• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek'uit de NRC. Zo ook Nanne Tepper (1962-2012).
25 juni 1997
PTT-Groningen: ‘Om u nog beter van dienst te kunnen zijn bezorgen wij de post voortaan enkel als we er echt zin in hebben.’
Van Anil Ramdas moet ik meer allochtonen in mijn werk opnemen en van Van Dis moet ik hun dochters neuken.
Ja ja, en dan motte ze zeker ook allemaal meeëten.
...
Wat, in godsnaam, te denken van het medelijden dat je voelt met de lezer na het schrijven van een onleesbaar fragment?
...
Ik een snob? Dat moet wel, want zelfs mijn wansmaak getuigt van grote klasse.
...
De weinige leden van de lokale intelligentsia die ik ken treuren allen op eendere wijze om de dood van Jeff Buckley: verbeten, en met een immense verachting voor de Voorzienigheid.
...
Fin de siècle: het leven imiteert de kunst van Harry Mulisch.
woensdag 24 juni 2026
dinsdag 23 juni 2026
Bep Vuyk • 24 juni 1945
• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.
Eind juni 1945
Morgen wordt onze hoeveelheid rijst gehalveerd. Hiermee zijn alle geruchten die de afgelopen drie maanden de ronde deden uitgekomen, zelfs het ene goede gerucht over de Rode-Kruispakketten. Die zijn inderdaad in mei uitgedeeld, nog niet de helft van wat we in mei 1944 kregen. Alleen een stukje kaas, een half blikje jam en een blik corned beef, te delen met vier personen. We zullen ook boengkil moeten gaan eten, zeg ik tegen Rudi. Dan word ik net als de verloren zoon die de draf der zwijnen at.
Ondanks mijn bezorgdheid over hem moet ik toch lachen. Mijn zoontje bezit een soort galgehumor, die soms schokkend is en die ik toch waardeer. In Kota Paris, waar we de eerste ervaring met echte honger opdeden, was een familie die op katten jaagde. Er werd algemeen schande over gesproken, maar Rudi trok de historische parallel: 'Wat leuk, net als bij het beleg van Leiden.' Hij slaapt al, maar ik lig nog wakker en denk na. Boengkil zijn perskoeken van kedele [soja] bonen, die vermengd met veel water aan de varkens worden gegeven. We zullen ze moeten laten gisten om ze verteerbaar te waken, ('t) dan koken. Hoe kook je zonder vuur en zonder pan?
Eind juni 1945
Morgen wordt onze hoeveelheid rijst gehalveerd. Hiermee zijn alle geruchten die de afgelopen drie maanden de ronde deden uitgekomen, zelfs het ene goede gerucht over de Rode-Kruispakketten. Die zijn inderdaad in mei uitgedeeld, nog niet de helft van wat we in mei 1944 kregen. Alleen een stukje kaas, een half blikje jam en een blik corned beef, te delen met vier personen. We zullen ook boengkil moeten gaan eten, zeg ik tegen Rudi. Dan word ik net als de verloren zoon die de draf der zwijnen at.
Ondanks mijn bezorgdheid over hem moet ik toch lachen. Mijn zoontje bezit een soort galgehumor, die soms schokkend is en die ik toch waardeer. In Kota Paris, waar we de eerste ervaring met echte honger opdeden, was een familie die op katten jaagde. Er werd algemeen schande over gesproken, maar Rudi trok de historische parallel: 'Wat leuk, net als bij het beleg van Leiden.' Hij slaapt al, maar ik lig nog wakker en denk na. Boengkil zijn perskoeken van kedele [soja] bonen, die vermengd met veel water aan de varkens worden gegeven. We zullen ze moeten laten gisten om ze verteerbaar te waken, ('t) dan koken. Hoe kook je zonder vuur en zonder pan?
maandag 22 juni 2026
Virginia Woolf • 23 juni 1936
• Virginia Woolf (1882-1941) was een Engelse schrijfster. Ze hield vrijwel haar hele leven een dagboek bij. Een selectie daaruit is in twee delen gepubliceerd in de Privé domein-reeks (vertaling Joop van Helmond).
Dinsdag 23 juni
Een goede dag — een kwade dag — zo gaat het maar door. Er kunnen niet veel mensen zijn die zo door schrijven worden gekweld als ik. Alleen Flaubert misschien. Toch zie ik het geheel nu voor me. Ik denk wel dat ik het tot een goed einde kan brengen, als ik maar moed en geduld aan de dag leg. Laat elke scène kalm op je afkomen: componeer: ik geloof dat het best een goed boek kan worden. En daarna — o, als het toch eenmaal af is. Vandaag niet zo helder, want ik ben bij de tandarts geweest en heb daarna gewinkeld. Mijn brein lijkt op een weegschaal: een korrel verstoort het evenwicht. Gisteren was de balans in evenwicht, vandaag is hij doorgeslagen.
Dinsdag 23 juni
Een goede dag — een kwade dag — zo gaat het maar door. Er kunnen niet veel mensen zijn die zo door schrijven worden gekweld als ik. Alleen Flaubert misschien. Toch zie ik het geheel nu voor me. Ik denk wel dat ik het tot een goed einde kan brengen, als ik maar moed en geduld aan de dag leg. Laat elke scène kalm op je afkomen: componeer: ik geloof dat het best een goed boek kan worden. En daarna — o, als het toch eenmaal af is. Vandaag niet zo helder, want ik ben bij de tandarts geweest en heb daarna gewinkeld. Mijn brein lijkt op een weegschaal: een korrel verstoort het evenwicht. Gisteren was de balans in evenwicht, vandaag is hij doorgeslagen.
zondag 21 juni 2026
Olga Freidenberg • 22 juni 1941
• Een aangrijpend ooggetuigeverslag van het beleg van Leningrad is te vinden in de in 1981 in New York verschenen briefwisseling tussen de Russische schrijver Boris Pasternak en zijn nicht Olga Freidenberg. De brieven, die de periode 1910-1954 bestrijken, zijn verbonden door een retrospectief dagboek van Olga Freidenberg. Door omstandigheden heeft zij het beleg van haar woonplaats van begin tot einde meegemaakt.
Op 22 juni, een van die mooie zomerdagen, pakte ik de telefoon omdat ik niets te doen had. Het was zondag, rond het middaguur. Ik was verbaasd toen een vrouwenstem antwoordde dat Bobovitsj, die ik belde, niet aan de lijn kon komen.
‘Hij luistert naar de radio.’
Dat verbaasde mij nog meer. Na een korte pauze voegde de vrouwenstem er aan toe: ‘De oorlog met Duitsland is verklaard. De Duitsers hebben ons aangevallen en hebben de grens overschreden.’
Dat was volkomen onverwacht, bijna onwaarschijnlijk, hoewel het met zekerheid was voorspeld. Het was niet de aanval die onwaarschijnlijk was — wie had die niet zien aankomen? Het was ook niet de oorlog met Hitler: onze politiek had niemand vertrouwen ingeboezemd. Het was de ommekeer in ons leven die onwaarschijnlijk was, deze dag die zo plotseling tussen verleden en heden was komen te staan. Die stille zomerdag met openstaande ramen, een aangename rustige zondag, een gevoel van leven in mijn hart, van hoop en verlangen, als iets dat uit zichzelf in mij was gegroeid, of ik wilde of niet; en plotseling: oorlog! Ik kon en wilde het niet geloven.
Maar wie wist niet dat dit het begin was van enorme gebeurtenissen en catastrofes? Ik begreep de theoretische betekenis van het gebeurde. Maar ik nam waar dat het vreselijke nieuws geen enkele indruk op mij maakte, behalve een gevoel van sensatie. Niets van 1914 was er mee te vergelijken. Eigenlijk bleef ik in mijn hart volslagen onverschillig en was ik alleen bang voor het dagelijks bestaan. Welke rampspoed stond ons te wachten?
Het was een mooie zomerdag, een vrije zondag, met open ramen, stille groene bomen. Nee, de voorbereiding was ongemerkt gegaan. De geschiedenis trad naderbij vanuit de verte. En je had het gevoel: o, het is allemaal zo erg nog niet; het komt wel goed; het leven helpt een handje; het is nog veraf; er is heel wat voor nodig voordat de gebeurtenissen ons bereikt hebben en onze dagen uiteenrijten; wat zou het, het was trouwens tijd ook; ‘laat het maar slechter zijn, als het maar anders is’.
[lees verder]536-2019>
Op 22 juni, een van die mooie zomerdagen, pakte ik de telefoon omdat ik niets te doen had. Het was zondag, rond het middaguur. Ik was verbaasd toen een vrouwenstem antwoordde dat Bobovitsj, die ik belde, niet aan de lijn kon komen.
‘Hij luistert naar de radio.’
Dat verbaasde mij nog meer. Na een korte pauze voegde de vrouwenstem er aan toe: ‘De oorlog met Duitsland is verklaard. De Duitsers hebben ons aangevallen en hebben de grens overschreden.’
Dat was volkomen onverwacht, bijna onwaarschijnlijk, hoewel het met zekerheid was voorspeld. Het was niet de aanval die onwaarschijnlijk was — wie had die niet zien aankomen? Het was ook niet de oorlog met Hitler: onze politiek had niemand vertrouwen ingeboezemd. Het was de ommekeer in ons leven die onwaarschijnlijk was, deze dag die zo plotseling tussen verleden en heden was komen te staan. Die stille zomerdag met openstaande ramen, een aangename rustige zondag, een gevoel van leven in mijn hart, van hoop en verlangen, als iets dat uit zichzelf in mij was gegroeid, of ik wilde of niet; en plotseling: oorlog! Ik kon en wilde het niet geloven.
Maar wie wist niet dat dit het begin was van enorme gebeurtenissen en catastrofes? Ik begreep de theoretische betekenis van het gebeurde. Maar ik nam waar dat het vreselijke nieuws geen enkele indruk op mij maakte, behalve een gevoel van sensatie. Niets van 1914 was er mee te vergelijken. Eigenlijk bleef ik in mijn hart volslagen onverschillig en was ik alleen bang voor het dagelijks bestaan. Welke rampspoed stond ons te wachten?
Het was een mooie zomerdag, een vrije zondag, met open ramen, stille groene bomen. Nee, de voorbereiding was ongemerkt gegaan. De geschiedenis trad naderbij vanuit de verte. En je had het gevoel: o, het is allemaal zo erg nog niet; het komt wel goed; het leven helpt een handje; het is nog veraf; er is heel wat voor nodig voordat de gebeurtenissen ons bereikt hebben en onze dagen uiteenrijten; wat zou het, het was trouwens tijd ook; ‘laat het maar slechter zijn, als het maar anders is’.
[lees verder]536-2019>
Vrouw van gevangene, 38 jaar • 21 juni 1941
Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945.Vrouw van gevangene, 38 jaar — Omgeving Amsterdam
21 Juni 1941
- De langste dag en tot op heden de verschrikkelijkste van mijn leven. Vanochtend waren Puck en Job even op de koffie, erg gezellig. Zwijndregt liep nog even in maar die was ook niet vroolijk. Ik was erg down en belde Dumoulin op. Ik kreeg van Beek die mij vroeg even te komen om twee uur want Dumoulin was er nu niet. Ik ben natuurlijk gegaan en wat ik daar hoorde deed mijn bloed verstijven. Jongen als gebeurt waarvoor zij mij meenden te moeten waarschuwen, als jij er niet meer bent, wat blijft er dan voor mij nog over. Wat hebben wij toch voor kwaad gedaan dat we zoo zwaar getroffen moeten worden. Dumoulin gaf alle hoop nog niet op maar tot nu toe scheen Baanders toch nog niet veel succes gehad te hebben. Ik kan maar steeds niet begrijpen wat je toch voor ergs gedaan hebt, dat je er zóó voor moet boeten. Baanders was van meening, dat je was meegesleept. Er is één klein lichtpuntje en dat is dat jij het nog niet weet. Je was heel rustig en kalm en zag met vertrouwen de toekomst tegemoet.
175-2012>
zaterdag 20 juni 2026
Roel van Duyn • 20 juni 1971
• Roel van Duyn (1943) was in 1971 gemeenteraadslid in Amsterdam voor de Kabouterpartij, nadat hij eerder al een van de trekkers van de Provo-beweging was. Panies dagboek verscheen eind 1971.
Zondagavond 20 juni
Bella was wijs en verstandig vanavond. Ik liep in kringetjes om haar heen en dacht aan m'n broer in Californië, aan de Deense vertaalster van een boek van me in Uppsala, aan kabouters in Ljubljana, aan studenten die me hebben uitgenodigd om in Schotland lezingen te komen houden, maar ik besefte steeds dat de bruine beuk het middelpunt was waar alles om draait. Ik kan nu ook beter begrijpen waarom ik dat dacht.
Toen in 1884 in de Jordaan het Palingoproer uitbrak omdat de politie de Jordaners op de Lindengracht verbood spelletjes met palingen te doen, die daar toen nog in het grachtenwater zwommen, ging er een golf van paniek door de laatste kabouters van Amsterdam. Als de mensen in staat zijn om palingen te martelen, wat zullen ze dan wel niet doen als ze ons ontdekken, dachten de kabouters, en ze vluchtten de stad uit.
Maar er was er één die dat onzin vond. Het was Gijs, een oude kabouter met een rode baard. Hij voelde dat hij een taak had jegens de planten en bloemen op de plaats waar nu het Westerpark is, omdat hij in de loop der tijd een goede verhouding met hen gekregen had. `Eéns ga je toch dood,' zei hij, en hij bleef alleen achter.
Nog tot in het begin van onze eeuw leefde hij in eenzame vrede temidden van zijn plantaardige vrienden.
In moeilijke omstandigheden was hij steeds een toeverlaat voor planten en vogels, die hij dan met een wijze raadgeving of met een opgewekt woord opbeurde. 'Nog met mijn lijk zou ik de velden willen bemesten om hier meer bomen te doen groeien,' zei hij eens. Toen Gijs op een dag op zijn rug in het gras naar de wolken lag te kijken en een liedje neuriede, stond zijn hart plotseling stil. Van heinde en ver kwamen de vogels om hem met takjes en aarde te bedekken. Niet alleen leeuwerikken, nachtegalen, uilen, roodborstjes, reigers en al die andere soorten die nu in Amsterdam uitgestorven zijn, maar ook mussen, duiven en kraaien.
Zondagavond 20 juni
Bella was wijs en verstandig vanavond. Ik liep in kringetjes om haar heen en dacht aan m'n broer in Californië, aan de Deense vertaalster van een boek van me in Uppsala, aan kabouters in Ljubljana, aan studenten die me hebben uitgenodigd om in Schotland lezingen te komen houden, maar ik besefte steeds dat de bruine beuk het middelpunt was waar alles om draait. Ik kan nu ook beter begrijpen waarom ik dat dacht.
Toen in 1884 in de Jordaan het Palingoproer uitbrak omdat de politie de Jordaners op de Lindengracht verbood spelletjes met palingen te doen, die daar toen nog in het grachtenwater zwommen, ging er een golf van paniek door de laatste kabouters van Amsterdam. Als de mensen in staat zijn om palingen te martelen, wat zullen ze dan wel niet doen als ze ons ontdekken, dachten de kabouters, en ze vluchtten de stad uit.
Maar er was er één die dat onzin vond. Het was Gijs, een oude kabouter met een rode baard. Hij voelde dat hij een taak had jegens de planten en bloemen op de plaats waar nu het Westerpark is, omdat hij in de loop der tijd een goede verhouding met hen gekregen had. `Eéns ga je toch dood,' zei hij, en hij bleef alleen achter.
Nog tot in het begin van onze eeuw leefde hij in eenzame vrede temidden van zijn plantaardige vrienden.
In moeilijke omstandigheden was hij steeds een toeverlaat voor planten en vogels, die hij dan met een wijze raadgeving of met een opgewekt woord opbeurde. 'Nog met mijn lijk zou ik de velden willen bemesten om hier meer bomen te doen groeien,' zei hij eens. Toen Gijs op een dag op zijn rug in het gras naar de wolken lag te kijken en een liedje neuriede, stond zijn hart plotseling stil. Van heinde en ver kwamen de vogels om hem met takjes en aarde te bedekken. Niet alleen leeuwerikken, nachtegalen, uilen, roodborstjes, reigers en al die andere soorten die nu in Amsterdam uitgestorven zijn, maar ook mussen, duiven en kraaien.
Niet lang na zijn begrafenis zagen de vogels precies op de plaats waar de oude kabouter gestorven was een krachtige bruine beuk uit de grond verrijzen. Ook de mensen moet de jonge boom bevallen zijn, want het was in die jaren dat men het Westerpark begon aan te leggen.
Vandaag heb ik me gerealiseerd dat het Westerpark grotendeels verdwijnen zal omdat het Gemeentebestuur het nodig vindt de autoweg naar Haarlem te verbreden en de spoorbaan van de trein recht te trekken. Ter kompensatie voor het dan teloor gegane openbaar groen zal elders in de buurt een park worden aangelegd.' Blijkbaar zijn er mensen die denken dat de ene gemeenschap van bomen, planten en dieren precies hetzelfde is als de andere. Erger nog: Wij hebben die mensen gekozen om over ons te regeren.
donderdag 18 juni 2026
Felix Zwanikken • 19 juni 1944
• Felix Zwanikken zat (toen 15 jaar oud) in WO II gevangen in een Japans interneringskamp [Tjimahi] en hield toen een dagboek bij.
16 juni
`s Morgens naar de kerk: feest van het H. Hart. De oude heren als Benjamins, van Geelen en Rieuwers zijn naar een nieuw deel van het kamp verhuisd; de huisjes langs de renbaan. Het geldt alleen voor mannen boven de 61 jaar en hun zoons. Ze hebben het nu goed, grote kamers, vaste wastafels. Dat nieuwe deel heet blok XII. 's Middags dienst, 's avonds tweede preek van pater van den Hooge.
17 juni
Soep gemaakt van koolstronken met oebi [zoete aardappel]. Ik ben 6 ons aangekomen.
18 juni
's Morgens naar de kerk geweest, daarna stroop gemaakt. Vandaag vieren we Tinekes verjaardag (16 Juni) met een blikje boter.
's Middags dienst. We hebben ter gelegenheid van de Zondag 300 cc koffie gekregen. De vorige Zondag 100 cc gelei en 1/3 brood, dat had ik vergeten op te schrijven. Ik heb cr een hoop van opgespaard, zodat we er nog verscheidene dagen mee kunnen doen. 's Middags extra soep en 's avonds geweldig hete sambal.
19 juni
's Morgens is Hans ziek.
24 juni
De hele dag dienst. Vins heeft een laboe siam [chayote] gejat, we gaan er morgen een fijne soep van koken.
26 juni
's Middags mijn lepel in de sloot laten mieteren.
16 juni
`s Morgens naar de kerk: feest van het H. Hart. De oude heren als Benjamins, van Geelen en Rieuwers zijn naar een nieuw deel van het kamp verhuisd; de huisjes langs de renbaan. Het geldt alleen voor mannen boven de 61 jaar en hun zoons. Ze hebben het nu goed, grote kamers, vaste wastafels. Dat nieuwe deel heet blok XII. 's Middags dienst, 's avonds tweede preek van pater van den Hooge.
17 juni
Soep gemaakt van koolstronken met oebi [zoete aardappel]. Ik ben 6 ons aangekomen.
18 juni
's Morgens naar de kerk geweest, daarna stroop gemaakt. Vandaag vieren we Tinekes verjaardag (16 Juni) met een blikje boter.
's Middags dienst. We hebben ter gelegenheid van de Zondag 300 cc koffie gekregen. De vorige Zondag 100 cc gelei en 1/3 brood, dat had ik vergeten op te schrijven. Ik heb cr een hoop van opgespaard, zodat we er nog verscheidene dagen mee kunnen doen. 's Middags extra soep en 's avonds geweldig hete sambal.
19 juni
's Morgens is Hans ziek.
24 juni
De hele dag dienst. Vins heeft een laboe siam [chayote] gejat, we gaan er morgen een fijne soep van koken.
26 juni
's Middags mijn lepel in de sloot laten mieteren.
Abonneren op:
Posts (Atom)





