• Marion Sambourne (1851-1914) was de echtgenote van de Britse cartoonist, tekenaar en fotograaf Edward Linley Sambourne. Ze hield vele jaren een dagboek bij, waarin ze vooral huishoudelijke zaken neerschreef.
Friday 28 July.
Bacon, ½ haddock etc. Hashed mutton, whiting, mackerel, gooseberry tart etc.
White soup, fish, steak, tomatoes, cauliflower, chocolate blancmange, cheese
straws. Ham came in. Last day of Mrs Breffitt. Go with Tilda to Stores, took
Baby. Jessie ill at 1 o/c in night.
Saturday 29 July.
Bacon, 2 new laid eggs, jam etc. Roast leg og mutton, rice, cutlets, tomatoes, cold
mutton. Mrs F.Gordon's garden party 3-8. Went with a'Becketts, v. jolly.
Jessie's Baby Girl born at 6 o/c in evg, called there on way home.
Sunday 30 July.
Bacon, buttered eggs etc. Steak, cold mutton & fowl, plum tarts & chocolate
shapes. Soup, cold fowl, tomato salad, roast beef, vegetable marrow, greengage
tart, blancmange, cheese straws.
Monday 31 July.
Bacon, boiled eggs. Cold beef, pancakes. Potato soup, rissoles. Lovely day. Went
to see Baby, very pretty little thing, dark. Went to “Home” about cook. Lin goes
with Burnand & Tenniel to Epping Forest. V. hot. Go shopping in carriage with
Tilda, took Maud & baby.301-2015>
maandag 27 juli 2026
zondag 26 juli 2026
Louis-Ferdinand Céline • 27 juli 1933
• Twee brieven van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline (1894-1961). Uit: Van de ene dood naar de andere. Brieven, artikelen en polemieken (vertaald door E. Kummer).
98 rue Lepic juli 1933
Lieve vriendin,
Ik vind dat je je roman inderdaad vanaf de 'bevalling' moet omwerken en de ik-vorm moet gebruiken. Ik kreeg de indruk dat je dan heel raak en gevoelig schrijft. Dat is de toon die je moet aanhouden, want die is waarschijnlijk echt de jouwe, de rest kun je erbij aanpassen. Dan ben je absoluut verzekerd van succes.
Zelf zal ik ook erg blij zijn je van de winter weer te zien. Hoe onheilspellend jouw droom je ook lijkt, hij ligt misschien dichter bij de mogelijke werkelijkheid dan je denkt en is niet zo maar fantasie. We bevinden ons in een periode waarin het gruwelijke nog slechts een heel gewone manier is om je te amuseren.
Je moet geen hekel aan je leven krijgen, aan niets trouwens en vooral niet aan jezelf. Waarom zou je? Je hebt er geen geldige redenen voor. Pas goed op je gezondheid. Het leven dat wij leiden is van 't begin af aan volkomen verkeerd en tegennatuurlijk en afschuwelijk in strijd met onze instincten, 't is één grote mislukking, we zouden helemaal opnieuw moeten beginnen. Jouw hachelijk en onzeker bestaan heeft toch wel erg veel charme, 't is een wonder. Klamp je eraan vast. Schrijf me.
Heel hartelijke groeten,
L.-F. Destouches [de echte naam van Céline]
98 rue Lepic juli 1933
Lieve Evelyne,
Als je deze boeken uit hebt, zal ik je andere sturen. Haal eruit wat bij je temperament past. Als je de dingen zo voelt, heb je in alle opzichten gelijk. Op deze wereld begin je praktisch niets met hartstochten als ze niet echt zijn. Je moet je eigen deuntje kiezen, dat is alles. Allendy is een psychoanalyticus die niet veel waard is**, maar het werk van Freud is werkelijk heel belangrijk, voor zover de Mens belangrijk is. Je dromen betekenen een heleboel voor je, merk ik. Goed beschouwd is dat het enige waarmee mannen (en vrouwen!) zich bezig zouden moeten houden. De komende jaren ga ik me erop toeleggen ze allemaal te gebruiken. Heel vriendschappelijke groeten,
L.D.
Hoe gaat 't met de zaken van je man? Dat alleen is erg.
98 rue Lepic juli 1933
Lieve vriendin,
Ik vind dat je je roman inderdaad vanaf de 'bevalling' moet omwerken en de ik-vorm moet gebruiken. Ik kreeg de indruk dat je dan heel raak en gevoelig schrijft. Dat is de toon die je moet aanhouden, want die is waarschijnlijk echt de jouwe, de rest kun je erbij aanpassen. Dan ben je absoluut verzekerd van succes.
Zelf zal ik ook erg blij zijn je van de winter weer te zien. Hoe onheilspellend jouw droom je ook lijkt, hij ligt misschien dichter bij de mogelijke werkelijkheid dan je denkt en is niet zo maar fantasie. We bevinden ons in een periode waarin het gruwelijke nog slechts een heel gewone manier is om je te amuseren.
Je moet geen hekel aan je leven krijgen, aan niets trouwens en vooral niet aan jezelf. Waarom zou je? Je hebt er geen geldige redenen voor. Pas goed op je gezondheid. Het leven dat wij leiden is van 't begin af aan volkomen verkeerd en tegennatuurlijk en afschuwelijk in strijd met onze instincten, 't is één grote mislukking, we zouden helemaal opnieuw moeten beginnen. Jouw hachelijk en onzeker bestaan heeft toch wel erg veel charme, 't is een wonder. Klamp je eraan vast. Schrijf me.
Heel hartelijke groeten,
L.-F. Destouches [de echte naam van Céline]
98 rue Lepic juli 1933
Lieve Evelyne,
Als je deze boeken uit hebt, zal ik je andere sturen. Haal eruit wat bij je temperament past. Als je de dingen zo voelt, heb je in alle opzichten gelijk. Op deze wereld begin je praktisch niets met hartstochten als ze niet echt zijn. Je moet je eigen deuntje kiezen, dat is alles. Allendy is een psychoanalyticus die niet veel waard is**, maar het werk van Freud is werkelijk heel belangrijk, voor zover de Mens belangrijk is. Je dromen betekenen een heleboel voor je, merk ik. Goed beschouwd is dat het enige waarmee mannen (en vrouwen!) zich bezig zouden moeten houden. De komende jaren ga ik me erop toeleggen ze allemaal te gebruiken. Heel vriendschappelijke groeten,
L.D.
Hoe gaat 't met de zaken van je man? Dat alleen is erg.
** Terzijde: Allendy was heel belangrijk voor Anaïs Nin en komt veelvuldig in haar dagboeken voor.
525-2020>
Sarah Raymond • 26 juli 1865
• Sarah Raymond (1840-1914) trok met haar familie per huifkar naar het westen als kolonist. Haar dagboek is later gepubliceerd als Days on the road. "The family began their journey on May 1, 1865 in Missouri and arrived at their destination in Virginia City, Montana Territory on September 6.
Vertaling onderaan.
Wednesday, July 26
...I did not awake this morning until everything was ready for a very early start. Mother had kept my breakfast warm by keeping the stove until the last minute. I sat in the wagon and ate my breakfast after the train had started. When through, I climbed out and went to see how Neelie [Sarah's friend] was. I found her feverish and restless; her symptoms unfavorable.
Oh, the dust, the dust; it is terrible. I have never seen it half as bad; it seems to be almost knee-deep in places. We came twenty miles without stopping, and then camped for the night. We are near a fine spring of most excellent water - Barrel Spring it is called. I do not know why; there are no barrels there. When we stopped, the boys' faces were a sight; they were covered with all the dust that could stick on. One could just see the apertures where eyes, nose and mouth were through the dust; their appearance was frightful. How glad we all are to have plenty of clear cold water to wash away the dust.452-2021>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Woensdag 26 juli
...Vanmorgen werd ik pas wakker toen alles al gereed was voor een zeer vroege afreis. Moeder had mijn ontbijt warm gehouden door het fornuis tot het laatste moment aan te laten. Ik zat in de wagen mijn ontbijt te eten nadat de karavaan weer op weg was gegaan. Toen ik klaar was, klom ik eruit om te kijken hoe het met Neelie ging. Ik trof haar koortsig en onrustig aan; haar toestand gaf weinig aanleiding tot optimisme.
Ach, dat stof, dat stof – het is verschrikkelijk. Ik heb het nog nooit zo erg gezien; op sommige plaatsen lijkt het bijna tot aan je knieën te reiken. We legden zo'n twintig mijl af zonder te stoppen en sloegen daarna voor de nacht ons kamp op. We bevinden ons bij een prachtige bron met voortreffelijk water: Barrel Spring heet die. Waarom, weet ik niet, want er zijn daar helemaal geen tonnen.
Toen we halt hielden, waren de gezichten van de jongens een wonderlijk gezicht. Ze zaten onder een dikke laag stof; alleen de openingen voor hun ogen, neus en mond waren nog zichtbaar. Hun aanblik was bijna angstaanjagend.
Wat zijn we allemaal blij dat we hier volop helder, koud water hebben om het stof van ons af te wassen.
Vertaling onderaan.
Wednesday, July 26
...I did not awake this morning until everything was ready for a very early start. Mother had kept my breakfast warm by keeping the stove until the last minute. I sat in the wagon and ate my breakfast after the train had started. When through, I climbed out and went to see how Neelie [Sarah's friend] was. I found her feverish and restless; her symptoms unfavorable.
Oh, the dust, the dust; it is terrible. I have never seen it half as bad; it seems to be almost knee-deep in places. We came twenty miles without stopping, and then camped for the night. We are near a fine spring of most excellent water - Barrel Spring it is called. I do not know why; there are no barrels there. When we stopped, the boys' faces were a sight; they were covered with all the dust that could stick on. One could just see the apertures where eyes, nose and mouth were through the dust; their appearance was frightful. How glad we all are to have plenty of clear cold water to wash away the dust.452-2021>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Woensdag 26 juli
...Vanmorgen werd ik pas wakker toen alles al gereed was voor een zeer vroege afreis. Moeder had mijn ontbijt warm gehouden door het fornuis tot het laatste moment aan te laten. Ik zat in de wagen mijn ontbijt te eten nadat de karavaan weer op weg was gegaan. Toen ik klaar was, klom ik eruit om te kijken hoe het met Neelie ging. Ik trof haar koortsig en onrustig aan; haar toestand gaf weinig aanleiding tot optimisme.
Ach, dat stof, dat stof – het is verschrikkelijk. Ik heb het nog nooit zo erg gezien; op sommige plaatsen lijkt het bijna tot aan je knieën te reiken. We legden zo'n twintig mijl af zonder te stoppen en sloegen daarna voor de nacht ons kamp op. We bevinden ons bij een prachtige bron met voortreffelijk water: Barrel Spring heet die. Waarom, weet ik niet, want er zijn daar helemaal geen tonnen.
Toen we halt hielden, waren de gezichten van de jongens een wonderlijk gezicht. Ze zaten onder een dikke laag stof; alleen de openingen voor hun ogen, neus en mond waren nog zichtbaar. Hun aanblik was bijna angstaanjagend.
Wat zijn we allemaal blij dat we hier volop helder, koud water hebben om het stof van ons af te wassen.
Johnny van Doorn • 25 juli 1987
• Johnny van Doorn (1944-1991) was een Nederlandse schrijver-performer. Uit: Door de weken heen: dagboeken.
Tegen achten:
Jonge worteltjes... zomerbietjes... verse sla. Het water liep me in de mond. Mmm... knapperige radijsjes! Was ik geen loopbaan als tuinder misgelopen?!
Half tien, onverklaarbaar sloeg mijn humeur om:
Op m'n balkonnetje voelde ik de zachte zuidenwind, als in een sonnet van Perk, langs m'n wangen strijken. Vrolijk werd ik er niet van. Ik had een momentje last van de mannelijke menopauze. 'n Mistroostigheid welke je soms overvalt als je veertig lentes achter de rug hebt. Je kan dan niet verkroppen dat de tijd zo belachelijk snel voorbij is gejakkerd. Dan ga je denken dat je nog veel te weinig hebt gedaan.
Kwart voor twaalf.
Hoera, de crisis was alweer voorbij. Geen sprake van verloren tijd. Het naakte en zoete volle leven was mijn leerschool geweest. Die cursus liep wat uit, waarschijnlijk door de steeds hogere cijfers die ik mezelf gaf. Voor het vak Doorzakken en toch helder blijven had ik op de duur een dikke 10. Alleen Verstand van vrouwen hebben werd door de jaren minder. Van 9 naar 7-plus. Tegen mijn veertigste was ik afgestudeerd. Er volgde daarna een periode waarin ik bezig was invalletjes op het papier te zetten die ik later wilde dramatiseren. Dat lukte me. Als je ergens middenin zit, kun je er moeilijk over schrijven. Je moet afstand nemen. En dat kost tijd. Behalve om een goed overzicht gaat het ook om voeling met het aanvankelijk chaotische materiaal. Orde brengen in Heden en Verleden, Ernst en Humor, enzovoort.
De volgende ochtend, elf uur; schel rinkelde de telefoon:
't Was een persoon die mij een tekstverwerker wilde aansmeren. Hij had ergens gelezen dat ik geen heil zag in zo'n ding, en dat prikkelde hem mij te bellen. Als een zendeling probeerde hij me van m'n dwalen te overtuigen. 'Als schrijver gaat voor u de hemel open. U werkt tien keer zo snel; en...' `Maar ik wil helemaal niet tien keer sneller werken.' `U weet niet wat u zegt, meneer.' De kerel ging me vervelen. Hij overtuigt me echt niet. Ik ben zéér ouderwets. Was juist van plan in plaats van mijn werk te typen weer gewoon met 'n ganzeveer te gaan schrijven. Wat moet ik met zo'n computer! Goeiemorgen.'
Tegen achten:
Jonge worteltjes... zomerbietjes... verse sla. Het water liep me in de mond. Mmm... knapperige radijsjes! Was ik geen loopbaan als tuinder misgelopen?!
Half tien, onverklaarbaar sloeg mijn humeur om:
Op m'n balkonnetje voelde ik de zachte zuidenwind, als in een sonnet van Perk, langs m'n wangen strijken. Vrolijk werd ik er niet van. Ik had een momentje last van de mannelijke menopauze. 'n Mistroostigheid welke je soms overvalt als je veertig lentes achter de rug hebt. Je kan dan niet verkroppen dat de tijd zo belachelijk snel voorbij is gejakkerd. Dan ga je denken dat je nog veel te weinig hebt gedaan.
Kwart voor twaalf.
Hoera, de crisis was alweer voorbij. Geen sprake van verloren tijd. Het naakte en zoete volle leven was mijn leerschool geweest. Die cursus liep wat uit, waarschijnlijk door de steeds hogere cijfers die ik mezelf gaf. Voor het vak Doorzakken en toch helder blijven had ik op de duur een dikke 10. Alleen Verstand van vrouwen hebben werd door de jaren minder. Van 9 naar 7-plus. Tegen mijn veertigste was ik afgestudeerd. Er volgde daarna een periode waarin ik bezig was invalletjes op het papier te zetten die ik later wilde dramatiseren. Dat lukte me. Als je ergens middenin zit, kun je er moeilijk over schrijven. Je moet afstand nemen. En dat kost tijd. Behalve om een goed overzicht gaat het ook om voeling met het aanvankelijk chaotische materiaal. Orde brengen in Heden en Verleden, Ernst en Humor, enzovoort.
De volgende ochtend, elf uur; schel rinkelde de telefoon:
't Was een persoon die mij een tekstverwerker wilde aansmeren. Hij had ergens gelezen dat ik geen heil zag in zo'n ding, en dat prikkelde hem mij te bellen. Als een zendeling probeerde hij me van m'n dwalen te overtuigen. 'Als schrijver gaat voor u de hemel open. U werkt tien keer zo snel; en...' `Maar ik wil helemaal niet tien keer sneller werken.' `U weet niet wat u zegt, meneer.' De kerel ging me vervelen. Hij overtuigt me echt niet. Ik ben zéér ouderwets. Was juist van plan in plaats van mijn werk te typen weer gewoon met 'n ganzeveer te gaan schrijven. Wat moet ik met zo'n computer! Goeiemorgen.'
donderdag 23 juli 2026
Alma Mahler • 24 juli 1901
• Alma Mahler was in het begin van de twintigste eeuw de it-girl van Wenen. Haar dagboeken over die tijd zijn verschenen als Het is een vloek een meisje te zijn.
Woensdag 24.7
's Ochtends B. Hij zei me dat hij de regen had getrotseerd om nog met me te praten voordat de anderen arriveerden. Daarna waren alle Molls er. Ik speelde quatre-mains met Rudolf - hield de kinderen zoet door hun snoepjes te geven, maakte grapjes, was spraakzaam, kortom - een voorbeeldige meid. Maar nu de keerzijde!
Gretl, Wilhelm en ik gingen wandelen. B. kwam achterop, en bracht me naar huis. We waren alleen... Hij begon lief tegen me te doen. Ik weerde beslist af, ging op de vensterbank zitten. Zei hem dat zijn ogen berekenend, boosaardig en geniepig waren. Dat vergaf hij me niet. 'Ik pas er wel voor op iets uit uw ogen af te lezen. Dan zou misschien nog wel iets ergers aan het licht treden.' [...]
Ik moet zeggen, ik zou zijn vriendschap deerlijk missen. Ik hou niet van hem, zal dat ook nooit doen! Maar zijn aanwezigheid windt me op. Ik zou er veel voor geven als ik het weer in de juiste banen kon leiden. Ik moet tegenover mezelf erkennen dat ik er helemaal alleen voor verantwoordelijk ben dat onze verhouding niet meer zo onschuldig is als tevoren - ik helemaal alleen! Ik heb hem verliefde blikken toegeworpen, liet mijn hand langer dan nodig in de zijne. Kortom, gaf hem te kennen: treed nader. En nu hij nauwer contact met me zoekt, voeg ik hem toe: loop naar de hel. Ik heb er enorm veel spijt van - ik kan het alleen maar herhalen. Waarom ben ik ook zo mateloos zinnelijk? -
Ik hunker naar verkrachting! - Wie het ook is!
B. ben ik kwijt! Hij had een koude, doorborende blik in zijn ogen. Zijn stem was rauw. O - laat dat niet gebeuren! Als Alex het te weten kwam! Ik zou me dood moeten schamen. Hoezeer hou ik ondanks alles van je. Ik voel me onteerd, mijn lichaam is geschonden. In zijn ogen moet ik nu wel een hoer lijken. Kon ik me maar op een of andere manier rehabiliteren!-?
B. = theaterdirecteur Max Burckhard
Alex = de componist Alexander von Zemlinsky, met wie ze toen een verhouding had. Gustav Mahler zou ze drie maanden later pas leren kennen. Ze besloten vrijwel onmiddellijk tot een huwelijk.<476-2015>
Woensdag 24.7
's Ochtends B. Hij zei me dat hij de regen had getrotseerd om nog met me te praten voordat de anderen arriveerden. Daarna waren alle Molls er. Ik speelde quatre-mains met Rudolf - hield de kinderen zoet door hun snoepjes te geven, maakte grapjes, was spraakzaam, kortom - een voorbeeldige meid. Maar nu de keerzijde!
Gretl, Wilhelm en ik gingen wandelen. B. kwam achterop, en bracht me naar huis. We waren alleen... Hij begon lief tegen me te doen. Ik weerde beslist af, ging op de vensterbank zitten. Zei hem dat zijn ogen berekenend, boosaardig en geniepig waren. Dat vergaf hij me niet. 'Ik pas er wel voor op iets uit uw ogen af te lezen. Dan zou misschien nog wel iets ergers aan het licht treden.' [...]
Ik moet zeggen, ik zou zijn vriendschap deerlijk missen. Ik hou niet van hem, zal dat ook nooit doen! Maar zijn aanwezigheid windt me op. Ik zou er veel voor geven als ik het weer in de juiste banen kon leiden. Ik moet tegenover mezelf erkennen dat ik er helemaal alleen voor verantwoordelijk ben dat onze verhouding niet meer zo onschuldig is als tevoren - ik helemaal alleen! Ik heb hem verliefde blikken toegeworpen, liet mijn hand langer dan nodig in de zijne. Kortom, gaf hem te kennen: treed nader. En nu hij nauwer contact met me zoekt, voeg ik hem toe: loop naar de hel. Ik heb er enorm veel spijt van - ik kan het alleen maar herhalen. Waarom ben ik ook zo mateloos zinnelijk? -
Ik hunker naar verkrachting! - Wie het ook is!
B. ben ik kwijt! Hij had een koude, doorborende blik in zijn ogen. Zijn stem was rauw. O - laat dat niet gebeuren! Als Alex het te weten kwam! Ik zou me dood moeten schamen. Hoezeer hou ik ondanks alles van je. Ik voel me onteerd, mijn lichaam is geschonden. In zijn ogen moet ik nu wel een hoer lijken. Kon ik me maar op een of andere manier rehabiliteren!-?
B. = theaterdirecteur Max Burckhard
Alex = de componist Alexander von Zemlinsky, met wie ze toen een verhouding had. Gustav Mahler zou ze drie maanden later pas leren kennen. Ze besloten vrijwel onmiddellijk tot een huwelijk.<476-2015>
woensdag 22 juli 2026
Alma Mahler • 23 juli 1901
• Alma Mahler was in het begin van de twintigste eeuw de it-girl van Wenen. Haar dagboeken over die tijd zijn verschenen als Het is een vloek een meisje te zijn.
Dinsdag 23.7
Mama en Carl in Salzburg. Ik alleen thuis.
Tegen de middag kwam Burckhard. We zaten in de kleine kamer en bekeken een fiets die de fietsenmaker hier (die vertegenwoordiger van de firma Styria is) aangeboden had met bijbetaling van 60 fl. voor de mijne te ruilen.
We zitten daar dus — en opeens pakt hij mijn linkerhand vast en geeft er een kus op, streelt hem, legt zijn hand op mijn schoot, op mijn knie. Kust mijn knie, streelt mijn gezicht, gaat met zijn hand langs mijn knie naar beneden — onder mijn rok en weer naar boven. Tegen die tijd voelde ik me heerlijk week en prettig. Me lichtjes verzettend liet ik alles gebeuren. Maar opeens kreeg ik het gevoel: zo is het genoeg. - Zachtjes maar beslist pakte ik zijn handen en legde ze bij hem in de schoot. En dat terwijl ik honderdmaal liever een kus — en meer van hem had willen hebben... Ik smolt weg van wellust.
Later at ik op het balkon — hij keek toe. Ik keek hem niet meer recht in de ogen.
Alex [Alexander von Zemlinski, de componist] — als je eens wist! Hij mag het nooit weten! — En het was zo mooi. De man weet een sfeer om zich heen te verspreiden — ik werd er helemaal week van en een behaaglijk gevoel kwam over me.
En nu ik erover nadenk: zelfs toen, toen ik op de sofa boven op Alex lag — zijn mannelijk lid verhief zich — zelfs toen had ik het niet zo warm. Alex heeft gelijk... net als ik! Zo vol begeerte en toch vervuld van zulke zuivere gevoelens, dat komt maar één keer in een mensenleven voor.
Het is merkwaardig. Ik zit tegenover B. — zijn persoon laat me volslagen koud, maar mijn zinnen — die vervloekte, tot het uiterste geprikkelde zinnen sissen en zieden. En Alex? Mijn ziel ging net zozeer naar hem uit als mijn zinnen. Hem heb ik werkelijk lief. Vol begeerte en toch zuiver. Ja, duizendmaal 'ja'. Jij, engel van me, jij! — En die afschuwelijke 'verleider', die het alleen maar om mijn knappe gezichtje en mijn weelderig gevormde figuur te doen is, aan hem gaf ik ook niet voor één ogenblik mijn lichaam?
Het is ergens ook wel weer komisch. Ook Alex heeft mijn knieën gestreeld, mijn schoot gekust — en ik vond het helemaal niet onterend — integendeel. Ik kwam alleen maar méér in de stemming. Ik liet hem me tongzoenen — liet hem mijn hele lichaam betasten. Ik vond het vanzelfsprekend. En nu, vandaag: spijt als haren op mijn hoofd heb ik! Ik verwens B. met zijn boosaardige (op dat moment keek hij als een dier uit zijn ogen) ogen en zachte handen en al. Verwens mezelf met mijn zinnelijke temperament. Kortom — het hele voorval [de halve ervaring!!]. Vergeef me, mijn Alex — een huurder heeft jouw huis bekeken. Jouw huis: naar jouw kussen hunker ik [Alex], naar jouw omhelzing.
Wilhelm was zojuist hier — beklaagde zich over mama en Carl; dat ze hem te weinig geld geven etc. Ik probeerde hem te sussen zoveel ik maar kon. Wees hem ook op zijn weerspannige gedrag.
Daarna Mie en Hugo. Mie wat koeltjes. Toen ik haar dat zei, was haar antwoord: 'Ik heb mijn vertrouwen in je verloren. Zorg maar dat ik het weer terugkrijg...' Ze maakt mijn beste kant zwart. Mijn liefde tot Alex wil ze me afnemen, mijn een en al. Ze berooft me van mijn mooiste, prachtigste, edelste denken en wil. Ik lachte eens hard en zei: 'Flirt. Ik flirt?...' [Want zo zit de vork mooi niet in de steel!]
Schandalig!
's Avonds stond Burckhard, terwijl het regende dat het goot, opeens onder aan mijn raam, nat tot op de huid. Ik heb hem gesproken, maar was moe en slaperig, koesterde absoluut geen wrok tegen hem. Speelde na zijn vertrek met tegenzin verder.
24.7 hier
Dinsdag 23.7
Mama en Carl in Salzburg. Ik alleen thuis.
Tegen de middag kwam Burckhard. We zaten in de kleine kamer en bekeken een fiets die de fietsenmaker hier (die vertegenwoordiger van de firma Styria is) aangeboden had met bijbetaling van 60 fl. voor de mijne te ruilen.
We zitten daar dus — en opeens pakt hij mijn linkerhand vast en geeft er een kus op, streelt hem, legt zijn hand op mijn schoot, op mijn knie. Kust mijn knie, streelt mijn gezicht, gaat met zijn hand langs mijn knie naar beneden — onder mijn rok en weer naar boven. Tegen die tijd voelde ik me heerlijk week en prettig. Me lichtjes verzettend liet ik alles gebeuren. Maar opeens kreeg ik het gevoel: zo is het genoeg. - Zachtjes maar beslist pakte ik zijn handen en legde ze bij hem in de schoot. En dat terwijl ik honderdmaal liever een kus — en meer van hem had willen hebben... Ik smolt weg van wellust.
Later at ik op het balkon — hij keek toe. Ik keek hem niet meer recht in de ogen.
Alex [Alexander von Zemlinski, de componist] — als je eens wist! Hij mag het nooit weten! — En het was zo mooi. De man weet een sfeer om zich heen te verspreiden — ik werd er helemaal week van en een behaaglijk gevoel kwam over me.
En nu ik erover nadenk: zelfs toen, toen ik op de sofa boven op Alex lag — zijn mannelijk lid verhief zich — zelfs toen had ik het niet zo warm. Alex heeft gelijk... net als ik! Zo vol begeerte en toch vervuld van zulke zuivere gevoelens, dat komt maar één keer in een mensenleven voor.
Het is merkwaardig. Ik zit tegenover B. — zijn persoon laat me volslagen koud, maar mijn zinnen — die vervloekte, tot het uiterste geprikkelde zinnen sissen en zieden. En Alex? Mijn ziel ging net zozeer naar hem uit als mijn zinnen. Hem heb ik werkelijk lief. Vol begeerte en toch zuiver. Ja, duizendmaal 'ja'. Jij, engel van me, jij! — En die afschuwelijke 'verleider', die het alleen maar om mijn knappe gezichtje en mijn weelderig gevormde figuur te doen is, aan hem gaf ik ook niet voor één ogenblik mijn lichaam?
— Schaam je —Ik gruw van mezelf. En ik kan hem zelfs geen verwijt maken... Ik liet het allemaal maar gebeuren! Ik-ik. Ik, die toch Alex toebehoor, Jij, arme man van me. Wees alsjeblieft niet net zoals ik. Ik zou het een onverdraaglijke gedachte vinden.
Het is ergens ook wel weer komisch. Ook Alex heeft mijn knieën gestreeld, mijn schoot gekust — en ik vond het helemaal niet onterend — integendeel. Ik kwam alleen maar méér in de stemming. Ik liet hem me tongzoenen — liet hem mijn hele lichaam betasten. Ik vond het vanzelfsprekend. En nu, vandaag: spijt als haren op mijn hoofd heb ik! Ik verwens B. met zijn boosaardige (op dat moment keek hij als een dier uit zijn ogen) ogen en zachte handen en al. Verwens mezelf met mijn zinnelijke temperament. Kortom — het hele voorval [de halve ervaring!!]. Vergeef me, mijn Alex — een huurder heeft jouw huis bekeken. Jouw huis: naar jouw kussen hunker ik [Alex], naar jouw omhelzing.
Wilhelm was zojuist hier — beklaagde zich over mama en Carl; dat ze hem te weinig geld geven etc. Ik probeerde hem te sussen zoveel ik maar kon. Wees hem ook op zijn weerspannige gedrag.
Daarna Mie en Hugo. Mie wat koeltjes. Toen ik haar dat zei, was haar antwoord: 'Ik heb mijn vertrouwen in je verloren. Zorg maar dat ik het weer terugkrijg...' Ze maakt mijn beste kant zwart. Mijn liefde tot Alex wil ze me afnemen, mijn een en al. Ze berooft me van mijn mooiste, prachtigste, edelste denken en wil. Ik lachte eens hard en zei: 'Flirt. Ik flirt?...' [Want zo zit de vork mooi niet in de steel!]
Schandalig!
's Avonds stond Burckhard, terwijl het regende dat het goot, opeens onder aan mijn raam, nat tot op de huid. Ik heb hem gesproken, maar was moe en slaperig, koesterde absoluut geen wrok tegen hem. Speelde na zijn vertrek met tegenzin verder.
24.7 hier
dinsdag 21 juli 2026
Piet Hagen • 22 juli 2005
• Journalist Piet Hagen (1942) schreef een biografie over Pieter Jelles Troelstra, en hield in die tijd een dagboek bij. Gedeelten daaruit zijn hier gepubliceerd.
22 juli 2005 • Een reis langs de Romantische Straße door het vroegere Oost-Duitsland. Troelstra was een romanticus en een bewonderaar van Heinrich Heine. Hij heeft deze streek vaak bezocht. In Dresden bekijk ik de voormalige kliniek van Anna Fischer-Dückelmann, waar Sjoukje verbleef om te herstellen van haar neurasthenische aandoeningen. Ik vind ook het adres waar Pieter Jelles logeerde toen hij haar bezocht. Dit deel van de stad is bij de bombardementen van 1945 gespaard.
In een boekhandel koop ik Volker Ullrichs Die nervöse Großmacht 1871-1918, Aufstieg und Untergang des deutschen Kaiserreichs. Ineens snap ik beter hoe Troelstra tegen Duitsland aangekeken moet hebben. En ook waarom hij zo vaak leed aan zenuwinzinkingen. Het lag niet alleen aan zijn zwakke gestel, maar ook aan het nervöse Zeitalter.
In Ilsenburg, in de Harz, bracht Troelstra zijn zoon Jelle naar het Land-Erziehungsheim van Hermann Lietz. Ik stel me voor hoe het gegaan is: na een treinreis van twee dagen laat de vader hier in 1903 zijn twaalfjarige zoon achter op een progressieve Duitse kostschool, ver van huis.
In Eisenach bekijk ik de plek waar in 1869 de Duitse Sociaal-Demokratische partij werd opgericht. Hier waart nog de geest van August Bebel rond. Hij en Wilhelm Liebknecht waren Troelstra's grote voorbeelden en met beiden was hij bevriend. Thuis pak ik de autobiografie van Bebel uit de kast. Zou Troelstra die in gedachten hebben gehad toen hij zijn eigen Gedenkschriften schreef?
22 juli 2005 • Een reis langs de Romantische Straße door het vroegere Oost-Duitsland. Troelstra was een romanticus en een bewonderaar van Heinrich Heine. Hij heeft deze streek vaak bezocht. In Dresden bekijk ik de voormalige kliniek van Anna Fischer-Dückelmann, waar Sjoukje verbleef om te herstellen van haar neurasthenische aandoeningen. Ik vind ook het adres waar Pieter Jelles logeerde toen hij haar bezocht. Dit deel van de stad is bij de bombardementen van 1945 gespaard.
In een boekhandel koop ik Volker Ullrichs Die nervöse Großmacht 1871-1918, Aufstieg und Untergang des deutschen Kaiserreichs. Ineens snap ik beter hoe Troelstra tegen Duitsland aangekeken moet hebben. En ook waarom hij zo vaak leed aan zenuwinzinkingen. Het lag niet alleen aan zijn zwakke gestel, maar ook aan het nervöse Zeitalter.
In Ilsenburg, in de Harz, bracht Troelstra zijn zoon Jelle naar het Land-Erziehungsheim van Hermann Lietz. Ik stel me voor hoe het gegaan is: na een treinreis van twee dagen laat de vader hier in 1903 zijn twaalfjarige zoon achter op een progressieve Duitse kostschool, ver van huis.
In Eisenach bekijk ik de plek waar in 1869 de Duitse Sociaal-Demokratische partij werd opgericht. Hier waart nog de geest van August Bebel rond. Hij en Wilhelm Liebknecht waren Troelstra's grote voorbeelden en met beiden was hij bevriend. Thuis pak ik de autobiografie van Bebel uit de kast. Zou Troelstra die in gedachten hebben gehad toen hij zijn eigen Gedenkschriften schreef?
Abonneren op:
Posts (Atom)







