zondag 28 juni 2026

Benno Barnard • 13 februari 2022

• Benno Barnard (1954): Het raadsel van de anderen (2026).

Zondag
Op verzoek van het vogeltijdschrift De scharrelaar schrijf ik vogelgedichten. Ik weet in ornithologische zin bedroevend weinig over vogels – en dus worden mijn papieren vogels mythisch, om te beginnen de uil, die al eeuwen in gedichten heeft doorgebracht. Er is ook een uit het nest gevallen mereljong, een ‘Ongerijmd vogeltje’: 
Buiten de keukendeur ligt iets:
een (zodra je je hebt gebukt)
uit Darwin gedonderd
van cellen gemaakt onvoltooid ding… 
Zo’n mereltje bestaat uit een paar miljoen geprogrammeerde cellen, tot het doodvalt en de cellen zinloos worden. Je moet dat soort zaken als een klein kind bekijken: eerst kon het vliegen, toen nooit meer. Maar wat is er dan met dat vliegvermogen gebeurd? Dat was de ziel, anachronistisch uitgedrukt. Het vliegvermogen is universeel onder merels. Dat is de idee ‘vliegvermogen’. De ziel is de individuele uitwerking daarvan (net als de zang, enzovoorts). De idee splitst zich dus op; maar zodra dat gebeurt, zodra er een vogeltje ontstaat, is het vliegen, zingen enzovoorts geen idee meer; en als het geen idee meer is, is het dus een werkelijkheid. Het doodvallen doet daar niets aan af: een herinnerde werkelijkheid is nog steeds een werkelijkheid. Sterker nog, het doodvallen zelf is een werkelijkheid.
Het is onbegrijpelijk, maar niet erg moeilijk.

Etty Hillesum • 29 juni 1943

Etty Hillesum (1914–1943), geboren in een Nederlands-joodse familie, kreeg bekendheid door de publicatie van haar dagboek, 38 jaar nadat zij in Auschwitz werd vermoord. De brief hieronder schreef ze kort nadat ze in Westerbork was aangekomen. Uit Het denkend hart van de barak. Brieven van Etty Hillesum.

29 juni 1943 
Vadertje Han, Kathe, Maria, Hans, even een telegramstijlberichtje aan jullie, zomaar in het wilde weg. Vannacht op wacht gestaan om Jaap op te vangen. Hij was er niet bij. Dolgelukkig waren we. In de vroegte weer een groot transport van hier weggegaan. Om 5 uur was ik nog in het ziekenhuis om te kijken of ze vader niet per ongeluk meenamen, er komen vergissingen genoeg voor. Toen naar de grote barak van moeder. Ze lag op haar smalle benauwde soldatenbed en was gelukkig met het bericht over Jaap. Mijn ouders nemen de zaak groots op, ik ben heel trots op ze. Tegen Polen zien ze ook niet meer op - zeggen ze. Ik hoop ze hier te houden, maar niets is hier zeker. Men drijft hier in enkele dagen ver af van z'n oude basis en er varen nieuwe en grote krachten in een mens, ook om een eigen ondergang te kunnen accepteren heeft men innerlijke kracht nodig.
Van Leguit kreeg ik een brief die me zeer gegrepen heeft, hij behoort ook tot de mensen, voor wie men z'n best zou willen doen om erdoor te komen, en hem dan later terug te kunnen zien. Hij sloot van dr. Korff in: 'en toch is God liefde'. Ik onderschrijf dit ten volle en het geldt nu meer dan ooit. Mijnheer Leguit schreef me o.a.: 'Het zou me verbazen als u zoveel lenigheid van geest zoudt hebben om meer dan een half oor over te hebben voor wat achter is gebleven.' Ik heb al m'n oren en al m'n aandacht voor jullie over, ik leef met jullie verder net als vroeger en rust af en toe bij jullie uit van al het overstelpende hier. Voor jullie is het moeilijker het gebeuren hier te verwerken dan voor ons. Ik merk dat in iedere situatie, ook in de moeilijkste, de mens nieuwe organen toegroeien, waardoor hij toch weer verder leven kan. Wat dat betreft is God barmhartig genoeg. En voor de rest: verschillende zelfmoorden vannacht voor het transport, met scheermesjes en zo.
Vanochtend, terwijl ik me samen met een collega stond te wassen, zei ik tegen haar uit het diepst van m'n hart ongeveer het volgende: de gebieden van ziel en geest zijn zo groot en oneindig, dat dat beetje lichamelijk ongemak en lijden er toch eigenlijk niet zoveel toe doet, ik heb niet het gevoel dat ik van m'n vrijheid beroofd ben en in wezen kan toch ook eigenlijk niemand mij kwaad doen. Ja kinderen, zo is het, ik heb zo'n merkwaardig soort van bedroefde tevredenheid over me. Als ik jullie wel eens een wanhopige brief geschreven heb, neem hem dan niet al te zwaar, dat was dan maar zo'n ogenblikje, men kan wel lijden, maar daarom hoeft men nog niet wanhopig te zijn. En nu spring ik weer in de diepte en ga naar het ziekenhuis, met een trommeltje onder m'n arm voor m'n dierbare papa en m'n ambtenarenmap onder m'n andere arm. Ik zal vele lege bedden in het ziekenhuis vinden na dit transport. Houden jullie je taai, beste braven! Hoe is het met de neef Wegerif? En Käthe, ben je braaf? En is mijnheer niet al te zwijgzaam? De moeder van Hannes is niet naar Theresienstadt. Een groet aan Adri van Ilse B. Dag!

Etty

Arthur Japin • 28 juni 2009

Arthur Japin (1956) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboeken 2008-2018 zijn gepubliceerd als Geluk, een geheimtaal.

Juni 2009
Gisteren vond Lex een dode vogel voor de deur. Toen hij hem wilde oppakken, merkte hij dat hij aan de onderkant al helemaal was verworden tot een krioelende hoop wormen. Vies! is je eerste idee. Maar je kunt het ook mooi vinden dat die wormen de rotzooi opruimen en dat karkas keurig schoonmaken. Hierdoor werd ik vanochtend wakker met dit inzicht over de milieuproblemen: wat als we er helemaal verkeerd tegen aankijken en wij juist op aarde zijn om de planeet helemaal leeg te vreten en op te gebruiken als een karkas? De worm op het lijk denkt er niet over zorgvuldig met de grondstoffen om te springen. Die doet gewoon wat hij het beste kan: alles wegwerken. Misschien zijn wij hier neergezet als wormen om die oude planeet kaal op te leveren. De mensheid is een ziekte die zich verspreidt en alles wegvreet. Ik ben een van de bacteriën, maar wel een van de vrolijkste.

André Gide • 27 juni 1937

• De Franse schrijver André Gide (1869 -1951) biedt in zijn dagboeken “een caleidoscopisch portret van een man die over zichzelf beweerde: ‘Alle absurde dingen in mijn leven heb ik altijd gedaan uit naam van het verstand.’” Uit: Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek 1918-1939 (vertaald door Mirjam de Veth).

27 juni
Voelen dat je anders bent; ik snikte van ontsteltenis toen ik dat voor het eerst ontdekte, maar ik moest me erbij neerleggen en ik had het anders-zijn al genoeg geaccepteerd om niet erg verbaasd te zijn toen ik op seksueel gebied hetzelfde moest constateren. Nee, mijn verbazing kwam pas later, toen ik ontdekte dat op dat gebied het uitzonderlijke (ik bedoel: wat men mij als zodanig wijsmaakte) uiteindelijk vrij veelvuldig voorkwam. Het gevoel een uitzondering te zijn ervoer ik toen ik nog heel jong was en constateerde dat ik dikwijls niet zo reageerde als de anderen, als het merendeel van de anderen. En hoe je later ook je best doet jezelf te vernederen, geringschattend over jezelf te doen en graag bij het volk wilt horen, hoezeer je juist geen uitzondering wilt zijn en probeert op te gaan in de massa en je daar prettig bij te voelen — je blijft toch anders. Dat gevoel anders te zijn kan het kind hebben als het nog erg jong is, afgewisseld met droefheid, zelfs met angst, en maar heel zelden met vreugde.

vrijdag 26 juni 2026

Soetan Sjahrir • 26 juni 1936

• Soetan Sjahrir (1909-1966), was een Indonesisch politicus en de eerste premier van dat land. Hij speelde een grote rol in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. In 1934 werd hij gearresteerd. Hij doet verslag van zijn gevangenschap en verbanning in een dagboek, dat is gepubliceerd als Indonesische overpeinzingen.

26 Juni 1936.
- Dat onze nationalisten zoveel met Japan ophebben is geen wonder, vooral waar de laatste tijd de grieven tegen de blanke overheersing steeds toenemen en de druk sterker dan ooit wordt gevoeld, - terwijl Japan zo aanminnig-voorkomend doet en zelfs Korea autonomie schenkt! Dat er bedoeling en lijn ligt in dit sympathie-winnen van de oosterse volkeren ligt nogal voor de hand.
Ik moet mij al heel sterk vergissen, of zij hebben bij onze kleinburgers, middenstanders en ambtenaren bereikt dat die zich de laatste jaren meer en meer naar Japan wenden voor de studie van hun zoons en dochters, evenals voor hun culturele ontwikkeling. Het is de laatste jaren ook mode geworden om met vacantie naar Japan te gaan.
Natuurlijk zien de blanke machthebbers dit alles ook wel, maar die hebben zulk een groot vertrouwen in hun bajonetten, gevangenissen en Digoel [strafkamp] dat ze het niet de moeite waard schijnen te vinden er hiervoor een bepaalde ‘politiek’ op na te houden. ‘Driehonderd jaren hebben wij hier al met klewang en knuppel geregeerd’, zegt Zijne Excellentie De Jonge, ‘en over driehonderd jaar zullen we het nog wel doen’, verzekert hij ons middels den correspondent van de Deli Courant. Hij vertrouwt alleen op zijn hoofdparket, zijn soldaten en... Digoel!

woensdag 24 juni 2026

Nanne Tepper • 25 juni 1997

• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek'uit de NRC. Zo ook Nanne Tepper (1962-2012).

25 juni 1997
PTT-Groningen: ‘Om u nog beter van dienst te kunnen zijn bezorgen wij de post voortaan enkel als we er echt zin in hebben.’

Van Anil Ramdas moet ik meer allochtonen in mijn werk opnemen en van Van Dis moet ik hun dochters neuken.
Ja ja, en dan motte ze zeker ook allemaal meeëten.

...
Wat, in godsnaam, te denken van het medelijden dat je voelt met de lezer na het schrijven van een onleesbaar fragment?

...
Ik een snob? Dat moet wel, want zelfs mijn wansmaak getuigt van grote klasse.

...
De weinige leden van de lokale intelligentsia die ik ken treuren allen op eendere wijze om de dood van Jeff Buckley: verbeten, en met een immense verachting voor de Voorzienigheid.

...
Fin de siècle: het leven imiteert de kunst van Harry Mulisch.

dinsdag 23 juni 2026

Bep Vuyk • 24 juni 1945

• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.

Eind juni 1945
Morgen wordt onze hoeveelheid rijst gehalveerd. Hiermee zijn alle geruchten die de afgelopen drie maanden de ronde deden uitgekomen, zelfs het ene goede gerucht over de Rode-Kruispakketten. Die zijn inderdaad in mei uitgedeeld, nog niet de helft van wat we in mei 1944 kregen. Alleen een stukje kaas, een half blikje jam en een blik corned beef, te delen met vier personen. We zullen ook boengkil moeten gaan eten, zeg ik tegen Rudi. Dan word ik net als de verloren zoon die de draf der zwijnen at.
Ondanks mijn bezorgdheid over hem moet ik toch lachen. Mijn zoontje bezit een soort galgehumor, die soms schokkend is en die ik toch waardeer. In Kota Paris, waar we de eerste ervaring met echte honger opdeden, was een familie die op katten jaagde. Er werd algemeen schande over gesproken, maar Rudi trok de historische parallel: 'Wat leuk, net als bij het beleg van Leiden.' Hij slaapt al, maar ik lig nog wakker en denk na. Boengkil zijn perskoeken van kedele [soja] bonen, die vermengd met veel water aan de varkens worden gegeven. We zullen ze moeten laten gisten om ze verteerbaar te waken, ('t) dan koken. Hoe kook je zonder vuur en zonder pan?