vrijdag 14 augustus 2026

Bert Le-Merton • 15 augustus 1945

• Bert Le-Merton was een 26-jaar oude mortierschutter in Borneo  toen hij op woensdag 15 augustus 1945 het nieuws hoorde dat de oorlog helemaal voorbij was. Ter herdenking liep de toen 101 jaar oude Bert in 2020 een tocht van 96 km.

August 15
The war really is over at last after 5 days of uncertainty. 20.00 American news service announced fact – 21.00 notified from bn & 22.00 heard it myself over the arty radio. So I am convinced this is really it. There is no feeling of excitement or thrill about it. Perhaps it is in the nature of an anti-climax.

donderdag 13 augustus 2026

Frederik van Eeden • 14 augustus 1914

• De Nederlandse schrijver en psychiater Frederik van Eeden (1860-1932) hield een uitgebreid dagboek bij.

vrijdag 14 augustus
Gisteren berichten van de Geldmachers [bevriende familie]. Ze zijn precies als de Engelschen in 1899 tijdens den Boerenoorlog. Ze laten zich geheel beliegen en opwinden door hun regeering en hun pers, en ze gebruiken opgewonden rhetoriek die wee maakt. Arme, arme menschen. Ik schreef eeven oopenhartig als indertijd aan mijn Engelsche vrienden. Ook een rondschrijven aan den Kring. [...] Maar mijn tijd van spreeken is nog niet gekoomen. Shaw zei het zeer goed: wij strijden teegen Potsdam, niet teegen Duitschland - het Duitschland van Bismarck heeft ons 40 jaar verveeld, we willen zien of dat van Goethe en Beethoven nog leeft. We zullen nu Frankrijk helpen teegen Potsdam. Zooals we eenmaal Duitschland teegen Rusland zullen helpen.
Ik ging gister weer naar Hans. Ooveral zijn de soldaten opgewekt en beleefd. Er wordt geen drank gedronken.
De groote slag in België blijft nog uit, maar iedere dag is winst. Omdat het élan verzwakt en de economische toestand buiten Duitschland zich herstelt, en in Duitschland de schade steeds zwaarder gevoeld wordt, door zijn isolement. [...]

zondag 16 augustus
[...] Ik ben zeer neerslachtig, met oorsuizen. Alleen slaap ik zwaar en lang. De oorlog bedroeft me zoo, om het reedelooze, domme, akelige - en het leugenachtige, het moedwillig liegen uit een of andere politieke reeden. Wat een figuur maken die diplomaten, die als deftige, beschaafde menschen optraden en nu elkaar voor bedriegers, woordbreekers en leugenaars uitmaken. Ieder van hen is er door geblameerd. Ik weet dat ik meer vertrouwen moest hebben. Ik weet dat hét Heelal volmaakt is, en dat dit alles ten goede strekt. Zelfs in mijn kleinen gezichtskring zie ik al de moogelijke zeegen na den storm. Maar ik kan het niet voelen en ben nu diep gedeprimeerd. Het einde van dit conflict schijnt nog zoo ver. Geduld! geduld!
De Tsaar heeft Polen de autonomie beloofd. Dat zou een wijze zet zijn - als het ernstig gemeend is. Het is vuil werk uit al die leugenberichten van weerskanten de waarheeden te visschen.

woensdag 12 augustus 2026

Jozef van Walleghem • 13 augustus 1799

Jozef van Walleghem (1757-1801), een Brugs handelaar in garen en linten die een winkel hield op de Eiermarkt, hield van 1787 tot 1800 een journaal bij, dat eind vorige eeuw door het Stadsarchief van Brugge gepubliceerd is. Zijn dagboeken gaan over de cruciale periode van de Franse Tijd te Brugge.

Op den 13 augusti.
Op den 14 augusti heeft men vernomen dat gisteren in den naermiddag een voorval plaets gehadt heeft dat enkelijk uijt jalosije van den kolonel onser besettinge plaets gehadt heeft. Op het casteel van d'heer Croeser, gestaen buijten de Dampoorte langs den weg leijdende naer Dudzeele, wiert er daegelijks bijeenkomst of zoogenaemde kouterije door de edele deser stadt gehouden. Den kolonel tevergeefs getragt hebbende zig in hetzelve geselschap te vervoegen en daerbij niet gevraegt nog gesogt wordende, heeft desen naermiddag een detachement Fransche gardarmen te peerde daernaer toegesonden en heeft zoo de heeren als dames doen aenhouden, welke met geen civique kaerte, om te mogen uijt stadt gaen, voorsien waeren, alle welke naer Damme des zelfs canton vervoert wierden en naer veele debatten en mogelijks geltboeten maer des anderdaegs zijn geslaekt geworden.

Jacob van Lennep • 12 augustus 1855

Jacob van Lennep (1802-1868) was een Nederlandse schrijver. Uit: Fragmenten uit het dagboek, gedurende eene reis naar Zwitserland.

10 Augustus. Stutgard.
Eene allerliefste residentie, met groote, luchtige pleinen en straten, een heerlijk park, fraaie monumenten, en allerliefste wandelingen in den omtrek. — Men bestelle er eene flesch Onder-Turkheimer, een frisschen, gezonden, alleraangenaamsten wijn, waarvan men drinken kan zooveel men wil, zonder er hinder van te gevoelen - en bespottelijk goedkoop. NB. Ik heb voor vast beginsel aangenomen, als ik op reis ben, altijd die wijnen bij voorkeur te drinken, welke het land zelf oplevert, of welke de inboorlingen gewoon zijn te gebruiken, en ik heb er mij steeds wel bij bevonden. Si fueris Romae Romano vivite more is een voorschrift, dat den reiziger, zoo hij zich niet aan gedurige teleurstelling en ongerief wil blootstellen, niet genoeg kan worden ingescherpt.

12 Augustus. Heidelberg.
Dat Heidelberg allerverrukkelijkst gelegen is, bewees mij de omstandigheid, dat het mij, hoezeer uit Zwitserland komende, evengoed beviel als te voren. De bergen zijn hier wel pygmeën in vergelijking met de Alpen; maar de kleur der rotsen is hier bevalliger: namelijk hier zijn zij rozerood, wat lief afsteekt tegen het groen der acacia's en linden; terwijl in Zwitserland de steen meest overal vaal grijs is.

maandag 10 augustus 2026

William S. Burroughs • 11 augustus 1975

William S. Burroughs (1914-1997) was een Amerikaanse schrijver. Het tijdschrift Terras publiceerde Het retraitedagboek, vertaald door Lodewijk Busscher.

Maandag 11 augustus, 1975
Eerste dag van retraite. Evalueer het proces. Beckett heeft me gevraagd in zijn vijver te vissen. Interview door Kiki geregeld met Playboy. Op station met Ray M. wachtend op de trein naar St. Louis. Klein huis in New Orleans. In verkeerde huis in Wyoming Street, ik woon in Denver Street. Kroongetuige van moord in Spanje. Hebben ze de moordenaars gepakt. ‘Ja’ zegt een agent. ‘Ik heb hem bij mij thuis. Ik had namelijk vroeger een discotheek.’ Tarara boemdié. I hurry to my blue heaven. Eten met Bill Willis en Brion bij Italiaans tentje. De lekkerste steak van de stad bij Lucky Nick Dickendorf's. Romeinse ruïnes in Engeland. Huurde een hutje aan de rivier van D. Camel. Tandem-toilet. ‘Zullen we kamelen?’ Een toilet in de Hel. Gevecht met de uitsmijter. ‘Ik ken jouw soort.’ Die verdomde bus. John Brady in New York met Pat. Lege, onmenselijke blik. Tehuis aan Price Road. Bradbury Robinson - hert steekt over. Enganado a la policia. Rashomon. Het zou fijn zijn om wat van je te horen. Dit veld, deze rust, deze stille omgeving. Waarom slangen doden? Het is Onafhankelijkheidsdag in Marokko. Ian is morgen in Parijs. Stuk bevuild touw. Zijdeplant Minnesota. De plooi in mijn broekspijpen laat mij al koud. Karma is een woord. Daar gaat Madrid. De trolleybus in Alexandria. ‘Delodge, waar zijn de sleutels?’ Sjofel stationnetje, gele lichten. Het wordt steeds donkerder en steeds later.

zondag 9 augustus 2026

Hiske Dibbets • 10 augustus 1997

• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek'uit de NRC. Zo ook schrijfster Hiske Dibbets (1966-2023).

10 augustus
Op de laatste dag van de schoolvakantie ga ik naar mijn oma in Weert. Ze is zesentachtig en dement, en hoewel ze niemand herkent, vindt ze het nog steeds leuk om bezoek te krijgen. Ik loop van het station naar het bejaardentehuis, gelegen aan het Maria Hart. Op de vierde etage kom ik langs de logeerkamer waar mijn opa zes jaar geleden is overleden. Hij is op zijn sterfbed naar het bejaardentehuis verhuisd omdat mijn oma daar anders geen plaats kon krijgen. Ik herinner me zijn ingevallen gezicht, het vel dat om zijn botten slobberde en zijn buik, bol van het vocht en de gezwellen; hij leek een hulpeloos spartelende schildpad in het stalen logeerbed.
Een schildpad met een wijncollectie, dat wel. Elke avond stuurde hij zijn dochters naar huis om de beste flessen uit zijn kelder te halen, want hij vond het zonde om te sterven zonder die te proeven. In het bejaardentehuis werd dan de ene goede wijn na de andere ontkurkt, die hij met kleine slokjes door zijn mond liet rollen. ‘Pas over twee jaar op dronk,’ zei hij dan spijtig. Er kwam zelfs een ijskastje voor de witte wijn.
Oma zit voor het raam en spreekt in onbegrijpelijke halfzinnen; ze had het net neergelegd, maar nu zijn de dozen weer weg en ze had nog zo gezegd. Oma is Plato's grot geworden, het echte leven is buiten, in haar alleen schaduwen van dingen, herinneringen, woorden en emoties.
‘Dag oma, ik ben het, Hiske.’
‘Dag Jan,’ zegt ze.
Samen met de verpleegsters hijs ik haar in de rolstoel en rijd haar naar de grote markt. Ik voer haar hapjes van een mini-ijscoupe. Ze geniet en vraagt: ‘Verzorg jij je voeten wel?’ Later belanden we op het parcours van een wielerwedstrijd. De straten van Weert zijn afgezet met linten, we komen niet meer weg en ik vrees mijn oma te moeten voortduwen totdat we in Lourdes zijn. Gelukkig, daar is de finish. Onder luid gejuich van toeschouwers passeren we de streep. Wanneer ik oma terugbreng, kom ik weer langs de logeerkamer. Toch mooi dat mijn opa, omgeven door goede wijn, is gestorven in het hart van Maria; al was het in een logeerbed.

José Saramago • 9 augustus 1995

• De Portugese schrijver (en Nobelprijswinnaar) José Saramago (1922-2010) hield vijf jaar lang, van 1993 tot en met 1997, een dagboek bij dat gepubliceerd werd onder de titel Cadernos de Lanzarote. Een keuze daaruit werd (vertaald door Harrie Lemmens) gepubliceerd in Bzzletin.

9 augustus 1995
Gisteren heb ik De stad der blinden afgerond, bijna vier jaar nadat het idee bij me was opgekomen, om precies te zijn op 6 september 1991, toen ik alleen zat te eten in restaurant Varina da Madragoa van mijn vriend António Oliveira (ik heb tijd en plaats opgetekend in een van mijn zwarte boekjes). Op de kop af drie jaar en drie maanden later, op 6 december 1994, noteerde ik dat ik nog geen vijftig bladzijden had geschreven: ik had gereisd, was aan staar geopereerd, verhuisd naar Lanzarote... En ik heb gevochten, hard gevochten, alleen ik weet hoeveel, tegen de twijfels, de verbijstering, de fouten waardoor het verhaal telkens weer vastliep en ik niet meer wist hoe het verder moest. Alsof dat nog niet genoeg was, dreef de afschuw, de horreur van wat ik aan het vertellen was mij tot wanhoop. Maar goed, het is af, ik hoef niet langer te lijden. Nu is het tijd mezelf de vraag te stellen waar geen enkele schrijver van houdt: ‘Wat is er overgebleven van dat oorspronkelijke idee?’ (Schrijvers houden er niet van omdat ze liever hebben dat de lezer denkt dat een boek kant en klaar uit hun hoofd komt.) Ik zou zeggen dat er alles en haast niets van is overgebleven: weliswaar heb ik geschreven wat ik wilde schrijven, maar ik heb het niet gedaan hóe ik had gedacht. Ik hoef maar mijn inspiratie van vier jaar geleden te vergelijken met wat het uiteindelijk is geworden. Toen krabbelde ik neer: ‘Er worden blinde kinderen geboren. Eerst nog zonder verontrusting: jammerklachten, bijzonder onderwijs, tehuizen. Wanneer duidelijk wordt dat er geen kinderen meer worden geboren die kunnen zien, ontstaat er paniek. Sommigen doden hun kind bij de geboorte. Met het verstrijken van de tijd sterven de “zienden” en de balans slaat door naar de blinden. Iedereen die nog kan zien gaat dood en de hele wereldbevolking bestaat uit blinden. Op zekere dag wordt er een kind geboren dat normaal kan zien en er volgen er meer: verbaasde, soms gewelddadige reacties, sommige van die kinderen sterven. Het proces keert om tot het - misschien - weer terugkeert naar het begint.’ Als je dat vergelijkt...