zondag 30 augustus 2026

Maarten Asscher • 31 augustus 1997

• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek' uit de NRC. Zo ook Maarten Asscher (schrijver, 1957).

Zondag, 12.45 uur • Bij het betreden van de Uitmarkt vanochtend - iedereen is nog dozen met boeken aan het uitpakken - komt een collega-uitgever, die van huis uit theoloog is, met een verslagen gezicht op mij af. ‘Heb je het gehoord?’ vraagt hij met een stem die geschikt is om de grootst mogelijke ongerustheid op te roepen. ‘Nee,’ zeg ik, ‘Ik weet van niks. Wat is er gebeurd?’ ‘Het is overal op de radio en de televisie. We zijn allemaal zeer geschokt.’ ’?’ ‘Daai,’ zegt hij. ‘Daai?’ informeer ik, bevreesd dat mij een poets wordt gebakken. ‘Daai en Dodi,’ vult hij aan, alsof hiermee het hele verhaal mij nu wel duidelijk moet zijn. Als hij mij vervolgens vertelt wat er precies gebeurd is die nacht, schiet ik - naar ik vrees, tot zijn ernstige bevreemding - pardoes in de lach. De zoveelste, ditmaal ultieme, publiciteitsstunt van het Engelse Koningshuis. Ik kan dit soort verziekte, nutteloze, society-families en hun wederwaardigheden al jaren niet velen en houd mij verre van het bombardement van artikelen, interviews en korrelige telelens-foto's, waarmee wij aardse stervelingen over het leven op die verre, koninklijke planeet geïnformeerd worden gehouden. Koningshuizen zijn - zolang als ze het uithouden tegen de corruptie van de luxe en de daarmee evenredige jaloezie van het volk - nuttig als bescherming tegen dictaturen (militair, proletarisch of anderszins). Maar de ervaring leert dat je van de gemiddelde koning(in) of prins(es) geen intellectuele persoonlijkheid verwachten moet, zomin als je bij een gemiddelde diplomaat kan rekenen op een eigen kritisch oordeel. In de geschiedenis van de moderne diplomatie zijn mij wel enige markante uitzonderingen bekend, maar als je de twintigste-eeuwse Europese vorsten de revue laat passeren, is dat toch zonder twijfel een parade van playboys, gevaarlijke gekken, eigenwijze matrones en vele, vele - al of niet aangetrouwde - groupies. Kortom, het korte leven van Daai moge als een navrant anti-sprookje zijn geëindigd, het zou me niet lukken om er oprecht aangeslagen van te raken.

Rita Rahman • 30 augustus 1975

Rita Rahman (1952) is diplomaat in ruste. Het fragment komt uit Uit het dagboek van een padvindster.

Woensdagavond 30 augustus 1975 • Ik heb maar een paar dagen overgeslagen. Ik was jou helemaal vergeten want het waren echt gezellige dagen. De ontwikkelingen van vandaag hebben me terug geworpen in je armen of natuurlijk omgekeerd; ze hebben jou teruggeworpen in mijn armen.
Ongelooflijk: Ik ben ontgroend!
Maar... ik voel me niet gelukkig, zelfs diep ontgoocheld. Eerlijk, het is zo moeilijk om het te begrijpen. Ik zal maar bij het begin starten:
Vanmorgen zijn we al om vijf uur van de kampeerplaats vertrokken.
We moesten lopen van Zanderij naar Berlijn. In padvindsterstermen heet dat hiken. Alles verliep vlot, we kwamen om half tien te Berlijn aan, hebben daar gekookt en zijn om twee uur aan de terugweg begonnen.
Neen, dat was het ergste niet. Het was zelfs prettig. Het begon pas toen we om half zes in het kamp terugkeerden. Een van de senioren (een padvindster die al meer kampervaring heeft) deed de mededeling dat alle nieuwelingen zich moesten verzamelen op het open veld rondom de vlaggestokken.
Hier zou ons een verrassing wachten omdat wij vandaag hadden getoond echte padvindsters te zijn die met gemak twintig kilometers heen en terug konden lopen. Een van de nieuwelingen fluisterde enthousiast:
‘We krijgen stokbrood.’ Dit is een kampgerecht bestaande uit geroosterd brooddeeg gevuld met jam. We waren daarom vol verwachting. De terugweg had ons uitgehongerd. Maar.... het was geen stokbrood. Plotseling kwamen ze aangerend. Van alle kanten werden we omsingeld door leidsters en senioren. In hun handen hadden ze emmers die gevuld waren met modder en water, opgelost tot een smerige pap. Dit werd over onze hoofden uitgestort. Ze gilden erbij: ‘Ontgroening!’ Er ontstond paniek.
Alle nieuwelingen probeerden weg te rennen. Maar dat ging niet. De senioren en leidsters waren in de meerderheid. We werden in het zand gesmeten.
Het gebeurde allemaal razend snel. Modder over je hoofd, zand in je kleren, zand in je mond, in je haar, in je ogen. Wie tegenstribbelde kreeg het moeilijker. Je kleren werden van je lijf gerukt en de senioren amuseerden zich kostelijk. Er werd met lege emmers gesmeten en uit angst voor een kapwond hield ik me koest. Het leek alsof een duivel in enkele senioren was gekropen. Ze haalden tandpasta, tomatenketchup, shiling oil, zout en jam. Als ze je eenmaal goed vast hadden, werden al deze spullen nog in je mond gedaan. Ik hoorde gillen, smeken en lachen en ik dacht maar steeds: ‘Doorbijten, je bent op proef.’
Eindelijk, ik zat met een mond vol zand en tandpasta, mijn bloes was alle knopen kwijt en de modder droop in klodders van mijn haar, was het voor mij voorbij. Ze lieten me los en ik mocht naar de badkamer. Snel sprong ik op en haastte me naar de achterkant van de barak. Toen.... stond ik tegenover háár. Een van de leidsters van wie ik gemerkt had dat ze me net zo weinig kon verdragen, als ik haar. Zulke dingen voel je gewoon aan. Haar ogen glommen kwaadaardig. Ze riep: ‘Er is nog eentje hier, wie komt me helpen?’ Er kwam een senior aangesneld, die me gelijk vastgreep. Ik werd weer op de grond gesmeten en ik kreeg nu poederzeep in mijn mond.
Ik zei steeds tegen me zelf:
‘Niet huilen, het is een proef.’ En ik was vast van plan deze proef te doorstaan, ook al zag ik haar ogen een beetje gemeen glinsteren.
Terwijl uit mijn mond en neus de zeepbellen tevoorschijn kwamen, hoorde ik haar lachen.
Maar er kwam redding, al was het in een andere vorm dan ik verwacht had. Iemand riep:
‘Guido (dat is de roepnaam voor een leidster) moet ook ontgroend worden.’
‘Ze is ook voor het eerst in het kamp.’
Ze kwamen op haar af, drie senioren.
Guido werd vastgegrepen en ze verzette zich hevig. Ze vroeg:
‘Geen zand in mijn haar alstjeblief,’ Ze schreeuwde:
‘Geen modder!’ Maar..... er werd wel zand op haar gesmeten; klodders zand op haar haar, in haar mond, overal waar het kon. Ik stond ernaar te kijken en ik vond het leuk, tot ze boos werd. Heel boos, haar ogen bliksemden.
Dat was op het ogenblik dat er tandpasta in haar gezicht gesmeerd werd.
Ze sloeg haar hand uit, het leken klauwen en ze greep beet; precies in de vlechten van een magere senior. Het meisje met de vlechten gilde.
Ik stond daar en keek en in gedachten hoorde ik steeds de mededeling van de hoofdleidster:
‘Jullie zullen opgenomen worden in de grote liefdeketen van alle padvindsters over de gehele wereld. Toon je verdraagzaamheid.’
Ik stond daar, en ik zag dat zij, de leidster verschrikkelijk onverdraagzaam was. Ik werd er misselijk van. Ik keerde me met een ruk om en ging in een vlucht naar de badkamers. Daar stonden verschillende nieuwelingen op hun beurt te wachten. Eén huilde, maar de meerderheid kon een glimlach tevoorschijn toveren. Ze hadden de proef dus allemaal goed doorstaan. Ik kon niet lachen. Het beeld van die leidster bleef me bij en ik had het gevoel dat alles schijn was. Zijn alle mensen zo?
Beste biologieschrift, ik zit nu weer in mijn hoekje in de slaapzaal en ik voel me een beetje ongelukkig. Ik zou je een vraag willen stellen maar jij kunt me toch geen antwoord geven.
Geloven ze er zelf in, wanneer ze praten over de grote verdraagzaamheid of is het slechts schijn?

donderdag 27 augustus 2026

Carla Boogaards • 29 augustus 1997


Carla Boogaards (schrijfster, 1947): Onhollands dagboek.

29 augustus • Frank Creton, Surinaamse schilder, riep me vanuit een coffeeshop, nee geen dope, of ik wat wilde eten en drinken. Helaas, ik had weer haast. Ik nam Frank C. eens mee naar het boekenbal. Hij kreeg het benauwd in de drukte, astma, zijn hoge bloeddruk steeg, hij dronk niet, rookte niet, kende het spelletje ‘op de receptie’ niet. Hij was doodongelukkig, wilde al snel naar huis. Ik was ook ongelukkig, ik had toen juist mijn linkervoetspier gescheurd tijdens mijn nieuwe loop-training op mijn spiksplinternieuwe hol-schoenen. Je hoorde kg kg kg kg, dat was de spier. Ik droeg op het boekenbal een witte baseballpet zodat niemand me herkende, en ik droeg witte gympen zodat ik mijn onelegante loop extra benadrukte. Ik verdwaalde in het gebouw, ik kon niet drinken omdat ik de volgende dag om 8 uur 's morgens op mijn workshop-Sources-filmscenarioschrijven moest zijn. (Op uitnodiging van de HOS.) En daar kreeg ik bonje met Thom Hoffman. Ik werd boos over zijn negatieve vrouw-beeld, zijn onderdrukkende manier van met vrouwen omgaan. Fuck, ik heb geen zin in de opgefokte projecties van een semi-ster. So wie so van wie ook, ga lekker naar de hoeren, denk ik, laat je verwennen, kom wel of niet klaar, stop je neus vol, maar sodemieter op uit mijn nabijheid. Bon, het was mijn schuld, daar kwam het op neer, dat zei hij en nog een paar luitjes, mannen. Nomdeju Thommie, als ik wat in je wakker maak, dan graag het lieve, het sensuele, het vrolijke, zoiets. Verder, fuck. Ik ben niet bijzonder gelukkig met mijn boekenbals, nadat mijn verkering uitging liep meestal mijn boekenbal in het honderd. Verleden jaar bijvoorbeeld was mijn partner George Moormann. (‘Je mag mijn man wel een avondje lenen,’ zei Ruud.) George is een ideale partner, maar helaas, ik had mijn haar laten blonderen, dus niemand herkende me! Wanneer ik stralend groette kreeg ik een raar knikje terug, dus moest ik roepen: ‘Maar ik ben het, carla bogaards!’ ‘Oh, oo, oh, nu pas zie ik het, je bent zo veranderd!!!’ Dat blonde stond beeldig hoor, maar het werkte niet. Op het laatst herkende ik mezelf niet meer als ik argeloos in een warenhuis op een spiegel toeliep. Kijk, ik was zo ziek, ik wilde iets doen om mijn leven op te vrolijken, een metamorfose, ik wilde lijken op die blonde steile grieten van mtv. Ik rustte veel, dus ik keek vaak MTV, TMF is ook oké. Bijna niemand snapt dat ik die metamorfose nodig had om even niet voortdurend herinnerd te worden aan die zielige zieke Carla met haar warrige bos donkere krullen. Ik leek precies op De Zangeres Zonder Naam. Laat maar. Idioot verhaal. Na die blonde episode heb ik me dus weer donker laten verven. Maar de Jordanezen waren dol op dat blond! Zo niet de intellectuelen in mijn vriendenkring.

woensdag 26 augustus 2026

Alastair Campbell • 28 augustus 1996

Alastair Campbell (1957) was woordvoerder en campagneleider voor Labour-politicus Tony Blair. Toen deze premier werd, was hij zijn perschef. Hij hield in die jaren een dagboek bij: The Blair Years

Tuesday, August 27 • I didn't feel very refreshed after the holiday and had mixed feelings about going back to work. Peter M and I went out to see TB [Tony Blair] at half tour at Richmond Crescent. He was wearing shorts and a T-shirt with a big letter Q on it. He was tanned and seemed very chirpy, and moderately sympathetic when I told him we had had something of a holiday from hell, Fiona ill, the house not great. We went through all the various problem areas and he concluded that he needed to get out there more. He realised that he was being seen as all things to all men, a bit managerial even, and it had to be much clearer that he was a conviction politician. The problem was that New Labour was defined by our opponents as an electoral or political device. We had to show that he was New Labour out of conviction. I said the most important challenge of the coming months was for TB to connect with people, and for the party to see that happening, based upon his convictions as a left-of-centre political leader. Peter and I left at seven, having enjoyed a running private joke between us to see how long we would be there before we were offered a cup of tea. We got one just before we left.

Wednesday, August 28 • Neil and Glenys came round and we went to the Camden Brasserie. To our and their amazement, Robin and Gaynor [Regan, his secretary] were two tables away. Robin went a weird pink colour, while Gaynor looked sick. RC [Robin Cook, Foreign Affairs] came over. There was something I needed to fax to him, and could I fax to his office. It was probably a big charade to pretend he was not going to her place.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.

Dinsdag 27 augustus • Ik voelde me na de vakantie niet bepaald uitgerust en had gemengde gevoelens over het weer aan het werk gaan. Peter M. en ik gingen naar Richmond Crescent om TB [Tony Blair] te zien, halverwege zijn vakantie. Hij droeg een korte broek en een T-shirt met een grote Q erop. Hij was gebruind en leek erg opgewekt, en toonde redelijk veel begrip toen ik hem vertelde dat we min of meer een vakantie uit de hel achter de rug hadden gehad: Fiona ziek, het huis niet geweldig.

We namen alle verschillende probleemgebieden door en hij concludeerde dat hij er vaker op uit moest. Hij besefte dat hij werd gezien als iemand die voor iedereen alles probeerde te zijn, een beetje als een manager zelfs, en dat het veel duidelijker moest zijn dat hij een politicus was die vanuit overtuiging handelde. Het probleem was dat New Labour door onze tegenstanders werd afgeschilderd als een electorale of politieke truc. We moesten laten zien dat hij uit overtuiging voor New Labour stond.

Ik zei dat de belangrijkste uitdaging voor de komende maanden was dat TB contact moest maken met de mensen, en dat de partij moest zien dat dit gebeurde, gebaseerd op zijn overtuigingen als een centrumlinkse politieke leider.

Peter en ik vertrokken om zeven uur, nadat we samen veel plezier hadden beleefd aan een doorlopende privégrap: hoelang zouden we hier zijn voordat ons een kop thee werd aangeboden? We kregen er eentje vlak voordat we vertrokken.

Woensdag 28 augustus • Neil en Glenys kwamen langs en we gingen naar de Camden Brasserie. Tot onze verbazing én die van hen zaten Robin en Gaynor [Regan, zijn secretaresse] twee tafels verderop. Robin werd helemaal vreemd roze, terwijl Gaynor er ziekelijk uitzag. RC [Robin Cook, Buitenlandse Zaken] kwam naar ons toe. Er was iets wat ik naar hem moest faxen, en hij vroeg of ik het naar zijn kantoor kon faxen. Het was waarschijnlijk één grote vertoning om te doen alsof hij niet van plan was naar haar huis te gaan.

Tsead Bruinja • 27 augustus 2007

• Dichter des vaderlands Tsead Bruinja (1974) was in 2007 te gast op een poëziefestival in Macedonië en hield daar een dagboek bij.

Maandag, 27 augustus
Nadat we waren opgesplitst in vier groepjes, vertrok mijn gezelschap naar het stadje Prilep. Daar lazen we, na een bezoek aan het tabaksmuseum en een copieuze lunch, 's avonds voorbij de muur van een ruïne. De technicus, een jonge, wat gezette jongen, verveelde zich zodanig bij onze voordrachten, dat hij voortdurend aan het geluid zat te pielen, waardoor de installatie geregeld vervelend piepte. Verder werd de avond half schreeuwend gepresenteerd door een vrouw, die door haar mannelijke postuur, haar felrode lippen en een voorliefde voor haarlak veel weg had van een travestiet.
De vertalingen werden gelukkig niet voorgelezen door de presentatrice, maar door Elida, een studente psychologie, die ons samen met Marija en Natasha ook in Struga had begeleid. Ik had Elida niet verteld dat ik van mijn voordracht, vier liefdesgedichten, een duet wilde maken, maar ze deed goed mee. Ik stelde haar microfoon zo op dat we niet voorlazen aan het publiek maar aan elkaar. Bij het laatste gedicht dat het einde van de relatie inluidde, stonden we met de ruggen naar elkaar toe.

Dinsdag, 28 augustus
Van het oude treinstation in Skopje, waar alle dichters voorlazen, was een monument gemaakt ter nagedachtenis aan de honderden gestorven kinderen die tijdens de aardbeving in 1963 onder het puin bedolven waren geraakt. De klok aan de gevel stond nog altijd op het tijdstip van de ramp.
Ik vroeg de jonge Macedonische dichter Nikola Madirov, met wie ik het veel over muziek had gehad, bij mijn voordracht in een vijfkwarts maat te klappen. Hij nam de uitdaging aan en ik las een gedicht over mijn opa, waarin ik me voorstel hoe hij als een Don Quichot uit zijn laatste droom komt galopperen en al vechtend met zijn eigen windmolens aan de horizon verdwijnt. Doordat ik het met nog meer vuur had gebracht dan normaal, duurde het even voordat ik weer mezelf was.
Eenmaal terug in het hotel dronken en praatten we tot zo diep mogelijk in de nacht om ons naderend afscheid uit te stellen. Ik zou ze gaan missen, zelfs Mr. Montenegro.

dinsdag 25 augustus 2026

Wolfgang Herrndorf • 26 augustus 2013

Wolfgang Herrndorf (1965-2013) was een Duitse schilder en schrijver. Nadat bij hem in 2010 een hersentumor geconstateerd werd, begon hij een online dagboek dat hij bijhield tot aan zijn dood. Het is daarna ook in boekvorm gepubliceerd.

Vertaling onderaan

2.8. 2013 20: 7:16
im See zwei Schwimmer, einer davon ich.

2.8. 2013 20:18:00
Lars liest mir Isa vor.

2.8. 2013 20:21
Jeden Abend der gleiche Kampf. Laß mich gehen, nein, laß mich gehen, nein. Laß mich.

4.8. 2013 14:51
Ich kann nichts schreiben, nicht lesen, kein Wort.
Ich will spazieren. Wo will ich hin. Den ganzen Winter habe ichs gefunden.

4.8. 18:10
Stundenlang Epilepsie, den Namen von C. vergessen. Die anderen in ihrer Wohnung kenne ich auch nicht, weil ich sie nicht angesehen habe, aus Angst, auch ihre Namen nicht zu wissen.

5.8. 2013 19:42
Westhafen. Mit Ines zum Kanal. Im Wald schnell Dämmerung, keine Johannisbeeren, dafür Brommbeersträucher wie vor Monaten. Liegen bis in die Nacht am Ufer unter Sternen. Ihre Kinder, Mäckeritzbrücke, Saatwinkler Damm, Italien, Taxi.

11.8. 2013 12:01
August, September, Oktober, November, Dezember, Schnee
Jeder Morgen, jeder Abend. Ich bin sehr zu viel.

17.8. 2013 17:00
C. liest mir Isa vor.

18.08.2013 17:30
Stundenlang Regen. Niemand am See, nur der Bademeister.

19.08.2013 11:00
Passig und Marcus kommen. Lesen Isa, halten es für machbar.

20.8.2013 14.00
Almut.

------------

Schluss
Wolfgang Herrndorf hat sich am Montag, den 26. August 2013 gegen 23.15 Uhr am Ufer des Hohenzollernkanals erschossen.


De plaats waar Herrndorf zichzelf doodschoot.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT

2-8-2013, 20:07:16
In het meer twee zwemmers, van wie één ik.

2-8-2013, 20:18:00
Lars leest me voor uit Isa.

2-8-2013, 20:21
Elke avond dezelfde strijd. Laat me gaan, nee, laat me gaan, nee. Laat me.

4-8-2013, 14:51
Ik kan niets schrijven, niets lezen, geen woord.
Ik wil wandelen. Waar wil ik heen? De hele winter heb ik het gevonden.

4-8, 18:10
Urenlang epilepsie, de naam van C. vergeten. De anderen in haar woning ken ik ook niet, omdat ik niet naar hen heb gekeken, uit angst ook hun namen niet te kennen.

5-8-2013, 19:42
Westhafen. Met Ines naar het kanaal. In het bos snel schemering, geen aalbessen, maar braamstruiken zoals maanden geleden. Tot diep in de nacht aan de oever onder de sterren gelegen. Haar kinderen, Mäckeritzbrug, Saatwinkler Damm, Italië, taxi.

11-8-2013, 12:01
Augustus, september, oktober, november, december, sneeuw.
Elke ochtend, elke avond. Ik ben veel te veel.

17-8-2013, 17:00
C. leest me voor uit Isa.

18-8-2013, 17:30
Urenlang regen. Niemand aan het meer, alleen de badmeester.

19-8-2013, 11:00
Passig en Marcus komen. Lezen Isa, vinden het haalbaar.

20-8-2013, 14:00
Almut.

Slot

Wolfgang Herrndorf heeft zich op maandag 26 augustus 2013 omstreeks 23.15 uur aan de oever van het Hohenzollernkanaal doodgeschoten.

maandag 24 augustus 2026

Lode De Paepe • 25 augustus 2001

Lode De Paepe beklom in 2001 en 2002 op een eenwieler de Mont Ventoux. Hij doet daarvan verslag in De kale berg. Op en over de Mont Ventoux.

Zaterdag 25 augustus 2001 • En dit is nu wat de echte wielerfanaat onderscheidt van een gelegenheidstrapper als ik: ik had er nog steeds niet het minste idee van wat ik voor me had. Hiervan getuige het ontbijt dat ik op 25 augustus 2001 nuttigde: twee croissants en een kop koffie...
Voorzien van drie liter water en wat druivensuiker richting top, tegen een gemiddelde snelheid van 8 km/u. Ik merkte echter direct dat je de Mont Ventoux niet oprijdt zonder deftige voorbereiding en het bleek al snel nodig nu en dan een korte herstelpauze in te lassen.
Na een zestal kilometer kreeg ik le chalet Liotard in het vizier en ik kon mij niet bedwingen er een steak met frieten te gaan nuttigen; de croissants waren immers allang opgebruikt. Na 45 minuten met een volle maag - ook al niet ideaal maar het had toch deugd gedaan - terug op weg voor de laatste zes kilometer.
Over dit gedeelte kunnen we kort zijn: afzien, afzien en afzien. Op drie kilometer van de top ben ik tegen de grond gegaan, wat niet verwonderlijk is bij een eenwieler als men de voeten vastklikt. Eén moment van onoplettendheid en weg evenwicht. Het losklikken van de trappers is enkel de eerste kilometers een optie, wanneer men er nog fris genoeg voor is.
Aangekomen op de top was de voldoening enorm, ook al was dit maar een gedeeltelijke klim.