• Caroline Cowles Richards (1842-1913): Village Life in America 1852-1872, Including the period of the American Civil War as told in the diary of a school-girl.
February 8.—I have not written in my journal for several days, because I never like to write things down if they don’t go right. Anna and I were invited to go on a sleigh-ride, Tuesday night, and Grandfather said he did not want us to go. We asked him if we could spend the evening with Frankie Richardson and he said yes, so we went down there and when the load stopped for her, we went too, but we did not enjoy ourselves at all and did not join in the singing. I had no idea that sleigh-rides could make any one feel so bad. It was not very cold, but I just shivered all the time. When the nine o’clock bell rang we were up by the “Northern Retreat,” and I was so glad when we got near home so we could get out. Grandfather and Grandmother asked us if we had a nice time, but we got to bed as quick as we could. The next day Grandfather went into Mr. Richardson’s store and told him he was glad he did not let Frankie go on the sleigh-ride, and Mr. Richardson said he did let her go and we went too. We knew how it was when we got home from school, because they acted so sober, and, after a while, Grandmother talked with us about it. We told her we were sorry and we did not have a bit good time and would never do it again. When she prayed with us the next morning, as she always does before we go to school, she said, “Prepare us, Lord, for what thou art preparing for us,” and it seemed as though she was discouraged, but she said she forgave us. I know one thing, we will never run away to any more sleigh-rides.
maandag 7 februari 2022
zondag 6 februari 2022
Adriaan Keller • 7 februari 1953
• Beschrijving door Adriaan Keller (1906-198?) van de watersnoodramp in 1953. De ramp was op 1 februari 1953, het verslag is gedateerd 7 februari 1953. Keller was doofgeboren, dat zie je terug in zijn taalgebruik. * Dagboekfragmenten van Adriaan Keller
7 Feb ’53. Vreselijk waterramp deze week gevallen. Ik hoop dat ‘t goed overzicht schrijven maar alles was nachts gebeurd. Zaterdagavond kom ik van Dordt schaken om 12 uur zou onder de spoorviaduct rijden, tot de schrik water zoo hoog. Half meter op de straat. Ik keek vreemd op. Moest om twee uur laag water zijn. Terugrijden onder de tunnel op de Krispijnseweg naar huis, direkt stok gezet bij het water, half uur later gemeten 25 cm gerezen. Dat gaat niet goed. In plaats van zakken, nu snel omhoog. Mijn vrouw is gelukkig nog op. Direkt opgebeld naar Burgemeester, B. de Jong en Schoonderwoerd. Alledrie direkt hiergekomen. Het water steeg snel om 1 1/2 uur al bijna tegen de balk. Cor [de knecht, GK] met vrouw en kind geroepen, alle meubelen op zolder gezet en naar hier gebracht. B. De Jong haalt nog vier man om de ka na te kijken.
Om 2 uur loopt water al over de ka op laagste plek. Vooral bij het hek. Stro met palen neergeslagen ‘t helpt niet om 2 1/2 uur loopt al 25 cm water over de hele ka. 1/2 uur later begint de polder onderwater te loopen. Burgemeester met mannen moesten gauw weg, anders zou de weg onder zijn. Om 4 uur loopt water niet meer over de ka, dus ik dacht dat het water zakken, maar hele polder was blank van het water. De wind blijft orkaan, precies NoordWesten.
Om 6 uur gaat ik met Cor melken 1 koe uitgemolken nog even buiten kijken ‘t water staat al tegen silo, ik begin erg onrustig te worden, nog 1 koe melken en ‘t water loopt al door de deur heen in de stal. Dus ik moest weg, al te laat, 1 voet water in de stal, dus natte voeten. Cor en ik zouden naar huis gaan door de schuur heen. …al te veel water. Even naar buiten, achterdeur heen, maar onmogelijk deur open krijgen want ‘t water door de deur heen half meter hoger als binnen. Dus gauw door de schuur naar motorhok, dus bijna te laat. De grote deuren van de schuur vlieg open, water zeker 1 meter hoog naar binnen. Wat moet ik doen? Ik heb petroleumlamp in mijn hand. Ik zag grote schelf stro achter dorsmachine aan komen drijven naar mij toe met (lier en stenen muur?) , dus ik blijf stil staan en houd vast aan deur van stal, toen de stro voorbij is ga ik verder tot de grote deur achterheen gekropen. Zo door het gaasdeur heen getrapt, ‘t is gelukkig anders zou ik nooit binnen komen. Zeer onder de indruk kom ik met Cor binnen.
[lees verder]
Rutka Laskier • 6 februari 1943
• Rutka Laskier (1929-1943) was een Pools meisje dat in een Duits concentratiekamp om het leven kwam. Ze hield in de laatste maanden van haar leven een dagboek bij. Het is in het Nederlands vertaald door Karol Lesman.
6 II 43[...]
Vandaag heb ik nog eens heel precies de dag van 12-08-’42 voor de geest gehaald, dat wil zeggen het verzamelpunt op Hakoach [sportveld van de Joodse Sport en Gymnastiek Vereniging Hakoach]. Ik zal proberen hem te omschrijven, zodat je er over een paar jaar, als ze me tenminste niet deporteren, nog eens aan kunt terugdenken. Om 4 uur stonden we op. We aten (voor oorlogstijd) eersteklas: eieren, salade, roomboter, koffie met melk. In een mum was het half 6. Toen gingen we op pad. Onderweg duizenden mensen, we moesten om de paar minuten stilstaan om de menigte voor ons te laten doorstromen, om half 7 waren we ter plekke. We hadden een redelijke plek op de tribune. Tot een uur of 9 waren we in best goeden doen. Toen zag ik over de schutting soldaten staan die hun geweren op het park gericht hielden, voor het geval iemand wilde ontsnappen (waarlangs dat kon). Mensen vielen flauw, kinderen huilden, het was gewoon de dag des oordeels. Mensen hadden dorst en er was nergens een druppel te krijgen, de hitte was verschrikkelijk. Toen begon het plotseling te plenzen, en zo bleef het de hele tijd regenen. Om 3 uur arriveerde Kuczynski en toen begon de segregatie. 1 betekende ‘terugkeer’, 1a ‘tewerkstelling’, wat honderd keer erger was dan deportatie, 2 ‘ter controle’ en 3 was ‘deporatie’ ofwel de dood. Toen zag ik wat ongeluk was.
We hebben er tot 4 uur gestaan, mama en papa en mijn broertje gingen naar 1, en ik naar 1a. Ik leek wel verdoofd toen ik daarheen liep. Salek Goldcweig, Linka Gold en Mania Potocka waren er al. Het vreemdst van alles was nog wel dat geen van ons huilde, er werd ab-so-luut geen traan gelaten. Daarna heb ik zo veel ellende gezien, dat is gewoon met geen pen te beschrijven. Kleine kinderen lagen in het van de regen natte gras. Het onweer raasde boven onze hoofden. De politieagenten sloegen en schoten, het was afschuwelijk. Ik heb daar tot 1 uur ’s nachts gezeten, toen ben ik gevlucht. Mijn hart klopte als een hamer. Ik ben van een klein bijgebouwtje van de eerste verdieping gesprongen en ik had niks, er kwam alleen bloed uit mijn kapotgebeten lip, ik zat helemaal onder het bloed, eenmaal op straat viel ik regelrecht in de armen van een of ander ‘uniform’, ik voelde dat ik mijn beheersing zou verliezen. Alles tolde in mijn hoofd, ik was er zeker van dat hij me ervan langs zou geven... Maar hij was dronken, want hij zag mijn Judenstern niet en liet me gaan. Om mij heen was het pikkedonker, alleen verscheurde van tijd tot tijd de bliksem de duisternis en rommelde de donder. De weg waar je normaal een half uur over doet liep ik nu in 10 minuten. Iedereen was thuis behalve oma, die heeft vader de volgende dag opgehaald. Dat was alles, o ja, het belangrijkste ben ik nog vergeten, ik heb met eigen ogen gezien hoe een soldaat een baby van een paar maanden uit de handen van zijn moeder rukte en met alle macht zijn hoofdje tegen een lantaarnpaal sloeg. De hersenen spatten uiteen op het hout, en de moeder kreeg een aanval, ik schrijf het op alsof het niets voorstelt, alsof ik een in wreedheden getraind leger ben, terwijl ik nog maar heel jong ben, ik ben veertien en ik heb in mijn leven nog niet veel gezien, en toch ben ik al zo onverschillig. Ik voel [...] nu alleen zo’n vreselijke angst, als ik een ‘uniform’ zie word ik verdrietig voor al die massa’s die op de dood wachten. Ha ha, om gek van te worden, als je het allemaal voor de geest haalt. [...]
6 II 43[...]
Vandaag heb ik nog eens heel precies de dag van 12-08-’42 voor de geest gehaald, dat wil zeggen het verzamelpunt op Hakoach [sportveld van de Joodse Sport en Gymnastiek Vereniging Hakoach]. Ik zal proberen hem te omschrijven, zodat je er over een paar jaar, als ze me tenminste niet deporteren, nog eens aan kunt terugdenken. Om 4 uur stonden we op. We aten (voor oorlogstijd) eersteklas: eieren, salade, roomboter, koffie met melk. In een mum was het half 6. Toen gingen we op pad. Onderweg duizenden mensen, we moesten om de paar minuten stilstaan om de menigte voor ons te laten doorstromen, om half 7 waren we ter plekke. We hadden een redelijke plek op de tribune. Tot een uur of 9 waren we in best goeden doen. Toen zag ik over de schutting soldaten staan die hun geweren op het park gericht hielden, voor het geval iemand wilde ontsnappen (waarlangs dat kon). Mensen vielen flauw, kinderen huilden, het was gewoon de dag des oordeels. Mensen hadden dorst en er was nergens een druppel te krijgen, de hitte was verschrikkelijk. Toen begon het plotseling te plenzen, en zo bleef het de hele tijd regenen. Om 3 uur arriveerde Kuczynski en toen begon de segregatie. 1 betekende ‘terugkeer’, 1a ‘tewerkstelling’, wat honderd keer erger was dan deportatie, 2 ‘ter controle’ en 3 was ‘deporatie’ ofwel de dood. Toen zag ik wat ongeluk was.
We hebben er tot 4 uur gestaan, mama en papa en mijn broertje gingen naar 1, en ik naar 1a. Ik leek wel verdoofd toen ik daarheen liep. Salek Goldcweig, Linka Gold en Mania Potocka waren er al. Het vreemdst van alles was nog wel dat geen van ons huilde, er werd ab-so-luut geen traan gelaten. Daarna heb ik zo veel ellende gezien, dat is gewoon met geen pen te beschrijven. Kleine kinderen lagen in het van de regen natte gras. Het onweer raasde boven onze hoofden. De politieagenten sloegen en schoten, het was afschuwelijk. Ik heb daar tot 1 uur ’s nachts gezeten, toen ben ik gevlucht. Mijn hart klopte als een hamer. Ik ben van een klein bijgebouwtje van de eerste verdieping gesprongen en ik had niks, er kwam alleen bloed uit mijn kapotgebeten lip, ik zat helemaal onder het bloed, eenmaal op straat viel ik regelrecht in de armen van een of ander ‘uniform’, ik voelde dat ik mijn beheersing zou verliezen. Alles tolde in mijn hoofd, ik was er zeker van dat hij me ervan langs zou geven... Maar hij was dronken, want hij zag mijn Judenstern niet en liet me gaan. Om mij heen was het pikkedonker, alleen verscheurde van tijd tot tijd de bliksem de duisternis en rommelde de donder. De weg waar je normaal een half uur over doet liep ik nu in 10 minuten. Iedereen was thuis behalve oma, die heeft vader de volgende dag opgehaald. Dat was alles, o ja, het belangrijkste ben ik nog vergeten, ik heb met eigen ogen gezien hoe een soldaat een baby van een paar maanden uit de handen van zijn moeder rukte en met alle macht zijn hoofdje tegen een lantaarnpaal sloeg. De hersenen spatten uiteen op het hout, en de moeder kreeg een aanval, ik schrijf het op alsof het niets voorstelt, alsof ik een in wreedheden getraind leger ben, terwijl ik nog maar heel jong ben, ik ben veertien en ik heb in mijn leven nog niet veel gezien, en toch ben ik al zo onverschillig. Ik voel [...] nu alleen zo’n vreselijke angst, als ik een ‘uniform’ zie word ik verdrietig voor al die massa’s die op de dood wachten. Ha ha, om gek van te worden, als je het allemaal voor de geest haalt. [...]
Mochtar Lubis • 5 februari 1975
• Mochtar Lubis (1922-2004) was een Indonesische schrijver en journalist. In februari 1975 werd hij vanwege zijn kritische opstelling gearresteerd en twee maanden gevangengezet. Hij schreef in die maanden een dagboek dat is gepubliceerd als Kampdagboek.
Woensdag, 5 februari 1975. Ontbijt: rijst met een stukje gebakken tahu, geen water. We moeten hier ons eigen keukengerei hebben, ook om thee te kunnen zetten en te koken. Gelukkig heeft Astrawinata mij vanochtend uitgenodigd om nasi-bubur à la Menado te komen eten. Gelukkig maar, want de mieren kwamen dadelijk op mijn rijst en tahu af en krioelden om de rantang (etensdrager) heen. Ik ren het veld rond: 5 x 146 meter = 730 meter. Jaksa Suyono van het openbaar ministerie en majoor Suwarto zijn langs geweest. Ze behoorden tot het team dat mij zo'n twee maanden voor ik gearresteerd werd, ondervroeg. Ze leggen uit dat ze gekomen zijn omdat volgens de regels binnen vierentwintig uur na de arrestatie een verhoor moet plaatsvinden. Ze stellen voor dat ik hun komst maar als een verhoor moet beschouwen, omdat het toch over dezelfde zaken zou gaan als voordien, en zeggen dat ze binnen een paar dagen een officieel proces-verbaal zullen opstellen. Ik heb er geen bezwaar tegen en vraag ze tegen de procureur-generaal Ali Said te zeggen dat mijn hechtenis niet eindeloos moet duren. Als de regering echt over bewijzen beschikt dat ik de wet heb overtreden, moet ik snel voor de rechtbank gebracht worden. Zo niet dan moet men mij gauw weer vrijlaten. Als ik van het kantoor langs het paviljoen van Manman kom, zie ik dat hij er opgewekt en ongebroken uitziet.
Gisteren kreeg ik gelukkig een veldbed en een kussen van Hally. Ze was al langs geweest en heeft kapitein Sihombing ontmoet. Ik bid dat ze moed mag houden. De kinderen, Iwan, Adé en Ike zien er ook kalm en moedig genoeg uit. Het Mini Indonesië Project ligt vlakbij Nirbaya. Een prachtige Indonesische vertoning! Mini Indonesië en het Nirbaya-kamp naast elkaar! Generaal Pranoto, het hoofd van het Amal-blok vertelde me dat men de avond vóór ik gearresteerd werd tegen hem had gezegd dat er een zeer belangrijke gevangene zou komen en dat er een paviljoen in gereedheid moest worden gebracht dichtbij dat van hem en van luchtmaarschalk Omar Dhani. Ze waren er zeker van dat het een generaal zou zijn. Vooral toen op de vraag of het iemand was die uit een andere gevangenis werd overgebracht werd geantwoord: 'Nee, van buiten.' Ze dachten dat het generaal Nasution of generaal Sumitro zou zijn. Maar het bleek, zei hij schertsend, een journalist-generaal te zijn. Het bericht gaat dat de studenten die in een militaire gevangenis worden vastgehouden nu over verschillende gevangenissen verspreid zijn. Het menu van vandaag: rijst goed en voldoende, 's Avonds een klein stukje tempé, sajur lodeh, 's middags 1 stukje gebakken tahu, 1 stukje omelet en gekookte groenten.
[...]
Woensdag, 5 februari 1975. Ontbijt: rijst met een stukje gebakken tahu, geen water. We moeten hier ons eigen keukengerei hebben, ook om thee te kunnen zetten en te koken. Gelukkig heeft Astrawinata mij vanochtend uitgenodigd om nasi-bubur à la Menado te komen eten. Gelukkig maar, want de mieren kwamen dadelijk op mijn rijst en tahu af en krioelden om de rantang (etensdrager) heen. Ik ren het veld rond: 5 x 146 meter = 730 meter. Jaksa Suyono van het openbaar ministerie en majoor Suwarto zijn langs geweest. Ze behoorden tot het team dat mij zo'n twee maanden voor ik gearresteerd werd, ondervroeg. Ze leggen uit dat ze gekomen zijn omdat volgens de regels binnen vierentwintig uur na de arrestatie een verhoor moet plaatsvinden. Ze stellen voor dat ik hun komst maar als een verhoor moet beschouwen, omdat het toch over dezelfde zaken zou gaan als voordien, en zeggen dat ze binnen een paar dagen een officieel proces-verbaal zullen opstellen. Ik heb er geen bezwaar tegen en vraag ze tegen de procureur-generaal Ali Said te zeggen dat mijn hechtenis niet eindeloos moet duren. Als de regering echt over bewijzen beschikt dat ik de wet heb overtreden, moet ik snel voor de rechtbank gebracht worden. Zo niet dan moet men mij gauw weer vrijlaten. Als ik van het kantoor langs het paviljoen van Manman kom, zie ik dat hij er opgewekt en ongebroken uitziet.
Gisteren kreeg ik gelukkig een veldbed en een kussen van Hally. Ze was al langs geweest en heeft kapitein Sihombing ontmoet. Ik bid dat ze moed mag houden. De kinderen, Iwan, Adé en Ike zien er ook kalm en moedig genoeg uit. Het Mini Indonesië Project ligt vlakbij Nirbaya. Een prachtige Indonesische vertoning! Mini Indonesië en het Nirbaya-kamp naast elkaar! Generaal Pranoto, het hoofd van het Amal-blok vertelde me dat men de avond vóór ik gearresteerd werd tegen hem had gezegd dat er een zeer belangrijke gevangene zou komen en dat er een paviljoen in gereedheid moest worden gebracht dichtbij dat van hem en van luchtmaarschalk Omar Dhani. Ze waren er zeker van dat het een generaal zou zijn. Vooral toen op de vraag of het iemand was die uit een andere gevangenis werd overgebracht werd geantwoord: 'Nee, van buiten.' Ze dachten dat het generaal Nasution of generaal Sumitro zou zijn. Maar het bleek, zei hij schertsend, een journalist-generaal te zijn. Het bericht gaat dat de studenten die in een militaire gevangenis worden vastgehouden nu over verschillende gevangenissen verspreid zijn. Het menu van vandaag: rijst goed en voldoende, 's Avonds een klein stukje tempé, sajur lodeh, 's middags 1 stukje gebakken tahu, 1 stukje omelet en gekookte groenten.
[...]
donderdag 3 februari 2022
Randy Newman • 4 februari 2004
• Randy Newman (1943) is een Amerikaanse componist en zanger. Hij houdt op incidentele basis een journaal bij wanneer hij op tour is.
Randy’s Tour Journal — 4 February 2004
— WORLD WAR I REVISITED —
Here I am in Europe. I’ve done two shows in Belgium. I think they went pretty well. I talk less than I do at home but they seem to understand everything I say; they just didn’t think some of it was that funny.
I think some cuts are needed. “Rider In The Rain” was a hit in Belgium. An actual “hit”. So I practiced it and played it. It’s hard to understand why it wasn’t a hit all over the world as is the case with so many of my songs. “In Germany Before The War” or “Back On My Feet Again” for instance. Anyway, along with the success of their women’s tennis program (the two top players in the world are Belgian – one Flemish and one French or Walloon) and my appearances in Antwerp and Ghent, there is a closer bond between the Flemish and the French populations of the country than ever before. I’m getting some kind of award from the Queen. I don’t know what. The trip from Antwerp to Amsterdam was 2 ½ hours. I only had to stop to pee once. I’m a young sixty. There was a Little Criminal in Antwerp but I didn’t get to meet him. If any of you come to a show come back and see me. Unarmed. To Groningen tomorrow. It’s way up north but it would still be in L.A. County were I at home. It’s over 200 feet in elevation up there. I hope the altitude doesn’t cause me any problems this time. In passing, I met some very interesting cows and sheep just north of Breda. One of the cows had escaped from England during that bogus Mad Cow thing. He (she I guess – I don’t know much about cows) told me that he swam all the way to Holland from England but I don’t believe him (her). I’m staying in a hotel adjacent to the red light district. I sat in my window for three hours this evening. I bought a brand new purple light but attracted only some drunken German businessmen. There must be a better way to deal with loneliness. I want to tell you how good it made me feel to see Susan, Joan and Scott and all the other Little Criminals at UCLA. It was just about the best part of the evening for me to see all of you and have you meet my family.
By the way, I don’t know if I’m selling any tickets in Austria. It’s lovely this time of year. They love Americans too. Particularly Jews. Y’all come.
Love Randy
Note from Cathy:
Sorry he didn’t write anything about me. Again. I know how interested you are in what I’m up to. They love me in Antwerp. Randy’s age is beginning to become a burden to me. He actually stopped to pee three times. And he called that nice cow a liar. Sorry no pictures yet. Power supply is on its way.
–4 February 2004
Randy’s Tour Journal — 4 February 2004
— WORLD WAR I REVISITED —
Here I am in Europe. I’ve done two shows in Belgium. I think they went pretty well. I talk less than I do at home but they seem to understand everything I say; they just didn’t think some of it was that funny.
I think some cuts are needed. “Rider In The Rain” was a hit in Belgium. An actual “hit”. So I practiced it and played it. It’s hard to understand why it wasn’t a hit all over the world as is the case with so many of my songs. “In Germany Before The War” or “Back On My Feet Again” for instance. Anyway, along with the success of their women’s tennis program (the two top players in the world are Belgian – one Flemish and one French or Walloon) and my appearances in Antwerp and Ghent, there is a closer bond between the Flemish and the French populations of the country than ever before. I’m getting some kind of award from the Queen. I don’t know what. The trip from Antwerp to Amsterdam was 2 ½ hours. I only had to stop to pee once. I’m a young sixty. There was a Little Criminal in Antwerp but I didn’t get to meet him. If any of you come to a show come back and see me. Unarmed. To Groningen tomorrow. It’s way up north but it would still be in L.A. County were I at home. It’s over 200 feet in elevation up there. I hope the altitude doesn’t cause me any problems this time. In passing, I met some very interesting cows and sheep just north of Breda. One of the cows had escaped from England during that bogus Mad Cow thing. He (she I guess – I don’t know much about cows) told me that he swam all the way to Holland from England but I don’t believe him (her). I’m staying in a hotel adjacent to the red light district. I sat in my window for three hours this evening. I bought a brand new purple light but attracted only some drunken German businessmen. There must be a better way to deal with loneliness. I want to tell you how good it made me feel to see Susan, Joan and Scott and all the other Little Criminals at UCLA. It was just about the best part of the evening for me to see all of you and have you meet my family.
By the way, I don’t know if I’m selling any tickets in Austria. It’s lovely this time of year. They love Americans too. Particularly Jews. Y’all come.
Love Randy
Note from Cathy:
Sorry he didn’t write anything about me. Again. I know how interested you are in what I’m up to. They love me in Antwerp. Randy’s age is beginning to become a burden to me. He actually stopped to pee three times. And he called that nice cow a liar. Sorry no pictures yet. Power supply is on its way.
–4 February 2004
woensdag 2 februari 2022
Willem Bilderdijk • 3 februari 1797
• Schrijver Willem Bilderdijk (1756-1831) werd tijdens zijn verbanning naar Engeland tot over z’n oren verliefd op zijn leerlinge Wilhelmina, twintig jaar jonger dan hij. Hij overreedde haar hem na te reizen naar het vasteland, hoewel hij een getrouwd man was. Ze kregen een aantal kinderen, maar Willem kon pas vele jaren later met haar trouwen. Uit: Liefde en ballingschap. Brieven 1795-1797 (hertaald door Marita Mathijsen).
Londen, 3 februari 1797
Zou ik mijn vorig briefje kunnen versturen zonder er enig bewijs van de stemming van mijn hart aan toe te voegen na de gezegende momenten die ik samen met mijn liefste beminde doorgebracht heb? Aanbeden engel, ach! een druppel koel water is een hemelse verrukking voor de dorstige, ofschoon die de dorst niet kan lessen. Ik heb genoten van die verrukking, mijn liefste, en mijn hart is gelukkig, hoewel zijn verlangens slechts aangewakkerd zijn en niet bevredigd. Maar je zult me een nieuw geluk schenken, een nieuw verlangen naar geluk, en we zullen elkaar vreugde geven in onze wederzijdse tederheid. – Geef me (smeek ik) enig bericht, hoe je ontvangen bent en of alles goed is of niet? Ik ben er ongerust over, en de tranen die ik jou zag storten, maken mijn hart benard. – Adieu, mijn beminde, verlicht mijn smarten door een teder, een liefdevol briefje, dat er de tekenen van draagt dat je rustig, dat je gelukkig bent! Vaarwel!
Londen, 3 februari 1797
Zou ik mijn vorig briefje kunnen versturen zonder er enig bewijs van de stemming van mijn hart aan toe te voegen na de gezegende momenten die ik samen met mijn liefste beminde doorgebracht heb? Aanbeden engel, ach! een druppel koel water is een hemelse verrukking voor de dorstige, ofschoon die de dorst niet kan lessen. Ik heb genoten van die verrukking, mijn liefste, en mijn hart is gelukkig, hoewel zijn verlangens slechts aangewakkerd zijn en niet bevredigd. Maar je zult me een nieuw geluk schenken, een nieuw verlangen naar geluk, en we zullen elkaar vreugde geven in onze wederzijdse tederheid. – Geef me (smeek ik) enig bericht, hoe je ontvangen bent en of alles goed is of niet? Ik ben er ongerust over, en de tranen die ik jou zag storten, maken mijn hart benard. – Adieu, mijn beminde, verlicht mijn smarten door een teder, een liefdevol briefje, dat er de tekenen van draagt dat je rustig, dat je gelukkig bent! Vaarwel!
dinsdag 1 februari 2022
Clara • 2 februari 1819
• Uit: Bladen uit Clara's dagboek. Fictief dagboek, geschreven door Erna. Clara dreigt haar man te verliezen aan de verleidster Lucie, en dat begint ze nu door te krijgen.
2 Februari.
Nog twee dagen en alles zal uit zijn, want ik heb besloten er overmorgen een einde aan te maken, tenzij er morgen iets bijzonders gebeurt. Maar wat zou er dan moeten gebeuren? elke dag is gelijk aan de vorige, behalve dat ik elken dag meer van zijne liefde verlies.
En wat ik verlies, wint die andere, dat weet ik nu: ik heb Henri nauwkeuriger gevraagd naar Lucie en zijne verwarring was duidelijk; hij moet vroeger verliefd op haar zijn geweest, en nu komt dat gevoel met kracht weer boven.
O! ik krijg soms eene aanvechting als zou ik haar kunnen vermoorden; maar is het eigenlijk wel haar schuld? Is het wonder, dat zij hem lief heeft?
En hij? ik weet niet, of hij schuld heeft, maar hij denkt zeker, gelukkiger met haar te zullen worden dan met mij.
Wat kan ik doen? niets, niets, hem zijne vrijheid geven, en dan.... o, als ik maar niet behoefde te denken, als ik maar kon verdwijnen voor altijd! als ik niets meer voor hem kan zijn is het leven waardeloos.
Me dunkt, ik zal niet meer kunnen voelen, ik voel nu al niets meer dan die ééne stekende pijn.... hier in mijne borst.... hier aan mijne slapen, overal, overal!....
2 Februari.
Nog twee dagen en alles zal uit zijn, want ik heb besloten er overmorgen een einde aan te maken, tenzij er morgen iets bijzonders gebeurt. Maar wat zou er dan moeten gebeuren? elke dag is gelijk aan de vorige, behalve dat ik elken dag meer van zijne liefde verlies.
En wat ik verlies, wint die andere, dat weet ik nu: ik heb Henri nauwkeuriger gevraagd naar Lucie en zijne verwarring was duidelijk; hij moet vroeger verliefd op haar zijn geweest, en nu komt dat gevoel met kracht weer boven.
O! ik krijg soms eene aanvechting als zou ik haar kunnen vermoorden; maar is het eigenlijk wel haar schuld? Is het wonder, dat zij hem lief heeft?
En hij? ik weet niet, of hij schuld heeft, maar hij denkt zeker, gelukkiger met haar te zullen worden dan met mij.
Wat kan ik doen? niets, niets, hem zijne vrijheid geven, en dan.... o, als ik maar niet behoefde te denken, als ik maar kon verdwijnen voor altijd! als ik niets meer voor hem kan zijn is het leven waardeloos.
Me dunkt, ik zal niet meer kunnen voelen, ik voel nu al niets meer dan die ééne stekende pijn.... hier in mijne borst.... hier aan mijne slapen, overal, overal!....
Abonneren op:
Posts (Atom)







