donderdag 10 september 2026

Reinhard Karger • 11 september 2001

• Reinhard Karger bezocht in 2001 in de dagen rond 9/11 zijn broer in New York, en hield toen een dagboek bij.

Dienstag, 11. September • Ich wollte mich später mit Steve, dem Sohn des zweiten Mannes meiner Mutter, treffen. Wir hatten Zeit und Ort noch nicht ausgemacht, aber wir waren verabredet, bis spätestens 10 Uhr zu telefonieren. Mit meinem Bruder frühstückte ich im Heck des Bootes mit Blick auf Manhattan. Der Morgen war ruhig und warm, das Wetter versprach, ausgezeichnet zu werden. Die Sonne ging genau zwischen den Zwillingstürmen über der Stadt auf. Ich fotografierte sie so oft, dass mein Bruder mich irgendwann fragte, ob ich denn nicht allmählich genug Bilder davon hätte.

Mein Bruder fuhr zur Arbeit, und ich saß mit einem Buch auf Deck, bis die Sonne zu stark wurde. 8.15 Uhr ging ich in die Kajüte und legte mich mit dem Buch so auf das Bett, dass ich durch die Decksluke den blauen Himmel sehen konnte. Das Boot schaukelte leicht, und ich schlummerte über meinem Buch ein. Kurz nach 9 Uhr klingelte das Telefon. Es war Steve. Wir plauderten und machten Pläne für den Tag. Er erklärte mir, wo wir uns treffen könnten, welche Linie ich am besten nehmen sollte. Ich wollte eine Zigarette rauchen und kletterte auf Deck. Dann erst sah ich den Rauch.

Zuerst bemerkte ich eine Wolke im Süden, eigenartig grade, wie eine liegende Zigarre. Ich drehte den Kopf, erkannte, dass sie bei den World Trade Centern endete. Dann erst verstand ich, dass sie dort begann. Ich sagte zu Steve: "Die Tower brennen." Jetzt erst bemerkte ich die Menschen auf den anderen Booten, die auch nach Manhattan hinüberblickten. Ein Pärchen auf einem benachbarten Boot hatte einen Fernseher. Sie sagten: Terroristen mit Flugzeugen, ein Anschlag, kein Unfall, beide Türme getroffen. Ich legte auf. Steve habe ich in dem Sommer nicht mehr gesehen.

Fassungslos starrte ich auf die qualmenden Twin Towers. Hinter einigen Fenstern schien es zu brennen. Der Himmel darüber war strahlend blau. Teile der Fassade fielen hinunter. Ich holte die Kamera und begann zu fotografieren. Dann geschah das Unfassbare: Dunkel und böse grollend brach der Südturm in sich zusammen, implodierte. Der Kollaps zog sich eine gefühlte Ewigkeit hin. Als er abebbte, quoll eine Wolke aus den Straßen hervor, bedeckte die umgebenden Häuser und verhüllte den unteren Teil von Manhattan. Der Südturm war verschwunden. Der Nordturm stand in einer Wolke aus Staub, Stahl und Rauch.

Wieder klingelte das Telefon. Mein Vater rief aus Deutschland an. Er fragte, wie es mir ginge, wo ich sei. Ich sage nur: "Der eine Turm ist weg, einfach weg." Er erklärte mir: "Auch das Pentagon ist getroffen, vielleicht noch mehr. In Pennsylvania haben sie ein Flugzeug abgeschossen." Das Ausmaß der Katastrophe überstieg alle Vorstellungen. Immerhin: Der Nordturm des WTC stand noch. Qualmend. Die Situation schien sich zu entspannen.

Etwa um 10.30 Uhr passierte es: Laut, dumpf und wie in Zeitlupe sackte das Gebäude in sich zusammen. Eine Rauchsäule zeichnete seine Silhouette ein letztes Mal in den Himmel. Dann verschlang die Wolke Manhattan und verfinsterte die Sonne. Die Insel verschwand völlig. Eine Brise Nordwind drückte Staub und Qualm aus den Straßen nach Süden in den Hafen von New York. Ganz allmählich klärte sich der Rauch ein wenig, und die Skyline zeigte ihre neuen Konturen.

Erst am späten Nachmittag, und für mich nicht mehr hörbar, kollabierte nach langen Bränden auch ein dritter Turm, WTC 7, ein Hochhaus mit 47 Stockwerken, allerdings ohne eine wirklich fühlbare Lücke zu hinterlassen. Die Zwillingstürme hatten wie kein anderes Gebäude die Skyline dominiert.

Mein Bruder kam erst spät zurück. Die Straßen waren verstopft, überall gab es Staus und Kontrollen. Der Abendhimmel war wolkenlos. Als die Sonne unterging, tauchte sie ganz Manhattan in rötlich-goldenes Licht. Der Tag ging - und hinterließ tiefe Ratlosigkeit und Trauer. Das Fernsehen brachte pausenlos Berichte, Gespräche, Spekulationen über die Zahl der Opfer - und bald auch Namen von Tätern und Vermutungen über Motive. Jedem war bewusst: Etwas war an diesem Tag geendet. Aber keiner wußte, was begonnen hatte.

Vertaling door ChatGPT:

Dinsdag 11 september • Ik wilde later afspreken met Steve, de zoon van de tweede man van mijn moeder. We hadden tijd en plaats nog niet afgesproken, maar we hadden afgesproken elkaar uiterlijk om tien uur te bellen. Met mijn broer ontbeet ik achter op de boot, met uitzicht op Manhattan. De ochtend was rustig en warm, het weer beloofde uitstekend te worden. De zon kwam precies tussen de Twin Towers boven de stad op. Ik fotografeerde ze zo vaak dat mijn broer me op een gegeven moment vroeg of ik er zo langzamerhand niet genoeg foto's van had.

Mijn broer ging naar zijn werk en ik zat met een boek op het dek tot de zon te sterk werd. Om 8.15 uur ging ik de kajuit in en ging met mijn boek op bed liggen, zo dat ik door het dakluik de blauwe hemel kon zien. De boot wiegde zachtjes en ik dommelde boven mijn boek in. Kort na negen uur ging de telefoon. Het was Steve. We praatten wat en maakten plannen voor de dag. Hij legde uit waar we konden afspreken en welke lijn ik het beste kon nemen. Ik wilde een sigaret roken en klom het dek op. Pas toen zag ik de rook.

Eerst zag ik in het zuiden een wolk, merkwaardig recht, als een liggende sigaar. Ik draaide mijn hoofd en zag dat hij bij het World Trade Center eindigde. Pas toen begreep ik dat hij daar begon. Ik zei tegen Steve: ‘De torens staan in brand.’ Nu pas merkte ik de mensen op de andere boten, die ook naar Manhattan keken. Een stel op een naburige boot had een televisie. Ze zeiden: terroristen met vliegtuigen, een aanslag, geen ongeluk, beide torens geraakt. Ik hing op. Steve heb ik die zomer niet meer gezien.

Verbijsterd staarde ik naar de rokende Twin Towers. Achter enkele ramen leek brand te zijn. De hemel erboven was stralend blauw. Delen van de gevel vielen naar beneden. Ik haalde de camera en begon te fotograferen. Toen gebeurde het onvoorstelbare: donker en dreigend grommend zakte de South Tower in elkaar, hij implodeerde. De instorting leek een eeuwigheid te duren. Toen die voorbij was, stroomde er een wolk uit de straten omhoog, die de omliggende gebouwen bedekte en het onderste deel van Manhattan aan het zicht onttrok. De South Tower was verdwenen. De North Tower stond in een wolk van stof, staal en rook.

Opnieuw ging de telefoon. Mijn vader belde vanuit Duitsland. Hij vroeg hoe het met me ging en waar ik was. Ik zei alleen: ‘De ene toren is weg, gewoon weg.’ Hij vertelde me: ‘Het Pentagon is ook geraakt, misschien nog meer. In Pennsylvania hebben ze een vliegtuig neergeschoten.’ De omvang van de ramp ging elk voorstellingsvermogen te boven. Maar goed: de North Tower van het WTC stond nog overeind. Rokend. De situatie leek tot rust te komen.

Rond half elf gebeurde het: luid, dof en alsof het in slow motion ging, zakte het gebouw in elkaar. Een rookzuil tekende zijn silhouet nog één keer af tegen de hemel. Toen verzwolg de wolk Manhattan en verduisterde de zon. Het eiland verdween volledig. Een bries uit het noorden duwde stof en rook vanuit de straten naar het zuiden, de haven van New York in. Heel geleidelijk trok de rook een beetje op en kreeg de skyline zijn nieuwe contouren.

Pas laat in de middag — en voor mij niet meer hoorbaar — stortte na urenlange brand ook een derde toren in, WTC 7, een gebouw van 47 verdiepingen, zij het zonder werkelijk een voelbare leegte achter te laten. De Twin Towers hadden de skyline als geen ander gebouw gedomineerd.

Mijn broer kwam pas laat terug. De straten stonden vol, overal waren files en controles. De avondhemel was wolkenloos. Toen de zon onderging, baadde ze heel Manhattan in roodgouden licht. De dag liep ten einde — en liet diepe verbijstering en verdriet achter. Op televisie kwamen onafgebroken reportages, gesprekken en speculaties over het aantal slachtoffers — en al snel ook namen van daders en vermoedens over hun motieven. Iedereen besefte: iets was die dag geëindigd. Maar niemand wist wat er was begonnen.

Willem Oltmans • 11 september 2001

Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de DBNL.

11 september 2001
Hans Geerlofs belde dat twee vliegtuigen in het World Trade Center in New York zijn gevlogen. Eindelijk, ik ben opgelucht. Wanneer - als het er al ooit van komt - zullen de Amerikanen wakker worden en stoppen met hun arrogantie en wereldwijde criminele gedrag?
Ik ben opgetogen, het werd de hoogste tijd dat ze - met hun raketschild - eindelijk eens voelen hoe laat het is.
Ik heb om 16.00 uur Peter en Edwin gewaarschuwd; ze wisten nog van niets.
Ze doen heel zielig op tv, maar hoe zit het dan met de misdaden van de Donovan boys [Een bijnaam voor de CIA, naar William ‘Wild Bill’ Donovan, hoofd van de Office of Strategic Services (OSS). Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de CIA] over de hele wereld?
Peter belde rond 17:00 uur: ‘Willem, ik ben geschokt. Dit verandert de loop van de geschiedenis.’ Hij heeft gelijk. De symboliek is kolossaal. Maar, hoe vreselijk ook, ze hebben het over zichzelf afgeroepen.
Op CNN wordt het om 18:40 uur om te lachen. Senator Orrin Hatch noemt de daders ‘cowards’, burgemeester Rudolph Giuliani van New York is heel erg boos en iedereen praat onzin. Hoe zit het met de Amerikaanse lafaards die zoveel plaatsen op de wereld hebben gebombardeerd? ‘Wat ze gedaan hebben is overduidelijk een daad van oorlog,’ zegt senator John McCain, ‘en niet uitgelokt!’ Maar hoe zit het dan met Libië, Vietnam en al die andere landen waar de vs militair hebben opgetreden?
‘We are going to answer the basterds,’ zegt Hatch. Ik zeg weer hetzelfde: hoe zit het dan met de ‘snelweg des doods’ in Irak waar ondanks de Amerikaanse garantie van een veilige aftocht, de terugtrekkende duizenden Irakese militairen werden gebombardeerd en gruwelijk uitgeroeid? ‘Onze manier van leven is anders dan die van Osama bin Laden,’ merkt Hatch op. En vervolgens komt er weer een congreslid op tv die verkondigt dat ze de ‘lafaards en terroristen’ zullen pakken. Maar sommige mensen op de wereld zien de vs juist als de ‘lafaards en terroristen’. Ik in ieder geval. De verslaggevers van CNN komen superlatieven tekort voor deze buitengewone tragedie. Bush is net terug in het Witte Huis en zegt dat ze de lafaards zullen najagen en straffen. Wat er gebeurd is, is dat Sharon de problemen in het Midden-Oosten heeft veroorzaakt en dat Bush jr. deze aanslagen over zich heeft afgeroepen door te opereren zoals Sharon — met zijn team van oorlogshitsers.
Voormalig ambassadeur bij de Verenigde Naties voor de vs Richard Holbrooke zegt dat iedereen moet helpen de terroristen die achter de aanslagen zitten te vinden, inclusief de Russen, Chinezen, en de landen in het Midden-Oosten... Dat kan dus niet. Hij hint naar een militaire vergeldingsactie tegen de Taliban, omdat zij Osama bin Laden verbergen.
Om 19:45 uur hebben de Amerikanen drie oorlogsschepen de zee op gestuurd, twee vliegdekschepen zijn onderweg naar New York.
Senator Chris Dodd vergelijkt het met de aanval op Pearl Harbor. Dodd wordt onderbroken voor Henry Kissinger, die vanuit Duitsland reageert. Hij pleit voor een gezamenlijke reactie en wil serieuze druk uitoefenen op de Taliban.
Maar afschuwelijk wat die mensen in die vliegtuigen, die begrepen moeten hebben dat ze in Osama's vliegende bommen zaten, moesten doormaken... En wat is er in godsnaam allemaal gebeurd in de straten en huizen rond het World Trade Center?
Philip Freriks, de lul van het NOS Journaal, heeft het over Lockerbie, maar geen hond hoor je over de Amerikaanse kruiser die een Iraans passagiersvliegtuig neerpafte.
De kennismakingsbezoeken van Máxima zijn afgelast! Hoe zielig. Minister De Grave zegt dat het een nieuwe Koude Oorlog is. De Tweede Kamer stopte. Partijleider van de PvdA Ad Melkert: ‘Het snijdt door het hart,’ partijleider voor de VVD Hans Dijkstal: ‘De wereld zal nooit meer dezelfde zijn.’ Beatrix condoleert Bush, er staan veldbedjes op Schiphol. Aart zegt dat Wall Street is geraakt. De beurs ging dicht, aandelen daalden nog verder. Voor Kok is het onbeschrijflijk wat terrorisme kan doen. Maar wat hebben de VS met terrorisme allemaal uitgehaald?
Kok zegt: ‘Amerika is in het hart getroffen.’ Hij geeft een prima reactie.
De gevolgen zijn niet te overzien. Peter sloeg de spijker op zijn kop toen hij zei dat dit een keerpunt in de geschiedenis zal worden. Blair zegt dat het volstrekt fanatisme van de terroristen is, maar ondertussen bombardeert Groot-Brittannië zelf Irak. Rob de Wijk [hoogleraar Internationale Betrekkingen die in nieuws- en actualiteitenprogramma's werd gevraagd om als deskundige commentaar te geven op de internationale militair-politieke situatie als gevolg van de aanslagen in de VS] zegt dat Osama bin Laden had aangekondigd dat hij een rechtstreekse aanval op Amerika zou gaan uitvoeren. Pim Fortuyn: ‘Wrede operatie...’. Ik lach ze gewoon uit. De Wijk noemt zelfs Irak. Van Aartsen vond het ook vreselijk.
De reactie van Anne Knulst viel me mee. Ik legde uit dat de controverse tussen Sharon en Arafat zich nu tussen Bush en Osama gaat afspelen.
Israël rouwt! Shimon Peres zegt: ‘Our hearts are with you. It was an attack on civilization to introduce the law of the jungle.’ ‘Each Israeli feels as an American today,’ zegt Peres. Nee, wij waren het die vanaf het kolonialisme over de andere landen heen liepen. Hoe komt het toch dat ik op de hand van de blije mensen in het Nabije Oosten ben?
Poetin noemde het op tv - met een ernstig gezicht - een verachtelijke tragedie.

Nadine Finsterbusch • 10 september 1994

• In 1994 was Nadine Finsterbusch 14 jaar en verliefd op Mark Owen van Take That. Bij Der Spiegel zijn een paar dagboekfragmenten van haar te lezen.

Vertaling onderaan

10. September 1994
Gestern habe ich die MTV Video Music Awards 1994 geguckt. Seitdem finde ich: Snoop Doggy Dogg, Björk, Steven Dorff, Nirvana und Soundgarden total cool! Die waren echt alle soo nett und witzig, das hätte ich besonders von Snoop Doggy Dogg nicht erwartet.

Eine tragische Nachricht: Mark [Owen] hat die Haare ab. Total ekelig. Aber abwarten. Er muss ja nicht immer gut aussehen.

Vertaling door ChatGPT:

10 september 1994 • Gisteren heb ik naar de MTV Video Music Awards van 1994 gekeken. Sindsdien vind ik Snoop Doggy Dogg, Björk, Steven Dorff, Nirvana en Soundgarden helemaal te gek! Ze waren echt allemaal zó aardig en grappig, dat had ik vooral van Snoop Doggy Dogg niet verwacht.

Een tragisch bericht: Mark [Owen] heeft zijn haar eraf! Echt walgelijk. Maar we zullen zien. Hij hoeft er natuurlijk niet altijd goed uit te zien.

dinsdag 8 september 2026

Maarten 't Hart • 9 september 1970

• In 1969-1970 hield de Nederlandse schrijver Maarten 't Hart (1944) een onregelmatig dagboek bij.

9 sept. • Het beroerde van heimwee is ook dat niemand je begrijpt. H. zegt altijd:
iedereen heeft van die gevoelens, het is helemaal niets bijzonders, je moet je er over heen zetten. Nou, als dat waar is zou ik wel eens willen weten waarom mensen dan zo graag van huis gaan. Ik weet heel zeker dat als H. niet zo graag weg wilde, ik nooit, nooit, nooit ook maar een dag zou weggaan. Nergens vind je, noch in de literatuur, noch in de muziek, heimwee op adequate wijze beschreven of getoonzet. Alleen in het tweede deel van de negende van Dvorak hoor je het plotseling. Je kunt er met niemand over praten, iedereen kijkt je aan en je ziet in de blik van de ander: die is niet goed wijs, die kan zomaar met vakantie en vindt het niet leuk. Niet leuk? Ik vind het afschuwelijk. Wat is er nu elders te zien waarvoor je op reis zou willen gaan. Gebouwen? Schilderijen? Gebouwen zijn helemaal nooit mooi en reproducties van schilderijen zijn doorgaans mooier dan de originelen. Nee, je zou alleen voor landschappen op reis kunnen gaan. Maar bossen zijn overal eender. Nou ja, ik weet dat ik op dit punt niet redelijk ben (of nog minder redelijk dan op andere punten) maar ik zou me zielsgelukkig voelen als ik nu, zolang ik leef, nooit meer op reis zou hoeven. In Rusland schijnen de inwoners hun land, soms zelfs hun district niet uit te mogen. Hoe zeldzaam benijdenswaardig!

maandag 7 september 2026

Reinhard Karger • 8 september 2001

• De Duitser Reinhard Karger bezocht begin september 2001 zijn broer in New York, en maakte zo de aanslag op het WTC mee.


Freitag, 7. September: Am späten Nachmittag holte mein Bruder mich vom Flughafen ab. Wir fuhren durch den Feierabendverkehr zu seinem Boot in der Liberty Landing Marina, einem Yachthafen auf der Manhattan gegenüberliegenden Seite des Hudson River. Direkt auf der anderen Seite glitzerten die Wolkenkratzer des World Financial Center - eines Hochhauskomplexes, vollgestopft mit so vielen Unternehmen, dass er eine eigene Postleitzahl hat. American Express hatte seinen Sitz dort, Dow Jones, die Bank of America und Dutzende andere. Und darüber thronten die alles überragenden Zwillingstürme des World Trade Center.

Samstag, 8. September: Wir machten uns auf zu unserem ersten Segeltörn - vorbei an Manhattan und der Freiheitsstatue, unter der Verrazano-Narrows-Brücke hindurch, der größten Hängebrücke der USA, und bis auf den offenen Ozean hinaus. Bis zum Ambrose Lighthouse wollten wir, dem Punkt, an dem auf amerikanischer Seite die Zeit für das "Blaue Band" genommen wird, die schnellste Atlantiküberquerung eines Passagierschiffes.

Sonntag, 9. September: Bei blendendem Wetter fuhren wir wieder mit dem Boot aus. Am Nachmittag begegneten uns die auslaufenden Kreuzfahrtschiffe - gewaltige weiße Ozeanriesen - auf dem Weg von New York zu den Bermudas. Abends fuhren wir durch den dunkel werdenden Hafen, ganz nah an Manhattan heran. Wir glitten an den leuchtenden Hochhäusern des World Financial Center vorbei und dem dazugehörenden Yachthafen mit seinen eleganten, teuren Booten. Manche hatten eigene Hubschrauber auf dem Achterdeck.

Montag, 10. September: Ich frühstückte gemeinsam mit meinem Bruder, dann musste er zur Arbeit fahren. Ich blieb den ganzen Tag auf dem Boot, lag in der Hängematte zwischen Mast und Vorsegel. Kochen, essen, dann Siesta unter Deck. Ein Tag der Muße, eine Pause im Leben.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

Vrijdag 7 september: Aan het eind van de middag haalde mijn broer me op van het vliegveld. We reden door het spitsverkeer naar zijn boot in de Liberty Landing Marina, een jachthaven aan de overkant van de Hudson, tegenover Manhattan. Direct aan de overkant schitterden de wolkenkrabbers van het World Financial Center — een complex van hoge gebouwen, volgestouwd met zoveel bedrijven dat het een eigen postcode heeft. American Express had er zijn hoofdkantoor, evenals Dow Jones, Bank of America en tientallen andere bedrijven. En daarbovenuit torenden de alles overtreffende Twin Towers van het World Trade Center.

Zaterdag 8 september: We gingen op onze eerste zeiltocht — langs Manhattan en het Vrijheidsbeeld, onder de Verrazano-Narrows Bridge door, de grootste hangbrug van de Verenigde Staten, en vervolgens de open oceaan op. We wilden tot aan de Ambrose Lighthouse varen, het punt waar aan Amerikaanse zijde de tijd wordt opgenomen voor het ‘Blue Riband’, de snelste Atlantische oversteek door een passagiersschip.

Zondag 9 september: Bij schitterend weer voeren we opnieuw met de boot uit. ’s Middags kwamen we de uitvarende cruiseschepen tegen — enorme witte oceaanreuzen — die vanuit New York onderweg waren naar de Bermuda’s. ’s Avonds voeren we door de donker wordende haven, heel dicht langs Manhattan. We gleden langs de verlichte hoogbouw van het World Financial Center en de bijbehorende jachthaven met haar elegante, dure boten. Sommige hadden een eigen helikopter op het achterdek.

Maandag 10 september: Ik ontbeet samen met mijn broer, waarna hij naar zijn werk moest. Ik bleef de hele dag op de boot en lag in de hangmat tussen de mast en het voorzeil. Koken, eten, daarna een siësta benedendeks. Een dag van ledigheid, een pauze in het leven.

zondag 6 september 2026

Menno ter Braak • 7 september 1939

Menno ter Braak (1902-1940) was een Nederlandse schrijver. Na de Duitse inval in Polen (1 september 1939) hield hij een maand lang een journaal bij.

Zutphen, 7 Sept.
[...] Slechte berichten uit Polen; gesnoef uit het hoofdkwartier van den Führer. Finis Poloniae? Mijn grootste verlangen: deze gebeurtenissen in hun historische voltooidheid te zien, op een afstand van tien jaar, in 1950. Ik ben in ieder opzicht en voor alles: toeschouwer, ook in mijn activiteit. Gesublimeerde lafheid? Waarschijnlijk; maar geen geestelijke herbewapeningslafheid.
[...]
Het denken aan mijn roman, dat mij de laatste maanden voortdurend bezig hield, is sedert het uitbreken van den oorlog vrijwel verdwenen. Men kan zich niet bezig houden met fictieve figuren, zoolang deze oorlogstoestand ons behoort te trainen in het opgeven van ficties... zelfs ficties, waarin een niet-fictieve wereld zou kunnen bezinken. Ook hier: de totale oorlog. - Weer een bewijs, overigens, dat diegenen gelijk hebben, die zeggen, dat ik geen ‘echte’ romanschrijver ben; want zooeen zou onverdroten voortromanceeren, en zelfs uit deze omstandigheden waarschijnlijk onmiddellijk ‘den roman’ puren. Misschien ook een bewijs, dat ik, als ik nog eens den tijd daarvoor kreeg, een beteren roman zou schrijven dan zij. Maar misschien ook niet.
[...]
Zonder de gelijkheid zou het Christendom niet zijn ontstaan, zonder de ongelijkheid zou het niet zijn blijven voortbestaan, zonder de wisselwerking van beide zou het nu niet meer bestaan. Daarmee is niet gezegd, dat de Evangeliën en de brieven van Paulus niet allerlei concessies aan de ongelijkheid bevatten; maar hun publiek is dat van de gelijkheid, d.w.z. van degenen, die belang hadden bij de gelijkmaking door het ophanden zijnde Oordeel. Nog bij Luther is dat zoo; het Christendom wordt gematigder naarmate de illusie van den Jongsten Dag, die binnenkort komen zal, verzwakt. In plaats van den Jongsten Dag komt nu de Blitzkrieg: ook een soort verlossing en gewelddadige rechtvaardiging op korten termijn. Luther zou een perfecte Blitzkrieg-apostel geweest zijn.

Ik ben nooit pacifist geweest en heb nooit geloofd aan zoo iets absurds als wereldvrede. Maar ik heb geloofd aan den vrede in West-Europa, en daarom zie ik dezen oorlog als een burgeroorlog. Wanneer het gelukt Duitschland te ‘europeaniseeren’, zijn de Vereenigde Staten van (West) Europa geen utopie meer.

Claire Goll • 6 september 1939

Claire Goll (1890–1977) was een Duits-Franse journaliste, schrijfster en dichteres, en echtgenote van de dichter Yvan Goll. Uit: Alles is ijdelheid (vertaald door Frans de Haan en Marianne Kaas).

6 september 1939
We kwamen na een overtocht van elf dagen in New York aan. De oorlog was enkele dagen tevoren uitgebroken. 'Heb ik het recht hier te zijn terwijl de anderen strijden?' vroeg Goll me. Hij wilde onmiddellijk terugkeren. […]
 
Ver van het oude Europa, waar al eeuwenlang een hele meute staatjes van maar één gedachte bezeten was: oorlog!, werd ik overspoeld door een verbijsterend geluksgevoel. Het kwam me voor dat alles kon. Zonder dat als vernederend te ervaren had ik kranten kunnen verkopen of schoenen poetsen. In Parijs zou die gedachte zelfs niet bij me zijn opgekomen. Maar de Amerikaanse sfeer straalde zo'n dynamiek uit dat geen enkele bezigheid je naar beneden kon halen.

Ik merkte al gauw dat het ons niet moeilijk zou vallen ons brood te verdienen. Dat geweldige land had werk voor iedereen die een of ander vak kende en wist ook mensen met de gekste specialismen te gebruiken. De Duitsers die zich er na 1933 hadden gevestigd, bekleedden, toen wij er aankwamen, al belangrijke functies in musea, orkesten en ziekenhuizen. In Frankrijk zouden ze zelfs geen baantje als straatveger hebben kunnen krijgen. Hoe gastvrij de Fransen alle vluchtelingen ook ontvangen, met hun protectionistische kleinzieligheid hebben ze zich een trieste faam verworven. Zij bewaren de goede betrekkingen voor zich zelf, terwijl de Amerikanen, in hun dorst naar vers bloed en nieuwe ideeën, proberen maximaal profijt te trekken van de vreemdelingen die naar hun land komen. Een ieder krijgt er zijn kans, behalve dichters.