• Luuk Gruwez (1953) is een Vlaamse schrijver. In Het land van de wangen kijkt hij terug op episodes uit zijn leven. Het hart van het boek vormen de dagboeknotities die hij enige jaren bijhield naar aanleiding van zijn bezoeken aan zijn steeds verder aftakelende grootouders.
Deerlijk, 17 maart 1996
Ieper, omstreeks 1915. Hier heeft Knor de eerste stille film gezien, in de openlucht. Hier heeft hij de eerste auto gezien en daarvoor zelfs de eerste fiets: ‘een tuig des duivels’, volgens de pastoor. Als knaapje had Knor glazen benen voor politieagenten. Hun kantoor was in de Lakenhallen gevestigd. Als daar een agent buiten stond, liep hij er in een wijde boog omheen en hij zocht bescherming in de rokken van zijn moeder, die hij aanbad. Ik begrijp dat ontzag en die angst voor uniformdragers. In elke man herken ik de beul. En ook ik dicht de redding aan vrouwen toe. Zelfs onder dit dak heb ik dat altijd gedaan: bij Liesje. Ik moet tot mijn zeer grote spijt vaststellen dat mannen, vooral mannen in mijn leven mijn idolen zijn geweest. Een enkele keer waren zij ook onderwerp van mijn haat. Er is nauwelijks één vrouw die mijn idool is geweest, maar van vrouwen heb ik altijd gehouden. Ik verwelkom in hen de betere helft van de mensheid. Zoals mijn grootvader hier elke dag zit te sidderen voor zijn nakende einde, kan het niet anders of hij stelt zich ook de dood in uniform voor. Knor en ik: allebei zijn wij bange jongetjes gebleven.
317-2019>
maandag 16 maart 2026
zondag 15 maart 2026
Lizzy van Dorp • 16 maart 1900
• Lizzy van Dorp (1872-1945) was de eerste vrouwelijke rechtenstudent van Nederland, later econome en politica. Haar studentendagboek staat hier online.
Eerste reis naar Parijs. Veel genoten, maar ik houd niet van Parijs. 't Is vies, een rommel, onecht. De Franse geest is mij vreemd. Er is niets [?] in, alles nageaapt. Wel mooi soms, maar 't mooiste eigenlijk, de schilderijen, die ze van ons en de Italianen gestolen hebben. [Dan volgt een opsomming van de toeristische hoogtepunten, zoals een bezoek aan het Paleis van Versailles; Van Dorp vindt het paleis vervelend, net als de tuinen.]
Winter. Verging onder gestadig werken . Een nieuwe professor, Visser, heel knap , en heel laag bij de grond en heel vervelend! Prof. Drucker afgetreden als prof. omdat hij lid van de [Tweede] Kamer is en - wel eens minister worden zal. - gaf als privaatdocent heel prettige colleges. Verder Oppenheim, als altijd genoeglijk, en Van der Hoeven - veel diners - meest vervelend. Eind januari van 17-22 was ik pleegmoeder van de kinderen Veit, We hadden 'r erg genoeglijk, sedert is het dikke vriendschap. De ouders brachten me uit Parijs mijn Gioconda [Mona Lisa] mee in kooldruk - heerlijk!
De onzalige oorlog van Engeland tegen Transvaal begon 10 okt. In het begin hoopten we allen het beste, nu (1900) begint ieder te wanhopen - ik nog niet. Als ze de guerrilla maar volhouden, kan Engeland 't niet uithouden. Hoe schandelijk Engelands hele houding is, alle bladen staan er vol van. Heel Europa staat aan de zijde van de Boeren. Maar de regeringen houden alles tegen . Wat hebben we aan 't nieuwe regiem, de zogenaamde democratie?
Wanhopige wereld. Alle recht met voeten getreden. God, God, is dat vooruitgang? Veel kunst genoten van 't winter. O.a. een Bosboomtentoonstelling en een Hoytema dito . Ik heb zo graag 't werk van één. Men heeft dan een geheel iets levends voor zich.
Goddelijk schaatsen gereden op de Kaag. 't Prachtigste ijs. Echt Hollands; hele dorpen op 't ijs en overal kraampjes. Nu eerst begrijp ik die oud Hollandse ijsgezichtjes, Schelfthout en anderen.
Op prof. Tieles verjaardag werd ik op een intiem dineetje gevraagd, grote eer. Marie Krantz kwam met Kerstmis Hoyer presenteren . Hij viel erg in de smaak. Er kwam een meisjesstudentenclub tot stand, waar ik per se praeses van moest worden, evenals van de afdeling Leiden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.
17 maart. Zaterdag. Een interessante tentoonstelling van Van Gogh. Jammer, jammer, dat die man zo jong gestorven is, en niet de tijd heeft gehad, op een andere manier uit te drukken wat er in hem leefde. Want dat was groot. Die goddelijke liefde voor licht en zon en bloei!
21 maart. Met de Vreedes naar een mooi Diligentia concert. De koningin was er, maar ze zag er lelijk uit en verveelde zich. Ze houdt niet van muziek, de arme, en moet er toch heen.
26 maart. Debating. Heel aardig. Wij meisjes zijn daar van 't winter voor 't eerst lid van.
27 maart. Een prachtlezing van Treub over socialisme. Een harde eerzuchtige man, maar een redenaar van Gods genade en klaar en helder als een Zwitserse bergbeek. Er zit Zwitsers bloed in hem. 253-2017>
Eerste reis naar Parijs. Veel genoten, maar ik houd niet van Parijs. 't Is vies, een rommel, onecht. De Franse geest is mij vreemd. Er is niets [?] in, alles nageaapt. Wel mooi soms, maar 't mooiste eigenlijk, de schilderijen, die ze van ons en de Italianen gestolen hebben. [Dan volgt een opsomming van de toeristische hoogtepunten, zoals een bezoek aan het Paleis van Versailles; Van Dorp vindt het paleis vervelend, net als de tuinen.]
Winter. Verging onder gestadig werken . Een nieuwe professor, Visser, heel knap , en heel laag bij de grond en heel vervelend! Prof. Drucker afgetreden als prof. omdat hij lid van de [Tweede] Kamer is en - wel eens minister worden zal. - gaf als privaatdocent heel prettige colleges. Verder Oppenheim, als altijd genoeglijk, en Van der Hoeven - veel diners - meest vervelend. Eind januari van 17-22 was ik pleegmoeder van de kinderen Veit, We hadden 'r erg genoeglijk, sedert is het dikke vriendschap. De ouders brachten me uit Parijs mijn Gioconda [Mona Lisa] mee in kooldruk - heerlijk!
De onzalige oorlog van Engeland tegen Transvaal begon 10 okt. In het begin hoopten we allen het beste, nu (1900) begint ieder te wanhopen - ik nog niet. Als ze de guerrilla maar volhouden, kan Engeland 't niet uithouden. Hoe schandelijk Engelands hele houding is, alle bladen staan er vol van. Heel Europa staat aan de zijde van de Boeren. Maar de regeringen houden alles tegen . Wat hebben we aan 't nieuwe regiem, de zogenaamde democratie?
Wanhopige wereld. Alle recht met voeten getreden. God, God, is dat vooruitgang? Veel kunst genoten van 't winter. O.a. een Bosboomtentoonstelling en een Hoytema dito . Ik heb zo graag 't werk van één. Men heeft dan een geheel iets levends voor zich.
Goddelijk schaatsen gereden op de Kaag. 't Prachtigste ijs. Echt Hollands; hele dorpen op 't ijs en overal kraampjes. Nu eerst begrijp ik die oud Hollandse ijsgezichtjes, Schelfthout en anderen.
Op prof. Tieles verjaardag werd ik op een intiem dineetje gevraagd, grote eer. Marie Krantz kwam met Kerstmis Hoyer presenteren . Hij viel erg in de smaak. Er kwam een meisjesstudentenclub tot stand, waar ik per se praeses van moest worden, evenals van de afdeling Leiden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.
17 maart. Zaterdag. Een interessante tentoonstelling van Van Gogh. Jammer, jammer, dat die man zo jong gestorven is, en niet de tijd heeft gehad, op een andere manier uit te drukken wat er in hem leefde. Want dat was groot. Die goddelijke liefde voor licht en zon en bloei!
21 maart. Met de Vreedes naar een mooi Diligentia concert. De koningin was er, maar ze zag er lelijk uit en verveelde zich. Ze houdt niet van muziek, de arme, en moet er toch heen.
26 maart. Debating. Heel aardig. Wij meisjes zijn daar van 't winter voor 't eerst lid van.
27 maart. Een prachtlezing van Treub over socialisme. Een harde eerzuchtige man, maar een redenaar van Gods genade en klaar en helder als een Zwitserse bergbeek. Er zit Zwitsers bloed in hem. 253-2017>
Jan van Riebeeck • 15 maart 1654
• Jan van Riebeeck (1619–1677) was een Nederlands chirurgijn en koopman in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). In 1652 stichtte hij de eerste Europese handelspost in Zuid-Afrika. De nederzetting met Fort de Goede Hoop bij Kaap de Goede Hoop zou uitgroeien tot de Kaapkolonie en uiteindelijk tot de huidige Republiek Zuid-Afrika. Dagboek 1652.
Omzetting in modern Nederlands onderaan.
15en do.
Noch al ongestuyme harde Z.Z. Ooste winden, met stijve valbuyen over den Taeffelbergh, ende extreme droochte.
16en, 17en ende 18en do
stille heete sonneschijn. Heden is bij resolutie goet gevonden, alle de oyen van onse schapen op 't Robben-eylandt te setten ende de rammen hier te houden, om voor de aencomende schepen te slachten, behalven 3 à 4, dieder altijt van de beste tot de voorteelinge gelaeten sullen worden, vermits doch bemercken, dat se daer seer treffelijck aerden ende beter voort setten als hier in de Taeffelvaley, daer se door 't overvloedige water veel tijts gellich ofte ongans worden, ende vrij meer versterven alsse aenteelen cunnen, behalven die ons oock dagelicx veel van 't wilt gediert, hoe nau daerop laten passen, verscheurt worden. Ende opdat sich niemant ende verstoute (gelijck sommige van de aencomende Comps schepen wel hebben derven dreygen) daer bij nacht off ontijden eenich aff te haelen, is oock verstaen 4 à 5 man aldaer te laten om wacht te houden, ende met eenen van de weynige robben aldaer vallende, oock de vellen ende traen op te gaderen. Om alle 't welcke in treyn te brengen, den bouchouder Fredrick Verburgh is gelast mede te gaen, om oock te speculeren, offer geen bequame gront is te besayen, ende een waterputh als op 't Dassen-eylant te maecken, mitsgaders een bequame loots voor 't volcq ende schaepen om 's nachts in te verschuylen, waertoe riedt ende houdt uyt bos wert bij der handt gehaelt, om ten dien eynde mede te geven.
Vertaling door ChatGPT
Heldere, warme zonneschijn.
Vandaag is bij besluit goedgevonden alle ooien van onze schapen naar Robbeneiland te brengen en de rammen hier te houden om voor de aankomende schepen te slachten, behalve drie of vier, die altijd van de beste voor de voortplanting zullen worden gehouden. Want we merken dat de schapen daar zeer goed gedijen en zich beter voortplanten dan hier in de Tafelvallei, waar zij door het overvloedige water vaak ziek of ongezond worden en er duidelijk meer sterven dan er worden geboren. Bovendien worden er hier, hoe goed we ook opletten, dagelijks veel door het wilde gedierte verscheurd.
En om te voorkomen dat iemand zich zou verstouten — zoals sommigen van de aankomende Compagniesschepen wel hebben durven dreigen — om daar ’s nachts of op ongelegen tijden schapen weg te halen, is ook besloten daar vier of vijf mannen te laten om de wacht te houden en tegelijk, van de weinige robben die daar worden gevangen, ook de huiden en de traan (robbenolie) te verzamelen.
Om dit alles in orde te brengen, is de boekhouder Fredrick Verburgh opgedragen mee te gaan, en tevens te onderzoeken of er geschikte grond is om te bezaaien en om een waterput te maken zoals op Dasseneiland, alsmede een geschikte loods voor het volk en de schapen om zich ’s nachts in te verschuilen. Daarvoor wordt alvast hout uit het bos gehaald om mee te geven voor dat doel.
Omzetting in modern Nederlands onderaan.
15en do.
Noch al ongestuyme harde Z.Z. Ooste winden, met stijve valbuyen over den Taeffelbergh, ende extreme droochte.
16en, 17en ende 18en do
stille heete sonneschijn. Heden is bij resolutie goet gevonden, alle de oyen van onse schapen op 't Robben-eylandt te setten ende de rammen hier te houden, om voor de aencomende schepen te slachten, behalven 3 à 4, dieder altijt van de beste tot de voorteelinge gelaeten sullen worden, vermits doch bemercken, dat se daer seer treffelijck aerden ende beter voort setten als hier in de Taeffelvaley, daer se door 't overvloedige water veel tijts gellich ofte ongans worden, ende vrij meer versterven alsse aenteelen cunnen, behalven die ons oock dagelicx veel van 't wilt gediert, hoe nau daerop laten passen, verscheurt worden. Ende opdat sich niemant ende verstoute (gelijck sommige van de aencomende Comps schepen wel hebben derven dreygen) daer bij nacht off ontijden eenich aff te haelen, is oock verstaen 4 à 5 man aldaer te laten om wacht te houden, ende met eenen van de weynige robben aldaer vallende, oock de vellen ende traen op te gaderen. Om alle 't welcke in treyn te brengen, den bouchouder Fredrick Verburgh is gelast mede te gaen, om oock te speculeren, offer geen bequame gront is te besayen, ende een waterputh als op 't Dassen-eylant te maecken, mitsgaders een bequame loots voor 't volcq ende schaepen om 's nachts in te verschuylen, waertoe riedt ende houdt uyt bos wert bij der handt gehaelt, om ten dien eynde mede te geven.
Vertaling door ChatGPT
Heldere, warme zonneschijn.
Vandaag is bij besluit goedgevonden alle ooien van onze schapen naar Robbeneiland te brengen en de rammen hier te houden om voor de aankomende schepen te slachten, behalve drie of vier, die altijd van de beste voor de voortplanting zullen worden gehouden. Want we merken dat de schapen daar zeer goed gedijen en zich beter voortplanten dan hier in de Tafelvallei, waar zij door het overvloedige water vaak ziek of ongezond worden en er duidelijk meer sterven dan er worden geboren. Bovendien worden er hier, hoe goed we ook opletten, dagelijks veel door het wilde gedierte verscheurd.
En om te voorkomen dat iemand zich zou verstouten — zoals sommigen van de aankomende Compagniesschepen wel hebben durven dreigen — om daar ’s nachts of op ongelegen tijden schapen weg te halen, is ook besloten daar vier of vijf mannen te laten om de wacht te houden en tegelijk, van de weinige robben die daar worden gevangen, ook de huiden en de traan (robbenolie) te verzamelen.
Om dit alles in orde te brengen, is de boekhouder Fredrick Verburgh opgedragen mee te gaan, en tevens te onderzoeken of er geschikte grond is om te bezaaien en om een waterput te maken zoals op Dasseneiland, alsmede een geschikte loods voor het volk en de schapen om zich ’s nachts in te verschuilen. Daarvoor wordt alvast hout uit het bos gehaald om mee te geven voor dat doel.
Marcel Jouhandeau • 14 maart 1964
•Marcel Jouhandeau (1888-1979) was een Franse schrijver. Een selectie uit zijn dagboeken is verschenen in de reeks Privé-domein.
Vertaling: Hepzibah Kousbroek
14 maart 1964
Ik denk af en toe aan onze vrienden, zij die twaalf jaar lang Céline bij ons hebben gekend, en haar behandelden als onze dochter. Van de ene dag op de andere, omdat ze bij Elise uit de gratie is, of misschien omdat ze een ongehuwde moeder werd, kent men haar niet meer.
Behalve Monsieur Kern en ik, gaat niemand haar ooit opzoeken.
Een van onze intimi, die ik mijn zoon noemde en die Céline aansprak als 'mijn zusje' heeft, ondanks het feit dat we elkaar via haar leerden kennen, het lef gehad mij tot aan de poorten van het ziekenhuis te rijden waar ze net was bevallen, zonder de moeite te nemen om mee naar binnen te komen, onder het voorwendsel van een andere afspraak.
Ik geloof dat wat in eerste instantie meespeelt de angst voor Elise is. Door samen met haar Céline links te laten liggen, vleit men haar.
In dit soort situaties, waarbij mensen in ongenade vallen, zoekt niemand het gelijk. Men is er slechts op uit de sterkste partij te vriend te houden.
* Alleen, voor de spiegel, heb ik mijzelf meer wellust verschaft dan met wie ook.
* Doorgaan met leven in een goede verstandhouding met mensen wier onwaardigheid en stupiditeit onomstotelijk vaststaan is niet alleen bijzonder moeilijk maar ook verstandig. Dat is mijn lot, sinds bijna jaar en dag, iedere dag opnieuw. Als ik afstand had genomen van alle mensen die mij teleurgesteld hebben, of mij niet wisten te behagen, wat zou mijn eenzaamheid dan groot zijn!
199-2014>
14 maart 1964
Ik denk af en toe aan onze vrienden, zij die twaalf jaar lang Céline bij ons hebben gekend, en haar behandelden als onze dochter. Van de ene dag op de andere, omdat ze bij Elise uit de gratie is, of misschien omdat ze een ongehuwde moeder werd, kent men haar niet meer.
Behalve Monsieur Kern en ik, gaat niemand haar ooit opzoeken.
Een van onze intimi, die ik mijn zoon noemde en die Céline aansprak als 'mijn zusje' heeft, ondanks het feit dat we elkaar via haar leerden kennen, het lef gehad mij tot aan de poorten van het ziekenhuis te rijden waar ze net was bevallen, zonder de moeite te nemen om mee naar binnen te komen, onder het voorwendsel van een andere afspraak.
Ik geloof dat wat in eerste instantie meespeelt de angst voor Elise is. Door samen met haar Céline links te laten liggen, vleit men haar.
In dit soort situaties, waarbij mensen in ongenade vallen, zoekt niemand het gelijk. Men is er slechts op uit de sterkste partij te vriend te houden.
* Alleen, voor de spiegel, heb ik mijzelf meer wellust verschaft dan met wie ook.
* Doorgaan met leven in een goede verstandhouding met mensen wier onwaardigheid en stupiditeit onomstotelijk vaststaan is niet alleen bijzonder moeilijk maar ook verstandig. Dat is mijn lot, sinds bijna jaar en dag, iedere dag opnieuw. Als ik afstand had genomen van alle mensen die mij teleurgesteld hebben, of mij niet wisten te behagen, wat zou mijn eenzaamheid dan groot zijn!
199-2014>
donderdag 12 maart 2026
John H. Smith • 13 maart 1875
• John Henry Smith (1848-1911) was een Amerikaanse geestelijke en politicus. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.
Vertaling onderaan
Saturday, March 13, 1875 - Chasetown and Litchfield
We rested very well and we got up at 7:30 a.m. and went to Bro. J. Ashtons to breakfast. We had some ham and bread and our usual suply of warm water and sugar. At 9 a.m. we started for Litchfield where we arrived at 10 a.m., the distance is five miles. We went to Bro. J. Wright and they received us very kindly. At 11 a.m. we visited the Cathedral and spent an hour in listning to the music which was very good, the praying to us seaming to be a mockery.
Sunday, March 21, 1875 - Wolverhampton
We had a good bed and rested well and we got up at 9:30 a.m. had breakfast and walked to Priestfield and changed our clothes and then walked to Bro. Hands at Coppice. Shortly after our arrival Bro. Morris came in & we had a good shake of the hands and then went to the Temperance Hall. There was about a dozen persons present. Bro. Halliday spoke 15 minutes, I then talked 30 minutes on faith, and Bro. Morris asked the people to come in the evening and bring their friends with them. A man in the audience asked Bro. Morris how many wives he had, and Bro. Morris told him enough to leave his neighbors alone.
At 6:30 p.m. we again met, and Bro. Morris spoke 40 minutes and I 10 minutes. We had a very good attendance. After meeting we walked to Great Bridge & took train and we reached 26 Tenby St. [Birmingham] at 10:30. I received two letters from Father and 1 from sister Sarah telling me of the death of my sister Marys son John Henry Wimmer, and also that my son Don Carlos had been very sick but was a little better.
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
Zaterdag 13 maart 1875 – Chasetown en Litchfield Wij hebben goed gerust en stonden om 7.30 uur op en gingen naar broeder J. Ashton om te ontbijten. We hadden wat ham en brood en onze gebruikelijke hoeveelheid warm water met suiker. Om 9 uur vertrokken we naar Litchfield, waar we om 10 uur aankwamen; de afstand is vijf mijl. We gingen naar broeder J. Wright en zij ontvingen ons zeer vriendelijk. Om 11 uur bezochten we de kathedraal en brachten een uur door met luisteren naar de muziek, die zeer goed was; het bidden leek ons echter een schijnvertoning.
Zondag 21 maart 1875 – Wolverhampton
We hadden een goed bed en hebben goed gerust; we stonden om 9.30 uur op, ontbeten en liepen naar Priestfield om ons om te kleden, en liepen daarna naar broeder Hands in Coppice. Kort na onze aankomst kwam broeder Morris binnen en we gaven elkaar hartelijk de hand, waarna we naar de Temperance Hall gingen. Er waren ongeveer een dozijn mensen aanwezig. Broeder Halliday sprak 15 minuten, daarna sprak ik 30 minuten over geloof, en broeder Morris vroeg de mensen om ’s avonds terug te komen en hun vrienden mee te brengen. Een man in het publiek vroeg broeder Morris hoeveel vrouwen hij had, waarop broeder Morris antwoordde dat hij er genoeg had om zijn buren met rust te laten.
Om 18.30 uur kwamen we opnieuw bijeen, en broeder Morris sprak 40 minuten en ik 10 minuten. We hadden een zeer goede opkomst. Na de bijeenkomst liepen we naar Great Bridge en namen de trein; we bereikten 26 Tenby Street [Birmingham] om 22.30 uur. Ik ontving twee brieven van vader en één van zuster Sarah, waarin zij mij vertelden over het overlijden van mijn zuster Mary’s zoon, John Henry Wimmer, en ook dat mijn zoon Don Carlos erg ziek was geweest maar inmiddels iets beter.
We rested very well and we got up at 7:30 a.m. and went to Bro. J. Ashtons to breakfast. We had some ham and bread and our usual suply of warm water and sugar. At 9 a.m. we started for Litchfield where we arrived at 10 a.m., the distance is five miles. We went to Bro. J. Wright and they received us very kindly. At 11 a.m. we visited the Cathedral and spent an hour in listning to the music which was very good, the praying to us seaming to be a mockery.
Sunday, March 21, 1875 - Wolverhampton
We had a good bed and rested well and we got up at 9:30 a.m. had breakfast and walked to Priestfield and changed our clothes and then walked to Bro. Hands at Coppice. Shortly after our arrival Bro. Morris came in & we had a good shake of the hands and then went to the Temperance Hall. There was about a dozen persons present. Bro. Halliday spoke 15 minutes, I then talked 30 minutes on faith, and Bro. Morris asked the people to come in the evening and bring their friends with them. A man in the audience asked Bro. Morris how many wives he had, and Bro. Morris told him enough to leave his neighbors alone.
At 6:30 p.m. we again met, and Bro. Morris spoke 40 minutes and I 10 minutes. We had a very good attendance. After meeting we walked to Great Bridge & took train and we reached 26 Tenby St. [Birmingham] at 10:30. I received two letters from Father and 1 from sister Sarah telling me of the death of my sister Marys son John Henry Wimmer, and also that my son Don Carlos had been very sick but was a little better.
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
Zaterdag 13 maart 1875 – Chasetown en Litchfield Wij hebben goed gerust en stonden om 7.30 uur op en gingen naar broeder J. Ashton om te ontbijten. We hadden wat ham en brood en onze gebruikelijke hoeveelheid warm water met suiker. Om 9 uur vertrokken we naar Litchfield, waar we om 10 uur aankwamen; de afstand is vijf mijl. We gingen naar broeder J. Wright en zij ontvingen ons zeer vriendelijk. Om 11 uur bezochten we de kathedraal en brachten een uur door met luisteren naar de muziek, die zeer goed was; het bidden leek ons echter een schijnvertoning.
Zondag 21 maart 1875 – Wolverhampton
We hadden een goed bed en hebben goed gerust; we stonden om 9.30 uur op, ontbeten en liepen naar Priestfield om ons om te kleden, en liepen daarna naar broeder Hands in Coppice. Kort na onze aankomst kwam broeder Morris binnen en we gaven elkaar hartelijk de hand, waarna we naar de Temperance Hall gingen. Er waren ongeveer een dozijn mensen aanwezig. Broeder Halliday sprak 15 minuten, daarna sprak ik 30 minuten over geloof, en broeder Morris vroeg de mensen om ’s avonds terug te komen en hun vrienden mee te brengen. Een man in het publiek vroeg broeder Morris hoeveel vrouwen hij had, waarop broeder Morris antwoordde dat hij er genoeg had om zijn buren met rust te laten.
Om 18.30 uur kwamen we opnieuw bijeen, en broeder Morris sprak 40 minuten en ik 10 minuten. We hadden een zeer goede opkomst. Na de bijeenkomst liepen we naar Great Bridge en namen de trein; we bereikten 26 Tenby Street [Birmingham] om 22.30 uur. Ik ontving twee brieven van vader en één van zuster Sarah, waarin zij mij vertelden over het overlijden van mijn zuster Mary’s zoon, John Henry Wimmer, en ook dat mijn zoon Don Carlos erg ziek was geweest maar inmiddels iets beter.
woensdag 11 maart 2026
J.H. Leopold • 12 maart 1890
• De dichter J.H. Leopold (1865-1925) hield een reisdagboek bij toen hij in 1890 in Italië was.
12 Maart.
Dezen dag was ik geheel van streek en in groote verwarring. Want gisteren waren de kennissen uit Nice gekomen; tot mijn zondige blijdschap, want het was beter geweest, dat wij elkaar maar ontloopen waren. Nu was ik den geheelen dag weer aan 't malen en tobben, en wist niet waar ik het vinden zou. Het gevolg was, dat ik natuurlijk weer allerlei gekke dingen deed, onbevredigd 's avonds een paar vreemde versjes half afmaakte en bitter bedroefd naar bed ging. — En 't mooiste is, dat dat alles kwam door een nietigheid, die wellicht alleen in mijn fantasie bestaat en dat ik goed nijdig ben op mijzelf en mijn soezen. —
12 Maart.
Dezen dag was ik geheel van streek en in groote verwarring. Want gisteren waren de kennissen uit Nice gekomen; tot mijn zondige blijdschap, want het was beter geweest, dat wij elkaar maar ontloopen waren. Nu was ik den geheelen dag weer aan 't malen en tobben, en wist niet waar ik het vinden zou. Het gevolg was, dat ik natuurlijk weer allerlei gekke dingen deed, onbevredigd 's avonds een paar vreemde versjes half afmaakte en bitter bedroefd naar bed ging. — En 't mooiste is, dat dat alles kwam door een nietigheid, die wellicht alleen in mijn fantasie bestaat en dat ik goed nijdig ben op mijzelf en mijn soezen. —
dinsdag 10 maart 2026
Frits Bolkestein • 11 maart 1998
• Politicus Frits Bolkestein (1933-2025) schreef in 1998 een verslag van de verkiezings- en formatieperiode, samen met journaliste Margriet Brandsma, onder de titel Haags duet.
Woensdag 11 maart
Vandaag rijden wij terug naar Amsterdam. In de auto luisteren wij naar de Zeven Doodzonden van Bertolt Brecht en Kurt Weill, gezongen door Gisela May. Het gaat over twee zusters die allebei Anna heten, Anna und Anna. De ene wordt uitgebuit door de andere. De tekst staat op naam van Brecht. Hij woonde toen (1932) in Parijs - waar ook Kurt Weill verbleef - met Margarethe Steffin, die hij uit een Zwitsers sanatorium had laten overkomen. Dus hoeveel van Brecht is en hoeveel van Steffin, is onduidelijk. Brecht maakte veel gebruik van zijn vrouwen - Elisabeth Hauptmann, Ruth Berlau, zijn echtgenote Hélène Weigel en deze Steffin - zonder dat hij iets voor hen terugdeed. In Het Parool heb ik hem dan ook een literaire pooier genoemd. Zijn honderdste geboortedag is net herdacht. Veel loftuitingen, weinig kritiek op de uitbuiting van zijn vrouwen, noch op het feit dat hij zich liet misbruiken door de propagandamachine van een onmenselijk systeem, of op de vette bankrekeningen in Zwitserland van deze gewiekste en gewetenloze onderhandelaar (lees The Life and Lies of Bertolt Brecht door John Fuegi, een zeer gedetailleerd onderzoek, waar Femke zich doorheen heeft geploegd).
Het nadeel van vakantie is de stapel kranten en post die je moet verorberen voor je weer aan de slag kunt gaan. In de Volkskrant van 28-2-1998 lees ik een portret van Hans Wiegel door Kees Fens. Hij schrijft: ‘Wiegel heeft zijn leven lang nog nooit iets oorspronkelijks gezegd, laat staan oorspronkelijke taal gebruikt. (...) Die onoorspronkelijkheid is de verklaring van zijn grote succes.’ Heel juist opgemerkt. Oorspronkelijke politici graven hun eigen graf. Daarom falen echte intellectuelen in de politiek ook altijd. Herhaling is de moeder van de politiek. Dat is ook een van de redenen waarom Mario Vargas Llosa het heeft afgelegd tegen ‘el Chinito’ Fujimori. Vargas Llosa kon zich er niet toe brengen steeds hetzelfde te zeggen. Margaret Thatcher kon dat wel. Zij had succes. Blair is haar zoon. Kok kan dat ook.
Woensdag 11 maart
Vandaag rijden wij terug naar Amsterdam. In de auto luisteren wij naar de Zeven Doodzonden van Bertolt Brecht en Kurt Weill, gezongen door Gisela May. Het gaat over twee zusters die allebei Anna heten, Anna und Anna. De ene wordt uitgebuit door de andere. De tekst staat op naam van Brecht. Hij woonde toen (1932) in Parijs - waar ook Kurt Weill verbleef - met Margarethe Steffin, die hij uit een Zwitsers sanatorium had laten overkomen. Dus hoeveel van Brecht is en hoeveel van Steffin, is onduidelijk. Brecht maakte veel gebruik van zijn vrouwen - Elisabeth Hauptmann, Ruth Berlau, zijn echtgenote Hélène Weigel en deze Steffin - zonder dat hij iets voor hen terugdeed. In Het Parool heb ik hem dan ook een literaire pooier genoemd. Zijn honderdste geboortedag is net herdacht. Veel loftuitingen, weinig kritiek op de uitbuiting van zijn vrouwen, noch op het feit dat hij zich liet misbruiken door de propagandamachine van een onmenselijk systeem, of op de vette bankrekeningen in Zwitserland van deze gewiekste en gewetenloze onderhandelaar (lees The Life and Lies of Bertolt Brecht door John Fuegi, een zeer gedetailleerd onderzoek, waar Femke zich doorheen heeft geploegd).
Het nadeel van vakantie is de stapel kranten en post die je moet verorberen voor je weer aan de slag kunt gaan. In de Volkskrant van 28-2-1998 lees ik een portret van Hans Wiegel door Kees Fens. Hij schrijft: ‘Wiegel heeft zijn leven lang nog nooit iets oorspronkelijks gezegd, laat staan oorspronkelijke taal gebruikt. (...) Die onoorspronkelijkheid is de verklaring van zijn grote succes.’ Heel juist opgemerkt. Oorspronkelijke politici graven hun eigen graf. Daarom falen echte intellectuelen in de politiek ook altijd. Herhaling is de moeder van de politiek. Dat is ook een van de redenen waarom Mario Vargas Llosa het heeft afgelegd tegen ‘el Chinito’ Fujimori. Vargas Llosa kon zich er niet toe brengen steeds hetzelfde te zeggen. Margaret Thatcher kon dat wel. Zij had succes. Blair is haar zoon. Kok kan dat ook.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
Volgers
Blogarchief
-
▼
2026
(75)
-
▼
maart
(17)
- Luuk Gruwez • 17 maart 1996
- Lizzy van Dorp • 16 maart 1900
- Jan van Riebeeck • 15 maart 1654
- Marcel Jouhandeau • 14 maart 1964
- John H. Smith • 13 maart 1875
- J.H. Leopold • 12 maart 1890
- Frits Bolkestein • 11 maart 1998
- Willem Frederik Hermans • 10 maart 1993
- John H. Smith • 9 maart 1900
- Jules Renard • 8 maart 1891
- Sofia Tolstoj • 7 maart 1898
- Søren Kierkegaard • 6 maart 1850
- Honoré Blijdenstijn • 5 maart 1941
- Frances D'Arblay • 4 maart 1789
- Pjotr Iljitsj Tsjaikovski • 3 maart 1886
- Adriaan Roland Holst • 2 maart 1910
- J.H. Leopold • 1 maart 1890
-
▼
maart
(17)





