zondag 23 augustus 2026

James T. Murphy • 24 augustus 1945

• James T. Murphy was krijgsgevangene in een Japans kamp. Hier zijn dagboek.

August 19, 1945
Commander returns from Sendai. Visits our camp. Japanese tells us Armistice has been reached and we will be notified tomorrow.

August 20, 1945
9:15 a.m. Standing in formation, the Japanese Commander delivered speech informing us that peace has come and he placed us under our own American officers. After speech was read twice, by the interpretor, a grand ovation of applause and cheers rang out and many broke down and cried. Freedom at last! It was hard for me to believe. Was this just another good dream? The supply room was opened to us. Chow plentiful (such as it is). Found much winter Red Cross clothing and shoes in the supply room. This clothing, if issued earlier would have saved much misery as many of us worked practically barefooted and in threadbare clothing last winter.

August 24, 1945
Japanese carpenters place large signs on roof of our buildings with PW written in red paint. We are told that American planes will fly over and drop supplies.

August 25, 1945
American Navy planes flew over camp and spotted us.

August 26, 1945
Planes identified as Grummans flew low over camp.

August 27, 1945
F4U Navy fighters dropped message telling us to clear area for dropping of parcels. Flight of 5 F4U's 5 Grumman fighters and 5 Torpedo planes dropped food, medicine, clothing and magazines by parachute. News sheets also dropped. Further instructions for us to signal planes of our needs also included.

John Bake • 24 augustus 1830

John Bake (1787-1864) was een Nederlandse classicus en filoloog. In 1830 maakte hij een reis naar Duitsland en Zwitserland, die hij beschreef in brieven aan zijn vrouw, die zijn te lezen als een reisdagboek.

Maandag, 23 augustus.
Alles stemde mij sedert enige dagen om minder behagen in Zwitserland te scheppen. Het werd slechter weer en koud, zodat het voor een dag of drie reeds gesneeuwd heeft op de bergen. Men krijgt eindelijk, na zoveel gezien te hebben, verzadiging en - ik verlangde alleen naar huis, zodat mijn reisgenoten soms niets meer aan mij hadden. Evenwel ben ik hedenmorgen weer getroffen. De Rigi goed gezien hebbende, telde ik de Weissenstein voor niets en was er zelfs met tegenzin, enkel om de vrienden niet tegen te gaan, heen getrokken. Nu was ik voor 5 uur op, en heb ik gejouisseerd van een halfuurs schouwspel (want langer duurde het niet) dat voortreffelijk was, beter nog dan op de Rigi: het langzaam verlichten der sneeuwtoppen. Zelfs 10 minuten lang vertoonde zich de vergulde top van de Montblanc, die men van de Rigi geheel niet ziet. Overigens is het panorama niet te vergelijken met de Rigi. Men ziet weinig meren en meest het vlakke noordwestelijke gedeelte van Zwitserland. Straks rijden wij naar Moutier terug en rijden dan verder.

[kijk hier voor foto's van de zonsopgang gezien vanaf de Weissenstein]

Bazel, 24 augustus.
Gisteravond zijn wij hier aangekomen. Dadelijk vloog ik naar de post om uw brief. Ik vond er twee. Hoe jammer, dat ik over 't huis niet kon antwoorden, maar gij hebt volmaakt wel gedaan. Uw tweede deed mij ook oneindig veel genoegen, ziende dat mijn correspondentie u toch wat plezier heeft gedaan. Mij niet minder, want ik was dan, aan u schrijvende, telkens met mijn gehele ziel bij u. Ik zal mijn journaal, sedert de Weissenstein, thuis wel vervolgen, maar mijn plan is genomen. De vrienden willen nog langs de Moezel en door Brabant, zodat wij morgen samen vertrekkende slechts een eind weegs samen gaan. Baden-Baden offer ik op, maar snel naar huis. Zeker ben ik niet later dan 2 september thuis en in uw armen. Of ik vroeger kan komen valt moeilijk te bepalen, omdat ik niet graag 's nachts doorreis. Ik moet fris bij u komen, niet waar? Vertel mijn spoedige thuiskomst nog maar niet aan iedereen. Anders word ik dadelijk lastig gevallen. Hoe zeer ik verlang alles wat mij dierbaar is terug te zien, kan ik u niet beschrijven. Ik heb haast en omhels u nog eens hartelijk. Dag beste vrouw, tot over weinige dagen.

donderdag 20 augustus 2026

C. Buddingh' • 22 augustus 1970

C. Buddingh' (1918-1985) was schrijver en dichter. Hij publiceerde vijf boeken met dagboeknotities.

21-8
Het is in de poëzie als in de economie: stilstand is achteruitgang.
Prachtige uitdrukking in de laatste Ross Macdonald - The Goodbye Look, vanochtend bij Revers gekocht: ‘She drinks like she's got a hollow leg.’ Zoiets verzin je niet, moet je, als schrijver, ergens hebben gehoord.
Ergernis als inspiratiebron - zou een aardige studie over zijn te schrijven.

22-8
Wat je meer en meer tegenkomt - en wat ik nog steeds even hinderlijk en verwerpelijk vind: het formeren van de overtreffende trap met behulp van het woordje ‘meest’. Zoëven weer, voor de tv: ‘een van Nederlands meest bekende coureurs.’ Waarom niet gewoon: ‘een van de bekendste coureurs van ons land’? Ik geloof dat ik zelfs al een keer ‘meest grote’ heb gelezen ergens.

24-8
Een van de dingen waaraan je merkt dat je ouder wordt: dat je niet meer, al is het maar een klein stukje, met twee handen los durft te fietsen.

Maarten 't Hart • 21 augustus 1969

• In 1969-1970 hield de Nederlandse schrijver Maarten 't Hart (1944) een onregelmatig dagboek bij.

21 aug. Voor het eerst cantate 101 van Bach gehoord. Dadelijk opgenomen op de band. Cantate 101 begint met een grimmig, wat grauw koor, waar je lang naar moet luisteren voordat je ontdekt hoe bijzonder het is. In het werk een duet waar je helemaal stil van wordt. Het is uiteraard in 12/8, altijd een garantie bij Bach voor iets groots. Eigenlijk is het geen duet maar een kwartet want fluit en hobo zijn net zo belangrijk als sopraan en alt. De opbouw van de melodie is wel heel knap. Bach begint met een zestiende, gevolgd door twee twee-en-dertigsten, laat dan een gepunteerde achtste na een voorslag, een zestiende en weer een achtste volgen, herhaalt de achtste en gaat een kleine secunde omlaag. Dan volgt dezelfde figuur maar nu een trap hoger (kortom er is sprake van een sequens) en dan breekt hij de zo verkregen figuur op in onderdelen die in verschillende volgordes terugkeren. Tenslotte volgen allemaal zestienden. Verderop blijkt dan hoe goed deze lange figuur zich leent voor contrapuntische verwerking en hoe mooi de zangstemmen daarbij passen. Het is echt iets ongelofelijks. Ik zou toch wel eens precies willen uitzoeken of de duetten in de cantates in het algemeen van een zeer hoog niveau zijn. Zo op het eerste gezicht wel want in cantate 3, 9, 20, 21, 42, 80, 100, 156, zijn buitengewoon mooie duetten te vinden. En het betoverendste wat Bach misschien wel ooit schreef is het duet uit cantate 78.

woensdag 19 augustus 2026

François HaverSchmidt • 20 augustus 1861

François HaverSchmidt (1835-1894, beter bekend als Piet Paaltjens) was een Nederlandse schrijver en dominee. Uit: Reis door België en langs den Rijn, in Augustus 1861 ondernomen door Adolf van Slooten, zeepzieder te Dockum, Feddo Jan HaverSchmidt, wijnkooper te Leeuwarden en François HaverSchmidt, predikant te Foudgum en Raard in Westdongeradeel, beschreven door laatstgenoemde.

20 augustus, Antwerpen
[...] En nu werd het tijd om te eten. Om vijf uur ving dat werk aan en het ging goed. O.a. aten wij heerlijke zeekreeft. Na den eten stapten wij naar de Jardin Zoölogique buiten de Kipdorppoort, waar muzijk en en veel publiek was. De tuin is zeer mooi en wij zagen er vele fraaie dieren. Inzonderheid trof ons een groote verzameling zeer kleine vogeltjes en een groote Egyptische tempel met zebras en olifanten. Terwijl wij op den heerlijken avond prettigjes onze cigaar rookten en een glas Lambiek dronken op stoeltjes die het ons moeite gekost had om magtig te worden, kondigde een verwijderd gedonder ons aan dat het groote vuurwerk aanving, 't welk de stad Antwerpen bij gelegenheid van het Congres aan de artistes gaf. Wij maakten ons ijlings op weg; het volk wees ons dien. Den stroom der menigte volgende kwamen wij door een laan waar aan weerszijden een schoone gaz-illuminatie was aangebragt, vormende de namen van alle beroemde schilders van den nieuweren tijd. (Ik denk dat deze laan de avenue Charlotte was tegenover de lunette d'Herenthals. De ‘garçon’ van het Hôtel had ons de plaats van het vuurwerk als boulevard Léopold aangeduid). Aan de overzijde van de gracht die de lunette of schans van onze laan afscheidde werd een prachtig vuurwerk ontstoken, welks onderscheiden kleuren nog nooit door ons zoo schoon waren gezien. Door middel van electrisch licht werd daarenboven een tooverachtig licht op den schans geworpen. Wij wandelden langs de fraai geïllumineerde avenue Macerus, met schoone eerebogen opgeluisterd naar de stad terug maar zouden toen bijna in het duister van de stad zijn afgewandeld. Gelukkig wees men ons nog tijdig het regte pad, waarop wij nog even gelegenheid hadden om het laatste gedeelte te zien van de inwendige verlichting van den cathedraalstoren, waarmeê de feestelijkheden van den avond besloten werden. Nu wandelden wij nog een weinig rond, dronken een flesch wijn op de stoep van het café de l'Empereur op de Place de Meir en zochten vervolgens de Reedijk op, alwaar in bijna elk huis muziek gemaakt en gedanst werd. In Frascati dronken wij een glas bier. Een mengelmoes van zeevolk, militairen en burgers danste er met fraai getoiletteerde dames, schoone bloemen - maar die het liefste waas, de onschuld, misten. Na ook dit te hebben gezien zochten wij Mons. Corvilain op en gingen naar bed.

dinsdag 18 augustus 2026

26-jarige vrouw • 19 Augustus 1970

• Uit een geanonimiseerd dagboek uit de collectie van het Nederlands dagboekarchief.

Woensdag 19 Augustus 1970
[…] gisteren was D. hier de hele dag. Dat was heerlijk.
Hij kwam met de meest idiote confessie. Toen L. hem eergisteren thuisgebracht had, begon hij haar te zoenen, enzovoorts. Zij protesteerde niet. Maar uiteindelijk kreeg hij geen erectie.
Ik geloof dat het gewoon als iets zieligs gezien moet worden. Een beetje braaf, en een beetje belachelijk. Tussen L. en D. zal er niets van belang meer gebeuren. Een flop. Maar het was grappig; zo gauw hij geloofde dat ik hem “vergeven” had, was hij weer helemaal “on top of the world”. Kwestie van een paar minuten, en (wat hem betreft) achter de rug. Is dat zonderling? Voor mij scheen het gewoon onreëel, een soort van schijn. “Laten we het proberen — dat doet men immers.”
Ik doe dat niet. Dergelijke episodes. Ik heb meer vertrouwen in lange-termijn-vriendschappen. Die oppervlakkige dingen doen momenteel iets prettigs, maar het heeft geen body.
Niet alleen dat het oppervlakkig is, maar ook dat het de mogelijkheden voor ware, langdurende vriendschap onmogelijk maakt.
De liefde tussen D. en mij is gewoon — wat — hoe — de toekomst — de herinnering. Op het ogenblik is het een mengsel van sex (wel prettig) en alles [onleesbaar].
Vandaag overdag, toen hij belde voelde ik me verlaten door hem, en helemaal alleen. […]
Ik zal mijn manier van leven volhouden. En het zal wel gaan, op de een of andere manier. […]
Als ik fit ben, kan ik in 5 weken misschien de examens halen. Dat wil ik wel graag.
Eigenlijk ben [ik] niet sentimenteel over D.

maandag 17 augustus 2026

Beb Vuyk • 18 augustus 1945

• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.

17 augustus 1945
Ik had de eerste wacht. Achter de klapperbomen naast hut twaalf ging de zon onder en de sterren kwamen door boven het voetbalveld. Nadat de slaapbel was gegaan werd het rustig. Het volgende uur ging gauw om. Einde, dit was het einde. Niemand wist het ware, maar ook de enkele realisten die ieder bericht kritisch hadden gewogen voelden — o woord waar we zo tegen hadden gereageerd — dat er iets in de lucht zat. De wacht die mij afloste was totaal van streek. 'Het vele eten was een vergissing van het hoofdkantoor van de Nipponners,' zei ze. Dat was officieel medegedeeld. Ze zei nog half huilend: 'Natuurlijk is er dan van het vredesgerucht ook niets waar.'

18 augustus 1945
Maar de vergissing bleek vanmiddag ook weer een vergissing te zijn. Daar bij de keuken heb ik met een meisje zitten praten, dat ik nog nooit eerder ontmoet had en dat ik daarna ook niet meer heb teruggezien. Ze studeerde natuurkunde in Delft en was toevallig bij haar ouders op Java gelogeerd toen de Duitsers Holland binnentrokken. Zij heeft mij iets uitgelegd van het principe van de atoomsplitsing en van haar heb ik voor het eerst het woord atoombom gehoord. Dat brak mijn weerstand en ik durfde het te geloven.