij een 'Memoriaelbouck' bij van gebeurtenissen te Haarlem, onder meer van het beleg van de stad door de Spanjaarden in 1572-1573.

[27 Februari 1573] Den 27 hebben die galijen an malckanderen geweest. Die van buijten namen de vlucht, zoedat die van der stat weder het gat [4 voet diep en 30 breed], dat sij gedolven ende gemaect hadden ant Veer op die Meer of an die cant, weder gestopt hebben.
Op denselfden dach sijnder veel sceepen met scuijten victalie [levensmiddelen] in de Fuijcke aengecomen.
Op den laesten Februarii hebben die van der stadt smorgens omtrent thuschen 7 ende 8 uuren een duijlvels hol of mijne doen springen, zoedat zij omhooch in den lucht vloogen. Zij daelden needer als molenstenen, die niet en mogen hangen in den lucht.
Onbegrepen den dach stonst een cuijpers huijsvrouwe in haer huijs in die Cruijsstraet met besloten doeren, als die bevresden menschen, met een jonge dochter mij wel beckent, en koutede aen een bierton. Ende daer quam een groote cloot doer die deure ghevlogen thuschen haer beijden doer ende bleeff in de selfste tonne leggen. Zijet hoe wonderlicken, dat God in sijn wercken is, als den prophet seijt, daer dese vrouwen aen stonden, zonder enich van hen beijden ghequest te zijne ofte geracht, anders dan dat die joncxste dochter een stucken van den poste ofte cossijn des deurs op haer hooft viel, sonder gequest te zijne.

woensdag 25 februari 2026

Typiste, 29 jaar - Amsterdam • 26 februari 1945

• Typiste, 29 jaar - Amsterdam. Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945, geselecteerd door T.M. Sjenitzer-van Leening

26 Februari 1945
- ... op die bewuste zwarte Woensdag [zou ik] weer starten, wat toen niet doorging. Ik kreeg toen achter elkaar twee massieve banden, wat me, of beter gezegd Vader, ƒ130.- kostte plus de fooien en extra kosten wel ƒ140-. Dat voor een fiets, die met goede banden tien jaar geleden ƒ55.- kostte. Enfin, ik ging Dinsdag, 20 Febr. op pad, met mijn klompen en Joop z'n kaplaarzen. Het was een zware trap, tegenwind en harde banden. Doodmoe kwam ik aan. De volgende dag ging ik de boer op. Boerderij op, boerderij af. Na enige tijd raakte ik m'n klompen kwijt voor 10 p. tarwe. Bij de Vlaskamp een stukje scheerzeep voor 2 p. bruine bonen. 's Middags de laarzen van Joop die jammer genoeg over 't algemeen te klein waren, voor 40 p. tarwe + 10 p. bruine bonen. Misschien te weinig of zeker te weinig maar ik was blij eindelijk beet te hebben. Jannetje stopte weer 't nodige in mijn rugzak allemaal van die nuttige kleine artikelen, zoals taptemelkpoeder, een zakje tapioca, een pakje koffiesurrogaat (daar gaan de stedelingen de boer mee op!) een klein pakje theesurrogaat, ik weet 't niet eens meer. Donderdag ging ik terug. Eerst kreeg ik van Jannetje een pannetje bruine bonen met flink wat jus en een klont boter er in. En vier boterhammen mee. Er stond een harde tegenwind en moeizaam kwam ik vooruit. Om half 11 startte ik en om half zes was ik thuis. Toen had ik de helft bij me en moest ik dus weer op stap, wat ik gauw wilde doen aangezien ik een offensief van de Geallieerden vreesde en ik dan alles binnen wilde hebben. Bovendien moest ik er meteen weer op uit, want ik heb zowaar weer een baan. Terwijl ik op stap was, kwam Nolten bij me thuis of ik er voor voelde vertegenwoordigster te worden bij een in- en exporteur van zilverwerken en bijouterieën. Salaris .... ± ƒ500.- à ƒ600 - in de maand als ik middelmatig was. Anders kwam ik gauw tot ƒ1000.- De baas was een jongeman van mijn leeftijd, die er wegens de razzia's niet op uit kon en de zaak aan een jonge vrouw moest overlaten, een beschaafde jonge vrouw met flair. En toen dacht Nolten aan mij!! Vleiend. De jongeman in kwestie was een oud-scholier, ik kende hem wel, maar hij noemde geen naam. Ik moest Zaterdag maar eens bij hem komen praten. Dat deed ik. En die oud-scholier bleek Geert Vinkesteyn te zijn. Geertje, een van m'n vijf aanbidders, die melige gedichten op m'n ogen maakte! Hij is nu gelukkig getrouwd. Wie had dat ooit gedacht! Het kan toch grappig gaan in de wereld. Geert heeft 't ver geschopt in die branche nadat hij in de journalistiek in de malaise te weinig verdiende om van te bestaan. Hij is nu steenrijk. Ik 's middags naar Geert, met wien ik 't direct eens werd. ƒ30.- in de week, 5% provisie. Z'n vrouw is z'n compagnon ..... Ik zou Donderdag 1 Maart begonnen. Geert was nog niets veranderd, de gezellige, een beetje melige Geert, dien ik vroeger een beetje spottend op de hak nam. Maar een handige zakenman en dus een waardig leerling van onze Handelsschool. Hij liet me de collectie zien. Pruldingen nu, waaraan ze nu schatten verdienen, maar nog netjes voor deze tijd. En 't zijn toch nog verzilverde koperen wapentjes en leuke speldjes, vooral voor kinderen. Gedachtig aan H. Hugowaard nam ik er direct een paar mee.


[lees verder]

dinsdag 24 februari 2026

Robert Morris • 25 februari 1784

The Papers of Robert Morris 1781-184
* Robert Morris (1734-1806)

February 25, 1784
Genl. Hazen about the Papers left in this Office. Told him the Determination to send Copy of his Complaint against the Pay Master Genl. to that Gentleman and then Copies of it and of his answer to Congress.
Colo. Pickering with an estimate for money.
Wrote a Letter to John Pierce Esqr. Pay master General.
Wrote a Letter to The Honble. Mr. Jefferson Chairman of a grand Committee of Congress.

maandag 23 februari 2026

Michel Leiris • 24 februari 1942

Michel Leiris (1901-1990) was een Franse etholoog, dichter en schrijver. In de tegenwoordige tijd. Journaal 1922 - 1989. Vertaling: Michel van Nieuwstadt.

24 februari
Gisteravond in de Opéra Don Giovanni van Mozart gezien, wat ik al heel lang graag wilde zien vanwege de mythe van Don Juan.
Idee (dat nauw te maken heeft met de rampspoed waardoor op dit ogenblik bepaalde van mijn vrienden of kennissen getroffen worden) om mezelf een zekere discipline op te leggen wat betreft het bezoek aan theaters: niet meer gaan kijken naar wat voor mij pure 'ontspanning' vormt; alleen nog maar naar dat soort voorstellingen gaan waarvan aangenomen kan worden dat ze, zo ze niet een mythische betekenis hebben, minstens een diepe emotie losmaken.
(Dit in het genre 'vaste voornemens' waartoe men je het besluit laat nemen als je kind bent en je opvoeding godsdienstig van aard is.)

Gistermiddag kreeg met de slechtst denkbare afloop de historie haar einde die meer dan een jaar geleden op het Trocadéro begonnen was ... [Leiris bedoelt de executie van zeven verzetslieden.]

25 februari
Volgens wat de families erover aan de weet zijn gekomen, heeft eergisteren de executie plaatsgehad, omstreeks 15 uur, of 18 uur (in het laatste geval juist op het moment dat Don Giovanni begon). De veroordeelden zijn met een bus van de gevangenis van Fresnes naar de Mont-Valérien gebracht. Ze werden heel Parijs doorgereden en het traject nam ongeveer een uur in beslag. Er was een aalmoezenier bij. Tijdens de route hebben ze gezongen, vrolijk onder elkaar gepraat over de diverse plekken van Parijs die ze herkenden. Ze hebben ook geweigerd zich te laten blinddoeken.
Ik zou eigenlijk ontsteld moeten zijn dat ik dat in dit cahier zo te boek stel, als was het iets volkomen abstracts...
Anderzijds hebben we gehoord dat D[eborah] L[ifszyc], die door de Franse politie zaterdag de eenentwintigste 's morgens werd gearresteerd, voor zes maanden naar de Tourelles-kazerne zal worden overgebracht.




zondag 22 februari 2026

Albert Camus • 23 februari 1937

Albert Camus (1913-1960) was een Franse schrijver. Een keuze uit zijn dagboeknotities 1935-1951 is in het Nederlands uitgegeven onder de titel Dagboek (vertaling Halbo C. Kool)

Februari
De beschaving schuilt niet in een meer of minder hoge mate van verfijning. Maar in een geestesleven waarin heel een volk deelt. En dat geestesleven is nooit verfijnd. Het is zelfs kaarsrecht. De beschaving tot het werk van een elite maken, is haar gelijk stellen met de kultuur, die heel iets anders is. Er bestaat een mediterrane kultuur, maar er bestaat ook een mediterrane beschaving. Anderzijds beschaving en volk niet verwarren.

Sjoerd Kuijper • 21 februari 2021

De spanning stijgt bevat gebundelde brieven van Sjoerd Kuyper (1952) uit 2021, met bedenkingen over het leven in coronatijd en de naderende dood.

Bergen, 22 februari 2021
Als je één sprietje in je tuin ziet dat de verkeerde kant op buigt, en je loopt erheen met je schaartje, ben je de rest van de dag kwijt en ligt aan het eind ervan je tuin bezaaid met spul dat de groene bak in moet. Nou, dat kan morgen ook. Maar morgen moet ik in een plastic bekertje pissen en bloed af laten nemen en naar Camperduin fietsen en naar de zee kijken. Nou, de groene bak wordt pas woensdag geleegd. Ik begin weer zenuwachtig te worden, heren, er komt te veel op mijn pad en dat uit zich in — goddank nog kleine — angstaanvallen.
Ik zie het nut van niet drinken totaal niet in. Afgelopen week was kleine Owen drie dagen bij ons. Hij kan nog niet goed praten, maar wel al loepzuiver zingen, je gelooft je oren niet, je slaat er steil van achterover. Als hij al spelend zit te zingen, herken je de liedjes een voor een. Tot nu toe sprak hij zinnen van slechts één woord, zoals 'miw', dat betekent 'meer', of 'ka', en dat betekent 'kaas'. Wij waren erbij toen hij zijn eerste zin van twee woorden sprak: 'Miw ka.' Marianne ging destijds van één woord meteen naar vier. Mmm toot aaie nee.'Mmm' was konijn en 'toot' was dood, het krioelde destijds in het bos van Bakkum van de dode konijnen, de pijp van het myxomatogoïde virus uitgegaan, en die mocht ze van ons niet aaien.
Nu is ze doende haar troep op onze zolder op te ruimen. Die hebben we al die jaren bewaard. Voor dit moment. Ze komt naar beneden met teksten als: 'Jezus, ik heb mails van jullie gevonden, van toen ik dat jaar in Amerika zat. lk was er net vijf dagen en jullie hadden gehoord dat ik in een Jehova-gezin was ondergebracht en jullie konden mij niet bereiken! Hoe hebben jullie dat in godsnaam volgehouden? Ik zou compleet gestoord worden als Owen daar zat, bij Jehova's, en ik kon geen contact met hem krijgen! ik zou meteen op het vliegtuig stappen. Nu. Toen had ik niks door ...' Ha, denken wij dan, ha! Marianne was toen zeventien.
Ik probeer te schrijven maar het gaat met de dag beroerder. Heb vier hoofdstukjes Maantje af, het moeten er twintig worden, dan wordt het tweede deel dubbel zo dik als het eerste. Leek me mooi. Nu vind ik het veel. Papa vecht in dit boek met Sinterklaas en trekt de baard van diens kin maar daar ben ik nog niet, dat is pas in het een na laatste hoofdstuk. Ik stel voor dat we een sticker op het boek plakken - als het ooit af komt - met de woorden: 'Parental warning. This book might shatter your child's belief in the fucking Decembersaint from Spain.' Krijgen we misschien een beetje aandacht. En omdat kerst en Sinterklaas er alle twee in voorkomen, stel ik deze wervende kreet voor Het Ultieme Decemberboek. Eerst maar eens aan hoofdstuk vijf beginnen.

In zak en as

Ik ben mijzelf niet vandaag,
ik ben somber zonder pijn.
Ik denk dat zeker duizend mensen,
desgevraagd,
Sjoerd Kuyper willen zijn.
Dat zou ik ook graag wensen
als ik mijzelf niet was.

Laat ik maar eens proberen om morgen verder te schrijven. Ga ik nu Ajax-Sparta kijken. Als ze maar niet spelen zoals ik schrijf.

Jaap Zijlstra • 21 februari 1999

Jaap Zijlstra (1933–2015) was een Nederlandse dichter, schrijver en predikant. In het tijdschrift Liter publiceerde hij een gedeelte uit zijn schrijversdagboek. (Foto: Menne Velinga).

[21-2]
Wilhelminakerk in Haarlem. Gastendienst. Bij het napraten klampt een jongeman mij aan. Hij is vrachtwagenchauffeur en vertelt een bijna-dood-ervaring gehad te hebben tijdens een operatie. Door een angstig donkere tunnel kwam hij in een oord van helder licht, niet verblindend maar heerlijk, prachtige kleuren, diepe vrede. Hij zegt: Ik voelde mij onuitsprekelijk gelukkig. Dit was de hemel. Ik ben niet godsdienstig opgevoed maar nu weet ik zeker dat God bestaat. Ik wil Hem leren kennen. Daarom ben ik vanavond naar de kerk gekomen.

[22-2]
Jan G., minnaar van muziek en maaltijden, in het verpleeghuis bezocht. Hij kan niet wennen. Ik ga niet eens meer over mijn lijf, zegt hij, alleen nog maar over mijn lezen!

Ik ben als een ding
in vreemde handen overgegaan,
machthebbers bepalen de muziek,
de maaltijden, het bad.

Lezen het enige
dat ik zelf nog in handen heb,
de krant mijn kamerscherm,
het boek mijn vijgenblad.

[23-2]
Heer, geef mij de moed om te zeggen:

Welterusten, zorgen,
tot morgen!

[24-2]
Een brief van een jongen die op school een spreekbeurt wil houden over mijn gedicht ‘Lichtmatroos’. Of ik zijn uitleg wil ‘checken’. Hij blijkt weinig van het gedicht te hebben begrepen. En ik maar denken dat ik zo eenvoudig en helder schrijf!
In ons mistige land houdt men van mistige poëzie. Behoor ik tot de mistige dichters?

donderdag 19 februari 2026

Hendrik Groen • 20 februari 2015

• Uit het fictieve dagboek Zolang er leven is. Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar.

Vrijdag 20 februari
Vanochtend pas om half tien wakker geworden met een voldaan gevoel, ondanks een enigszins zwaar hoofd. Het was een mooie lustrumviering. Een lustrum is bij Omanido gisteren gesteld op één jaar. We kunnen het onszelf niet permitteren de gebruikelijke vijf jaar aan te houden, want het risico dat een of meerderen van ons binnen vijf jaar doodgaan is veel te groot. Dus elk jaar een lustrumdiner.
Evert stelde voor voortaan ook het Chinees Nieuwjaar te vieren met een copieuze maaltijd. Helaas had hij zich in de datum vergist, want dat was... gisteren. Het jaar van de geit is begonnen.
`Ik hou van geiten. In de vorm van saté,' kwam Geert onverwachts uit de hoek. Geert is zuinig met woorden, hij verspilt er weinig.
Zo'n feestelijke avond vraagt zo veel energie dat ik in de reserves moet tasten en een dagje nodig heb om bij te komen. Ik moet vandaag op de spaarbrander.
Dat ga ik doen door zo min mogelijk te bewegen en regelmatig een beetje weg te dommelen bij radio of tv. Zo kom ik de dag wel door. Er zijn bewoners die zo hele jaren doorkomen tot ze de dood in dommelen.
Na de zachtste horrorwinter ooit hangt al een paar dagen de lente in de lucht.

woensdag 18 februari 2026

Cosima Wagner • 19 februari 1872

Cosima Wagner (1837-1930) was de echtgenote van de Duitse componist Richard Wagner. De fragmenten uit haar dagboeken die handelen over Friedrich Nietzsche, zijn verzameld in Nietzsche contra Wagner. Wagner en Nietzsche waren aanvankelijk elkaars bewonderaars, maar later bekoelde hun vriendschap.

19 februari 1872
R. [Richard Wagner], die een goede nacht heeft gehad, speelt ’s morgens na het ontbijt onze vriend [Friedrich Nietzsche] de eerste scène [uit de Götterdämmerung] voor, en dat bevalt hem zo slecht dat hij de rest van de dag nergens meer zin in heeft en zeer aangedaan is. Desondanks wordt er uitgebreid gesproken over de hervorming van de onderwijsinstellingen, evenals over de Duitse volksaard, ‘tot op heden’, aldus R., ‘zijn wij sterk geweest in het verdedigen, in het terugdringen van het vreemde dat we niet in ons kunnen opnemen; het Teutoburger Woud is een afweerlinie geweest tegen Romeinse invloeden, net als de reformatie een afweerlinie is geweest, net als onze grote literatuur een afweerlinie is geweest tegen de Franse invloed; iets positiefs hebben we tot dusverre alleen in onze muziek – Beethoven’. ‘En de Faust dan,’ vraag ik. ‘Dat is toch alleen maar een soort van voorstudie,’ zegt R., ‘die bij Goethe zelf alleen maar verbazing wekte; hij liet het niet doorgaan voor een zelfstandig product, voor een volwaardig kunstwerk.’

dinsdag 17 februari 2026

Trui Thöne • 18 februari 1915

• De Nederlandse Trui Thöne (1893-1980) was tijdens WO I een "jonge vrouw uit een gegoede familie" en hield gedurende de oorlog een dagboek bij.

Donderdag, 18 Februari 1915
Een dag van groote spanning! De Duitschers hadden bekend gemaakt, dat vanaf dien datum de Noordzee (Engeland) door hen zou worden afgesloten. Dus dreigde onze schepen ook groot gevaar. Men had ze dan ook een rood-wit-blauwe verschansing gegeven. Met groote letters Nederland er op. En juist op deze kritieke 18de kwam er een legercorps van 20.000 man in Arnhem voor onschuldige militaire oefeningen. Ponton bruggen over den Rijn, enz. De Arnhemmers dachten niet anders dan dat we echt tot over de ooren in de oorlog zaten!

Zaterdag, 20 Februari 1915
’s Middag om 4 uur ging ik met een heerlijk zuurkoolschoteltje in mijn maag naar Leeuwarden terug. In Leeuwarden wordt de nieuwe lichting gedrild, dus kun je op alle uren van den dag (en dikwijl nacht) tot groot vermaak van de jongens, de soldaatjes zien exerceren. Ze doen vreeselijk hun best. Ze begrijpen dan ook natuurlijk dat het nu wel eens noodig kon worden, dat het geen grapje is.


maandag 16 februari 2026

Hans van Straten • 17 februari 1962

• De omgevallen boekenkast van journalist, schrijver en boekenliefhebber Hans van Straten (1923-2004) is een verzameling gevarieerde anekdoten, herinneringen, droomverslagen, dagboekfragmenten en aforismen, die vrijwel allemaal op de een of andere manier over boeken en schrijvers gaan.

17 februari 1962
De kennis van het antiquarische apparaat heeft het voordeel dat je het ook kunt bespelen. Op 17 februari 1962, een zaterdag, stond er in Het Parool een stukje van Carmiggelt over een pocket, die voor 49 cent te koop lag bij De Boekenwurm in de Kalverstraat, een gerenommeerde ramsjzaak. Die pocket heette McSorleys Wonderful Saloon en was geschreven door Joseph Mitchell. Een bundel zeer knappe reportages over kroegen en persoonlijkheden aan de zelfkant van het Newyorkse leven.
Toen ik ’s maandags in het middaguur met Heinz ging kijken, viste ik natuurlijk mijlenver achter het net. De krant was nog niet koud uit geweest of er had zich een stormloop op De Boekenwurm ontwikkeld. Binnen het uur was de voorraad van vijftig exemplaren uitverkocht – op één na, die tegen de stelling was geplakt met het bijschrift: ‘Dit is de laatste, die hou ik zelf. De Boekenwurm’.
Maar ik was niet voor één gat gevangen. Als De Boekenwurm niets meer had, kon ik het altijd nog elders proberen. De volgende middag ging ik op pad en ik stroopte systematisch alle in aanmerking komende antiquariaten in de binnenstad af. Het liep al tegen zessen toen ik de tiende en laatste binnenstapte, het dubbele pand van mevrouw Jansen aan de Spuistraat, maar daar vond ik tussen de rommel dan ook twee exemplaren, zij het van een andere (Canadese) uitgave. Eén heb ik weggegeven, het andere prijkt nog in mijn boekenkast. Het stukje van Carmiggelt heb ik erin geplakt.

zondag 15 februari 2026

Friedrich Hölderlin • 16 februari 1801

• Het geijkte beeld van de Duitse dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) is dat van een tragische, wereldvreemde en geesteszieke dromer. De brieven in Onder een ijzeren hemel (vertaald door Kester Freriks) corrigeren dit beeld ingrijpend. Hölderlin treedt hierin naar voren als een openhartige, strijdvaardige en scherp analyserende correspondent die ook graag de stormen van zijn hart prijsgeeft – zoals hier in een brief aan zijn vriend Christian Landauer.

Hauptwil, [tweede helft] februari 1801]
Dierbare vriend! Ik heb veel te lang teleurstellingen moeten dragen die anderen en mij tot last werden en die een schande waren voor de Heer des Levens en mijn beschermengel. Ik leefde aldoor in de veronderstelling dat ik me moest laten vernederen om in vrede met de wereld te leven en de mensen te beminnen en de heilige natuur met klare oogopslag te aanschouwen, en dat ik mijn eigen vrijheid moest verliezen, wilde ik voor anderen iets betekenen. Nu besef ik eindelijk dat de onuitputtelijke liefde alleen bestaat dank zij onuitputtelijke kracht; het overviel me tijdens de ogenblikken, waarop ik volkomen vrij en zuiver om me heen blikte. Naarmate de mens zekerder is van zichzelf en beheerster in de beste jaren van zijn leven, des te gemakkelijker hij zichzelf terugslingert vanuit een onbeduidende stemming in een wezenlijke, des te scherper en alomvattender schittert zijn oog, en ook zal hij hart hebben voor alles wat hem licht en zwaar en groot en lief is in de wereld.

Grete Lainer (?) • 15 februari 19??

• Het onderstaande fragment is afkomstig uit het anonieme Tagebuch eines halbwüchsigen Mädchens (Engelse vertaling: A Young Girl's Diary), dat in 1919 (met een voorwoord van Sigmund Freud) werd uitgegeven. Het dagboek wordt wel toegeschreven aan ene Grete Lainer. In het onderstaande fragment is ze een jaar of twaalf.

Vertaling onderaan.

15. Februar: Der Papa ist wütend, weil der Oswald ein Nichtgenügend hat im Griechisch. Eigentlich ist das Griechisch ganz unnötig; denn niemand braucht es, außer die Leute in Griechenland und dorthin geht doch der Oswald ohnehin nie, wenn er auch auf den Landesgerichtsrat studiert wie der Papa. Die Dora lernt natürlich Latein; na, das tue ich mir nicht an. Die Hella hat keine besonderen Noten und ihr Papa tobte!!! Er verlangt, sie soll die Beste sein. Aber sie ist gar nicht so erpicht darauf und sagt: Man muß nicht alles haben. Wenn sie im zweiten Halbjahr nicht lauter Einser hat, darf sie nicht weiter gehen ins Lyz. Sie muß in die Bürgerschule gehen. Dann bringt sie sich um. Der Papa ist auch sehr komisch; Wozu hat man denn Geschichtenbücher, als daß man sie liest. Gestern lese ich im Töchteralbum und der Papa kommt herein und sagt: Du, lies lieber im Geschichtsbüchel als im Geschichtenbuch und schlägt mir das Buch zu. Ich habe einen solchen Zorn gehabt, daß ich mich schon um 7 Uhr ohne Nachtmahl ins Bett gelegt habe.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

15 februari:
Papa is boos omdat Oswald een onvoldoende heeft voor Grieks. Eigenlijk is Grieks volkomen overbodig; want niemand heeft het nodig, behalve de mensen in Griekenland, en daar gaat Oswald toch nooit heen, ook niet als hij voor landsrechter studeert zoals papa. Dora leert natuurlijk Latijn; nou, dat doe ik mezelf niet aan. Hella heeft geen bijzondere cijfers en haar vader ging tekeer!!! Hij eist dat zij de beste is. Maar zij is daar helemaal niet zo op gebrand en zegt: je kunt niet alles hebben. Als zij in het tweede halfjaar niet alleen maar tienen heeft, mag ze niet verder naar het lyceum. Ze moet dan naar de burgerschool. Dan maakt ze zichzelf van kant. Papa is ook heel vreemd; waarvoor heeft men eigenlijk verhalenboeken, anders dan om ze te lezen? Gisteren lees ik in het Dochtersalbum en papa komt binnen en zegt: Jij, lees liever in het geschiedenisboekje dan in een verhalenboek, en hij slaat het boek dicht. Ik was zó boos dat ik al om zeven uur zonder avondeten naar bed ben gegaan.

Italo Svevo • 14 februari 1896

Italo Svevo (1861-1928) was een Italiaanse schrijver. In 1896 hield hij enige maanden een dagboek bij, op verzoek van zijn toekomstige echtgenote, Livia Veneziani (1874-1957)

14 februari 1896
Je moet niet denken dat ik beledigd ben door een blik die jij aan anderen schenkt; wat me kwetst is het idee dat die blik me het bewijs levert dat in jouw hart ijdelheid en behaagzucht wonen. Dat wel! We zijn vandaag 8 weken verloofd en ik ben nog steeds naarstig je karakter aan het bestuderen. We zijn tot nu toe weinig onder mensen geweest en daarom bestudeer ik je elke keer als dat gebeurt met dezelfde smartelijke, onuitsprekelijk smartelijke bezorgdheid. Daarom zien jullie me moreel achteruitgaan zodra we in zulke omstandigheden geraken! Wie weet zal ik nog eens veranderen! Maar intussen spijt het me heel erg dat ik je onder de mensen je onbevangenheid ontneem.


donderdag 12 februari 2026

G.H.C. Hart • 13 februari 1941

George Henry Charles Hart (1893-1943) was een hoge bestuursambtenaar. Tijdens het eerste oorlogsjaar hield hij een dagboek bij.

Woensdag 12 februari 1941
Met Welter geluncht in de Oriental Club als gasten van Sir Harry Lindsay, Directeur van het Imperial Institute, welke instelling wij daarna bezochten. 't Is een instituut van denzelfden aard als ons Koloniaal Instituut, nog wat grooter, maar toch bepaaldelijk minder mooi, al is het zeer de moeite waard en heel interessant.
's Ochtends is er Ministerraad geweest, waar o.m. is behandeld de onhoffelijkheid, ja, beleedigende behandeling, welke H.M. den Minister van Defensie aandeed door hem niet uit te noodigen bij de plechtige indienststelling van de Heemskerck. In den Raad was daarover groote verontwaardiging, die natuurlijk op geen enkele wijze eenig gevolg heeft. Dyxhoorn zal ‘als zoo iets nog eens gebeurt’ ontslag nemen! Qui se fait brebis, le loup le mange.
Ook is er uitvoerig gesproken over het feit, dat ondanks de uitdrukkelijke toezegging van den Engelschen Minister of Home Security, Ir. van Duyn, die nu ruim twee maanden in het gevang zit en tegen wien men niets heeft kunnen vinden, nog steeds niet is losgelaten. 't Is nog steeds een bende met die Nederlandsche geïnterneerden: de Engelschen hebben nóg geen lijsten van de gedetineerden en de aantallen, welke zij opgeven, kloppen in het geheel niet met de werkelijkheid. De Ministerraad stelde vast, dat hij heel boos was.

Donderdag 13 februari 1941
Ik denk er hard over één mijner Engelsche vrienden, Sir Andrew MacFadyean, die zich reeds vroeger interesseerde voor de Nederlandsche gevangenen, te verzoeken of hij in het House of Commons over deze zaak eens een vraag aan de Regeering kan laten stellen; misschien heeft dat succes: ons operettegezelschap, dat ik als mijn principalen moet beschouwen, doet toch niets positiefs dan een beetje pruttelen en protesteeren.
Van Kleffens kan eerst 24 dezer naar Indië vertrekken, omdat hij eerst nog (op 21 Februari) een lunch aan Anthony Eden moet aanbieden. Verdomde ijdeltuiterij, die misschien tengevolge zal hebben, dat de twee ministers helemaal niet meer wegkomen. Ik heb erg geprotesteerd, maar Welter legt er zich bij neer .....
Intusschen wordt de situatie in de Pacific steeds meer gespannen, ook volgens de telegrammen van den Gouverneur-Generaal. Men krijgt den indruk, dat Engeland en Amerika nu tegenbluffen, zooals reeds ten tijde van de heropening van den Burma Road, teneinde Japan einzuschüchtern. Wellicht lukt dat ook en wellicht is dit momenteel het aangewezen spel.
De situatie in den Balkan (Roemenië, Bulgarije) is zeer verward. Ook de ontmoetingen Franco /de Paus, Franco /Mussolini en Franco /Pétain zijn zeer geheimzinnig.

woensdag 11 februari 2026

Jules Renard • 12 februari 1907

Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.

12 februari
Het leven, ik ga het steeds minder begrijpen, en er steeds meer van houden.

Aan de jeugd. Ik zal jullie een waarheid vertellen die jullie misschien niet leuk vinden, want jullie rekenen op iets nieuws. Die waarheid is dat een mens niet ouder wordt. Wat het hart betreft zijn we het erover eens: dat wisten we wel, tenminste wat de liefde aangaat. Wel, voor de geest geldt hetzelfde. De geest blijft altijd jong. Men begrijpt het leven op zijn veertigste net zo min als op zijn twintigste, maar men weet het, en men geeft het toe. Dat is jong zijn


dinsdag 10 februari 2026

Philip Mechanicus • 11 februari 1944

Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).

Vrijdag 11 februari
Grote verrassing: de Sperre op de pakketjes en de post is met ingang van 16 februari opgeheven. Wij hebben ons verschrikkelijk netjes gedragen: sinds de Sperre werd ingesteld, is geen enkel geval van clandestiene briefwisseling meer ter kennis van de commandant gebracht. Dat heeft hij uitdrukkelijk geconstateerd. Ja, zo'n goeie commandant hebben wij: hij beloont uit goedheid de deugd. Zelfs tegenover Joden, die volgens Hitler in aanmerking komen voor algehele uitroeiing. We voelen ons als kinderen, die goed hebben opgepast. Zullen wij goed blijven oppassen? Da's niet zo gemakkelijk in gevangenschap, waar de mens getart wordt allerlei verbodens te doen. Wij snakken naar een pakketje met een stukje kaas, een stukje worst, een sigaretje. Wij zijn zo flauw als wat. Wat kan een mens flauw zijn. Het kamp is niet langer Durchgangslager of Arbeitslager, maar officieel ‘Zerlegungslager’.

maandag 9 februari 2026

Bert Maalderink • 10 februari 2006

Bert Maalderink (1963) was in 2006 in Turijn om verslag te doen van de Olympische Winterspelen. Hij hield in die tijd voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Vrijdag 10 februari
Ik ben 42, maar 's ochtends in Turijn voel ik me 18. Geen Hidde (5): 'Papa, ik ben wakker'. Geen Robbe (1): 'Mamamamamama'. Geen Marlou (39): 'Ga jij maar eerst douchen'. Als ik mijn ogen open doe zie ik een kast, een bureau, een stoel en een televisie. De kamer hier lijkt precies op mijn studentenkamer van bijna 25 jaar geleden. We zijn ondergebracht op de campus van een internationaal opleidingsinstituut. De behuizing is simpel, de faciliteiten zijn goed (bar 24 uur open) tot zeer goed (Nederland 2 op de tv).
Het is dag vier van de drie weken dat ik hier woon. En het ritme zit er al aardig in. Opstaan, douchen, ontbijten, naar de ijsbaan, training bekijken, wat shots en interviews maken, lunchen, monteren, vergaderen en soms 's middags nog een keer naar de schaatshal. Deze middag ga ik tussendoor een half uurtje op truienjacht. Vier jaar geleden, tijdens de Spelen van Salt Lake City, had ik veel bekijks met een trui waarop de Amerikaanse vlag stond. Na een paar dagen herkenden de suppoosten bij de controlepunten me daaraan en hoefde ik niet steeds uitgebreid m'n pasjes te laten zien. De combinatie trui-met-Italiaanse-vlag en mijn nogal opvallende uiterlijk (bij mij vergeleken is Sneeuwwitje een negerin) doet ook in Turijn hopelijk deuren sneller opengaan. Bij de eerste winkel slaag ik. Het wordt een vest in bijna lichtgevend azurro, Italia op de voorkant en de rood, wit, groene vlag op de mouwen.
's Avonds zijn de festiviteiten rondom het begin van de Spelen. Ik kijk met collega's in een restaurant naar de televisie. Veel mensen vinden het fantastisch, maar ik heb het niet zo op openingsceremonies. Net zoals ik niet houd van bloemencorso's, carnavalsoptochten en militaire defilés. Ik mis het padvindersgevoel om te genieten van dat soort verbroederingsjamborees. Ik heb geen broers en dat wil ik graag zo houden. Op het moment dat Nederland binnenmarcheert met Jan Bos voorop, zendt de Italiaanse tv reclame uit.


<247/2018> 11 februari, 12 februari

zondag 8 februari 2026

Philip Mechanicus • 9 februari 1944

Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).

Woensdag 9 februari
Het transport van de zieken van de ziekenbarakken naar de trein gisteren tart elke beschrijving. Om twee uur in de nacht zijn de verplegers reeds begonnen met het aankleden van de voor transport aangewezenen, OD-ers, die met paard en open wagen voorreden, hebben de zieken op bedden naast en op elkaar op de wagen geschoven, zoals men lijkkisten in een lijkwagen schuift. Terwijl natte sneeuw uit de donkere hemel droop en alles met een klam, klef wit waas bedekte, in het donker van een wintermorgen. Zo zijn ze ook naar de beestentrein gereden, hobbelend en hotsend, waar zij ook onder de blote hemel stonden, wachtend op hun inlading, zoals men lijken schuift in een lijkwagen. Kinderen met roodvonk en diphterie zijn huilend naar de slang gedragen. Ouderloze kinderen uit het Weeshuis. Misschien wel het beestachtigste transport van alle transporten, die er zijn gegaan. Men raakt door de veelheid, de grofheid, de beestachtigheid het zicht erop kwijt, maar dit transport spande toch wel de kroon wat betreft gebrek aan consideratie voor de zieken. Nog voor het transport vertrokken was, was er reeds een zieke overleden. Een lege wagen gaat met de trein mee, gereserveerd voor hen, die onderweg sneuvelen. Zoals er voordien een vlucht naar het Ziekenhuis viel waar te nemen uit vrees voor transport, zo valt er sedert gisteren een vlucht uit het Ziekenhuis te constateren wegens vrees voor transport. De doktoren geven het parool uit: zo gauw mogelijk er uit! Vandaag verlaten tachtig patienten het ziekenhuis. Barak 81 en barak 82 worden in hun geheel ontruimd. Over blijven nog de ziekenbarakken 1 tot 6. Het ziekenhuispersoneel is plotseling tot een waterhoofd van het ziekenhuis uitgedijd: ruim achthonderd man voor nog geen vijfhonderd patienten. Men verwacht ontslag bij bosjes. Intussen is de liefde voor Zelle en Theresienstadt gestegen. Velen, die hun transport daarheen hadden laten voorbijgaan, zeggen nu: als Zelle weer aan de beurt komt, ga ik mee. Als Theresienstadt weer aan de beurt komt, ga ik mee. Ik neem niet het risico, naar Auschwitz te worden gestuurd, zeker niet in zo'n beestenwagen. Uit vrees voor het grotere kwaad, kiest men het kleinere. Men hoopt nog dat de langverwachte invasie komt en dat die tussenbeide komt. Het gerucht gaat, dat er in Noord- en Zuid-Holland proclamaties zijn aangeplakt, waarin staat wat men te doen heeft met het oog op een aanstaande invasie. Het wordt tegengesproken. Gezegd wordt, dat hier een Lagerorder gereed ligt, die de kampingezetenen meedeelt, dat zij zich op eerste aanzegging binnen twee uur marsvaardig moeten maken. Dit wordt tegengesproken. Men vreest dat men het risico loopt, bij een invasie in Nederland met pak en zak te voet over de grens van Duitsland te worden gevoerd. Zo zwalkt men hier heen en weer, niet wetende wat men wensen moet, niet wetende wat men doen of laten moet. De metaalindustrie heeft er een nieuwe branche bijgekregen: demonteren van wrakstukken van omlaag geschoten vliegmachines, die hierheen worden gebracht, per schuit, via het Oranje-Kanaal. Er zijn vliegtuigen bij van alle nationaliteiten en types: Spitfires, Dorniers, Junkers enzovoort. Op het terrein achter het ziekenhuis liggen de aangevoerde wrakstukken langs het kanaal voor het prikkeldraad. Metaaldeskundigen verklaren, dat het materiaal van de Duitse machines prima is, maar dat van de Engelse en Amerikaanse machines nog beter. Vooral van het laatste verzamelen zij, met goedkeuring van de commandant, stukken, die bruikbaar zijn voor vernieuwing van onderdelen der kamp-automobielen, die te kampen hadden met gebrek aan prima materiaal. Natuurlijk groot bekijks van de kant der kampingezetenen. Clandestien ‘Nieuwe Rotterdamsche Courant’ en ‘Asser Courant’ van de laatste paar dagen gelezen. Verkwikkende lectuur na zo lang te zijn gespeend geweest van kranteberichten en -artikelen. Oorlogsnieuws eerste klasse, Duitsers erkennen de val van Rowno en Luzk, rede van Hitler: grote woorden, angst voor het bolsjewisme.

Gerucht gaat dat 9 februari weer een nieuwe revue in het kamp gaat lopen. In de branche regenmantels maken heerst het sweating-systeem: het werk gaat aan de lopende band. Klachten over te zware arbeid van de meisjes. Het regent pijpestelen. Het kamp is één kluit modder. Ga nog steeds op klompen. Geariseerde vrouw met man en dochter naar Amsterdam gezonden.

Henrik Ibsen • 8 februari 1874

• Uit een brief van de grote Noorse schrijver Henrik Ibsen (1828-1906) aan zijn beroemde landgenoot, de componist Edvard Grieg (1843-1907), over de muziek bij Ibsen's Peer Gynt.
Uit: De zomer beschrijf je het best op een winterdag (vertaald door Suze van der Poll en Rob van der Zalm).

Dresden, 8 februari 1874
Ik begrijp uit uw brief dat u [Edvard Grieg] op mijn verzoek [om muziek te schrijven voor Ibsens toneelstuk Peer Gynt] ingaat, daar ben ik heel blij om. De hoeveelheid muziek laat ik uiteraard geheel aan u over, en ook bij welke scènes u gaat componeren; een componist moet hierin natuurlijk volkomen de vrije hand hebben. Ook is er niets op tegen dat u het werk uitstelt tot de zomer; het lukt nu toch niet meer het stuk vóór komend seizoen uit te brengen. Tegelijk met deze brief schrijf ik er ook een aan de heer Josephson [leider van het Kristiania Theater, waar het stuk opgevoerd moest worden] [...].
Het lijkt me het beste dat we onze eisen betreffende de respectieve honoraria pas kenbaar maken bij inlevering van de partituur, vergezeld van een officieel schrijven aan de directie van het theater. Voor dit schrijven zal ik zorgdragen en ik zal het ook aan u opsturen, aangezien het door ons beiden ondertekend dient te worden. Ik heb geweldig veel zin in dit project en hoop dat het met u net zo is. Naar alle waarschijnlijkheid zal ik deze zomer Noorwegen bezoeken en dan hoop ik het genoegen te mogen smaken met u van gedachten te wisselen – en oude herinneringen aan Rome op te halen.

Grieg zou de muziek voor Peer Gynt in de zomer van 1875 voltooien; het stuk ging vervolgens in februari 1876 in première. Mede dankzij de muziek van Grieg was het succes buitengewoon.

Raphaël Waterschoot • 7 februari 1915

Raphaël Waterschoot (1890-1962) was een Belgische architect. Tijdens WO 1 hield hij een oorlogsdagboek bij.

7 februari 1915 zondag
Boetedag voor Europa door den Paus Benidictus opgelegd. In de Sint Nikolaasche kerken is er schrikkelijk veel volk in de Goddelijke diensten.

8 februari 1915 maandag
De Duitschers hebben eene taks op de paspoorten gesteld; deze is
3.00 fr voor Antwerpen
3.00 fr voor Gent en omliggende gemeentes
3.50 fr voor Nederland
Men mag de stad zonder paspoort niet meer verlaten of men riskeert door de Duitschers gevangen genomen en beboet te worden.

9 februari 1915 dinsdag
De trein Antwerpen Gent rijdt voor de eerste maal. de Prijs enkel voor St Nikolaas Antwerpen is 1.80 fr; dubbel 3.60 fr

10 februari 1915 woensdag
De Duitsche soldaten requireren hier gemiddeld 50 hoornbeesten per dag!

11 februari 1915 donderdag
Er waren geene 10 boterboerinnen op de Markt. bijna geene boter was er.

12 februari 1915 vrijdag
Niets nieuws.

13 februari 1915 zaterdag
Niets te melden.

14 februari 1915 zondag
Niets voorgevallen.

15 februari 1915 maandag
Geen nieuws.

16 februari 1915 dinsdag
Niets aan te stippen

17 februari 1915 woensdag
Geene voorvallen.

18 februari 1915 donderdag
Geene bijzonderheden.

donderdag 5 februari 2026

Cornelis Rijnsdorp • 6 februari 1945

Cornelis Rijnsdorp (1894-1982) was een Nederlands schrijver en recensent. Van 1940 t/m 1950 hield hij een 'literair dagboek' bij.

6 februari 1945
Schopenhauer leefde niet in overeenstemming met zijn filosofie. Al zijn kracht verbruikte hij aan het uitdenken ervan en het styleren. Verwacht ook niet van schrijvers dat zij hun theorieën in hun werk belichamen. Verwacht dit althans niet van mij. Ik zal niet (meer) proberen een theorie op te bouwen die mijn geschreven werk rechtvaardigt. En voorzover ik - in geschreven of toekomstig werk - beneden datgene blijf dat ik als ideaal voor een roman gesteld heb, is het onmacht, persoonlijk-toerekenbare en ook toebeschikte onmacht. Overigens is er een eigenaardig dualisme vast te stellen: mijn gedachten en verlangens in zaken van kunst gaan hun eigen weg en mijn min of meer jammerlijke probeersels de hunne. Spitsen ook deze vlakken zich pyramidaal naar een top toe? O, één boek te schrijven waarin ik helemaal was, mijn boek!
Zou ik met mijn primordiale drang, sterk in het leven te willen staan, de mogelijkheid tot kunstscheppen, de vatbaarheid voor artistieke inspiratie, hebben gedood? En toch kan ik niet anders, en toch ‘blijf ik den Heer verwachten’.


dinsdag 3 februari 2026

Bert Voeten • 5 februari 1943

Bert Voeten (1918-1992) was een Nederlandse dichter en vertaler. Zijn oorlogsdagboek werd in 1946 gepubliceerd onder de titel Doortocht.

5 Februari
Alle Duitschers moeten rouwen om Stalingrad. Wij ook. Rouwen voor den vyand en zijn verslagen leger. Wij kunnen in deze dagen onze gevallen soldaten herdenken en al die „joodsch-communistische elementen", wier leven ineenzakte onder de kogels van het vuurpeloton.

8 Februari
De partisanen hebben Seyffardt terechtgesteld. Seyffardt den verrader, die de uniform van ons leger bezoedelde; die in deze uniform S.S.-vrijwilligers toesprak op het Binnenhof en hen trouw liet zweren aan Adolf Hitler.

10 Februari
Weer drie terechtstellingen: Reydon en zijn vrouw en een W.A.-man. Het waren maar enkele kogels. De Duitschers zijn royaler.

13 Februari
Mussert en zijn zwarte soldaten hebben den schrik te pakken.
„Ik heb verzocht de N.S.B. met spoed te bewapenen in hulppolitie en landwacht", verklaarde de „leider" van het Nederlandsche volk. De georganiseerde terreur krijgt er dus twee diensten bij. Met het pistool op de heup en den gummiknuppel in den achterzak zijn die wel wat mans tegen een groep weerlooze Joden. Maar het verzet zullen zij nooit kunnen breken. Dat wordt er alleen feller door.

14 Februari
Evert leeft zijn dagen met de kaarten van Rusland en Noord-Afrika. Nauwkeurig teekent hij het frontverloop aan. De beweging der roode potloodlijnen bepaalt zijn stemming. Houdt zy stil, dan is hy somber, hopeloos terneergeslagen. Gaat zij in westelijke richting voort, dan lacht hij, maakt grappen en berekent wanneer de oorlog gedaan kan zijn.
Vandaag was hij in een uitbundige stemming: Rostov en Worosjilovgrad „volgens plan" ontruimd. Met een haast kinderlijk plezier zette hij felle roode kringen om de plaatsen en duidde met pijltjes den verderen opmarsch.

Eva Braun • 4 februari 1938

• Eva Braun (1912-1945) was de vriendin van Adolf Hitler. Ze schreef een echt dagboek, waar 22 pagina's van bewaard zijn gebleven. Het onderstaande fragment komt uit het fictieve Het intieme Dagboek van Eva Braun.

Obersalzberg, [februari] 1938
Het feit dat Machek, de pédicure, niet op het vastgestelde uur te Obersalzberg aangekomen was, heeft zeer zeker de positie van [kanselier van Oostenrijk] Schussnigg tijdens de onderhandelingen betreffende Oostenrijk, in zeer hoge mate verergerd. Adolf was woedend omdat Machek er niet was en hij zich in het geheel niet op zijn gemak gevoelde in zijn laarzen, die hem verschrikkelijk veel pijn aan zijn likdoorns bezorgden. Hij was reeds 's morgens zo ontzettend slecht geluimd, dat ik het ergste vreesde. Zoals ik later hoorde zeggen, moet Schuschnigg buitengewoon slecht bejegend zijn.
Geprikkeld door de pijn die zijn eksterogen hem veroorzaakten is Adi zeer ruw en grof geweest, is in zijn drift heftig uitgevaren, ging dieper op sommige details in en heeft de zaken feitelijk sneller afgewikkeld dan eigenlijk de bedoeling was. De hoofdzaak is echter dat de affaire goed geregeld is geworden en de onderhandelingen naar wens verlopen zijn. Wat Machek betreft, hij had een auto-ongeluk gehad.

maandag 2 februari 2026

Benoîte Groult • 3 februari 1941

Benoîte Groult (1920-2016) was een Franse schrijfster. In 1963 publiceerde ze een oorlogsdagboek, dat ze samen met haar zus Flora geschreven had: Journal à quatre mains, in het Nederlands door Nini Wielink vertaald als Dagboek voor vier handen.
In het fragment hieronder heeft ze net de bons gekregen van ene Jean.


3 FEBRUARI '41
Familie die helemaal met me meeleeft in mijn droefheid. 'Ach, kon ik hem maar voor je kopen!' zegt mama tegen me, en: 'Schat, je moet de gesprekken met je doopmoeder niet mijden. Onthoud alleen datgene waar je wat aan hebt. Ik praat veel, opdat je altijd in de veelheid een element kunt vinden waarmee je je voordeel kunt doen.' Het enige nadeel van dit soort gepraat is dat ik er tranen van in mijn ogen krijg, met alle gevolgen van dien! Er is op het ogenblik maar weinig voor nodig of ze komen te voorschijn als uit een artesische put. Hoe komt het dat mijn wilskracht geen enkele invloed kan uitoefenen op de plaats waar mijn traanklieren uitmonden? Het is vernederend om je door jezelf te laten overstromen en in je eigen wateren te verdrinken! Ik heb van Flora voor mijn verjaardag de ouverture Coriolan gekregen. Ik dobber lekker op de hartbrekende golven van deze muziek die past bij mijn gedachten. Ook tegen mij heeft Coriolan nee gezegd. Ik heb zin om op reis te gaan; het zal wel uitlopen op een abonnement op de lectuur van Gallimard.

zondag 1 februari 2026

Siet Zuyderland • 2 februari 1981

• Kunstenaar Siet Zuyderland (1942) tekende strandvondsten na, en hield daarvan een dagboek bij.

Maandag 2 februari
Vanmorgen langs het strand gelopen, richting Egmond en een deksel van een plastic kist meegenomen. Beige met kleine nopjes, ongeveer mijn werk-papierformaat (50/65 cm).
Misschien te gebruiken voor een tekening, anders wel interessant in de serie ‘locks’ om er een schilderijtje van te maken.
Gewerkt aan ‘krat iv’, de gehele dag bezig geweest met het aanbrengen van kleur en het weer uitgummen daarvan.
Aan het begin van de avond gestopt, totaal niet opgeschoten, het ziet er zo flodderig uit. Morgen maar eens van de kleurpotloden afblijven.

Dinsdag 3 februari
Vandaag gewerkt met een 2H-potlood om de vorm strakker en vloeiender te maken, weer veel uitgegumd.
Als de tekening morgen hopelijk af is, eens proberen de krat doormidden te breken, de eigenlijke vorm in deze positie is te plat.
Vanmorgen even op het strand geweest, door de storm van afgelopen nacht is het grootste deel van de door mij getekende en weer op het strand teruggeworpen vondsten verdwenen, alleen van krat iii steekt nog een puntje boven het zand uit.
's Avonds naar Amsterdam.

Woensdag 4 februari
Vandaag de 2H-potlood-tekening afgemaakt, het is wat te grijs geworden; aan het eind van de middag met groen een toon over een groot deel aangebracht. Het ziet er iets beter uit, toch ben ik er niet tevreden over, op de één of andere manier krijg ik het flodderige er niet uit.
Morgen het groen afmaken en de schaduwen met een zachter zwart dieper maken.

Edmond de Goncourt • 1 februari 1877

Edmond de Goncourt (1822-1896), Franse schrijver, criticus en uitgever, hield samen met zijn broer Jules (1830-1870) (en na diens dood alleen) een beroemd geworden dagboek bij.

Woensdag 1 februari
Een Engelsman kwam bij Renan binnen:
‘Mijnheer Renan?’
‘Die staat hier voor u, mijnheer.’
‘Wel, mijnheer, weet u of volgens de bijbel de haas een herkauwend dier is?’
‘Om u de waarheid te zeggen, neen, mijnheer, dat weet ik niet... Maar we zullen het even nakijken.’ Renan pakte een Hebreeuwse bijbel, keek bij de Mozaïsche geboden: ‘Ge moogt geen... Ge moogt geen haas eten, want hij is herkauwend.’
‘Ja, dat is geheel juist, de bijbel zegt dat het een herkauwend dier is.’
‘Ik ben heel tevreden!’ zei de Engelsman, die erg slecht Frans sprak.
‘Ik ben geen sterrenkundige en ik ben geen geoloog! Dingen waar ik geen verstand van heb, daar blijf ik af... Ik ben bioloog. Dus, aangezien de bijbel zegt dat het een herkauwend dier is en aangezien dat een vergissing is, is de bijbel geen geopenbaard boek... Ik ben heel tevreden!’ En daarop verdween hij weer door de deur, in één klap van zijn godsdienstige overtuiging bevrijd. Typisch Engels!

Søren Kierkegaard • 31 januari 1850

Søren Kierkegaard (1813-1855) was een Deense filosoof.

Januari 1850 — Gebed.
Wij mensen dragen het heilige slechts in broze aarden vaten. Maar U, o Heilige Geest, als U in een mens woont, dan woont U in iets, dat oneindig geringer is; U, Geest van heiligheid, woont bij onreinheid en besmetting; U, Geest van 'wijsheid, bij dwaasheid; U, Geest van waarheid, bij zelfbedrog! 0, blijf wonen! U, die niet voor Uw gemak naar een prettige kamer zoekt - die U trouwens wel tevergeefs zoudt zoeken - maar die scheppend en voortbrengend zelf Uw eigen woning maakt, o, blijf wonen! Misschien dat het eens nog zo ver komt, dat U behagen gaat scheppen in de woning die U Uzelf hebt bereid in mijn besmet, dwaas en bedriegelijk hart. Hoe meer een mens zich er aan went om overal aan deel te nemen, om overal bij te zijn, des te meer stompt zijn geest af - en des te meer geluk zal hij in deze wereld vinden. De fout van Schleiermachers dogmatiek is eigenlijk, dat het godsdienstige voor hem steeds een toestand is, die is; hij stelt alles voor als er zijnde, zoals Spinoza. Hoe de toestand wordt, in de betekenis van ontstaan en in de betekenis van zich in stand houden, daar houdt hij zich eigenlijk niet mee bezig. Daarom kan hij maar zo weinig van de dogmatiek opnemen. Elk christelijk gegeven krijgt zijn ethische bepaling door de richting van het streven. Vandaar vrees en beven, en dat 'gij zult'; vandaar ook de mogelijkheid tot ergernis enzovoorts. Dat alles interesseert Schleiermacher niet bijzonder. Hij behandelt de godsdienstigheid, zoals ze er is.

donderdag 29 januari 2026

J.J. van Aken • 30 januari 1942

Jacobus Joseph van Aken (1878-1942) was in het begin van de Tweede Wereldoorlog burgemeester van Zevenbergen. Hieronder de laatste bijdrage aan zijn dagboek, hij overleed op 31 januari.

30 januari 1942
In de afgeloopen nacht was alles rustig doch in de morgen is één en in de middaguren nog een vliegtuig gehoord. De vaste kern van de luchtbeschermingsdienst alhier en te Zevenbergschen Hoek bestaande uit 6 man, moet terug gebracht worden tot 4 man voor iedere plaats, waardoor de bewaking van de sirenes overdag vervalt. Met ingang van 9 febr. a.s. zal aldus de dienst moeten geregeld zijn. De laatste goederen van de militairen zijn heden weggehaald en de sleutels van de op het gemeentehuis ingenomen bureaux en raadzaal zijn mij heden morgen overhandigd. Nog heden is begonnen met den boel een grondige schoonmaak te geven, met ontsmetting en kunnen wij de langdurige moeilijke behuizing van een paar afdeelingen ter secretarie, die op zolder zijn gehuisvest, terug brengen.

Heden ontving ik een schrijven [van het Departement van Binnenlandsche Zaken] alsvolgt:

[...] In overleg met den commissaris-generaal voor de openbare veiligheid en verder verwijzing naar diens in de pers gepubliceerde verordening dd. 17 september 1941 inzake het gebruik van de namen van levende leden van het Huis van Oranje-Nassau bepaal ik, dat straten, pleinen, parken en waterwegen, alsmede publiek-rechtelijke lichamen, privaat rechtelijke lichamen waarbij een publiek rechtelijk lichaam betrokken is, of instellingen die tot openbare doeleinden dienen scholen, ziekenhuizen, tehuizen, tehuizen voor ouden van dagen, enz) bij welker benaming gebruik is gemaakt van de namen van levende leden van het Koningshuis, een anderen naam zullen krijgen. De volgende namen mogen bij de aanduidingen niet meer worden gebruikt:
a) Wilhelmina of Koningin Wilhelmina
b) Juliana of Prinses Juliana
c) Beatrix of Prinses Beatrix
d) Irene of Prinses Irene
e) Bernhard zur Lippe Biesterfeld of Prins Bernhard of Bernhard.
Dit besluit moet terstond ten uitvoer worden gebracht.
[...]

Naar aanleiding van het vorenstaande van welks uitvoering, hoe ingaarne ook, ik verantwoordelijk heb ik besloten de twee straten in de kom van Zevenbergen die naar levende leden van ons Koninklijk Huis zijngenaamd, andere namen te geven, en wel:
De Koningin Wilhelminastraat te noemen Kazernestraat, omdat daar de marechausseekazerne is gelegen en de Prinses Julianastraat te noemen ‘Parkstraat’ zijnde deze straat geheel langs het park gelegen en heb ik deze naamsverandering, als voorgeschreven ter goedkeuring doorgezonden aan den Commissaris der Provincie te ‘s-Hertogenbosch.

woensdag 28 januari 2026

Klaus Mann • 29 januari 1936

Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).

[Amsterdam] 29 januari 1936
Brieven van oom Heinrich en Brian. Verder gewerkt aan 'Voorspel 1936'. Post van Brentano en Ernst Bloch (heel hartelijk). Koddige brief van Carl Sternheim aan F. Beslommeringen met zijn figuur ('Le Molière allemand').
[...] Telegram van Mielein: Tovenaar antwoordt. Telefoongesprek met Glaser. Verder gewerkt, tussendoor naar Américain, Pariser Tageblatt. Weer een beetje koorts, heel hinderlijke verkoudheid. Daarom vanavond binnen gebleven. Radio (we hebben er een aangeschaft). Begonnen met herlezing van Der Untertan: zeer amusante en actuele lectuur (profetisch).

[Amsterdam] 30 januari 1936 Kaart van E ('Afrekening').
Brieven geschreven aan Sklenka, Ernst Bloch en Brian. Bezoek van de dokter: lichte acute bronchitis. Untertan (het hele begin is meesterlijk. Het enorm geconcentreerde eerste hoofdstuk met het gedurfde slot).
Genomen, één ampul [morfine]. Aan 'Voorspel' gewerkt, tamelijk groot stuk.
Bezoek: Landauer, Glaser (vertelt roddels over Mengelberg, Bermann, enz.)
Nog 2 genomen [morfine]. Vanavond: radio (Hitlers toespraak bij gelegenheid van de derde verjaardag van de 'machtsovername': Huismasters Voice. Een blaffend dier, overigens nogal mat blaffend. Uitzending van de 'historische fakkeloptocht' op Unter den Linden, enz. Italiaanse opera: Donizetti; Franse chansons). Gesprek met F. Untertan.

[Amsterdam] 31 januari 1936
Weer een behoorlijk gedeprimeerde brief van Miro. Haar geantwoord. Aan Georg Bernhard geschreven.
Flucht in den Norden is aan Gollancz in Londen verkocht, vertelt F. me via de telefoon. Telefoontje met Plaut.
Ernst Jünger: Blätter und Steine. Je gelooft je ogen niet. 'De afschaffing van het folteren is een van de kenmerken van een teloorgaande levenskracht.' 'De kennis hoe het gepeupel in beweging te krijgen vormt het praktische deel van de menslievendheid.'
Niet altijd oninteressant; vaak duister, warrig, hoogdravend; altijd boosaardig, vijandig, heel vijandig. 'De totale mobilisatie' — 'die zich zelfs tot het kind in de wieg uitstrekt.' 'Over de pijn.' Hoon jegens vooruitgangsideeën. Sadisme. 'Een met lust doorspekt gevoel van ontzetting' (de lust overheerst). De trots dat Duitsland de 'civilisatorische sfeer, de wereld van de beschaving, een onoverwinnelijk wantrouwen' inboezemt (maar Korrodi niet...). 'En, broeders, als we deze wereld en wat haar beweegt, door en door kennen, zouden we er dan niet trots op zijn dat zij in ons een van haar grootste gevaren vermoedt?' (Korrodi vermoedt niet.) Na de individuele vrijheid - 'die van oudsher een dubieus begrip is geweest' - is 'de algemene ontwikkeling' aan de beurt. Weg met het vrije wetenschappelijke onderzoek, het staat er met zoveel woorden...
(In het artikel het paradoxale van Korrodi's woorden uitleggen. Zo ver komt het nog...)
Na het avondeten: bezoek van Henk, in al zijn schoonheid en liefheid (het goed kledende gestreepte matrozenhemd, de kinderlijke ijdelheid waarmee hij zijn uniform koestert). Daarna samen met F. en Landauer. Aangename avond. Genomen (3) [morfine]. 2 uur. De rode heeft me, vanwege mijn ziekte, violette tulpen gestuurd.
Weltbühne ('Ons antwoord op 3 jaar Hitler').


dinsdag 27 januari 2026

Brian Eno • 28 januari 1995

Brian Eno (1948) is een Britse muzikant, producer en kunstenaar. Hij publiceerde een dagboek over het jaar 1995, onder de titel A Year with Swollen Appendices.

28 January
I’m finding myself increasingly coming to resent artists and their daft conceits, Internetters and their stupid gadgetry. Dear Juan (Arzubialde) invited me to Bilbao, and A. arranged for Stewart to go too. The idea was to look at some sites for an installation. Picked up at Bilbao by deputation of sweet Spanish men with strong breath. One of them laid straight into S. (as Godfather of The Well) with tortuous accounts of baud rates and net-surfing. Anyway, to truly fantastic restaurant (Marinaro) in Laredo - where the proprietor very kindly gave me a 1954 Vina Real out of goodness of his heart (I had asked how much such a bottle might cost). Huge meal: wine and all (at 3.30 p.m.).

On to Santander, discussing Real World [A proposal for a future theme park instigated by Peter Gabriel] with Juan, and then a mysterious journey round harbour facilities. ‘Why am I here?’ says a voice deep in my limbic system. The same voice began positively screaming upon our arrival at the oil refinery (turned out to be an olive oil refinery!), when we were thrust into a room of mayors and lawyers and PR men and architects and asked to help design the proposed ‘Data Centre’ on the promenade. This was interspersed by a largely incomprehensible presentation (projected from a laptop, of course) and booklet (all Photoshop-designed - overlays, fades, etc. - and the only thing you really needed, the maps, unreadably minute) - both astonishing triumphs of form over content.

Taken somewhat by surprise, we started by saying that data, as such, is not that interesting. Stewart said that installations that depend on cutting-edge technology are fine the first year, out of date the second, and embarrassing for ever afterwards, and that, on a promenade, people would prefer to walk. S. and I pushed the theme ‘Improve the promenade’, while I silently fumed at poor Juan for being dropped into this. Still, they seemed pleased that we’d come down ‘for the people’. Later discovered that there had been a big rift within the council between the Internetters and the architects, and that we - hired in by the Internetters - had inadvertently supported the architects.

Another enormous and delicious meal. Must improve my Spanish. To bed at 1.30.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

28 januari
Ik merk dat ik me steeds meer begin te ergeren aan kunstenaars en hun dwaze verwaandheden, en aan internetmensen en hun stupide snufjes. Beste Juan (Arzubialde) nodigde me uit naar Bilbao, en A. regelde dat Stewart ook meeging. Het idee was om enkele locaties te bekijken voor een installatie. In Bilbao opgehaald door een delegatie lieve Spaanse mannen met een sterke adem. Eén van hen begon meteen tegen S. (als peetvader van The Well) met een kronkelig betoog over baudrates en surfen op het net. Enfin, door naar een werkelijk fantastisch restaurant (Marinaro) in Laredo — waar de eigenaar mij uiterst vriendelijk een Viña Real uit 1954 gaf, uit pure goedheid (ik had gevraagd wat zo’n fles ongeveer zou kosten). Enorme maaltijd: wijn en alles inbegrepen (om 15.30 uur).

Verder naar Santander, waar ik met Juan sprak over Real World [een voorstel voor een toekomstig themapark, geïnitieerd door Peter Gabriel], en daarna een mysterieuze tocht langs haveninstallaties. ‘Waarom ben ik hier?’ zegt een stem diep in mijn limbisch systeem. Diezelfde stem begon regelrecht te schreeuwen toen we bij de olieraffinaderij aankwamen (bleek een olijfolie­raffinaderij te zijn!), waar we een ruimte met burgemeesters, juristen, PR-mensen en architecten werden binnengeduwd en gevraagd werden te helpen bij het ontwerpen van het geplande ‘Data Centre’ op de promenade. Dit alles werd onderbroken door een grotendeels onbegrijpelijke presentatie (uiteraard geprojecteerd vanaf een laptop) en een brochure (volledig in Photoshop ontworpen — overlays, fades enz. — waarbij het enige wat je werkelijk nodig had, de kaarten, onleesbaar klein waren): beide verbijsterende triomfen van vorm boven inhoud.

Enigszins overvallen begonnen we ermee te zeggen dat data op zichzelf niet zo interessant is. Stewart zei dat installaties die afhankelijk zijn van de allernieuwste technologie het eerste jaar prima zijn, het tweede jaar verouderd, en daarna voor altijd gênant, en dat mensen op een promenade liever gewoon willen wandelen. S. en ik benadrukten het thema ‘Verbeter de promenade’, terwijl ik in stilte kookte van woede over het feit dat arme Juan hierin was meegesleurd. Toch leken ze blij dat we waren gekomen ‘voor de mensen’. Later ontdekten we dat er binnen de gemeenteraad een grote breuk was ontstaan tussen de internetmensen en de architecten, en dat wij — ingehuurd door de internetmensen — onbedoeld de architecten hadden gesteund.

Nog een enorme en heerlijke maaltijd. Ik moet mijn Spaans verbeteren. Naar bed om 1.30 uur.