zondag 18 augustus 2019

26-jarige vrouw • 19 augustus 1970

Uit het dagboek van een 26-jarige vrouw. (Collectie NDA.)

Woensdag 19 Augustus 1970
[…] gisteren was D. hier de hele dag. Dat was heerlijk.
Hij kwam met de meest idiote confessie. Toen L. hem eergisteren thuisgebracht had, begon hij haar te zoenen, enzovoorts. Zij protesteerde niet. Maar uiteindelijk kreeg hij geen erectie.
Ik geloof dat het gewoon als iets zieligs gezien moet worden. Een beetje braaf, en een beetje belachelijk. Tussen L. en D. zal er niets van belang meer gebeuren. Een flop. Maar het was grappig; zo gauw hij geloofde dat ik hem “vergeven” had, was hij weer helemaal “on top of the world”. Kwestie van een paar minuten, en (wat hem betreft) achter de rug. Is dat zonderling? Voor mij scheen het gewoon onreëel, een soort van schijn. “Laten we het proberen — dat doet men immers.”
Ik doe dat niet. Dergelijke episodes. Ik heb meer vertrouwen in lange-termijn-vriendschappen. Die oppervlakkige dingen doen momenteel iets prettigs, maar het heeft geen body.
Niet alleen dat het oppervlakkig is, maar ook dat het de mogelijkheden voor ware, langdurende vriendschap onmogelijk maakt.
De liefde tussen D. en mij is gewoon — wat — hoe — de toekomst — de herinnering. Op het ogenblik is het een mengsel van sex (wel prettig) en alles [onleesbaar].
Vandaag overdag, toen hij belde voelde ik me verlaten door hem, en helemaal alleen. […]
Ik zal mijn manier van leven volhouden. En het zal wel gaan, op de een of andere manier. […]
Als ik fit ben, kan ik in 5 weken misschien de examens halen. Dat wil ik wel graag.
Eigenlijk ben niet sentimenteel over D.

zaterdag 17 augustus 2019

Jacobus Barnaart jr. • 18 augustus 1743

• Jacobus Barnaart jr. (1716-1780) schreef Dagverhaal van merkwaardige voorvallen [te Haarlem].

1743 Augustus. 18
Is in de tuin van Jacobus van Resch een vuurige bal neergevallen, en daar zo als hij op de grond kwam stukkend geslagen, doch heeft niets beschadigt.
Is op de bleek van Jan Malefeit een vuurige bal gevallen, en zonder schaade te doen stukkend geslagen.
Is alhier door Dirk Klinkenberg een Comeet ontdekt tusschen de kop van de groote beer en de staart van de draak, & is de laatste avond dat dezelve geobserveerd is zijnde den 13e September waargenomen bij het linker been van Bootes [Sterrenbeeld aan de noordelijke hemel. De oudst bekende naam in de oudheid was Bootes, Ossenhoeder. In Nederland ook bekend onder de naam Herder], deese Comeet vertoonde zig zo klein en flaauw dat zij van de meeste menschen, zelf op sommige Academies niet gezien is, ik heb dezelve egter verscheide reisen gesien door een verrekijker van 6 voeten, een Telescoop van 1 ‘voet van J. Jackson, en ook met het bloote oog, de observaties van deese Comeet door D. Klinkenberg gedaan heb ik.

1743 Augustus 20
Heb ik een vuurige bal door de lugt zien vliegen wel zogroot als een kaatsbal, die een lange straal agter zig liet.

W.N.P. Barbellion • 17 augustus 1908

W.N.P. Barbellion (1889-1919) was het pseudoniem van Bruce Frederick Cummings, een Britse natuurvorser. Hij kreeg op jonge leeftijd multiple sclerose, en zou op 30-jarige leeftijd overlijden aan deze ziekte. Zijn dagboeken worden nog steeds gelezen. Het boek is in het Nederlands vertaald (door Harry Oltheten) als Dagboek van een teleurgesteld man.

17 augustus
Garnalen vangen
Heb me bij eb fantastisch vermaakt op de rotsen met garnalen vangen. Ving een paar vijfdradige meunen en een grote Cottus bubalis “zeedonderpad”. Wat de zon vandaag deed kon je geen schijnen meer noemen – zij stroomde in een stortvloed uit de hemel en overspoelde het strand met licht. Zittend op een rots, met het garnalennet over mijn knieën, keek ik drie mijlen vlak hard en geel strand af. De zon bestookte het zo hevig dat ze een lichtgevende goudgele stofwolk leek te doen opwaaien van ongeveer drie voet. Op de rotsen bevond zich een knappe meid met een roze zonnehoed op – ook op garnalenvangst – in gezelschap van S., de kunstenaar die haar portret naar de Royal Academy heeft gestuurd. Ze zagen in mij een natuurvorser, dus verzekerden ze zich van mijn diensten, om mijn mening te horen over een ‘vis’ die zij had gevangen. Het was een pijlinktvis, inderdaad ‘een raar klein beest’, zoals zij opmerkte.
‘Behoort tot dezelfde soort als inktvis en octopus,’ merkte ik spontaan op.
‘Steekt hij?’
‘Absoluut niet!’
‘Wel, met zo’n uiterlijk zou hij dat eigenlijk wel moeten doen.’ Zij lachte opgewekt, en de bebaarde maar nog jeugdige kunstenaar lachte met haar mee.
‘Ik weet niets over deze dingen,’ zei hij schuldbewust.
‘Ik ook niet,’ zei de onderzoeker bescheiden. ‘Ik bestudeer vissen.’
Dit was verwarrend. ‘Vissen?’ Wat was een pijlinktvis dan?...
De kunstenaar hield af en toe stil en hief zijn kijker naar een passerend schip, en Mauds gezicht verdween nu en dan in haar roze zonnehoed wanneer zij zich bukte over een plas om zeewier of een krab aan een onderzoek te onderwerpen. Wat een lieverd – en ze gaf me de pijlinktvis. Wat een vrolijke kleine snijboon.

donderdag 15 augustus 2019

Pieter van der Meer de Walcheren • 16 augustus 1909

Pieter van der Meer de Walcheren (1880-1970) was een Nederlandse dichter-schrijver. Zijn veelgelezen dagboeken zijn in verschillende delen uitgegeven.

16 Augustus
Onze geldelijke toestand wordt zeer moeilijk. Ik verdien bijna niets, zodat we leven van wat wij krijgen en van hetgeen overgebleven is van dat aangename buitenkansje van verleden jaar. Wij denken er hard over naar Parijs te gaan en het daar te proberen, wellicht kan ik er makkelijker werk vinden. Ik weet het niet. Soms zie ik de toekomst al zéér donker in, drukt elke levensomstandigheid zwaar op mij neer. Wanneer ik niet Christine had, onze liefde niet door de dagen scheen als het zonlicht in een woud, wanneer ik niet de vreugde kende om mijn werk en om de schoonheid, ik wanhoopte aan het leven.
Christine heeft aan vrienden, Hollanders, in Frankrijk geschreven, die het ons indertijd reeds hadden voorgesteld, of zij er nog over dachten met ons samen te wonen in Parijs, dezen winter.

1 September
Wij verhuizen naar Parijs. Wij willen het eerst, dezen winter, aanzien. Wij gaan naar die stad tegen den 15den October, gedurende de maand daarvoor nemen wij onzen intrek bij diezelfde vrienden in een dorp bij Barbizon. - ‘Uw bestaan mist’, verweet ons onlangs een degelijk, rechtschapen burger - ‘een soliden financiëlen grondslag.’ - En hij vond deze levenswijze onverantwoordelijk. Tant pis!... of tant mieux!

woensdag 14 augustus 2019

Constantijn Huygens jr. • 15 augustus 1696

Constantijn Huygens jr. (1628-1697) was een Nederlandse staatsman. Hij was daarnaast bekend om zijn werk aan wetenschappelijke instrumenten en als kroniekschrijver van zijn tijd.

15 Saterd.
Smergens was niet bij de Con. Naermidd. quam Hoefnagel van Brussel mij besoecken, en̅ wandelde met hem in̅ thuynen, en seyde hij, dat het een seeckere remedie was om de worm van een peerdt te genesen, rontsom de seeren sterck met loock te vrijven, en̅ dan die met kinder-stront te smeren.
De Con. teeckende een heel deel sauvegardes, en sond se door Kien.

16 Sond.
Smergens teeckende de Con. een heel deel Actens, en gaf mij te schrijven.
Naermidd. hoorde dat men sanderen daegs soude marcheren naer Lembeeck, de Franschen oock zijnde gemarcheert.
Naermidd. was j. Tondi bij mij. Seyde dat die joff. Vligerius, die dese mergen bij mij had geweest en̅ seyde dat sij met een Lt of soo getrouwt was, niet getrouwt was, maer bij die vent swaer [zwanger] was; dat de derde suster (zijnde vet) sliep bij de soon van̅ ouden van Duynen in̅ Haeg, Ingenieur in dit leger, en dat sij haer bij hem te bedde gesien hadde.

dinsdag 13 augustus 2019

Carel Albregt Haupt • 14 augustus 1752

Journaal gehouden door den Adsistend Carel Albregt Haupt (1810-1885) op de togt door den Vaandrig August Frederik Beutler ter g'eerde ordre van den Wel Edelen Gestr. Heere Rijk Tulbagh Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop met den ressorte van dien etc. etc. etc. beneevens den E. Agtbaaren politicquen Raad aldaar in den jaare 1752, ondernoomen ter ontdekkinge van de waare gesteltheyd der hier binnen waarts leggende landen en dies bewoonders.
Uit: Reizen in Zuid-Afrika in de Hollandse tijd. Deel III. Tochten langs de Z.O.-kust en naar het Oosten 1670-1752.

Den 14n dito rustdag.
Gemerkt hier ter plaatse veel printen tegens de klippen geschildert worden gevonden, sijnde een werk der meergem: d'Gauas die daarom by ons landgangers Kleyne Chineesen worden genoemt, gingen wy na een plaats omtrend twee uuren van ons campement geleegen om sulx te sien, daar sagen wy onder de krans van een cloof in een soort van spelonk, alwaar men voor regen en winden konde schuylen, portraiten van wilde paerden, bavianen en van menschen in verscheyde postuuren, met roode, witte en swarte verwen tegens de klippen geschildert, sommige waaren vry wel afgeteekend en andere weer niet, welke laatste scheenen het werk van leerlingen te weesen; het is verwonderingswaardig iets diergelijx by sulke ruwe en onwetende natie te vinden.

maandag 12 augustus 2019

Doeschka Meijsing • 13 augustus 1995

Doeschka Meijsing (1947-2012) was een Nederlandse schrijfster. Dagboekfragmenten augustus 1995.

13 augustus 1995 De woede
Was ik gisteren nog goedgemutst over kleur, vandaag is alles omgeslagen in een onverdraagzaam humeur. Wat de mensen zich toch denken te kunnen permitteren in deze stad. Met 4,5 miljoen zijn ze hiernaar toe gekomen, gehuld in verschrikkelijke kleuren, in verschrikkelijke glanzende auto's, met verschrikkelijke harde stemmen - om op straat te eten, tegen de huizen aan te pissen en lawaai en stank te verspreiden. Bulderend pedagogisch rondgaand heb ik gisteren boodschappen gedaan: niet op de stoep fietsen! roep ik, of: zakje oprapen, in de prullebak! of: rood!! als ik bij het groene voetgangerslicht expres vlak voor een fietser oversteek. Zij pesten mij, ik pest terug waar ik kan. ‘Zo? Worden we nog assertief op onze leeftijd?’ riep een twintigjarig meisje mij na. Ik moest lachen. Mijn eenmansoorlogje.
Ik weet dat ik het niet moet doen, maar ik volg de Balkanoorlog op de voet. Ik spel de kranten, bekijk het nieuws op alle netten. En ik maak me kwaad, zo ontzettend kwaad op dit vreselijke land dat festijn na festijn organiseert - Koninginnedag, 50-jaarherdenking van de bevrijding, twee maal Ajax-overwinning, de terugkomst van de blauwhelmen, Sail '95 - terwijl Nederland zowel binnen- als buitengaats blunder op blunder begaat. Ik ben allang niet meer blij met de kleur van de beelden op het nieuws.
Het beste wat dan te doen valt is de woede weglachen met wat vrienden in een blind café. Ach, men zegt dat ik kwaad ben geboren. Waarom moet ik dan zo vaak onbedaarlijk lachen om de dingen? De evenwichtskunst, daar komt het op aan, een leven lang. Maar ik zal het nooit, nooit leren. Elke ochtend beklim ik het slappe koord. En gedurende de dag en de daarop volgende nacht val ik en tuimel ik en klim ik en val ik opnieuw. Ik ben niet kwaad geboren, ik ben taai geboren.

14 augustus 1995 De dagindeling
Laten we nu eens een mooi schema opstellen:

- Acht uur op. Douchen. Ontbijten. Wandelen met de hond.
- Dagboek schrijven.
- Twee of drie mensen per telefoon beledigen.
- Aan het werk! (Zoals Tom Wolfe beschrijft hoe de jonge majorettes in de Verenigde Staten 's morgens bij het ontwaken als eerste hun stokje op het nachtkastje ontwaren, onmiddellijk vrolijk uit bed springen onder het uitroepen van: at it! Daar gaan we weer in de parade).
- Boodschappen doen.
- Met vrienden overleg plegen over het huidige landsbestuur.
- Eten koken, eten, krant lezen, nieuws kijken. Dit alles waar mogelijk synchroon.
- Opnieuw: aan het werk!
- Late film.
- Slapen.

Wat een uitstekend leven is dit.