donderdag 12 maart 2026

John H. Smith • 13 maart 1875

John Henry Smith (1848-1911) was een Amerikaanse geestelijke en politicus. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

Vertaling onderaan

Saturday, March 13, 1875 - Chasetown and Litchfield
We rested very well and we got up at 7:30 a.m. and went to Bro. J. Ashtons to breakfast. We had some ham and bread and our usual suply of warm water and sugar. At 9 a.m. we started for Litchfield where we arrived at 10 a.m., the distance is five miles. We went to Bro. J. Wright and they received us very kindly. At 11 a.m. we visited the Cathedral and spent an hour in listning to the music which was very good, the praying to us seaming to be a mockery.

Sunday, March 21, 1875 - Wolverhampton
We had a good bed and rested well and we got up at 9:30 a.m. had breakfast and walked to Priestfield and changed our clothes and then walked to Bro. Hands at Coppice. Shortly after our arrival Bro. Morris came in & we had a good shake of the hands and then went to the Temperance Hall. There was about a dozen persons present. Bro. Halliday spoke 15 minutes, I then talked 30 minutes on faith, and Bro. Morris asked the people to come in the evening and bring their friends with them. A man in the audience asked Bro. Morris how many wives he had, and Bro. Morris told him enough to leave his neighbors alone.

At 6:30 p.m. we again met, and Bro. Morris spoke 40 minutes and I 10 minutes. We had a very good attendance. After meeting we walked to Great Bridge & took train and we reached 26 Tenby St. [Birmingham] at 10:30. I received two letters from Father and 1 from sister Sarah telling me of the death of my sister Marys son John Henry Wimmer, and also that my son Don Carlos had been very sick but was a little better.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

Zaterdag 13 maart 1875 – Chasetown en Litchfield Wij hebben goed gerust en stonden om 7.30 uur op en gingen naar broeder J. Ashton om te ontbijten. We hadden wat ham en brood en onze gebruikelijke hoeveelheid warm water met suiker. Om 9 uur vertrokken we naar Litchfield, waar we om 10 uur aankwamen; de afstand is vijf mijl. We gingen naar broeder J. Wright en zij ontvingen ons zeer vriendelijk. Om 11 uur bezochten we de kathedraal en brachten een uur door met luisteren naar de muziek, die zeer goed was; het bidden leek ons echter een schijnvertoning.

Zondag 21 maart 1875 – Wolverhampton
We hadden een goed bed en hebben goed gerust; we stonden om 9.30 uur op, ontbeten en liepen naar Priestfield om ons om te kleden, en liepen daarna naar broeder Hands in Coppice. Kort na onze aankomst kwam broeder Morris binnen en we gaven elkaar hartelijk de hand, waarna we naar de Temperance Hall gingen. Er waren ongeveer een dozijn mensen aanwezig. Broeder Halliday sprak 15 minuten, daarna sprak ik 30 minuten over geloof, en broeder Morris vroeg de mensen om ’s avonds terug te komen en hun vrienden mee te brengen. Een man in het publiek vroeg broeder Morris hoeveel vrouwen hij had, waarop broeder Morris antwoordde dat hij er genoeg had om zijn buren met rust te laten.
Om 18.30 uur kwamen we opnieuw bijeen, en broeder Morris sprak 40 minuten en ik 10 minuten. We hadden een zeer goede opkomst. Na de bijeenkomst liepen we naar Great Bridge en namen de trein; we bereikten 26 Tenby Street [Birmingham] om 22.30 uur. Ik ontving twee brieven van vader en één van zuster Sarah, waarin zij mij vertelden over het overlijden van mijn zuster Mary’s zoon, John Henry Wimmer, en ook dat mijn zoon Don Carlos erg ziek was geweest maar inmiddels iets beter.

woensdag 11 maart 2026

J.H. Leopold • 12 maart 1890

• De dichter J.H. Leopold (1865-1925) hield een reisdagboek bij toen hij in 1890 in Italië was.

12 Maart.
Dezen dag was ik geheel van streek en in groote verwarring. Want gisteren waren de kennissen uit Nice gekomen; tot mijn zondige blijdschap, want het was beter geweest, dat wij elkaar maar ontloopen waren. Nu was ik den geheelen dag weer aan 't malen en tobben, en wist niet waar ik het vinden zou. Het gevolg was, dat ik natuurlijk weer allerlei gekke dingen deed, onbevredigd 's avonds een paar vreemde versjes half afmaakte en bitter bedroefd naar bed ging. — En 't mooiste is, dat dat alles kwam door een nietigheid, die wellicht alleen in mijn fantasie bestaat en dat ik goed nijdig ben op mijzelf en mijn soezen. —

dinsdag 10 maart 2026

Frits Bolkestein • 11 maart 1998

• Politicus Frits Bolkestein (1933-2025) schreef in 1998 een verslag van de verkiezings- en formatieperiode, samen met journaliste Margriet Brandsma, onder de titel Haags duet.

Woensdag 11 maart
Vandaag rijden wij terug naar Amsterdam. In de auto luisteren wij naar de Zeven Doodzonden van Bertolt Brecht en Kurt Weill, gezongen door Gisela May. Het gaat over twee zusters die allebei Anna heten, Anna und Anna. De ene wordt uitgebuit door de andere. De tekst staat op naam van Brecht. Hij woonde toen (1932) in Parijs - waar ook Kurt Weill verbleef - met Margarethe Steffin, die hij uit een Zwitsers sanatorium had laten overkomen. Dus hoeveel van Brecht is en hoeveel van Steffin, is onduidelijk. Brecht maakte veel gebruik van zijn vrouwen - Elisabeth Hauptmann, Ruth Berlau, zijn echtgenote Hélène Weigel en deze Steffin - zonder dat hij iets voor hen terugdeed. In Het Parool heb ik hem dan ook een literaire pooier genoemd. Zijn honderdste geboortedag is net herdacht. Veel loftuitingen, weinig kritiek op de uitbuiting van zijn vrouwen, noch op het feit dat hij zich liet misbruiken door de propagandamachine van een onmenselijk systeem, of op de vette bankrekeningen in Zwitserland van deze gewiekste en gewetenloze onderhandelaar (lees The Life and Lies of Bertolt Brecht door John Fuegi, een zeer gedetailleerd onderzoek, waar Femke zich doorheen heeft geploegd).

Het nadeel van vakantie is de stapel kranten en post die je moet verorberen voor je weer aan de slag kunt gaan. In de Volkskrant van 28-2-1998 lees ik een portret van Hans Wiegel door Kees Fens. Hij schrijft: ‘Wiegel heeft zijn leven lang nog nooit iets oorspronkelijks gezegd, laat staan oorspronkelijke taal gebruikt. (...) Die onoorspronkelijkheid is de verklaring van zijn grote succes.’ Heel juist opgemerkt. Oorspronkelijke politici graven hun eigen graf. Daarom falen echte intellectuelen in de politiek ook altijd. Herhaling is de moeder van de politiek. Dat is ook een van de redenen waarom Mario Vargas Llosa het heeft afgelegd tegen ‘el Chinito’ Fujimori. Vargas Llosa kon zich er niet toe brengen steeds hetzelfde te zeggen. Margaret Thatcher kon dat wel. Zij had succes. Blair is haar zoon. Kok kan dat ook.

maandag 9 maart 2026

Willem Frederik Hermans • 10 maart 1993

• Het Boekenweekgeschenk 1993 was van Willem Frederik Hermans (1921-1995). Hij schreef over e.e.a. in de WFH-Verzamelkrant.

WFH's Boekenweek van dag tot dag

dinsdag 2 maart 1993
Aan de vooravond van de Boekenweek verschijnt nummer 6 van de WFH-verzamelkrant met onder andere al een eerste overzicht van de autobiografische achtergronden van WFH's Boekenweekgeschenk.

woensdag 3 maart
De Groene Amsterdammer brengt een special over ‘de creatieve woede’ van WFH. Van Rein Bloem verschijnt een interview met WFH (71) dat eerder door de brt Radio is uitgezonden: ‘Niets slijt!’

donderdag 4 maart
Wim Zaal interviewt WFH in Elsevier. ‘Ik bèn vervolgd en ik wòrd vervolgd.’ Elsevier publiceert bovendien een bewerkte versie van wfh's toespraak bij de presentatie van het Boekenweekgeschenk op 1 februari 1993: ‘Mijn herinneringen aan ruim veertig boekenjaren.’
Nieuwe Revu brengt een ‘portret’ van WFH: ‘Wie denkt W.F. Hermans wel dat hij is?’

vrijdag 5 maart
In de Volkskrant heeft Michel Maas een paginagroot gesprek met WFH. Zowel in de interviews in De Groene en in Elsevier als in dat in de Volkskrant gaat WFH in op de autobiografische elementen in zijn Boekenweekgeschenk.
Columnist Battus (Hugo Brandt Corstius) kraakt in de Volkskrant WFH's zojuist verschenen boekje Slechte kritieken gaan nooit verloren, goede ook niet, sinds kort: ‘Moet elke Nederlandse schrijver die de zestig passeert een belachelijke paranoïde figuur worden [...]?’

zaterdag 6 maart
In Het Parool geven Matthijs van Nieuwkerk en Theodor Holman tientallen uitspraken van WFH weer rondom een paginagrote karikatuur van Paul van der Steen. ‘Ik heb altijd ruzie!’
Bob Polak stelt in het avondblad een reeks vragen in quizvorm over het Boekenweekgeschenk. ‘Waarom gaat Madelon niet voor behandeling naar tandarts Van S.?’

zondag 7 maart
In HP/De Tijd op zondag brengen Jan Zandbergen en tekenaar Joep Bertrams een paginagrote strip met WFH als hoofdfiguur. ‘Hermans: “Ik ben de schrijver die u zoekt!”’
In het tv-programma ‘Ziggurat’ van de brt heeft Freddy de Vree een interview met WFH.

maandag 8 maart
Elegance beschrijft ‘alles wat u altijd al wilde weten over Willem Frederik Hermans’. Daartoe hoort onder andere een fotoreportage die WFH in 1986 in Parijs voor Elegance maakte van ‘topmodel’ Linda Spierings in couturekleding.

dinsdag 9 maart • Boekenbal in de Stadsschouwburg in Amsterdam
WFH laat verstek gaan in verband met een gebroken pols. Het NOS tv-programma ‘Nova’ geeft enkele beelden van het Bal.
Voor de NOS Televisie heeft Wim Hazeu een interview met WFH.

woensdag 10 maart • Begin van de Boekenweek
WFH's Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk: Fragmenten uit het oorlogsdagboek van de student Karel R. verschijnt in een oplage van 582.000 exemplaren, een record voor een eerste druk. De oplage is 34.000 exemplaren hoger dan vorig jaar. De lezers ontvangen het boekje gratis bij aankoop van ƒ 19,50 aan boeken.
Ook is vandaag voor het eerst het boekje Willem Frederik Hermans en de cpnb 1950-1993 te koop, samengesteld door de redactie van de WFH-verzamelkrant.
In Vrij Nederland heeft J. van Tijn een interview met wfh: ‘W.F. Hermans' ballingschap.’ VN publiceert daarnaast een licht-positieve recensie van het Boekenweekgeschenk. Carel Peeters: ‘Het is allemaal wat minder en milder.’

zondag 8 maart 2026

John H. Smith • 9 maart 1900

John Henry Smith (1848-1911) was een Amerikaanse politicus. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

[Friday, March 9, 1900 - Salt Lake City]
I was working most of the day on my father’s history.

My sons Winslow, Nicholas, Nathaniel, Joseph and myself plowed up my garden. The horses were quite nervious.

My wife Sarah and I went to the Theatre. The play was The Rivals.


Jules Renard • 8 maart 1891

Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1887-1899 is verschenen in de Privé Domein-reeks. Vertaling: F. de Haan & M. Kaas.
• De dagboeken van de Franse schrijver Jules Renard (1864-1910) zijn vanwege de hoeveelheid ‘faits divers’ en anekdotes wel eens omschreven als ‘de documentatie’ bij À la recherche du temps perdue van Marcel Proust. De Rodin in het fragment is uiteraard de fameuze beeldhouwer.

8 maart [1891] In Rodins atelier, een openbaring, een verrukking, die Porte de l’Enfer, dat kleine werk, niet groter dan een hand, l’Éternelle idole: een man, met zijn armen op zijn rug, overwonnen, kust een vrouw onder haar borsten, drukt zijn lippen op haar huid, en van de vrouw gaat zo’n droefheid uit. Met moeite maak ik me ervan los. Een oude vrouw in brons, iets gruwelijk moois, met haar platte borsten, haar geteisterde buik en haar gezicht dat nog mooi is. Verder lichamen met elkaar verweven, armen in elkaar verstrengeld, en le Péché originel, de vrouw die zich aan Adam vastklampt, hem met heel haar wezen naar zich toe trekt, en de Sater, die een vrouw in zijn armen klemt en in haar wroet, één hand tussen haar dijen, de tegenstelling tussen mannenkuiten en vrouwendijen. Heer, maak dat ik de kracht heb om dat alles te bewonderen!
Op de binnenplaats wachten blokken marmer om tot leven te worden gewekt, vreemd door hun vorm en, zo lijkt het, door hun verlangen om te leven. Vermakelijk: ik doe alsof ik de man ben die Rodin heeft ontdekt.
Rodin, een soort dominee, de beeldhouwer van de genots-pijn, stelt Daudet naïeve vragen en wil van hem weten welke naam hij aan zijn verbazingwekkende scheppingen moet geven. Zelf vindt hij stereotiepe namen, die hij aan de mythologie bijvoorbeeld ontleent. Een voorstudie van Victor Hugo, naakt... volstrekt grotesk overigens.
[...]

9 maart
Bij Rodin had ik het gevoel dat mijn ogen plotseling openbraken. Tot op dat ogenblik had ik de beeldhouwkunst net zo interessant gevonden als het bewerken van koolraap.

Schrijven zoals Rodin beeldhouwt.

Wanneer iemand me een tekening laat zien, kijk ik net lang genoeg om te bedenken wat ik ervan zal zeggen


Sofia Tolstoj • 7 maart 1898

Sofja Andrejewna Tolstaja (1844-1919) was de echtgenote van de Russische schrijver Leo Tolstoj. Gedeeltes uit haar dagboeken zijn gepubliceerd in Dagboek (vertaling Ton Eekman).

7 maart 1898
Vanochtend had ik een onaangenaam gesprek met Lev Nikolajevitsj [Tolstoj]. Hij wil steeds maar aanvullingen aan zijn artikel toevoegen, maar ik ben bang dat de censuur aanmerkingen op die aanvullingen zal hebben, zodat het de verschijning van het boek weer zal vertragen; ik wil het in dertigduizend exemplaren laten drukken. Van het ene woord kwam het andere, we smeten elkaar verwijten naar het hoofd; ik betichtte hem ervan dat hij mij mijn vrijheid ontneemt, dat hij me niet naar St. Petersburg laat gaan; en hij mij dat ik zijn boeken te gelde maak; waarop ik antwoordde dat ik geen profijt van dat geld heb, maar zijn kinderen in de eerste plaats, die hij aan hun lot heeft overgelaten, die hij niet heeft opgevoed en geen vak heeft laten leren. Daar voegde ik aan toe dat ik hem zijn rijpaard, zijn fruit en asperges, zijn liefdadigheid, zijn fietsen enzovoort enzovoort verschaft had van dat geld, en dat ik er zelf het minst van allen van profiteerde. Dat zou ik hem niet gezegd hebben als hij niet geroepen had dat ik te ver ging en dat hij me kon verbieden die boeken te verkopen. Ik zei: daar zal ik erg blij om zijn, verbied het me maar, dan ga ik voor mezelf werken, als lerares, correctrice of zo. Ik houd van werken en heb een hekel aan mijn huidige leven, dat zo heel anders ingericht is dan mijn smaak zou zijn, door de inertie en door mijn gezin – mijn man en kinderen.

• In haar dagboeken beschrijft Sofia Tolstoj haar 48 jaar durende huwelijk met Lev Tolstoj (1828-1910). Hoewel ze een sterke en artistieke persoonlijkheid was (ze schreef en fotografeerde), stelde ze haar leven volledig in dienst van de grote schrijver met al zijn nukken.