• George Henry Charles Hart (1893-1943) was een hoge bestuursambtenaar. Tijdens het eerste oorlogsjaar hield hij een dagboek bij.
Woensdag 12 februari 1941
Met Welter geluncht in de Oriental Club als gasten van Sir Harry Lindsay, Directeur van het Imperial Institute, welke instelling wij daarna bezochten. 't Is een instituut van denzelfden aard als ons Koloniaal Instituut, nog wat grooter, maar toch bepaaldelijk minder mooi, al is het zeer de moeite waard en heel interessant.
's Ochtends is er Ministerraad geweest, waar o.m. is behandeld de onhoffelijkheid, ja, beleedigende behandeling, welke H.M. den Minister van Defensie aandeed door hem niet uit te noodigen bij de plechtige indienststelling van de Heemskerck. In den Raad was daarover groote verontwaardiging, die natuurlijk op geen enkele wijze eenig gevolg heeft. Dyxhoorn zal ‘als zoo iets nog eens gebeurt’ ontslag nemen! Qui se fait brebis, le loup le mange.
Ook is er uitvoerig gesproken over het feit, dat ondanks de uitdrukkelijke toezegging van den Engelschen Minister of Home Security, Ir. van Duyn, die nu ruim twee maanden in het gevang zit en tegen wien men niets heeft kunnen vinden, nog steeds niet is losgelaten. 't Is nog steeds een bende met die Nederlandsche geïnterneerden: de Engelschen hebben nóg geen lijsten van de gedetineerden en de aantallen, welke zij opgeven, kloppen in het geheel niet met de werkelijkheid. De Ministerraad stelde vast, dat hij heel boos was.
Donderdag 13 februari 1941
Ik denk er hard over één mijner Engelsche vrienden, Sir Andrew MacFadyean, die zich reeds vroeger interesseerde voor de Nederlandsche gevangenen, te verzoeken of hij in het House of Commons over deze zaak eens een vraag aan de Regeering kan laten stellen; misschien heeft dat succes: ons operettegezelschap, dat ik als mijn principalen moet beschouwen, doet toch niets positiefs dan een beetje pruttelen en protesteeren.
Van Kleffens kan eerst 24 dezer naar Indië vertrekken, omdat hij eerst nog (op 21 Februari) een lunch aan Anthony Eden moet aanbieden. Verdomde ijdeltuiterij, die misschien tengevolge zal hebben, dat de twee ministers helemaal niet meer wegkomen. Ik heb erg geprotesteerd, maar Welter legt er zich bij neer .....
Intusschen wordt de situatie in de Pacific steeds meer gespannen, ook volgens de telegrammen van den Gouverneur-Generaal. Men krijgt den indruk, dat Engeland en Amerika nu tegenbluffen, zooals reeds ten tijde van de heropening van den Burma Road, teneinde Japan einzuschüchtern. Wellicht lukt dat ook en wellicht is dit momenteel het aangewezen spel.
De situatie in den Balkan (Roemenië, Bulgarije) is zeer verward. Ook de ontmoetingen Franco /de Paus, Franco /Mussolini en Franco /Pétain zijn zeer geheimzinnig.
170-2016>
donderdag 12 februari 2026
woensdag 11 februari 2026
Jules Renard • 12 februari 1907
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
12 februari
Het leven, ik ga het steeds minder begrijpen, en er steeds meer van houden.
Aan de jeugd. Ik zal jullie een waarheid vertellen die jullie misschien niet leuk vinden, want jullie rekenen op iets nieuws. Die waarheid is dat een mens niet ouder wordt. Wat het hart betreft zijn we het erover eens: dat wisten we wel, tenminste wat de liefde aangaat. Wel, voor de geest geldt hetzelfde. De geest blijft altijd jong. Men begrijpt het leven op zijn veertigste net zo min als op zijn twintigste, maar men weet het, en men geeft het toe. Dat is jong zijn
150-2013>
12 februari
Het leven, ik ga het steeds minder begrijpen, en er steeds meer van houden.
Aan de jeugd. Ik zal jullie een waarheid vertellen die jullie misschien niet leuk vinden, want jullie rekenen op iets nieuws. Die waarheid is dat een mens niet ouder wordt. Wat het hart betreft zijn we het erover eens: dat wisten we wel, tenminste wat de liefde aangaat. Wel, voor de geest geldt hetzelfde. De geest blijft altijd jong. Men begrijpt het leven op zijn veertigste net zo min als op zijn twintigste, maar men weet het, en men geeft het toe. Dat is jong zijn
150-2013>
dinsdag 10 februari 2026
Philip Mechanicus • 11 februari 1944
• Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).
Vrijdag 11 februari
Grote verrassing: de Sperre op de pakketjes en de post is met ingang van 16 februari opgeheven. Wij hebben ons verschrikkelijk netjes gedragen: sinds de Sperre werd ingesteld, is geen enkel geval van clandestiene briefwisseling meer ter kennis van de commandant gebracht. Dat heeft hij uitdrukkelijk geconstateerd. Ja, zo'n goeie commandant hebben wij: hij beloont uit goedheid de deugd. Zelfs tegenover Joden, die volgens Hitler in aanmerking komen voor algehele uitroeiing. We voelen ons als kinderen, die goed hebben opgepast. Zullen wij goed blijven oppassen? Da's niet zo gemakkelijk in gevangenschap, waar de mens getart wordt allerlei verbodens te doen. Wij snakken naar een pakketje met een stukje kaas, een stukje worst, een sigaretje. Wij zijn zo flauw als wat. Wat kan een mens flauw zijn. Het kamp is niet langer Durchgangslager of Arbeitslager, maar officieel ‘Zerlegungslager’.
Vrijdag 11 februari
Grote verrassing: de Sperre op de pakketjes en de post is met ingang van 16 februari opgeheven. Wij hebben ons verschrikkelijk netjes gedragen: sinds de Sperre werd ingesteld, is geen enkel geval van clandestiene briefwisseling meer ter kennis van de commandant gebracht. Dat heeft hij uitdrukkelijk geconstateerd. Ja, zo'n goeie commandant hebben wij: hij beloont uit goedheid de deugd. Zelfs tegenover Joden, die volgens Hitler in aanmerking komen voor algehele uitroeiing. We voelen ons als kinderen, die goed hebben opgepast. Zullen wij goed blijven oppassen? Da's niet zo gemakkelijk in gevangenschap, waar de mens getart wordt allerlei verbodens te doen. Wij snakken naar een pakketje met een stukje kaas, een stukje worst, een sigaretje. Wij zijn zo flauw als wat. Wat kan een mens flauw zijn. Het kamp is niet langer Durchgangslager of Arbeitslager, maar officieel ‘Zerlegungslager’.
maandag 9 februari 2026
Bert Maalderink • 10 februari 2006
• Bert Maalderink (1963) was in 2006 in Turijn om verslag te doen van de Olympische Winterspelen. Hij hield in die tijd voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.
Vrijdag 10 februari
Ik ben 42, maar 's ochtends in Turijn voel ik me 18. Geen Hidde (5): 'Papa, ik ben wakker'. Geen Robbe (1): 'Mamamamamama'. Geen Marlou (39): 'Ga jij maar eerst douchen'. Als ik mijn ogen open doe zie ik een kast, een bureau, een stoel en een televisie. De kamer hier lijkt precies op mijn studentenkamer van bijna 25 jaar geleden. We zijn ondergebracht op de campus van een internationaal opleidingsinstituut. De behuizing is simpel, de faciliteiten zijn goed (bar 24 uur open) tot zeer goed (Nederland 2 op de tv).
Het is dag vier van de drie weken dat ik hier woon. En het ritme zit er al aardig in. Opstaan, douchen, ontbijten, naar de ijsbaan, training bekijken, wat shots en interviews maken, lunchen, monteren, vergaderen en soms 's middags nog een keer naar de schaatshal. Deze middag ga ik tussendoor een half uurtje op truienjacht. Vier jaar geleden, tijdens de Spelen van Salt Lake City, had ik veel bekijks met een trui waarop de Amerikaanse vlag stond. Na een paar dagen herkenden de suppoosten bij de controlepunten me daaraan en hoefde ik niet steeds uitgebreid m'n pasjes te laten zien. De combinatie trui-met-Italiaanse-vlag en mijn nogal opvallende uiterlijk (bij mij vergeleken is Sneeuwwitje een negerin) doet ook in Turijn hopelijk deuren sneller opengaan. Bij de eerste winkel slaag ik. Het wordt een vest in bijna lichtgevend azurro, Italia op de voorkant en de rood, wit, groene vlag op de mouwen.
's Avonds zijn de festiviteiten rondom het begin van de Spelen. Ik kijk met collega's in een restaurant naar de televisie. Veel mensen vinden het fantastisch, maar ik heb het niet zo op openingsceremonies. Net zoals ik niet houd van bloemencorso's, carnavalsoptochten en militaire defilés. Ik mis het padvindersgevoel om te genieten van dat soort verbroederingsjamborees. Ik heb geen broers en dat wil ik graag zo houden. Op het moment dat Nederland binnenmarcheert met Jan Bos voorop, zendt de Italiaanse tv reclame uit.
<247/2018> 11 februari, 12 februari
Vrijdag 10 februari
Ik ben 42, maar 's ochtends in Turijn voel ik me 18. Geen Hidde (5): 'Papa, ik ben wakker'. Geen Robbe (1): 'Mamamamamama'. Geen Marlou (39): 'Ga jij maar eerst douchen'. Als ik mijn ogen open doe zie ik een kast, een bureau, een stoel en een televisie. De kamer hier lijkt precies op mijn studentenkamer van bijna 25 jaar geleden. We zijn ondergebracht op de campus van een internationaal opleidingsinstituut. De behuizing is simpel, de faciliteiten zijn goed (bar 24 uur open) tot zeer goed (Nederland 2 op de tv).
Het is dag vier van de drie weken dat ik hier woon. En het ritme zit er al aardig in. Opstaan, douchen, ontbijten, naar de ijsbaan, training bekijken, wat shots en interviews maken, lunchen, monteren, vergaderen en soms 's middags nog een keer naar de schaatshal. Deze middag ga ik tussendoor een half uurtje op truienjacht. Vier jaar geleden, tijdens de Spelen van Salt Lake City, had ik veel bekijks met een trui waarop de Amerikaanse vlag stond. Na een paar dagen herkenden de suppoosten bij de controlepunten me daaraan en hoefde ik niet steeds uitgebreid m'n pasjes te laten zien. De combinatie trui-met-Italiaanse-vlag en mijn nogal opvallende uiterlijk (bij mij vergeleken is Sneeuwwitje een negerin) doet ook in Turijn hopelijk deuren sneller opengaan. Bij de eerste winkel slaag ik. Het wordt een vest in bijna lichtgevend azurro, Italia op de voorkant en de rood, wit, groene vlag op de mouwen.
's Avonds zijn de festiviteiten rondom het begin van de Spelen. Ik kijk met collega's in een restaurant naar de televisie. Veel mensen vinden het fantastisch, maar ik heb het niet zo op openingsceremonies. Net zoals ik niet houd van bloemencorso's, carnavalsoptochten en militaire defilés. Ik mis het padvindersgevoel om te genieten van dat soort verbroederingsjamborees. Ik heb geen broers en dat wil ik graag zo houden. Op het moment dat Nederland binnenmarcheert met Jan Bos voorop, zendt de Italiaanse tv reclame uit.
<247/2018> 11 februari, 12 februari
zondag 8 februari 2026
Philip Mechanicus • 9 februari 1944
• Philip Mechanicus (1989-1944) was een Nederlandse journalist. Tijdens zijn gevangenschap in Westerbork hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als In dépôt (1964).
Woensdag 9 februari
Het transport van de zieken van de ziekenbarakken naar de trein gisteren tart elke beschrijving. Om twee uur in de nacht zijn de verplegers reeds begonnen met het aankleden van de voor transport aangewezenen, OD-ers, die met paard en open wagen voorreden, hebben de zieken op bedden naast en op elkaar op de wagen geschoven, zoals men lijkkisten in een lijkwagen schuift. Terwijl natte sneeuw uit de donkere hemel droop en alles met een klam, klef wit waas bedekte, in het donker van een wintermorgen. Zo zijn ze ook naar de beestentrein gereden, hobbelend en hotsend, waar zij ook onder de blote hemel stonden, wachtend op hun inlading, zoals men lijken schuift in een lijkwagen. Kinderen met roodvonk en diphterie zijn huilend naar de slang gedragen. Ouderloze kinderen uit het Weeshuis. Misschien wel het beestachtigste transport van alle transporten, die er zijn gegaan. Men raakt door de veelheid, de grofheid, de beestachtigheid het zicht erop kwijt, maar dit transport spande toch wel de kroon wat betreft gebrek aan consideratie voor de zieken. Nog voor het transport vertrokken was, was er reeds een zieke overleden. Een lege wagen gaat met de trein mee, gereserveerd voor hen, die onderweg sneuvelen. Zoals er voordien een vlucht naar het Ziekenhuis viel waar te nemen uit vrees voor transport, zo valt er sedert gisteren een vlucht uit het Ziekenhuis te constateren wegens vrees voor transport. De doktoren geven het parool uit: zo gauw mogelijk er uit! Vandaag verlaten tachtig patienten het ziekenhuis. Barak 81 en barak 82 worden in hun geheel ontruimd. Over blijven nog de ziekenbarakken 1 tot 6. Het ziekenhuispersoneel is plotseling tot een waterhoofd van het ziekenhuis uitgedijd: ruim achthonderd man voor nog geen vijfhonderd patienten. Men verwacht ontslag bij bosjes. Intussen is de liefde voor Zelle en Theresienstadt gestegen. Velen, die hun transport daarheen hadden laten voorbijgaan, zeggen nu: als Zelle weer aan de beurt komt, ga ik mee. Als Theresienstadt weer aan de beurt komt, ga ik mee. Ik neem niet het risico, naar Auschwitz te worden gestuurd, zeker niet in zo'n beestenwagen. Uit vrees voor het grotere kwaad, kiest men het kleinere. Men hoopt nog dat de langverwachte invasie komt en dat die tussenbeide komt. Het gerucht gaat, dat er in Noord- en Zuid-Holland proclamaties zijn aangeplakt, waarin staat wat men te doen heeft met het oog op een aanstaande invasie. Het wordt tegengesproken. Gezegd wordt, dat hier een Lagerorder gereed ligt, die de kampingezetenen meedeelt, dat zij zich op eerste aanzegging binnen twee uur marsvaardig moeten maken. Dit wordt tegengesproken. Men vreest dat men het risico loopt, bij een invasie in Nederland met pak en zak te voet over de grens van Duitsland te worden gevoerd. Zo zwalkt men hier heen en weer, niet wetende wat men wensen moet, niet wetende wat men doen of laten moet. De metaalindustrie heeft er een nieuwe branche bijgekregen: demonteren van wrakstukken van omlaag geschoten vliegmachines, die hierheen worden gebracht, per schuit, via het Oranje-Kanaal. Er zijn vliegtuigen bij van alle nationaliteiten en types: Spitfires, Dorniers, Junkers enzovoort. Op het terrein achter het ziekenhuis liggen de aangevoerde wrakstukken langs het kanaal voor het prikkeldraad. Metaaldeskundigen verklaren, dat het materiaal van de Duitse machines prima is, maar dat van de Engelse en Amerikaanse machines nog beter. Vooral van het laatste verzamelen zij, met goedkeuring van de commandant, stukken, die bruikbaar zijn voor vernieuwing van onderdelen der kamp-automobielen, die te kampen hadden met gebrek aan prima materiaal. Natuurlijk groot bekijks van de kant der kampingezetenen. Clandestien ‘Nieuwe Rotterdamsche Courant’ en ‘Asser Courant’ van de laatste paar dagen gelezen. Verkwikkende lectuur na zo lang te zijn gespeend geweest van kranteberichten en -artikelen. Oorlogsnieuws eerste klasse, Duitsers erkennen de val van Rowno en Luzk, rede van Hitler: grote woorden, angst voor het bolsjewisme.
Gerucht gaat dat 9 februari weer een nieuwe revue in het kamp gaat lopen. In de branche regenmantels maken heerst het sweating-systeem: het werk gaat aan de lopende band. Klachten over te zware arbeid van de meisjes. Het regent pijpestelen. Het kamp is één kluit modder. Ga nog steeds op klompen. Geariseerde vrouw met man en dochter naar Amsterdam gezonden.364-2019>
Woensdag 9 februari
Het transport van de zieken van de ziekenbarakken naar de trein gisteren tart elke beschrijving. Om twee uur in de nacht zijn de verplegers reeds begonnen met het aankleden van de voor transport aangewezenen, OD-ers, die met paard en open wagen voorreden, hebben de zieken op bedden naast en op elkaar op de wagen geschoven, zoals men lijkkisten in een lijkwagen schuift. Terwijl natte sneeuw uit de donkere hemel droop en alles met een klam, klef wit waas bedekte, in het donker van een wintermorgen. Zo zijn ze ook naar de beestentrein gereden, hobbelend en hotsend, waar zij ook onder de blote hemel stonden, wachtend op hun inlading, zoals men lijken schuift in een lijkwagen. Kinderen met roodvonk en diphterie zijn huilend naar de slang gedragen. Ouderloze kinderen uit het Weeshuis. Misschien wel het beestachtigste transport van alle transporten, die er zijn gegaan. Men raakt door de veelheid, de grofheid, de beestachtigheid het zicht erop kwijt, maar dit transport spande toch wel de kroon wat betreft gebrek aan consideratie voor de zieken. Nog voor het transport vertrokken was, was er reeds een zieke overleden. Een lege wagen gaat met de trein mee, gereserveerd voor hen, die onderweg sneuvelen. Zoals er voordien een vlucht naar het Ziekenhuis viel waar te nemen uit vrees voor transport, zo valt er sedert gisteren een vlucht uit het Ziekenhuis te constateren wegens vrees voor transport. De doktoren geven het parool uit: zo gauw mogelijk er uit! Vandaag verlaten tachtig patienten het ziekenhuis. Barak 81 en barak 82 worden in hun geheel ontruimd. Over blijven nog de ziekenbarakken 1 tot 6. Het ziekenhuispersoneel is plotseling tot een waterhoofd van het ziekenhuis uitgedijd: ruim achthonderd man voor nog geen vijfhonderd patienten. Men verwacht ontslag bij bosjes. Intussen is de liefde voor Zelle en Theresienstadt gestegen. Velen, die hun transport daarheen hadden laten voorbijgaan, zeggen nu: als Zelle weer aan de beurt komt, ga ik mee. Als Theresienstadt weer aan de beurt komt, ga ik mee. Ik neem niet het risico, naar Auschwitz te worden gestuurd, zeker niet in zo'n beestenwagen. Uit vrees voor het grotere kwaad, kiest men het kleinere. Men hoopt nog dat de langverwachte invasie komt en dat die tussenbeide komt. Het gerucht gaat, dat er in Noord- en Zuid-Holland proclamaties zijn aangeplakt, waarin staat wat men te doen heeft met het oog op een aanstaande invasie. Het wordt tegengesproken. Gezegd wordt, dat hier een Lagerorder gereed ligt, die de kampingezetenen meedeelt, dat zij zich op eerste aanzegging binnen twee uur marsvaardig moeten maken. Dit wordt tegengesproken. Men vreest dat men het risico loopt, bij een invasie in Nederland met pak en zak te voet over de grens van Duitsland te worden gevoerd. Zo zwalkt men hier heen en weer, niet wetende wat men wensen moet, niet wetende wat men doen of laten moet. De metaalindustrie heeft er een nieuwe branche bijgekregen: demonteren van wrakstukken van omlaag geschoten vliegmachines, die hierheen worden gebracht, per schuit, via het Oranje-Kanaal. Er zijn vliegtuigen bij van alle nationaliteiten en types: Spitfires, Dorniers, Junkers enzovoort. Op het terrein achter het ziekenhuis liggen de aangevoerde wrakstukken langs het kanaal voor het prikkeldraad. Metaaldeskundigen verklaren, dat het materiaal van de Duitse machines prima is, maar dat van de Engelse en Amerikaanse machines nog beter. Vooral van het laatste verzamelen zij, met goedkeuring van de commandant, stukken, die bruikbaar zijn voor vernieuwing van onderdelen der kamp-automobielen, die te kampen hadden met gebrek aan prima materiaal. Natuurlijk groot bekijks van de kant der kampingezetenen. Clandestien ‘Nieuwe Rotterdamsche Courant’ en ‘Asser Courant’ van de laatste paar dagen gelezen. Verkwikkende lectuur na zo lang te zijn gespeend geweest van kranteberichten en -artikelen. Oorlogsnieuws eerste klasse, Duitsers erkennen de val van Rowno en Luzk, rede van Hitler: grote woorden, angst voor het bolsjewisme.
Gerucht gaat dat 9 februari weer een nieuwe revue in het kamp gaat lopen. In de branche regenmantels maken heerst het sweating-systeem: het werk gaat aan de lopende band. Klachten over te zware arbeid van de meisjes. Het regent pijpestelen. Het kamp is één kluit modder. Ga nog steeds op klompen. Geariseerde vrouw met man en dochter naar Amsterdam gezonden.364-2019>
Henrik Ibsen • 8 februari 1874
• Uit een brief van de grote Noorse schrijver Henrik Ibsen (1828-1906) aan zijn beroemde landgenoot, de componist Edvard Grieg (1843-1907), over de muziek bij Ibsen's Peer Gynt.
Uit: De zomer beschrijf je het best op een winterdag (vertaald door Suze van der Poll en Rob van der Zalm).
Dresden, 8 februari 1874
Ik begrijp uit uw brief dat u [Edvard Grieg] op mijn verzoek [om muziek te schrijven voor Ibsens toneelstuk Peer Gynt] ingaat, daar ben ik heel blij om. De hoeveelheid muziek laat ik uiteraard geheel aan u over, en ook bij welke scènes u gaat componeren; een componist moet hierin natuurlijk volkomen de vrije hand hebben. Ook is er niets op tegen dat u het werk uitstelt tot de zomer; het lukt nu toch niet meer het stuk vóór komend seizoen uit te brengen. Tegelijk met deze brief schrijf ik er ook een aan de heer Josephson [leider van het Kristiania Theater, waar het stuk opgevoerd moest worden] [...].
Het lijkt me het beste dat we onze eisen betreffende de respectieve honoraria pas kenbaar maken bij inlevering van de partituur, vergezeld van een officieel schrijven aan de directie van het theater. Voor dit schrijven zal ik zorgdragen en ik zal het ook aan u opsturen, aangezien het door ons beiden ondertekend dient te worden. Ik heb geweldig veel zin in dit project en hoop dat het met u net zo is. Naar alle waarschijnlijkheid zal ik deze zomer Noorwegen bezoeken en dan hoop ik het genoegen te mogen smaken met u van gedachten te wisselen – en oude herinneringen aan Rome op te halen.
Grieg zou de muziek voor Peer Gynt in de zomer van 1875 voltooien; het stuk ging vervolgens in februari 1876 in première. Mede dankzij de muziek van Grieg was het succes buitengewoon.379-2020>
Uit: De zomer beschrijf je het best op een winterdag (vertaald door Suze van der Poll en Rob van der Zalm).
Dresden, 8 februari 1874
Ik begrijp uit uw brief dat u [Edvard Grieg] op mijn verzoek [om muziek te schrijven voor Ibsens toneelstuk Peer Gynt] ingaat, daar ben ik heel blij om. De hoeveelheid muziek laat ik uiteraard geheel aan u over, en ook bij welke scènes u gaat componeren; een componist moet hierin natuurlijk volkomen de vrije hand hebben. Ook is er niets op tegen dat u het werk uitstelt tot de zomer; het lukt nu toch niet meer het stuk vóór komend seizoen uit te brengen. Tegelijk met deze brief schrijf ik er ook een aan de heer Josephson [leider van het Kristiania Theater, waar het stuk opgevoerd moest worden] [...].
Het lijkt me het beste dat we onze eisen betreffende de respectieve honoraria pas kenbaar maken bij inlevering van de partituur, vergezeld van een officieel schrijven aan de directie van het theater. Voor dit schrijven zal ik zorgdragen en ik zal het ook aan u opsturen, aangezien het door ons beiden ondertekend dient te worden. Ik heb geweldig veel zin in dit project en hoop dat het met u net zo is. Naar alle waarschijnlijkheid zal ik deze zomer Noorwegen bezoeken en dan hoop ik het genoegen te mogen smaken met u van gedachten te wisselen – en oude herinneringen aan Rome op te halen.
Grieg zou de muziek voor Peer Gynt in de zomer van 1875 voltooien; het stuk ging vervolgens in februari 1876 in première. Mede dankzij de muziek van Grieg was het succes buitengewoon.379-2020>
Raphaël Waterschoot • 7 februari 1915
• Raphaël Waterschoot (1890-1962) was een Belgische architect. Tijdens WO 1 hield hij een oorlogsdagboek bij.
7 februari 1915 zondag
Boetedag voor Europa door den Paus Benidictus opgelegd. In de Sint Nikolaasche kerken is er schrikkelijk veel volk in de Goddelijke diensten.
8 februari 1915 maandag
De Duitschers hebben eene taks op de paspoorten gesteld; deze is
3.00 fr voor Antwerpen
3.00 fr voor Gent en omliggende gemeentes
3.50 fr voor Nederland
Men mag de stad zonder paspoort niet meer verlaten of men riskeert door de Duitschers gevangen genomen en beboet te worden.
9 februari 1915 dinsdag
De trein Antwerpen Gent rijdt voor de eerste maal. de Prijs enkel voor St Nikolaas Antwerpen is 1.80 fr; dubbel 3.60 fr
10 februari 1915 woensdag
De Duitsche soldaten requireren hier gemiddeld 50 hoornbeesten per dag!
11 februari 1915 donderdag
Er waren geene 10 boterboerinnen op de Markt. bijna geene boter was er.
12 februari 1915 vrijdag
Niets nieuws.
13 februari 1915 zaterdag
Niets te melden.
14 februari 1915 zondag
Niets voorgevallen.
15 februari 1915 maandag
Geen nieuws.
16 februari 1915 dinsdag
Niets aan te stippen
17 februari 1915 woensdag
Geene voorvallen.
18 februari 1915 donderdag
Geene bijzonderheden. 211-2016>
7 februari 1915 zondag
Boetedag voor Europa door den Paus Benidictus opgelegd. In de Sint Nikolaasche kerken is er schrikkelijk veel volk in de Goddelijke diensten.
8 februari 1915 maandag
De Duitschers hebben eene taks op de paspoorten gesteld; deze is
3.00 fr voor Antwerpen
3.00 fr voor Gent en omliggende gemeentes
3.50 fr voor Nederland
Men mag de stad zonder paspoort niet meer verlaten of men riskeert door de Duitschers gevangen genomen en beboet te worden.
9 februari 1915 dinsdag
De trein Antwerpen Gent rijdt voor de eerste maal. de Prijs enkel voor St Nikolaas Antwerpen is 1.80 fr; dubbel 3.60 fr
10 februari 1915 woensdag
De Duitsche soldaten requireren hier gemiddeld 50 hoornbeesten per dag!
11 februari 1915 donderdag
Er waren geene 10 boterboerinnen op de Markt. bijna geene boter was er.
12 februari 1915 vrijdag
Niets nieuws.
13 februari 1915 zaterdag
Niets te melden.
14 februari 1915 zondag
Niets voorgevallen.
15 februari 1915 maandag
Geen nieuws.
16 februari 1915 dinsdag
Niets aan te stippen
17 februari 1915 woensdag
Geene voorvallen.
18 februari 1915 donderdag
Geene bijzonderheden. 211-2016>
Abonneren op:
Reacties (Atom)






