• In 1969-1970 hield de Nederlandse schrijver Maarten 't Hart (1944) een onregelmatig dagboek bij.
21 aug. Voor het eerst cantate 101 van Bach gehoord. Dadelijk opgenomen op de band. Cantate 101 begint met een grimmig, wat grauw koor, waar je lang naar moet luisteren voordat je ontdekt hoe bijzonder het is. In het werk een duet waar je helemaal stil van wordt. Het is uiteraard in 12/8, altijd een garantie bij Bach voor iets groots. Eigenlijk is het geen duet maar een kwartet want fluit en hobo zijn net zo belangrijk als sopraan en alt. De opbouw van de melodie is wel heel knap. Bach begint met een zestiende, gevolgd door twee twee-en-dertigsten, laat dan een gepunteerde achtste na een voorslag, een zestiende en weer een achtste volgen, herhaalt de achtste en gaat een kleine secunde omlaag. Dan volgt dezelfde figuur maar nu een trap hoger (kortom er is sprake van een sequens) en dan breekt hij de zo verkregen figuur op in onderdelen die in verschillende volgordes terugkeren. Tenslotte volgen allemaal zestienden. Verderop blijkt dan hoe goed deze lange figuur zich leent voor contrapuntische verwerking en hoe mooi de zangstemmen daarbij passen. Het is echt iets ongelofelijks. Ik zou toch wel eens precies willen uitzoeken of de duetten in de cantates in het algemeen van een zeer hoog niveau zijn. Zo op het eerste gezicht wel want in cantate 3, 9, 20, 21, 42, 80, 100, 156, zijn buitengewoon mooie duetten te vinden. En het betoverendste wat Bach misschien wel ooit schreef is het duet uit cantate 78.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten