donderdag 26 februari 2026

Nausicaa Marbe • 28 februari 1998

Nausicaa Marbe (1963) is een Nederlands schrijfster, columniste en journaliste van Roemeense/Griekse komaf. Nadat haar moeder was overleden, bezocht ze het ouderlijk huis in Boekarest.

28 Februari
Een Nederlandse vriendin logeert al een paar dagen in mijn huis. Ze wilde me niet de hele tijd alleen laten in dit land.
Ook kwam ze over om te helpen met het sjouwen van meubels, het sorteren van boeken, partituren en manuscripten, het inpakken van schilderijen en andere kunstwerken. Samen hebben we de afgelopen nacht de werkkamer van mijn moeder leeggehaald. Alles staat netjes in een ander vertrek dat vanaf nu ‘de muziekkamer’ heet. De nieuwe bewoners zullen ervoor zorgen dat daarin geen partituur door ongecrediteerde handen wordt aangeraakt.
Tegen vieren waren we bijna klaar. Doodop. Terwijl we vanochtend om half negen mijn oom zouden ontmoeten bij het familiegraf waar mijn moeder in ligt. Hij zou de sleutel meebrengen, wij de urnen met de as van mijn grootouders van moeders kant. Die had mijn moeder in huis gehaald, na een onplezierig incident met de directie van het crematorium waar ze ooit bewaard werden. De afgelopen dagen hebben mijn vriendin en ik er tevergeefs naar gezocht. Maar vannacht, in de bijna lege kamer, was het raak. Er was slechts een mooie archiefkast overgebleven. Vol papieren, dacht ik. Toen ik de sleutel vond en de deur opende, zag ik de twee bulten onder een antiek Chinees zijden kleed. Daarnaast een piepklein envelopje met het handschrift van mijn oma erop. Ik haalde er twee papiertjes uit. Het een was een korte brief van mijn opa aan zijn vrouw. Een paar woorden van liefde, zo eenvoudig en tegelijk machtig dat ik bijna duizelig werd. Op het andere papier las ik de laatste wens van mijn oma: ‘Leg dit alsjeblieft in mijn kist, samen met een foto van pappa. Opdat ik de herinneringen van geluk met me meeneem!’
Mijn vriendin en ik trokken samen het kleed van de urnen af en aaiden over het koude metaal. Zo'n grote liefde hebben we geen van beiden gekend, toch vult een bizar gevoel van geluk de kale kamer.
We tilden de urnen voorzichtig op, de inhoud rammelde. Zouden er stukjes bot inzitten? We kregen de slappe lach. Van ontroering, van vermoeidheid, van onwetendheid. Moest ik het briefje van oma naast de urn in de vieze, natte graftombe leggen? Had ze dat gewild?
‘Ze zou het fantastisch hebben gevonden om te weten dat het bij jou bleef, als jij niet dicht bij haar graf kon blijven,’ oppert mijn vriendin. Ik geef haar gelijk. Wat maakt die afstand tussen Noord- en Zuid-Europa nog uit?!
Een paar uur later zitten we slaapdronken in de rammelende metro naar de buitenwijk waar de begraafplaats ligt. Bij een zwerfkind hebben we bosjes sneeuwklokjes gekocht. Die leggen we straks in de nis met de urnen. We worden heen en weer geschud op de harde banken. Mijn vriendin houdt opa vast, ik heb oma op schoot. Beiden ingepakt in de enige plastic tassen die we in huis konden vinden: See Buy Fly's van Schiphol. Het is hun eerste reis met de metro, bedenk ik. En hun laatste. Het schiet me te binnen dat mijn boek precies zo eindigt: de dochter des huizes brengt as van haar voorouders naar de laatste bestemming. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het gebeurt echt. Deze keer vind ik het niets griezeligs hebben. Een cirkel is rond.
‘Hoe laat is het?’ vraagt mijn vriendin. We zijn vanochtend beslist niet snel geweest en mijn oom komt, heel on-Roemeens, altijd op de afgesproken tijd.
Ik werp een blik op mijn horloge, we zijn op tijd. Dan kijk ik voor het eerst sinds dagen naar het vakje van de datum: het is 28 februari. Hoe kon ik het in godsnaam vergeten! Vandaag komt in Nederland mijn boek in de winkel te liggen.

Willem Janszoon Verwer • 27 februari 1573

Willem Janszoon Verwer (ca. 1533-ca. 1595) was advocaat en regent van het Weeshuis en van het Leprozenhuis te Haarlem. Van 1572-1581 hield hij een 'Memoriaelbouck' bij van gebeurtenissen te Haarlem, onder meer van het beleg van de stad door de Spanjaarden in 1572-1573.

[27 Februari 1573] Den 27 hebben die galijen an malckanderen geweest. Die van buijten namen de vlucht, zoedat die van der stat weder het gat [4 voet diep en 30 breed], dat sij gedolven ende gemaect hadden ant Veer op die Meer of an die cant, weder gestopt hebben.
Op denselfden dach sijnder veel sceepen met scuijten victalie [levensmiddelen] in de Fuijcke aengecomen.
Op den laesten Februarii hebben die van der stadt smorgens omtrent thuschen 7 ende 8 uuren een duijlvels hol of mijne doen springen, zoedat zij omhooch in den lucht vloogen. Zij daelden needer als molenstenen, die niet en mogen hangen in den lucht.
Onbegrepen den dach stonst een cuijpers huijsvrouwe in haer huijs in die Cruijsstraet met besloten doeren, als die bevresden menschen, met een jonge dochter mij wel beckent, en koutede aen een bierton. Ende daer quam een groote cloot doer die deure ghevlogen thuschen haer beijden doer ende bleeff in de selfste tonne leggen. Zijet hoe wonderlicken, dat God in sijn wercken is, als den prophet seijt, daer dese vrouwen aen stonden, zonder enich van hen beijden ghequest te zijne ofte geracht, anders dan dat die joncxste dochter een stucken van den poste ofte cossijn des deurs op haer hooft viel, sonder gequest te zijne.

woensdag 25 februari 2026

Typiste, 29 jaar - Amsterdam • 26 februari 1945

• Typiste, 29 jaar - Amsterdam. Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945, geselecteerd door T.M. Sjenitzer-van Leening

26 Februari 1945
- ... op die bewuste zwarte Woensdag [zou ik] weer starten, wat toen niet doorging. Ik kreeg toen achter elkaar twee massieve banden, wat me, of beter gezegd Vader, ƒ130.- kostte plus de fooien en extra kosten wel ƒ140-. Dat voor een fiets, die met goede banden tien jaar geleden ƒ55.- kostte. Enfin, ik ging Dinsdag, 20 Febr. op pad, met mijn klompen en Joop z'n kaplaarzen. Het was een zware trap, tegenwind en harde banden. Doodmoe kwam ik aan. De volgende dag ging ik de boer op. Boerderij op, boerderij af. Na enige tijd raakte ik m'n klompen kwijt voor 10 p. tarwe. Bij de Vlaskamp een stukje scheerzeep voor 2 p. bruine bonen. 's Middags de laarzen van Joop die jammer genoeg over 't algemeen te klein waren, voor 40 p. tarwe + 10 p. bruine bonen. Misschien te weinig of zeker te weinig maar ik was blij eindelijk beet te hebben. Jannetje stopte weer 't nodige in mijn rugzak allemaal van die nuttige kleine artikelen, zoals taptemelkpoeder, een zakje tapioca, een pakje koffiesurrogaat (daar gaan de stedelingen de boer mee op!) een klein pakje theesurrogaat, ik weet 't niet eens meer. Donderdag ging ik terug. Eerst kreeg ik van Jannetje een pannetje bruine bonen met flink wat jus en een klont boter er in. En vier boterhammen mee. Er stond een harde tegenwind en moeizaam kwam ik vooruit. Om half 11 startte ik en om half zes was ik thuis. Toen had ik de helft bij me en moest ik dus weer op stap, wat ik gauw wilde doen aangezien ik een offensief van de Geallieerden vreesde en ik dan alles binnen wilde hebben. Bovendien moest ik er meteen weer op uit, want ik heb zowaar weer een baan. Terwijl ik op stap was, kwam Nolten bij me thuis of ik er voor voelde vertegenwoordigster te worden bij een in- en exporteur van zilverwerken en bijouterieën. Salaris .... ± ƒ500.- à ƒ600 - in de maand als ik middelmatig was. Anders kwam ik gauw tot ƒ1000.- De baas was een jongeman van mijn leeftijd, die er wegens de razzia's niet op uit kon en de zaak aan een jonge vrouw moest overlaten, een beschaafde jonge vrouw met flair. En toen dacht Nolten aan mij!! Vleiend. De jongeman in kwestie was een oud-scholier, ik kende hem wel, maar hij noemde geen naam. Ik moest Zaterdag maar eens bij hem komen praten. Dat deed ik. En die oud-scholier bleek Geert Vinkesteyn te zijn. Geertje, een van m'n vijf aanbidders, die melige gedichten op m'n ogen maakte! Hij is nu gelukkig getrouwd. Wie had dat ooit gedacht! Het kan toch grappig gaan in de wereld. Geert heeft 't ver geschopt in die branche nadat hij in de journalistiek in de malaise te weinig verdiende om van te bestaan. Hij is nu steenrijk. Ik 's middags naar Geert, met wien ik 't direct eens werd. ƒ30.- in de week, 5% provisie. Z'n vrouw is z'n compagnon ..... Ik zou Donderdag 1 Maart begonnen. Geert was nog niets veranderd, de gezellige, een beetje melige Geert, dien ik vroeger een beetje spottend op de hak nam. Maar een handige zakenman en dus een waardig leerling van onze Handelsschool. Hij liet me de collectie zien. Pruldingen nu, waaraan ze nu schatten verdienen, maar nog netjes voor deze tijd. En 't zijn toch nog verzilverde koperen wapentjes en leuke speldjes, vooral voor kinderen. Gedachtig aan H. Hugowaard nam ik er direct een paar mee.


[lees verder]

dinsdag 24 februari 2026

Robert Morris • 25 februari 1784

The Papers of Robert Morris 1781-184
* Robert Morris (1734-1806)

February 25, 1784
Genl. Hazen about the Papers left in this Office. Told him the Determination to send Copy of his Complaint against the Pay Master Genl. to that Gentleman and then Copies of it and of his answer to Congress.
Colo. Pickering with an estimate for money.
Wrote a Letter to John Pierce Esqr. Pay master General.
Wrote a Letter to The Honble. Mr. Jefferson Chairman of a grand Committee of Congress.

maandag 23 februari 2026

Michel Leiris • 24 februari 1942

Michel Leiris (1901-1990) was een Franse etholoog, dichter en schrijver. In de tegenwoordige tijd. Journaal 1922 - 1989. Vertaling: Michel van Nieuwstadt.

24 februari
Gisteravond in de Opéra Don Giovanni van Mozart gezien, wat ik al heel lang graag wilde zien vanwege de mythe van Don Juan.
Idee (dat nauw te maken heeft met de rampspoed waardoor op dit ogenblik bepaalde van mijn vrienden of kennissen getroffen worden) om mezelf een zekere discipline op te leggen wat betreft het bezoek aan theaters: niet meer gaan kijken naar wat voor mij pure 'ontspanning' vormt; alleen nog maar naar dat soort voorstellingen gaan waarvan aangenomen kan worden dat ze, zo ze niet een mythische betekenis hebben, minstens een diepe emotie losmaken.
(Dit in het genre 'vaste voornemens' waartoe men je het besluit laat nemen als je kind bent en je opvoeding godsdienstig van aard is.)

Gistermiddag kreeg met de slechtst denkbare afloop de historie haar einde die meer dan een jaar geleden op het Trocadéro begonnen was ... [Leiris bedoelt de executie van zeven verzetslieden.]

25 februari
Volgens wat de families erover aan de weet zijn gekomen, heeft eergisteren de executie plaatsgehad, omstreeks 15 uur, of 18 uur (in het laatste geval juist op het moment dat Don Giovanni begon). De veroordeelden zijn met een bus van de gevangenis van Fresnes naar de Mont-Valérien gebracht. Ze werden heel Parijs doorgereden en het traject nam ongeveer een uur in beslag. Er was een aalmoezenier bij. Tijdens de route hebben ze gezongen, vrolijk onder elkaar gepraat over de diverse plekken van Parijs die ze herkenden. Ze hebben ook geweigerd zich te laten blinddoeken.
Ik zou eigenlijk ontsteld moeten zijn dat ik dat in dit cahier zo te boek stel, als was het iets volkomen abstracts...
Anderzijds hebben we gehoord dat D[eborah] L[ifszyc], die door de Franse politie zaterdag de eenentwintigste 's morgens werd gearresteerd, voor zes maanden naar de Tourelles-kazerne zal worden overgebracht.




zondag 22 februari 2026

Albert Camus • 23 februari 1937

Albert Camus (1913-1960) was een Franse schrijver. Een keuze uit zijn dagboeknotities 1935-1951 is in het Nederlands uitgegeven onder de titel Dagboek (vertaling Halbo C. Kool)

Februari
De beschaving schuilt niet in een meer of minder hoge mate van verfijning. Maar in een geestesleven waarin heel een volk deelt. En dat geestesleven is nooit verfijnd. Het is zelfs kaarsrecht. De beschaving tot het werk van een elite maken, is haar gelijk stellen met de kultuur, die heel iets anders is. Er bestaat een mediterrane kultuur, maar er bestaat ook een mediterrane beschaving. Anderzijds beschaving en volk niet verwarren.

Sjoerd Kuijper • 21 februari 2021

De spanning stijgt bevat gebundelde brieven van Sjoerd Kuyper (1952) uit 2021, met bedenkingen over het leven in coronatijd en de naderende dood.

Bergen, 22 februari 2021
Als je één sprietje in je tuin ziet dat de verkeerde kant op buigt, en je loopt erheen met je schaartje, ben je de rest van de dag kwijt en ligt aan het eind ervan je tuin bezaaid met spul dat de groene bak in moet. Nou, dat kan morgen ook. Maar morgen moet ik in een plastic bekertje pissen en bloed af laten nemen en naar Camperduin fietsen en naar de zee kijken. Nou, de groene bak wordt pas woensdag geleegd. Ik begin weer zenuwachtig te worden, heren, er komt te veel op mijn pad en dat uit zich in — goddank nog kleine — angstaanvallen.
Ik zie het nut van niet drinken totaal niet in. Afgelopen week was kleine Owen drie dagen bij ons. Hij kan nog niet goed praten, maar wel al loepzuiver zingen, je gelooft je oren niet, je slaat er steil van achterover. Als hij al spelend zit te zingen, herken je de liedjes een voor een. Tot nu toe sprak hij zinnen van slechts één woord, zoals 'miw', dat betekent 'meer', of 'ka', en dat betekent 'kaas'. Wij waren erbij toen hij zijn eerste zin van twee woorden sprak: 'Miw ka.' Marianne ging destijds van één woord meteen naar vier. Mmm toot aaie nee.'Mmm' was konijn en 'toot' was dood, het krioelde destijds in het bos van Bakkum van de dode konijnen, de pijp van het myxomatogoïde virus uitgegaan, en die mocht ze van ons niet aaien.
Nu is ze doende haar troep op onze zolder op te ruimen. Die hebben we al die jaren bewaard. Voor dit moment. Ze komt naar beneden met teksten als: 'Jezus, ik heb mails van jullie gevonden, van toen ik dat jaar in Amerika zat. lk was er net vijf dagen en jullie hadden gehoord dat ik in een Jehova-gezin was ondergebracht en jullie konden mij niet bereiken! Hoe hebben jullie dat in godsnaam volgehouden? Ik zou compleet gestoord worden als Owen daar zat, bij Jehova's, en ik kon geen contact met hem krijgen! ik zou meteen op het vliegtuig stappen. Nu. Toen had ik niks door ...' Ha, denken wij dan, ha! Marianne was toen zeventien.
Ik probeer te schrijven maar het gaat met de dag beroerder. Heb vier hoofdstukjes Maantje af, het moeten er twintig worden, dan wordt het tweede deel dubbel zo dik als het eerste. Leek me mooi. Nu vind ik het veel. Papa vecht in dit boek met Sinterklaas en trekt de baard van diens kin maar daar ben ik nog niet, dat is pas in het een na laatste hoofdstuk. Ik stel voor dat we een sticker op het boek plakken - als het ooit af komt - met de woorden: 'Parental warning. This book might shatter your child's belief in the fucking Decembersaint from Spain.' Krijgen we misschien een beetje aandacht. En omdat kerst en Sinterklaas er alle twee in voorkomen, stel ik deze wervende kreet voor Het Ultieme Decemberboek. Eerst maar eens aan hoofdstuk vijf beginnen.

In zak en as

Ik ben mijzelf niet vandaag,
ik ben somber zonder pijn.
Ik denk dat zeker duizend mensen,
desgevraagd,
Sjoerd Kuyper willen zijn.
Dat zou ik ook graag wensen
als ik mijzelf niet was.

Laat ik maar eens proberen om morgen verder te schrijven. Ga ik nu Ajax-Sparta kijken. Als ze maar niet spelen zoals ik schrijf.