5 October. De eerste regen bracht friste en glibberigheid. Een Havank [detectiveboekje], een pijp, een zuurzakje [vrucht, misschien als sap of thee] en, mirabile scriptu, chagrijn, die het quartet vol maakt. Bunschoten en Meijer vervangen door Van der Mast en Hanssen, validen door mismaakten. Maar van het zouteloos maar foutenrijk geleuter over bloemen zijn we verlost en nog heerlijker van het wellustig gedoe van een bête Mokumer. Trouwens, het hele zootje mag wegbandjirren [wegstromen] of door de aarde verzwolgen worden.
Wat kan sinds de 5de gebeurd zijn, dat de beschrijving waard is, zo vraag ik me de 9de af.
Anna Karenina gelezen, met zeldzaam veel plezier. Er zit veel waars in R.N. Roland Holst's overpeinzing over Tolstoi in vergelijking met Dostojewski. Universeel, reëel, verheven. Wat tuimelen na zo'n lectuur Blaman en de doorsnee-Vestdijk.
De 9de gingen Van Manen, Van Opstal en ik in de avondschemering naar onder om een Drieberg's predikant over de P.C.J. [kortegolfradio] te horen spreken (Van Manen stamt van Driebergen). Prachtige kleuren, bruin, rose, groen en lila. De lucht geurde naar regen. Vogelschreeuwen en krekelgesjirp. Schijnwerpers deden de bergwanden steil uit het duister oprijzen. In de kuil lag de centrale, diep weggedoken. Op de laatste draai naar beneden sliep de wacht vredig in het gras langs de weg. Voorzichtig stappend passeerden we. De P.C.J. was onvindbaar en zo deden we een potje 'mens erger je niet' in de heel huislijke kamer van korporaal Cocks. Pietje Bunschoten ergert zich wél, gloeiend zelfs en binnen een week zie ik hem naar de Madiunse strafgevangenis verhuizen. 'Ik kan dat sterren-en-strepen-geneuk met de beste wil niet meer verdragen.' Nu, ik heb hem niet lijdzaamheid aangeraden, daarvoor irriteert dat canaille me wat al te erg.
Intussen kwam de maan op en hesen we ons weer naar boven. De stille vrede van de natuur verzachtte de stemming. Zwijnen lieten zich naar beneden glieren [glijden] langs hun paadjes en redden zich in het dichte struikgewas. In de dalen gloeiden overal vuurtjes vóór de hutjes. Zwijgend liepen we verder langs het glinsterend water van de afvoerbeek en alleen bij flitsen sneden we een luitenant of rotsergeant de hals af. Ik moest bij een doekoen [toverdokter] in de leer gaan om in goena-goena [zwarte kunst] bedreven te worden. 4 flesjes zuurzak braken me 's nachts zuur op. Ik spuwde gal, gitzwarte gal.
Intussen kwam de maan op en hesen we ons weer naar boven. De stille vrede van de natuur verzachtte de stemming. Zwijnen lieten zich naar beneden glieren [glijden] langs hun paadjes en redden zich in het dichte struikgewas. In de dalen gloeiden overal vuurtjes vóór de hutjes. Zwijgend liepen we verder langs het glinsterend water van de afvoerbeek en alleen bij flitsen sneden we een luitenant of rotsergeant de hals af. Ik moest bij een doekoen [toverdokter] in de leer gaan om in goena-goena [zwarte kunst] bedreven te worden. 4 flesjes zuurzak braken me 's nachts zuur op. Ik spuwde gal, gitzwarte gal.
De T.N.I.-commandant Moh Yasin kreeg herrie met Nederlandse officieren, liep kwaad weg, en wou zelfs niet weggebracht worden door een wagen van ons: 'Ik tippel wel, het zal nu hard tegen hard gaan. Het fourageren werd uitgesteld tot eindelijk in Kandangan de zaak werd bijgelegd. Bavinck, de Militaire Willemsorde-drager, een echte avonturier, had een kolfje naar zijn hand.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten