maandag 26 oktober 2026

C.O. Jellema • 27 oktober 1960

• C.O. Jellema (1936-2003) was dichter en essayist. In 2009 verscheen een keuze uit zijn dagboeken onder de titel Een web van dromen.


Donderdag, 27 october 1960 • Vanmiddag ben ik weer eens naar het boekhandeltje hier gegaan. Het is bijzonder up to date. De nieuwste boeken liggen op een tafeltje opgestapeld, twee gemakkelijke stoelen staan er bij, zodat je je er tijden behaaglijk kunt voelen, zonder gestoord te worden.
Ik heb De versierde mens van Mulisch gekocht, dat sinds 1957 op mijn lijstje stond en waarvan nu een goedkope editie is verschenen. Heerlijk gevoel nu boeken van mijn eigen geld te kunnen kopen.
Na de twee verhalen die ik eruit gelezen heb, kan ik Tanchelijn ook beter plaatsen. Ik weet nog niet hoe ik het formuleren moet. ‘De keuring’: ontmenste mens, mens als een lege huls, ontzield (het bloed dat overal uitstroomt), ook uiterlijk ontmenst (lompen, neus van plastic), ontmenste human relations (het jongetje dat zomaar doorgeschoten wordt) (het vernevelen in het laboratorium tot alleen de schaduw overblijft). En dan vanuit deze ontmenselijking de overslaande stem: God te willen zijn. Zoals ook in Tanchelijn, eindigend in zwakzinnigheid. ‘Sergeant Massuro’ is prachtig. Getuigt, zoals tegenwoordig wel meer verhalen, van een groot begrip voor de verhouding van de primitieve mens (hier de bewoners van Nieuw-Guinea) tot zijn wereld. Nadat hij bij het landje prikken de aarde heeft doodgestoken, waarbij het dorpsopperhoofd toekeek maar door schoten (!) werd verjaagd, versteent Massuro in de letterlijke zin. Magie van het oerwoud? Noodlottig gevolg van de confrontatie van de westerse mens met de oervormen van zijn? Deze mens moet zichzelf wel als versteend, verdroogd en verschrompeld ervaren, als hij zich confronteert met die wereld voller Beziehungen.

Daniël Robberechts • 27 oktober 1965

• Daniël Robberechts (1937-1992) was een Belgische schrijver. Hij publiceerde twee bundels met dagboekaantekeningen, waaronder Dagboek '64-'65.

W 2710 • Een verkenning van Christiane herzien en bijgewerkt. Pijnlijk te moeten aanvoelen hoe graag en dringend ik hard zou gaan werken, terwijl het me voor het einde van dit jaar niet mogelijk zal zijn. Zowat als de vrouw die kort voor Cee beviel: ze liep van de lift naar de kraamkamer met een hand tussen haar benen, om het kind te houden. □ Cee brengt een stuk v.d. namiddag in Ronse door bij de collega van Kemp, komt terug met o.a. een tekst van R. Brulez over mij (in Vooruit verschenen n.a.v. Dirk Martens) met buiten de bekende refreinen franstaligheid, rijke verbeelding, verbazende intelligentie, verrassende eruditie het volgende: Het toeval wilde dat, voor zijn scholing in onze taal (alsof het Ndl. me als 2e taal werd aangeleerd) hij in aanraking zou komen met een leraar, die zelve romancier, bij zijn leerling niet elken belangstelling maar ware geestdrift voor de Ndl literatuur wist te wekken. En wat heeft dat overigens met mijn werk te maken. Zou graag vernemen wat Boontje van De labiele stilte denkt.


zondag 25 oktober 2026

Thomas Mann • 26 oktober 1918

• Thomas Mann (1875-1955) was een Duitse schrijver. Hij hield zijn leven lang een dagboek bij. Gedeeltes daaruit zijn in het Nederlands vertaald in Dagboeken 1918-1939.

Zaterdag 26 oktober 1918 [München] • Brief van de arme kleine scherpzinnige Klaus P. aan Katja, waarin wij duizend mark lichter gemaakt worden. Overigens wordt eruit duidelijk dat Jakobsohn in Die Weltbühne met respect over de Betrachtungen heeft geschreven. - Vicco stuurde sigaren en sigaretten voor woekerprijzen. - Corrigeerde aan het afschrift en correspondeerde. De kinderen hebben griep-vakantie en storen mij. Het regent. - In Meresjkovski's boek wat zitten lezen: over Tolstojs dagboeken, over Toergenjev. Het laatste voortreffelijk in zijn psychologische realisme, dat ook voor het lachwekkende en afstotelijke niet terugschrikt. - Het wordt tijd dat ik weer aan het werk kom. Ik wil eerst het hexametergedicht 'An mein jüngstes Kind' doen, om met het oog op de onzekere en op wachten ingestelde situatie in de wereld iets korts, minder wereldbeschouwlijks aan te pakken. Ik moest maar een proza-ontwerp maken en toepasselijke dingen lezen. - Ik bestelde de Idyllen en Lieder alsmede Luise van Voss, maakte tegenover K. terloops gewag van het plan van een kort dichtwerk, waaraan zij plezier zou beleven. [...]


Italo Svevo • 25 oktober 1917

• Italo Svevo (1861-1928) was een Italiaanse schrijver. In Autobiografisch profiel (vertaald door Yolanda Bloemen) zijn ook dagboekfragmenten van hem opgenomen.

25 oktober 1917
Het moet de gewenning aan de bescherming zijn waarin we voortdurend leven die er voor zorgt dat we ons beter voelen tussen mensen met wie we al jaren omgaan. De anderen worden door ons als 'onbekenden' aangemerkt, terwijl we van de eersten zeggen dat we ze kennen. Al met al hebben we de behoefte te beschermen of beschermd te worden. Anders ziet onze geest geen doel in het leven. Met mensen die we 'niet kennen' is er maar één probleem: we zijn nog minder oprecht dan anders. Zo haalde ik het op een reis in mijn hoofd tegen beter weten in op dieven af te geven. Mijn gespreksgenoot was beledigd omdat hij er net met de kas vandoor ging. Zoiets overkomt me natuurlijk niet met mensen die ik ken. Met mensen die we 'niet kennen' zouden we juist oprechter kunnen zijn dan gewoonlijk omdat we ons niet compromitteren. Het zou een goede oefening zijn. Ik heb het geprobeerd, maar ik ben er niet in geslaagd doordat ik na de eerste woorden mijn gespreksgenoot 'ken'. Een blik, een uitroep zijn reeds voldoende om mij duidelijk te maken dat hij wil dat ik zus en zo in elkaar zit, en daaruit ontstaat bij mij direct de wens hem zijn zin te geven. Zo sluipt in relaties die op de meest ongebruikelijke wijze zijn aangeknoopt maar al te snel de gebruikelijke conventie binnen. Wellicht zullen we wanneer we tijd en ruimte achter ons zullen laten elkaar allemaal zo goed kennen dat dat de weg naar de oprechtheid zal zijn. We zullen elkaar meteen tutoyeren, en we zullen elkaar over en weer uitlachen zoals we verdienen. Dat zal uiteindelijk de dood betekenen van de literatuur die helaas een zeer intiem deel van ons wezen uitmaakt en we zullen allemaal bij elkaar tot in het binnenste kunnen zien. Macaber vooruitzicht.

donderdag 22 oktober 2026

Willem Elsschot • 24 oktober 1957

• Elsschot-bewonderaar Jan C. Villerius (1933-1996) kreeg een vriendschapsband met de grote schrijver aan het eind van diens leven (1882-1960). Ze schreven elkaar regelmatig; hun correspondentie is gebundeld in Elsschot leest voor. Hieronder een  brief van Elsschot (echte naam Alfons de Ridder) aan Villerius.

Antwerpen, 24.10.1957
Waarde Vriend,
ik wist natuurlijk dat u geslaagd waart [voor een opleiding tot leraar Nederlands] anders had ik er over gezwegen. Proficiat. En nu hoger op. Naar de volgende etappe.
De lezing in Utrecht heeft plaats op 31 October om 8 uur en is ingericht door de grote boekhandel Broese, Nachtegaalstraat 20, Utrecht. U zult van Broese twee toegangsbewijzen ontvangen. Het is voor u een hele reis, met een hoop onkosten en ik vrees dat het hele ding dat niet waard is. Steeds Carmiggelt en dan ik iets voorlezen* ... Ik ben blij dat het achter de rug is want Utrecht is het slotaccoord. Ik kon het aan Van Kampen [uitgever] niet weigeren, maar ik doe het nooit meer. Hoe prettig ik het ook vind u weer te zien, toch zou ik er in uw plaats nog eens over nadenken, want het is feitelijk een kluchtspel om boeken te verkopen.
Gezondheid IETS beter. Van uw pastilles heb ik enkele gebruikt maar ik zal dat doosje maar weer ter hand nemen. Dank voor de belangstelling.
MET uw teenen is Vlaams. AAN zou verkieslijk zijn**. Verander het maar in uw exemplaar, dat is dan later een souvenir.
Van [het optreden in] Amsterdam heb ik niets begrepen, maar Rotterdam vergeet ik niet licht. Daar was ten minste belangstelling.
Hartelijke groeten, ook aan uw vrouw,
A. De Ridder

* Elsschot deed een tournee langs boekhandels met Simon Carmiggelt als inleider.
** Villerius had gevraagd waarom Elsschot ergens geschreven had "Daar schele Piet reeds met Uw teenen trekt", en niet 'aan uw teenen'.

Gerbrand Bakker • 23 oktober 2015

• Gerbrand Bakker (1962) is een Nederlandse schrijver. Van eind 2014 tot begin 2016 hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als Jasper en zijn knecht.

19 oktober [Schwarzbach] Ik lees een geweldig boek. Pure van Andrew Miller. Zo'n boek dat je nauwelijks kunt wegleggen, waarin je te lang blijft lezen en dan nauwelijks meer kunt slapen. Niet door de inhoud van het boek, maar domweg door het lezen zelf, het dóór willen lezen. Het gaat over een ingenieur, Jean-Baptiste Baratte, die de opdracht krijgt de begraafplaats Les Innocents in Parijs op te ruimen, een paar jaar voor de Franse Revolutie. Jammer genoeg is het al vertaald (Puur, uitgegeven door Xander Uitgevers), anders zou ik er onmiddellijk aan beginnen. Het boek stond op de shortlist van de IMPAC van 2013, en ik heb alle acht boeken die op die shortlist stonden omdat ik via Twitter een vraag goed beantwoordde. De vraag luidde: wie won vorig jaar de IMPAC? Dat was Jon McGregor voor Even the dogs en ik was een van de eerste drie met het goede antwoord. In 2013 kreeg Kevin Barry de prijs voor City of Bohane. De winnaar was dus niet Tommy Wieringa met Caesarion, een van de andere zeven shortlisters in dat jaar.*
[...]

[Vier dagen later] Tuinmaat Han was hier. Met Jet. Jasper [Bakker's hond] en Jet spelen niet langer met elkaar, misschien zijn ze allebei puber-af. Dat ligt trouwens vooral aan Jasper, die doet ongeïnteresseerd, negeert dat kleine opdondertje. Tuinmaat Han was er om het hek af te maken. Het Jasperhek. Dat is gelukt: als ik de poort dichtdoe, kan hij niet langer ontsnappen. Het heeft even geduurd voor dit project afgerond was en in de tussentijd is Jasper veel rustiger geworden, doet hij eigenlijk nooit meer een poging om zo hard mogelijk ervandoor te rennen. Alleen als er bezoek komt, zo'n moment grijpt hij nog steeds aan, als een soort reflex, om 'm te smeren, terwijl ik verwacht dat hij het bezoek zal gaan begroeten. Ik heb inmiddels Pure uit. Ik was wat beducht voor het einde - het einde van een boek is voor een schrijver het allermoeilijkst - maar dat kwam goed. Geweldig boek. Tuinmaat Han nam vier pakken hagelslag mee, daar had ik ineens vreselijk zin in. Hagelslag is hier nergens te vinden in de supermarkten.
[...]


* Gerbrand Bakker won de IMPAC zelf in 2010, voor The Twin, de vertaling van Boven is het stil.

Jacob Bicker Raye • 22 oktober 1751

• Amsterdammer Jacob Bicker Raye (1707-1777) hield gedurende 40 jaar een stadskroniek van Amsterdam bij.

22 October, 's middags om twee uur, was hier de droevige en onaangename tijding uit den Haag gekomen, dat in den afgeloopen nacht om twee uur, Zijn Doorluchtige Hoogheid Willem Karel Hendrik Friso, Prinse van Oranje en Nassau, onzen Erfstadhouder, na een ziekte van zes à zeven dagen, van hoofd- en keelpijn, vergezeld van koortsen en ijlhoofdigheid, dit tijdelijke voor het Eeuwige verwisseld had.
Wij krijgen nog eenige bijzonderheden. Zijnde voort een deputatie uit Haar Edl. Groot Mogende Vergadering, de Staten van Holland, ‘gedepieseert’ om Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouwe de Prinsesse te condoleeren. Nadat de weduwe van den Prins den eed als gouvernante en voogdesse van den jongen Prins had afgelegd, gingen de heeren weer heen. Maar om zeven uur was de Prinses wederom verplicht een plechtige deputatie te ontvangen; ditmaal was het er een uit het midden van de Hoog Mogenden, die met hetzelfde doel kwam. Aan deze heeren had Hare Koninklijke Hoogheid den eed als gouvernante van de Unie afgelegd.
‘Denzelfden dag werd het lichaam van Zijne Hoogvorstelijke Doorlugtighyt geopent en gebalsemt; men had seer weynig ontsteking of verderfinge in de ingewanden bevonden, hoewel de herssenen zeer geinflameert waren. Door een benauwthijt en een inflamatie was den Vorst verstikt en versmoort’.

Over dat droevige sterfgeval moesten de klokken in alle steden en dorpen acht dagen na elkander geluid worden en verder nog drie dagen voor de begrafenis en op dien dag. Driemaal daags gedurende een uur.