• Albert Camus (1913-1960) was een Franse schrijver. Een keuze uit zijn dagboeknotities 1935-1951 is in het Nederlands uitgegeven onder de titel Dagboek (vertaling Halbo C. Kool)
Februari
De beschaving schuilt niet in een meer of minder hoge mate van verfijning. Maar in een geestesleven waarin heel een volk deelt. En dat geestesleven is nooit verfijnd. Het is zelfs kaarsrecht. De beschaving tot het werk van een elite maken, is haar gelijk stellen met de kultuur, die heel iets anders is. Er bestaat een mediterrane kultuur, maar er bestaat ook een mediterrane beschaving. Anderzijds beschaving en volk niet verwarren.
382-2020>
zondag 22 februari 2026
Sjoerd Kuijper • 21 februari 2021
• De spanning stijgt bevat gebundelde brieven van Sjoerd Kuyper (1952) uit 2021, met bedenkingen over het leven in coronatijd en de naderende dood.
Bergen, 22 februari 2021
Als je één sprietje in je tuin ziet dat de verkeerde kant op buigt, en je loopt erheen met je schaartje, ben je de rest van de dag kwijt en ligt aan het eind ervan je tuin bezaaid met spul dat de groene bak in moet. Nou, dat kan morgen ook. Maar morgen moet ik in een plastic bekertje pissen en bloed af laten nemen en naar Camperduin fietsen en naar de zee kijken. Nou, de groene bak wordt pas woensdag geleegd. Ik begin weer zenuwachtig te worden, heren, er komt te veel op mijn pad en dat uit zich in — goddank nog kleine — angstaanvallen.
Ik zie het nut van niet drinken totaal niet in. Afgelopen week was kleine Owen drie dagen bij ons. Hij kan nog niet goed praten, maar wel al loepzuiver zingen, je gelooft je oren niet, je slaat er steil van achterover. Als hij al spelend zit te zingen, herken je de liedjes een voor een. Tot nu toe sprak hij zinnen van slechts één woord, zoals 'miw', dat betekent 'meer', of 'ka', en dat betekent 'kaas'. Wij waren erbij toen hij zijn eerste zin van twee woorden sprak: 'Miw ka.' Marianne ging destijds van één woord meteen naar vier. Mmm toot aaie nee.'Mmm' was konijn en 'toot' was dood, het krioelde destijds in het bos van Bakkum van de dode konijnen, de pijp van het myxomatogoïde virus uitgegaan, en die mocht ze van ons niet aaien.
Nu is ze doende haar troep op onze zolder op te ruimen. Die hebben we al die jaren bewaard. Voor dit moment. Ze komt naar beneden met teksten als: 'Jezus, ik heb mails van jullie gevonden, van toen ik dat jaar in Amerika zat. lk was er net vijf dagen en jullie hadden gehoord dat ik in een Jehova-gezin was ondergebracht en jullie konden mij niet bereiken! Hoe hebben jullie dat in godsnaam volgehouden? Ik zou compleet gestoord worden als Owen daar zat, bij Jehova's, en ik kon geen contact met hem krijgen! ik zou meteen op het vliegtuig stappen. Nu. Toen had ik niks door ...' Ha, denken wij dan, ha! Marianne was toen zeventien.
Ik probeer te schrijven maar het gaat met de dag beroerder. Heb vier hoofdstukjes Maantje af, het moeten er twintig worden, dan wordt het tweede deel dubbel zo dik als het eerste. Leek me mooi. Nu vind ik het veel. Papa vecht in dit boek met Sinterklaas en trekt de baard van diens kin maar daar ben ik nog niet, dat is pas in het een na laatste hoofdstuk. Ik stel voor dat we een sticker op het boek plakken - als het ooit af komt - met de woorden: 'Parental warning. This book might shatter your child's belief in the fucking Decembersaint from Spain.' Krijgen we misschien een beetje aandacht. En omdat kerst en Sinterklaas er alle twee in voorkomen, stel ik deze wervende kreet voor Het Ultieme Decemberboek. Eerst maar eens aan hoofdstuk vijf beginnen.
In zak en as
Ik ben mijzelf niet vandaag,
ik ben somber zonder pijn.
Ik denk dat zeker duizend mensen,
desgevraagd,
Sjoerd Kuyper willen zijn.
Dat zou ik ook graag wensen
als ik mijzelf niet was.
Laat ik maar eens proberen om morgen verder te schrijven. Ga ik nu Ajax-Sparta kijken. Als ze maar niet spelen zoals ik schrijf.
Bergen, 22 februari 2021
Als je één sprietje in je tuin ziet dat de verkeerde kant op buigt, en je loopt erheen met je schaartje, ben je de rest van de dag kwijt en ligt aan het eind ervan je tuin bezaaid met spul dat de groene bak in moet. Nou, dat kan morgen ook. Maar morgen moet ik in een plastic bekertje pissen en bloed af laten nemen en naar Camperduin fietsen en naar de zee kijken. Nou, de groene bak wordt pas woensdag geleegd. Ik begin weer zenuwachtig te worden, heren, er komt te veel op mijn pad en dat uit zich in — goddank nog kleine — angstaanvallen.
Ik zie het nut van niet drinken totaal niet in. Afgelopen week was kleine Owen drie dagen bij ons. Hij kan nog niet goed praten, maar wel al loepzuiver zingen, je gelooft je oren niet, je slaat er steil van achterover. Als hij al spelend zit te zingen, herken je de liedjes een voor een. Tot nu toe sprak hij zinnen van slechts één woord, zoals 'miw', dat betekent 'meer', of 'ka', en dat betekent 'kaas'. Wij waren erbij toen hij zijn eerste zin van twee woorden sprak: 'Miw ka.' Marianne ging destijds van één woord meteen naar vier. Mmm toot aaie nee.'Mmm' was konijn en 'toot' was dood, het krioelde destijds in het bos van Bakkum van de dode konijnen, de pijp van het myxomatogoïde virus uitgegaan, en die mocht ze van ons niet aaien.
Nu is ze doende haar troep op onze zolder op te ruimen. Die hebben we al die jaren bewaard. Voor dit moment. Ze komt naar beneden met teksten als: 'Jezus, ik heb mails van jullie gevonden, van toen ik dat jaar in Amerika zat. lk was er net vijf dagen en jullie hadden gehoord dat ik in een Jehova-gezin was ondergebracht en jullie konden mij niet bereiken! Hoe hebben jullie dat in godsnaam volgehouden? Ik zou compleet gestoord worden als Owen daar zat, bij Jehova's, en ik kon geen contact met hem krijgen! ik zou meteen op het vliegtuig stappen. Nu. Toen had ik niks door ...' Ha, denken wij dan, ha! Marianne was toen zeventien.
Ik probeer te schrijven maar het gaat met de dag beroerder. Heb vier hoofdstukjes Maantje af, het moeten er twintig worden, dan wordt het tweede deel dubbel zo dik als het eerste. Leek me mooi. Nu vind ik het veel. Papa vecht in dit boek met Sinterklaas en trekt de baard van diens kin maar daar ben ik nog niet, dat is pas in het een na laatste hoofdstuk. Ik stel voor dat we een sticker op het boek plakken - als het ooit af komt - met de woorden: 'Parental warning. This book might shatter your child's belief in the fucking Decembersaint from Spain.' Krijgen we misschien een beetje aandacht. En omdat kerst en Sinterklaas er alle twee in voorkomen, stel ik deze wervende kreet voor Het Ultieme Decemberboek. Eerst maar eens aan hoofdstuk vijf beginnen.
In zak en as
Ik ben mijzelf niet vandaag,
ik ben somber zonder pijn.
Ik denk dat zeker duizend mensen,
desgevraagd,
Sjoerd Kuyper willen zijn.
Dat zou ik ook graag wensen
als ik mijzelf niet was.
Laat ik maar eens proberen om morgen verder te schrijven. Ga ik nu Ajax-Sparta kijken. Als ze maar niet spelen zoals ik schrijf.
Jaap Zijlstra • 21 februari 1999
• Jaap Zijlstra (1933–2015) was een Nederlandse dichter, schrijver en predikant. In het tijdschrift Liter publiceerde hij een gedeelte uit zijn schrijversdagboek. (Foto: Menne Velinga).
[21-2]
Wilhelminakerk in Haarlem. Gastendienst. Bij het napraten klampt een jongeman mij aan. Hij is vrachtwagenchauffeur en vertelt een bijna-dood-ervaring gehad te hebben tijdens een operatie. Door een angstig donkere tunnel kwam hij in een oord van helder licht, niet verblindend maar heerlijk, prachtige kleuren, diepe vrede. Hij zegt: Ik voelde mij onuitsprekelijk gelukkig. Dit was de hemel. Ik ben niet godsdienstig opgevoed maar nu weet ik zeker dat God bestaat. Ik wil Hem leren kennen. Daarom ben ik vanavond naar de kerk gekomen.
[22-2]
Jan G., minnaar van muziek en maaltijden, in het verpleeghuis bezocht. Hij kan niet wennen. Ik ga niet eens meer over mijn lijf, zegt hij, alleen nog maar over mijn lezen!
[23-2]
Heer, geef mij de moed om te zeggen:
[24-2]
Een brief van een jongen die op school een spreekbeurt wil houden over mijn gedicht ‘Lichtmatroos’. Of ik zijn uitleg wil ‘checken’. Hij blijkt weinig van het gedicht te hebben begrepen. En ik maar denken dat ik zo eenvoudig en helder schrijf!
In ons mistige land houdt men van mistige poëzie. Behoor ik tot de mistige dichters? 438-2018>
[21-2]
Wilhelminakerk in Haarlem. Gastendienst. Bij het napraten klampt een jongeman mij aan. Hij is vrachtwagenchauffeur en vertelt een bijna-dood-ervaring gehad te hebben tijdens een operatie. Door een angstig donkere tunnel kwam hij in een oord van helder licht, niet verblindend maar heerlijk, prachtige kleuren, diepe vrede. Hij zegt: Ik voelde mij onuitsprekelijk gelukkig. Dit was de hemel. Ik ben niet godsdienstig opgevoed maar nu weet ik zeker dat God bestaat. Ik wil Hem leren kennen. Daarom ben ik vanavond naar de kerk gekomen.
[22-2]
Jan G., minnaar van muziek en maaltijden, in het verpleeghuis bezocht. Hij kan niet wennen. Ik ga niet eens meer over mijn lijf, zegt hij, alleen nog maar over mijn lezen!
Ik ben als een ding
in vreemde handen overgegaan,
machthebbers bepalen de muziek,
de maaltijden, het bad.
Lezen het enige
dat ik zelf nog in handen heb,
de krant mijn kamerscherm,
het boek mijn vijgenblad.
[23-2]
Heer, geef mij de moed om te zeggen:
Welterusten, zorgen,
tot morgen!
[24-2]
Een brief van een jongen die op school een spreekbeurt wil houden over mijn gedicht ‘Lichtmatroos’. Of ik zijn uitleg wil ‘checken’. Hij blijkt weinig van het gedicht te hebben begrepen. En ik maar denken dat ik zo eenvoudig en helder schrijf!
In ons mistige land houdt men van mistige poëzie. Behoor ik tot de mistige dichters? 438-2018>
donderdag 19 februari 2026
Hendrik Groen • 20 februari 2015
• Uit het fictieve dagboek Zolang er leven is. Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar.
Vrijdag 20 februari
Vanochtend pas om half tien wakker geworden met een voldaan gevoel, ondanks een enigszins zwaar hoofd. Het was een mooie lustrumviering. Een lustrum is bij Omanido gisteren gesteld op één jaar. We kunnen het onszelf niet permitteren de gebruikelijke vijf jaar aan te houden, want het risico dat een of meerderen van ons binnen vijf jaar doodgaan is veel te groot. Dus elk jaar een lustrumdiner.
Evert stelde voor voortaan ook het Chinees Nieuwjaar te vieren met een copieuze maaltijd. Helaas had hij zich in de datum vergist, want dat was... gisteren. Het jaar van de geit is begonnen.
`Ik hou van geiten. In de vorm van saté,' kwam Geert onverwachts uit de hoek. Geert is zuinig met woorden, hij verspilt er weinig.
Zo'n feestelijke avond vraagt zo veel energie dat ik in de reserves moet tasten en een dagje nodig heb om bij te komen. Ik moet vandaag op de spaarbrander.
Dat ga ik doen door zo min mogelijk te bewegen en regelmatig een beetje weg te dommelen bij radio of tv. Zo kom ik de dag wel door. Er zijn bewoners die zo hele jaren doorkomen tot ze de dood in dommelen.
Na de zachtste horrorwinter ooit hangt al een paar dagen de lente in de lucht.
Vrijdag 20 februari
Vanochtend pas om half tien wakker geworden met een voldaan gevoel, ondanks een enigszins zwaar hoofd. Het was een mooie lustrumviering. Een lustrum is bij Omanido gisteren gesteld op één jaar. We kunnen het onszelf niet permitteren de gebruikelijke vijf jaar aan te houden, want het risico dat een of meerderen van ons binnen vijf jaar doodgaan is veel te groot. Dus elk jaar een lustrumdiner.
Evert stelde voor voortaan ook het Chinees Nieuwjaar te vieren met een copieuze maaltijd. Helaas had hij zich in de datum vergist, want dat was... gisteren. Het jaar van de geit is begonnen.
`Ik hou van geiten. In de vorm van saté,' kwam Geert onverwachts uit de hoek. Geert is zuinig met woorden, hij verspilt er weinig.
Zo'n feestelijke avond vraagt zo veel energie dat ik in de reserves moet tasten en een dagje nodig heb om bij te komen. Ik moet vandaag op de spaarbrander.
Dat ga ik doen door zo min mogelijk te bewegen en regelmatig een beetje weg te dommelen bij radio of tv. Zo kom ik de dag wel door. Er zijn bewoners die zo hele jaren doorkomen tot ze de dood in dommelen.
Na de zachtste horrorwinter ooit hangt al een paar dagen de lente in de lucht.
woensdag 18 februari 2026
Cosima Wagner • 19 februari 1872
• Cosima Wagner (1837-1930) was de echtgenote van de Duitse componist Richard Wagner. De fragmenten uit haar dagboeken die handelen over Friedrich Nietzsche, zijn verzameld in Nietzsche contra Wagner. Wagner en Nietzsche waren aanvankelijk elkaars bewonderaars, maar later bekoelde hun vriendschap.
19 februari 1872
R. [Richard Wagner], die een goede nacht heeft gehad, speelt ’s morgens na het ontbijt onze vriend [Friedrich Nietzsche] de eerste scène [uit de Götterdämmerung] voor, en dat bevalt hem zo slecht dat hij de rest van de dag nergens meer zin in heeft en zeer aangedaan is. Desondanks wordt er uitgebreid gesproken over de hervorming van de onderwijsinstellingen, evenals over de Duitse volksaard, ‘tot op heden’, aldus R., ‘zijn wij sterk geweest in het verdedigen, in het terugdringen van het vreemde dat we niet in ons kunnen opnemen; het Teutoburger Woud is een afweerlinie geweest tegen Romeinse invloeden, net als de reformatie een afweerlinie is geweest, net als onze grote literatuur een afweerlinie is geweest tegen de Franse invloed; iets positiefs hebben we tot dusverre alleen in onze muziek – Beethoven’. ‘En de Faust dan,’ vraag ik. ‘Dat is toch alleen maar een soort van voorstudie,’ zegt R., ‘die bij Goethe zelf alleen maar verbazing wekte; hij liet het niet doorgaan voor een zelfstandig product, voor een volwaardig kunstwerk.’269-2018>
19 februari 1872
R. [Richard Wagner], die een goede nacht heeft gehad, speelt ’s morgens na het ontbijt onze vriend [Friedrich Nietzsche] de eerste scène [uit de Götterdämmerung] voor, en dat bevalt hem zo slecht dat hij de rest van de dag nergens meer zin in heeft en zeer aangedaan is. Desondanks wordt er uitgebreid gesproken over de hervorming van de onderwijsinstellingen, evenals over de Duitse volksaard, ‘tot op heden’, aldus R., ‘zijn wij sterk geweest in het verdedigen, in het terugdringen van het vreemde dat we niet in ons kunnen opnemen; het Teutoburger Woud is een afweerlinie geweest tegen Romeinse invloeden, net als de reformatie een afweerlinie is geweest, net als onze grote literatuur een afweerlinie is geweest tegen de Franse invloed; iets positiefs hebben we tot dusverre alleen in onze muziek – Beethoven’. ‘En de Faust dan,’ vraag ik. ‘Dat is toch alleen maar een soort van voorstudie,’ zegt R., ‘die bij Goethe zelf alleen maar verbazing wekte; hij liet het niet doorgaan voor een zelfstandig product, voor een volwaardig kunstwerk.’269-2018>
dinsdag 17 februari 2026
Trui Thöne • 18 februari 1915
• De Nederlandse Trui Thöne (1893-1980) was tijdens WO I een "jonge vrouw uit een gegoede familie" en hield gedurende de oorlog een dagboek bij.
Donderdag, 18 Februari 1915
Een dag van groote spanning! De Duitschers hadden bekend gemaakt, dat vanaf dien datum de Noordzee (Engeland) door hen zou worden afgesloten. Dus dreigde onze schepen ook groot gevaar. Men had ze dan ook een rood-wit-blauwe verschansing gegeven. Met groote letters Nederland er op. En juist op deze kritieke 18de kwam er een legercorps van 20.000 man in Arnhem voor onschuldige militaire oefeningen. Ponton bruggen over den Rijn, enz. De Arnhemmers dachten niet anders dan dat we echt tot over de ooren in de oorlog zaten!
Zaterdag, 20 Februari 1915
’s Middag om 4 uur ging ik met een heerlijk zuurkoolschoteltje in mijn maag naar Leeuwarden terug. In Leeuwarden wordt de nieuwe lichting gedrild, dus kun je op alle uren van den dag (en dikwijl nacht) tot groot vermaak van de jongens, de soldaatjes zien exerceren. Ze doen vreeselijk hun best. Ze begrijpen dan ook natuurlijk dat het nu wel eens noodig kon worden, dat het geen grapje is.
114-2013>
maandag 16 februari 2026
Hans van Straten • 17 februari 1962
17 februari 1962
De kennis van het antiquarische apparaat heeft het voordeel dat je het ook kunt bespelen. Op 17 februari 1962, een zaterdag, stond er in Het Parool een stukje van Carmiggelt over een pocket, die voor 49 cent te koop lag bij De Boekenwurm in de Kalverstraat, een gerenommeerde ramsjzaak. Die pocket heette McSorleys Wonderful Saloon en was geschreven door Joseph Mitchell. Een bundel zeer knappe reportages over kroegen en persoonlijkheden aan de zelfkant van het Newyorkse leven.
Toen ik ’s maandags in het middaguur met Heinz ging kijken, viste ik natuurlijk mijlenver achter het net. De krant was nog niet koud uit geweest of er had zich een stormloop op De Boekenwurm ontwikkeld. Binnen het uur was de voorraad van vijftig exemplaren uitverkocht – op één na, die tegen de stelling was geplakt met het bijschrift: ‘Dit is de laatste, die hou ik zelf. De Boekenwurm’.
Maar ik was niet voor één gat gevangen. Als De Boekenwurm niets meer had, kon ik het altijd nog elders proberen. De volgende middag ging ik op pad en ik stroopte systematisch alle in aanmerking komende antiquariaten in de binnenstad af. Het liep al tegen zessen toen ik de tiende en laatste binnenstapte, het dubbele pand van mevrouw Jansen aan de Spuistraat, maar daar vond ik tussen de rommel dan ook twee exemplaren, zij het van een andere (Canadese) uitgave. Eén heb ik weggegeven, het andere prijkt nog in mijn boekenkast. Het stukje van Carmiggelt heb ik erin geplakt.259-2018>
Abonneren op:
Reacties (Atom)






