zondag 9 augustus 2026

Hiske Dibbets • 10 augustus 1997

• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek'uit de NRC. Zo ook schrijfster Hiske Dibbets (1966-2023).

10 augustus
Op de laatste dag van de schoolvakantie ga ik naar mijn oma in Weert. Ze is zesentachtig en dement, en hoewel ze niemand herkent, vindt ze het nog steeds leuk om bezoek te krijgen. Ik loop van het station naar het bejaardentehuis, gelegen aan het Maria Hart. Op de vierde etage kom ik langs de logeerkamer waar mijn opa zes jaar geleden is overleden. Hij is op zijn sterfbed naar het bejaardentehuis verhuisd omdat mijn oma daar anders geen plaats kon krijgen. Ik herinner me zijn ingevallen gezicht, het vel dat om zijn botten slobberde en zijn buik, bol van het vocht en de gezwellen; hij leek een hulpeloos spartelende schildpad in het stalen logeerbed.
Een schildpad met een wijncollectie, dat wel. Elke avond stuurde hij zijn dochters naar huis om de beste flessen uit zijn kelder te halen, want hij vond het zonde om te sterven zonder die te proeven. In het bejaardentehuis werd dan de ene goede wijn na de andere ontkurkt, die hij met kleine slokjes door zijn mond liet rollen. ‘Pas over twee jaar op dronk,’ zei hij dan spijtig. Er kwam zelfs een ijskastje voor de witte wijn.
Oma zit voor het raam en spreekt in onbegrijpelijke halfzinnen; ze had het net neergelegd, maar nu zijn de dozen weer weg en ze had nog zo gezegd. Oma is Plato's grot geworden, het echte leven is buiten, in haar alleen schaduwen van dingen, herinneringen, woorden en emoties.
‘Dag oma, ik ben het, Hiske.’
‘Dag Jan,’ zegt ze.
Samen met de verpleegsters hijs ik haar in de rolstoel en rijd haar naar de grote markt. Ik voer haar hapjes van een mini-ijscoupe. Ze geniet en vraagt: ‘Verzorg jij je voeten wel?’ Later belanden we op het parcours van een wielerwedstrijd. De straten van Weert zijn afgezet met linten, we komen niet meer weg en ik vrees mijn oma te moeten voortduwen totdat we in Lourdes zijn. Gelukkig, daar is de finish. Onder luid gejuich van toeschouwers passeren we de streep. Wanneer ik oma terugbreng, kom ik weer langs de logeerkamer. Toch mooi dat mijn opa, omgeven door goede wijn, is gestorven in het hart van Maria; al was het in een logeerbed.

José Saramago • 9 augustus 1995

• De Portugese schrijver (en Nobelprijswinnaar) José Saramago (1922-2010) hield vijf jaar lang, van 1993 tot en met 1997, een dagboek bij dat gepubliceerd werd onder de titel Cadernos de Lanzarote. Een keuze daaruit werd (vertaald door Harrie Lemmens) gepubliceerd in Bzzletin.

9 augustus 1995
Gisteren heb ik De stad der blinden afgerond, bijna vier jaar nadat het idee bij me was opgekomen, om precies te zijn op 6 september 1991, toen ik alleen zat te eten in restaurant Varina da Madragoa van mijn vriend António Oliveira (ik heb tijd en plaats opgetekend in een van mijn zwarte boekjes). Op de kop af drie jaar en drie maanden later, op 6 december 1994, noteerde ik dat ik nog geen vijftig bladzijden had geschreven: ik had gereisd, was aan staar geopereerd, verhuisd naar Lanzarote... En ik heb gevochten, hard gevochten, alleen ik weet hoeveel, tegen de twijfels, de verbijstering, de fouten waardoor het verhaal telkens weer vastliep en ik niet meer wist hoe het verder moest. Alsof dat nog niet genoeg was, dreef de afschuw, de horreur van wat ik aan het vertellen was mij tot wanhoop. Maar goed, het is af, ik hoef niet langer te lijden. Nu is het tijd mezelf de vraag te stellen waar geen enkele schrijver van houdt: ‘Wat is er overgebleven van dat oorspronkelijke idee?’ (Schrijvers houden er niet van omdat ze liever hebben dat de lezer denkt dat een boek kant en klaar uit hun hoofd komt.) Ik zou zeggen dat er alles en haast niets van is overgebleven: weliswaar heb ik geschreven wat ik wilde schrijven, maar ik heb het niet gedaan hóe ik had gedacht. Ik hoef maar mijn inspiratie van vier jaar geleden te vergelijken met wat het uiteindelijk is geworden. Toen krabbelde ik neer: ‘Er worden blinde kinderen geboren. Eerst nog zonder verontrusting: jammerklachten, bijzonder onderwijs, tehuizen. Wanneer duidelijk wordt dat er geen kinderen meer worden geboren die kunnen zien, ontstaat er paniek. Sommigen doden hun kind bij de geboorte. Met het verstrijken van de tijd sterven de “zienden” en de balans slaat door naar de blinden. Iedereen die nog kan zien gaat dood en de hele wereldbevolking bestaat uit blinden. Op zekere dag wordt er een kind geboren dat normaal kan zien en er volgen er meer: verbaasde, soms gewelddadige reacties, sommige van die kinderen sterven. Het proces keert om tot het - misschien - weer terugkeert naar het begint.’ Als je dat vergelijkt...

Clara • 8 augustus 1818

• Uit: Bladen uit Clara's dagboek. Fictief dagboek, geschreven door Erna. Clara leert de leuke nieuwe dorpsdokter kennen.

8 Augustus.
Tante is weer geheel beter, en in de wolken over de knapheid van Van Duren. Hij bezocht haar van de week elken dag, en zijne visites waren altijd even gezellig, al duurden ze soms kort.
Van middag kwam hij voor het laatst en bleef toen bijna een uur zitten praten; hij vertelde van zijn ouders, die beiden dood zijn, en van zijn studententijd, zoodat ik telkens moest lachen om al de grappen.
Eindelijk sprong hij met schrik op, en nam haastig afschied met excuus dat hij zoo lang gebleven was.
‘In zulk prettig gezelschap zou ik mijne patienten vergeten’ zei hij, mij aanziende.
Meende hij dat, of was het eene beleefdheidsfrase?
Dit kan ik bijna niet denken, want hij vroeg aan tante of hij ook eens eene visite mocht komen maken ‘als gewoon mensch.’ Tante antwoordde natuurlijk, dat het haar genoegen zou doen, ik ben benieuwd wanneer hij komen zal.

vrijdag 7 augustus 2026

Esther van Vriesland • 7 augustus 1942

• Esther van Vriesland (1926-1942) hield in 1942 negen maanden een dagboek bij, tot ze werd weggevoerd naar Westerbork en later Auschwitz, waar ze in oktober 1942 werd omgebracht.

Thursday, August 6, 1942
"The day of Liberty", Simon said all the day. But it is not. The sun shines, hooray! The airplanes have flown last night. And the night before they have flown also. I ended, for else my cup of chocolate becomes cold. Bye!

Friday, August 7,1942
Today I have had an English lesson. At six o'clock we should go to the doctor to inoculate (inenten). I was very fearful (angstig) and I stood to tremble on my legs. When we were at the doctor, he had not his (serum) and now we must come back Tuesday (!)
I have "Kleine Levens" of Diet Kramer. I am knitting a cap of wool. Bye, I go to read.

Zondag, 9 augustus 1942
Gelukkig weer Hollands. Nu kan ik veel beter alles vertellen. Ik heb niets bijzonders beleefd. Jo en Kees zijn uit de stad. Henk was gisteravond hier en was het veel gezelliger, dan wanneer ze allemaal hier zijn. Dan moet je zo opletten, of je niet in je onderjurk zit en dan al die misselijk praatjes aan te horen. We hebben leuk gekletst en gekke herinneringen opgehaald. Miep was er ook.
Ik ben een wollen muts aan het breien met puntjes, voor als ik naar Polen moet. Ik heb er een oud truitje voor uitgehaald. Ik ga weer breien.

Maandag, 10 augustus 1942
Ongeveer half zeven. Pas bericht gehad, dat de joden uit Dordt, Sliedrecht, Hardinxveld (Schelluinen) en Leerdam naar Polen moeten. Denkelijk (God zal het geven) is Gorkum vergeten. Alles in rep en roer. Vader en moeder wanhopig. God, vergeef me, dat ik vader kon haten, want ik heb pas ruzie met hem gehad. Vader en moeder hoeven niet, alleen wij met z'n drieën. Ik ben soms zo hoopvol. Is het werkelijk vertrouwen in God, of is het naïeviteit, kinderlijke onwetendheid? We zijn er allemaal kapot van. We kunnen vanavond nog bericht krijgen, morgenavond gaan ze pas weg. Zullen we er levend doorkomen? Vader en moeder achterlaten? Wanneer is het dan toch vrede? O God, help toch! Ik wou, dat we mochten knielen. Ik heb het wel eens heel eventjes gedaan, maar dan heb je zo n angstig gevoel. Wij mogen niet knielen. Maar bidden mag toch. God, ik bid U...

woensdag 5 augustus 2026

Thomas Mann • 6 augustus 1945

Thomas Mann (1875-1955) was een van de allergrootste Duitse schrijvers. In zijn dagboeken documenteerde hij objectief en in telegramstijl zijn leven en gedachtes. In de jaren veertig woonde hij in de Verenigde Staten, aan de Californische kust. Gedeeltes uit zijn dagboeken uit die tijd zijn in het Nederlands vertaald (door Paul Beers) in Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans dagboek 1940-1948.

Pacific Palisades, maandag 6 augustus 1945
In Westwood voor het kopen van witte schoenen en kleurige overhemden. – Eerste aanval op Japan met bommen waarin de krachten van het gesprongen atoom (uranium) werkzaam [zijn]. Het geheim is dus ontdekt. Ook de Duitsers waren er dichtbij, maar de Amerikanen hebben de wedstrijd gewonnen – misschien met hun hulp; want talrijke Duitse fysici schijnen hier nu te werken – met dezelfde ijver als voor Hitler-Duitsland. De atoom-kracht-bom heeft 2 miljard gekost, en tienduizenden mensen hebben er in geheimzinnige arbeidsverdeling aan gewerkt.

Pacific Palisades, dinsdag 7 augustus 1945
De bladen vol van de atoom-bom en de geschiedenis van haar uitvinding, waarin veel joodse geleerden een rol spelen. De Duitsers waren er dichtbij voor hun collaps. Dit alles opwindend en onheilspellend. Het Vaticaan ertegen, kenmerkend genoeg. In het innerlijk van de natuur dringt geen geschapen geest? De binnenste kracht van het heelal wordt in dienst van de mens gesteld. Ze is daarbij in twijfelachtige handen. Maar het hoofd heeft het afgedwongen, gestimuleerd en begunstigd door de oorlog, vooralsnog alleen voor vernietigingsdoeleinden. De ontdekking van de radio-activiteit en van de atoom-transformatie moest wel voort gaan. Het ontstaan van barium uit het uranium, dat eerst ongeloofwaardig leek.

dinsdag 4 augustus 2026

A.F.Th. van der Heijden • 5 augustus 1966

A.F.Th. van der Heijden (1951) is een Nederlandse schrijver. In Engelenplaque. Notities van alledag publiceerde hij dagboekfragmenten uit de periode 1966-2003.

Vrijdag 5 augustus 1966. Luxemburg. Na het middageten maakten we een plan om de smalle beek langs ons kampeerterrein te volgen naar zijn bron. Eerst ging het gemakkelijk, maar later werden de bossen dichter. Sparretakken en dennetakken striemden onze blote ruggen. Het was zeer warm. Het werd steeds moeilijker.
Op een gegeven moment zagen we langs de beek een kleine kampplaats. Er lagen nog de verkoolde resten van een houtvuur. Bart vond een soort vlaggestok met in zwarte letters het woord 'vorwärds' erop gedrukt. Dus niet 'vorwärts', maar met een d. Iets Scandinaafs misschien. Het was zo'n stok die open kon, zoals bij die dingen waar je een krant tussen kunt klemmen. Er zat geen vlag in.
'Vorwärds,' zei Kees, maar het bos werd zowat ondoordringbaar en de wolken insecten ook. We keerden terug naar ons basiskamp. Nooit zouden we weten hoe de bron eruitzag.


maandag 3 augustus 2026

Nescio • 4 augustus 1951

Nescio (J.H.F. Grönloh, 1882-1961) was een Nederlandse schrijver. In zijn Natuurdagboek (1946-1955) deed hij verslag van onder meer zijn wandelingen.

3 Augustus
Vrijdag. Bus heen en weer naar Bergen (alleen). Kopje koffie in de ‘Rustende Jager’. Zonnespel op ruïne en in de boomtoppen en op het muurtje (Corot, Renoir, Manet). Uit van ½ 10 tot ½ 12. 's Avonds op het duin geklommen, zon vurig onder in zee. Knaap met bruin en wit geruite bloes, met opgetrokken knieën, handen om z'n knieën zat extatisch naar de zon te staren (14 jaar?), speelde Bavink of Bekker.

4 Augustus
Zaterdag. Dag van nix. Veel geslapen. 's Middags met Os in het dorp een taartje gekocht en later (± 7 uur) bloemen bij Meedendorp.

5 Augustus
Zondag ochtend, te vergeefs naar de Miepen (met bus tot driesprong). 's Middags op het duin, pays de velours met witte wolken, zag er uit of het 1256 was. De 2 zilveren torenspitsen van Schagen op den horizon. 's Avonds weer met bus naar de Miepen, die nu thuis waren. Even daar geweest, toen heeft Miep me naar de driesprong gebracht, waar we 40 minuten op dien hoek hebben gewacht. Ik zat op de ‘stone of chastity’ en keek naar die dichte rij populieren voòr het duin.

6 Augustus
Maandagochtend. Bijna 1½ uur met Os op stoelen op het gras in den tuin van Peek gezeten. Ideale nazomer. Witjes, stippelpaard (grauw met eenig wit) met de lange steeds zwaaiende witte staart en starende kijkkop. Als Erasmus bij Bergen op Zoom.

7 Augustus
Dinsdag. 's Morgens met de bus heen en weer naar Bergen. Weer Rustende Jager. Daarvoor en daarna op het muurtje geleund en over het gras gekeken naar de kerk (met lantaarn bij de deur) en naar de grafsteenen, tusschen de brokken ruïne door. Witjes. Weer Corot enz. 's Avonds even gaan kijken bij den ‘Paardenhemel’ naar dat fantastisch duinlandschap met naar alle kanten hellende boomgroepen en zandplekken en dat oploopende weitje. Zon rechts op zij, alleen door scherp te kijken kon je de teekening in het landschap zien. 40 kameelen wandelden achter elkaar door dat landschap.