• Stijn Streuvels (1871–1969) was een Vlaamse schrijver. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.
22 januari 1915.
't Weer is opgeklaard en in lichte vorst veranderd.
Nu komt ook de opheldering in de zaak van de kanonnen te Moen. 't Zijn de recruten die in Kortrijk geoefend worden, en naar buiten een loze oorlog ['schijnoorlog, legeroefening'] komen doen. Angst en vrees zijn dus weer verdwenen, maar ook de hoop op een ontknoping. Als we nu zware slagen horen heel in de nabijheid, weten we toch waaraan ons te houden en we zullen niet hoeven te gaan lopen.
23 januari 1915.
't Is windstil met lichte vorst en het geschut herneemt ten westen in alle hevigheid (niet te Moen maar in de gewone richting) en toch heeft het niet zijn gekende galm, - de slagen zijn doffer en buitengewoon zwaar en kort - iets als het ploffen van dorsvlegels in een schuurvloer waar reuzen aan 't werk zijn.
In de nood leert men zijn vrienden kennen. Vandaag komt er een tot mij, van wie ik het niet zou verwacht hebben, die me toefluistert: ‘Hebt gij nog petrool? Zeg het aan niemand, maar we hebben er nog een paar liters en nu dat de dagen lengen, kunnen we het zonder wel doen... en mijn vrouw bracht me op 't gedacht met te zeggen dat gij hem voorzeker meer nodig had dan wij, omdat we zien dat er 's avonds laat altijd nog licht is aan uw venster... Zulke gevoelens, die men anders nooit zou veronderstellen bij mensen, komen nu met de oorlog naar boven. Ik was er heel door aangedaan en zit me nog te bedenken waarmede ik zulk geschenk vergoeden zal, want van geld of betalen wilde de man niet horen. ‘'t Is een plezier, mijnheer,’ zegde hij. Het wordt een hele zeldzaamheid als men zoiets krijgt. Tarwe, kolen, zout en veel andere dingen kosten duur, doch met geld kan men ze zich aanschaffen, petrool echter is in geen winkels meer te vinden... men moet hem krijgen van de goede mensen.159-2016>
woensdag 21 januari 2026
dinsdag 20 januari 2026
W.F. Hermans • 21 januari 1969
• In september 1969 publiceerde W.F. Hermans (1921-1995) De laatste resten tropisch Nederland. Een dagboekje en twee met eigen foto’s geïllustreerde bijdragen, die Hermans naar aanleiding van zijn reis naar Suriname en de Nederlandse Antillen, begin 1969, voor het maandblad Avenue schreef, vormden de basis voor dit boek. Fragmenten staan hier.
dinsdag 21 januari
Vandaag in een ruk teruggevaren naar Albina. Onderweg alleen gestopt bij Bigiston, een Indianendorp. Kleine kinderen lopen geheel naakt. Deze Indianen zijn gekerstend, zoals blijkt uit het tamelijk veelvuldig voorkomen van Europese kleding. Er is zelfs een meisje van een jaar of twaalf, dat een jurk aanheeft. Ik laat me fotograferen met mijn arm om haar schouders: Pater Prudhomme heeft een natuurkind tot het christendom bekeerd. (Pater Prudhomme, auteur van de geruchtmakende brochure over de pil, Annum Veritatis. Import: Thomas Rap, Regulierdwarsstraat 91, Amsterdam.)
Ze verkopen halskettingen van aan elkaar geregen zaden, tanden en klauwen: ƒ 3,- per stuk, niet bijzonder mooi. Hun hutten zijn groter dan die van de Bosnegers en niet van planken gemaakt, maar geheel gevlochten. Dikwijls hebben ze geen zijwanden. Het interieur is slordig. Aan de palen die het dak schragen, zijn hangmatten bevestigd. We delen onze laatste zuurtjes en ballons uit.
Een korte landing op de rechter (Franse) rivieroever vergat ik te vermelden: bezoek aan het winkeltje van een ex-bagnard die daar al dertig jaar doodalleen woont. Z'n broekzakken zitten vol revolvers, beweert Laret. Hij ziet eruit zoals hij er ook uitgezien heeft toen hij naar het bagno werd gebracht: een Frans boertje in een broek met bretels, hemd zonder boord, alpinopetje, minuscuul snorretje. Stoppelige ingevallen wangen, grauw als een stofdoek.
Praten doet hij niet. Als je vraagt wat iets kost, wijst hij naar een schoolbord, waarop de artikelen die hij verkoopt zijn opgeschreven met de prijzen ernaast: Dubonnet, Olida, biscuitjes, petroleum, biscottes, vishaken, lucifers, bacalao (stokvis). Dosoe koopt een stuk bacalao. Het wordt afgesneden, eigenlijk afgehakt, met een roestig mes en gewogen op een koperen weegschaal die groen is uitgeslagen. De man beweegt zich uiterst traag voort, hij heeft iets in zijn doen, of hij dat eigenlijk ook zou willen nalaten.
'Au revoir, monsieur.'
'Au revoir, monsieur.'
Dat nog wel. Maar ik heb nog nooit iemand gezien die in zijn blik een zo grote zekerheid wist te leggen dat het hele universum overbodig is. Informatie: zo'n ex-bagnard wordt een poitè genoemd.
[...]426-2020>
dinsdag 21 januari
Vandaag in een ruk teruggevaren naar Albina. Onderweg alleen gestopt bij Bigiston, een Indianendorp. Kleine kinderen lopen geheel naakt. Deze Indianen zijn gekerstend, zoals blijkt uit het tamelijk veelvuldig voorkomen van Europese kleding. Er is zelfs een meisje van een jaar of twaalf, dat een jurk aanheeft. Ik laat me fotograferen met mijn arm om haar schouders: Pater Prudhomme heeft een natuurkind tot het christendom bekeerd. (Pater Prudhomme, auteur van de geruchtmakende brochure over de pil, Annum Veritatis. Import: Thomas Rap, Regulierdwarsstraat 91, Amsterdam.)
Ze verkopen halskettingen van aan elkaar geregen zaden, tanden en klauwen: ƒ 3,- per stuk, niet bijzonder mooi. Hun hutten zijn groter dan die van de Bosnegers en niet van planken gemaakt, maar geheel gevlochten. Dikwijls hebben ze geen zijwanden. Het interieur is slordig. Aan de palen die het dak schragen, zijn hangmatten bevestigd. We delen onze laatste zuurtjes en ballons uit.
Een korte landing op de rechter (Franse) rivieroever vergat ik te vermelden: bezoek aan het winkeltje van een ex-bagnard die daar al dertig jaar doodalleen woont. Z'n broekzakken zitten vol revolvers, beweert Laret. Hij ziet eruit zoals hij er ook uitgezien heeft toen hij naar het bagno werd gebracht: een Frans boertje in een broek met bretels, hemd zonder boord, alpinopetje, minuscuul snorretje. Stoppelige ingevallen wangen, grauw als een stofdoek.
Praten doet hij niet. Als je vraagt wat iets kost, wijst hij naar een schoolbord, waarop de artikelen die hij verkoopt zijn opgeschreven met de prijzen ernaast: Dubonnet, Olida, biscuitjes, petroleum, biscottes, vishaken, lucifers, bacalao (stokvis). Dosoe koopt een stuk bacalao. Het wordt afgesneden, eigenlijk afgehakt, met een roestig mes en gewogen op een koperen weegschaal die groen is uitgeslagen. De man beweegt zich uiterst traag voort, hij heeft iets in zijn doen, of hij dat eigenlijk ook zou willen nalaten.
'Au revoir, monsieur.'
'Au revoir, monsieur.'
Dat nog wel. Maar ik heb nog nooit iemand gezien die in zijn blik een zo grote zekerheid wist te leggen dat het hele universum overbodig is. Informatie: zo'n ex-bagnard wordt een poitè genoemd.
[...]426-2020>
maandag 19 januari 2026
Graham Greene • 20 januari 1954
• Graham Greene (1904-1991) was een Britse schrijver. In Vluchtwegen (vertaald door P.H. Ottenhof) zijn ook dagboekfragmenten van hem opgenomen.
20 januari 1954. Phnom Penh
Na het diner reed ik met mijn gastheer naar het centrum van Phnom Penh waar we de auto parkeerden. Ik wenkte naar een riksja-koelie, waarbij ik mijn duim in mijn mond stak en een gebaar maakte of ik een lange neus trok. Hieruit wordt altijd opgemaakt dat men wil schuiven. Hij bracht ons naar een nogal luguber binnenplaatsje aan de rue A... Er stonden een hoop vuilnisbakken, waartussen een rat rondscharrelde, en er lagen een paar mensen onder muskietennetten. Boven op de eerste verdieping bevond zich achter een balkon de fumerie. Het was er aardig vol en de broeken hingen er als banieren in het schip van een kathedraal. Ik rookte er acht pijpen en een deftig uitziend heer in onderbroek hielp bij het vertalen van mijn wensen. Het bleek dat hij leraar Engels was.228-2018>
20 januari 1954. Phnom Penh
Na het diner reed ik met mijn gastheer naar het centrum van Phnom Penh waar we de auto parkeerden. Ik wenkte naar een riksja-koelie, waarbij ik mijn duim in mijn mond stak en een gebaar maakte of ik een lange neus trok. Hieruit wordt altijd opgemaakt dat men wil schuiven. Hij bracht ons naar een nogal luguber binnenplaatsje aan de rue A... Er stonden een hoop vuilnisbakken, waartussen een rat rondscharrelde, en er lagen een paar mensen onder muskietennetten. Boven op de eerste verdieping bevond zich achter een balkon de fumerie. Het was er aardig vol en de broeken hingen er als banieren in het schip van een kathedraal. Ik rookte er acht pijpen en een deftig uitziend heer in onderbroek hielp bij het vertalen van mijn wensen. Het bleek dat hij leraar Engels was.228-2018>
zondag 18 januari 2026
Arnold Heilbut • 19 januari 1941
• Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.
Zondag 19 Jan.
Vader is ziek. Hij heeft een beetje griep, en waarschijnlijk ook last van zijn maag, maar daar merkt hij niets meer van. Vanochtend om 6.30 viel hij bewusteloos toen hij van de W.C. kwam. Moeder schreeuwde, waarop ik wakker werd, en we samen vader in bed sjorden. Van het uitstapje op de schaats, dat ik vandaag wilde maken kon niets komen. Maar de anderen konden ook niet weg. Gisternacht viel een dik pak sneeuw, en vanochtend begon het te dooien. Vanmiddag heb ik ook nog even in de modder schaatsen gereden. Hanna was echter al van de baan toen ik kwam. Maar ik heb me getroost zonder haar. Ik heb enige nadere mensen ontmoet. In de kunstijsbaan worden we evenals in de bioscopen niet meer toegelaten.
Woensdag 22 Jan.
Sinds enige tijd kan men weer overal sinasappelen en mandarijnen kopen, echter alleen Italiaanse. De dooi houdt aan, de hele smeerboel is al zowat van straat verdwenen. Vanavond hadden we cursus met een andere groep samen, daardoor was Hanna er ook. Na afloop kon ik haar echter niet te spreken krijgen, want Ernst bracht haar naar huis. Ik ben alleen een eindje mee gelopen. Omdat Ernst vlak bij haar woont, kon ik natuurlijk niet aanbieden haar te brengen, ik moest precies de andere kant op. Ze had vanavond de kleding van haar huishoudschool aan. Ze zag er werkelijk schattig uit! Als je toch eens wist Baby hoe vaak ik aan je denk, steeds weer, en jij ...... waarom dan niet, waarom? Hanna .......!!!
74-2017>
Zondag 19 Jan.
Vader is ziek. Hij heeft een beetje griep, en waarschijnlijk ook last van zijn maag, maar daar merkt hij niets meer van. Vanochtend om 6.30 viel hij bewusteloos toen hij van de W.C. kwam. Moeder schreeuwde, waarop ik wakker werd, en we samen vader in bed sjorden. Van het uitstapje op de schaats, dat ik vandaag wilde maken kon niets komen. Maar de anderen konden ook niet weg. Gisternacht viel een dik pak sneeuw, en vanochtend begon het te dooien. Vanmiddag heb ik ook nog even in de modder schaatsen gereden. Hanna was echter al van de baan toen ik kwam. Maar ik heb me getroost zonder haar. Ik heb enige nadere mensen ontmoet. In de kunstijsbaan worden we evenals in de bioscopen niet meer toegelaten.
Woensdag 22 Jan.
Sinds enige tijd kan men weer overal sinasappelen en mandarijnen kopen, echter alleen Italiaanse. De dooi houdt aan, de hele smeerboel is al zowat van straat verdwenen. Vanavond hadden we cursus met een andere groep samen, daardoor was Hanna er ook. Na afloop kon ik haar echter niet te spreken krijgen, want Ernst bracht haar naar huis. Ik ben alleen een eindje mee gelopen. Omdat Ernst vlak bij haar woont, kon ik natuurlijk niet aanbieden haar te brengen, ik moest precies de andere kant op. Ze had vanavond de kleding van haar huishoudschool aan. Ze zag er werkelijk schattig uit! Als je toch eens wist Baby hoe vaak ik aan je denk, steeds weer, en jij ...... waarom dan niet, waarom? Hanna .......!!!
74-2017>
Shireen Strooker • 18 januari 1974
• Shireen Strooker (1935-2018) ws een Nederlands actrice en regisseuse. In 1974 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.
Vrijdag [18 januari]
Ze waren al om half zeven wakker, de heren — spelen — eten — goed Daantje — kom maar Jesse — opschieten Devi, je appel. Een beetje erg haasten, nog net de trein van drie voor half negen gehaald. Op de club eerst de voorstelling van gisteravond nabesproken. Een wonder hoe Marja net de dingen zegt, waar je wat aan hebt en hoe iedereen zich nog zo betrokken voelt na 75 keer spelen en durft te zeggen wat hij vindt van eigen en andermans scènes. Met z'n allen opgebouwd, dan is 't in een scheet gebeurd. Daarna alles waar we deze week aan gewerkt hebben aan elkaar laten zien. Heel rustig en ontspannen, niet meer dat opgefokte van nou moet 't goed zijn. Ik had een volgorde gemaakt, het een ging in het ander over. Erg boeiend om naar te kijken, wat een schat aan materiaal — hoe moet dat? Daarna hebben we besloten nog een tijdje zo door te werken, bezig zijn met dingen die je interesseren, spelen wat je graag wilt spelen. Als we dat volledig doen, komt er vanzelf een thema uit. Met Peter boodschappen gedaan, veel, dan hoeft het zaterdag niet. Naar huis, spelen — eten — vlug en de trein van zeven voor zeven gehaald. Was weer heel vol vanavond. Weer erg verschillend publiek, jong, kind, oud, alles door elkaar, bij het onderwerp betrokken en ook mensen die er niets mee te maken hebben. Voor 't eerst sinds heel lang ging Nel van Vliet goed. 't Is ook erg moeilijk met z'n vieren één vrouw spelen. Net de trein van 11.06 gehaald. Morgen wordt Jesse 1. Thuis deed Peter [Faber] de slingers en cadeautjes.438-2018>
Vrijdag [18 januari]
Ze waren al om half zeven wakker, de heren — spelen — eten — goed Daantje — kom maar Jesse — opschieten Devi, je appel. Een beetje erg haasten, nog net de trein van drie voor half negen gehaald. Op de club eerst de voorstelling van gisteravond nabesproken. Een wonder hoe Marja net de dingen zegt, waar je wat aan hebt en hoe iedereen zich nog zo betrokken voelt na 75 keer spelen en durft te zeggen wat hij vindt van eigen en andermans scènes. Met z'n allen opgebouwd, dan is 't in een scheet gebeurd. Daarna alles waar we deze week aan gewerkt hebben aan elkaar laten zien. Heel rustig en ontspannen, niet meer dat opgefokte van nou moet 't goed zijn. Ik had een volgorde gemaakt, het een ging in het ander over. Erg boeiend om naar te kijken, wat een schat aan materiaal — hoe moet dat? Daarna hebben we besloten nog een tijdje zo door te werken, bezig zijn met dingen die je interesseren, spelen wat je graag wilt spelen. Als we dat volledig doen, komt er vanzelf een thema uit. Met Peter boodschappen gedaan, veel, dan hoeft het zaterdag niet. Naar huis, spelen — eten — vlug en de trein van zeven voor zeven gehaald. Was weer heel vol vanavond. Weer erg verschillend publiek, jong, kind, oud, alles door elkaar, bij het onderwerp betrokken en ook mensen die er niets mee te maken hebben. Voor 't eerst sinds heel lang ging Nel van Vliet goed. 't Is ook erg moeilijk met z'n vieren één vrouw spelen. Net de trein van 11.06 gehaald. Morgen wordt Jesse 1. Thuis deed Peter [Faber] de slingers en cadeautjes.438-2018>
Anna Green Winslow • 17 januari 1772
• Dagboek van Anna Green Winslow* Anna Green Winslow (1759-1780)
Jan 17th. I told you the 27th Ult that I was going to a constitation with miss Soley. I have now the pleasure to give you the result, viz. a very genteel well regulated assembly which we had at Mr Soley's last evening, miss Soley being mistress of the ceremony. Mrs Soley desired me to assist Miss Hannah in making out a list of guests which I did some time since, I wrote all the invitation cards. There was a large company assembled in a handsome, large, upper room in the new end of the house. We had two fiddles, & I had the honor to open the diversion of the evening in a minuet with miss Soley.—Here follows a list of the company as we form'd for country dancing.
Miss Soley & Miss Anna Greene Winslow
Miss Calif Miss Scott
Miss Williams Miss McCarthy
Miss Codman Miss Winslow
Miss Ives Miss Coffin
Miss Scolley Miss Bella Coffin
Miss Waldow Miss Quinsy
Miss Glover Miss Draper
Miss Hubbard
Miss Cregur (usually pronounced Kicker) & two Miss Sheafs were invited but were sick or sorry & beg'd to be excus'd. There was a little Miss Russell & the little ones of the family present who could not dance. As spectators, there were Mr & Mrs Deming, Mr. & Mrs Sweetser Mr & Mrs Soley, Mr & Miss Cary, Mrs Draper, Miss Oriac, Miss Hannah—our treat was nuts, rasins, Cakes, Wine, punch, hot & cold, all in great plenty. We had a very agreeable evening from 5 to 10 o'clock. For variety we woo'd a widow, hunted the whistle, threaded the needle, & while the company was collecting, we diverted ourselves with playing of pawns, no rudeness Mamma I assure you. Aunt Deming desires you would perticulary observe, that the elderly part of the company were spectators only, they mix'd not in either of the above describ'd scenes.
I was dress'd in my yellow coat, black bib & apron, black feathers on my head, my past comb, & all my past garnet marquesett & jet pins, together with my silver plume—my loket, rings, black collar round my neck, black mitts & 2 or 3 yards of blue ribbin, (black & blue is high tast) striped tucker and ruffels (not my best) & my silk shoes compleated my dress.
* • Dagboek van Anna Green Winslow
* Anna Green Winslow (1759-1780)
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
17 januari.
Ik heb je op de 27ste van de vorige maand laten weten dat ik van plan was een bijeenkomst te houden met juffrouw Soley. Nu heb ik het genoegen je het resultaat mee te delen, namelijk een zeer nette en goed gereguleerde samenkomst, die wij gisteravond bij meneer Soley hadden, waarbij juffrouw Soley de gastvrouw was. Mevrouw Soley verzocht mij juffrouw Hannah te helpen bij het opstellen van een gastenlijst, wat ik enige tijd geleden heb gedaan; ik heb alle uitnodigingskaarten geschreven. Er was een groot gezelschap bijeen in een fraaie, ruime bovenkamer in het nieuwe gedeelte van het huis. Wij hadden twee violen, en ik had de eer het vermaak van de avond te openen met een menuet met juffrouw Soley.
— Hier volgt een lijst van het gezelschap zoals wij ons opstelden voor de contradansen:
Juffrouw Soley & juffrouw Anna Greene Winslow
Juffrouw Calif & juffrouw Scott
Juffrouw Williams & juffrouw McCarthy
Juffrouw Codman & juffrouw Winslow
Juffrouw Ives & juffrouw Coffin
Juffrouw Scolley & juffrouw Bella Coffin
Juffrouw Waldow & juffrouw Quinsy
Juffrouw Glover & juffrouw Draper
Juffrouw Hubbard
Juffrouw Cregur (meestal uitgesproken als Kicker) en twee juffrouwen Sheaf waren uitgenodigd, maar waren ziek of verhinderd en verzochten te worden verontschuldigd. Er was ook een kleine juffrouw Russell en de jongste kinderen van de familie aanwezig, die niet konden dansen. Als toeschouwers waren er meneer en mevrouw Deming, meneer en mevrouw Sweetser, meneer en mevrouw Soley, meneer en juffrouw Cary, mevrouw Draper, juffrouw Oriac en juffrouw Hannah. Onze traktatie bestond uit noten, rozijnen, cake, wijn, punch, warm en koud, alles in overvloed. Wij hadden een zeer aangename avond van vijf tot tien uur. Ter afwisseling speelden wij “een weduwe het hof maken”, “het fluitje zoeken” en “de draad door de naald rijgen”, en terwijl het gezelschap zich verzamelde, vermaakten wij ons met het spelen van pionnen; geen onbetamelijkheden, mama, dat verzeker ik je. Tante Deming verzoekt je in het bijzonder op te merken dat het oudere deel van het gezelschap uitsluitend toeschouwer was; zij namen aan geen van de hierboven beschreven taferelen deel.
Ik was gekleed in mijn gele jas, zwarte bef en schort, zwarte veren op mijn hoofd, mijn pastkam, en al mijn oude granaatkleurige marquesette en spelden van git en jet, samen met mijn zilveren pluim, mijn medaillon, ringen, een zwarte halsband om mijn nek, zwarte wanten en twee of drie el blauwe linten (zwart en blauw is zeer modieus), een gestreepte tucker en ruches (niet mijn beste), en mijn zijden schoenen maakten mijn kleding compleet. 227-2012>
donderdag 15 januari 2026
Arthur Japin • 16 januari 2004
• Arthur Japin (1956) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboeken 2000-2007 zijn gepubliceerd als Zoals dat gaat met wonderen.
Januari 2004
Een aantal schrijvers windt zich en plein public enorm op over de vermenging van talen. Dat vinden ze zoiets heerlijks. Henk van Woerden verklaart zich vreselijk kwaad te maken over het feit dat iemand heeft voorgesteld buitenlandse invloeden op het Nederlands te willen indammen. ‘Alle talen zouden juist met elkaar moeten mengen,’ roept hij, ‘hoe meer invloeden hoe liever. Nou ja... alleen niet de invloed van het Engels.’ Niemand vraagt waarom die ene taal dan juist niet, maar men beloont deze moedige stellingname met applaus. Ik kan niet ongezien weg, dus moet ik ook aanhoren hoe ze allemaal bezig zijn de juiste registers voor hun karakters te vinden: grappige woorden, typerende cadans, eigenaardige klanken. Dat houden ze allemaal in gedachte als ze een nieuw boek beginnen. Voor mij is dit de omgekeerde wereld. Ik wek karakters tot leven door me in hun plaats te stellen en daarna laten zij mij weten hoe ze spreken. Veel romanschrijvers nemen, alsof het dichters zijn, taal als vertrekpunt. Ik vertrek van heel ergens anders, een gevoel, een vraag, een beeld, en daarmee kom ik uiteindelijk bij de taal uit. Woorden zijn mijn doel. Daar ga ik op af. Deed ik het andersom en zou ik bij de taal beginnen, ik zou zeker verdwalen.255-2018>
Januari 2004
Een aantal schrijvers windt zich en plein public enorm op over de vermenging van talen. Dat vinden ze zoiets heerlijks. Henk van Woerden verklaart zich vreselijk kwaad te maken over het feit dat iemand heeft voorgesteld buitenlandse invloeden op het Nederlands te willen indammen. ‘Alle talen zouden juist met elkaar moeten mengen,’ roept hij, ‘hoe meer invloeden hoe liever. Nou ja... alleen niet de invloed van het Engels.’ Niemand vraagt waarom die ene taal dan juist niet, maar men beloont deze moedige stellingname met applaus. Ik kan niet ongezien weg, dus moet ik ook aanhoren hoe ze allemaal bezig zijn de juiste registers voor hun karakters te vinden: grappige woorden, typerende cadans, eigenaardige klanken. Dat houden ze allemaal in gedachte als ze een nieuw boek beginnen. Voor mij is dit de omgekeerde wereld. Ik wek karakters tot leven door me in hun plaats te stellen en daarna laten zij mij weten hoe ze spreken. Veel romanschrijvers nemen, alsof het dichters zijn, taal als vertrekpunt. Ik vertrek van heel ergens anders, een gevoel, een vraag, een beeld, en daarmee kom ik uiteindelijk bij de taal uit. Woorden zijn mijn doel. Daar ga ik op af. Deed ik het andersom en zou ik bij de taal beginnen, ik zou zeker verdwalen.255-2018>
woensdag 14 januari 2026
J. van der Weiden • 15 januari 1916
• Bij Volendam braken de dijken bij de watersnood van begin 1916 op verschillende plaatsen door en geheel Waterland kwam onder water te staan. Uit: Dagboek van pastoor J. van der Weiden (1916).
“Op vrijdag 14 januari 1916 om drie uur in de morgen werden wij gewekt. Alle mensen waren op de been. Men vreesde een dijkdoorbraak. De zee stond zeer hoog tot bijna aan de kruin van de dijk. Dat was wel meer gebeurd, maar wat erger was, en wat volgens oude mensen sinds mensenheugenis nog nooit was gebeurd, de wind draaide naar het oosten en het water sloeg met een geweldige kracht tegen de dijk. Dit is volgens mijn bescheiden mening de oorzaak van de ramp. De dijk spoelde door het overslaande water aan de binnenkant weg, verloor daar zijn steun en bezweek tenslotte. En hij was toch zo breed en sterk. God bidden dat hij de ramp mocht afweren, was het enige dat wij konden doen. Daarom hebben wij van zes tot zeven uur voor het geopende tabernakel gebeden en voor die intentie droeg ik om zeven uur de H. Mis op. Is ons gebed verhoord? Wij mogen dankbaar zijn dat het dag was, toen het water ons bereikte, anders – zo geloof ik – waren vele mensen omgekomen. Na de H. Mis vertelde mij de kapelaan die naar de zieken was geweest: “Ze zeggen, dat de dijk doorgebroken is, het water stroomt met geweld de sloten in.” Ik keek boven uit het vlieringraam van de pastorie in de richting van Monnickendam en zag dat daar de weilanden tot de spoordijk Volendam-Kwadijk alles onder water liep. De tram van kwart voor acht reed juist weg. Een uur later overstroomde de spoordijk en liep het water de Meerpolder in. Het water kwam achter de pastorie steeds hoger in de tuin. De aardappelen en ingemaakte groenten hebben wij met man en macht vanuit de kelder snel naar boven gehaald. Samen met de kapelaans naar de kerk gegaan om te redden wat er te redden viel. Tot de knieën ongeveer moesten we door het water lopen. Om half twaalf heb ik het Allerheiligste uit de kerk gehaald en in de sacristie de paramenten zo hoog mogelijk opgeborgen. ‘s Avonds kwam het water in de benedenverdieping van de pastorie. Zaterdag liep het water weer weg, maar zondag stond het water weer in de pastorie. Gelukkig liep het water ‘s avonds weer weg. Na die tijd hebben we in de pastorie geen water gehad. (Nu ik dit schrijf is het maandag 24 januari 1916).
Zaterdag 15 januari 1916: geen H. Mis. Zondag, maandag en dinsdag een H. Mis bij de zusters.
Zondag 30 januari 1916: twee H. Missen in de kerk, de mannen op de tribune en op het zangkoor. Vier H. Missen in de grote zaal van Hotel Van Diepen, (het hotel op de dijk) voor de vrouwen, de oude mannen en de kinderen. De tocht van de mensen naar de kerk ging moeilijk: door het lage water konden de schuiten met veel volk niet vooruit en raakten aan de grond.
Maandag 31 januari 1916: vandaag begonnen een noodbruggetje te maken van de pastorie naar de dijk, rechtdoor met toegang naar de kerk. Dat zal onze tocht naar de dijk zeer vergemakkelijken. Vrijdag 4, en zaterdag 5 februari 1916: de kerk staat droog, het water was zeer laag. Er woei een voortdurende zuidenwind. Er zouden twee H. Missen in de kerk zijn en een in de zaal bij Van Diepen voor kinderen en ouden van dagen. Maar helaas, de wind ging een weinig westelijk en zondagmorgen stond er een halve voet water in de kerk.
16 februari 1916: Hevige zuidwesterstorm, het water beukt tegen de huizen en de pastorie, het kerkhof is verschrikkelijk gehavend. ‘s Nachts stijgt het water, ‘s morgens een voet in de pastorie. Mijn waterlaarzen doen goed dienst. Kapelaan Veldhuyse gaat naar Amsterdam. Ik heb hem op mijn rug de pastorie uitgedragen naar buiten.”
503-2021>
Zaterdag 15 januari 1916: geen H. Mis. Zondag, maandag en dinsdag een H. Mis bij de zusters.
Woensdag 19 januari 1916: H. Mis in de kerk. Met een boot door de tuin naar de sacristie. Het was zeer stil weer, anders is het bijna niet te doen. Ook het varen naar de zusters is bij harde wind zeer moeilijk.
Donderdag 20 januari 1916: de bisschop bezocht. Vandaar naar Hoorn en per botter weer terug. Een prachtige wind; binnen anderhalf uur waren we over.
Vrijdag 21 januari 1916: altaar opgeslagen in de zaal van de pastorie, daar doe ik samen met een van de kapelaans de H. Mis en laat daarbij zoveel mogelijk mensen toe. Al in de eerste dagen werd besloten, dat een van ons ‘s nachts in een huis op de dijk zou logeren met het Allerheiligste en de H. Olie bij zich, voor eventuele bedieningen. Kapelaan van Baaren nam dat graag op zich. Hulde aan de soldaten, die zo kranig bij de overstroming geholpen hebben door de kinderen, ouden van dagen en zieken in veiligheid te brengen. Door de grote zorg van de heer Beaufort, consulent van de pluimveeteelt, werden 50.000 eenden naar Amersfoort gebracht. De bewoners in de Streek tussen Hoorn en Enkhuizen, hebben veel slaapplaatsen aangeboden, maar het is niet gemakkelijk de vrouwen weg te krijgen uit Volendam. Tachtig kinderen gaan naar de vakantiekolonie van pater Zuidgeest.
Zondag 30 januari 1916: twee H. Missen in de kerk, de mannen op de tribune en op het zangkoor. Vier H. Missen in de grote zaal van Hotel Van Diepen, (het hotel op de dijk) voor de vrouwen, de oude mannen en de kinderen. De tocht van de mensen naar de kerk ging moeilijk: door het lage water konden de schuiten met veel volk niet vooruit en raakten aan de grond.
Maandag 31 januari 1916: vandaag begonnen een noodbruggetje te maken van de pastorie naar de dijk, rechtdoor met toegang naar de kerk. Dat zal onze tocht naar de dijk zeer vergemakkelijken. Vrijdag 4, en zaterdag 5 februari 1916: de kerk staat droog, het water was zeer laag. Er woei een voortdurende zuidenwind. Er zouden twee H. Missen in de kerk zijn en een in de zaal bij Van Diepen voor kinderen en ouden van dagen. Maar helaas, de wind ging een weinig westelijk en zondagmorgen stond er een halve voet water in de kerk.
16 februari 1916: Hevige zuidwesterstorm, het water beukt tegen de huizen en de pastorie, het kerkhof is verschrikkelijk gehavend. ‘s Nachts stijgt het water, ‘s morgens een voet in de pastorie. Mijn waterlaarzen doen goed dienst. Kapelaan Veldhuyse gaat naar Amsterdam. Ik heb hem op mijn rug de pastorie uitgedragen naar buiten.”
dinsdag 13 januari 2026
Elizabeth Demmer • 14 januari 1916
• Elizabeth Demmer–Bruijn (1857-??) was de echtgenote van hoofdonderwijzer Berend Demmer (1858-1944). Berend Demmer was hoofd van de openbare lagere school in Volendam. In haar dagboek schreef ze o.m. over de watersnood van 1916 in Volendam. Zij en haar gezin behoorden tot de zeer weinige Volendammers die niet tijdens de watersnood en de weken daarna hun huis hebben moeten verlaten. In het dagboek komen, behalve haar man, die zij als D. aanduidt, ook haar zoon Piet, haar dochters Frederiek en Marie , haar schoonzoon Aart, haar kleinzoon Japie, Gré, de verloofde van Piet en het dienstmeisje Aagtje voor.
[14 Jan.]
Om 8 uur zagen wij overal water op de straten komen en weldra kwam D. thuis, die ons aanraadde maar het noodigste naar boven te brengen daar hij vreesde, dat er ergens een doorbraak zou zijn, maar aan een andere kant dan waar het van nacht gevreesd werd. Wij togen dadelijk aan ’t werk, om eerst het allernoodigste naar boven te brengen wat later gevolgd werd door allerlei lichte meubelen enz. Intusschen was het water al harder en harder komen aanzetten; weldra in stroomen en later gelijk een waterval zoo hevig dat wij soms ons werk vergaten en met ontzetting naar de watermassa stonden te kijken.
Japie vond het prachtig, had geen oogenblik angst en stond erbij te huppelen en te springen en riep dan af en toe: Opa en Oma komt U nu toch weer eens kijken zooveel water. Eerst vleiden wij ons nog met den hoop, dat ons huis misschien droog zou blijven, daar het zooveel hooger staat dan de huisjes in de … ; wij hadden zooiets nog nooit bijgewoond, maar toen het daar weldra vol werd kwam het water in onzen tuin: wij wilden onze kippen nog in het schuurtje zien te bergen, maar zij werden met de stroom meegevoerd tot achter in den tuin en zoo moesten wij al onze mooie kippen, 17 kippen met een haan, voor onze oogen zien verdrinken, och, wat vond ik dat vreeselijk: later waren wij toch maar blij, dat het dadelijk gebeurd was, want ook in het schuurtje waren ze toch verdronken. Uben had ons verteld dat om 11 uur het water misschien nog zakken zou, doordat de eb dan intrad, maar toen het 11 uur was bemerkten wij er niets van en het water naderde al meer en meer ons huis en wij brachten maar naar boven, zetten het buffet en de groote waschtafel op kisten, plaatsten de boekenkast op de vensterbank en deden wat wij maar konden, tot wij eensklaps overal het water op de vloer zagen komen. Toen vlogen wij nog naar boven met allerlei noodige zaken, doch toen wij weer beneden kwamen was het water al zoo hoog in de kamers, dat wij er niet meer in konden. Wij moesten het dus opgeven en waren ook doodmoe.
De familie van Aagtje kwam haar nog halen, maar zij wilde ons niet alleen laten, wat wij bijzonder aardig van haar vonden.
Wij begonnen het ons nu maar boven wat gezelliger te maken en ook te beraadslagen wat we voor het middagmaal zullen klaar maken en hoe: gelukkig hebben wij 2 emmers aardappelen uit den kelder meegenomen (wij hadden er nog wel voor ƒ 25,-) en 10 à 12 flesschen postelein, ook nog wat vleesch, dan hadden we nog een oud 3 pits petroleumstel en een 1 pits en ook een Belgische lamp: hoewel dus ‘behelperig’ kregen we ons diné tegen 4 ongeveer klaar: om 5 uur konden wij Marie bij ons roepen: zij was met Piet in een bootje op zij van ons huis. Wij konden met hem spreken door het raam, maar ze konden niet bij ons komen. Wij hoorden toen, dat de doorbraak bij Katwou was gebeurd, Marie had het vernomen door bulletins, die in Purmerend rondgestrooid werden, dat de dijk door was en Piet had het in de courant gelezen, terwijl ze elkander in de trein ontmoet hadden. Piet had een tasch met mondvoorraad meegenomen, vooral voor mij, brood, room, eieren en chocola en voor Japie kwattarepen; alles werd dankbaar naar boven gehaald aan een touw door het raam van de bovenvoorkamer, waarna zij de terugreis weer ondernamen, wat, naar wij later vernamen, door het water overal een zeer moeielijke reis was.
In ons huis was het water ’s avonds al boven de vensterbanken; toen wij eens tot rust kwamen, bemerkten wij, dat onze geheele wijk verlaten was, ’s avonds zagen wij aan het licht, dat wij met ons 3 huisgezinnen hier in de omgeving nog woonden.
Frits Veldhuizen, die altijd boven woont, de garnalenpeller en wij, terwijl er 418 huisjes geheel of gedeeltelijk in het water staan, allen door de bewoners in allerijl verlaten sommigen zonder iets te kunnen redden.358-2019>
[14 Jan.]
Om 8 uur zagen wij overal water op de straten komen en weldra kwam D. thuis, die ons aanraadde maar het noodigste naar boven te brengen daar hij vreesde, dat er ergens een doorbraak zou zijn, maar aan een andere kant dan waar het van nacht gevreesd werd. Wij togen dadelijk aan ’t werk, om eerst het allernoodigste naar boven te brengen wat later gevolgd werd door allerlei lichte meubelen enz. Intusschen was het water al harder en harder komen aanzetten; weldra in stroomen en later gelijk een waterval zoo hevig dat wij soms ons werk vergaten en met ontzetting naar de watermassa stonden te kijken.
Japie vond het prachtig, had geen oogenblik angst en stond erbij te huppelen en te springen en riep dan af en toe: Opa en Oma komt U nu toch weer eens kijken zooveel water. Eerst vleiden wij ons nog met den hoop, dat ons huis misschien droog zou blijven, daar het zooveel hooger staat dan de huisjes in de … ; wij hadden zooiets nog nooit bijgewoond, maar toen het daar weldra vol werd kwam het water in onzen tuin: wij wilden onze kippen nog in het schuurtje zien te bergen, maar zij werden met de stroom meegevoerd tot achter in den tuin en zoo moesten wij al onze mooie kippen, 17 kippen met een haan, voor onze oogen zien verdrinken, och, wat vond ik dat vreeselijk: later waren wij toch maar blij, dat het dadelijk gebeurd was, want ook in het schuurtje waren ze toch verdronken. Uben had ons verteld dat om 11 uur het water misschien nog zakken zou, doordat de eb dan intrad, maar toen het 11 uur was bemerkten wij er niets van en het water naderde al meer en meer ons huis en wij brachten maar naar boven, zetten het buffet en de groote waschtafel op kisten, plaatsten de boekenkast op de vensterbank en deden wat wij maar konden, tot wij eensklaps overal het water op de vloer zagen komen. Toen vlogen wij nog naar boven met allerlei noodige zaken, doch toen wij weer beneden kwamen was het water al zoo hoog in de kamers, dat wij er niet meer in konden. Wij moesten het dus opgeven en waren ook doodmoe.
De familie van Aagtje kwam haar nog halen, maar zij wilde ons niet alleen laten, wat wij bijzonder aardig van haar vonden.
Wij begonnen het ons nu maar boven wat gezelliger te maken en ook te beraadslagen wat we voor het middagmaal zullen klaar maken en hoe: gelukkig hebben wij 2 emmers aardappelen uit den kelder meegenomen (wij hadden er nog wel voor ƒ 25,-) en 10 à 12 flesschen postelein, ook nog wat vleesch, dan hadden we nog een oud 3 pits petroleumstel en een 1 pits en ook een Belgische lamp: hoewel dus ‘behelperig’ kregen we ons diné tegen 4 ongeveer klaar: om 5 uur konden wij Marie bij ons roepen: zij was met Piet in een bootje op zij van ons huis. Wij konden met hem spreken door het raam, maar ze konden niet bij ons komen. Wij hoorden toen, dat de doorbraak bij Katwou was gebeurd, Marie had het vernomen door bulletins, die in Purmerend rondgestrooid werden, dat de dijk door was en Piet had het in de courant gelezen, terwijl ze elkander in de trein ontmoet hadden. Piet had een tasch met mondvoorraad meegenomen, vooral voor mij, brood, room, eieren en chocola en voor Japie kwattarepen; alles werd dankbaar naar boven gehaald aan een touw door het raam van de bovenvoorkamer, waarna zij de terugreis weer ondernamen, wat, naar wij later vernamen, door het water overal een zeer moeielijke reis was.
In ons huis was het water ’s avonds al boven de vensterbanken; toen wij eens tot rust kwamen, bemerkten wij, dat onze geheele wijk verlaten was, ’s avonds zagen wij aan het licht, dat wij met ons 3 huisgezinnen hier in de omgeving nog woonden.
Frits Veldhuizen, die altijd boven woont, de garnalenpeller en wij, terwijl er 418 huisjes geheel of gedeeltelijk in het water staan, allen door de bewoners in allerijl verlaten sommigen zonder iets te kunnen redden.358-2019>
maandag 12 januari 2026
Theodor Fontane • 13 januari 1856
• Dagboek van Theodor Fontane
* Theodor Fontane (1819-1898)
Vertaling onderaan
Sonntag d. 13. Januar,
Schweitzer holt uns aus dem Bett. Mit ihm nach 38 Berner Street. Kurze Unterredung mit Mrs. Tucker. Das Haus gemiethet pro 100 £ jährlich. - Mit Wentzel und Schweitzer nach Greenwich. Den Nachmittag über in der Bilder-Gallerie. Mit Interesse den Nelson-room gesehn, der 5 oder 6 kleinere Bilder enthält, die Bezug auf Nelson nehmen. a) Nelson, als Midshipman, bindet mit einem Eisbären an, um seinem Vater das Fell mit heim zu nehmen b) Nelson verliert den Arm bei Tenerifa c) Nelson an Bord des geenterten San Jose (bei St. Vincent) d) Nelson als Volontair bei einer gefährlichen Fahrt und e) Nelson im Amputir-Raum des »Victory« (Trafalgar). Die Sachen sind sammt und sonders ohne großen künstlerischen Werth aber charakteristisch und wirkungsvoll gemacht. In Trafalgar-Tavern (reizende Aussicht auf die Themse) gut und theuer gegessen. Geplaudert am Kamin bis gegen 8. Dann zurück zur Eisenbahn-Station. Unterwegs einen schwäbischen Landsmann getroffen, der uns bis London begleitet. Nach Haus. Einige Strophen für Kugler geschrieben; dann Briefe an Mrs. Wilmot, Emilie, Custom-house und James Morris.
230-2012>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Zondag 13 januari.
Schweitzer haalt ons uit bed. Met hem naar 38 Berner Street. Kort onderhoud met mevrouw Tucker. Het huis gehuurd voor 100 pond per jaar. – Met Wentzel en Schweitzer naar Greenwich. De hele middag in de schilderijengalerij doorgebracht. Met belangstelling de Nelson Room gezien, die vijf of zes kleinere schilderijen bevat die betrekking hebben op Nelson: a) Nelson als adelborst die het opneemt tegen een ijsbeer om diens vel mee naar huis te nemen voor zijn vader; b) Nelson verliest zijn arm bij Tenerife; c) Nelson aan boord van de geënterde San Jose (bij St. Vincent); d) Nelson als vrijwilliger tijdens een gevaarlijke tocht; en e) Nelson in de amputatiekamer van de Victory (Trafalgar).
De stukken zijn stuk voor stuk van geen grote artistieke waarde, maar wel karakteristiek en indrukwekkend uitgevoerd. In de Trafalgar Tavern (prachtig uitzicht op de Theems) goed maar duur gegeten. Bij de open haard zitten praten tot tegen achten. Daarna terug naar het treinstation. Onderweg een Zwabische landgenoot ontmoet, die ons tot Londen vergezelde. Thuisgekomen. Enkele strofen voor Kugler geschreven; daarna brieven aan mevrouw Wilmot, Emilie, het douanekantoor en James Morris.
* Theodor Fontane (1819-1898)
Vertaling onderaan
Sonntag d. 13. Januar,
Schweitzer holt uns aus dem Bett. Mit ihm nach 38 Berner Street. Kurze Unterredung mit Mrs. Tucker. Das Haus gemiethet pro 100 £ jährlich. - Mit Wentzel und Schweitzer nach Greenwich. Den Nachmittag über in der Bilder-Gallerie. Mit Interesse den Nelson-room gesehn, der 5 oder 6 kleinere Bilder enthält, die Bezug auf Nelson nehmen. a) Nelson, als Midshipman, bindet mit einem Eisbären an, um seinem Vater das Fell mit heim zu nehmen b) Nelson verliert den Arm bei Tenerifa c) Nelson an Bord des geenterten San Jose (bei St. Vincent) d) Nelson als Volontair bei einer gefährlichen Fahrt und e) Nelson im Amputir-Raum des »Victory« (Trafalgar). Die Sachen sind sammt und sonders ohne großen künstlerischen Werth aber charakteristisch und wirkungsvoll gemacht. In Trafalgar-Tavern (reizende Aussicht auf die Themse) gut und theuer gegessen. Geplaudert am Kamin bis gegen 8. Dann zurück zur Eisenbahn-Station. Unterwegs einen schwäbischen Landsmann getroffen, der uns bis London begleitet. Nach Haus. Einige Strophen für Kugler geschrieben; dann Briefe an Mrs. Wilmot, Emilie, Custom-house und James Morris.
230-2012>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Zondag 13 januari.
Schweitzer haalt ons uit bed. Met hem naar 38 Berner Street. Kort onderhoud met mevrouw Tucker. Het huis gehuurd voor 100 pond per jaar. – Met Wentzel en Schweitzer naar Greenwich. De hele middag in de schilderijengalerij doorgebracht. Met belangstelling de Nelson Room gezien, die vijf of zes kleinere schilderijen bevat die betrekking hebben op Nelson: a) Nelson als adelborst die het opneemt tegen een ijsbeer om diens vel mee naar huis te nemen voor zijn vader; b) Nelson verliest zijn arm bij Tenerife; c) Nelson aan boord van de geënterde San Jose (bij St. Vincent); d) Nelson als vrijwilliger tijdens een gevaarlijke tocht; en e) Nelson in de amputatiekamer van de Victory (Trafalgar).
De stukken zijn stuk voor stuk van geen grote artistieke waarde, maar wel karakteristiek en indrukwekkend uitgevoerd. In de Trafalgar Tavern (prachtig uitzicht op de Theems) goed maar duur gegeten. Bij de open haard zitten praten tot tegen achten. Daarna terug naar het treinstation. Onderweg een Zwabische landgenoot ontmoet, die ons tot Londen vergezelde. Thuisgekomen. Enkele strofen voor Kugler geschreven; daarna brieven aan mevrouw Wilmot, Emilie, het douanekantoor en James Morris.
zondag 11 januari 2026
Arnold Heilbut • 12 januari 1941
• Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.
Zondag 12 Jan.
Vanochtend is [broer] Walter met zijn hoofd door een ruit gevallen. Er is hem gelukkig niets gebeurd, omdat hij een handdoek om zijn hoofd had, opdat zijn haar zou zitten. Maar de ruit was stuk, en we konden vandaag geen nieuwe krijgen. We hebben nu het raam losgehaald, er aan weerskanten karton overheen gedaan, en het er weer in gezet.
Vanmiddag waren we weer met een heel stel gaan schaatsenrijden, Hanna en Ernst waren er natuurlijk ook bij. Het was reuzen gezellig. Ik moet toch eens met Hanna spreken, zo gaat het niet, zoals op het ogenblik.
Het vriest nu nog een paar graden. Ik ben benieuwd hoelang het weer vriezend blijft. Vlees hebben we nog, iedere week genoeg.
Maandag 13 Jan.
Het dooit flink op 't moment, maar ik geloof dat er nog weer een vorstperiode zal komen.
Gisteren vertelde ik in het bijzijn van H. en Ernst, dat Zondagavond waarschijnlijk weer een volksconcert zal zijn. H. wou er erg graag naar toe. Vandaag had ik zekerheid dat dit concert zou zijn. Ik heb Hanna gevraagd of ze zin had om mee te gaan. Maar ze zei dat ze geen zin had; en gister dan?! Ik moet haar werkelijk eens spreken.199-2017>
Zondag 12 Jan.
Vanochtend is [broer] Walter met zijn hoofd door een ruit gevallen. Er is hem gelukkig niets gebeurd, omdat hij een handdoek om zijn hoofd had, opdat zijn haar zou zitten. Maar de ruit was stuk, en we konden vandaag geen nieuwe krijgen. We hebben nu het raam losgehaald, er aan weerskanten karton overheen gedaan, en het er weer in gezet.
Vanmiddag waren we weer met een heel stel gaan schaatsenrijden, Hanna en Ernst waren er natuurlijk ook bij. Het was reuzen gezellig. Ik moet toch eens met Hanna spreken, zo gaat het niet, zoals op het ogenblik.
Het vriest nu nog een paar graden. Ik ben benieuwd hoelang het weer vriezend blijft. Vlees hebben we nog, iedere week genoeg.
Maandag 13 Jan.
Het dooit flink op 't moment, maar ik geloof dat er nog weer een vorstperiode zal komen.
Gisteren vertelde ik in het bijzijn van H. en Ernst, dat Zondagavond waarschijnlijk weer een volksconcert zal zijn. H. wou er erg graag naar toe. Vandaag had ik zekerheid dat dit concert zou zijn. Ik heb Hanna gevraagd of ze zin had om mee te gaan. Maar ze zei dat ze geen zin had; en gister dan?! Ik moet haar werkelijk eens spreken.199-2017>
P.J.M. Aalberse • 11 januari 1924
• Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholieke politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.
vrijdag 11 januari 1924
Gisteren naar Deventer geweest om eens met de heer Schoemaker te praten over Het Centrum en de kredietmoeilijkheid. Gelukkig! Hij wil er zich voorspannen om een consortium bijeen te brengen dat f 100.000 leent, in tien jaar af te doen. Als dat lukt zijn we er!
Vandaag ministerraad van tien tot half vijf! We hebben de regeeringsverklaring opgesteld, waarmee we dinsdag a.s. in de Kamer zullen komen. Ruijs had ’n concept gemaakt. Er is zoowat niets van over gebleven! ’t Is anders moeilijk werk om ’n stuk met negen man te redigeeren. Negen – want … Colijn is tot 20 januari naar Zwitserland gegaan! Dat zal wel – en terecht – kwaad bloed zetten, als hij er dinsdag niet is. Feitelijk heeft hij de geheele crisis beheerscht en – nu ’t op de verantwoording aankomt is hij buitenaf.
Twee incidenten. De Visser kwam nog eens terug op de verklaring van Ruijs bij de vlootwet, dat geen der ministers meer zou willen terugkomen. ’t Bleek nu, dat vijf van de tien er niet van geweten hebben. Ruijs zei, dat Colijn ’t geadviseerd had, vooral om de katholieke democraten te beduiden, dat als ’t kabinet viel, ze niet behoefden te hopen, dat ik in een ander kabinet herrijzen zou! Ik merkte op, dat ’t dan des te zonderlinger was, dat hij dit verklaarde, zonder dat ik er zelf iets van wist!! De Visser verklaarde nog, dat hij over eenige weken toch heen zou gaan. Kon ik hem maar volgen!
Vervolgens beklaagde Van Dijk zich ernstig over Colijn, die hem tot een legerorganisatie wilde dwingen, waardoor er van een leger niets goeds meer overbleef. Ook hij dreigde reeds met heengaan! ’t Is wel een mooi begin! Maar ’t bewijst hoe onmogelijk de toestand is.
223-2012>
Frida Vogels • 10 januari 1964
• Frida Vogels (1930) is een Nederlandse schrijfster. Haar door kritiek en publiek gewaardeerde dagboeken 1954-1971 zijn gepubliceerd in 8 delen.
9 jan. - Mijn vierendertigste verjaardag.
We hebben weer een poes. Het is een volwassen poes en ik denk niet dat we een ander tehuis voor hem zullen vinden, noch zoeken. Toen E. gisteravond naar huis liep, zat hij mauwend op een muurtje. Een halfuur later ging E. naar hem toe met kattebrood. Hij zat er nog, maar at niet. E. ging kaas voor hem kopen. Toen hij terugkwam, was de poes weg. 's Avonds gingen we samen nog eens kijken, maar hij was er niet meer. Ik zei 'misschien is hij voor de nacht in een kelder gekropen' (er zijn in dat straatje veel keldergaten), 'ik zal morgenochtend nog eens gaan kijken'. Vanmorgen zat hij er weer, op dezelfde plaats waar E. hem gezien had, rillend van de kou en zwart van kolengruis. (Het is een wit met grijze poes.) Ik had lever voor hem meegebracht. Ik gaf hem een paar stukjes en pakte hem daarna op om hem mee te nemen. Hij liet zich dat zonder veel protest welgevallen, deed maar één keer een ernstige poging om te ontsnappen. Toen we de trap op klommen, begon hij hevig te mauwen. We kwamen mevrouw Gandolfi tegen, die glimlachte. Thuisgekomen gaf ik hem nog wat lever, in het groene bakje dat voor het vorige poesje heeft gediend (het eerste heeft al zijn benodigdheden als uitzet meegekregen). Daarna ging hij meteen liggen, in de doos met de halve fluwelen broek van mij waarin het vorige poesje niet geslapen heeft, want die verkoos de doos met oude kranten onder het aanrecht.
10 jan. - Het poesje dat we van de zomer gevonden hebben en waarvoor E. via een meisje op kantoor een huis had gevonden, is dood. Het heeft tyfus gehad. 377-2018>
9 jan. - Mijn vierendertigste verjaardag.
We hebben weer een poes. Het is een volwassen poes en ik denk niet dat we een ander tehuis voor hem zullen vinden, noch zoeken. Toen E. gisteravond naar huis liep, zat hij mauwend op een muurtje. Een halfuur later ging E. naar hem toe met kattebrood. Hij zat er nog, maar at niet. E. ging kaas voor hem kopen. Toen hij terugkwam, was de poes weg. 's Avonds gingen we samen nog eens kijken, maar hij was er niet meer. Ik zei 'misschien is hij voor de nacht in een kelder gekropen' (er zijn in dat straatje veel keldergaten), 'ik zal morgenochtend nog eens gaan kijken'. Vanmorgen zat hij er weer, op dezelfde plaats waar E. hem gezien had, rillend van de kou en zwart van kolengruis. (Het is een wit met grijze poes.) Ik had lever voor hem meegebracht. Ik gaf hem een paar stukjes en pakte hem daarna op om hem mee te nemen. Hij liet zich dat zonder veel protest welgevallen, deed maar één keer een ernstige poging om te ontsnappen. Toen we de trap op klommen, begon hij hevig te mauwen. We kwamen mevrouw Gandolfi tegen, die glimlachte. Thuisgekomen gaf ik hem nog wat lever, in het groene bakje dat voor het vorige poesje heeft gediend (het eerste heeft al zijn benodigdheden als uitzet meegekregen). Daarna ging hij meteen liggen, in de doos met de halve fluwelen broek van mij waarin het vorige poesje niet geslapen heeft, want die verkoos de doos met oude kranten onder het aanrecht.
10 jan. - Het poesje dat we van de zomer gevonden hebben en waarvoor E. via een meisje op kantoor een huis had gevonden, is dood. Het heeft tyfus gehad. 377-2018>
donderdag 8 januari 2026
Willem Oltmans • 9 januari 2000
• Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de DBNL.
9 januari 2000
11:00 uur, Regency Hotel, Internationale Luchthaven Miami
Ik heb het grootste deel van de nacht met de deur dicht in Club Bath geslapen, en ik vergat grotendeels waar ik voor gekomen was. Toen ik naar de sauna ging, waren er genoeg mannen die me een cock suck wilden geven, maar ik wilde liever slapen. Ik kwam er om 18:00 uur en vertrok om 06:15 uur. Ik heb de knoop doorgehakt en heb besloten me weer met andere dingen dan seks bezig te houden.
Op televisie is er volop gelul over presidentskandidaten, terwijl de verkiezingen pas in de herfst zijn. Ze leren het nooit. Op CNN heeft Bernhard Kalb nog steeds zijn programma op zondagochtend. Hij ziet er nu uit als admiraal Zumwalt.
13:30 uur, bus naar Coral Gables
Het vliegveld is in het weekend niet te doen, veel te druk, dus ik ga naar een cafetaria in Coral Gables voor een warme maaltijd. De lucht zag er zo dreigend uit vanochtend, alsof het hopeloos zou worden vandaag. Maar rond een uur of twaalf is de zon doorgebroken en nu is het heerlijk weer. Ik ga vroeg terug naar het hotel en neem iets mee om te knabbelen.
14:10 uur Coral Gables
Ik hoorde Peters stem, een waarschuwing: Willem, je eet te vlug. Maar ik kon het niet helpen en nu ligt het eten als een baksteen op mijn maag. Ik voelde me uitgehongerd, want ik had niets meer gegeten sinds 16:00 uur gisterenmiddag. Ik zal alleen nog een kop koffie nemen en een stukje chocolade, maar verder niets tot morgenochtend.
Geloof het of niet, maar in Djakarta gaan nu stemmen op over Mega's ontslag. De smeerlap Wahid heeft het Ambon-probleem aan haar toegeschreven. Indonesië is een zeeschip zonder kapitein. Mega is vanaf het begin een slechte grap geweest. Haar boodschap zou van begin af aan op Bung Karno's visie gebaseerd moeten zijn: satu bangsa, satu negara! [Eén volk, één land] Maar ze begreep er niets van. De hysterie rond de democratische verkiezingen zal op een ramp uitlopen en de Indonesiërs zullen zelfs nog meer lijden. Ik heb het allemaal gezegd in mijn serie die ik voor The Jakarta Post schreef, maar die ze niet publiceerden. Ik kreeg sindsdien ook geen antwoord meer op mijn brieven. Zelfs Santo zwijgt nu over het plan om Mijn vriend Sukarno in Indonesië uit te geven. Van die mentaliteit kán niets terecht komen.
William Casey is de grondlegger van de oorlog in Tsjetsjenië, die nu plaatsvindt. Dat wordt wel duidelijk uit het boek van Schweizer. Zou Nederland op verzoek van de VS atoomgeheimen aan Pakistan hebben doorgespeeld, omdat Washington ervan uitging dat Moskou India bediende?
Ik ben verbaasd dat ik dit boek zes jaar lang heb laten liggen. Het is waar dat ik zelf ook steeds gezegd heb dat de CIA achter het UçK zat, en dat ook de oorlog in Grozny uit de koker van de CIA kwam, maar Peter Schweizer legt het allemaal uit.
17:30 uur, Regency Hotel
Op televisie is er een discussie met Jesse Jackson en iemand van de conservatieve denktank Heritage Foundation. Jackson zegt dat in de VS twee miljoen mensen in de gevangenis zitten, maar in China slechts anderhalf miljoen. De VS zijn er goed in andere landen te wijzen op mensenrechtenschendingen, maar nu leveren de Verenigde Naties kritiek op het bestaan van de doodstraf in de VS. De man van de Heritage Foundation zegt dat de vn er niets mee te maken hebben als een soeverein volk heeft besloten voor de doodstraf te zijn. Jesse Jackson: ‘Why can we condemn Apartheid in South-Africa and why can we not be criticized?’ Jackson wijst ook op het feit dat zwarte Amerikanen die in de gevangenis komen, hun stemrecht verliezen.
Hierdoor kunnen 1,4 miljoen zwarten niet stemmen. Eigenlijk is Miami verloren. Er zijn haast geen Amerikanen meer te bekennen. Dit hotel is totaal Latijns-Amerikaans, het zit vol met Cubaanse kinderen die zich hier misdragen en herrie maken, totaal onacceptabel. Gisteren deed een moeder met twee jengelende kinderen niets om ze tot de orde te roepen. Misschien dat ik ben opgevoed volgens verouderde standaarden, maar dan is daar in de huidige multiculturele samenleving duidelijk niets meer van over. Dit werkt simpelweg niet, en dat zal nog jaren zo zijn.
De televieprogramma's zijn al net zo hopeloos als in Europa.
9 januari 2000
11:00 uur, Regency Hotel, Internationale Luchthaven Miami
Ik heb het grootste deel van de nacht met de deur dicht in Club Bath geslapen, en ik vergat grotendeels waar ik voor gekomen was. Toen ik naar de sauna ging, waren er genoeg mannen die me een cock suck wilden geven, maar ik wilde liever slapen. Ik kwam er om 18:00 uur en vertrok om 06:15 uur. Ik heb de knoop doorgehakt en heb besloten me weer met andere dingen dan seks bezig te houden.
Op televisie is er volop gelul over presidentskandidaten, terwijl de verkiezingen pas in de herfst zijn. Ze leren het nooit. Op CNN heeft Bernhard Kalb nog steeds zijn programma op zondagochtend. Hij ziet er nu uit als admiraal Zumwalt.
13:30 uur, bus naar Coral Gables
Het vliegveld is in het weekend niet te doen, veel te druk, dus ik ga naar een cafetaria in Coral Gables voor een warme maaltijd. De lucht zag er zo dreigend uit vanochtend, alsof het hopeloos zou worden vandaag. Maar rond een uur of twaalf is de zon doorgebroken en nu is het heerlijk weer. Ik ga vroeg terug naar het hotel en neem iets mee om te knabbelen.
14:10 uur Coral Gables
Ik hoorde Peters stem, een waarschuwing: Willem, je eet te vlug. Maar ik kon het niet helpen en nu ligt het eten als een baksteen op mijn maag. Ik voelde me uitgehongerd, want ik had niets meer gegeten sinds 16:00 uur gisterenmiddag. Ik zal alleen nog een kop koffie nemen en een stukje chocolade, maar verder niets tot morgenochtend.
Geloof het of niet, maar in Djakarta gaan nu stemmen op over Mega's ontslag. De smeerlap Wahid heeft het Ambon-probleem aan haar toegeschreven. Indonesië is een zeeschip zonder kapitein. Mega is vanaf het begin een slechte grap geweest. Haar boodschap zou van begin af aan op Bung Karno's visie gebaseerd moeten zijn: satu bangsa, satu negara! [Eén volk, één land] Maar ze begreep er niets van. De hysterie rond de democratische verkiezingen zal op een ramp uitlopen en de Indonesiërs zullen zelfs nog meer lijden. Ik heb het allemaal gezegd in mijn serie die ik voor The Jakarta Post schreef, maar die ze niet publiceerden. Ik kreeg sindsdien ook geen antwoord meer op mijn brieven. Zelfs Santo zwijgt nu over het plan om Mijn vriend Sukarno in Indonesië uit te geven. Van die mentaliteit kán niets terecht komen.
William Casey is de grondlegger van de oorlog in Tsjetsjenië, die nu plaatsvindt. Dat wordt wel duidelijk uit het boek van Schweizer. Zou Nederland op verzoek van de VS atoomgeheimen aan Pakistan hebben doorgespeeld, omdat Washington ervan uitging dat Moskou India bediende?
Ik ben verbaasd dat ik dit boek zes jaar lang heb laten liggen. Het is waar dat ik zelf ook steeds gezegd heb dat de CIA achter het UçK zat, en dat ook de oorlog in Grozny uit de koker van de CIA kwam, maar Peter Schweizer legt het allemaal uit.
17:30 uur, Regency Hotel
Op televisie is er een discussie met Jesse Jackson en iemand van de conservatieve denktank Heritage Foundation. Jackson zegt dat in de VS twee miljoen mensen in de gevangenis zitten, maar in China slechts anderhalf miljoen. De VS zijn er goed in andere landen te wijzen op mensenrechtenschendingen, maar nu leveren de Verenigde Naties kritiek op het bestaan van de doodstraf in de VS. De man van de Heritage Foundation zegt dat de vn er niets mee te maken hebben als een soeverein volk heeft besloten voor de doodstraf te zijn. Jesse Jackson: ‘Why can we condemn Apartheid in South-Africa and why can we not be criticized?’ Jackson wijst ook op het feit dat zwarte Amerikanen die in de gevangenis komen, hun stemrecht verliezen.
Hierdoor kunnen 1,4 miljoen zwarten niet stemmen. Eigenlijk is Miami verloren. Er zijn haast geen Amerikanen meer te bekennen. Dit hotel is totaal Latijns-Amerikaans, het zit vol met Cubaanse kinderen die zich hier misdragen en herrie maken, totaal onacceptabel. Gisteren deed een moeder met twee jengelende kinderen niets om ze tot de orde te roepen. Misschien dat ik ben opgevoed volgens verouderde standaarden, maar dan is daar in de huidige multiculturele samenleving duidelijk niets meer van over. Dit werkt simpelweg niet, en dat zal nog jaren zo zijn.
De televieprogramma's zijn al net zo hopeloos als in Europa.
woensdag 7 januari 2026
Jeroen Krabbé • 8 januari 1984
• Jeroen Krabbé (1944) is een Nederlandse acteur en schilder. In 1984 hield hij vanwege zijn rol in een tv-serie over Willem de Zwijger een week lang een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.
Zondag
Met m'n schouder gaat 't iets beter. Ik besluit om al vroeg het bos in te gaan, met mijn script onder m'n arm, om wat tekst te leren. Terwijl ik met 'Otto Frank' bezig ben, en nogal luid loop te praten, schieten er meerdere hazen en konijnen angstig weg. Zelfs een ree, waarmee ik plotseling oog in oog sta, is niet van me gediend. Het gaat helaas regenen. Jammer. Tekst leren in het bos is één van de prettigste bezigheden die ik ken. Stofzuigers. Soppen, alles met nat afnemen en jammer genoeg terug naar A'dam. Op verjaarsvisite bij mijn schoonmoeder die vandaag 65 wordt. Gezellige familiebijeenkomst. Mijn zwager Ko en zijn vrouw Wilma wekken mijn intense jaloezie op door hun 14-dagen Marokko-kleur. Ik eet dat gevoel met een teveel aan borrelnootjes weg. Met Martijn, Jasper en Jakob naar huis. Herma besluit nog wat te blijven. 'Even niet in 't gesijk van de kinderen zitten.' Thuis Jakob eten geven, in bad doen, in bed doen, kattebak verschonen, alle machines in- en uitruimen. Bovenbuurvrouw Hanneke G. komt naar beneden rennen om te zeggen dat ze de banden van Willem gedraaid heeft en er geheel kapot van is. Zij en haar zoon Gijs vinden ze schitterend, konden niet meer stoppen met draaien. Ze wilde het tel. nummer van Waker om hem, terecht, te komplimenteren. Zoals elke avond de laatste tijd, lees ik nog een paar pagina's in Anne's Dagboek en stuit tot mijn verbazing op een brief van 20 Mei 1944 waarin ze 't over Karel V en Willem van Oranje heeft... Toeval?
319-2015>
Zondag
Met m'n schouder gaat 't iets beter. Ik besluit om al vroeg het bos in te gaan, met mijn script onder m'n arm, om wat tekst te leren. Terwijl ik met 'Otto Frank' bezig ben, en nogal luid loop te praten, schieten er meerdere hazen en konijnen angstig weg. Zelfs een ree, waarmee ik plotseling oog in oog sta, is niet van me gediend. Het gaat helaas regenen. Jammer. Tekst leren in het bos is één van de prettigste bezigheden die ik ken. Stofzuigers. Soppen, alles met nat afnemen en jammer genoeg terug naar A'dam. Op verjaarsvisite bij mijn schoonmoeder die vandaag 65 wordt. Gezellige familiebijeenkomst. Mijn zwager Ko en zijn vrouw Wilma wekken mijn intense jaloezie op door hun 14-dagen Marokko-kleur. Ik eet dat gevoel met een teveel aan borrelnootjes weg. Met Martijn, Jasper en Jakob naar huis. Herma besluit nog wat te blijven. 'Even niet in 't gesijk van de kinderen zitten.' Thuis Jakob eten geven, in bad doen, in bed doen, kattebak verschonen, alle machines in- en uitruimen. Bovenbuurvrouw Hanneke G. komt naar beneden rennen om te zeggen dat ze de banden van Willem gedraaid heeft en er geheel kapot van is. Zij en haar zoon Gijs vinden ze schitterend, konden niet meer stoppen met draaien. Ze wilde het tel. nummer van Waker om hem, terecht, te komplimenteren. Zoals elke avond de laatste tijd, lees ik nog een paar pagina's in Anne's Dagboek en stuit tot mijn verbazing op een brief van 20 Mei 1944 waarin ze 't over Karel V en Willem van Oranje heeft... Toeval?
319-2015>
dinsdag 6 januari 2026
Jeroen Krabbé • 7 januari 1984
• Jeroen Krabbé (1944) is een Nederlandse acteur en schilder. In 1984 hield hij vanwege zijn rol in een tv-serie over Willem de Zwijger een week lang een 'Hollands Dagboek' bij voor NRC Handelsblad.
Zaterdag
De pijn in m'n schouder maakt me wakker Kan me nauwelijks bewegen. Besloten wordt naar de groepspraktijk in D. te gaan De dienstdoende arts noemt mijn leven 'heavy' (wat ik volledig onderschrijf), kneedt een weinig aan rug en schouder en stuurt me met een recept naar de apotheek – zalf, pijnstillers en rustigmakers. Dat heb ik! Mijn weekend! Daarbij regent het aan een stuk en het ziet er niet naar uit dat daar verandering in komt. Kranten gekocht en – op mijn aanraden – vier walnotencarrés. Volkskrant niet écht onaardig over Willem, maar laf-afwachtend. Ik spreek ze nog wel na de delen 4, 5 en 6, die ik zelf als de meest geslaagde ervaar. Ach, misschien spreek ik ze wel helemaal niet, want er zijn maar weinig recensenten die onder Het Grote Cynisme uit durven.
De zon breekt 's middags door, de pijnstillers helpen, en na enig gekrakeel besluiten we met z'n vijven te gaan wandelen. Aangezien deze kombi nogal uniek is, is Herma steeds met de Agfa-klak in de weer. 'Leuk voor later...' Tegen borreltijd naar Hilda en Louis om naar één van mijn Callantsoog-schilderijen te kijken dat Louis schitterend had laten inlijsten. Het vervulde me met enige trots, het leek wel of een ander het had geschilderd. Veel champagne (oi, valt er iets te vieren?) helpt mij over de laatste pijn heen. Eenmaal weer thuis snel in m'n hanepak, een zak mini-snickers en pelpinda's op tafel en tv kijken. Herenstraat 10. Geef mij Dillenburg 5 maar...
226-2014>
Zaterdag
De pijn in m'n schouder maakt me wakker Kan me nauwelijks bewegen. Besloten wordt naar de groepspraktijk in D. te gaan De dienstdoende arts noemt mijn leven 'heavy' (wat ik volledig onderschrijf), kneedt een weinig aan rug en schouder en stuurt me met een recept naar de apotheek – zalf, pijnstillers en rustigmakers. Dat heb ik! Mijn weekend! Daarbij regent het aan een stuk en het ziet er niet naar uit dat daar verandering in komt. Kranten gekocht en – op mijn aanraden – vier walnotencarrés. Volkskrant niet écht onaardig over Willem, maar laf-afwachtend. Ik spreek ze nog wel na de delen 4, 5 en 6, die ik zelf als de meest geslaagde ervaar. Ach, misschien spreek ik ze wel helemaal niet, want er zijn maar weinig recensenten die onder Het Grote Cynisme uit durven.
De zon breekt 's middags door, de pijnstillers helpen, en na enig gekrakeel besluiten we met z'n vijven te gaan wandelen. Aangezien deze kombi nogal uniek is, is Herma steeds met de Agfa-klak in de weer. 'Leuk voor later...' Tegen borreltijd naar Hilda en Louis om naar één van mijn Callantsoog-schilderijen te kijken dat Louis schitterend had laten inlijsten. Het vervulde me met enige trots, het leek wel of een ander het had geschilderd. Veel champagne (oi, valt er iets te vieren?) helpt mij over de laatste pijn heen. Eenmaal weer thuis snel in m'n hanepak, een zak mini-snickers en pelpinda's op tafel en tv kijken. Herenstraat 10. Geef mij Dillenburg 5 maar...
226-2014>
maandag 5 januari 2026
Vladimir Pogačić • 6 januari 1983
• Uit: Vladimir Pogačić (1919-1999): Dagboekaantekeningen over Filip Latinovicz — waarin filmregisseur Pogačić de gesprekken beschrijft die hij had met de Kroatische schrijver Miroslaw Krleža, over de verfilming van diens boek Filip Latinovicz. De vertaling is van Guido Snel.
6 januari 1983
Onze gesprekken, voorzover ze betrekking hadden op een mogelijk scenario voor een verfilming van Filip Latinovicz, gingen, nadat hij welwillend aan mij het initiatief had gelaten, vooral over de compositie. Mijn eerste idee was dat ik bij het einde zou beginnen: Joža Podravec, koetsier, rijdt op een met hooi beladen boerenkar de doodskist met Bobočka naar de stad. Naast hem zit Filip en denkt na. In kortere en langere flash-backs komen we alles te weten wat in zijn leven tot op dat moment van belang is geweest. Voor die scène, waarmee de film opende en die de hele ‘titels’ door duurde, had ik ook al de muziek: Mozarts Lacrimosa. Hem leek dat in het begin een goed idee, later veranderde hij van mening, van de ene op de andere dag, zoals hij wel vaker van mening veranderde. Hij vond dat je moest beginnen zoals in de roman (en de roman was getiteld De terugkeer van Filip Latinovicz), dus met Filips terugkeer, terwijl hij mijn scène wel geschikt vond, maar dan voor het einde.
Toen ik deze variant schetste lukte het me niet de flash-backs in te passen die, daar waren we het over eens, onmisbaar waren. Ik had vijf personages van wie elk zijn eigen voorgeschiedenis had, en er was niet één personage dat geen ontwikkeling had doorgemaakt. Om hun tragedie aannemelijk te maken, moest je hun verleden kennen. Hoe kon ik dat inpassen?
‘Je moet loskomen van de roman!’ herhaalde hij telkens als we op een dood spoor zaten. Maar zodra hij merkte dat ik iets had veranderd (of weggelaten), protesteerde hij: ‘Je gaat me toch niet verbeteren waar ik zelf bij ben, mag ik hopen!’ Waarna plotseling datgene wat was weggelaten van het grootste belang bleek.
Toen dergelijke situaties zich bleven herhalen, verzocht ik hem, zelf het scenario te schrijven waarna ik het dan filmisch zou bewerken. Ik wist vanaf het allereerste begin dat ik wel een nieuwe literaire tekst, maar geen filmscenario kon verwachten. Film was een tak van kunst waaraan hij het grootste deel van zijn leven geen enkele aandacht had besteed. Als zijn oordelen over één onderwerp, één kunstgebied volkomen incompetent waren, dan was dat wel op het gebied van de film.
(...) Ik stelde hem toen een andere oplossing voor: dat hij mij Filip zonder zijn hulp en medewerking (aan het scenario natuurlijk) zou laten realiseren, en dan uiteraard uitsluitend voor mijn rekening. Hij wilde daar niets van weten, en zijn argumenten waren die van een beschermheer, ze getuigden, zo leek mij, van een vaderlijke bezorgdheid: hij zei dat hij dat juist wilde voorkomen. Hij kon niet toestaan ‘dat ze me aan stukken zouden scheuren’.
En vervolgens ging het gesprek in de regel van Filip naar een thema dat hem in die tijd steeds meer was gaan obsederen: schrijven - waarom, om, voor wie? Je stem verheffen spreken, waarschuwen, discussiëren? Met wie, als niemand naar je luistert, niemand je leest, niemand je begrijpt of men doet alsof men niet begrijpt waar je het over hebt en waarom je dit eigenlijk allemaal vertelt... In een dergelijke stemming vertelde hij me eens glimlachend, maar ook geresigneerd, dat hij ‘een oud geworden hond was die aan het eind van het dorp ligt, die kijkt en die ziet wat er gebeurt, maar niet zal blaffen, hij ziet geen enkele reden om te blaffen...’
6 januari 1983
Onze gesprekken, voorzover ze betrekking hadden op een mogelijk scenario voor een verfilming van Filip Latinovicz, gingen, nadat hij welwillend aan mij het initiatief had gelaten, vooral over de compositie. Mijn eerste idee was dat ik bij het einde zou beginnen: Joža Podravec, koetsier, rijdt op een met hooi beladen boerenkar de doodskist met Bobočka naar de stad. Naast hem zit Filip en denkt na. In kortere en langere flash-backs komen we alles te weten wat in zijn leven tot op dat moment van belang is geweest. Voor die scène, waarmee de film opende en die de hele ‘titels’ door duurde, had ik ook al de muziek: Mozarts Lacrimosa. Hem leek dat in het begin een goed idee, later veranderde hij van mening, van de ene op de andere dag, zoals hij wel vaker van mening veranderde. Hij vond dat je moest beginnen zoals in de roman (en de roman was getiteld De terugkeer van Filip Latinovicz), dus met Filips terugkeer, terwijl hij mijn scène wel geschikt vond, maar dan voor het einde.
Toen ik deze variant schetste lukte het me niet de flash-backs in te passen die, daar waren we het over eens, onmisbaar waren. Ik had vijf personages van wie elk zijn eigen voorgeschiedenis had, en er was niet één personage dat geen ontwikkeling had doorgemaakt. Om hun tragedie aannemelijk te maken, moest je hun verleden kennen. Hoe kon ik dat inpassen?
‘Je moet loskomen van de roman!’ herhaalde hij telkens als we op een dood spoor zaten. Maar zodra hij merkte dat ik iets had veranderd (of weggelaten), protesteerde hij: ‘Je gaat me toch niet verbeteren waar ik zelf bij ben, mag ik hopen!’ Waarna plotseling datgene wat was weggelaten van het grootste belang bleek.
Toen dergelijke situaties zich bleven herhalen, verzocht ik hem, zelf het scenario te schrijven waarna ik het dan filmisch zou bewerken. Ik wist vanaf het allereerste begin dat ik wel een nieuwe literaire tekst, maar geen filmscenario kon verwachten. Film was een tak van kunst waaraan hij het grootste deel van zijn leven geen enkele aandacht had besteed. Als zijn oordelen over één onderwerp, één kunstgebied volkomen incompetent waren, dan was dat wel op het gebied van de film.
(...) Ik stelde hem toen een andere oplossing voor: dat hij mij Filip zonder zijn hulp en medewerking (aan het scenario natuurlijk) zou laten realiseren, en dan uiteraard uitsluitend voor mijn rekening. Hij wilde daar niets van weten, en zijn argumenten waren die van een beschermheer, ze getuigden, zo leek mij, van een vaderlijke bezorgdheid: hij zei dat hij dat juist wilde voorkomen. Hij kon niet toestaan ‘dat ze me aan stukken zouden scheuren’.
En vervolgens ging het gesprek in de regel van Filip naar een thema dat hem in die tijd steeds meer was gaan obsederen: schrijven - waarom, om, voor wie? Je stem verheffen spreken, waarschuwen, discussiëren? Met wie, als niemand naar je luistert, niemand je leest, niemand je begrijpt of men doet alsof men niet begrijpt waar je het over hebt en waarom je dit eigenlijk allemaal vertelt... In een dergelijke stemming vertelde hij me eens glimlachend, maar ook geresigneerd, dat hij ‘een oud geworden hond was die aan het eind van het dorp ligt, die kijkt en die ziet wat er gebeurt, maar niet zal blaffen, hij ziet geen enkele reden om te blaffen...’
zondag 4 januari 2026
Constantijn Huygens jr. • 5 januari 1691
• Constantijn Huygens jr. (1628-1697) was een Nederlandse staatsman. Hij was daarnaast bekend om zijn werk aan wetenschappelijke instrumenten en als kroniekschrijver van zijn tijd.
5 Vrijd. Gingh smergens met een hackney naer Kinsinghton.
De Hr Hop seyde mij, hebbende gesproken met de Coningh, dat deselve de volgende vrijdagh meende te vertrecken.
Att smiddaghs met de Grooms, daer de Gn̅ael Major oock was, en̅ Capn van 't jacht.
De Con. ontbood mij naermiddagh, en praete van verscheydene dinghen, van 't weder en̅ de windt en̅ de reys. Ick seyde, dat 4 mael was over en weder gevaren, en telkens maer 24 ueren onder weegh geweest.
Hij vraegde al weder, of nichje van St Annelandt noch niet en trouwde; daerop ick seyde, dat sij geweldigh koel was tegen al de vrijers; dat het scheen dat Sommerdijck wel eenigh dessein op haer hadde, maer dat twijffelde of dat all lucken soude. De Con. seyde, dat Sommerdijck een goedt slagh van een man was. Sprack oock van de jonghe 's Gravemoertjes, en seyde, dat de dochters van moeders, die wat van 't ambacht zijn [uit de (hogere?) middenklasse, niet van adel], dickwils het naeuwste opgepast en̅ beter als andere zijn.
Was daernaer tot joff. Golsteyn, die niet thuys was, maer tot joff. Vijgh, daer ick gingh en̅ sat er tot half achten.
Sprack in̅ Bedchamber savonts met de Marquis de Seissac, paspoorten versoeckende naer Vranckrijck; sprack seer beleeft en presenteerde seer sijn dienst.
Seyde, dat sekerlijck binnen een jaer of anderhalf de vrede weder soude gemaeckt zijn.
6 Saterd.
Smergens was Meester bij mij; seyde, dat hij bij Whitehead, de instrumentmaecker, een zeylsteen [magneet] gesien had, omtrent een duym breedt en 2 duym langh, optreckende een ancker van 3 a 4 pond.
Naermiddagh reed naer̅ Beurs, die om de kersmis gesloten was, daernae naer Hop, daer niemant thuys vond; meende hem te spreken, van met hem in 't schip van Cuyper te gaen. Daernae gingh tot de Hr van̅ Lier, en bleef daer tot acht ueren.
5 Vrijd. Gingh smergens met een hackney naer Kinsinghton.
De Hr Hop seyde mij, hebbende gesproken met de Coningh, dat deselve de volgende vrijdagh meende te vertrecken.
Att smiddaghs met de Grooms, daer de Gn̅ael Major oock was, en̅ Capn van 't jacht.
De Con. ontbood mij naermiddagh, en praete van verscheydene dinghen, van 't weder en̅ de windt en̅ de reys. Ick seyde, dat 4 mael was over en weder gevaren, en telkens maer 24 ueren onder weegh geweest.
Hij vraegde al weder, of nichje van St Annelandt noch niet en trouwde; daerop ick seyde, dat sij geweldigh koel was tegen al de vrijers; dat het scheen dat Sommerdijck wel eenigh dessein op haer hadde, maer dat twijffelde of dat all lucken soude. De Con. seyde, dat Sommerdijck een goedt slagh van een man was. Sprack oock van de jonghe 's Gravemoertjes, en seyde, dat de dochters van moeders, die wat van 't ambacht zijn [uit de (hogere?) middenklasse, niet van adel], dickwils het naeuwste opgepast en̅ beter als andere zijn.
Was daernaer tot joff. Golsteyn, die niet thuys was, maer tot joff. Vijgh, daer ick gingh en̅ sat er tot half achten.
Sprack in̅ Bedchamber savonts met de Marquis de Seissac, paspoorten versoeckende naer Vranckrijck; sprack seer beleeft en presenteerde seer sijn dienst.
Seyde, dat sekerlijck binnen een jaer of anderhalf de vrede weder soude gemaeckt zijn.
6 Saterd.
Smergens was Meester bij mij; seyde, dat hij bij Whitehead, de instrumentmaecker, een zeylsteen [magneet] gesien had, omtrent een duym breedt en 2 duym langh, optreckende een ancker van 3 a 4 pond.
Naermiddagh reed naer̅ Beurs, die om de kersmis gesloten was, daernae naer Hop, daer niemant thuys vond; meende hem te spreken, van met hem in 't schip van Cuyper te gaen. Daernae gingh tot de Hr van̅ Lier, en bleef daer tot acht ueren.
Benedictus van Doninck • 4 januari 1916
• Benedictus van Doninck (1858-1940) was een Belgische priester en abt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.
Dinsdag 4 januari 1916 (dag 520)
In ons bosje is het werkvolk begonnen de struiken uit te roeien der door de Belgische genie afgezaagde bomen in de kruisdreven.
Placidus gaat een bezoek brengen aan madame Cammaert, die al enige dagen ongesteld is. Deze vertelt hem dat Karl uit Engeland weg is en te Hulst verblijft bij Wittock. Item dat de gemeente ons schadeloos zal stellen voor licht en vuur, door de Duitsers bij ons verbruikt. Item dat de burgemeester naar Antwerpen is gaan zien of het hoofdkomiteit niet beter voor Bornem gaat zorgen. De nijverheidsgemeenten krijgen groter rantsoen dan de boerengemeenten, en Bornem wordt onder deze laatsten gerekend dat zich zelve kan helpen. 5.000 mensen die steun nodig hebben!
In het gasthuis was de "Schuit” wegens een operatie aan z’n oog, die waarschijnlijk zal verloren zijn.
De Duitse soldaat, die bij Pol Schuim met nieuwjaar zo erg werd toegetakeld, dat hij te Puurs aan z’n wonden is bezweken, was een Elzasser. Hij had de Vlaamse Leeuw en de Brabançonne gezongen en was daarom door n’en echte Pruis (uit de abdij kazerne) straffeloos "gemanregeld!"
Te Temse heeft een Duitser die op wacht stond zijn geweer en overjas in z’n wachtkotje gezet en is de Schelde ingesprongen en verzopen. Die "gemüner” schijnen het beu te worden. Ook te Antwerpen, uitgenomen parade-mannen die zich vrij kopen van ’t front.
Geen kanon gehoord. 260-2017>
Dinsdag 4 januari 1916 (dag 520)
In ons bosje is het werkvolk begonnen de struiken uit te roeien der door de Belgische genie afgezaagde bomen in de kruisdreven.
Placidus gaat een bezoek brengen aan madame Cammaert, die al enige dagen ongesteld is. Deze vertelt hem dat Karl uit Engeland weg is en te Hulst verblijft bij Wittock. Item dat de gemeente ons schadeloos zal stellen voor licht en vuur, door de Duitsers bij ons verbruikt. Item dat de burgemeester naar Antwerpen is gaan zien of het hoofdkomiteit niet beter voor Bornem gaat zorgen. De nijverheidsgemeenten krijgen groter rantsoen dan de boerengemeenten, en Bornem wordt onder deze laatsten gerekend dat zich zelve kan helpen. 5.000 mensen die steun nodig hebben!
In het gasthuis was de "Schuit” wegens een operatie aan z’n oog, die waarschijnlijk zal verloren zijn.
De Duitse soldaat, die bij Pol Schuim met nieuwjaar zo erg werd toegetakeld, dat hij te Puurs aan z’n wonden is bezweken, was een Elzasser. Hij had de Vlaamse Leeuw en de Brabançonne gezongen en was daarom door n’en echte Pruis (uit de abdij kazerne) straffeloos "gemanregeld!"
Te Temse heeft een Duitser die op wacht stond zijn geweer en overjas in z’n wachtkotje gezet en is de Schelde ingesprongen en verzopen. Die "gemüner” schijnen het beu te worden. Ook te Antwerpen, uitgenomen parade-mannen die zich vrij kopen van ’t front.
Geen kanon gehoord. 260-2017>
Vincent van Gogh • 3 januari 1883
• Vincent van Gogh (1853-1890) was een Nederlandse schilder. Het fragment hieronder komt uit een brief aan zijn broer Theo.
Waarde Theo, (3 Januari).
Waarde Theo, (3 Januari).
[...] In vorig schrijven zeide ik U, ik proeven nam in Black & White met het lithographisch krijt.
Gij zegt te veel goeds van mij in Uw brief, doch dat gij goeds van mij denkt is dubbel reden voor mij, om te trachten ik het niet geheel onwaardig zij. En wat betreft dat ik zeide, ik meende iets gevorderd te zijn door die bewuste proeven, ik weet zelf misschien niet goed mijn eigen werk te zien. Misschien is het een stap vooruit, misschien niet - zeg gij er mij uw opinie eens over naar aanleiding van bijgaande twee studies, welke ik dezer dagen met meer andere maakte.
Terwijl ik zoek naar een krachtiger procédé dan waarmede ik tot hiertoe werkte, tracht ik mij eenigermate te richten naar de Engelsche reproducties met het bewuste procédé dat gij beschreven hebt, gemaakt — naar de zwarte krabbels die Buhot op 't staal papier maakte ook — wat betreft de kracht van zwart. En zijt ge eens in de gelegenheid, spreek er eens met een deskundige over of de reproductie van teekeningen als b.v. deze, mogelijk zou zijn (afgescheiden van de tweede kwestie, of deze of dergelijke naar hun specialen smaak zouden wezen).
Wat betreft het sentiment ervan, daarover wil ik wel eens weten wat gij vindt, omdat zooals ik zeide, ik zelf niet weet te beoordeelen of er meer in is of niet.
Of liever met mijzelf is het zoo gesteld, dat ik voor mijzelf studies als deze o.a., ook al zijn ze niet af en al is er veel in geheel verwaarloosd, liever zie dan teekeningen die een sujet hebben, omdat ik er eene levendige herinnering door krijg van de natuur zelf. Gij zult mijn bedoeling begrijpen: in echte studies is iets van het leven zelf en de persoon die het maakt, zal niet zichzelf doch wel de natuur daarin respecteeren, en dus de studie prefereeren boven wat hij er mogelijk later van maken zal, tenzij er iets geheel anders uit ontsta als eindresultaat van veel studies, n.l. de type geconcentreerd uit veel individu's.
Dat is het hoogste van de kunst, en daar is soms de kunst boven de natuur...als b.v. in Millet's zaaier meer ziel is dan in een gewoon zaaier op 't veld.
Maar wat ik van U weten wil, is of het U voorkomt deze wijze van doen sommige der bezwaren, die gij tegen het potlood hadt, misschien zou wegnemen. Het zijn een paar ‘heads of the people’, en mijn voornemen zou wezen door veel dergelijke dingen te zoeken een soort geheel te vormen, dat den titel ‘heads of the people’ niet geheel onwaardig zou zijn.
Met veel werken kerel hoop ik nog eens wat goeds te maken. Ik heb het nog niet maar ik jaag er naar, en vecht er om, ik wou iets ernstigs, iets frisch - iets waar ziel in mocht wezen! [...]
donderdag 1 januari 2026
Johann Peter Eckermann • 2 januari 1824
• Johann Peter Eckermann (1792-1854) was een Duitse dichter, en daarnaast medewerker en vriend van Johann Wolfgang von Goethe. Eckermann is vooral bekend geworden door zijn opgetekende en uitgegeven gesprekken met Goethe.
Vertaling onderaan
Freitag den 2. Januar 1824.
Bei Goethe zu Tisch in heiteren Gesprächen. Eine junge Schönheit der weimarischen Gesellschaft kam zur Erwähnung, wobei einer der Anwesenden bemerkte, dass er fast auf dem Punkt stehe, sie zu lieben, obgleich ihr Verstand nicht eben glänzend zu nennen.
»Pah! sagte Goethe lachend, als ob die Liebe etwas mit dem Verstande zu tun hätte! Wir lieben an einem jungen Frauenzimmer ganz andere Dinge, als den Verstand. Wir lieben an ihr das Schöne, das Jugendliche, das Neckische, das Zutrauliche, den Charakter, ihre Fehler, ihre Kapricen, und Gott weiß was alles Unaussprechliche sonst; aber wir lieben nicht ihren Verstand. Ihren Verstand achten wir, wenn er glänzend ist, und ein Mädchen kann dadurch in unsern Augen unendlich an Wert gewinnen. Auch mag der Verstand gut sein, uns zu fesseln, wenn wir bereits lieben. Allein der Verstand ist nicht dasjenige, was fähig wäre, uns zu entzünden und eine Leidenschaft zu erwecken.«
Man fand an Goethes Worten viel Wahres und Überzeugendes und war sehr bereit, den Gegenstand ebenfalls von dieser Seite zu betrachten.
Nach Tisch und als die Übrigen gegangen waren, blieb ich bei Goethe sitzen und verhandelte mit ihm noch mancherlei Gutes.
Wir sprachen über die englische Literatur, über die Größe Shakespeares, und welch einen ungünstigen Stand alle englischen dramatischen Schriftsteller gehabt, die nach jenem poetischen Riesen gekommen. [...]
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
Vrijdag 2 januari 1824.
Bij Goethe aan tafel, in opgewekte gesprekken. Een jonge schoonheid uit de Weimarer samenleving kwam ter sprake, waarbij een van de aanwezigen opmerkte dat hij er bijna toe gekomen was haar te beminnen, hoewel haar verstand niet bepaald als schitterend te bestempelen was.
“Bah!” zei Goethe lachend, “alsof de liefde iets met het verstand te maken zou hebben! Wij beminnen bij een jong meisje heel andere dingen dan het verstand. Wij beminnen het schone, het jeugdige, het speelse, het vertrouwelijke, haar karakter, haar fouten, haar grillen, en God weet wat voor onuitsprekelijke zaken nog meer; maar wij beminnen haar verstand niet. Haar verstand achten wij, wanneer het schitterend is, en daardoor kan een meisje in onze ogen oneindig aan waarde winnen. Ook kan het verstand goed zijn om ons te boeien wanneer wij reeds liefhebben. Maar het verstand is niet datgene wat in staat is ons te ontsteken en een hartstocht te wekken.”
Men vond in Goethes woorden veel waars en overtuigends en was zeer bereid het onderwerp eveneens vanuit dit gezichtspunt te beschouwen.
Na de maaltijd, toen de anderen waren vertrokken, bleef ik bij Goethe zitten en besprak met hem nog menige goede zaak.
Wij spraken over de Engelse literatuur, over de grootsheid van Shakespeare, en over de ongunstige positie waarin alle Engelse toneelschrijvers zich bevonden die na die poëtische reus zijn gekomen. […]224-2014>
Vertaling onderaan
Freitag den 2. Januar 1824.
Bei Goethe zu Tisch in heiteren Gesprächen. Eine junge Schönheit der weimarischen Gesellschaft kam zur Erwähnung, wobei einer der Anwesenden bemerkte, dass er fast auf dem Punkt stehe, sie zu lieben, obgleich ihr Verstand nicht eben glänzend zu nennen.
»Pah! sagte Goethe lachend, als ob die Liebe etwas mit dem Verstande zu tun hätte! Wir lieben an einem jungen Frauenzimmer ganz andere Dinge, als den Verstand. Wir lieben an ihr das Schöne, das Jugendliche, das Neckische, das Zutrauliche, den Charakter, ihre Fehler, ihre Kapricen, und Gott weiß was alles Unaussprechliche sonst; aber wir lieben nicht ihren Verstand. Ihren Verstand achten wir, wenn er glänzend ist, und ein Mädchen kann dadurch in unsern Augen unendlich an Wert gewinnen. Auch mag der Verstand gut sein, uns zu fesseln, wenn wir bereits lieben. Allein der Verstand ist nicht dasjenige, was fähig wäre, uns zu entzünden und eine Leidenschaft zu erwecken.«
Man fand an Goethes Worten viel Wahres und Überzeugendes und war sehr bereit, den Gegenstand ebenfalls von dieser Seite zu betrachten.
Nach Tisch und als die Übrigen gegangen waren, blieb ich bei Goethe sitzen und verhandelte mit ihm noch mancherlei Gutes.
Wir sprachen über die englische Literatur, über die Größe Shakespeares, und welch einen ungünstigen Stand alle englischen dramatischen Schriftsteller gehabt, die nach jenem poetischen Riesen gekommen. [...]
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
Vrijdag 2 januari 1824.
Bij Goethe aan tafel, in opgewekte gesprekken. Een jonge schoonheid uit de Weimarer samenleving kwam ter sprake, waarbij een van de aanwezigen opmerkte dat hij er bijna toe gekomen was haar te beminnen, hoewel haar verstand niet bepaald als schitterend te bestempelen was.
“Bah!” zei Goethe lachend, “alsof de liefde iets met het verstand te maken zou hebben! Wij beminnen bij een jong meisje heel andere dingen dan het verstand. Wij beminnen het schone, het jeugdige, het speelse, het vertrouwelijke, haar karakter, haar fouten, haar grillen, en God weet wat voor onuitsprekelijke zaken nog meer; maar wij beminnen haar verstand niet. Haar verstand achten wij, wanneer het schitterend is, en daardoor kan een meisje in onze ogen oneindig aan waarde winnen. Ook kan het verstand goed zijn om ons te boeien wanneer wij reeds liefhebben. Maar het verstand is niet datgene wat in staat is ons te ontsteken en een hartstocht te wekken.”
Men vond in Goethes woorden veel waars en overtuigends en was zeer bereid het onderwerp eveneens vanuit dit gezichtspunt te beschouwen.
Na de maaltijd, toen de anderen waren vertrokken, bleef ik bij Goethe zitten en besprak met hem nog menige goede zaak.
Wij spraken over de Engelse literatuur, over de grootsheid van Shakespeare, en over de ongunstige positie waarin alle Engelse toneelschrijvers zich bevonden die na die poëtische reus zijn gekomen. […]224-2014>
Abonneren op:
Reacties (Atom)




















