dinsdag 10 februari 2026

Philip Mechanicus • 11 februari 1944

Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).

Vrijdag 11 februari
Grote verrassing: de Sperre op de pakketjes en de post is met ingang van 16 februari opgeheven. Wij hebben ons verschrikkelijk netjes gedragen: sinds de Sperre werd ingesteld, is geen enkel geval van clandestiene briefwisseling meer ter kennis van de commandant gebracht. Dat heeft hij uitdrukkelijk geconstateerd. Ja, zo'n goeie commandant hebben wij: hij beloont uit goedheid de deugd. Zelfs tegenover Joden, die volgens Hitler in aanmerking komen voor algehele uitroeiing. We voelen ons als kinderen, die goed hebben opgepast. Zullen wij goed blijven oppassen? Da's niet zo gemakkelijk in gevangenschap, waar de mens getart wordt allerlei verbodens te doen. Wij snakken naar een pakketje met een stukje kaas, een stukje worst, een sigaretje. Wij zijn zo flauw als wat. Wat kan een mens flauw zijn. Het kamp is niet langer Durchgangslager of Arbeitslager, maar officieel ‘Zerlegungslager’.

maandag 9 februari 2026

Bert Maalderink • 10 februari 2006

Bert Maalderink (1963) was in 2006 in Turijn om verslag te doen van de Olympische Winterspelen. Hij hield in die tijd voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Vrijdag 10 februari
Ik ben 42, maar 's ochtends in Turijn voel ik me 18. Geen Hidde (5): 'Papa, ik ben wakker'. Geen Robbe (1): 'Mamamamamama'. Geen Marlou (39): 'Ga jij maar eerst douchen'. Als ik mijn ogen open doe zie ik een kast, een bureau, een stoel en een televisie. De kamer hier lijkt precies op mijn studentenkamer van bijna 25 jaar geleden. We zijn ondergebracht op de campus van een internationaal opleidingsinstituut. De behuizing is simpel, de faciliteiten zijn goed (bar 24 uur open) tot zeer goed (Nederland 2 op de tv).
Het is dag vier van de drie weken dat ik hier woon. En het ritme zit er al aardig in. Opstaan, douchen, ontbijten, naar de ijsbaan, training bekijken, wat shots en interviews maken, lunchen, monteren, vergaderen en soms 's middags nog een keer naar de schaatshal. Deze middag ga ik tussendoor een half uurtje op truienjacht. Vier jaar geleden, tijdens de Spelen van Salt Lake City, had ik veel bekijks met een trui waarop de Amerikaanse vlag stond. Na een paar dagen herkenden de suppoosten bij de controlepunten me daaraan en hoefde ik niet steeds uitgebreid m'n pasjes te laten zien. De combinatie trui-met-Italiaanse-vlag en mijn nogal opvallende uiterlijk (bij mij vergeleken is Sneeuwwitje een negerin) doet ook in Turijn hopelijk deuren sneller opengaan. Bij de eerste winkel slaag ik. Het wordt een vest in bijna lichtgevend azurro, Italia op de voorkant en de rood, wit, groene vlag op de mouwen.
's Avonds zijn de festiviteiten rondom het begin van de Spelen. Ik kijk met collega's in een restaurant naar de televisie. Veel mensen vinden het fantastisch, maar ik heb het niet zo op openingsceremonies. Net zoals ik niet houd van bloemencorso's, carnavalsoptochten en militaire defilés. Ik mis het padvindersgevoel om te genieten van dat soort verbroederingsjamborees. Ik heb geen broers en dat wil ik graag zo houden. Op het moment dat Nederland binnenmarcheert met Jan Bos voorop, zendt de Italiaanse tv reclame uit.


<247/2018> 11 februari, 12 februari

zondag 8 februari 2026

Philip Mechanicus • 9 februari 1944

Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).

Woensdag 9 februari
Het transport van de zieken van de ziekenbarakken naar de trein gisteren tart elke beschrijving. Om twee uur in de nacht zijn de verplegers reeds begonnen met het aankleden van de voor transport aangewezenen, OD-ers, die met paard en open wagen voorreden, hebben de zieken op bedden naast en op elkaar op de wagen geschoven, zoals men lijkkisten in een lijkwagen schuift. Terwijl natte sneeuw uit de donkere hemel droop en alles met een klam, klef wit waas bedekte, in het donker van een wintermorgen. Zo zijn ze ook naar de beestentrein gereden, hobbelend en hotsend, waar zij ook onder de blote hemel stonden, wachtend op hun inlading, zoals men lijken schuift in een lijkwagen. Kinderen met roodvonk en diphterie zijn huilend naar de slang gedragen. Ouderloze kinderen uit het Weeshuis. Misschien wel het beestachtigste transport van alle transporten, die er zijn gegaan. Men raakt door de veelheid, de grofheid, de beestachtigheid het zicht erop kwijt, maar dit transport spande toch wel de kroon wat betreft gebrek aan consideratie voor de zieken. Nog voor het transport vertrokken was, was er reeds een zieke overleden. Een lege wagen gaat met de trein mee, gereserveerd voor hen, die onderweg sneuvelen. Zoals er voordien een vlucht naar het Ziekenhuis viel waar te nemen uit vrees voor transport, zo valt er sedert gisteren een vlucht uit het Ziekenhuis te constateren wegens vrees voor transport. De doktoren geven het parool uit: zo gauw mogelijk er uit! Vandaag verlaten tachtig patienten het ziekenhuis. Barak 81 en barak 82 worden in hun geheel ontruimd. Over blijven nog de ziekenbarakken 1 tot 6. Het ziekenhuispersoneel is plotseling tot een waterhoofd van het ziekenhuis uitgedijd: ruim achthonderd man voor nog geen vijfhonderd patienten. Men verwacht ontslag bij bosjes. Intussen is de liefde voor Zelle en Theresienstadt gestegen. Velen, die hun transport daarheen hadden laten voorbijgaan, zeggen nu: als Zelle weer aan de beurt komt, ga ik mee. Als Theresienstadt weer aan de beurt komt, ga ik mee. Ik neem niet het risico, naar Auschwitz te worden gestuurd, zeker niet in zo'n beestenwagen. Uit vrees voor het grotere kwaad, kiest men het kleinere. Men hoopt nog dat de langverwachte invasie komt en dat die tussenbeide komt. Het gerucht gaat, dat er in Noord- en Zuid-Holland proclamaties zijn aangeplakt, waarin staat wat men te doen heeft met het oog op een aanstaande invasie. Het wordt tegengesproken. Gezegd wordt, dat hier een Lagerorder gereed ligt, die de kampingezetenen meedeelt, dat zij zich op eerste aanzegging binnen twee uur marsvaardig moeten maken. Dit wordt tegengesproken. Men vreest dat men het risico loopt, bij een invasie in Nederland met pak en zak te voet over de grens van Duitsland te worden gevoerd. Zo zwalkt men hier heen en weer, niet wetende wat men wensen moet, niet wetende wat men doen of laten moet. De metaalindustrie heeft er een nieuwe branche bijgekregen: demonteren van wrakstukken van omlaag geschoten vliegmachines, die hierheen worden gebracht, per schuit, via het Oranje-Kanaal. Er zijn vliegtuigen bij van alle nationaliteiten en types: Spitfires, Dorniers, Junkers enzovoort. Op het terrein achter het ziekenhuis liggen de aangevoerde wrakstukken langs het kanaal voor het prikkeldraad. Metaaldeskundigen verklaren, dat het materiaal van de Duitse machines prima is, maar dat van de Engelse en Amerikaanse machines nog beter. Vooral van het laatste verzamelen zij, met goedkeuring van de commandant, stukken, die bruikbaar zijn voor vernieuwing van onderdelen der kamp-automobielen, die te kampen hadden met gebrek aan prima materiaal. Natuurlijk groot bekijks van de kant der kampingezetenen. Clandestien ‘Nieuwe Rotterdamsche Courant’ en ‘Asser Courant’ van de laatste paar dagen gelezen. Verkwikkende lectuur na zo lang te zijn gespeend geweest van kranteberichten en -artikelen. Oorlogsnieuws eerste klasse, Duitsers erkennen de val van Rowno en Luzk, rede van Hitler: grote woorden, angst voor het bolsjewisme.

Gerucht gaat dat 9 februari weer een nieuwe revue in het kamp gaat lopen. In de branche regenmantels maken heerst het sweating-systeem: het werk gaat aan de lopende band. Klachten over te zware arbeid van de meisjes. Het regent pijpestelen. Het kamp is één kluit modder. Ga nog steeds op klompen. Geariseerde vrouw met man en dochter naar Amsterdam gezonden.

Henrik Ibsen • 8 februari 1874

• Uit een brief van de grote Noorse schrijver Henrik Ibsen (1828-1906) aan zijn beroemde landgenoot, de componist Edvard Grieg (1843-1907), over de muziek bij Ibsen's Peer Gynt.
Uit: De zomer beschrijf je het best op een winterdag (vertaald door Suze van der Poll en Rob van der Zalm).

Dresden, 8 februari 1874
Ik begrijp uit uw brief dat u [Edvard Grieg] op mijn verzoek [om muziek te schrijven voor Ibsens toneelstuk Peer Gynt] ingaat, daar ben ik heel blij om. De hoeveelheid muziek laat ik uiteraard geheel aan u over, en ook bij welke scènes u gaat componeren; een componist moet hierin natuurlijk volkomen de vrije hand hebben. Ook is er niets op tegen dat u het werk uitstelt tot de zomer; het lukt nu toch niet meer het stuk vóór komend seizoen uit te brengen. Tegelijk met deze brief schrijf ik er ook een aan de heer Josephson [leider van het Kristiania Theater, waar het stuk opgevoerd moest worden] [...].
Het lijkt me het beste dat we onze eisen betreffende de respectieve honoraria pas kenbaar maken bij inlevering van de partituur, vergezeld van een officieel schrijven aan de directie van het theater. Voor dit schrijven zal ik zorgdragen en ik zal het ook aan u opsturen, aangezien het door ons beiden ondertekend dient te worden. Ik heb geweldig veel zin in dit project en hoop dat het met u net zo is. Naar alle waarschijnlijkheid zal ik deze zomer Noorwegen bezoeken en dan hoop ik het genoegen te mogen smaken met u van gedachten te wisselen – en oude herinneringen aan Rome op te halen.

Grieg zou de muziek voor Peer Gynt in de zomer van 1875 voltooien; het stuk ging vervolgens in februari 1876 in première. Mede dankzij de muziek van Grieg was het succes buitengewoon.

Raphaël Waterschoot • 7 februari 1915

Raphaël Waterschoot (1890-1962) was een Belgische architect. Tijdens WO 1 hield hij een oorlogsdagboek bij.

7 februari 1915 zondag
Boetedag voor Europa door den Paus Benidictus opgelegd. In de Sint Nikolaasche kerken is er schrikkelijk veel volk in de Goddelijke diensten.

8 februari 1915 maandag
De Duitschers hebben eene taks op de paspoorten gesteld; deze is
3.00 fr voor Antwerpen
3.00 fr voor Gent en omliggende gemeentes
3.50 fr voor Nederland
Men mag de stad zonder paspoort niet meer verlaten of men riskeert door de Duitschers gevangen genomen en beboet te worden.

9 februari 1915 dinsdag
De trein Antwerpen Gent rijdt voor de eerste maal. de Prijs enkel voor St Nikolaas Antwerpen is 1.80 fr; dubbel 3.60 fr

10 februari 1915 woensdag
De Duitsche soldaten requireren hier gemiddeld 50 hoornbeesten per dag!

11 februari 1915 donderdag
Er waren geene 10 boterboerinnen op de Markt. bijna geene boter was er.

12 februari 1915 vrijdag
Niets nieuws.

13 februari 1915 zaterdag
Niets te melden.

14 februari 1915 zondag
Niets voorgevallen.

15 februari 1915 maandag
Geen nieuws.

16 februari 1915 dinsdag
Niets aan te stippen

17 februari 1915 woensdag
Geene voorvallen.

18 februari 1915 donderdag
Geene bijzonderheden.

donderdag 5 februari 2026

Cornelis Rijnsdorp • 6 februari 1945

Cornelis Rijnsdorp (1894-1982) was een Nederlands schrijver en recensent. Van 1940 t/m 1950 hield hij een 'literair dagboek' bij.

6 februari 1945
Schopenhauer leefde niet in overeenstemming met zijn filosofie. Al zijn kracht verbruikte hij aan het uitdenken ervan en het styleren. Verwacht ook niet van schrijvers dat zij hun theorieën in hun werk belichamen. Verwacht dit althans niet van mij. Ik zal niet (meer) proberen een theorie op te bouwen die mijn geschreven werk rechtvaardigt. En voorzover ik - in geschreven of toekomstig werk - beneden datgene blijf dat ik als ideaal voor een roman gesteld heb, is het onmacht, persoonlijk-toerekenbare en ook toebeschikte onmacht. Overigens is er een eigenaardig dualisme vast te stellen: mijn gedachten en verlangens in zaken van kunst gaan hun eigen weg en mijn min of meer jammerlijke probeersels de hunne. Spitsen ook deze vlakken zich pyramidaal naar een top toe? O, één boek te schrijven waarin ik helemaal was, mijn boek!
Zou ik met mijn primordiale drang, sterk in het leven te willen staan, de mogelijkheid tot kunstscheppen, de vatbaarheid voor artistieke inspiratie, hebben gedood? En toch kan ik niet anders, en toch ‘blijf ik den Heer verwachten’.


dinsdag 3 februari 2026

Bert Voeten • 5 februari 1943

Bert Voeten (1918-1992) was een Nederlandse dichter en vertaler. Zijn oorlogsdagboek werd in 1946 gepubliceerd onder de titel Doortocht.

5 Februari
Alle Duitschers moeten rouwen om Stalingrad. Wij ook. Rouwen voor den vyand en zijn verslagen leger. Wij kunnen in deze dagen onze gevallen soldaten herdenken en al die „joodsch-communistische elementen", wier leven ineenzakte onder de kogels van het vuurpeloton.

8 Februari
De partisanen hebben Seyffardt terechtgesteld. Seyffardt den verrader, die de uniform van ons leger bezoedelde; die in deze uniform S.S.-vrijwilligers toesprak op het Binnenhof en hen trouw liet zweren aan Adolf Hitler.

10 Februari
Weer drie terechtstellingen: Reydon en zijn vrouw en een W.A.-man. Het waren maar enkele kogels. De Duitschers zijn royaler.

13 Februari
Mussert en zijn zwarte soldaten hebben den schrik te pakken.
„Ik heb verzocht de N.S.B. met spoed te bewapenen in hulppolitie en landwacht", verklaarde de „leider" van het Nederlandsche volk. De georganiseerde terreur krijgt er dus twee diensten bij. Met het pistool op de heup en den gummiknuppel in den achterzak zijn die wel wat mans tegen een groep weerlooze Joden. Maar het verzet zullen zij nooit kunnen breken. Dat wordt er alleen feller door.

14 Februari
Evert leeft zijn dagen met de kaarten van Rusland en Noord-Afrika. Nauwkeurig teekent hij het frontverloop aan. De beweging der roode potloodlijnen bepaalt zijn stemming. Houdt zy stil, dan is hy somber, hopeloos terneergeslagen. Gaat zij in westelijke richting voort, dan lacht hij, maakt grappen en berekent wanneer de oorlog gedaan kan zijn.
Vandaag was hij in een uitbundige stemming: Rostov en Worosjilovgrad „volgens plan" ontruimd. Met een haast kinderlijk plezier zette hij felle roode kringen om de plaatsen en duidde met pijltjes den verderen opmarsch.

Eva Braun • 4 februari 1938

• Eva Braun (1912-1945) was de vriendin van Adolf Hitler. Ze schreef een echt dagboek, waar 22 pagina's van bewaard zijn gebleven. Het onderstaande fragment komt uit het fictieve Het intieme Dagboek van Eva Braun.

Obersalzberg, [februari] 1938
Het feit dat Machek, de pédicure, niet op het vastgestelde uur te Obersalzberg aangekomen was, heeft zeer zeker de positie van [kanselier van Oostenrijk] Schussnigg tijdens de onderhandelingen betreffende Oostenrijk, in zeer hoge mate verergerd. Adolf was woedend omdat Machek er niet was en hij zich in het geheel niet op zijn gemak gevoelde in zijn laarzen, die hem verschrikkelijk veel pijn aan zijn likdoorns bezorgden. Hij was reeds 's morgens zo ontzettend slecht geluimd, dat ik het ergste vreesde. Zoals ik later hoorde zeggen, moet Schuschnigg buitengewoon slecht bejegend zijn.
Geprikkeld door de pijn die zijn eksterogen hem veroorzaakten is Adi zeer ruw en grof geweest, is in zijn drift heftig uitgevaren, ging dieper op sommige details in en heeft de zaken feitelijk sneller afgewikkeld dan eigenlijk de bedoeling was. De hoofdzaak is echter dat de affaire goed geregeld is geworden en de onderhandelingen naar wens verlopen zijn. Wat Machek betreft, hij had een auto-ongeluk gehad.

maandag 2 februari 2026

Benoîte Groult • 3 februari 1941

Benoîte Groult (1920-2016) was een Franse schrijfster. In 1963 publiceerde ze een oorlogsdagboek, dat ze samen met haar zus Flora geschreven had: Journal à quatre mains, in het Nederlands door Nini Wielink vertaald als Dagboek voor vier handen.
In het fragment hieronder heeft ze net de bons gekregen van ene Jean.


3 FEBRUARI '41
Familie die helemaal met me meeleeft in mijn droefheid. 'Ach, kon ik hem maar voor je kopen!' zegt mama tegen me, en: 'Schat, je moet de gesprekken met je doopmoeder niet mijden. Onthoud alleen datgene waar je wat aan hebt. Ik praat veel, opdat je altijd in de veelheid een element kunt vinden waarmee je je voordeel kunt doen.' Het enige nadeel van dit soort gepraat is dat ik er tranen van in mijn ogen krijg, met alle gevolgen van dien! Er is op het ogenblik maar weinig voor nodig of ze komen te voorschijn als uit een artesische put. Hoe komt het dat mijn wilskracht geen enkele invloed kan uitoefenen op de plaats waar mijn traanklieren uitmonden? Het is vernederend om je door jezelf te laten overstromen en in je eigen wateren te verdrinken! Ik heb van Flora voor mijn verjaardag de ouverture Coriolan gekregen. Ik dobber lekker op de hartbrekende golven van deze muziek die past bij mijn gedachten. Ook tegen mij heeft Coriolan nee gezegd. Ik heb zin om op reis te gaan; het zal wel uitlopen op een abonnement op de lectuur van Gallimard.

zondag 1 februari 2026

Siet Zuyderland • 2 februari 1981

• Kunstenaar Siet Zuyderland (1942) tekende strandvondsten na, en hield daarvan een dagboek bij.

Maandag 2 februari
Vanmorgen langs het strand gelopen, richting Egmond en een deksel van een plastic kist meegenomen. Beige met kleine nopjes, ongeveer mijn werk-papierformaat (50/65 cm).
Misschien te gebruiken voor een tekening, anders wel interessant in de serie ‘locks’ om er een schilderijtje van te maken.
Gewerkt aan ‘krat iv’, de gehele dag bezig geweest met het aanbrengen van kleur en het weer uitgummen daarvan.
Aan het begin van de avond gestopt, totaal niet opgeschoten, het ziet er zo flodderig uit. Morgen maar eens van de kleurpotloden afblijven.

Dinsdag 3 februari
Vandaag gewerkt met een 2H-potlood om de vorm strakker en vloeiender te maken, weer veel uitgegumd.
Als de tekening morgen hopelijk af is, eens proberen de krat doormidden te breken, de eigenlijke vorm in deze positie is te plat.
Vanmorgen even op het strand geweest, door de storm van afgelopen nacht is het grootste deel van de door mij getekende en weer op het strand teruggeworpen vondsten verdwenen, alleen van krat iii steekt nog een puntje boven het zand uit.
's Avonds naar Amsterdam.

Woensdag 4 februari
Vandaag de 2H-potlood-tekening afgemaakt, het is wat te grijs geworden; aan het eind van de middag met groen een toon over een groot deel aangebracht. Het ziet er iets beter uit, toch ben ik er niet tevreden over, op de één of andere manier krijg ik het flodderige er niet uit.
Morgen het groen afmaken en de schaduwen met een zachter zwart dieper maken.

Edmond de Goncourt • 1 februari 1877

Edmond de Goncourt (1822-1896), Franse schrijver, criticus en uitgever, hield samen met zijn broer Jules (1830-1870) (en na diens dood alleen) een beroemd geworden dagboek bij.

Woensdag 1 februari
Een Engelsman kwam bij Renan binnen:
‘Mijnheer Renan?’
‘Die staat hier voor u, mijnheer.’
‘Wel, mijnheer, weet u of volgens de bijbel de haas een herkauwend dier is?’
‘Om u de waarheid te zeggen, neen, mijnheer, dat weet ik niet... Maar we zullen het even nakijken.’ Renan pakte een Hebreeuwse bijbel, keek bij de Mozaïsche geboden: ‘Ge moogt geen... Ge moogt geen haas eten, want hij is herkauwend.’
‘Ja, dat is geheel juist, de bijbel zegt dat het een herkauwend dier is.’
‘Ik ben heel tevreden!’ zei de Engelsman, die erg slecht Frans sprak.
‘Ik ben geen sterrenkundige en ik ben geen geoloog! Dingen waar ik geen verstand van heb, daar blijf ik af... Ik ben bioloog. Dus, aangezien de bijbel zegt dat het een herkauwend dier is en aangezien dat een vergissing is, is de bijbel geen geopenbaard boek... Ik ben heel tevreden!’ En daarop verdween hij weer door de deur, in één klap van zijn godsdienstige overtuiging bevrijd. Typisch Engels!

Søren Kierkegaard • 31 januari 1850

Søren Kierkegaard (1813-1855) was een Deense filosoof.

Januari 1850 — Gebed.
Wij mensen dragen het heilige slechts in broze aarden vaten. Maar U, o Heilige Geest, als U in een mens woont, dan woont U in iets, dat oneindig geringer is; U, Geest van heiligheid, woont bij onreinheid en besmetting; U, Geest van 'wijsheid, bij dwaasheid; U, Geest van waarheid, bij zelfbedrog! 0, blijf wonen! U, die niet voor Uw gemak naar een prettige kamer zoekt - die U trouwens wel tevergeefs zoudt zoeken - maar die scheppend en voortbrengend zelf Uw eigen woning maakt, o, blijf wonen! Misschien dat het eens nog zo ver komt, dat U behagen gaat scheppen in de woning die U Uzelf hebt bereid in mijn besmet, dwaas en bedriegelijk hart. Hoe meer een mens zich er aan went om overal aan deel te nemen, om overal bij te zijn, des te meer stompt zijn geest af - en des te meer geluk zal hij in deze wereld vinden. De fout van Schleiermachers dogmatiek is eigenlijk, dat het godsdienstige voor hem steeds een toestand is, die is; hij stelt alles voor als er zijnde, zoals Spinoza. Hoe de toestand wordt, in de betekenis van ontstaan en in de betekenis van zich in stand houden, daar houdt hij zich eigenlijk niet mee bezig. Daarom kan hij maar zo weinig van de dogmatiek opnemen. Elk christelijk gegeven krijgt zijn ethische bepaling door de richting van het streven. Vandaar vrees en beven, en dat 'gij zult'; vandaar ook de mogelijkheid tot ergernis enzovoorts. Dat alles interesseert Schleiermacher niet bijzonder. Hij behandelt de godsdienstigheid, zoals ze er is.

donderdag 29 januari 2026

J.J. van Aken • 30 januari 1942

Jacobus Joseph van Aken (1878-1942) was in het begin van de Tweede Wereldoorlog burgemeester van Zevenbergen. Hieronder de laatste bijdrage aan zijn dagboek, hij overleed op 31 januari.

30 januari 1942
In de afgeloopen nacht was alles rustig doch in de morgen is één en in de middaguren nog een vliegtuig gehoord. De vaste kern van de luchtbeschermingsdienst alhier en te Zevenbergschen Hoek bestaande uit 6 man, moet terug gebracht worden tot 4 man voor iedere plaats, waardoor de bewaking van de sirenes overdag vervalt. Met ingang van 9 febr. a.s. zal aldus de dienst moeten geregeld zijn. De laatste goederen van de militairen zijn heden weggehaald en de sleutels van de op het gemeentehuis ingenomen bureaux en raadzaal zijn mij heden morgen overhandigd. Nog heden is begonnen met den boel een grondige schoonmaak te geven, met ontsmetting en kunnen wij de langdurige moeilijke behuizing van een paar afdeelingen ter secretarie, die op zolder zijn gehuisvest, terug brengen.

Heden ontving ik een schrijven [van het Departement van Binnenlandsche Zaken] alsvolgt:

[...] In overleg met den commissaris-generaal voor de openbare veiligheid en verder verwijzing naar diens in de pers gepubliceerde verordening dd. 17 september 1941 inzake het gebruik van de namen van levende leden van het Huis van Oranje-Nassau bepaal ik, dat straten, pleinen, parken en waterwegen, alsmede publiek-rechtelijke lichamen, privaat rechtelijke lichamen waarbij een publiek rechtelijk lichaam betrokken is, of instellingen die tot openbare doeleinden dienen scholen, ziekenhuizen, tehuizen, tehuizen voor ouden van dagen, enz) bij welker benaming gebruik is gemaakt van de namen van levende leden van het Koningshuis, een anderen naam zullen krijgen. De volgende namen mogen bij de aanduidingen niet meer worden gebruikt:
a) Wilhelmina of Koningin Wilhelmina
b) Juliana of Prinses Juliana
c) Beatrix of Prinses Beatrix
d) Irene of Prinses Irene
e) Bernhard zur Lippe Biesterfeld of Prins Bernhard of Bernhard.
Dit besluit moet terstond ten uitvoer worden gebracht.
[...]

Naar aanleiding van het vorenstaande van welks uitvoering, hoe ingaarne ook, ik verantwoordelijk heb ik besloten de twee straten in de kom van Zevenbergen die naar levende leden van ons Koninklijk Huis zijngenaamd, andere namen te geven, en wel:
De Koningin Wilhelminastraat te noemen Kazernestraat, omdat daar de marechausseekazerne is gelegen en de Prinses Julianastraat te noemen ‘Parkstraat’ zijnde deze straat geheel langs het park gelegen en heb ik deze naamsverandering, als voorgeschreven ter goedkeuring doorgezonden aan den Commissaris der Provincie te ‘s-Hertogenbosch.

woensdag 28 januari 2026

Klaus Mann • 29 januari 1936

Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).

[Amsterdam] 29 januari 1936
Brieven van oom Heinrich en Brian. Verder gewerkt aan 'Voorspel 1936'. Post van Brentano en Ernst Bloch (heel hartelijk). Koddige brief van Carl Sternheim aan F. Beslommeringen met zijn figuur ('Le Molière allemand').
[...] Telegram van Mielein: Tovenaar antwoordt. Telefoongesprek met Glaser. Verder gewerkt, tussendoor naar Américain, Pariser Tageblatt. Weer een beetje koorts, heel hinderlijke verkoudheid. Daarom vanavond binnen gebleven. Radio (we hebben er een aangeschaft). Begonnen met herlezing van Der Untertan: zeer amusante en actuele lectuur (profetisch).

[Amsterdam] 30 januari 1936 Kaart van E ('Afrekening').
Brieven geschreven aan Sklenka, Ernst Bloch en Brian. Bezoek van de dokter: lichte acute bronchitis. Untertan (het hele begin is meesterlijk. Het enorm geconcentreerde eerste hoofdstuk met het gedurfde slot).
Genomen, één ampul [morfine]. Aan 'Voorspel' gewerkt, tamelijk groot stuk.
Bezoek: Landauer, Glaser (vertelt roddels over Mengelberg, Bermann, enz.)
Nog 2 genomen [morfine]. Vanavond: radio (Hitlers toespraak bij gelegenheid van de derde verjaardag van de 'machtsovername': Huismasters Voice. Een blaffend dier, overigens nogal mat blaffend. Uitzending van de 'historische fakkeloptocht' op Unter den Linden, enz. Italiaanse opera: Donizetti; Franse chansons). Gesprek met F. Untertan.

[Amsterdam] 31 januari 1936
Weer een behoorlijk gedeprimeerde brief van Miro. Haar geantwoord. Aan Georg Bernhard geschreven.
Flucht in den Norden is aan Gollancz in Londen verkocht, vertelt F. me via de telefoon. Telefoontje met Plaut.
Ernst Jünger: Blätter und Steine. Je gelooft je ogen niet. 'De afschaffing van het folteren is een van de kenmerken van een teloorgaande levenskracht.' 'De kennis hoe het gepeupel in beweging te krijgen vormt het praktische deel van de menslievendheid.'
Niet altijd oninteressant; vaak duister, warrig, hoogdravend; altijd boosaardig, vijandig, heel vijandig. 'De totale mobilisatie' — 'die zich zelfs tot het kind in de wieg uitstrekt.' 'Over de pijn.' Hoon jegens vooruitgangsideeën. Sadisme. 'Een met lust doorspekt gevoel van ontzetting' (de lust overheerst). De trots dat Duitsland de 'civilisatorische sfeer, de wereld van de beschaving, een onoverwinnelijk wantrouwen' inboezemt (maar Korrodi niet...). 'En, broeders, als we deze wereld en wat haar beweegt, door en door kennen, zouden we er dan niet trots op zijn dat zij in ons een van haar grootste gevaren vermoedt?' (Korrodi vermoedt niet.) Na de individuele vrijheid - 'die van oudsher een dubieus begrip is geweest' - is 'de algemene ontwikkeling' aan de beurt. Weg met het vrije wetenschappelijke onderzoek, het staat er met zoveel woorden...
(In het artikel het paradoxale van Korrodi's woorden uitleggen. Zo ver komt het nog...)
Na het avondeten: bezoek van Henk, in al zijn schoonheid en liefheid (het goed kledende gestreepte matrozenhemd, de kinderlijke ijdelheid waarmee hij zijn uniform koestert). Daarna samen met F. en Landauer. Aangename avond. Genomen (3) [morfine]. 2 uur. De rode heeft me, vanwege mijn ziekte, violette tulpen gestuurd.
Weltbühne ('Ons antwoord op 3 jaar Hitler').


dinsdag 27 januari 2026

Brian Eno • 28 januari 1995

Brian Eno (1948) is een Britse muzikant, producer en kunstenaar. Hij publiceerde een dagboek over het jaar 1995, onder de titel A Year with Swollen Appendices.

28 January
I’m finding myself increasingly coming to resent artists and their daft conceits, Internetters and their stupid gadgetry. Dear Juan (Arzubialde) invited me to Bilbao, and A. arranged for Stewart to go too. The idea was to look at some sites for an installation. Picked up at Bilbao by deputation of sweet Spanish men with strong breath. One of them laid straight into S. (as Godfather of The Well) with tortuous accounts of baud rates and net-surfing. Anyway, to truly fantastic restaurant (Marinaro) in Laredo - where the proprietor very kindly gave me a 1954 Vina Real out of goodness of his heart (I had asked how much such a bottle might cost). Huge meal: wine and all (at 3.30 p.m.).

On to Santander, discussing Real World [A proposal for a future theme park instigated by Peter Gabriel] with Juan, and then a mysterious journey round harbour facilities. ‘Why am I here?’ says a voice deep in my limbic system. The same voice began positively screaming upon our arrival at the oil refinery (turned out to be an olive oil refinery!), when we were thrust into a room of mayors and lawyers and PR men and architects and asked to help design the proposed ‘Data Centre’ on the promenade. This was interspersed by a largely incomprehensible presentation (projected from a laptop, of course) and booklet (all Photoshop-designed - overlays, fades, etc. - and the only thing you really needed, the maps, unreadably minute) - both astonishing triumphs of form over content.

Taken somewhat by surprise, we started by saying that data, as such, is not that interesting. Stewart said that installations that depend on cutting-edge technology are fine the first year, out of date the second, and embarrassing for ever afterwards, and that, on a promenade, people would prefer to walk. S. and I pushed the theme ‘Improve the promenade’, while I silently fumed at poor Juan for being dropped into this. Still, they seemed pleased that we’d come down ‘for the people’. Later discovered that there had been a big rift within the council between the Internetters and the architects, and that we - hired in by the Internetters - had inadvertently supported the architects.

Another enormous and delicious meal. Must improve my Spanish. To bed at 1.30.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

28 januari
Ik merk dat ik me steeds meer begin te ergeren aan kunstenaars en hun dwaze verwaandheden, en aan internetmensen en hun stupide snufjes. Beste Juan (Arzubialde) nodigde me uit naar Bilbao, en A. regelde dat Stewart ook meeging. Het idee was om enkele locaties te bekijken voor een installatie. In Bilbao opgehaald door een delegatie lieve Spaanse mannen met een sterke adem. Eén van hen begon meteen tegen S. (als peetvader van The Well) met een kronkelig betoog over baudrates en surfen op het net. Enfin, door naar een werkelijk fantastisch restaurant (Marinaro) in Laredo — waar de eigenaar mij uiterst vriendelijk een Viña Real uit 1954 gaf, uit pure goedheid (ik had gevraagd wat zo’n fles ongeveer zou kosten). Enorme maaltijd: wijn en alles inbegrepen (om 15.30 uur).

Verder naar Santander, waar ik met Juan sprak over Real World [een voorstel voor een toekomstig themapark, geïnitieerd door Peter Gabriel], en daarna een mysterieuze tocht langs haveninstallaties. ‘Waarom ben ik hier?’ zegt een stem diep in mijn limbisch systeem. Diezelfde stem begon regelrecht te schreeuwen toen we bij de olieraffinaderij aankwamen (bleek een olijfolie­raffinaderij te zijn!), waar we een ruimte met burgemeesters, juristen, PR-mensen en architecten werden binnengeduwd en gevraagd werden te helpen bij het ontwerpen van het geplande ‘Data Centre’ op de promenade. Dit alles werd onderbroken door een grotendeels onbegrijpelijke presentatie (uiteraard geprojecteerd vanaf een laptop) en een brochure (volledig in Photoshop ontworpen — overlays, fades enz. — waarbij het enige wat je werkelijk nodig had, de kaarten, onleesbaar klein waren): beide verbijsterende triomfen van vorm boven inhoud.

Enigszins overvallen begonnen we ermee te zeggen dat data op zichzelf niet zo interessant is. Stewart zei dat installaties die afhankelijk zijn van de allernieuwste technologie het eerste jaar prima zijn, het tweede jaar verouderd, en daarna voor altijd gênant, en dat mensen op een promenade liever gewoon willen wandelen. S. en ik benadrukten het thema ‘Verbeter de promenade’, terwijl ik in stilte kookte van woede over het feit dat arme Juan hierin was meegesleurd. Toch leken ze blij dat we waren gekomen ‘voor de mensen’. Later ontdekten we dat er binnen de gemeenteraad een grote breuk was ontstaan tussen de internetmensen en de architecten, en dat wij — ingehuurd door de internetmensen — onbedoeld de architecten hadden gesteund.

Nog een enorme en heerlijke maaltijd. Ik moet mijn Spaans verbeteren. Naar bed om 1.30 uur.

maandag 26 januari 2026

Wolfgang Herrndorf • 27 januari 2013

Wolfgang Herrndorf (1965-2013) was een Duitse schilder en schrijver. Nadat bij hem in 2010 een hersentumor geconstateerd werd, begon hij een online dagboek dat hij bijhield tot aan zijn dood. Het is daarna ook in boekvorm gepubliceerd.

Vertaling onderaan

25.1. 2013 8:19
In den Schild aus Eisschollen, der sich von Tag zu Tag weiter und bis hinter die Signalbrücke zurückstaute, schiebt der Eisbrecher eine schmale Fahrrinne. Sie wird immer schmaler, über Nacht schließt sie sich
.
Morgens kann ich kaum sprechen. Wörter mit vier oder mehr Silben kann ich nicht sagen, oft nicht denken. Prognositizieren – im dritten Versuch macht Google einen passenden Vorschlag. Problem immer Verteilung der Konsonanten.

26.1. 2013 19:42
Allein auf dem See. Weiß das Ufer, schwach orange der Vollmond, hinten ist eine Fläche für Eishockey freigeschoben.

27.1. 2013 15:30
Leichter Schneefall, herrlicher Tag, Eine Aufregung wie als Kind. Mit vier hatte ich meine ersten Schlittschuhe. Seitdem immer gelaufen, jeden Winter, jeden Tag, wenn Eis war. Im Winter Eishockey, im Sommer Rollhockey, manchmal zehn oder elf Stunden am Tag, bis Arthrose beide Knie auflöste und mich für lange Jahre zum Fußgänger machte.

Aber zwanzig Jahre habe ich immer Schlittschuhe und Rollschuhe bei jedem Umzug mitgeschleppt. Alles andere weggeschmissen, meine Bilder, Möbel, Bücher, Papiere, alles. Die Schuhe nicht.

Nun sitze ich mit getapeten Knien am Rand des Plötzensees, schnüre die Eishockeystiefel und weiß, es ist das letzte Mal. Mit dem Aufstehen kehrt sofort das alte Selbstvertrauen zurück, und ich weiß, es wird gehen. Ich habe nichts vergessen und nichts verlernt. Aber es geht nicht. Ich schliddere nur so rum.

Der rechte Fuß funktioniert einigermaßen, der linke ist taub und teilt seine Gelenkstellung nicht mit. Die gut geölten Bewegungsroutinen, die das Hirn nach unten meldet, finden keinen Empfänger. Ich kann es nicht mal beschreiben. Analog zum Phantomschmerz vielleicht: Phantomkontrolle. Wenn ich noch einige Stunden übte – aber meine Freunde wollen nach Hause. Wayne Gretzky ist nicht mehr.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

25-1-2013, 8:19
In het schild van ijsschotsen, dat zich van dag tot dag verder opstuwt en tot achter de seinbrug terugdringt, duwt de ijsbreker een smalle vaargeul. Die wordt steeds smaller; ’s nachts sluit zij zich weer.

’s Ochtends kan ik nauwelijks spreken. Woorden met vier of meer lettergrepen kan ik niet uitspreken, vaak zelfs niet denken. Prognosticeren — pas bij de derde poging doet Google een passende suggestie. Het probleem is steeds de verdeling van de medeklinkers.

26-1-2013, 19:42
Alleen op het meer. De oever wit, zwak oranje de volle maan, achterin is een vlak voor ijshockey vrijgeschoven.

27-1-2013, 15:30
Lichte sneeuwval, een heerlijke dag. Een opwinding als die van een kind. Op mijn vierde had ik mijn eerste schaatsen. Sindsdien altijd geschaatst, elke winter, elke dag dat er ijs was. In de winter ijshockey, in de zomer rolschaatshockey, soms tien of elf uur per dag, totdat artrose beide knieën aantastte en mij voor lange jaren tot voetganger maakte.

Maar twintig jaar lang heb ik bij elke verhuizing altijd mijn schaatsen en rolschaatsen meegesleept. Al het andere weggegooid — mijn schilderijen, meubels, boeken, papieren, alles. De schoenen niet.

Nu zit ik met ingetapete knieën aan de rand van de Plötzensee, veter de ijshockeyschoenen en weet: dit is de laatste keer. Zodra ik opsta, keert meteen het oude zelfvertrouwen terug en weet ik: het zal gaan. Ik heb niets vergeten en niets verleerd. Maar het gaat niet. Ik glijd maar wat rond.

De rechtervoet functioneert enigszins, de linker is gevoelloos en geeft zijn gewrichtsstand niet door. De goed geoliede bewegingsroutines die de hersenen naar beneden sturen, vinden geen ontvanger. Ik kan het niet eens beschrijven. Misschien te vergelijken met fantoompijn: fantoomcontrole. Als ik nog een paar uur zou oefenen — maar mijn vrienden willen naar huis. Wayne Gretzky bestaat niet meer.

zondag 25 januari 2026

Rutka Laskier • 26 januari 1943

Rutka Laskier (1929-1943) was een Pools meisje dat in een Duits concentratiekamp om het leven kwam. Ze hield in de laatste maanden van haar leven een dagboek bij.

's Ochtends - 26 I 43 Dinsdag
Micka is weer met de nodige nieuwtjes gekomen. 'Iemand' heeft tegen haar gezegd dat ik mijn haren voor Janek heb geknipt, dat ik voor Janek zijden kousen draag enzovoort. Een botte leugen. Alsof ik iets om hem geef. Als ik Tusia ooit nog eens op straat tegenkom zal ik haar vragen wie haar toestemming heeft gegeven om dit soort roddels rond te strooien, en ik zal daarbij niet verzuimen een incidentje te noemen dat plaatsvond in de nacht van 2 op 3 januari. Ik wil haar mondje snoeren met die ontmoetingen. Ik ben benieuwd wat het zal opleveren. Vandaag ga ik naar de fotograaf. Ik laat voor 5 mark zes foto's maken, op rekening van het loon dat onderweg is.

Cesare Pavese • 25 januari 1948

Cesare Pavese (1908-1950) was een Italiaanse schrijver. In 2003 verscheen Leven als ambacht, met daarin dagboeken en brieven. Vertaling: Anton Haakman.

25 januari 1948
Het is niet zo dat iedereen dingen overkomen als gevolg van een lotsbestemming, nee, iedereen duidt de dingen die zijn gebeurd, als hij er de kracht toe heeft, door ze zo te rangschikken dat ze een bepaalde betekenis krijgen, dat wil zeggen, een bestemming.

Er zijn in Turijn straten, boulevards waar mensen hebben gelopen en gewoond die de oorlog heeft geveld en vermoord. Tevreden, verstandige mensen die toen van belang waren en die je nauwelijks kende. Het was een hele samenleving. Waarom is die er geweest?

George Gissing • 24 januari 1893

George Gissing (1857-1903) was een Britse schrijver. Zijn treurige leven wordt uit de doeken gedaan door Geerten Meijsing in Tirade, aan de hand van dagboekfragmenten van Gissing.

Dinsd. 24 januari [1893]. Druilerig, warm. Vier bladzijden aan verhaal geschreven. — 's Avonds, op weg naar huis, een folterende pijn in de gedachte dat ik nooit kan hopen thuis een intellectuele gesprekspartner te hebben. Ben veroordeeld om voor eeuwig met minderen om te gaan - en dan nog van zulke grove stompzinnigheid. Nooit een woord gewisseld behalve over het schamele alledaagse huishouden. Nooit een woord tegen mij, van niemand, van begrip en sympathie - of van aanmoediging. Weinig mensen, daar ben ik zeker van - hebben zo'n bitter leven gekend. De helft van boek 3 van Sint Augustinus gelezen en enige bladzijden van [Cicero's] “De Oratore”.’

donderdag 22 januari 2026

Jozef van Walleghem • 23 januari 1799

Jozef van Walleghem (1757-1801), een Brugs handelaar in garen en linten die een winkel hield op de Eiermarkt, hield van 1787 tot 1800 een journaal bij, dat eind vorige eeuw door het Stadsarchief van Brugge gepubliceerd is. Zijn dagboeken gaan over de cruciale periode van de Franse Tijd te Brugge.

(22 januarij 1799)
Op den 22 januarij is 's morgens van 10 uren tot 4 uren 's middags door den scherpregter op een schavot op den Burg met een placaet boven haer hooft aen eene staek gebonden en tentoongestelt voor het volk Marie Gaeremijn, oudt 44 jaeren, naeijster van stijle, geboortig van Kortrijk en lest gewoont hebbende tot Rijssel, door den crimineelen regtsbank overtuijgt zijnde van eene partije goederen tot Kortrijk gestolen, t'haeren huijse verborgen, te hebben, waerom zij t'eijnden de executie tot 12 jaeren opsluijting in een correctiehuijs is verwesen geworden.

(23 januarij 1799)
Op den 23 januarij zijnde woensdag quartidi den 4 pluviose ende martdag, saeg men 's morgens tot elks verwonderinge op de Mart geplaest de quillotinne in 't midden der graenmart. Korts voor twalf en half uren wiert onder den grootsten toeloop van volk, gekleet in 't root op eenen waegen vanuijt de vangenis naer dezelve vervoert eenen man, oudt boven de 60 jaeren, bij zig hebbende op den waegen eenen beeedigdigden priester, genaemt Bonavontura, gewesen Discals, welken hem verselde tot op het schavot en naer nedergeknielt te hebben en van desen priester de generaele absolutie te hebben ontfangen, is hij aen het moorttuijg gebonden en zijn hooft onder het scherpsnijde mes geleijt zijnde, wiert het door den scherpregter nedergelaeten, maer dat elk beklaegde, omdat desen moorder zig zoo gewillig hadde gedraegen was, dat het mes, evenals in de laeste executie van Salembier gebuert is, met den eersten slag niet doorviel en het hooft maer half afsloeg, in alle haest liet den scherpregter het moortmes andermael vallen en eer het twalf en half uren geslaegen was lukte den tweeden slag, wanneer het hooft afgehouwen en seffens met het lichaem naer het generael kerkhof vervoert en begraeven wiert. Desen moorder was sedert eenigen tijdt door den crimineelen regtsbank verwesen en hadde van sententie geappelleert bij het tribunal van cassatie tot Parijs, over eene begaene moort op het canton van Provisie eenen chirurgijn aldaer hadde hem ledent eenigen tijdt van eene wonde teenemael genesen en reets merkelijcken tijdt geleden zijnde, kwam den zelven t'zijnen huijse om voor den arbeijd van zijne konst betaelt te worden. Den moorder zeijde hem dat hij zoude naer zijn huijs medegaen en naer de rekening te hebben naergesien, dat hij hem zoude hebben betaelt. Den chijrurgijn ter goeder trouwe met hem medegaende en het eene woonhuijs van het ander eene merkelijcke distantie van malkaer afgelegen zijnde, heeft desen moorder zijnen weldoender langs den weg met een mes doodtgesteken en hem ter plaetse laeten liggen, van welk afschrikkelijk fait door den crimineelen regtsbank overtuijgt zijnde, is hij regtveerdig ter doodt veroordeelt geworden.

Op den Burg was heden ook het schavot geplant en van negen uren 's morgens tot 3 uren 's middags, wiert op hetzelve gekleet in 't root met een placaet boven zijn hooft door den scherpregter aen eenen staek gebonden eenen man, oudt 20 jaeren, lest gewoont hebbende tot Poeven, welken ook van sententie hadde geappelleert, omdat hij voor het trouwen van eene tweede vrouw terwijl de ander nog leefde tot 6 uren tentoonstelling en twalf jaeren in d'ijzers verwesen was, welke hem ook niettegenstaende zijn appel t'eijnden de executie aengeslaegen wierden.

woensdag 21 januari 2026

Stijn Streuvels • 22 januari 1915

Stijn Streuvels (1871–1969) was een Vlaamse schrijver. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.

22 januari 1915.
't Weer is opgeklaard en in lichte vorst veranderd.
Nu komt ook de opheldering in de zaak van de kanonnen te Moen. 't Zijn de recruten die in Kortrijk geoefend worden, en naar buiten een loze oorlog ['schijnoorlog, legeroefening'] komen doen. Angst en vrees zijn dus weer verdwenen, maar ook de hoop op een ontknoping. Als we nu zware slagen horen heel in de nabijheid, weten we toch waaraan ons te houden en we zullen niet hoeven te gaan lopen.

23 januari 1915.
't Is windstil met lichte vorst en het geschut herneemt ten westen in alle hevigheid (niet te Moen maar in de gewone richting) en toch heeft het niet zijn gekende galm, - de slagen zijn doffer en buitengewoon zwaar en kort - iets als het ploffen van dorsvlegels in een schuurvloer waar reuzen aan 't werk zijn.
In de nood leert men zijn vrienden kennen. Vandaag komt er een tot mij, van wie ik het niet zou verwacht hebben, die me toefluistert: ‘Hebt gij nog petrool? Zeg het aan niemand, maar we hebben er nog een paar liters en nu dat de dagen lengen, kunnen we het zonder wel doen... en mijn vrouw bracht me op 't gedacht met te zeggen dat gij hem voorzeker meer nodig had dan wij, omdat we zien dat er 's avonds laat altijd nog licht is aan uw venster... Zulke gevoelens, die men anders nooit zou veronderstellen bij mensen, komen nu met de oorlog naar boven. Ik was er heel door aangedaan en zit me nog te bedenken waarmede ik zulk geschenk vergoeden zal, want van geld of betalen wilde de man niet horen. ‘'t Is een plezier, mijnheer,’ zegde hij. Het wordt een hele zeldzaamheid als men zoiets krijgt. Tarwe, kolen, zout en veel andere dingen kosten duur, doch met geld kan men ze zich aanschaffen, petrool echter is in geen winkels meer te vinden... men moet hem krijgen van de goede mensen.

dinsdag 20 januari 2026

W.F. Hermans • 21 januari 1969

• In september 1969 publiceerde W.F. Hermans (1921-1995) De laatste resten tropisch Nederland. Een dagboekje en twee met eigen foto’s geïllustreerde bijdragen, die Hermans naar aanleiding van zijn reis naar Suriname en de Nederlandse Antillen, begin 1969, voor het maandblad Avenue schreef, vormden de basis voor dit boek. Fragmenten staan hier.

dinsdag 21 januari
Vandaag in een ruk teruggevaren naar Albina. Onderweg alleen gestopt bij Bigiston, een Indianendorp. Kleine kinderen lopen geheel naakt. Deze Indianen zijn gekerstend, zoals blijkt uit het tamelijk veelvuldig voorkomen van Europese kleding. Er is zelfs een meisje van een jaar of twaalf, dat een jurk aanheeft. Ik laat me fotograferen met mijn arm om haar schouders: Pater Prudhomme heeft een natuurkind tot het christendom bekeerd. (Pater Prudhomme, auteur van de geruchtmakende brochure over de pil, Annum Veritatis. Import: Thomas Rap, Regulierdwarsstraat 91, Amsterdam.)

Ze verkopen halskettingen van aan elkaar geregen zaden, tanden en klauwen: ƒ 3,- per stuk, niet bijzonder mooi. Hun hutten zijn groter dan die van de Bosnegers en niet van planken gemaakt, maar geheel gevlochten. Dikwijls hebben ze geen zijwanden. Het interieur is slordig. Aan de palen die het dak schragen, zijn hangmatten bevestigd. We delen onze laatste zuurtjes en ballons uit.

Een korte landing op de rechter (Franse) rivieroever vergat ik te vermelden: bezoek aan het winkeltje van een ex-bagnard die daar al dertig jaar doodalleen woont. Z'n broekzakken zitten vol revolvers, beweert Laret. Hij ziet eruit zoals hij er ook uitgezien heeft toen hij naar het bagno werd gebracht: een Frans boertje in een broek met bretels, hemd zonder boord, alpinopetje, minuscuul snorretje. Stoppelige ingevallen wangen, grauw als een stofdoek.

Praten doet hij niet. Als je vraagt wat iets kost, wijst hij naar een schoolbord, waarop de artikelen die hij verkoopt zijn opgeschreven met de prijzen ernaast: Dubonnet, Olida, biscuitjes, petroleum, biscottes, vishaken, lucifers, bacalao (stokvis). Dosoe koopt een stuk bacalao. Het wordt afgesneden, eigenlijk afgehakt, met een roestig mes en gewogen op een koperen weegschaal die groen is uitgeslagen. De man beweegt zich uiterst traag voort, hij heeft iets in zijn doen, of hij dat eigenlijk ook zou willen nalaten.
'Au revoir, monsieur.'
'Au revoir, monsieur.'
Dat nog wel. Maar ik heb nog nooit iemand gezien die in zijn blik een zo grote zekerheid wist te leggen dat het hele universum overbodig is. Informatie: zo'n ex-bagnard wordt een poitè genoemd.
[...]

maandag 19 januari 2026

Graham Greene • 20 januari 1954

• Graham Greene (1904-1991) was een Britse schrijver. In Vluchtwegen (vertaald door P.H. Ottenhof) zijn ook dagboekfragmenten van hem opgenomen.

20 januari 1954. Phnom Penh
Na het diner reed ik met mijn gastheer naar het centrum van Phnom Penh waar we de auto parkeerden. Ik wenkte naar een riksja-koelie, waarbij ik mijn duim in mijn mond stak en een gebaar maakte of ik een lange neus trok. Hieruit wordt altijd opgemaakt dat men wil schuiven. Hij bracht ons naar een nogal luguber binnenplaatsje aan de rue A... Er stonden een hoop vuilnisbakken, waartussen een rat rondscharrelde, en er lagen een paar mensen onder muskietennetten. Boven op de eerste verdieping bevond zich achter een balkon de fumerie. Het was er aardig vol en de broeken hingen er als banieren in het schip van een kathedraal. Ik rookte er acht pijpen en een deftig uitziend heer in onderbroek hielp bij het vertalen van mijn wensen. Het bleek dat hij leraar Engels was.

zondag 18 januari 2026

Arnold Heilbut • 19 januari 1941

Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.

Zondag 19 Jan.
Vader is ziek. Hij heeft een beetje griep, en waarschijnlijk ook last van zijn maag, maar daar merkt hij niets meer van. Vanochtend om 6.30 viel hij bewusteloos toen hij van de W.C. kwam. Moeder schreeuwde, waarop ik wakker werd, en we samen vader in bed sjorden. Van het uitstapje op de schaats, dat ik vandaag wilde maken kon niets komen. Maar de anderen konden ook niet weg. Gisternacht viel een dik pak sneeuw, en vanochtend begon het te dooien. Vanmiddag heb ik ook nog even in de modder schaatsen gereden. Hanna was echter al van de baan toen ik kwam. Maar ik heb me getroost zonder haar. Ik heb enige nadere mensen ontmoet. In de kunstijsbaan worden we evenals in de bioscopen niet meer toegelaten.

Woensdag 22 Jan.
Sinds enige tijd kan men weer overal sinasappelen en mandarijnen kopen, echter alleen Italiaanse. De dooi houdt aan, de hele smeerboel is al zowat van straat verdwenen. Vanavond hadden we cursus met een andere groep samen, daardoor was Hanna er ook. Na afloop kon ik haar echter niet te spreken krijgen, want Ernst bracht haar naar huis. Ik ben alleen een eindje mee gelopen. Omdat Ernst vlak bij haar woont, kon ik natuurlijk niet aanbieden haar te brengen, ik moest precies de andere kant op. Ze had vanavond de kleding van haar huishoudschool aan. Ze zag er werkelijk schattig uit! Als je toch eens wist Baby hoe vaak ik aan je denk, steeds weer, en jij ...... waarom dan niet, waarom? Hanna .......!!!


Shireen Strooker • 18 januari 1974

Shireen Strooker (1935-2018) ws een Nederlands actrice en regisseuse. In 1974 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.

Vrijdag [18 januari]
Ze waren al om half zeven wakker, de heren — spelen — eten — goed Daantje — kom maar Jesse — opschieten Devi, je appel. Een beetje erg haasten, nog net de trein van drie voor half negen gehaald. Op de club eerst de voorstelling van gisteravond nabesproken. Een wonder hoe Marja net de dingen zegt, waar je wat aan hebt en hoe iedereen zich nog zo betrokken voelt na 75 keer spelen en durft te zeggen wat hij vindt van eigen en andermans scènes. Met z'n allen opgebouwd, dan is 't in een scheet gebeurd. Daarna alles waar we deze week aan gewerkt hebben aan elkaar laten zien. Heel rustig en ontspannen, niet meer dat opgefokte van nou moet 't goed zijn. Ik had een volgorde gemaakt, het een ging in het ander over. Erg boeiend om naar te kijken, wat een schat aan materiaal — hoe moet dat? Daarna hebben we besloten nog een tijdje zo door te werken, bezig zijn met dingen die je interesseren, spelen wat je graag wilt spelen. Als we dat volledig doen, komt er vanzelf een thema uit. Met Peter boodschappen gedaan, veel, dan hoeft het zaterdag niet. Naar huis, spelen — eten — vlug en de trein van zeven voor zeven gehaald. Was weer heel vol vanavond. Weer erg verschillend publiek, jong, kind, oud, alles door elkaar, bij het onderwerp betrokken en ook mensen die er niets mee te maken hebben. Voor 't eerst sinds heel lang ging Nel van Vliet goed. 't Is ook erg moeilijk met z'n vieren één vrouw spelen. Net de trein van 11.06 gehaald. Morgen wordt Jesse 1. Thuis deed Peter [Faber] de slingers en cadeautjes.

Anna Green Winslow • 17 januari 1772

Dagboek van Anna Green Winslow
* Anna Green Winslow (1759-1780)

Jan 17th. I told you the 27th Ult that I was going to a constitation with miss Soley. I have now the pleasure to give you the result, viz. a very genteel well regulated assembly which we had at Mr Soley's last evening, miss Soley being mistress of the ceremony. Mrs Soley desired me to assist Miss Hannah in making out a list of guests which I did some time since, I wrote all the invitation cards. There was a large company assembled in a handsome, large, upper room in the new end of the house. We had two fiddles, & I had the honor to open the diversion of the evening in a minuet with miss Soley.—Here follows a list of the company as we form'd for country dancing.

Miss Soley & Miss Anna Greene Winslow
Miss Calif Miss Scott
Miss Williams Miss McCarthy
Miss Codman Miss Winslow
Miss Ives Miss Coffin
Miss Scolley Miss Bella Coffin
Miss Waldow Miss Quinsy
Miss Glover Miss Draper
Miss Hubbard

Miss Cregur (usually pronounced Kicker) & two Miss Sheafs were invited but were sick or sorry & beg'd to be excus'd. There was a little Miss Russell & the little ones of the family present who could not dance. As spectators, there were Mr & Mrs Deming, Mr. & Mrs Sweetser Mr & Mrs Soley, Mr & Miss Cary, Mrs Draper, Miss Oriac, Miss Hannah—our treat was nuts, rasins, Cakes, Wine, punch, hot & cold, all in great plenty. We had a very agreeable evening from 5 to 10 o'clock. For variety we woo'd a widow, hunted the whistle, threaded the needle, & while the company was collecting, we diverted ourselves with playing of pawns, no rudeness Mamma I assure you. Aunt Deming desires you would perticulary observe, that the elderly part of the company were spectators only, they mix'd not in either of the above describ'd scenes.

I was dress'd in my yellow coat, black bib & apron, black feathers on my head, my past comb, & all my past garnet marquesett & jet pins, together with my silver plume—my loket, rings, black collar round my neck, black mitts & 2 or 3 yards of blue ribbin, (black & blue is high tast) striped tucker and ruffels (not my best) & my silk shoes compleated my dress.


* • Dagboek van Anna Green Winslow
* Anna Green Winslow (1759-1780)

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

17 januari.
Ik heb je op de 27ste van de vorige maand laten weten dat ik van plan was een bijeenkomst te houden met juffrouw Soley. Nu heb ik het genoegen je het resultaat mee te delen, namelijk een zeer nette en goed gereguleerde samenkomst, die wij gisteravond bij meneer Soley hadden, waarbij juffrouw Soley de gastvrouw was. Mevrouw Soley verzocht mij juffrouw Hannah te helpen bij het opstellen van een gastenlijst, wat ik enige tijd geleden heb gedaan; ik heb alle uitnodigingskaarten geschreven. Er was een groot gezelschap bijeen in een fraaie, ruime bovenkamer in het nieuwe gedeelte van het huis. Wij hadden twee violen, en ik had de eer het vermaak van de avond te openen met een menuet met juffrouw Soley.
— Hier volgt een lijst van het gezelschap zoals wij ons opstelden voor de contradansen:

Juffrouw Soley & juffrouw Anna Greene Winslow
Juffrouw Calif & juffrouw Scott
Juffrouw Williams & juffrouw McCarthy
Juffrouw Codman & juffrouw Winslow
Juffrouw Ives & juffrouw Coffin
Juffrouw Scolley & juffrouw Bella Coffin
Juffrouw Waldow & juffrouw Quinsy
Juffrouw Glover & juffrouw Draper
Juffrouw Hubbard

Juffrouw Cregur (meestal uitgesproken als Kicker) en twee juffrouwen Sheaf waren uitgenodigd, maar waren ziek of verhinderd en verzochten te worden verontschuldigd. Er was ook een kleine juffrouw Russell en de jongste kinderen van de familie aanwezig, die niet konden dansen. Als toeschouwers waren er meneer en mevrouw Deming, meneer en mevrouw Sweetser, meneer en mevrouw Soley, meneer en juffrouw Cary, mevrouw Draper, juffrouw Oriac en juffrouw Hannah. Onze traktatie bestond uit noten, rozijnen, cake, wijn, punch, warm en koud, alles in overvloed. Wij hadden een zeer aangename avond van vijf tot tien uur. Ter afwisseling speelden wij “een weduwe het hof maken”, “het fluitje zoeken” en “de draad door de naald rijgen”, en terwijl het gezelschap zich verzamelde, vermaakten wij ons met het spelen van pionnen; geen onbetamelijkheden, mama, dat verzeker ik je. Tante Deming verzoekt je in het bijzonder op te merken dat het oudere deel van het gezelschap uitsluitend toeschouwer was; zij namen aan geen van de hierboven beschreven taferelen deel.

Ik was gekleed in mijn gele jas, zwarte bef en schort, zwarte veren op mijn hoofd, mijn pastkam, en al mijn oude granaatkleurige marquesette en spelden van git en jet, samen met mijn zilveren pluim, mijn medaillon, ringen, een zwarte halsband om mijn nek, zwarte wanten en twee of drie el blauwe linten (zwart en blauw is zeer modieus), een gestreepte tucker en ruches (niet mijn beste), en mijn zijden schoenen maakten mijn kleding compleet.

donderdag 15 januari 2026

Arthur Japin • 16 januari 2004

Arthur Japin (1956) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboeken 2000-2007 zijn gepubliceerd als Zoals dat gaat met wonderen.

Januari 2004
Een aantal schrijvers windt zich en plein public enorm op over de vermenging van talen. Dat vinden ze zoiets heerlijks. Henk van Woerden verklaart zich vreselijk kwaad te maken over het feit dat iemand heeft voorgesteld buitenlandse invloeden op het Nederlands te willen indammen. ‘Alle talen zouden juist met elkaar moeten mengen,’ roept hij, ‘hoe meer invloeden hoe liever. Nou ja... alleen niet de invloed van het Engels.’ Niemand vraagt waarom die ene taal dan juist niet, maar men beloont deze moedige stellingname met applaus. Ik kan niet ongezien weg, dus moet ik ook aanhoren hoe ze allemaal bezig zijn de juiste registers voor hun karakters te vinden: grappige woorden, typerende cadans, eigenaardige klanken. Dat houden ze allemaal in gedachte als ze een nieuw boek beginnen. Voor mij is dit de omgekeerde wereld. Ik wek karakters tot leven door me in hun plaats te stellen en daarna laten zij mij weten hoe ze spreken. Veel romanschrijvers nemen, alsof het dichters zijn, taal als vertrekpunt. Ik vertrek van heel ergens anders, een gevoel, een vraag, een beeld, en daarmee kom ik uiteindelijk bij de taal uit. Woorden zijn mijn doel. Daar ga ik op af. Deed ik het andersom en zou ik bij de taal beginnen, ik zou zeker verdwalen.

woensdag 14 januari 2026

J. van der Weiden • 15 januari 1916


• Bij Volendam braken de dijken bij de watersnood van begin 1916 op verschillende plaatsen door en geheel Waterland kwam onder water te staan. Uit: Dagboek van pastoor J. van der Weiden (1916).  

“Op vrijdag 14 januari 1916 om drie uur in de morgen werden wij gewekt. Alle mensen waren op de been. Men vreesde een dijkdoorbraak. De zee stond zeer hoog tot bijna aan de kruin van de dijk. Dat was wel meer gebeurd, maar wat erger was, en wat volgens oude mensen sinds mensenheugenis nog nooit was gebeurd, de wind draaide naar het oosten en het water sloeg met een geweldige kracht tegen de dijk. Dit is volgens mijn bescheiden mening de oorzaak van de ramp. De dijk spoelde door het overslaande water aan de binnenkant weg, verloor daar zijn steun en bezweek tenslotte. En hij was toch zo breed en sterk. God bidden dat hij de ramp mocht afweren, was het enige dat wij konden doen. Daarom hebben wij van zes tot zeven uur voor het geopende tabernakel gebeden en voor die intentie droeg ik om zeven uur de H. Mis op. Is ons gebed verhoord? Wij mogen dankbaar zijn dat het dag was, toen het water ons bereikte, anders – zo geloof ik – waren vele mensen omgekomen. Na de H. Mis vertelde mij de kapelaan die naar de zieken was geweest: “Ze zeggen, dat de dijk doorgebroken is, het water stroomt met geweld de sloten in.” Ik keek boven uit het vlieringraam van de pastorie in de richting van Monnickendam en zag dat daar de weilanden tot de spoordijk Volendam-Kwadijk alles onder water liep. De tram van kwart voor acht reed juist weg. Een uur later overstroomde de spoordijk en liep het water de Meerpolder in. Het water kwam achter de pastorie steeds hoger in de tuin. De aardappelen en ingemaakte groenten hebben wij met man en macht vanuit de kelder snel naar boven gehaald. Samen met de kapelaans naar de kerk gegaan om te redden wat er te redden viel. Tot de knieën ongeveer moesten we door het water lopen. Om half twaalf heb ik het Allerheiligste uit de kerk gehaald en in de sacristie de paramenten zo hoog mogelijk opgeborgen. ‘s Avonds kwam het water in de benedenverdieping van de pastorie. Zaterdag liep het water weer weg, maar zondag stond het water weer in de pastorie. Gelukkig liep het water ‘s avonds weer weg. Na die tijd hebben we in de pastorie geen water gehad. (Nu ik dit schrijf is het maandag 24 januari 1916).

Zaterdag 15 januari 1916: geen H. Mis. Zondag, maandag en dinsdag een H. Mis bij de zusters.

Woensdag 19 januari 1916: H. Mis in de kerk. Met een boot door de tuin naar de sacristie. Het was zeer stil weer, anders is het bijna niet te doen. Ook het varen naar de zusters is bij harde wind zeer moeilijk.

Donderdag 20 januari 1916: de bisschop bezocht. Vandaar naar Hoorn en per botter weer terug. Een prachtige wind; binnen anderhalf uur waren we over.

Vrijdag 21 januari 1916: altaar opgeslagen in de zaal van de pastorie, daar doe ik samen met een van de kapelaans de H. Mis en laat daarbij zoveel mogelijk mensen toe. Al in de eerste dagen werd besloten, dat een van ons ‘s nachts in een huis op de dijk zou logeren met het Allerheiligste en de H. Olie bij zich, voor eventuele bedieningen. Kapelaan van Baaren nam dat graag op zich. Hulde aan de soldaten, die zo kranig bij de overstroming geholpen hebben door de kinderen, ouden van dagen en zieken in veiligheid te brengen. Door de grote zorg van de heer Beaufort, consulent van de pluimveeteelt, werden 50.000 eenden naar Amersfoort gebracht. De bewoners in de Streek tussen Hoorn en Enkhuizen, hebben veel slaapplaatsen aangeboden, maar het is niet gemakkelijk de vrouwen weg te krijgen uit Volendam. Tachtig kinderen gaan naar de vakantiekolonie van pater Zuidgeest. 

Zondag 30 januari 1916: twee H. Missen in de kerk, de mannen op de tribune en op het zangkoor. Vier H. Missen in de grote zaal van Hotel Van Diepen, (het hotel op de dijk) voor de vrouwen, de oude mannen en de kinderen. De tocht van de mensen naar de kerk ging moeilijk: door het lage water konden de schuiten met veel volk niet vooruit en raakten aan de grond.
Maandag 31 januari 1916: vandaag begonnen een noodbruggetje te maken van de pastorie naar de dijk, rechtdoor met toegang naar de kerk. Dat zal onze tocht naar de dijk zeer vergemakkelijken. Vrijdag 4, en zaterdag 5 februari 1916: de kerk staat droog, het water was zeer laag. Er woei een voortdurende zuidenwind. Er zouden twee H. Missen in de kerk zijn en een in de zaal bij Van Diepen voor kinderen en ouden van dagen. Maar helaas, de wind ging een weinig westelijk en zondagmorgen stond er een halve voet water in de kerk.
16 februari 1916: Hevige zuidwesterstorm, het water beukt tegen de huizen en de pastorie, het kerkhof is verschrikkelijk gehavend. ‘s Nachts stijgt het water, ‘s morgens een voet in de pastorie. Mijn waterlaarzen doen goed dienst. Kapelaan Veldhuyse gaat naar Amsterdam. Ik heb hem op mijn rug de pastorie uitgedragen naar buiten.”

https://onh.nl/verhaal/volendam-tijdens-watersnood-1916




dinsdag 13 januari 2026

Elizabeth Demmer • 14 januari 1916

• Elizabeth Demmer–Bruijn (1857-??) was de echtgenote van hoofdonderwijzer Berend Demmer (1858-1944). Berend Demmer was hoofd van de openbare lagere school in Volendam. In haar dagboek schreef ze o.m. over de watersnood van 1916 in Volendam. Zij en haar gezin behoorden tot de zeer weinige Volendammers die niet tijdens de watersnood en de weken daarna hun huis hebben moeten verlaten. In het dagboek komen, behalve haar man, die zij als D. aanduidt, ook haar zoon Piet, haar dochters Frederiek en Marie , haar schoonzoon Aart, haar kleinzoon Japie, Gré, de verloofde van Piet en het dienstmeisje Aagtje voor.

[14 Jan.]
Om 8 uur zagen wij overal water op de straten komen en weldra kwam D. thuis, die ons aanraadde maar het noodigste naar boven te brengen daar hij vreesde, dat er ergens een doorbraak zou zijn, maar aan een andere kant dan waar het van nacht gevreesd werd. Wij togen dadelijk aan ’t werk, om eerst het allernoodigste naar boven te brengen wat later gevolgd werd door allerlei lichte meubelen enz. Intusschen was het water al harder en harder komen aanzetten; weldra in stroomen en later gelijk een waterval zoo hevig dat wij soms ons werk vergaten en met ontzetting naar de watermassa stonden te kijken.

Japie vond het prachtig, had geen oogenblik angst en stond erbij te huppelen en te springen en riep dan af en toe: Opa en Oma komt U nu toch weer eens kijken zooveel water. Eerst vleiden wij ons nog met den hoop, dat ons huis misschien droog zou blijven, daar het zooveel hooger staat dan de huisjes in de … ; wij hadden zooiets nog nooit bijgewoond, maar toen het daar weldra vol werd kwam het water in onzen tuin: wij wilden onze kippen nog in het schuurtje zien te bergen, maar zij werden met de stroom meegevoerd tot achter in den tuin en zoo moesten wij al onze mooie kippen, 17 kippen met een haan, voor onze oogen zien verdrinken, och, wat vond ik dat vreeselijk: later waren wij toch maar blij, dat het dadelijk gebeurd was, want ook in het schuurtje waren ze toch verdronken. Uben had ons verteld dat om 11 uur het water misschien nog zakken zou, doordat de eb dan intrad, maar toen het 11 uur was bemerkten wij er niets van en het water naderde al meer en meer ons huis en wij brachten maar naar boven, zetten het buffet en de groote waschtafel op kisten, plaatsten de boekenkast op de vensterbank en deden wat wij maar konden, tot wij eensklaps overal het water op de vloer zagen komen. Toen vlogen wij nog naar boven met allerlei noodige zaken, doch toen wij weer beneden kwamen was het water al zoo hoog in de kamers, dat wij er niet meer in konden. Wij moesten het dus opgeven en waren ook doodmoe.

De familie van Aagtje kwam haar nog halen, maar zij wilde ons niet alleen laten, wat wij bijzonder aardig van haar vonden.

Wij begonnen het ons nu maar boven wat gezelliger te maken en ook te beraadslagen wat we voor het middagmaal zullen klaar maken en hoe: gelukkig hebben wij 2 emmers aardappelen uit den kelder meegenomen (wij hadden er nog wel voor ƒ 25,-) en 10 à 12 flesschen postelein, ook nog wat vleesch, dan hadden we nog een oud 3 pits petroleumstel en een 1 pits en ook een Belgische lamp: hoewel dus ‘behelperig’ kregen we ons diné tegen 4 ongeveer klaar: om 5 uur konden wij Marie bij ons roepen: zij was met Piet in een bootje op zij van ons huis. Wij konden met hem spreken door het raam, maar ze konden niet bij ons komen. Wij hoorden toen, dat de doorbraak bij Katwou was gebeurd, Marie had het vernomen door bulletins, die in Purmerend rondgestrooid werden, dat de dijk door was en Piet had het in de courant gelezen, terwijl ze elkander in de trein ontmoet hadden. Piet had een tasch met mondvoorraad meegenomen, vooral voor mij, brood, room, eieren en chocola en voor Japie kwattarepen; alles werd dankbaar naar boven gehaald aan een touw door het raam van de bovenvoorkamer, waarna zij de terugreis weer ondernamen, wat, naar wij later vernamen, door het water overal een zeer moeielijke reis was.

In ons huis was het water ’s avonds al boven de vensterbanken; toen wij eens tot rust kwamen, bemerkten wij, dat onze geheele wijk verlaten was, ’s avonds zagen wij aan het licht, dat wij met ons 3 huisgezinnen hier in de omgeving nog woonden.

Frits Veldhuizen, die altijd boven woont, de garnalenpeller en wij, terwijl er 418 huisjes geheel of gedeeltelijk in het water staan, allen door de bewoners in allerijl verlaten sommigen zonder iets te kunnen redden.

maandag 12 januari 2026

Theodor Fontane • 13 januari 1856

Dagboek van Theodor Fontane
* Theodor Fontane (1819-1898)

Vertaling onderaan

Sonntag d. 13. Januar,
Schweitzer holt uns aus dem Bett. Mit ihm nach 38 Berner Street. Kurze Unterredung mit Mrs. Tucker. Das Haus gemiethet pro 100 £ jährlich. - Mit Wentzel und Schweitzer nach Greenwich. Den Nachmittag über in der Bilder-Gallerie. Mit Interesse den Nelson-room gesehn, der 5 oder 6 kleinere Bilder enthält, die Bezug auf Nelson nehmen. a) Nelson, als Midshipman, bindet mit einem Eisbären an, um seinem Vater das Fell mit heim zu nehmen b) Nelson verliert den Arm bei Tenerifa c) Nelson an Bord des geenterten San Jose (bei St. Vincent) d) Nelson als Volontair bei einer gefährlichen Fahrt und e) Nelson im Amputir-Raum des »Victory« (Trafalgar). Die Sachen sind sammt und sonders ohne großen künstlerischen Werth aber charakteristisch und wirkungsvoll gemacht. In Trafalgar-Tavern (reizende Aussicht auf die Themse) gut und theuer gegessen. Geplaudert am Kamin bis gegen 8. Dann zurück zur Eisenbahn-Station. Unterwegs einen schwäbischen Landsmann getroffen, der uns bis London begleitet. Nach Haus. Einige Strophen für Kugler geschrieben; dann Briefe an Mrs. Wilmot, Emilie, Custom-house und James Morris.



Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

Zondag 13 januari.
Schweitzer haalt ons uit bed. Met hem naar 38 Berner Street. Kort onderhoud met mevrouw Tucker. Het huis gehuurd voor 100 pond per jaar. – Met Wentzel en Schweitzer naar Greenwich. De hele middag in de schilderijengalerij doorgebracht. Met belangstelling de Nelson Room gezien, die vijf of zes kleinere schilderijen bevat die betrekking hebben op Nelson: a) Nelson als adelborst die het opneemt tegen een ijsbeer om diens vel mee naar huis te nemen voor zijn vader; b) Nelson verliest zijn arm bij Tenerife; c) Nelson aan boord van de geënterde San Jose (bij St. Vincent); d) Nelson als vrijwilliger tijdens een gevaarlijke tocht; en e) Nelson in de amputatiekamer van de Victory (Trafalgar).

De stukken zijn stuk voor stuk van geen grote artistieke waarde, maar wel karakteristiek en indrukwekkend uitgevoerd. In de Trafalgar Tavern (prachtig uitzicht op de Theems) goed maar duur gegeten. Bij de open haard zitten praten tot tegen achten. Daarna terug naar het treinstation. Onderweg een Zwabische landgenoot ontmoet, die ons tot Londen vergezelde. Thuisgekomen. Enkele strofen voor Kugler geschreven; daarna brieven aan mevrouw Wilmot, Emilie, het douanekantoor en James Morris.

zondag 11 januari 2026

Arnold Heilbut • 12 januari 1941

Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.

Zondag 12 Jan.
Vanochtend is [broer] Walter met zijn hoofd door een ruit gevallen. Er is hem gelukkig niets gebeurd, omdat hij een handdoek om zijn hoofd had, opdat zijn haar zou zitten. Maar de ruit was stuk, en we konden vandaag geen nieuwe krijgen. We hebben nu het raam losgehaald, er aan weerskanten karton overheen gedaan, en het er weer in gezet.
Vanmiddag waren we weer met een heel stel gaan schaatsenrijden, Hanna en Ernst waren er natuurlijk ook bij. Het was reuzen gezellig. Ik moet toch eens met Hanna spreken, zo gaat het niet, zoals op het ogenblik.
Het vriest nu nog een paar graden. Ik ben benieuwd hoelang het weer vriezend blijft. Vlees hebben we nog, iedere week genoeg.

Maandag 13 Jan.
Het dooit flink op 't moment, maar ik geloof dat er nog weer een vorstperiode zal komen.
Gisteren vertelde ik in het bijzijn van H. en Ernst, dat Zondagavond waarschijnlijk weer een volksconcert zal zijn. H. wou er erg graag naar toe. Vandaag had ik zekerheid dat dit concert zou zijn. Ik heb Hanna gevraagd of ze zin had om mee te gaan. Maar ze zei dat ze geen zin had; en gister dan?! Ik moet haar werkelijk eens spreken.

P.J.M. Aalberse • 11 januari 1924

Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholieke politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.

vrijdag 11 januari 1924

Gisteren naar Deventer geweest om eens met de heer Schoemaker te praten over Het Centrum en de kredietmoeilijkheid. Gelukkig! Hij wil er zich voorspannen om een consortium bijeen te brengen dat f 100.000 leent, in tien jaar af te doen. Als dat lukt zijn we er!

Vandaag ministerraad van tien tot half vijf! We hebben de regeeringsverklaring opgesteld, waarmee we dinsdag a.s. in de Kamer zullen komen. Ruijs had ’n concept gemaakt. Er is zoowat niets van over gebleven! ’t Is anders moeilijk werk om ’n stuk met negen man te redigeeren. Negen – want … Colijn is tot 20 januari naar Zwitserland gegaan! Dat zal wel – en terecht – kwaad bloed zetten, als hij er dinsdag niet is. Feitelijk heeft hij de geheele crisis beheerscht en – nu ’t op de verantwoording aankomt is hij buitenaf.

Twee incidenten. De Visser kwam nog eens terug op de verklaring van Ruijs bij de vlootwet, dat geen der ministers meer zou willen terugkomen. ’t Bleek nu, dat vijf van de tien er niet van geweten hebben. Ruijs zei, dat Colijn ’t geadviseerd had, vooral om de katholieke democraten te beduiden, dat als ’t kabinet viel, ze niet behoefden te hopen, dat ik in een ander kabinet herrijzen zou! Ik merkte op, dat ’t dan des te zonderlinger was, dat hij dit verklaarde, zonder dat ik er zelf iets van wist!! De Visser verklaarde nog, dat hij over eenige weken toch heen zou gaan. Kon ik hem maar volgen!

Vervolgens beklaagde Van Dijk zich ernstig over Colijn, die hem tot een legerorganisatie wilde dwingen, waardoor er van een leger niets goeds meer overbleef. Ook hij dreigde reeds met heengaan! ’t Is wel een mooi begin! Maar ’t bewijst hoe onmogelijk de toestand is.