donderdag 30 juli 2026

Lady Dorothy Kennard • 31 juli 1916

• Lady Dorothy Katherine Barclay Kennard verbleef in de jaren 1915-1917 in Roemenië en schreef over die periode een dagboek.

Vertaling onderaan.

July 1916. — A month has passed and we are still here, still neutral, still on tenterhooks. There is no news from Russia, but troops are said to have crossed the Danube.
All the ladies have been requested to report themselves at the Headquarters of the Rou- manian Red Cross. We Englishwomen can go and work where we like, and I have offered myself to one of the big military hospitals. I was asked whether I had ever done any nursing, and was obliged to give a negative reply. But I was told that it "did not matter," my hands would be useful. I work there feverishly every day trying to accumu- late as much knowledge and nursing informa- tion as is possible. Nurses are even more completely non-existent than I had realised. There is not a woman in the place who knows the first principles of hospital training such as we have in England, and I feel just as com- petent as are any of the others to use lavish quantities of disinfectants and to do exactly as I am told. The doctor who is to be my immediate chief is a very clever man; he knows how to teach me my job, and now it is only a question of time.
The days fly past. Each evening the conflagration seems inevitable within the next twenty-four hours, every morning sees us sunk in apathy and summer stupor. And the heat is indescribable. We avoid meeting peo- ple ; where 's the use ? They know now more than we do ourselves, and talking about the situation only aggravates the tension.


Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.

Juli 1916. — Er is een maand verstreken en we zijn nog altijd hier: nog steeds neutraal, nog steeds in gespannen afwachting. Uit Rusland komt geen nieuws, maar naar verluidt zijn er troepen de Donau overgestoken.
Alle dames zijn verzocht zich te melden bij het hoofdkwartier van het Roemeense Rode Kruis. Wij, Engelse vrouwen, mogen zelf kiezen waar we willen werken, en ik heb mij aangemeld bij een van de grote militaire ziekenhuizen. Mij werd gevraagd of ik ooit verpleegwerk had gedaan, waarop ik noodgedwongen ontkennend moest antwoorden. Maar men verzekerde mij dat dit „niet uitmaakte”; mijn handen zouden hoe dan ook van nut zijn.
Sindsdien werk ik er elke dag met grote ijver, in een poging zoveel mogelijk kennis en ervaring in de verpleging op te doen. Er blijken nog veel minder verpleegsters te zijn dan ik mij had voorgesteld. Er is geen enkele vrouw in het ziekenhuis die ook maar de eerste beginselen van een verpleegkundige opleiding kent, zoals wij die in Engeland hebben. Ik voel mij dan ook minstens zo bekwaam als ieder ander om overvloedig gebruik te maken van ontsmettingsmiddelen en verder precies te doen wat mij wordt opgedragen.
De arts onder wie ik rechtstreeks zal werken, is een bijzonder bekwaam man. Hij weet mij goed in mijn taak in te wijden; vanaf nu is het eigenlijk alleen nog een kwestie van tijd.
De dagen vliegen voorbij. Elke avond lijkt het onvermijdelijk dat de vlam binnen vierentwintig uur in de pan zal slaan; iedere ochtend verzinken we opnieuw in apathie en de loomheid van de zomer. En de hitte is onbeschrijfelijk. We vermijden het om mensen te ontmoeten; wat heeft het voor zin? Zij weten nu evenveel als wijzelf, en praten over de situatie maakt de spanning alleen maar groter.

Max Frisch • 30 juli 1946

Max Frisch (1911-1991) was een Zwitserse architect en schrijver. Zijn dagboeken zijn vertaald, onder meer als Dagboek 1946-1949. Vertaling: Wouter Donath Tieges

Café de la terasse
In alle kranten zijn de foto's van Bikini te vinden. Enkele uren nadat de atoombom is ontploft, staat de rook overeind als een zwarte bloemkool Met een zekere teleurstelling verneem je dat de kruisen en torpedobootjagers die in de atol voor anker lagen, nog in redelijke staat verkeren, dus niet zo dat je ze op je brood kunt smeren. De geiten, die deze keer de plaats van de mensen innamen, zijn zelfs nog in leven en kauwen hun voer als ware er niets gebeurd; de apen kunnen er al minder goed tegen. Dit verandert allemaal niets aan de fundamentele vreugde die deze gebeurtenis teweegbrengt. Bij Hiroshima, toen honderdduizenden erdoor om het leven kwamen, was zo'n vreugde niet mogelijk. Ditmaal is het slechts een generale repetitie. Ook de palmen staan nog overeind. Maar het is allemaal ongetwijfeld voor verbetering vatbaar, en de vooruitgang, die tot Bikini heeft geleid, zal ook de laatste stap nog zetten: we kunnen de zondvloed tot stand brengen. Dat is het grandioze. We kunnen wat we willen, en het is alleen nog maar de vraag wát we willen; aan het einde van onze vooruitgang staan we daar waar Adam en Eva hebben gestaan; het enige dat we nog moeten zien op te lossen is de morele kwestie. Misschien zou je niet van vreugde mogen spreken: dat klinkt naar een rotsvast vertrouwen of naar cynisme, en eigenlijk is het geen van beide wat we ervaren als we deze foto's zien; het is de verfrissende alertheid van een voetreiziger die plotseling een heldere en duidelijke wegkruising voor zich ziet, het besef dat we nu moeten beslissen, het gevoel dat we nog één keer de keus hebben en misschien wel voor de laatste keer; een gevoel van waardigheid; het ligt in onze handen of er een mensheid bestaat of niet.

woensdag 29 juli 2026

Robin Hannelore • 29 juli 1987

Robin Hannelore (1937) is een Belgische Nederlandstalige schrijver en dichter, vooral bekend in de Belgische Kempen. Uit: Een schild met everzwijnen.

Woensdag 29 juli 1987 • Verleden maandag leende ik een overall van Jan Gerlach en toog ik in de kerk met hamer en breekijzer aan het werk. Ik kon dat doen zonder schroom, want nergens duidde een inskriptie op de begraafplaats van een vroegere pastoor, donateur of donatrice. Een halve dag had ik ervoor nodig om enkele vierkante meter van de arduinstenen vloer op te breken. Onder die vloer zat een andere vloer, van gestampte aarde, leem wellicht. En daaronder stootte ik op een derde vloer... van keramiek... Andennekeramiek. Volgens ‘De Geschiedenis van Ykele’ van Benedikt Coppé werd de kerk gedeeltelijk verwoest tijdens de godsdienstoorlogen én nogmaals tijdens de Franse Revolutie. Mijn graafwerk was een peiling van het verleden, een put in de tijd. 's Namiddags kwam Jan Gerlach mij helpen. Jan is blind, maar met zijn handen kan hij zoveel meer dan ik. En gisteren kreeg ik ook de hulp van Vinus Gils. ‘Een krat trappist per dag is niet te veel betaald,’ zei hij. Na elk geledigd flesje plaatste hij de krat één meter verder, zodat het opbreken behoorlijk opschoot. Alhoewel ik mij voorgenomen had de ondergrond zo weinig mogelijk te beroeren - op historisch en archeologisch vlak ben ik een zero - kon ik op een bepaald ogenblik toch mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen: ik nam een troffel en legde een gedeelte van de derde vloer bloot... Groot was mijn verbazing toen ik een figuur met een mijter, een staf, een boek, een geselroede en een bijenkorf in de keramiek ontwaarde. ‘Is dat Sinterklaas?’ vroeg Vinus Gils naiëf.
‘Dat is de heilige Ambrosius!’ wees ik hem terecht. ‘Hij moet ooit de patroon van deze parochie geweest zijn...’
‘Dat kan kloppen,’ mengde Jan Gerlach zich in het gesprek. ‘De heilige Rita werd pas in 1900 heilig verklaard. Ze werd in het Italiaanse Roccaporena nabij Cascia geboren in 1381 en ze stierf in Cascia in 1457. Toen stond hier waarschijnlijk al geruime tijd een kerk.’
Ik had daar nooit over nagedacht. ‘Wie zou haar dan hier aan de mensen opgedrongen hebben?’ vroeg ik domweg.
‘Iemand die een hopeloze zaak toch nog in het reine wilde krijgen,’ zei Vinus plomp.
‘Dat kan zijn,’ meende Jan. ‘De heilige Rita zat achttien jaar opgescheept met een beest van een man. Voor iemand met aspiraties om heilig te worden was dat de absolute impasse. Toen echter werd haar man vermoord. In 1413 werd ze augustines in Cascia. Ze leefde zo boetvaardig dat ze de stigma's van de doornenkroon ontving.
‘1413 min achttien is 1395?’ zei Vinus, terwijl hij een flesje bier ontkurkte. ‘En ze werd geboren in 1381? Dan was ze hoop en al veertien jaar toen ze huwde met die bruut... Dat kind moet wat meegemaakt hebben!’
‘De persoon die haar hier als patroonheilige kon doen aanvaarden, moet zéér invloedrijk geweest zijn,’ mijmerde ik.
‘Rosanne van Ykele,’ zei Jan, met getuite lippen, en knikkend.
‘Nooit van gehoord,’ gaf ik toe.
‘Een schande!’ meende Jan. ‘Op Akeldam, de plaats waar het Akelbeekje zich afscheidt van de Akelbeek, stond vroeger een waterburcht die Prusdare heette. Daar woonde sinds mensenheugenis de gravenfamilie Van Ykele. Rosanne van Ykele was de laatste van het geslacht. Zij was gehuwd met een Limburgse graaf, doch kreeg geen kinderen. Het is best mogelijk dat zij het in het begin van deze eeuw op een koopje wilde gooien met de heilige Rita...’
‘Waar is Rosanne van Ykele gebleven?’ vroeg ik. ‘En die waterburcht?’
‘Zij en haar man stierven in een koncentratiekamp,’ zei Vinus.
Jan knikte. ‘In Mauthausen. In het begin van de jaren veertig zat Prusdare vol Joden. Wij dachten dat het allemaal familieleden van de graaf waren. Iemand moet de Gestapo op de hoogte gebracht hebben... Het kasteel werd opgeblazen.’
Ik moet toch absoluut ‘De Geschiedenis van Ykele’ eens grondig gaan lezen. Lektuur is een troost voor de eenzamen, heb ik altijd gedacht. Waarom kom ik er niet toe hier ook maar één boek te lezen. Waarom ben ik elke avond ziek van melancholie? En op de zolder van de pastorie heb ik nog geen voet gezet. Het is alsof ik er onderbewust altijd van overtuigd geweest ben dat ik hier maar en passant vertoef... tot God inziet wat voor een bok hij in mijn geval geschoten heeft.

maandag 27 juli 2026

Marion Sambourne • 28 juli 1882

Marion Sambourne (1851-1914) was de echtgenote van de Britse cartoonist, tekenaar en fotograaf Edward Linley Sambourne. Ze hield vele jaren een dagboek bij, waarin ze vooral huishoudelijke zaken neerschreef.

Friday 28 July.
Bacon, ½ haddock etc. Hashed mutton, whiting, mackerel, gooseberry tart etc. White soup, fish, steak, tomatoes, cauliflower, chocolate blancmange, cheese straws. Ham came in. Last day of Mrs Breffitt. Go with Tilda to Stores, took Baby. Jessie ill at 1 o/c in night.

Saturday 29 July.
Bacon, 2 new laid eggs, jam etc. Roast leg og mutton, rice, cutlets, tomatoes, cold mutton. Mrs F.Gordon's garden party 3-8. Went with a'Becketts, v. jolly. Jessie's Baby Girl born at 6 o/c in evg, called there on way home.

Sunday 30 July.
Bacon, buttered eggs etc. Steak, cold mutton & fowl, plum tarts & chocolate shapes. Soup, cold fowl, tomato salad, roast beef, vegetable marrow, greengage tart, blancmange, cheese straws.

Monday 31 July.
Bacon, boiled eggs. Cold beef, pancakes. Potato soup, rissoles. Lovely day. Went to see Baby, very pretty little thing, dark. Went to “Home” about cook. Lin goes with Burnand & Tenniel to Epping Forest. V. hot. Go shopping in carriage with Tilda, took Maud & baby.

zondag 26 juli 2026

Louis-Ferdinand Céline • 27 juli 1933

• Twee brieven van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline (1894-1961). Uit: Van de ene dood naar de andere. Brieven, artikelen en polemieken (vertaald door E. Kummer).


98 rue Lepic juli 1933

Lieve vriendin,
Ik vind dat je je roman inderdaad vanaf de 'bevalling' moet omwerken en de ik-vorm moet gebruiken. Ik kreeg de indruk dat je dan heel raak en gevoelig schrijft. Dat is de toon die je moet aanhouden, want die is waarschijnlijk echt de jouwe, de rest kun je erbij aanpassen. Dan ben je absoluut verzekerd van succes.
Zelf zal ik ook erg blij zijn je van de winter weer te zien. Hoe onheilspellend jouw droom je ook lijkt, hij ligt misschien dichter bij de mogelijke werkelijkheid dan je denkt en is niet zo maar fantasie. We bevinden ons in een periode waarin het gruwelijke nog slechts een heel gewone manier is om je te amuseren.
Je moet geen hekel aan je leven krijgen, aan niets trouwens en vooral niet aan jezelf. Waarom zou je? Je hebt er geen geldige redenen voor. Pas goed op je gezondheid. Het leven dat wij leiden is van 't begin af aan volkomen verkeerd en tegennatuurlijk en afschuwelijk in strijd met onze instincten, 't is één grote mislukking, we zouden helemaal opnieuw moeten beginnen.
Jouw hachelijk en onzeker bestaan heeft toch wel erg veel charme, 't is een wonder. Klamp je eraan vast. Schrijf me.

Heel hartelijke groeten,
L.-F. Destouches [de echte naam van Céline]


98 rue Lepic juli 1933

Lieve Evelyne,
Als je deze boeken uit hebt, zal ik je andere sturen. Haal eruit wat bij je temperament past. Als je de dingen zo voelt, heb je in alle opzichten gelijk. Op deze wereld begin je praktisch niets met hartstochten als ze niet echt zijn. Je moet je eigen deuntje kiezen, dat is alles. Allendy is een psychoanalyticus die niet veel waard is**, maar het werk van Freud is werkelijk heel belangrijk, voor zover de Mens belangrijk is. Je dromen betekenen een heleboel voor je, merk ik. Goed beschouwd is dat het enige waarmee mannen (en vrouwen!) zich bezig zouden moeten houden. De komende jaren ga ik me erop toeleggen ze allemaal te gebruiken. Heel vriendschappelijke groeten,

L.D.

Hoe gaat 't met de zaken van je man? Dat alleen is erg.


** Terzijde: Allendy was heel belangrijk voor Anaïs Nin en komt veelvuldig in haar dagboeken voor.

Sarah Raymond • 26 juli 1865

Sarah Raymond (1840-1914) trok met haar familie per huifkar naar het westen als kolonist. Haar dagboek is later gepubliceerd als Days on the road. "The family began their journey on May 1, 1865 in Missouri and arrived at their destination in Virginia City, Montana Territory on September 6.

Vertaling onderaan.

Wednesday, July 26
...I did not awake this morning until everything was ready for a very early start. Mother had kept my breakfast warm by keeping the stove until the last minute. I sat in the wagon and ate my breakfast after the train had started. When through, I climbed out and went to see how Neelie [Sarah's friend] was. I found her feverish and restless; her symptoms unfavorable.
Oh, the dust, the dust; it is terrible. I have never seen it half as bad; it seems to be almost knee-deep in places. We came twenty miles without stopping, and then camped for the night. We are near a fine spring of most excellent water - Barrel Spring it is called. I do not know why; there are no barrels there. When we stopped, the boys' faces were a sight; they were covered with all the dust that could stick on. One could just see the apertures where eyes, nose and mouth were through the dust; their appearance was frightful. How glad we all are to have plenty of clear cold water to wash away the dust.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

Woensdag 26 juli
...Vanmorgen werd ik pas wakker toen alles al gereed was voor een zeer vroege afreis. Moeder had mijn ontbijt warm gehouden door het fornuis tot het laatste moment aan te laten. Ik zat in de wagen mijn ontbijt te eten nadat de karavaan weer op weg was gegaan. Toen ik klaar was, klom ik eruit om te kijken hoe het met Neelie ging. Ik trof haar koortsig en onrustig aan; haar toestand gaf weinig aanleiding tot optimisme.
Ach, dat stof, dat stof – het is verschrikkelijk. Ik heb het nog nooit zo erg gezien; op sommige plaatsen lijkt het bijna tot aan je knieën te reiken. We legden zo'n twintig mijl af zonder te stoppen en sloegen daarna voor de nacht ons kamp op. We bevinden ons bij een prachtige bron met voortreffelijk water: Barrel Spring heet die. Waarom, weet ik niet, want er zijn daar helemaal geen tonnen.
Toen we halt hielden, waren de gezichten van de jongens een wonderlijk gezicht. Ze zaten onder een dikke laag stof; alleen de openingen voor hun ogen, neus en mond waren nog zichtbaar. Hun aanblik was bijna angstaanjagend.
Wat zijn we allemaal blij dat we hier volop helder, koud water hebben om het stof van ons af te wassen.

Johnny van Doorn • 25 juli 1987

Johnny van Doorn (1944-1991) was een Nederlandse schrijver-performer. Uit: Door de weken heen: dagboeken.

Tegen achten:
Jonge worteltjes... zomerbietjes... verse sla. Het water liep me in de mond. Mmm... knapperige radijsjes! Was ik geen loopbaan als tuinder misgelopen?!

Half tien, onverklaarbaar sloeg mijn humeur om:
Op m'n balkonnetje voelde ik de zachte zuidenwind, als in een sonnet van Perk, langs m'n wangen strijken. Vrolijk werd ik er niet van. Ik had een momentje last van de mannelijke menopauze. 'n Mistroostigheid welke je soms overvalt als je veertig lentes achter de rug hebt. Je kan dan niet verkroppen dat de tijd zo belachelijk snel voorbij is gejakkerd. Dan ga je denken dat je nog veel te weinig hebt gedaan.

Kwart voor twaalf.
Hoera, de crisis was alweer voorbij. Geen sprake van verloren tijd. Het naakte en zoete volle leven was mijn leerschool geweest. Die cursus liep wat uit, waarschijnlijk door de steeds hogere cijfers die ik mezelf gaf. Voor het vak Doorzakken en toch helder blijven had ik op de duur een dikke 10. Alleen Verstand van vrouwen hebben werd door de jaren minder. Van 9 naar 7-plus. Tegen mijn veertigste was ik afgestudeerd. Er volgde daarna een periode waarin ik bezig was invalletjes op het papier te zetten die ik later wilde dramatiseren. Dat lukte me. Als je ergens middenin zit, kun je er moeilijk over schrijven. Je moet afstand nemen. En dat kost tijd. Behalve om een goed overzicht gaat het ook om voeling met het aanvankelijk chaotische materiaal. Orde brengen in Heden en Verleden, Ernst en Humor, enzovoort.

De volgende ochtend, elf uur; schel rinkelde de telefoon:
't Was een persoon die mij een tekstverwerker wilde aansmeren. Hij had ergens gelezen dat ik geen heil zag in zo'n ding, en dat prikkelde hem mij te bellen. Als een zendeling probeerde hij me van m'n dwalen te overtuigen. 'Als schrijver gaat voor u de hemel open. U werkt tien keer zo snel; en...' `Maar ik wil helemaal niet tien keer sneller werken.' `U weet niet wat u zegt, meneer.' De kerel ging me vervelen. Hij overtuigt me echt niet. Ik ben zéér ouderwets. Was juist van plan in plaats van mijn werk te typen weer gewoon met 'n ganzeveer te gaan schrijven. Wat moet ik met zo'n computer! Goeiemorgen.'