• James Woodforde (1740-1803) was dominee in het dorp Weston Longville in het Engelse Norfolk. Hij hield 44 jaar een dagboek bij; gedeeltes daaruit zijn gepubliceerd als The Diary of a Country Parson 1758 – 1802.
Vertaling onderaan
June 4. I breakfasted, dined, supped and slept again at Weston. My tooth pained me all night, got up a little after 5 this morning, & sent for one Reeves a man who draws teeth in this parish, and about 7 he came and drew my tooth, but shockingly bad indeed, he broke away a great piece of my gum and broke one of the fangs of the tooth, it gave me exquisite pain all the day after, and my Face was swelled prodigiously in the evening and much pain. Very bad and in much pain the whole day long. Gave the old man that drew it however 0. 2. 6. He is too old, I think, to draw teeth, can't see very well.
June 5. I breakfasted, dined, supped and slept again at Weston. Very much disturbed in the night by our dog which was kept within doors tonight, was obliged to get out of bed naked twice or thrice to make him quiet, had him into my room, and there he emptied himself all over the room. Was obliged then to order him to be turned out which Bill did. My face much swelled but rather easier than yesterday tho' now very tender and painful, kept in today mostly. Paid and gave Will my servant this evening 0.5.0. Paid Mr. Dunnell this evening part of a bill due to him from me, for 1 cows, 3 Piggs, 3 p'. Shoes, Flower, Tea, Sugar, News Papers, Pipes, Candles, Pan, Tobacco, Beer, Mustard, Salt, Washing, Halters, Comb and Brush, Crabs, Bread and Porterage of £14. 9. 3. the sum of a Bank Note - of - £10.0.0.213-2014>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.
4 juni. Ik ontbeet, dineerde, soupeerde en sliep opnieuw te Weston. Mijn tand deed mij de hele nacht pijn. Vanmorgen stond ik iets na vijven op en liet ik een zekere Reeves halen, een man uit deze parochie die tanden trekt. Omstreeks zeven uur kwam hij en trok mijn tand, maar op een verschrikkelijk slechte manier. Hij rukte een groot stuk van mijn tandvlees weg en brak een van de wortels van de tand af. Dat bezorgde mij de rest van de dag hevige pijn, en tegen de avond was mijn gezicht buitengewoon opgezwollen en zeer pijnlijk. Ik was de hele dag ziek en leed voortdurend pijn. Toch gaf ik de oude man die de tand had getrokken 2 shilling en 6 pence. Hij is, denk ik, te oud om nog tanden te trekken; hij kan niet goed meer zien.
5 juni. Ik ontbeet, dineerde, soupeerde en sliep opnieuw te Weston. Ik werd 's nachts erg gestoord door onze hond, die vanavond binnenshuis werd gehouden. Ik moest twee- of driemaal naakt uit bed komen om hem stil te krijgen. Ik nam hem zelfs mee naar mijn kamer, waarna hij zijn behoefte deed over de hele kamer. Ik moest toen bevel geven hem naar buiten te zetten, wat Bill deed.
Mijn gezicht was nog steeds sterk opgezwollen, maar ik voelde mij iets beter dan gisteren, hoewel het nog zeer gevoelig en pijnlijk was. Ik bleef vandaag grotendeels binnenshuis. Vanavond betaalde en gaf ik mijn knecht Will 5 shilling. Ook betaalde ik vanavond aan meneer Dunnell een deel van een rekening die ik nog bij hem had openstaan, voor één koe, drie varkens, drie paar schoenen, meel, thee, suiker, kranten, pijpen, kaarsen, een pan, tabak, bier, mosterd, zout, wasgoed, halsters, een kam en borstel, krabben, brood en vrachtkosten. De totale rekening bedroeg £14, 9 shilling en 3 pence. Ik betaalde daarvan een bankbiljet ter waarde van £10.0.0.
woensdag 3 juni 2026
dinsdag 2 juni 2026
Frits Spits • 3 juni 2025
• Frits Spits (1948) stopte eind vorig jaar als radiomaker. Over zijn laatste jaar als presentator hield hij een dagboek bij: Mijn laatste radiojaar.
dinsdag 3 juni
Het kabinet-Schoof is gevallen, Geert Wilders houdt het voor gezien. Wat zit hierachter? Waarom wil hij dit? Waarom nu? Zit die asielparagraaf hem echt zo hoog, of kreeg hij afgelopen weekend tijdens een bijeenkomst met rechtse politici in Hongarije het idee om zelf de macht te grijpen en chaos teweeg te brengen in ons land? Het zou me niet verbazen als deze non-democraat in alle stilte een staatsgreep voorbereidt. Of word ik nu langzamerhand een beetje complotrijp? Ik ben benieuwd hoe dit afloopt. Ongerust ben ik ook. 1k hoop dat bij de andere partijen wijsheid voorrang krijgt. Als we iets nodig hebben, is het dat wel.
Peter de Bie is vandaag overleden. Op zijn verjaardag. Zijn 75e. Voor de dood heeft hij zelf gekozen, hij was te ziek. Ik sprak hem voor het laatst op de herdenkingsdienst van zijn in maart overleden vrouw Dieuwertje [Blok]. Hij zat in een rolstoel, een bacteriële ziekte was er de oorzaak van dat zijn onderbeen afgezet moest worden, maar in zijn ogen zag ik nog steeds de glans die ik zo goed van hem heb leren kennen. Ik weet nog dat ik hem tijdens carnaval tegenkwam op het Eindhovense Stratumseind. Dat was heimelijk genieten voor Peter. Hij droeg dan vrouwenkleren en die schitterende ogen had hij extra aangezet met zwarte mascara. Prachtig zag hij eruit, vrolijk was hij beslist. In niets deed hij dan denken aan de vaak vernieuwende radiomaker die hij is geweest. Zijn manier van interviewen verraadde een groot inzicht, zijn dwarse geest zorgde voor vaak onverwachte en verrassende vragen. Niet voor niets is hem voor zijn radiowerk de Zilveren Reiss-microfoon toegekend. Peter de Bie zal ik nooit vergeten.
dinsdag 3 juni
Het kabinet-Schoof is gevallen, Geert Wilders houdt het voor gezien. Wat zit hierachter? Waarom wil hij dit? Waarom nu? Zit die asielparagraaf hem echt zo hoog, of kreeg hij afgelopen weekend tijdens een bijeenkomst met rechtse politici in Hongarije het idee om zelf de macht te grijpen en chaos teweeg te brengen in ons land? Het zou me niet verbazen als deze non-democraat in alle stilte een staatsgreep voorbereidt. Of word ik nu langzamerhand een beetje complotrijp? Ik ben benieuwd hoe dit afloopt. Ongerust ben ik ook. 1k hoop dat bij de andere partijen wijsheid voorrang krijgt. Als we iets nodig hebben, is het dat wel.
Peter de Bie is vandaag overleden. Op zijn verjaardag. Zijn 75e. Voor de dood heeft hij zelf gekozen, hij was te ziek. Ik sprak hem voor het laatst op de herdenkingsdienst van zijn in maart overleden vrouw Dieuwertje [Blok]. Hij zat in een rolstoel, een bacteriële ziekte was er de oorzaak van dat zijn onderbeen afgezet moest worden, maar in zijn ogen zag ik nog steeds de glans die ik zo goed van hem heb leren kennen. Ik weet nog dat ik hem tijdens carnaval tegenkwam op het Eindhovense Stratumseind. Dat was heimelijk genieten voor Peter. Hij droeg dan vrouwenkleren en die schitterende ogen had hij extra aangezet met zwarte mascara. Prachtig zag hij eruit, vrolijk was hij beslist. In niets deed hij dan denken aan de vaak vernieuwende radiomaker die hij is geweest. Zijn manier van interviewen verraadde een groot inzicht, zijn dwarse geest zorgde voor vaak onverwachte en verrassende vragen. Niet voor niets is hem voor zijn radiowerk de Zilveren Reiss-microfoon toegekend. Peter de Bie zal ik nooit vergeten.
maandag 1 juni 2026
J.L. Heldring • 2 juni 1958
• J.L. Heldring (1917–2013) was journalist en 4 jaar hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Zijn 'Pools dagboek' bevat de notities gemaakt tijdens een veertiendaags bezoek aan Warschau in de eerste helft van juni 1958.
Dinsdag 2 juni
Voor de lunch ben ik uitgenodigd door prof. A. Het blijkt in een van de duurste restaurants van Warschau te zijn, aan de Marszalkowska, de in Poolse Stalinstijl gebouwde boulevard in het midden van de stad. Zoals zovele dingen in socialistische staten, is ook dit restaurant, dat in 1955 gebouwd moet zijn, al wat versleten. Er zitten veel proletarisch uitziende mensen (schillerkragen enz.). Waar die het geld vandaan halen, weet ik niet. Ik vraag het maar niet aan mijn gastheer, want ik weet ook niet waar hij het geld voor de lunch vandaan haalt. De bediening is overigens langzaam. Dit is, zoals A. opmerkt, een van de nadelen van het socialistische systeem. De mensen zien er geen eigen belang in om harder te werken. Dat is natuurlijk bekend, maar het is goed het eens te horen uit de mond van een communist. Want dat is A. kennelijk. Hij is een beetje teleurstellend onorigineel in zijn opmerkingen over de koude oorlog (‘waar beide zijden schuld aan hadden’), over de blokpolitiek etc. Maar hij schijnt werkelijk te geloven in het ‘revanchisme’ van Adenauer of misschien niet van Adenauer, dan van zijn opvolger, wie dit ook zijn moge. De Europese integratie, waarover hij zojuist een artikel heeft geschreven, ziet hij ook als een produkt van de koude oorlog (dat is juist) en daarom veroordelenswaard (dat is op zichzelf niet juist). Ook ziet hij die integratie volkomen gedomineerd door Duitsland. De Gaulle is een satelliet van Adenauer. Hij zegt vertrouwd te zijn met mijn tegenargument, dat het beter is Duitsland in de club te hebben dan erbuiten, laat staan ertegen. De Bundesrepublik moge dan een democratische staat zijn (dat wil hij wel aannemen), maar de Weimarrepubliek was nog democratischer en toch bracht die binnen vier jaar na de sociaal-democraat Müller en binnen een jaar na Brüning (‘Adenauers partijgenoot’) Hitler. Mijn wederwoord: als we met historische parallellen beginnen, moeten we dan ook niet de Poolse delingen te berde brengen? Kortom, een vrij frustrerend, zij het levendig gesprek. Het is natuurlijk honderdmaal waar wat hij zegt: de Polen zullen nooit vergeten, dat de Duitsers hen bewust als Untermenschen hebben behandeld en een stad als Warschau b.v. systematisch - dus niet tijdens een oorlogshandeling - hebben vernield - een stad die de Polen na de oorlog zonder hulp uit het buitenland hebben moeten opbouwen. Vergeleken met de Polen, hebben wij tijdens de bezetting een gulden tijd gehad.
[lees verder]202-2017>
Dinsdag 2 juni
Voor de lunch ben ik uitgenodigd door prof. A. Het blijkt in een van de duurste restaurants van Warschau te zijn, aan de Marszalkowska, de in Poolse Stalinstijl gebouwde boulevard in het midden van de stad. Zoals zovele dingen in socialistische staten, is ook dit restaurant, dat in 1955 gebouwd moet zijn, al wat versleten. Er zitten veel proletarisch uitziende mensen (schillerkragen enz.). Waar die het geld vandaan halen, weet ik niet. Ik vraag het maar niet aan mijn gastheer, want ik weet ook niet waar hij het geld voor de lunch vandaan haalt. De bediening is overigens langzaam. Dit is, zoals A. opmerkt, een van de nadelen van het socialistische systeem. De mensen zien er geen eigen belang in om harder te werken. Dat is natuurlijk bekend, maar het is goed het eens te horen uit de mond van een communist. Want dat is A. kennelijk. Hij is een beetje teleurstellend onorigineel in zijn opmerkingen over de koude oorlog (‘waar beide zijden schuld aan hadden’), over de blokpolitiek etc. Maar hij schijnt werkelijk te geloven in het ‘revanchisme’ van Adenauer of misschien niet van Adenauer, dan van zijn opvolger, wie dit ook zijn moge. De Europese integratie, waarover hij zojuist een artikel heeft geschreven, ziet hij ook als een produkt van de koude oorlog (dat is juist) en daarom veroordelenswaard (dat is op zichzelf niet juist). Ook ziet hij die integratie volkomen gedomineerd door Duitsland. De Gaulle is een satelliet van Adenauer. Hij zegt vertrouwd te zijn met mijn tegenargument, dat het beter is Duitsland in de club te hebben dan erbuiten, laat staan ertegen. De Bundesrepublik moge dan een democratische staat zijn (dat wil hij wel aannemen), maar de Weimarrepubliek was nog democratischer en toch bracht die binnen vier jaar na de sociaal-democraat Müller en binnen een jaar na Brüning (‘Adenauers partijgenoot’) Hitler. Mijn wederwoord: als we met historische parallellen beginnen, moeten we dan ook niet de Poolse delingen te berde brengen? Kortom, een vrij frustrerend, zij het levendig gesprek. Het is natuurlijk honderdmaal waar wat hij zegt: de Polen zullen nooit vergeten, dat de Duitsers hen bewust als Untermenschen hebben behandeld en een stad als Warschau b.v. systematisch - dus niet tijdens een oorlogshandeling - hebben vernield - een stad die de Polen na de oorlog zonder hulp uit het buitenland hebben moeten opbouwen. Vergeleken met de Polen, hebben wij tijdens de bezetting een gulden tijd gehad.
[lees verder]202-2017>
zondag 31 mei 2026
Daniil Charms • 1 juni 1937
• Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.
1 juni 1937. 2 uur 40 minuten
Nog rampzaliger tijden zijn op me afgekomen. Bij de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken hebben ze zitten kankeren op een paar van mijn gedichten en zijn ze begonnen me het leven zuur te maken Ze zijn opgehouden mijn werk nog te drukken. Ze betalen me niet meer met als reden een of andere toevallige vertraging. Ik voel dat er zich daar in het geniep iets kwaads afspeelt. We hebben niets te eten. We lijden vreselijk honger. Ik weet dat 't met me afgelopen is. Ik ga zometeen naar de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken om me te laten vertellen dat ik geen geld meer krijg.
1 juni 1937
Zometeen zullen ze me bij de uitgeverij geld weigeren.
We zijn ten onder gegaan.
1 juni 1937. 2 uur 40 minuten
Nog rampzaliger tijden zijn op me afgekomen. Bij de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken hebben ze zitten kankeren op een paar van mijn gedichten en zijn ze begonnen me het leven zuur te maken Ze zijn opgehouden mijn werk nog te drukken. Ze betalen me niet meer met als reden een of andere toevallige vertraging. Ik voel dat er zich daar in het geniep iets kwaads afspeelt. We hebben niets te eten. We lijden vreselijk honger. Ik weet dat 't met me afgelopen is. Ik ga zometeen naar de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken om me te laten vertellen dat ik geen geld meer krijg.
1 juni 1937
Zometeen zullen ze me bij de uitgeverij geld weigeren.
We zijn ten onder gegaan.
Soetan Sjahrir • 31 mei 1936
• Soetan Sjahrir (1909-1966), was een Indonesisch politicus en de eerste premier van dat land. Hij speelde een grote rol in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. In 1934 werd hij gearresteerd. Hij doet verslag van zijn gevangenschap en verbanning in een dagboek, dat is gepubliceerd als Indonesische overpeinzingen.
31 Mei 1936. Ten koste van een kleine woordenwisseling met Hafil heb ik mij bevrijd van de 'Zaterdagavondjes' bij de familie Soebana. Hafil schijnt er zich werkelijk nog te kunnen amuseren, maar voor mij waren het ware kwellingen. Het ging er als volgt toe: na het eten, dat wil zeggen om een uur of half acht, gaan wij naar het huis van Soebana toe. Daar wacht ons al de familie, gezeten rondom de tafel en meestal is de heer B., een buitengewoon praatgrage Arabier, er dan ook al. Zoodra wij de kring hebben volgemaakt, begint de heer B. met zijn verhalen uit de Duizend en Een Nacht. Dat vertellen doet hij overigens niet onverdienstelijk. Terwijl hij er mee bezig is, worden thee en koekjes rondgediend en dat aanhoren van wijze lessen uit de tijd van Haroen al Rashid, onder het verorberen van hoeveelheden gebak en thee, duurt dan tot na middernacht. Niet alleen, dat ik het gevoel had van een verknoeide avond, maar ook de volgende Zondag voelde ik mij niet erg prettig, omdat ik niet was uitgeslapen. Gisteravond heb ik Hafil dus voor het eerst alleen laten gaan; het zal mij zeker wel kwalijk worden genomen, maar daar moet ik mij maar overheen zetten.
[...]
31 Mei 1936. Ten koste van een kleine woordenwisseling met Hafil heb ik mij bevrijd van de 'Zaterdagavondjes' bij de familie Soebana. Hafil schijnt er zich werkelijk nog te kunnen amuseren, maar voor mij waren het ware kwellingen. Het ging er als volgt toe: na het eten, dat wil zeggen om een uur of half acht, gaan wij naar het huis van Soebana toe. Daar wacht ons al de familie, gezeten rondom de tafel en meestal is de heer B., een buitengewoon praatgrage Arabier, er dan ook al. Zoodra wij de kring hebben volgemaakt, begint de heer B. met zijn verhalen uit de Duizend en Een Nacht. Dat vertellen doet hij overigens niet onverdienstelijk. Terwijl hij er mee bezig is, worden thee en koekjes rondgediend en dat aanhoren van wijze lessen uit de tijd van Haroen al Rashid, onder het verorberen van hoeveelheden gebak en thee, duurt dan tot na middernacht. Niet alleen, dat ik het gevoel had van een verknoeide avond, maar ook de volgende Zondag voelde ik mij niet erg prettig, omdat ik niet was uitgeslapen. Gisteravond heb ik Hafil dus voor het eerst alleen laten gaan; het zal mij zeker wel kwalijk worden genomen, maar daar moet ik mij maar overheen zetten.
[...]
Virginia Woolf • 30 mei 1940
• Virginia Woolf (1882-1941) was een Engelse schrijfster. Ze hield vrijwel haar hele leven een dagboek bij. Een selectie daaruit is in twee delen gepubliceerd in de Privé domein-reeks (vertaling Joop van Helmond).
Donderdag 30 mei
Tijdens een wandeling vandaag (Nessa's verjaardag) langs Kingfisher Pool, heb ik voor het eerst een hospitaaltrein gezien — beladen, geen dodentrein maar plechtstatig, alsof men wilde voorkomen dat de lading zou gaan schudden: enigszins — welk woord zoek ik — droevig en teder en belast en intiem — waarin onze gewonden omzichtig worden teruggevoerd door de groene velden, waarover enkele van hen waarschijnlijk hebben uitgekeken. Niet dat ik hen kon zien. En het vermogen om in mijn verbeelding iets te zien, overspoelt me altijd met een mengsel van visuele en emotionele gewaarwordingen, zodat ik bij thuiskomst, in weerwil van de indringendheid, niet vast kan leggen wat ik heb ervaren — de trage, treurige, de lange zwaarbeladen trein, die als een lijkbaar zijn droeve last door de velden vervoert. Heel gelaten gleed hij tussen de heuvels bij Lewes door. Onmiddellijk vlogen als wilde eenden formaties vliegtuigen over; cirkelden; namen hun positie in en vlogen over Caburn.
Donderdag 30 mei
Tijdens een wandeling vandaag (Nessa's verjaardag) langs Kingfisher Pool, heb ik voor het eerst een hospitaaltrein gezien — beladen, geen dodentrein maar plechtstatig, alsof men wilde voorkomen dat de lading zou gaan schudden: enigszins — welk woord zoek ik — droevig en teder en belast en intiem — waarin onze gewonden omzichtig worden teruggevoerd door de groene velden, waarover enkele van hen waarschijnlijk hebben uitgekeken. Niet dat ik hen kon zien. En het vermogen om in mijn verbeelding iets te zien, overspoelt me altijd met een mengsel van visuele en emotionele gewaarwordingen, zodat ik bij thuiskomst, in weerwil van de indringendheid, niet vast kan leggen wat ik heb ervaren — de trage, treurige, de lange zwaarbeladen trein, die als een lijkbaar zijn droeve last door de velden vervoert. Heel gelaten gleed hij tussen de heuvels bij Lewes door. Onmiddellijk vlogen als wilde eenden formaties vliegtuigen over; cirkelden; namen hun positie in en vlogen over Caburn.
donderdag 28 mei 2026
Dorothy Wordsworth • 29 mei 1823
• Dorothy Wordsworth (1771–1855) was een Engels dichteres en dagboekschrijfster, en de jongere zus van de dichter William Wordsworth. Haar dagboeken staan hier online.
• In 1823 maakten broer en zus een rondreis door België en Nederland. Vertaling onderaan.
Leyden, Thursday 29th. — Arose, and found that our commodious chamber looked upon pleasure-walks, which we at once determined must be the University garden, naturally giving to this place the sort of accommodations found in our own seats of learning, but no such luxury belongs to the students of Leyden. The ground with its plantations through which these walks are carried, and upon which the sun now so cheerfully shone, was formerly covered with buildings that were destroyed, together with the inhabitants, by an explosion which took place in a barge of gunpowder in 1806, then lying in the neighbouring canal....
There are no colleges, or separate dwellings, in Leyden, for the students; they are lodged with different families in the town. Our guide had three at his house from England, as he told us. A wandering sheep lying at the threshold, as we passed a good-looking house in the street; were told that this was a pensioner upon the public, that it would lie there till it was fed, and then would pass on to some other door. This animal had been brought up the pet of a soldier once quartered at Leyden, and when he changed his situation his favourite was sent into the fields, but preferring human society, it could not be confined amongst its fellows, but ever returned to the town, and, begging its daily food, it passed from door to door of those houses which its old master had frequented, obstinately keeping its station until an alms was bestowed—bread, vegetables, soup, nothing came wrong, and as soon as this was received, the patient mendicant walked quietly away.
Haarlem. — ... Reached Haarlem at five o'clock; went directly to the Cathedral, mounted the tower, an hour too early for the sunset; a splendid and interesting view beyond any we have seen. Looking eastward, the canal seen stretching through houses and among the trees, to the spires of Amsterdam in the distance. A little to the right, the Mere of Haarlem spotted with vessels, the river Spaaren winding among trees through the town; steeple towers of Utrecht beyond the Mere. The Boss, a fine wood and elegant mansion built by —— Hope, now a royal residence; new kirk, fine tower; the sea, and sand-hills beyond the flats glowing under a dazzling western sky. The winding Spaaren again among green fields brings the eye round to the Amsterdam canal, up which we shall glide.... 223-2017>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Leiden, donderdag de 29ste. — Stonden op en ontdekten dat onze ruime kamer uitkeek op wandelpaden, waarvan wij onmiddellijk aannamen dat zij wel bij de universiteitstuin moesten horen, aangezien men zulke voorzieningen vanzelf associeert met onze eigen academische instellingen; maar zulke luxe bestaat niet voor de studenten van Leiden. Het terrein met zijn beplantingen, waar deze wandelingen doorheen lopen en waarop de zon nu zo vrolijk scheen, was vroeger bedekt met gebouwen die samen met hun bewoners werden verwoest door een ontploffing van een kruitschip dat in 1806 in de naburige gracht lag....
In Leiden zijn geen colleges of aparte studentenwoningen; de studenten wonen verspreid bij gezinnen in de stad. Onze gids vertelde dat hij drie Engelse studenten in huis had. Toen wij langs een fraai huis in de straat liepen, lag er een verdwaald schaap op de drempel; men vertelde ons dat het een soort bedelaar op kosten van het publiek was: het bleef liggen tot het gevoerd werd en trok dan verder naar een andere deur. Dit dier was ooit het lievelingsdier van een soldaat die in Leiden gelegerd was geweest. Toen hij vertrok, werd zijn favoriet naar de velden gestuurd, maar het schaap gaf de voorkeur aan menselijk gezelschap en liet zich niet opsluiten tussen zijn soortgenoten. Het keerde telkens naar de stad terug en bedelde om zijn dagelijks voedsel. Van deur tot deur ging het langs de huizen die zijn vroegere meester had bezocht, koppig op zijn post blijvend tot het een aalmoes kreeg — brood, groenten, soep, niets wees het af — en zodra het iets ontvangen had, wandelde de geduldige bedelaar rustig verder.
Haarlem. — ... Bereikten Haarlem om vijf uur; gingen direct naar de kathedraal en beklommen de toren, een uur te vroeg voor de zonsondergang; een schitterend en boeiend uitzicht, mooier dan alles wat wij tot dusver hadden gezien. Wanneer men naar het oosten keek, zag men het kanaal zich uitstrekken tussen huizen en bomen, tot aan de torenspitsen van Amsterdam in de verte. Iets meer naar rechts lag het Haarlemmermeer, bezaaid met schepen, terwijl de rivier het Spaarne zich kronkelend tussen de bomen door de stad slingerde; voorbij het meer waren de torens van Utrecht zichtbaar. Het Bos, een fraai woud met een elegant landhuis gebouwd door —— Hope, nu een koninklijke residentie; een nieuwe kerk met een mooie toren; de zee en de duinen achter de vlakten, gloeiend onder een verblindende westelijke hemel. Het kronkelende Spaarne leidde het oog opnieuw langs groene velden terug naar het Amsterdamse kanaal, waarover wij verder zouden glijden....
• In 1823 maakten broer en zus een rondreis door België en Nederland. Vertaling onderaan.
Leyden, Thursday 29th. — Arose, and found that our commodious chamber looked upon pleasure-walks, which we at once determined must be the University garden, naturally giving to this place the sort of accommodations found in our own seats of learning, but no such luxury belongs to the students of Leyden. The ground with its plantations through which these walks are carried, and upon which the sun now so cheerfully shone, was formerly covered with buildings that were destroyed, together with the inhabitants, by an explosion which took place in a barge of gunpowder in 1806, then lying in the neighbouring canal....
There are no colleges, or separate dwellings, in Leyden, for the students; they are lodged with different families in the town. Our guide had three at his house from England, as he told us. A wandering sheep lying at the threshold, as we passed a good-looking house in the street; were told that this was a pensioner upon the public, that it would lie there till it was fed, and then would pass on to some other door. This animal had been brought up the pet of a soldier once quartered at Leyden, and when he changed his situation his favourite was sent into the fields, but preferring human society, it could not be confined amongst its fellows, but ever returned to the town, and, begging its daily food, it passed from door to door of those houses which its old master had frequented, obstinately keeping its station until an alms was bestowed—bread, vegetables, soup, nothing came wrong, and as soon as this was received, the patient mendicant walked quietly away.
Haarlem. — ... Reached Haarlem at five o'clock; went directly to the Cathedral, mounted the tower, an hour too early for the sunset; a splendid and interesting view beyond any we have seen. Looking eastward, the canal seen stretching through houses and among the trees, to the spires of Amsterdam in the distance. A little to the right, the Mere of Haarlem spotted with vessels, the river Spaaren winding among trees through the town; steeple towers of Utrecht beyond the Mere. The Boss, a fine wood and elegant mansion built by —— Hope, now a royal residence; new kirk, fine tower; the sea, and sand-hills beyond the flats glowing under a dazzling western sky. The winding Spaaren again among green fields brings the eye round to the Amsterdam canal, up which we shall glide.... 223-2017>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Leiden, donderdag de 29ste. — Stonden op en ontdekten dat onze ruime kamer uitkeek op wandelpaden, waarvan wij onmiddellijk aannamen dat zij wel bij de universiteitstuin moesten horen, aangezien men zulke voorzieningen vanzelf associeert met onze eigen academische instellingen; maar zulke luxe bestaat niet voor de studenten van Leiden. Het terrein met zijn beplantingen, waar deze wandelingen doorheen lopen en waarop de zon nu zo vrolijk scheen, was vroeger bedekt met gebouwen die samen met hun bewoners werden verwoest door een ontploffing van een kruitschip dat in 1806 in de naburige gracht lag....
In Leiden zijn geen colleges of aparte studentenwoningen; de studenten wonen verspreid bij gezinnen in de stad. Onze gids vertelde dat hij drie Engelse studenten in huis had. Toen wij langs een fraai huis in de straat liepen, lag er een verdwaald schaap op de drempel; men vertelde ons dat het een soort bedelaar op kosten van het publiek was: het bleef liggen tot het gevoerd werd en trok dan verder naar een andere deur. Dit dier was ooit het lievelingsdier van een soldaat die in Leiden gelegerd was geweest. Toen hij vertrok, werd zijn favoriet naar de velden gestuurd, maar het schaap gaf de voorkeur aan menselijk gezelschap en liet zich niet opsluiten tussen zijn soortgenoten. Het keerde telkens naar de stad terug en bedelde om zijn dagelijks voedsel. Van deur tot deur ging het langs de huizen die zijn vroegere meester had bezocht, koppig op zijn post blijvend tot het een aalmoes kreeg — brood, groenten, soep, niets wees het af — en zodra het iets ontvangen had, wandelde de geduldige bedelaar rustig verder.
Haarlem. — ... Bereikten Haarlem om vijf uur; gingen direct naar de kathedraal en beklommen de toren, een uur te vroeg voor de zonsondergang; een schitterend en boeiend uitzicht, mooier dan alles wat wij tot dusver hadden gezien. Wanneer men naar het oosten keek, zag men het kanaal zich uitstrekken tussen huizen en bomen, tot aan de torenspitsen van Amsterdam in de verte. Iets meer naar rechts lag het Haarlemmermeer, bezaaid met schepen, terwijl de rivier het Spaarne zich kronkelend tussen de bomen door de stad slingerde; voorbij het meer waren de torens van Utrecht zichtbaar. Het Bos, een fraai woud met een elegant landhuis gebouwd door —— Hope, nu een koninklijke residentie; een nieuwe kerk met een mooie toren; de zee en de duinen achter de vlakten, gloeiend onder een verblindende westelijke hemel. Het kronkelende Spaarne leidde het oog opnieuw langs groene velden terug naar het Amsterdamse kanaal, waarover wij verder zouden glijden....
Abonneren op:
Posts (Atom)







