donderdag 20 augustus 2026

C. Buddingh' • 22 augustus 1970

C. Buddingh' (1918-1985) was schrijver en dichter. Hij publiceerde vijf boeken met dagboeknotities.

21-8
Het is in de poëzie als in de economie: stilstand is achteruitgang.
Prachtige uitdrukking in de laatste Ross Macdonald - The Goodbye Look, vanochtend bij Revers gekocht: ‘She drinks like she's got a hollow leg.’ Zoiets verzin je niet, moet je, als schrijver, ergens hebben gehoord.
Ergernis als inspiratiebron - zou een aardige studie over zijn te schrijven.

22-8
Wat je meer en meer tegenkomt - en wat ik nog steeds even hinderlijk en verwerpelijk vind: het formeren van de overtreffende trap met behulp van het woordje ‘meest’. Zoëven weer, voor de tv: ‘een van Nederlands meest bekende coureurs.’ Waarom niet gewoon: ‘een van de bekendste coureurs van ons land’? Ik geloof dat ik zelfs al een keer ‘meest grote’ heb gelezen ergens.

24-8
Een van de dingen waaraan je merkt dat je ouder wordt: dat je niet meer, al is het maar een klein stukje, met twee handen los durft te fietsen.

Maarten 't Hart • 21 augustus 1969

• In 1969-1970 hield de Nederlandse schrijver Maarten 't Hart (1944) een onregelmatig dagboek bij.

21 aug. Voor het eerst cantate 101 van Bach gehoord. Dadelijk opgenomen op de band. Cantate 101 begint met een grimmig, wat grauw koor, waar je lang naar moet luisteren voordat je ontdekt hoe bijzonder het is. In het werk een duet waar je helemaal stil van wordt. Het is uiteraard in 12/8, altijd een garantie bij Bach voor iets groots. Eigenlijk is het geen duet maar een kwartet want fluit en hobo zijn net zo belangrijk als sopraan en alt. De opbouw van de melodie is wel heel knap. Bach begint met een zestiende, gevolgd door twee twee-en-dertigsten, laat dan een gepunteerde achtste na een voorslag, een zestiende en weer een achtste volgen, herhaalt de achtste en gaat een kleine secunde omlaag. Dan volgt dezelfde figuur maar nu een trap hoger (kortom er is sprake van een sequens) en dan breekt hij de zo verkregen figuur op in onderdelen die in verschillende volgordes terugkeren. Tenslotte volgen allemaal zestienden. Verderop blijkt dan hoe goed deze lange figuur zich leent voor contrapuntische verwerking en hoe mooi de zangstemmen daarbij passen. Het is echt iets ongelofelijks. Ik zou toch wel eens precies willen uitzoeken of de duetten in de cantates in het algemeen van een zeer hoog niveau zijn. Zo op het eerste gezicht wel want in cantate 3, 9, 20, 21, 42, 80, 100, 156, zijn buitengewoon mooie duetten te vinden. En het betoverendste wat Bach misschien wel ooit schreef is het duet uit cantate 78.

woensdag 19 augustus 2026

François HaverSchmidt • 20 augustus 1861

François HaverSchmidt (1835-1894, beter bekend als Piet Paaltjens) was een Nederlandse schrijver en dominee. Uit: Reis door België en langs den Rijn, in Augustus 1861 ondernomen door Adolf van Slooten, zeepzieder te Dockum, Feddo Jan HaverSchmidt, wijnkooper te Leeuwarden en François HaverSchmidt, predikant te Foudgum en Raard in Westdongeradeel, beschreven door laatstgenoemde.

20 augustus, Antwerpen
[...] En nu werd het tijd om te eten. Om vijf uur ving dat werk aan en het ging goed. O.a. aten wij heerlijke zeekreeft. Na den eten stapten wij naar de Jardin Zoölogique buiten de Kipdorppoort, waar muzijk en en veel publiek was. De tuin is zeer mooi en wij zagen er vele fraaie dieren. Inzonderheid trof ons een groote verzameling zeer kleine vogeltjes en een groote Egyptische tempel met zebras en olifanten. Terwijl wij op den heerlijken avond prettigjes onze cigaar rookten en een glas Lambiek dronken op stoeltjes die het ons moeite gekost had om magtig te worden, kondigde een verwijderd gedonder ons aan dat het groote vuurwerk aanving, 't welk de stad Antwerpen bij gelegenheid van het Congres aan de artistes gaf. Wij maakten ons ijlings op weg; het volk wees ons dien. Den stroom der menigte volgende kwamen wij door een laan waar aan weerszijden een schoone gaz-illuminatie was aangebragt, vormende de namen van alle beroemde schilders van den nieuweren tijd. (Ik denk dat deze laan de avenue Charlotte was tegenover de lunette d'Herenthals. De ‘garçon’ van het Hôtel had ons de plaats van het vuurwerk als boulevard Léopold aangeduid). Aan de overzijde van de gracht die de lunette of schans van onze laan afscheidde werd een prachtig vuurwerk ontstoken, welks onderscheiden kleuren nog nooit door ons zoo schoon waren gezien. Door middel van electrisch licht werd daarenboven een tooverachtig licht op den schans geworpen. Wij wandelden langs de fraai geïllumineerde avenue Macerus, met schoone eerebogen opgeluisterd naar de stad terug maar zouden toen bijna in het duister van de stad zijn afgewandeld. Gelukkig wees men ons nog tijdig het regte pad, waarop wij nog even gelegenheid hadden om het laatste gedeelte te zien van de inwendige verlichting van den cathedraalstoren, waarmeê de feestelijkheden van den avond besloten werden. Nu wandelden wij nog een weinig rond, dronken een flesch wijn op de stoep van het café de l'Empereur op de Place de Meir en zochten vervolgens de Reedijk op, alwaar in bijna elk huis muziek gemaakt en gedanst werd. In Frascati dronken wij een glas bier. Een mengelmoes van zeevolk, militairen en burgers danste er met fraai getoiletteerde dames, schoone bloemen - maar die het liefste waas, de onschuld, misten. Na ook dit te hebben gezien zochten wij Mons. Corvilain op en gingen naar bed.

dinsdag 18 augustus 2026

26-jarige vrouw • 19 Augustus 1970

• Uit een geanonimiseerd dagboek uit de collectie van het Nederlands dagboekarchief.

Woensdag 19 Augustus 1970
[…] gisteren was D. hier de hele dag. Dat was heerlijk.
Hij kwam met de meest idiote confessie. Toen L. hem eergisteren thuisgebracht had, begon hij haar te zoenen, enzovoorts. Zij protesteerde niet. Maar uiteindelijk kreeg hij geen erectie.
Ik geloof dat het gewoon als iets zieligs gezien moet worden. Een beetje braaf, en een beetje belachelijk. Tussen L. en D. zal er niets van belang meer gebeuren. Een flop. Maar het was grappig; zo gauw hij geloofde dat ik hem “vergeven” had, was hij weer helemaal “on top of the world”. Kwestie van een paar minuten, en (wat hem betreft) achter de rug. Is dat zonderling? Voor mij scheen het gewoon onreëel, een soort van schijn. “Laten we het proberen — dat doet men immers.”
Ik doe dat niet. Dergelijke episodes. Ik heb meer vertrouwen in lange-termijn-vriendschappen. Die oppervlakkige dingen doen momenteel iets prettigs, maar het heeft geen body.
Niet alleen dat het oppervlakkig is, maar ook dat het de mogelijkheden voor ware, langdurende vriendschap onmogelijk maakt.
De liefde tussen D. en mij is gewoon — wat — hoe — de toekomst — de herinnering. Op het ogenblik is het een mengsel van sex (wel prettig) en alles [onleesbaar].
Vandaag overdag, toen hij belde voelde ik me verlaten door hem, en helemaal alleen. […]
Ik zal mijn manier van leven volhouden. En het zal wel gaan, op de een of andere manier. […]
Als ik fit ben, kan ik in 5 weken misschien de examens halen. Dat wil ik wel graag.
Eigenlijk ben [ik] niet sentimenteel over D.

maandag 17 augustus 2026

Beb Vuyk • 18 augustus 1945

• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.

17 augustus 1945
Ik had de eerste wacht. Achter de klapperbomen naast hut twaalf ging de zon onder en de sterren kwamen door boven het voetbalveld. Nadat de slaapbel was gegaan werd het rustig. Het volgende uur ging gauw om. Einde, dit was het einde. Niemand wist het ware, maar ook de enkele realisten die ieder bericht kritisch hadden gewogen voelden — o woord waar we zo tegen hadden gereageerd — dat er iets in de lucht zat. De wacht die mij afloste was totaal van streek. 'Het vele eten was een vergissing van het hoofdkantoor van de Nipponners,' zei ze. Dat was officieel medegedeeld. Ze zei nog half huilend: 'Natuurlijk is er dan van het vredesgerucht ook niets waar.'

18 augustus 1945
Maar de vergissing bleek vanmiddag ook weer een vergissing te zijn. Daar bij de keuken heb ik met een meisje zitten praten, dat ik nog nooit eerder ontmoet had en dat ik daarna ook niet meer heb teruggezien. Ze studeerde natuurkunde in Delft en was toevallig bij haar ouders op Java gelogeerd toen de Duitsers Holland binnentrokken. Zij heeft mij iets uitgelegd van het principe van de atoomsplitsing en van haar heb ik voor het eerst het woord atoombom gehoord. Dat brak mijn weerstand en ik durfde het te geloven.

zondag 16 augustus 2026

C.J. Coen • 17 augustus 1643

• Uit: Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan, volgens het journaal gehouden door C.J. Coen, op het schip Castricum.
Maarten Gerritszoon Vries (1589–1647) was een Nederlands ontdekkingsreiziger en commandeur van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

17.
's Morgens is eenich volck uytgestiert [uitgestuurd] om te visschen, voorts eenige om wilt soecken te schieten, ende eenige om branthout te hacken. Syn met de prauw uytgestiert om dese bocht te visiteeren, of 't een rivier was of niet, ende oock of hier omtrent meer volcx woonde te ondersoecken. Syn tegen den avont aen boort gecomen. Aen boort synde, den inwoonder, als het meeste gesach over het dorp hebbende, was genaempt Noiasack, verstonden dat deselfde 'smiddachts aen boort geweest was met noch een oudt man, ende den Commandeur over taefel sittende dede teyeken, alsoo een silvere lepel in handen naem ende seyde op syn spraeck: “Dat is fraey silver," ende dede met een bewys dat men dat groef, sifte ende smolt, ende was dan soodaenich silver, ende wees dat men hetselfde groef in 't W.S.W. van ons, ende de plaets Cirarca hiete daer de myn was. De jaegers waeren aen boort gecomen, hadden niet eenich gedierte gesien; maer de visschers hadden veel visch aen boort gebrocht, waer onder veel bot, schar, tarbot ende een groote steur was. Wy hadden verscheyden dorpen gevonden, maer geen volck daerin, voorts de beschryving van dese bocht en de riviere was sodaenich als hiernae beschreven is. Wy laegen hier mett het schip, conden geen see sien; de inwoonders quamen veel aan boort, wyven ende kinderen ende brochten veel oesters ende roo appelties van roosen aen boort, die wy haer om ryst afruylden. Hadden dien dag ende nacht moy weder.



Nicolaas Beets • 16 augustus 1835

Nicolaas Beets (1814-1903) was een Nederlandse schrijver. In zijn studententijd hield hij van 1833-1836 een dagboek bij.

Nijmegen, zaterdag 15 augustus 1835
Heden te Neerbosch, de schoonste vrouw gezien die ik ooit in mijn leven zag; parfaite beauté, non seulement par la physionomie, mais aussi par la taille, les mains et les pieds.** C'est Madame M. Men vertelt mij dat een luitenant der Kurassiers (v.V.) op een bal plotseling zoo verliefd op haar geworden is, dat hij haar eensklaps om den hals viel en kuste. Mevr. M.. mag nooit alleen uitgaan. Zij is kinderloos.

Nijmegen, zondag 16 augustus 1835
Preek van Ds. B. uit U. gehoord, over de hoop des wederziens, die door hem met zwakke, wawelige argumenten ondersteund werd. Mij bezielt ten opzichte van ZWE. [Zijne Wel Eerwaarde] geen de minste hope des weder-hóorens. In ‘'t Bosch’ gewandeld, d.i. te zeggen op dat met boomen omringde plein, dat men in dit oostersch land, waar alle hoogjes en heuveltjes bergen heeten, een bosch noemt.


** Volmaakte schoonheid, niet alleen vanwege het gelaat, maar ook vanwege de taille, de handen en de voeten.

vrijdag 14 augustus 2026

Bert Le-Merton • 15 augustus 1945

• Bert Le-Merton was een 26-jaar oude mortierschutter in Borneo  toen hij op woensdag 15 augustus 1945 het nieuws hoorde dat de oorlog helemaal voorbij was. Ter herdenking liep de toen 101 jaar oude Bert in 2020 een tocht van 96 km.

August 15
The war really is over at last after 5 days of uncertainty. 20.00 American news service announced fact – 21.00 notified from bn & 22.00 heard it myself over the arty radio. So I am convinced this is really it. There is no feeling of excitement or thrill about it. Perhaps it is in the nature of an anti-climax.

donderdag 13 augustus 2026

Frederik van Eeden • 14 augustus 1914

• De Nederlandse schrijver en psychiater Frederik van Eeden (1860-1932) hield een uitgebreid dagboek bij.

vrijdag 14 augustus
Gisteren berichten van de Geldmachers [bevriende familie]. Ze zijn precies als de Engelschen in 1899 tijdens den Boerenoorlog. Ze laten zich geheel beliegen en opwinden door hun regeering en hun pers, en ze gebruiken opgewonden rhetoriek die wee maakt. Arme, arme menschen. Ik schreef eeven oopenhartig als indertijd aan mijn Engelsche vrienden. Ook een rondschrijven aan den Kring. [...] Maar mijn tijd van spreeken is nog niet gekoomen. Shaw zei het zeer goed: wij strijden teegen Potsdam, niet teegen Duitschland - het Duitschland van Bismarck heeft ons 40 jaar verveeld, we willen zien of dat van Goethe en Beethoven nog leeft. We zullen nu Frankrijk helpen teegen Potsdam. Zooals we eenmaal Duitschland teegen Rusland zullen helpen.
Ik ging gister weer naar Hans. Ooveral zijn de soldaten opgewekt en beleefd. Er wordt geen drank gedronken.
De groote slag in België blijft nog uit, maar iedere dag is winst. Omdat het élan verzwakt en de economische toestand buiten Duitschland zich herstelt, en in Duitschland de schade steeds zwaarder gevoeld wordt, door zijn isolement. [...]

zondag 16 augustus
[...] Ik ben zeer neerslachtig, met oorsuizen. Alleen slaap ik zwaar en lang. De oorlog bedroeft me zoo, om het reedelooze, domme, akelige - en het leugenachtige, het moedwillig liegen uit een of andere politieke reeden. Wat een figuur maken die diplomaten, die als deftige, beschaafde menschen optraden en nu elkaar voor bedriegers, woordbreekers en leugenaars uitmaken. Ieder van hen is er door geblameerd. Ik weet dat ik meer vertrouwen moest hebben. Ik weet dat hét Heelal volmaakt is, en dat dit alles ten goede strekt. Zelfs in mijn kleinen gezichtskring zie ik al de moogelijke zeegen na den storm. Maar ik kan het niet voelen en ben nu diep gedeprimeerd. Het einde van dit conflict schijnt nog zoo ver. Geduld! geduld!
De Tsaar heeft Polen de autonomie beloofd. Dat zou een wijze zet zijn - als het ernstig gemeend is. Het is vuil werk uit al die leugenberichten van weerskanten de waarheeden te visschen.

woensdag 12 augustus 2026

Jozef van Walleghem • 13 augustus 1799

Jozef van Walleghem (1757-1801), een Brugs handelaar in garen en linten die een winkel hield op de Eiermarkt, hield van 1787 tot 1800 een journaal bij, dat eind vorige eeuw door het Stadsarchief van Brugge gepubliceerd is. Zijn dagboeken gaan over de cruciale periode van de Franse Tijd te Brugge.

Op den 13 augusti.
Op den 14 augusti heeft men vernomen dat gisteren in den naermiddag een voorval plaets gehadt heeft dat enkelijk uijt jalosije van den kolonel onser besettinge plaets gehadt heeft. Op het casteel van d'heer Croeser, gestaen buijten de Dampoorte langs den weg leijdende naer Dudzeele, wiert er daegelijks bijeenkomst of zoogenaemde kouterije door de edele deser stadt gehouden. Den kolonel tevergeefs getragt hebbende zig in hetzelve geselschap te vervoegen en daerbij niet gevraegt nog gesogt wordende, heeft desen naermiddag een detachement Fransche gardarmen te peerde daernaer toegesonden en heeft zoo de heeren als dames doen aenhouden, welke met geen civique kaerte, om te mogen uijt stadt gaen, voorsien waeren, alle welke naer Damme des zelfs canton vervoert wierden en naer veele debatten en mogelijks geltboeten maer des anderdaegs zijn geslaekt geworden.

Jacob van Lennep • 12 augustus 1855

Jacob van Lennep (1802-1868) was een Nederlandse schrijver. Uit: Fragmenten uit het dagboek, gedurende eene reis naar Zwitserland.

10 Augustus. Stutgard.
Eene allerliefste residentie, met groote, luchtige pleinen en straten, een heerlijk park, fraaie monumenten, en allerliefste wandelingen in den omtrek. — Men bestelle er eene flesch Onder-Turkheimer, een frisschen, gezonden, alleraangenaamsten wijn, waarvan men drinken kan zooveel men wil, zonder er hinder van te gevoelen - en bespottelijk goedkoop. NB. Ik heb voor vast beginsel aangenomen, als ik op reis ben, altijd die wijnen bij voorkeur te drinken, welke het land zelf oplevert, of welke de inboorlingen gewoon zijn te gebruiken, en ik heb er mij steeds wel bij bevonden. Si fueris Romae Romano vivite more is een voorschrift, dat den reiziger, zoo hij zich niet aan gedurige teleurstelling en ongerief wil blootstellen, niet genoeg kan worden ingescherpt.

12 Augustus. Heidelberg.
Dat Heidelberg allerverrukkelijkst gelegen is, bewees mij de omstandigheid, dat het mij, hoezeer uit Zwitserland komende, evengoed beviel als te voren. De bergen zijn hier wel pygmeën in vergelijking met de Alpen; maar de kleur der rotsen is hier bevalliger: namelijk hier zijn zij rozerood, wat lief afsteekt tegen het groen der acacia's en linden; terwijl in Zwitserland de steen meest overal vaal grijs is.

maandag 10 augustus 2026

William S. Burroughs • 11 augustus 1975

William S. Burroughs (1914-1997) was een Amerikaanse schrijver. Het tijdschrift Terras publiceerde Het retraitedagboek, vertaald door Lodewijk Busscher.

Maandag 11 augustus, 1975
Eerste dag van retraite. Evalueer het proces. Beckett heeft me gevraagd in zijn vijver te vissen. Interview door Kiki geregeld met Playboy. Op station met Ray M. wachtend op de trein naar St. Louis. Klein huis in New Orleans. In verkeerde huis in Wyoming Street, ik woon in Denver Street. Kroongetuige van moord in Spanje. Hebben ze de moordenaars gepakt. ‘Ja’ zegt een agent. ‘Ik heb hem bij mij thuis. Ik had namelijk vroeger een discotheek.’ Tarara boemdié. I hurry to my blue heaven. Eten met Bill Willis en Brion bij Italiaans tentje. De lekkerste steak van de stad bij Lucky Nick Dickendorf's. Romeinse ruïnes in Engeland. Huurde een hutje aan de rivier van D. Camel. Tandem-toilet. ‘Zullen we kamelen?’ Een toilet in de Hel. Gevecht met de uitsmijter. ‘Ik ken jouw soort.’ Die verdomde bus. John Brady in New York met Pat. Lege, onmenselijke blik. Tehuis aan Price Road. Bradbury Robinson - hert steekt over. Enganado a la policia. Rashomon. Het zou fijn zijn om wat van je te horen. Dit veld, deze rust, deze stille omgeving. Waarom slangen doden? Het is Onafhankelijkheidsdag in Marokko. Ian is morgen in Parijs. Stuk bevuild touw. Zijdeplant Minnesota. De plooi in mijn broekspijpen laat mij al koud. Karma is een woord. Daar gaat Madrid. De trolleybus in Alexandria. ‘Delodge, waar zijn de sleutels?’ Sjofel stationnetje, gele lichten. Het wordt steeds donkerder en steeds later.

zondag 9 augustus 2026

Hiske Dibbets • 10 augustus 1997

• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek'uit de NRC. Zo ook schrijfster Hiske Dibbets (1966-2023).

10 augustus
Op de laatste dag van de schoolvakantie ga ik naar mijn oma in Weert. Ze is zesentachtig en dement, en hoewel ze niemand herkent, vindt ze het nog steeds leuk om bezoek te krijgen. Ik loop van het station naar het bejaardentehuis, gelegen aan het Maria Hart. Op de vierde etage kom ik langs de logeerkamer waar mijn opa zes jaar geleden is overleden. Hij is op zijn sterfbed naar het bejaardentehuis verhuisd omdat mijn oma daar anders geen plaats kon krijgen. Ik herinner me zijn ingevallen gezicht, het vel dat om zijn botten slobberde en zijn buik, bol van het vocht en de gezwellen; hij leek een hulpeloos spartelende schildpad in het stalen logeerbed.
Een schildpad met een wijncollectie, dat wel. Elke avond stuurde hij zijn dochters naar huis om de beste flessen uit zijn kelder te halen, want hij vond het zonde om te sterven zonder die te proeven. In het bejaardentehuis werd dan de ene goede wijn na de andere ontkurkt, die hij met kleine slokjes door zijn mond liet rollen. ‘Pas over twee jaar op dronk,’ zei hij dan spijtig. Er kwam zelfs een ijskastje voor de witte wijn.
Oma zit voor het raam en spreekt in onbegrijpelijke halfzinnen; ze had het net neergelegd, maar nu zijn de dozen weer weg en ze had nog zo gezegd. Oma is Plato's grot geworden, het echte leven is buiten, in haar alleen schaduwen van dingen, herinneringen, woorden en emoties.
‘Dag oma, ik ben het, Hiske.’
‘Dag Jan,’ zegt ze.
Samen met de verpleegsters hijs ik haar in de rolstoel en rijd haar naar de grote markt. Ik voer haar hapjes van een mini-ijscoupe. Ze geniet en vraagt: ‘Verzorg jij je voeten wel?’ Later belanden we op het parcours van een wielerwedstrijd. De straten van Weert zijn afgezet met linten, we komen niet meer weg en ik vrees mijn oma te moeten voortduwen totdat we in Lourdes zijn. Gelukkig, daar is de finish. Onder luid gejuich van toeschouwers passeren we de streep. Wanneer ik oma terugbreng, kom ik weer langs de logeerkamer. Toch mooi dat mijn opa, omgeven door goede wijn, is gestorven in het hart van Maria; al was het in een logeerbed.

José Saramago • 9 augustus 1995

• De Portugese schrijver (en Nobelprijswinnaar) José Saramago (1922-2010) hield vijf jaar lang, van 1993 tot en met 1997, een dagboek bij dat gepubliceerd werd onder de titel Cadernos de Lanzarote. Een keuze daaruit werd (vertaald door Harrie Lemmens) gepubliceerd in Bzzletin.

9 augustus 1995
Gisteren heb ik De stad der blinden afgerond, bijna vier jaar nadat het idee bij me was opgekomen, om precies te zijn op 6 september 1991, toen ik alleen zat te eten in restaurant Varina da Madragoa van mijn vriend António Oliveira (ik heb tijd en plaats opgetekend in een van mijn zwarte boekjes). Op de kop af drie jaar en drie maanden later, op 6 december 1994, noteerde ik dat ik nog geen vijftig bladzijden had geschreven: ik had gereisd, was aan staar geopereerd, verhuisd naar Lanzarote... En ik heb gevochten, hard gevochten, alleen ik weet hoeveel, tegen de twijfels, de verbijstering, de fouten waardoor het verhaal telkens weer vastliep en ik niet meer wist hoe het verder moest. Alsof dat nog niet genoeg was, dreef de afschuw, de horreur van wat ik aan het vertellen was mij tot wanhoop. Maar goed, het is af, ik hoef niet langer te lijden. Nu is het tijd mezelf de vraag te stellen waar geen enkele schrijver van houdt: ‘Wat is er overgebleven van dat oorspronkelijke idee?’ (Schrijvers houden er niet van omdat ze liever hebben dat de lezer denkt dat een boek kant en klaar uit hun hoofd komt.) Ik zou zeggen dat er alles en haast niets van is overgebleven: weliswaar heb ik geschreven wat ik wilde schrijven, maar ik heb het niet gedaan hóe ik had gedacht. Ik hoef maar mijn inspiratie van vier jaar geleden te vergelijken met wat het uiteindelijk is geworden. Toen krabbelde ik neer: ‘Er worden blinde kinderen geboren. Eerst nog zonder verontrusting: jammerklachten, bijzonder onderwijs, tehuizen. Wanneer duidelijk wordt dat er geen kinderen meer worden geboren die kunnen zien, ontstaat er paniek. Sommigen doden hun kind bij de geboorte. Met het verstrijken van de tijd sterven de “zienden” en de balans slaat door naar de blinden. Iedereen die nog kan zien gaat dood en de hele wereldbevolking bestaat uit blinden. Op zekere dag wordt er een kind geboren dat normaal kan zien en er volgen er meer: verbaasde, soms gewelddadige reacties, sommige van die kinderen sterven. Het proces keert om tot het - misschien - weer terugkeert naar het begint.’ Als je dat vergelijkt...

Clara • 8 augustus 1818

• Uit: Bladen uit Clara's dagboek. Fictief dagboek, geschreven door Erna. Clara leert de leuke nieuwe dorpsdokter kennen.

8 Augustus.
Tante is weer geheel beter, en in de wolken over de knapheid van Van Duren. Hij bezocht haar van de week elken dag, en zijne visites waren altijd even gezellig, al duurden ze soms kort.
Van middag kwam hij voor het laatst en bleef toen bijna een uur zitten praten; hij vertelde van zijn ouders, die beiden dood zijn, en van zijn studententijd, zoodat ik telkens moest lachen om al de grappen.
Eindelijk sprong hij met schrik op, en nam haastig afschied met excuus dat hij zoo lang gebleven was.
‘In zulk prettig gezelschap zou ik mijne patienten vergeten’ zei hij, mij aanziende.
Meende hij dat, of was het eene beleefdheidsfrase?
Dit kan ik bijna niet denken, want hij vroeg aan tante of hij ook eens eene visite mocht komen maken ‘als gewoon mensch.’ Tante antwoordde natuurlijk, dat het haar genoegen zou doen, ik ben benieuwd wanneer hij komen zal.

vrijdag 7 augustus 2026

Esther van Vriesland • 7 augustus 1942

• Esther van Vriesland (1926-1942) hield in 1942 negen maanden een dagboek bij, tot ze werd weggevoerd naar Westerbork en later Auschwitz, waar ze in oktober 1942 werd omgebracht.

Thursday, August 6, 1942
"The day of Liberty", Simon said all the day. But it is not. The sun shines, hooray! The airplanes have flown last night. And the night before they have flown also. I ended, for else my cup of chocolate becomes cold. Bye!

Friday, August 7,1942
Today I have had an English lesson. At six o'clock we should go to the doctor to inoculate (inenten). I was very fearful (angstig) and I stood to tremble on my legs. When we were at the doctor, he had not his (serum) and now we must come back Tuesday (!)
I have "Kleine Levens" of Diet Kramer. I am knitting a cap of wool. Bye, I go to read.

Zondag, 9 augustus 1942
Gelukkig weer Hollands. Nu kan ik veel beter alles vertellen. Ik heb niets bijzonders beleefd. Jo en Kees zijn uit de stad. Henk was gisteravond hier en was het veel gezelliger, dan wanneer ze allemaal hier zijn. Dan moet je zo opletten, of je niet in je onderjurk zit en dan al die misselijk praatjes aan te horen. We hebben leuk gekletst en gekke herinneringen opgehaald. Miep was er ook.
Ik ben een wollen muts aan het breien met puntjes, voor als ik naar Polen moet. Ik heb er een oud truitje voor uitgehaald. Ik ga weer breien.

Maandag, 10 augustus 1942
Ongeveer half zeven. Pas bericht gehad, dat de joden uit Dordt, Sliedrecht, Hardinxveld (Schelluinen) en Leerdam naar Polen moeten. Denkelijk (God zal het geven) is Gorkum vergeten. Alles in rep en roer. Vader en moeder wanhopig. God, vergeef me, dat ik vader kon haten, want ik heb pas ruzie met hem gehad. Vader en moeder hoeven niet, alleen wij met z'n drieën. Ik ben soms zo hoopvol. Is het werkelijk vertrouwen in God, of is het naïeviteit, kinderlijke onwetendheid? We zijn er allemaal kapot van. We kunnen vanavond nog bericht krijgen, morgenavond gaan ze pas weg. Zullen we er levend doorkomen? Vader en moeder achterlaten? Wanneer is het dan toch vrede? O God, help toch! Ik wou, dat we mochten knielen. Ik heb het wel eens heel eventjes gedaan, maar dan heb je zo n angstig gevoel. Wij mogen niet knielen. Maar bidden mag toch. God, ik bid U...

woensdag 5 augustus 2026

Thomas Mann • 6 augustus 1945

Thomas Mann (1875-1955) was een van de allergrootste Duitse schrijvers. In zijn dagboeken documenteerde hij objectief en in telegramstijl zijn leven en gedachtes. In de jaren veertig woonde hij in de Verenigde Staten, aan de Californische kust. Gedeeltes uit zijn dagboeken uit die tijd zijn in het Nederlands vertaald (door Paul Beers) in Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans dagboek 1940-1948.

Pacific Palisades, maandag 6 augustus 1945
In Westwood voor het kopen van witte schoenen en kleurige overhemden. – Eerste aanval op Japan met bommen waarin de krachten van het gesprongen atoom (uranium) werkzaam [zijn]. Het geheim is dus ontdekt. Ook de Duitsers waren er dichtbij, maar de Amerikanen hebben de wedstrijd gewonnen – misschien met hun hulp; want talrijke Duitse fysici schijnen hier nu te werken – met dezelfde ijver als voor Hitler-Duitsland. De atoom-kracht-bom heeft 2 miljard gekost, en tienduizenden mensen hebben er in geheimzinnige arbeidsverdeling aan gewerkt.

Pacific Palisades, dinsdag 7 augustus 1945
De bladen vol van de atoom-bom en de geschiedenis van haar uitvinding, waarin veel joodse geleerden een rol spelen. De Duitsers waren er dichtbij voor hun collaps. Dit alles opwindend en onheilspellend. Het Vaticaan ertegen, kenmerkend genoeg. In het innerlijk van de natuur dringt geen geschapen geest? De binnenste kracht van het heelal wordt in dienst van de mens gesteld. Ze is daarbij in twijfelachtige handen. Maar het hoofd heeft het afgedwongen, gestimuleerd en begunstigd door de oorlog, vooralsnog alleen voor vernietigingsdoeleinden. De ontdekking van de radio-activiteit en van de atoom-transformatie moest wel voort gaan. Het ontstaan van barium uit het uranium, dat eerst ongeloofwaardig leek.

dinsdag 4 augustus 2026

A.F.Th. van der Heijden • 5 augustus 1966

A.F.Th. van der Heijden (1951) is een Nederlandse schrijver. In Engelenplaque. Notities van alledag publiceerde hij dagboekfragmenten uit de periode 1966-2003.

Vrijdag 5 augustus 1966. Luxemburg. Na het middageten maakten we een plan om de smalle beek langs ons kampeerterrein te volgen naar zijn bron. Eerst ging het gemakkelijk, maar later werden de bossen dichter. Sparretakken en dennetakken striemden onze blote ruggen. Het was zeer warm. Het werd steeds moeilijker.
Op een gegeven moment zagen we langs de beek een kleine kampplaats. Er lagen nog de verkoolde resten van een houtvuur. Bart vond een soort vlaggestok met in zwarte letters het woord 'vorwärds' erop gedrukt. Dus niet 'vorwärts', maar met een d. Iets Scandinaafs misschien. Het was zo'n stok die open kon, zoals bij die dingen waar je een krant tussen kunt klemmen. Er zat geen vlag in.
'Vorwärds,' zei Kees, maar het bos werd zowat ondoordringbaar en de wolken insecten ook. We keerden terug naar ons basiskamp. Nooit zouden we weten hoe de bron eruitzag.


maandag 3 augustus 2026

Nescio • 4 augustus 1951

Nescio (J.H.F. Grönloh, 1882-1961) was een Nederlandse schrijver. In zijn Natuurdagboek (1946-1955) deed hij verslag van onder meer zijn wandelingen.

3 Augustus
Vrijdag. Bus heen en weer naar Bergen (alleen). Kopje koffie in de ‘Rustende Jager’. Zonnespel op ruïne en in de boomtoppen en op het muurtje (Corot, Renoir, Manet). Uit van ½ 10 tot ½ 12. 's Avonds op het duin geklommen, zon vurig onder in zee. Knaap met bruin en wit geruite bloes, met opgetrokken knieën, handen om z'n knieën zat extatisch naar de zon te staren (14 jaar?), speelde Bavink of Bekker.

4 Augustus
Zaterdag. Dag van nix. Veel geslapen. 's Middags met Os in het dorp een taartje gekocht en later (± 7 uur) bloemen bij Meedendorp.

5 Augustus
Zondag ochtend, te vergeefs naar de Miepen (met bus tot driesprong). 's Middags op het duin, pays de velours met witte wolken, zag er uit of het 1256 was. De 2 zilveren torenspitsen van Schagen op den horizon. 's Avonds weer met bus naar de Miepen, die nu thuis waren. Even daar geweest, toen heeft Miep me naar de driesprong gebracht, waar we 40 minuten op dien hoek hebben gewacht. Ik zat op de ‘stone of chastity’ en keek naar die dichte rij populieren voòr het duin.

6 Augustus
Maandagochtend. Bijna 1½ uur met Os op stoelen op het gras in den tuin van Peek gezeten. Ideale nazomer. Witjes, stippelpaard (grauw met eenig wit) met de lange steeds zwaaiende witte staart en starende kijkkop. Als Erasmus bij Bergen op Zoom.

7 Augustus
Dinsdag. 's Morgens met de bus heen en weer naar Bergen. Weer Rustende Jager. Daarvoor en daarna op het muurtje geleund en over het gras gekeken naar de kerk (met lantaarn bij de deur) en naar de grafsteenen, tusschen de brokken ruïne door. Witjes. Weer Corot enz. 's Avonds even gaan kijken bij den ‘Paardenhemel’ naar dat fantastisch duinlandschap met naar alle kanten hellende boomgroepen en zandplekken en dat oploopende weitje. Zon rechts op zij, alleen door scherp te kijken kon je de teekening in het landschap zien. 40 kameelen wandelden achter elkaar door dat landschap.

zondag 2 augustus 2026

Nanne Tepper • 3 augustus 1997

• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek'uit de NRC. Zo ook Nanne Tepper (1962-2012).

3 augustus 1997
Kom bont en blauw thuis van de boekenmarkt in Deventer. Kilometers lang gemolesteerd door de met W.F. Hermans volgepropte rugzakjes van in maanden niet verschoonde bejaarden.

4 augustus 1997
Postmodernisme?
De twee beste essays die ik de laatste jaren heb gelezen (te vinden in Jongstra's Familieportret) handelen - scherpzinnig, hartstochtelijk en liefdevol - over twee klassieken die ik hartgrondig verfoei: Sterne's Sentimentele Reis en Gogols Dode Zielen.

15 augustus 1997
Een schrijfster, met wie ik sinds kort correspondeer, vraagt mij, nadat ik wat collega's op de korrel heb genomen, wat mijn ‘makke’ dan wel is. Dat laat zich snel formuleren: mijn ambachtelijke makke is dat ik mij veel te weinig gelegen laat liggen aan het voldongen feit dat ik geen genie ben.

16 augustus 1997
Miljoenen mensen rouwen vandaag om iemand die zich letterlijk doodgescheten heeft. Ik ook.
En opeens herinner ik me ene Peter te Bos, zanger van het meest overschatte vaderlandse popgroepje aller tijden, Claw Boys Claw, die in een televisieshow op de vraag van de gastvrouw ‘Welk nummer van Elvis zou jij graag willen coveren?’ antwoordde: ‘Suspicious Minds.’
‘O ja?’ zei de gastvrouw, ‘zing 's een stukje dan?’
Peter te Bos: ‘♪♪We called in a tramp, I can't walk out ♪♪’
Gelukkig heb ik altijd een bandje uit de jaren zeventig met de stem van Henk Spaan scherp staan: ‘Vuilnismaaaaan! Kan deze zák ook mee?!’

Beb Vuyk • 2 augustus 1945

• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.

1 augustus 1945
Het nachtwachtlopen bevalt mij wel. Vier uur werken, in plaats van de zes uur in de tuinen. De betaling is hetzelfde en als extra halverwege de wacht hete thee met suiker. Er is weinig animo voor dit werk, vandaar de gunstige voorwaarden De meesten durven niet. Bang, omdat de nachtwacht direct door de kenpeitai [militaire politie] wordt gecontroleerd, en ook om het alleen zijn in het donker. En dan de spoken, dat moet voor de Indischen vreselijk zijn, er zijn hier al zovelen gestorven. Ieder uur komt de hancho [blokhoofd] langs en vraagt of er iets is te rapporteren. Het is een grappig mens, een Schotse, met een kordaat verweerd oudemannengezicht. Eén keer per nacht komt de kenpeitai. Ik kan de Japanse zin niet onthouden en mompel maar wat. 'Je wordt zo dom van de honger,' klaagde Rudi gisteren, terwijl hij Franse woordjes zat te leren. 'Nou, dat merk ik zelf dan ook.' We hebben de opdracht om te gaan staan en te buigen, en soms schreeuwt de Jap wat terug, maar meestal loopt hij zwijgend voorbij. Nooit aanspreken, een vrouw mag een officier nooit aanspreken! Rapporteren aan de hancho. Er valt nooit wat te rapporteren. Zorgen dat je niet in slaap valt is de voornaamste opdracht. Je mag heen en weer lopen tussen de twee wachttorens of gaan zitten op een centraal punt. In de nacht is het kamp anders. De spanning is weg. Je hoort weer tot de wereld en niet meer alleen tot het kamp. Buiten zijn in de nacht, wat verboden was, geeft een gevoel van vrijheid. In ieder geval herstelt het een stuk van mijn privé-leven, ook overdag. Je valt als nachtwacht buiten het werkschema van de anderen, je slaapt als zij werken, je kunt baden als niemand baadt, alleenzijn in de badkamer en alleenzijn op de w.c.

Carla Bogaards • 1 augustus 1997


Carla Boogaards (schrijfster, 1947): Onhollands dagboek.

1 augustus
Second opinion, reumatoloog heet Ament. O.L.V.G, dus niet meer het Prinsengrachtziekenhuis. Ik ga niet meer terug naar Hattink. Hij zat er naast met zijn bewering over reumatoïde arthritis. Ik had nooit spontaan van de pijn af kunnen zijn met alleen prednison. Later kwam er wel weer wat terug, ik was immers nog ziek en de shock van die hoge dosis werd enigszins geneutraliseerd, voor een deel trouwens werden mijn hevige pijnen veroorzaakt door de veronachtzaamde knieblessures. Plus: spierreuma omvat meer dan spieren of adertjes in spieren, ook de aanhechtingen aan het bot of de weefsels. Een ziekte van het afweermechanisme is moeilijk te doorgronden. De medische wetenschap weet er nog te weinig vanaf. Dat hoorde ik allemaal voor het eerst, voor een deel had de orthopeet me ingelicht. Spierreuma, wat een eenvoudig te begrijpen woord, alles staat in een folder, waarom heb ik die folder nooit gekregen? Dokter Ament zal folder voor me meenemen. Volgens mij wist dokter Hattink er niets van af! Maar waarom ging hij niet bij een collega te rade? Of in de studieboeken? Een scheurtje in de meniscus betekent dat er bij veel beweging (lekker hard fietsen, te veel lopen) weefsel tussen komt, dat kan een soort ontsteking veroorzaken. Dikke en rode knie met uitstralende pijn, van lies tot enkel en zelfs de enkel gezwollen. Polymyalgia reumatica betekent spierreuma. Veroorzaakt door een virus, te genezen zonder of met prednison. Meestal gaat het gewoon over, het komt en gaat. In mijn geval liep ik er veel en veel te lang mee door. Vandaar dat ik bijna niet meer te redden was.