• Katja Staartjes (1963) bereikte in 1999 als eerste Nederlandse vrouw de top van de Mount Everest. Haar dagboek van die expeditie is te vinden in Hoog spel.
14 mei. Vannacht is Michael niet komen opdagen. Ik voel me als verdoofd. Ik staar voor me uit. Om me heen is het een puinhoop. Alles is bedekt met ijskristallen. Ik heb het steenkoud en de tent klappert als een gek. Ik zet het tentdoek vast met de zware zak sneeuw. Mike is intussen naar buiten gegaan om te over-eggen met Nick en Lhakpa Gelu. Ik kan me tot niets zetten.
Aankleden hoeft in ieder geval niet, want ik heb alles aangehouden. Wel krap, met een donsbroek in een mummieslaapzak. Mike kruipt de tent binnen. Hij en Nick zullen samen met vier Sherpa's op Zuidcol blijven als de rest afdaalt naar kamp 2. Hij overtuigt me dat we moeten gaan, ondanks Michael en de
storm. Ik weet dat Mike gelijk heeft. Inmiddels zit ik al ruim
drie etmalen in de Zone des Doods. De tijd begint te dringen...
[...]
Terneergeslagen zitten we bij elkaar in de grote tent. Niemand zegt iets. Alleen de geluiden van de bulderende storm zijn te horen. Om de tent overeind te houden fungeren om de beurt twee teamleden als extra tentstok. Tergend langzaam tikt de klok door. Deze keerzijde van de berg hadden we tot nog toe niet gezien. Op dit moment beslist De Berg. Michael Matthews, onze jongste teamgenoot, heeft het niet gehaald. Wel de top, maar niet terug. Hij heeft de top met de dood moeten bekopen. Het Everest-spel is voor hem niet goed afgelopen.
15 mei. Verder afdalen. De zon schijnt en de wind is weg. Alsof hij nooit gewaaid heeft vannacht. Het is zelfs warm. Ik ben na de afgelopen dagen bijna vergeten wat dat is, warmte. Ik doe
enkele kledingstukken uit en prop ze in mijn overvolle rugzak. Hij gaat nauwelijks nog dicht. Ik draai me om en kijk naar boven. Nog net is zij te zien, de Everest. De laatste keer van zo
dichtbij. Ik doe mijn ogen dicht. Ik ben van deze berg gaan houden, met haar wat lompe, maar zo karakteristieke vorm. 'Bedankt voor de beklimming van uw hoogste flanken. Ik voel me bevoorrecht,' fluister ik. Mijn gedachten gaan naar Michael.
Het is niet eerlijk. Hij was nog zo jong. Ik kende hem niet bijzonder goed, omdat hij tijdens de aanloop en de maaltijden in de andere helft van de ploeg zat en we toevallig ook nauwelijks samen geklommen hebben. Onvoorstelbaar eigenlijk. Al die weken maakten we deel uit van dezelfde expeditie.
[...]191-2014>
donderdag 14 mei 2026
woensdag 13 mei 2026
Bert Voeten • 14 mei 1941
• Bert Voeten (1918-1992) was een Nederlandse schrijver en vertaler. Zijn oorlogsdagboek werd in 1946 gepubliceerd onder de titel Doortocht.
14 Mei
„Partijgenoot Hess wordt vermist".
Headline-nieuws voor de wereldpers. Wij mochten het bericht slechts in zeer bescheiden opmaak geven.
De plaatsvervanger van Hitler had immers „een tick", zoo liet Berlijn doorschemeren.
Ja, hij was in zoo hevige mate geestesziek, dat hij rustig te Augsburg in een goed-uitgeruste machine klom en rechten koers vloog naar een punt in Schotland: het landgoed van Lord Hamilton.
De geüniformeerde fantasten van Goebbels' ministerie hebben nachtwerk gehad met het verhaal van den „tragischen idealist", die op zijn eentje met Engeland vrede wilde gaan sluiten en die een briefje had achtergelaten met de boodschap: „ïk ben over twee dagen weer terug. Rudolf".
17 Mei
In het zuidelijk deel van den Stillen Oceaan worden koortsachtig militaire toebereidselen gemaakt. De Jap praat, naar het voorbeeld van den Europeeschen pact-genoot, steeds meer over een „Groot-Oost-Aziatische levensruimte", waartoe ook onze archipel moet worden gerekend.
Het vuur kruipt langzaam voort, tot aan de randen der wereld.
25 Mei
Terwijl de Tommies Tobroek reeds weken lang hardnekkig verdedigen en den asgenooten een opdringen naar Egypte verhinderen, hebben de Duitsche luchtlandingsdivisies den sprong naar Kreta reeds gedaan en naderen zoo van deze zijde het Midden-Oosten.
Ik ben verstrikt geraakt in dit gebeuren buiten de grenzen, in aanval en tegenaanval, in verrassingen, overwinningen en terugtochten. Ik moet mijzelf vaak met geweld ontvoeren naar een verzenboek en lees dan meestal Slauerhoff. Zijn D s j e n g i s dwong mij opnieuw naar de zomersche slagvelden.
14 Mei
„Partijgenoot Hess wordt vermist".
Headline-nieuws voor de wereldpers. Wij mochten het bericht slechts in zeer bescheiden opmaak geven.
De plaatsvervanger van Hitler had immers „een tick", zoo liet Berlijn doorschemeren.
Ja, hij was in zoo hevige mate geestesziek, dat hij rustig te Augsburg in een goed-uitgeruste machine klom en rechten koers vloog naar een punt in Schotland: het landgoed van Lord Hamilton.
De geüniformeerde fantasten van Goebbels' ministerie hebben nachtwerk gehad met het verhaal van den „tragischen idealist", die op zijn eentje met Engeland vrede wilde gaan sluiten en die een briefje had achtergelaten met de boodschap: „ïk ben over twee dagen weer terug. Rudolf".
17 Mei
In het zuidelijk deel van den Stillen Oceaan worden koortsachtig militaire toebereidselen gemaakt. De Jap praat, naar het voorbeeld van den Europeeschen pact-genoot, steeds meer over een „Groot-Oost-Aziatische levensruimte", waartoe ook onze archipel moet worden gerekend.
Het vuur kruipt langzaam voort, tot aan de randen der wereld.
25 Mei
Terwijl de Tommies Tobroek reeds weken lang hardnekkig verdedigen en den asgenooten een opdringen naar Egypte verhinderen, hebben de Duitsche luchtlandingsdivisies den sprong naar Kreta reeds gedaan en naderen zoo van deze zijde het Midden-Oosten.
Ik ben verstrikt geraakt in dit gebeuren buiten de grenzen, in aanval en tegenaanval, in verrassingen, overwinningen en terugtochten. Ik moet mijzelf vaak met geweld ontvoeren naar een verzenboek en lees dan meestal Slauerhoff. Zijn D s j e n g i s dwong mij opnieuw naar de zomersche slagvelden.
Er is geen grooter wellust dan te dooden —Het evangelie van de horde.225-2016>
dinsdag 12 mei 2026
Katja Staartjes • 13 mei 1999
• Katja Staartjes (1963) bereikte in 1999 als eerste Nederlandse vrouw de top van de Mount Everest. Haar dagboek van die expeditie is te vinden in Hoog spel.
13 MEI. Het grootste gedeelte van de topklim heb ik achter de rug. Vanaf de Zuidtop op 8750 meter, kijk ik naar de rest van de route met de Hillary Step, de beroemde twaalf meter hoge rotspassage. Technisch gezien is dit het lastigste onderdeel van de hele Everest-beklimming. Ik draai de zuurstofregelaar van twee naar drieënhalve liter per minuut en verlaat de Zuidtop. De top van de wereld kan me bijna niet meer ontgaan. Ik ga de Moedergodin Chomolungma nu echt een hand geven.
Eerst een stukje omlaag. Valt niet mee. Hier viel de Amerikaanse Lauri een week geleden dus tien meter naar beneden. Zomaar door dit gat in de sneeuw. Blijven opletten. Daar zijn de touwen. Ik klim in mijn eigen tempo door. Ja, hier moet het zijn, de Hillary Step. Opstoppingen? Niets van te merken. Mijn hand zoekt steun tegen de rots en ik spreid mijn voeten met de logge schoenen. Weer een stapje verder. Ik tuur omhoog. Kan ik dit touw wel vertrouwen? Naast me bungelen enigszins luguber nog drie andere touwen, waarvan er twee met zekerheid van vorige jaren zijn. Behoedzaam zoek ik met mijn rechterhand opnieuw goed houvast in de rots. Zoveel mogelijk op mijn eigen handen en voeten vertrouwen en niet te veel in het touw hangen. Het gaat eigenlijk uitstekend zo. Is dit alles? Me voor niks zenuwachtig gemaakt of ik deze klim wel aankan. Natuurlijk kan ik dit! Ik kijk heel even naar links. Meer dan twee kilometer lager ligt kamp 2. Nee, ik ga niet vallen. Geen sprake van. Ook niet naar rechts, want dan lig ik drie kilometer lager in Tibet.
Gelukt. Ik ben weer op de sneeuw, nu nog het laatste stukje topgraat. Geen touw, blijven concentreren. Daar is het groepje, ik kom steeds dichterbij. Ineens mist. Een rood pak. Dave Rodney. We lachen naar elkaar. Ga maar voor, gebaart hij met zijn arm. Ik ga hem voorbij. Slechts heel licht stijg je hier nog. De laatste corniche voorbij, flauw naar rechts en daar ... Hoe ver is het nog? Veertig meter? Ik weet dat ik de afstanden hier niet goed meer kan inschatten. Op het topplateau van de Cho Oyu zat ik er helemaal naast. Ik zie een aantal donspakken. Dat moet de top zijn. Ik voel tranen opkomen. Wat jammer dat ik dit niet meer aan mijn vader kan vertellen. Rusten na een paar passen hoeft niet meer. In één ruk ga ik door, het gaat als vanzelf. Ik zweef, net als lang geleden tijdens een hardloopwedstrijd. Vermoeidheid bestaat niet meer.
Ik sta op de top! Het hoogste punt ter wereld, 8848 meter boven zeeniveau. Er staan een stuk of tien andere klimmers, onder wie Cos, Augusto, Lhakpa Gelu plus nog een drietal van onze Sherpa's. Ze kijken blij verrast dat ik het ben. We omhelzen elkaar. Rugzak af. Bobby zit onder de ijskristallen. Zou hij het eerste teddybeertje zijn op de top van de Everest? Ik doe mijn zuurstofmasker af. Wat een gevoel van vrijheid. Pak de fles uit mijn jaszak. Een slok. Bah, ijsthee. Nee, niets eten. Te veel werk. Jammer, weer voor niets meegesleept. Dave roept dat het half tien is. Ik reken en moeizaam kom ik tot de conclusie dat ik elf uur over de beklimming heb gedaan.
Nu nog op de foto, als bewijs. Hoe kom ik er in mijn eentje op, met dit samengepakte groepje? Maar even naar de andere kant van het kleine topje. Dan gaat het mis. Ik struikel over een rugzak. Val languit op mijn gezicht. Schuif drie meter naar voren. De mannen schrikken zich een ongeluk. Beduusd krabbel ik weer overeind. Je zult maar van de top vallen. Ik neem een paar foto's. Als ik het toestel weer wil wegstoppen, zie ik dat het niet goed ingesteld was: onderbelicht. Een nieuwe poging. Tweemaal klik. Het moet maar goed zijn zo. Op hoop van zegen.
234-2012>
13 MEI. Het grootste gedeelte van de topklim heb ik achter de rug. Vanaf de Zuidtop op 8750 meter, kijk ik naar de rest van de route met de Hillary Step, de beroemde twaalf meter hoge rotspassage. Technisch gezien is dit het lastigste onderdeel van de hele Everest-beklimming. Ik draai de zuurstofregelaar van twee naar drieënhalve liter per minuut en verlaat de Zuidtop. De top van de wereld kan me bijna niet meer ontgaan. Ik ga de Moedergodin Chomolungma nu echt een hand geven.
Eerst een stukje omlaag. Valt niet mee. Hier viel de Amerikaanse Lauri een week geleden dus tien meter naar beneden. Zomaar door dit gat in de sneeuw. Blijven opletten. Daar zijn de touwen. Ik klim in mijn eigen tempo door. Ja, hier moet het zijn, de Hillary Step. Opstoppingen? Niets van te merken. Mijn hand zoekt steun tegen de rots en ik spreid mijn voeten met de logge schoenen. Weer een stapje verder. Ik tuur omhoog. Kan ik dit touw wel vertrouwen? Naast me bungelen enigszins luguber nog drie andere touwen, waarvan er twee met zekerheid van vorige jaren zijn. Behoedzaam zoek ik met mijn rechterhand opnieuw goed houvast in de rots. Zoveel mogelijk op mijn eigen handen en voeten vertrouwen en niet te veel in het touw hangen. Het gaat eigenlijk uitstekend zo. Is dit alles? Me voor niks zenuwachtig gemaakt of ik deze klim wel aankan. Natuurlijk kan ik dit! Ik kijk heel even naar links. Meer dan twee kilometer lager ligt kamp 2. Nee, ik ga niet vallen. Geen sprake van. Ook niet naar rechts, want dan lig ik drie kilometer lager in Tibet.
Gelukt. Ik ben weer op de sneeuw, nu nog het laatste stukje topgraat. Geen touw, blijven concentreren. Daar is het groepje, ik kom steeds dichterbij. Ineens mist. Een rood pak. Dave Rodney. We lachen naar elkaar. Ga maar voor, gebaart hij met zijn arm. Ik ga hem voorbij. Slechts heel licht stijg je hier nog. De laatste corniche voorbij, flauw naar rechts en daar ... Hoe ver is het nog? Veertig meter? Ik weet dat ik de afstanden hier niet goed meer kan inschatten. Op het topplateau van de Cho Oyu zat ik er helemaal naast. Ik zie een aantal donspakken. Dat moet de top zijn. Ik voel tranen opkomen. Wat jammer dat ik dit niet meer aan mijn vader kan vertellen. Rusten na een paar passen hoeft niet meer. In één ruk ga ik door, het gaat als vanzelf. Ik zweef, net als lang geleden tijdens een hardloopwedstrijd. Vermoeidheid bestaat niet meer.
Ik sta op de top! Het hoogste punt ter wereld, 8848 meter boven zeeniveau. Er staan een stuk of tien andere klimmers, onder wie Cos, Augusto, Lhakpa Gelu plus nog een drietal van onze Sherpa's. Ze kijken blij verrast dat ik het ben. We omhelzen elkaar. Rugzak af. Bobby zit onder de ijskristallen. Zou hij het eerste teddybeertje zijn op de top van de Everest? Ik doe mijn zuurstofmasker af. Wat een gevoel van vrijheid. Pak de fles uit mijn jaszak. Een slok. Bah, ijsthee. Nee, niets eten. Te veel werk. Jammer, weer voor niets meegesleept. Dave roept dat het half tien is. Ik reken en moeizaam kom ik tot de conclusie dat ik elf uur over de beklimming heb gedaan.
Nu nog op de foto, als bewijs. Hoe kom ik er in mijn eentje op, met dit samengepakte groepje? Maar even naar de andere kant van het kleine topje. Dan gaat het mis. Ik struikel over een rugzak. Val languit op mijn gezicht. Schuif drie meter naar voren. De mannen schrikken zich een ongeluk. Beduusd krabbel ik weer overeind. Je zult maar van de top vallen. Ik neem een paar foto's. Als ik het toestel weer wil wegstoppen, zie ik dat het niet goed ingesteld was: onderbelicht. Een nieuwe poging. Tweemaal klik. Het moet maar goed zijn zo. Op hoop van zegen.
234-2012>
maandag 11 mei 2026
Henry de Montherlant • 12 mei 1972
• De in 1896 geboren Franse schrijver Henry de Montherlant, die op 21 september 1972 zelfmoord pleegde omdat hij de belemmeringen voor zijn gezondheid te groot geworden vond, schreef naast zijn omvangrijke œuvre aan romans en toneelstukken veel korte, soms bijna aforistisch aandoende notities.
12 mei 1972
Voor bepaalde mensen is het feit dat ze geen zelfmoord plegen op gevorderde leeftijd een waarachtige afwijking. De afname van je vermogens, de ziektes, soms het lijden, de last die men is voor zichzelf en die men anderen oplegt, het geld dat dat jou en de anderen kost, en dat zonder enige hoop op iets plezierigs in de toekomst! De kinderen verdragen ons met tegenzin, gesteund door de erfenis; de kleinkinderen, laten we daar maar niet over praten. Het genot, voor zover je daartoe nog in staat bent, wordt ook verwerpelijk geacht, je weet niet waarom: je bent een ‘oude geilaard’ of een ‘oud varken’. Waarom dus dat alles verdragen?
Het christendom heeft gedurende zeventien eeuwen, zonder er enige reden voor te geven, de mensen opgelegd deze afwijking te verdragen; vandaag de dag is het de maatschappij, door rond de zelfmoord een atmosfeer van strafbaarheid te scheppen. Degene die de openbare mening over de zelfmoord zou veranderen en de manieren om zelfmoord te plegen zou verbeteren, zou een weldoener van de mensheid zijn – maar gehouden worden voor een monster.
[Vertaald door Ed. Jongma]273-2016>
12 mei 1972
Voor bepaalde mensen is het feit dat ze geen zelfmoord plegen op gevorderde leeftijd een waarachtige afwijking. De afname van je vermogens, de ziektes, soms het lijden, de last die men is voor zichzelf en die men anderen oplegt, het geld dat dat jou en de anderen kost, en dat zonder enige hoop op iets plezierigs in de toekomst! De kinderen verdragen ons met tegenzin, gesteund door de erfenis; de kleinkinderen, laten we daar maar niet over praten. Het genot, voor zover je daartoe nog in staat bent, wordt ook verwerpelijk geacht, je weet niet waarom: je bent een ‘oude geilaard’ of een ‘oud varken’. Waarom dus dat alles verdragen?
Het christendom heeft gedurende zeventien eeuwen, zonder er enige reden voor te geven, de mensen opgelegd deze afwijking te verdragen; vandaag de dag is het de maatschappij, door rond de zelfmoord een atmosfeer van strafbaarheid te scheppen. Degene die de openbare mening over de zelfmoord zou veranderen en de manieren om zelfmoord te plegen zou verbeteren, zou een weldoener van de mensheid zijn – maar gehouden worden voor een monster.
[Vertaald door Ed. Jongma]273-2016>
zondag 10 mei 2026
Karin Spaink • 11 mei 2012
• Ter gelegenheid van het Het nationale Canta-ballet hield schrijver Karin Spaink (1957-2026) voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.
• 10 mei
• 14, 15 mei
• 16 mei
Vrijdag 11 mei
Onderweg spot ik een rode Canta, ik kan hem nog net aanhouden. ‘Heeft u al gehoord van Het Nationale Canta Ballet?’ vraag ik de bestuurders. ‘We maken een voorstelling met een heleboel Cantaatjes en de dansers van Het Nationale Ballet. We zoeken nog deelnemers! Danst u mee?’ Verrast nemen ze de folders aan. Ze beloven erover na te denken.
Bij Waaijenberg in Zuidoost bekijk ik het pièce de résistance dat Marco, een van de Canta-monteurs, heeft gemaakt voor de etalage van Atheneum Nieuwscentrum: we zetten daar komende week een doormidden gesneden autootje neer. Een plakje Canta!
’s Avonds rijd ik naar de boekpresentatie van Monique Samuels. Ik geef haar De benenwagen en krijg in ruil haar Mozaïek van de revolutie. ‘Van Karin, die geen Arabisch spreekt; voor Monique, die niet kan autorijden,’ schrijf ik voorin.
Zondag 13 mei
Met de trein naar paps en mams. We gaan gezamenlijk op bezoek bij goede vrienden van mijn ouders: Hij is ernstig ziek, er wordt al over euthanasie gesproken. Die grote charmeur is veranderd in een stil en dun popje…
Onderweg merk ik hoe krampachtig mijn moeder rijdt. Ze was altijd een goede chauffeur, maar de ouderdom speelt haar parten. Ze houdt het stuur onhandig vast, ze remt te abrupt en stopt soms voor groen. ‘Lieverd,’ zeg ik, ‘eigenlijk denk ik dat je niet meer rijden moet.’ Ze zucht. Ze weet het zelf ook: ze voelt zich niet langer prettig op de grote weg. ‘Misschien moet jij ook aan de Canta?’ opper ik voorzichtig. We giechelen.
In Almelo kunnen we nog een uurtje in de tuin zitten. De kat nestelt zich naast ons en snuift vergenoegd de rook van mijn sigaret op, hij is dol op nicotine. Mooi moment: mijn vader die naast me gaat zitten en trots mijn nieuwe boek openslaat.
189-2017>725-2023>
• 10 mei
• 14, 15 mei
• 16 mei
Vrijdag 11 mei
Onderweg spot ik een rode Canta, ik kan hem nog net aanhouden. ‘Heeft u al gehoord van Het Nationale Canta Ballet?’ vraag ik de bestuurders. ‘We maken een voorstelling met een heleboel Cantaatjes en de dansers van Het Nationale Ballet. We zoeken nog deelnemers! Danst u mee?’ Verrast nemen ze de folders aan. Ze beloven erover na te denken.
Bij Waaijenberg in Zuidoost bekijk ik het pièce de résistance dat Marco, een van de Canta-monteurs, heeft gemaakt voor de etalage van Atheneum Nieuwscentrum: we zetten daar komende week een doormidden gesneden autootje neer. Een plakje Canta!
’s Avonds rijd ik naar de boekpresentatie van Monique Samuels. Ik geef haar De benenwagen en krijg in ruil haar Mozaïek van de revolutie. ‘Van Karin, die geen Arabisch spreekt; voor Monique, die niet kan autorijden,’ schrijf ik voorin.
Zondag 13 mei
Met de trein naar paps en mams. We gaan gezamenlijk op bezoek bij goede vrienden van mijn ouders: Hij is ernstig ziek, er wordt al over euthanasie gesproken. Die grote charmeur is veranderd in een stil en dun popje…
Onderweg merk ik hoe krampachtig mijn moeder rijdt. Ze was altijd een goede chauffeur, maar de ouderdom speelt haar parten. Ze houdt het stuur onhandig vast, ze remt te abrupt en stopt soms voor groen. ‘Lieverd,’ zeg ik, ‘eigenlijk denk ik dat je niet meer rijden moet.’ Ze zucht. Ze weet het zelf ook: ze voelt zich niet langer prettig op de grote weg. ‘Misschien moet jij ook aan de Canta?’ opper ik voorzichtig. We giechelen.
In Almelo kunnen we nog een uurtje in de tuin zitten. De kat nestelt zich naast ons en snuift vergenoegd de rook van mijn sigaret op, hij is dol op nicotine. Mooi moment: mijn vader die naast me gaat zitten en trots mijn nieuwe boek openslaat.
189-2017>725-2023>
Han de Wilde • 10 mei 1945
• Han de Wilde (1907-1974) was in zijn tijd een bekend Leidenaar. Hij was winkelier in de Breestraat, zijn Manufacturen- en Beddenhandel was gevestigd in het pand dat later Boekhandel Kooyker zou worden. In de oorlog hield hij een dagboek bij, dat vorig jaar is uitgegeven bij Ginkgo.
Donderdag 10 Mei 1945 - Hemelvaartsdag
Vandaag juist 5 jaar geleden viel de gehate mof ons land aan en begon een periode van bezetting, rechtsverkrachting, terreur, roof en ellende voor ons volk. Thans hangen overal in de stad de vlaggen, rijden de Canadeezen door de stad, arresteeren de Binnenlandsche Strijdkrachten, gekleed in grijze overalls, met blauw-wit-oranje armbanden en gewapend met geweer of tommygun, de zoo gehate NSBers, collaborateurs en profiteurs en zie je nog slechts uiterst sporadisch een mof.
Op Zondag 6 Mei is door generaal Blaskowitz de capitulatieacte onderteekend en hebben de moffen zich dus in Holland onvoorwaardelijk overgegeven.
Op Maandag 7 Mei 1945 onderteekende generaal Jodl, de nieuwe chef van de Duitsche weermacht, de onvoorwaardelijke overgave van Duitschland. Van de vroegeren chef, Keitel, geen spoor meer, evenmin van admiraal Dörütz, wiens oproep tot doorvechten geen succes meer kon hebben, nu allerwege de macht van Duitschland in elkaar zakte. Op dezelfden dag zagen we de eerste Canadeesche kwartiermakers binnentrekken, den volgenden dag gevolgd door een geweldige stoet vrachtauto's, gewone auto's en wagens op rupsbanden. Hierbij was ook de Prinses Irene-brigade (Nederlanders). Stormachtig werden de manschappen toegejuicht; op vele auto's zaten drommen kinderen - velen reeds afkomstig uit de Rijnstreek, ja, zelfs uit Utrecht - die in hun enthousiasme om met de bevrijders mee te rijden, tijd en plaats volkomen vergaten.
Het enthousiasme is onbeschrijfelijk. Van vroeg tot laat worden de straten bezet door feestelijk gestemde menschen, die elke Amerikaansche auto, elke Canadees toejuichen. Losloopende soldaten worden omringd - tot 't hinderlijke toe! - door om sigaretten of handteekeningen bedelende kinderen.
De gehate Landwacht is Maandagavond reeds gearresteerd; de bevolking was dol van vreugde. Verder zijn in den loop dezer dagen vrijwel alle bekende NSBers gepikt, tot groote voldoening van iedereen. Over 't algemeen is dit vrij rustig verloopen - al omzwermde een joelende menigte de arrestanten; alleen enkele bijzonder gehate NSBers, zoals Kareltje van Duuren enz. hebben 't zwaar te verduren gehad. Ook zijn er reeds enkele moffenmeiden gearresteerd en kaal geschoren.
De bevrijding is voor ons land op 't nippertje gekomen. Broodmeel was er niet meer, deze week is 't laatste regeeringsmeel als Roode Kruis brood verbakken. We hebben nu, deze week nog, de eerste gave van de op Valkenburg uitgeworpen rantsoenen ontvangen - een prachtige prestatie, 1 1/2 week na de eerste afworp van zoo'n verdeeld assortiment boter, gedroogd eieren-meel, reepen chocolade en een blikje bacon. Naar verluidt, is er gisteren reeds 45 ton vleesch aangekomen en krijgen we vanaf de volgende week 7 ons vleesch per week p.p. en andere rantsoenen eveneens belangrijk verhoogd, (vleesch tot dusver 100 gram vleesch, been inbegrepen!)
Mussert is in Utrecht gearresteerd; Seyss-Inquart, die per motortorpedoboot gevlucht was, in Denemarken door Engelsche troepen gegrepen.
Het lijk (??) van Hitler nog steeds niet gevonden, wel dat van Goebbels.268-2016>
Donderdag 10 Mei 1945 - Hemelvaartsdag
Vandaag juist 5 jaar geleden viel de gehate mof ons land aan en begon een periode van bezetting, rechtsverkrachting, terreur, roof en ellende voor ons volk. Thans hangen overal in de stad de vlaggen, rijden de Canadeezen door de stad, arresteeren de Binnenlandsche Strijdkrachten, gekleed in grijze overalls, met blauw-wit-oranje armbanden en gewapend met geweer of tommygun, de zoo gehate NSBers, collaborateurs en profiteurs en zie je nog slechts uiterst sporadisch een mof.
Op Zondag 6 Mei is door generaal Blaskowitz de capitulatieacte onderteekend en hebben de moffen zich dus in Holland onvoorwaardelijk overgegeven.
Op Maandag 7 Mei 1945 onderteekende generaal Jodl, de nieuwe chef van de Duitsche weermacht, de onvoorwaardelijke overgave van Duitschland. Van de vroegeren chef, Keitel, geen spoor meer, evenmin van admiraal Dörütz, wiens oproep tot doorvechten geen succes meer kon hebben, nu allerwege de macht van Duitschland in elkaar zakte. Op dezelfden dag zagen we de eerste Canadeesche kwartiermakers binnentrekken, den volgenden dag gevolgd door een geweldige stoet vrachtauto's, gewone auto's en wagens op rupsbanden. Hierbij was ook de Prinses Irene-brigade (Nederlanders). Stormachtig werden de manschappen toegejuicht; op vele auto's zaten drommen kinderen - velen reeds afkomstig uit de Rijnstreek, ja, zelfs uit Utrecht - die in hun enthousiasme om met de bevrijders mee te rijden, tijd en plaats volkomen vergaten.
Het enthousiasme is onbeschrijfelijk. Van vroeg tot laat worden de straten bezet door feestelijk gestemde menschen, die elke Amerikaansche auto, elke Canadees toejuichen. Losloopende soldaten worden omringd - tot 't hinderlijke toe! - door om sigaretten of handteekeningen bedelende kinderen.
De gehate Landwacht is Maandagavond reeds gearresteerd; de bevolking was dol van vreugde. Verder zijn in den loop dezer dagen vrijwel alle bekende NSBers gepikt, tot groote voldoening van iedereen. Over 't algemeen is dit vrij rustig verloopen - al omzwermde een joelende menigte de arrestanten; alleen enkele bijzonder gehate NSBers, zoals Kareltje van Duuren enz. hebben 't zwaar te verduren gehad. Ook zijn er reeds enkele moffenmeiden gearresteerd en kaal geschoren.
De bevrijding is voor ons land op 't nippertje gekomen. Broodmeel was er niet meer, deze week is 't laatste regeeringsmeel als Roode Kruis brood verbakken. We hebben nu, deze week nog, de eerste gave van de op Valkenburg uitgeworpen rantsoenen ontvangen - een prachtige prestatie, 1 1/2 week na de eerste afworp van zoo'n verdeeld assortiment boter, gedroogd eieren-meel, reepen chocolade en een blikje bacon. Naar verluidt, is er gisteren reeds 45 ton vleesch aangekomen en krijgen we vanaf de volgende week 7 ons vleesch per week p.p. en andere rantsoenen eveneens belangrijk verhoogd, (vleesch tot dusver 100 gram vleesch, been inbegrepen!)
Mussert is in Utrecht gearresteerd; Seyss-Inquart, die per motortorpedoboot gevlucht was, in Denemarken door Engelsche troepen gegrepen.
Het lijk (??) van Hitler nog steeds niet gevonden, wel dat van Goebbels.268-2016>
Valentin Boelgakov • 9 mei 1910
• Valentin Boelgakov (1886-1966) was Tolstojs secretaris in het laatste jaar van diens leven. Zijn dagboek over die periode is vertaald (door Charles B. Timmer) als Het laatste levensjaar van Tolstoj.
9 mei
Sofja Andrejevna [Tolstojs vrouw] en Tolstojs zoon Andrej zijn aangekomen. Het ging aan tafel levendig toe, bij het middageten zowel als 's avonds. Tolstoj stond tamelijk vroeg van tafel op.
'Wat nou, papa, zo vroeg naar bed?' vroeg Andrej.
'Ik moet nog heel wat afdoen, moet nog een patience leggen...'
En in de gang zei hij tegen Tsjertkov: 'Kom mee naar mijn kamer, Vladimir Grigorjevitsj!'
Ik kwam met de post bij hem. In een van de brieven had ik, in opdracht van Tolstoj, aan een jongeman die een hoogdravende en honingzoete brief had geschreven, de raad gegeven 'eenvoudiger en oprechter in zijn omgang met de mensen te zijn'.
'Maar misschien was zijn brief wel oprecht?' merkte Tsjertkov op.
'Nee,' antwoordde Tolstoj. 'Ik weet dat ik op dat punt niet gezondigd heb. Maar dat deed ik wel ten aanzien van Andrej.'
'Hoe zo? Alles was toch koek en ei, dacht ik?' vroeg Tsjertkov.
'Nee, tegenover hem heb ik gezondigd. Hij was gaan vertellen hoe iedereen in Petersburg beweert dat Molotsjnikov niet wegens mijn boeken zit, maar vanwege zekere propaganda. Waarop ik zei dat lui die dat beweren, geen greintje van de eerbied waard zijn die Molotsjnikov toekomt. Kortom, niet zo best... Aan de andere kant heb ik me tegen Sofja Andrejevna beter gedragen. Vandaag heb ik haar voor het eerst eens gezegd hoe zwaar mij deze manier van leven valt, hoe direct lichamelijk zwaar! Ik heb vol overtuigingskracht gesproken en tegelijk heel rustig. En ik geloof dat mijn woorden tot haar zijn doorgedrongen. Maar voor hoe lang, dat weet ik niet.'
Kort vóór dit gesprek had Tsjertkov Tolstoj uitgenodigd om na Kotsjety bij hem in Stolbovaja te komen logeren (dat lag dichter bij Toela en daarom was Tsjertkov er uit Krjoksjino heen verhuisd). Tolstoj nam die uitnodiging met beide handen aan. Tijdens het gesprek over die aanstaande reis had Tsjertkov opgemerkt: 'Als het u tenminste niet ongelegen komt zo lang uit Jasnaja Poljana weg te blijven,' waarop Tolstoj schamper had gelachen.
Ik heb hier in Kotsjety al voor de derde maal Tolstojs voorwoord bij zijn Gedachten over het leven overgeschreven in zijn laatste versie. Het is nu een beknopte samenvatting van zijn wereldbeschouwing geworden. Vandaar dat Tolstoj er zo veel aandacht aan besteedt en er zo hard aan werkt.153-2015>
9 mei
Sofja Andrejevna [Tolstojs vrouw] en Tolstojs zoon Andrej zijn aangekomen. Het ging aan tafel levendig toe, bij het middageten zowel als 's avonds. Tolstoj stond tamelijk vroeg van tafel op.
'Wat nou, papa, zo vroeg naar bed?' vroeg Andrej.
'Ik moet nog heel wat afdoen, moet nog een patience leggen...'
En in de gang zei hij tegen Tsjertkov: 'Kom mee naar mijn kamer, Vladimir Grigorjevitsj!'
Ik kwam met de post bij hem. In een van de brieven had ik, in opdracht van Tolstoj, aan een jongeman die een hoogdravende en honingzoete brief had geschreven, de raad gegeven 'eenvoudiger en oprechter in zijn omgang met de mensen te zijn'.
'Maar misschien was zijn brief wel oprecht?' merkte Tsjertkov op.
'Nee,' antwoordde Tolstoj. 'Ik weet dat ik op dat punt niet gezondigd heb. Maar dat deed ik wel ten aanzien van Andrej.'
'Hoe zo? Alles was toch koek en ei, dacht ik?' vroeg Tsjertkov.
'Nee, tegenover hem heb ik gezondigd. Hij was gaan vertellen hoe iedereen in Petersburg beweert dat Molotsjnikov niet wegens mijn boeken zit, maar vanwege zekere propaganda. Waarop ik zei dat lui die dat beweren, geen greintje van de eerbied waard zijn die Molotsjnikov toekomt. Kortom, niet zo best... Aan de andere kant heb ik me tegen Sofja Andrejevna beter gedragen. Vandaag heb ik haar voor het eerst eens gezegd hoe zwaar mij deze manier van leven valt, hoe direct lichamelijk zwaar! Ik heb vol overtuigingskracht gesproken en tegelijk heel rustig. En ik geloof dat mijn woorden tot haar zijn doorgedrongen. Maar voor hoe lang, dat weet ik niet.'
Kort vóór dit gesprek had Tsjertkov Tolstoj uitgenodigd om na Kotsjety bij hem in Stolbovaja te komen logeren (dat lag dichter bij Toela en daarom was Tsjertkov er uit Krjoksjino heen verhuisd). Tolstoj nam die uitnodiging met beide handen aan. Tijdens het gesprek over die aanstaande reis had Tsjertkov opgemerkt: 'Als het u tenminste niet ongelegen komt zo lang uit Jasnaja Poljana weg te blijven,' waarop Tolstoj schamper had gelachen.
Ik heb hier in Kotsjety al voor de derde maal Tolstojs voorwoord bij zijn Gedachten over het leven overgeschreven in zijn laatste versie. Het is nu een beknopte samenvatting van zijn wereldbeschouwing geworden. Vandaar dat Tolstoj er zo veel aandacht aan besteedt en er zo hard aan werkt.153-2015>
Abonneren op:
Posts (Atom)







