zaterdag 20 juni 2026

Roel van Duyn • 20 juni 1971

Roel van Duyn (1943) was in 1971 gemeenteraadslid in Amsterdam voor de Kabouterpartij, nadat hij eerder al een van de trekkers van de Provo-beweging was. Panies dagboek verscheen eind 1971.

Zondagavond 20 juni
Bella was wijs en verstandig vanavond. Ik liep in kringetjes om haar heen en dacht aan m'n broer in Californië, aan de Deense vertaalster van een boek van me in Uppsala, aan kabouters in Ljubljana, aan studenten die me hebben uitgenodigd om in Schotland lezingen te komen houden, maar ik besefte steeds dat de bruine beuk het middelpunt was waar alles om draait. Ik kan nu ook beter begrijpen waarom ik dat dacht.
Toen in 1884 in de Jordaan het Palingoproer uitbrak omdat de politie de Jordaners op de Lindengracht verbood spelletjes met palingen te doen, die daar toen nog in het grachtenwater zwommen, ging er een golf van paniek door de laatste kabouters van Amsterdam. Als de mensen in staat zijn om palingen te martelen, wat zullen ze dan wel niet doen als ze ons ontdekken, dachten de kabouters, en ze vluchtten de stad uit.
Maar er was er één die dat onzin vond. Het was Gijs, een oude kabouter met een rode baard. Hij voelde dat hij een taak had jegens de planten en bloemen op de plaats waar nu het Westerpark is, omdat hij in de loop der tijd een goede verhouding met hen gekregen had. `Eéns ga je toch dood,' zei hij, en hij bleef alleen achter.
Nog tot in het begin van onze eeuw leefde hij in eenzame vrede temidden van zijn plantaardige vrienden.
In moeilijke omstandigheden was hij steeds een toeverlaat voor planten en vogels, die hij dan met een wijze raadgeving of met een opgewekt woord opbeurde. 'Nog met mijn lijk zou ik de velden willen bemesten om hier meer bomen te doen groeien,' zei hij eens. Toen Gijs op een dag op zijn rug in het gras naar de wolken lag te kijken en een liedje neuriede, stond zijn hart plotseling stil. Van heinde en ver kwamen de vogels om hem met takjes en aarde te bedekken. Niet alleen leeuwerikken, nachtegalen, uilen, roodborstjes, reigers en al die andere soorten die nu in Amsterdam uitgestorven zijn, maar ook mussen, duiven en kraaien. 
Niet lang na zijn begrafenis zagen de vogels precies op de plaats waar de oude kabouter gestorven was een krachtige bruine beuk uit de grond verrijzen. Ook de mensen moet de jonge boom bevallen zijn, want het was in die jaren dat men het Westerpark begon aan te leggen. 
Vandaag heb ik me gerealiseerd dat het Westerpark grotendeels verdwijnen zal omdat het Gemeentebestuur het nodig vindt de autoweg naar Haarlem te verbreden en de spoorbaan van de trein recht te trekken. Ter kompensatie voor het dan teloor gegane openbaar groen zal elders in de buurt een park worden aangelegd.' Blijkbaar zijn er mensen die denken dat de ene gemeenschap van bomen, planten en dieren precies hetzelfde is als de andere. Erger nog: Wij hebben die mensen gekozen om over ons te regeren.

donderdag 18 juni 2026

Felix Zwanikken • 19 juni 1944

• Felix Zwanikken zat (toen 15 jaar oud) in WO II gevangen in een Japans interneringskamp [Tjimahi] en hield toen een dagboek bij.

16 juni
`s Morgens naar de kerk: feest van het H. Hart. De oude heren als Benjamins, van Geelen en Rieuwers zijn naar een nieuw deel van het kamp verhuisd; de huisjes langs de renbaan. Het geldt alleen voor mannen boven de 61 jaar en hun zoons. Ze hebben het nu goed, grote kamers, vaste wastafels. Dat nieuwe deel heet blok XII. 's Middags dienst, 's avonds tweede preek van pater van den Hooge.

17 juni
Soep gemaakt van koolstronken met oebi [zoete aardappel]. Ik ben 6 ons aangekomen.

18 juni
's Morgens naar de kerk geweest, daarna stroop gemaakt. Vandaag vieren we Tinekes verjaardag (16 Juni) met een blikje boter.
's Middags dienst. We hebben ter gelegenheid van de Zondag 300 cc koffie gekregen. De vorige Zondag 100 cc gelei en 1/3 brood, dat had ik vergeten op te schrijven. Ik heb cr een hoop van opgespaard, zodat we er nog verscheidene dagen mee kunnen doen. 's Middags extra soep en 's avonds geweldig hete sambal.

19 juni
's Morgens is Hans ziek.

24 juni
De hele dag dienst. Vins heeft een laboe siam [chayote] gejat, we gaan er morgen een fijne soep van koken.

26 juni
's Middags mijn lepel in de sloot laten mieteren.

woensdag 17 juni 2026

Daniil Charms • 18 juni 1937

Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.

18 juni 1937. In de kamer van Ilja.
Ik ben volkomen afgestompt. Dat is afschuwelijk. Een in alle opzichten volledige impotentie. Het gebrek aan discipline is zelfs aan m'n handschrift af te lezen.
Maar wat een waanzinnige volhardende neiging naar de ondeugd. Urenlang, dag in dag uit, probeer ik mijn doel te bereiken, maar bereik het niet en toch ga ik door. Dat is pas oprechte belangstelling!
Genoeg gedraaid: Ik heb helemaal nergens belangstelling voor, alleen voor dat ene.
Inspiratie en belangstelling is precies hetzelfde.
Je aan echte inspiratie te onttrekken is net zo moeilijk als aan ondeugd.
Bij echte inspiratie verdwijnt al het andere en blijft alleen de inspiratie zelf over.
Daarom is de ondeugd ook een soort inspiratie.
Aan ondeugd en inspiratie ligt één en hetzelfde ten grondslag. Aan hun basis ligt een echte belangstelling.
Echte belangstelling is het belangrijkste in ons leven.
Een mens zonder belangstelling voor wat dan ook gaat snel ten onder.
Een te eenzijdige en sterke belangstelling verhoogt in buitengewone mate de spanning van een mensenleven; een klein duwtje en hij wordt gek.
Een mens kan niet zijn plicht vervullen, als hij daarvoor niet echte Belangstelling heeft.
Wanneer iemands echte Belangstelling op één lijn ligt met zijn plicht, wordt zo iemand een groot mens.

dinsdag 16 juni 2026

Hans Christian Andersen • 17 juni 1847

Hans Christian Andersen (1805-1875) was een Deense (sprookjes)schrijver. Een keuze uit zijn dagboeken is gepubliceerd in Nooit rijk, nooit tevreden, nooit verliefd (vertaald door Edith Koenders).

Woensdag 16 juni 1847 [van Leiden naar Den Haag]
[...] Om half zes met de omnibus naar het station gegaan, hier hing een plakkaat van De Tijd met mijn naam en foto erop, de mensen keken naar me, zouden ze me herkennen; wat een wonderlijk gevoel! — Voor het eerst in een goed humeur terwijl ik met de trein reisde, ik had wel kunnen zingen; het duurde nog geen halfuur of we waren in Den Haag, in hotel Oude Doelen. Toen ik informeerde naar de groothertog van Weimar, naar de Deense en de Russische gezant, vroeg men me meteen of ik een kamer met ontvangstsalon wilde hebben, maar ik antwoordde dat ik eerst wilde afwachten of ik bezoek kreeg. — Ik heb een kamer met uitzicht op een groot plein met bomen; — ik ben ervan overtuigd dat Verhulst voorbijliep, hij keek omhoog, zou hij gedacht hebben ‘die man daar lijkt op Andersen’? De Nederlanders vormen de overgang van de Denen naar de Duitsers. Het Deens, Nederlands, Duits, Zweeds en Noors zijn nauw verwant, dan volgt waarschijnlijk het Engels. De Nederlanders en de Friezen vormen een overgang naar de Engelsen. Ik voel me zeer tevreden in dit hotel en toch, geen brieven! als er maar niemand overleden is (O, God, nee, ik moet er niet aan denken). — Tussen de bomen dampt de aarde, ik denk aan het elzenmoeras, aan de elfjes, is al dit bekoorlijks niet meer dan een elfjesbetovering. Is het tovenarij!

Donderdag 17 juni 1847 [Den Haag]
[...] Verhulst ontmoet, met hem mee naar huis gegaan, hij woont in een gezellig huis aan de rand van de stad, met uitzicht over de velden en de weilanden. Meegereden naar Van der Vliet, die in hoge mate verrast was me te zien, deed verward, bijna dom; hij heeft twee weken geleden naar Kopenhagen geschreven om te vragen of ik bij hem kwam logeren. De literatoren hier willen een feestje voor me arrangeren; hij schonk me de vertalingen van mijn werken. [...] Nederland is de idylle van Europa! Niet Zwitserland. [...]

Vrijdag 18 juni 1847 [Den Haag]
Vanmorgen bezoek uit Utrecht van de schrijver Nepveu, die mij zijn roman Berthe Coppier heeft geschonken; hij is een tegenstander van Van der Vliet, die er net aankwam en ik ben met hem naar een tentoonstelling gegaan, er waren uitstekende dingen, een van de schilders, ik ben zijn naam vergeten, hij heeft illustraties gemaakt bij Schetsboek zonder schetsen, heb ik daar ontmoet. [...] Ik gebruikte de maaltijd bij Van der Vliet, zijn zoontje Christian is naar mij en naar [de hoofdpersoon van] ’t Was maar een speelman genoemd. Zijn vrouw sprak alleen Nederlands, maar de conversatie verliep toch wel redelijk, ze wilde voortdurend dat ik meer at, schudde met haar hoofd en zei dat het mij kennelijk niet smaakte. — Ze hebben mij in een rijtuig naar huis gebracht. –

maandag 15 juni 2026

Anna Achmatova • 16 juni 1962

Anna Achmatova (1889-1966) was een Russische dichteres. Dagboekfragmenten van haar zijn opgenomen in De echte twintigste eeuw (vertaald door Alissa Leigh en Silvana Wedemann).

De Zweed is geweest. Ik was verrast door zijn onvermoeibare belangstelling voor het epos en over het feit dat hij er Schoppenvrouw in terugvond. Bij het afscheid zei hij: 'De zoon van Panova zal het u vertellen.'

Twee dagen later verscheen bij de familie Gitovitsj de zoon van Panova (achtentwintig jaar oud, Boris Borisovitsj - sinoloog). Ik was uitgenodigd om te komen eten. Gitovitsj en zijn gast dronken wodka. Aleksandr Iljitsj was volkomen beschonken en zweefde ergens in zijn eigen wereld. De gast was volledig nuchter. Er werd op mij gedronken, en de gast zei: 'Erik Masterton verzocht mij aan u door te geven dat u dit jaar voor de Nobelprijs bent voorgedragen.' In de hele zaak interesseerde mij maar één ding: waarom heeft Erik mij dit niet zelf verteld?
(Opgeschreven 16 juni)

zondag 14 juni 2026

Anneke Hilhorst • 15 juni 1979

Anneke Hilhorst (1948) is fotograaf. In 1979 kregen zij en haar echtgenoot Ed van der Elsken een kind.

Vrijdag 15 juni
Weer op controle geweest. Ik wilde graag precies weten hoe vaak het vruchtwater wordt ververst en hoe dat gaat, want ik had gelezen dat de baby van het vruchtwater drinkt, erin plast en dat het water een keer per etmaal ververst wordt. Er is trouwens nog zoveel meer wat ik wil weten. Bijvoorbeeld: hoe werkt de moederkoek precies? Het schijnt een heel ingenieus orgaan te zijn met veel verschillende functies. Ik lees er wel boeken over, maar hoe meer ik lees, hoe meer ik merk dat het allemaal heel ingewikkeld is. Ik heb Margriet voorgesteld om een vragenavond te organiseren voor een aantal zwangere vrouwen tegelijk, bijvoorbeeld aansluitend bij de zwangerschapsgymnastiek of een moedercursus.
Ik heb nu ook aan Henk verteld dat ik de navelstreng zelf wil doorknippen. Want dat is het grote moment van de definitieve scheiding dat niet zomaar routineus afgehandeld moet worden. Het is een plechtige gebeurtenis. Hij vond het goed. Mijn gezondheid is perfect. De bloeddruk mooi laag. Het kind ligt goed; voor een kwart ingedaald.
Jeannette gaf me een zakje thee van anijs, kummel en nog een paar kruiden: 'goed voor het zog.' Het zal wel niet toevallig zijn dat anijszaadjes met wat suiker eromheen, de traditionele roze en witte geboortemuisjes zijn. En als de borstvoeding niet goed op gang komt kan ik de baby volgens Jeannette venkelthee geven, met een theelepeltje; die thee is ook goed voor mijzelf.
Ik ben opgewonden over de komende geboorte en voel het als een initiatie tot het werkelijke grote-mensenleven, vergelijkbaar met de initiatieriten van geslachtsrijpe kinderen bij sommige natuurvolkeren. Ik ben vruchtbaar. Ik voel me ver verheven boven de dagelijkse realiteit. Het is een bovenaards, hemels gevoel, en dat terwijl liet een superaards oergebeuren is.

István Radnai • 14 juni 1914

István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij. Vertaald door Gábor Pusztai.

Belawan 3 uur 's middags 14 juni 1914
Ik zit nu op ‘De Loek’, de kuststoomboot van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij waarmee ik naar Penang vaar. In Penang moet ik nog met de consul mijn thuisreis regelen. Ik heb nu nog tijd over Kuntji Beck te schrijven. Hij is een erg beschaafde Duitser, maar omdat hij al sinds 18 jaar op Sumatra als planter werkt is hij totaal grof geworden. Hij moest hier naar de rechtbank omdat hij enkele klappen aan koelies uitgedeeld zou hebben. We hebben met elkaar kennisgemaakt. Hij dronk enorme hoeveelheden whiskey en Kuntji bier. Kuntji betekent sleutel in het Maleis en dat is ook de merk van een soort exportbier dat erg verbreid is in de hele Oost. Zijn vader in Bremen is trouwens de fabrikant van dit bier.** Hij heeft aan László beloofd een baan voor hem te zoeken omdat László voor anderhalf jaar op Sumatra wil blijven. Misschien kan hij enkele honderden forint sparen. Ik moest aan Beck beloven dat ik een zekere Ernő Berkes zal opzoeken, die bij hen 3 jaar lang assistent was, maar nu is hij tabakhandelaar. Goed! We zullen weer eens flink gaan zuipen! De mensen zuipen hier in de tropen ontzettend veel. Aan den lijve moest ik ervaren hoe belangrijk het is dat je geestelijk en lichamelijk enigszins fit blijft. Binnen enkele jaren kun je het al merken wat voor gevolgen het heeft. Voor mijn vertrek kon ik nog een interessante man leren kennen. Kivits Cornelius is een Nederlander van 55 jaar. Hij heeft in de laatste 35 jaar Sumatra niet verlaten. Thuis was hij knecht, daarna nam hij dienst bij het koloniaal leger, waar hij in enkele bloedige oorlogen heeft gevochten, maar hij was nooit hogerop geklommen dan een gewone soldaat omdat hij lezen noch schrijven kon. Nu is hij assistent op een rubberplantage en hij is een grote jager. Hij heeft al 10 olifanten, 9 tijgers, 15 luipaarden en ontelbare everzwijnen geschoten. Hij was al sinds 4 jaar niet in de stad. Nu is hij naar Medan gekomen, heeft zich ladderzat gezopen en daarna is hij naar de kebon ['tuin', hier: 'plantage'] teruggekeerd. Voor hem is dat het leven, maar niet voor intelligente mensen.

Vandaag om 12 uur 's middags hebben László, Van Hengel en Steenweg, de zogenaamde tweede griffier, me naar het station begeleid. Daar nam ik de trein en reed naar Belawan. Daar stapte ik op deze smerige stoomboot.

** De genoemde heer Beck is waarschijnlijk de zoon van de eigenaar van de beroemde bierbrouwerij Beck's, die in 1826 in Bremen werd opgericht. De sleutel, die tot heden de etiket van de flessen van Beck's bier siert, is ontleend aan het stadswapen van Bremen. Beck's was zo bekend en graag gedronken in de kolonie, dat in 1931 de firma in Batavia en in Singapore een eigen brouwerij liet bouwen.