• István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij.
Medan 24 mei 1914
We hebben bijna besloten naar Singapore te gaan om van daar weer terug te keren naar Hongarije. Wat een schande! Nauwelijks zijn we hier aangekomen en we gaan meteen terug naar huis om alles weer op te pikken waar we het lieten liggen. Misschien krijgt Tarnay inderdaad gelijk: ‘Binnen zes maanden zijn jullie weer thuis. En dan blijft jullie niet eens de illusie over dat je in het buitenland wel je geluk kan vinden, als het hier niet lukt.’ En dan ben ik er ook zeker van dat ik mijn hele leven door ongeluk vervolgd word. Nu zou ik al graag van alle menselijke verlangens, heimwee en dergelijke afzien als mijn financiële situatie het verblijf hier mogelijk zou maken. Een onverwacht humane mededeling van onze hotelbaas, wat je van een voormalige matroos niet zou verwachten, maakt grote indruk op ons. Hij deelde ons mee: ‘U, heren, bent niet hier gekomen om na een paar weken weer naar huis te gaan. Als uw geld op is, dan kunt u hier blijven zolang u maar wilt. U heeft zich gedragen als gentlemen, ik zal het ook doen. Het geld groeit natuurlijk niet op mijn rug, maar als u een baan heeft gevonden kunt u het mij terugbetalen. Ik ga er trouwens niet van uit dat uw geld voortijdig opraakt. Het vinden van een baan is een kwestie van weken. Hooguit!’ We hebben vandaag met een administrateur kennisgemaakt die hier een hoog aanzien geniet. Hij heet Kemmler en hij is ook nog de baas van Mészáros. Hij lachte ons uit toen we over onze zorgen spraken. We hebben weer eens gehoord: ‘Seien Sie nicht besorgt, hier an der Ostküste kommt alles zurecht.’ Hij beloofde ons dat hij ons zeker morele steun zou verlenen. Vanavond was er een lichte aardbeving hier en we zagen een vampiervleermuis boven de stad vliegen, die was zo groot als een gans.
zondag 24 mei 2026
Daniil Charms • 24 mei 1931
• Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.
[MEI 1931] De kracht die woorden in zich hebben moet worden vrijgemaakt. Er bestaan woordsamenstellingen, waarbij het effect van deze kracht aanmerkelijk sterker aan de dag treedt. Het is niet juist om te denken dat deze kracht voorwerpen tot bewegen dwingt. Ik ben ervan overtuigd dat woordkracht ook hiertoe in staat is. Maar het meest waardevolle effect van deze kracht is praktisch ondefinieerbaar. Een ruwe voorstelling ervan vinden we in het ritme van metrische verzen. Een gecompliceerd medium als de hulp van metrische verzen om een of ander lichaamsdeel te bewegen, moeten we evenmin als een verzinsel zien. Deze zeer grove werking van woordkracht is waarschijnlijk niet toegankelijk voor ons redenerend begrip. Als we al aan een methode van onderzoek naar deze krachten denken, dan moet deze totaal anders zijn dan die, welke tot nu toe in de wetenschap werden toegepast. Voorop staat, dat feit of ervaring hier niet als bewijs kan gelden. Ik vind het moeilijk om aan te geven, waardoor een en ander bewezen en gecontroleerd moet worden. Voorlopig ken ik vier soorten verbale werktuigen: gedichten, gebeden, liederen en toverspreuken. Deze zijn niet door berekening of redenering tot stand gekomen, maar langs een andere weg, die we ALFABET noemen.
[MEI 1931] De kracht die woorden in zich hebben moet worden vrijgemaakt. Er bestaan woordsamenstellingen, waarbij het effect van deze kracht aanmerkelijk sterker aan de dag treedt. Het is niet juist om te denken dat deze kracht voorwerpen tot bewegen dwingt. Ik ben ervan overtuigd dat woordkracht ook hiertoe in staat is. Maar het meest waardevolle effect van deze kracht is praktisch ondefinieerbaar. Een ruwe voorstelling ervan vinden we in het ritme van metrische verzen. Een gecompliceerd medium als de hulp van metrische verzen om een of ander lichaamsdeel te bewegen, moeten we evenmin als een verzinsel zien. Deze zeer grove werking van woordkracht is waarschijnlijk niet toegankelijk voor ons redenerend begrip. Als we al aan een methode van onderzoek naar deze krachten denken, dan moet deze totaal anders zijn dan die, welke tot nu toe in de wetenschap werden toegepast. Voorop staat, dat feit of ervaring hier niet als bewijs kan gelden. Ik vind het moeilijk om aan te geven, waardoor een en ander bewezen en gecontroleerd moet worden. Voorlopig ken ik vier soorten verbale werktuigen: gedichten, gebeden, liederen en toverspreuken. Deze zijn niet door berekening of redenering tot stand gekomen, maar langs een andere weg, die we ALFABET noemen.
Josep Pla • 23 mei 1918
• De journalen van de Catalaanse schrijver Josep Pla i Casadevall (1897-1981) omvatten zo’n 30.000 bladzijden vol dagboekaantekeningen, reisimpressies, invallen en literaire portretten. Het grijze schrift (vertaald door Adri Boon) bestrijkt de jaren 1918-1920, voordat de jonge Pla als dagbladcorrespondent naar Parijs vertrok.
23 mei. Na zijn lange winterse retraite heeft de schildpad uit de tuin weer tekenen van leven gegeven. Het is mogelijk dat hij al enige dagen rondloopt; ik had er tot op heden nog niets van gemerkt. Ik zie hoe hij met zijn geelgestreepte schild in de schaduw van de potten met hortensia's kruipt. Hij steekt zijn kop van goedmoedig reptiel uit, vertoont een belachelijke staart, beweegt zijn poten met dwaze en groteske traagheid. Ik weet niet welke parasitaire prikkel de schildpad ertoe brengt in de nabijheid van de mens te willen leven. In alle windstreken en in alle klimaten is de hond een kostganger van de mens. De rat is een parasiet van het mensenras. De kat is een parasiet van de ratten. De mens omringt zich met huisdieren om ze aan tafeel met vork en mes te verorberen. Wat vindt de schildpad in de nabijheid van de de mensen dat hij zich er zo uitstekend aan aanpast?
Onze schildpad is zeer oud. Wij zijn even gewend aan zijn aanwezigheid in de zomer als aan zijn afwezigheid in de winter. Wij slaan helemaal geen acht op zijn bewegingen. Hij is een onderdeel van de tuin, nel zo goed als de sinaasappelbomen, de palmen, de houtstapel dat zijn. Hij is niets meer dan een onbeduidend detail van de aarde. Sinds de schildpad in de tuin leeft, hebben we diverse honden gehad. De verhouding tussen de schildpad en de opeenvolgende honden was altijd slecht. De schildpad heeft de duivelse gewoonte, wat misschien alleen maar een voorwaardelijke reflex is, om op de slaapplaats van de hond te wateren. Deze betreurenswaardige realiteit brengt de hond tot grote woede. Zodra de hond de schildpad ontwaart, loopt deze op hem af en kiepert hem met zijn poot op zijn rug, keert hem om zoals iemand een bord soep omkeert. De schildpad ligt dan met zijn buik in de zon. Met zijn poten, zijn staart en zijn kop maakt hij allerhande bewegingen om overeind te komen. Tevergeefs. Hij slaagt er niet in overeind te komen. Hij zou zijn hele verdere leven met zijn buik omhoog blijven liggen als een van ons hem niet weer met zijn poten op de grond zette. Als de hond getuige is van die handeling, begint hij bij wijze van protest uitzinnig te blaffen. Zo het voortbestaan van schildpadden aan het criterium van honden onderworpen was, zou het soort dus waarschijnlijk al uitgestorven zijn. Een omgedraaide, ondersteboven gekeerde schildpad sterft op den duur. Uit zichzelf kan hij niet overeind komen en ik geloof niet dat een ander beest hem daarbij zou helpen. Maar mannen en vrouwen, jongens en meisjes, en zelfs kinderen kunnen een op zijn rug gekeerde schildpad niet aanzien en zetten hem op zijn pootjes. Ik weet niet of wij dat uit sentimentaliteit doen; wellicht doen wij het omdat we de aanblik van een schildpad met zijn buik in de zon — et de aanblik van die witte, slijkkleurige buik — afschuwelijker vinden dan een schildpad met zijn pootjes op de grond. En aldus zijn — ieder geval — de honden de boze geest van de schildpadden terwijl de mensen hun welwillende en aanbiddelijke voorzienigheid vormen.
23 mei. Na zijn lange winterse retraite heeft de schildpad uit de tuin weer tekenen van leven gegeven. Het is mogelijk dat hij al enige dagen rondloopt; ik had er tot op heden nog niets van gemerkt. Ik zie hoe hij met zijn geelgestreepte schild in de schaduw van de potten met hortensia's kruipt. Hij steekt zijn kop van goedmoedig reptiel uit, vertoont een belachelijke staart, beweegt zijn poten met dwaze en groteske traagheid. Ik weet niet welke parasitaire prikkel de schildpad ertoe brengt in de nabijheid van de mens te willen leven. In alle windstreken en in alle klimaten is de hond een kostganger van de mens. De rat is een parasiet van het mensenras. De kat is een parasiet van de ratten. De mens omringt zich met huisdieren om ze aan tafeel met vork en mes te verorberen. Wat vindt de schildpad in de nabijheid van de de mensen dat hij zich er zo uitstekend aan aanpast?
Onze schildpad is zeer oud. Wij zijn even gewend aan zijn aanwezigheid in de zomer als aan zijn afwezigheid in de winter. Wij slaan helemaal geen acht op zijn bewegingen. Hij is een onderdeel van de tuin, nel zo goed als de sinaasappelbomen, de palmen, de houtstapel dat zijn. Hij is niets meer dan een onbeduidend detail van de aarde. Sinds de schildpad in de tuin leeft, hebben we diverse honden gehad. De verhouding tussen de schildpad en de opeenvolgende honden was altijd slecht. De schildpad heeft de duivelse gewoonte, wat misschien alleen maar een voorwaardelijke reflex is, om op de slaapplaats van de hond te wateren. Deze betreurenswaardige realiteit brengt de hond tot grote woede. Zodra de hond de schildpad ontwaart, loopt deze op hem af en kiepert hem met zijn poot op zijn rug, keert hem om zoals iemand een bord soep omkeert. De schildpad ligt dan met zijn buik in de zon. Met zijn poten, zijn staart en zijn kop maakt hij allerhande bewegingen om overeind te komen. Tevergeefs. Hij slaagt er niet in overeind te komen. Hij zou zijn hele verdere leven met zijn buik omhoog blijven liggen als een van ons hem niet weer met zijn poten op de grond zette. Als de hond getuige is van die handeling, begint hij bij wijze van protest uitzinnig te blaffen. Zo het voortbestaan van schildpadden aan het criterium van honden onderworpen was, zou het soort dus waarschijnlijk al uitgestorven zijn. Een omgedraaide, ondersteboven gekeerde schildpad sterft op den duur. Uit zichzelf kan hij niet overeind komen en ik geloof niet dat een ander beest hem daarbij zou helpen. Maar mannen en vrouwen, jongens en meisjes, en zelfs kinderen kunnen een op zijn rug gekeerde schildpad niet aanzien en zetten hem op zijn pootjes. Ik weet niet of wij dat uit sentimentaliteit doen; wellicht doen wij het omdat we de aanblik van een schildpad met zijn buik in de zon — et de aanblik van die witte, slijkkleurige buik — afschuwelijker vinden dan een schildpad met zijn pootjes op de grond. En aldus zijn — ieder geval — de honden de boze geest van de schildpadden terwijl de mensen hun welwillende en aanbiddelijke voorzienigheid vormen.
donderdag 21 mei 2026
István Radnai • 22 mei 1914
• István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij.
Medan 22 mei 1914
Gemke heeft een prachtige baan gekregen. Hij werkte ooit al op Sumatra, maar hij moest voor genezing naar huis omdat hij door een Maleier met een mes lelijk toegetakeld werd. Dat hij hier werk heeft gevonden is voor mij echter geen troost. Voor de Nederlanders is het hier geen probleem een baan te vinden. Je wordt hier gek van verveling. Als ik ertoe veroordeeld zou worden hier mijn hele leven door te brengen, dan zou ik me zonder meer direct voor de kop schieten. De uitzichten om hier een baan te vinden zijn niet bijzonder goed. We krijgen de ene afwijzing na de andere. Meestal 2 à 3 stuks per dag. Misschien vinden we toch iets tegen 9 juni. Langer kunnen we vanwege ons gebrek aan geld niet meer wachten. Als het zover is dan moet ik naar Singapore en hoop dan binnen enkele dagen werk te vinden of ik word steward op een boot die naar Europa vaart. Van de hulp van de consul wil ik in het uiterste geval gebruik maken. Het was onverstandig van me naar László te luisteren en zonder meer naar dit onbekende land te reizen. Ik kende toch zijn onnozele ideeën. Nu is er niets meer aan te doen, het is mosterd na de maaltijd. Het is wel erg genant dat je je hele leven lang alleen van je eigen schuld iets kunt leren. Ik wil eindelijk eens volleerd zijn. Wat voor werk zal ik nog allemaal doen? Ik zou dolgraag weten waar en wanneer ik eindelijk mijn rust kan vinden. Ik was al aspirant-technicus in de textielindustrie, boer, soldaat, kantoorklerk, venter, bijna redacteur en nu ben ik aspirant-planter. Binnenkort word ik misschien ober op een boot of stoker en daarna fotograaf. Kan een jongmens van amper 22 zich een leven wensen dat meer afwisseling biedt?
Medan 22 mei 1914
Gemke heeft een prachtige baan gekregen. Hij werkte ooit al op Sumatra, maar hij moest voor genezing naar huis omdat hij door een Maleier met een mes lelijk toegetakeld werd. Dat hij hier werk heeft gevonden is voor mij echter geen troost. Voor de Nederlanders is het hier geen probleem een baan te vinden. Je wordt hier gek van verveling. Als ik ertoe veroordeeld zou worden hier mijn hele leven door te brengen, dan zou ik me zonder meer direct voor de kop schieten. De uitzichten om hier een baan te vinden zijn niet bijzonder goed. We krijgen de ene afwijzing na de andere. Meestal 2 à 3 stuks per dag. Misschien vinden we toch iets tegen 9 juni. Langer kunnen we vanwege ons gebrek aan geld niet meer wachten. Als het zover is dan moet ik naar Singapore en hoop dan binnen enkele dagen werk te vinden of ik word steward op een boot die naar Europa vaart. Van de hulp van de consul wil ik in het uiterste geval gebruik maken. Het was onverstandig van me naar László te luisteren en zonder meer naar dit onbekende land te reizen. Ik kende toch zijn onnozele ideeën. Nu is er niets meer aan te doen, het is mosterd na de maaltijd. Het is wel erg genant dat je je hele leven lang alleen van je eigen schuld iets kunt leren. Ik wil eindelijk eens volleerd zijn. Wat voor werk zal ik nog allemaal doen? Ik zou dolgraag weten waar en wanneer ik eindelijk mijn rust kan vinden. Ik was al aspirant-technicus in de textielindustrie, boer, soldaat, kantoorklerk, venter, bijna redacteur en nu ben ik aspirant-planter. Binnenkort word ik misschien ober op een boot of stoker en daarna fotograaf. Kan een jongmens van amper 22 zich een leven wensen dat meer afwisseling biedt?
woensdag 20 mei 2026
Zinaida Hippius • 21 mei 1917
• Zinaida Nikolajevna Hippius (1869-1945) was een Russische dichteres en schrijfster. In De schittering van woorden zijn onder meer dagboekaantekeningen en brieven van haar opgenomen. Vertaling: Mieke en Mouring Lindenburg.
20 mei
Morgen is het Pinksteren. Het is vochtig weer. De weg is nog niet hersteld. De telegraaf is als gevolg van de sneeuwstorm die heel Rusland heeft geteisterd, uitgevallen.
Gezien de precaire toestand in het achterland en de ondoorzichtige situatie aan het front valt het niet mee om hier te zitten. Maar ik geef me niet aan somberheid over. Dat zou zondig zijn.
Kerenskij is minister van oorlog. Tot nu toe doet hij het uitstekend.
Kerenskij is de juiste man op de juiste plaats. The right man on the right place, zoals die slimme Engelsen zeggen. Of is hij the right man on the right moment? En als dat nu alleen maar for one moment is? Laten we er maar niet naar gissen. In ieder geval heeft hij het recht om zich over de oorlog en voor de oorlog uit te spreken — juist omdat hij tegen de oorlog is (an sich). Volgens de domme terminologie van de `overwinningsfanatici' was hij een `défaitist' (ik werd ook `défaitiste' genoemd).
20 mei
Morgen is het Pinksteren. Het is vochtig weer. De weg is nog niet hersteld. De telegraaf is als gevolg van de sneeuwstorm die heel Rusland heeft geteisterd, uitgevallen.
Gezien de precaire toestand in het achterland en de ondoorzichtige situatie aan het front valt het niet mee om hier te zitten. Maar ik geef me niet aan somberheid over. Dat zou zondig zijn.
Kerenskij is minister van oorlog. Tot nu toe doet hij het uitstekend.
Kerenskij is de juiste man op de juiste plaats. The right man on the right place, zoals die slimme Engelsen zeggen. Of is hij the right man on the right moment? En als dat nu alleen maar for one moment is? Laten we er maar niet naar gissen. In ieder geval heeft hij het recht om zich over de oorlog en voor de oorlog uit te spreken — juist omdat hij tegen de oorlog is (an sich). Volgens de domme terminologie van de `overwinningsfanatici' was hij een `défaitist' (ik werd ook `défaitiste' genoemd).
dinsdag 19 mei 2026
István Radnai • 20 mei 1914
• István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij.
Medan, 20-21 mei 1914
Alles is vergeefs, ik raak toch nooit gewend aan de Hollanders. Reeds op de boot vond ik hen onsympathiek, maar hier is het nog erger geworden. Hun scheldnaam in het Duits is Käsköpfe. Ze zijn gewoon onuitstaanbaar. Waarom? Ik kan het zo gauw ook niet zeggen. Misschien door hun lelijke krakende taal die ik niet begrijp. Maar wat ze hier in Deli doen, daarvoor neem ik mijn hoed af. Iedere plantage heeft een spoorwegverbinding. Naar die plantages, die met de trein toch niet te bereiken zijn, kun je met de auto op de prachtigste geasfalteerde straten rijden. Er is geen sprake van een ontzettend cultuurgebrek, zoals mijn vriend Béla Májerszky verteld heeft. Hier zijn weliswaar geen grote fabrieken, maar als je aan de verhoudingen hier went dan kun je je net zo goed voelen als in Europa. Het lukt wel als je ook gezelschap hebt, en dat kun je hier makkelijk vinden. Het duidelijkste bewijs dat je hier goed kunt leven, is het feit dat de blanken die al 1-2 jaar hier zitten, zich erg op hun gemak voelen en niet eens eraan denken Sumatra te verlaten. Ze zeggen: ‘Het is leuk in Europa als je geld hebt, maar als je het niet hebt dan is Deli honderdmaal beter.’ In de hoofdstad zijn er 3 bioscopen op Europees niveau. Iedere maand komt een Europees circus of variété naar de stad. Alle grote Europese kranten zijn hier te koop. Verdomme, de duivel mag hen halen! Het is al bij al toch niet de Andrássy straat, of het ‘bier cabaret’ op het Erzsébetplein. Wat zou het toch leuk zijn daar nog eens te zitten.
Medan, 20-21 mei 1914
Alles is vergeefs, ik raak toch nooit gewend aan de Hollanders. Reeds op de boot vond ik hen onsympathiek, maar hier is het nog erger geworden. Hun scheldnaam in het Duits is Käsköpfe. Ze zijn gewoon onuitstaanbaar. Waarom? Ik kan het zo gauw ook niet zeggen. Misschien door hun lelijke krakende taal die ik niet begrijp. Maar wat ze hier in Deli doen, daarvoor neem ik mijn hoed af. Iedere plantage heeft een spoorwegverbinding. Naar die plantages, die met de trein toch niet te bereiken zijn, kun je met de auto op de prachtigste geasfalteerde straten rijden. Er is geen sprake van een ontzettend cultuurgebrek, zoals mijn vriend Béla Májerszky verteld heeft. Hier zijn weliswaar geen grote fabrieken, maar als je aan de verhoudingen hier went dan kun je je net zo goed voelen als in Europa. Het lukt wel als je ook gezelschap hebt, en dat kun je hier makkelijk vinden. Het duidelijkste bewijs dat je hier goed kunt leven, is het feit dat de blanken die al 1-2 jaar hier zitten, zich erg op hun gemak voelen en niet eens eraan denken Sumatra te verlaten. Ze zeggen: ‘Het is leuk in Europa als je geld hebt, maar als je het niet hebt dan is Deli honderdmaal beter.’ In de hoofdstad zijn er 3 bioscopen op Europees niveau. Iedere maand komt een Europees circus of variété naar de stad. Alle grote Europese kranten zijn hier te koop. Verdomme, de duivel mag hen halen! Het is al bij al toch niet de Andrássy straat, of het ‘bier cabaret’ op het Erzsébetplein. Wat zou het toch leuk zijn daar nog eens te zitten.
maandag 18 mei 2026
Guillaume Groen van Prinsterer • 19 mei 1822
• Guillaume (Willem) Groen van Prinsterer (1801-1876) was een Nederlands politicus en historicus. Zijn dagboeken 1821-1876 staan online bij Historici.nl.
19 mei 1822
Deze dag was voor mij alleraangenaamst. Ik ging ter kerke bij prof. van der Palm, waar wij naar aanleiding van 1 J[oh]. 19 v. 19-21 eene heerlijke preek over het karakter der oude godsgezanten hoorden, welke de tegenwoordige nietsbeduidendheid tot staatkundige veinsaards zoekt te verlagen, terwijl zij door hunne hoogere stemming niet alleen boven het gros der menschen, maar boven de braafsten zelfs onder hen verheven waren en schenen de perken der stoffelijkheid reeds te hebben overschreden. Om half twaalf reed ik met [Jaap Elout] naar Den Haag in de hoop van [zijne Mathilde?] aldaar te zullen vinden; daar deze reeds vertrokken was, reden wij, na bij ons wafelen met madera gebruikt te hebben, wederom af en kwamen om 3V4 [?] uur op Blankenburg, de plaats van den heer Elout, aan. Wij vonden aldaar de heeren Smissaert. Met Henriette Elout en de freule Asthbeck, twee allerliefste meisjes, deden wij voor het dîner eene mooije wandeling. Na den eten wandelden de heeren naar de boerderij, waar alles naauwkeurig opgenomen werd. De heer Cambier met zijne vrouw en de heer van Lennep, alsmede de heer Rengers kwamen eene visite doen. Met den laatsten en de dames, drie jufvrouwen Elout, want Santje logeerde te Haarlem, de freule Asthbeck en de freule Kempenaar; wier broeder ook met ons gedineerd had, deden wij weder een zeer aangenaam tourtje. Om 9 uur reden wij af en toen ik te Leijden op de sociëteit kwam, vond ik tot mijn groóte verwondering Henri Hoffman, die mij een paar dagen tevoren geschreven had, dat de koorts het hem onmogelijk maakte mij te komen opzoeken. Met dezen onverwachten logeergast soupeerde ik bij mevrouw Fremery, 't geen dezen dag op eene pleizierige wijze besloot en om 12 uur gingen wij naar huis. Het overheerlijke weder had tot de genoegens door mij gesmaakt niet weinig toegebragt.
142-2012>
Abonneren op:
Posts (Atom)



