donderdag 1 oktober 2026

Gaspard Bart • 2 oktober 1622

• Een 'dagboekgedicht' van Adriaan de Roover (1923-2016).

Uit het Dagboek van Gaspard Bart
2 Oktober 1622.


Harmen Kleuter lag, nog voor de nacht zijn einde kende,
met negen trotsche schepen voor de wateren van Oostende.
Toch kwam Jan Jacobsen onverschrokken uit zijn muit
en zeilde met twee Spaansche barken de haven uit.

Jan Jacobsen stond op de voorplecht en keek naar Harmens vloot,
wijl hij kalm zijn maten een sneller vaart gebood.
Maar admiraal Kleuter dwong Jacobsen tot den strijd.
- De Spaansche barken vluchtten, al vloeken en tieren ten spijt.

Zoo stond Jan Jacobsen alleen voor die Hollandsche macht,
lijk altijd betrouwend op God en eigen zeemanskracht.
Toen brak de hel los uit honderden dreunende monden,
want Harmen Kleuters jongens vuurden wat ze vuren konden.

Maar slag om slinger gaf Jan Jacobsen antwoord.
- Die stond lijk een David wijdbeens aan bakboord. -
En hij schoot juist dat weet die Hollandsche fregat,
die zonk met een kogel vlak onder het kluisgat.

En toen de sterren dien avond weer aan den hemel zaten,
stond Jacobsen nog aan boord met twaalf levende maten.
Daar was ik bij; en ik bad mijn akt van berouw,
want Harmen Kleuter dreef ons geducht in het nauw.

‘Nu komt het einde’ - zei Jan Jacobsen bedaard
en hij streek met zijn hand langs zijn stoppelbaard.
Wijl klommen de Hollanders op voor- en achtersteven
en schreeuwden tot Jacobsen zich over te geven.

‘Bij God, Jan Jacobsen geeft niet gewonnen!’
en hij schoot zijn pistool door een der buskruittonnen.
- Toen verging mij de wereld in scheurende knallen. -
Maar vijftig Hollanders zijn mee de zee ingevallen.

En ik leefde en sloeg naar het wrakhout met handen,
die gruwelijk verschroeid in het pekelnat brandden.
- Jan Jacobsens schip was verdwenen, maar naast mij rees de boeg
van een Hollandsch fregat dat den naam Esperance droeg.

En schimmen bogen en wierpen een touw naar omlaag,
maar dat sneed in mijn palmen als een timmermanszaag.
Ik beet in de koord en rees, maar viel met kramp in mijn nek;
beet weer en rees hooger... toen viel ik in zwijm op het dek.

Ik heb dat later in mijn dagboek geschreven;
zoo blijft een gedachtenis verder leven.
- ‘Voor Jan Jacobsen stierven vierhonderd te gaar,
ik was toen nog scheepsjongen van zestien jaar.’ -

Adriaan de Roover (1923-2016)

woensdag 30 september 2026

Marion Vredeling • 1 oktober 1993

• Marion Vredeling (1954, dochter van PvdA-politicus Henk Vredeling) publiceerde dagboekfragmenten over wraak en vergelding in Lust en gratie.

1 oktober 1993 • In ippi bezocht ik in Mexico een indiaanse imker die angelloze bijen cultiveert. Ik interesseer me voor de pre-Spaanse bijenteelt en schrijf er een boek over. De imker vertelde dat de bijen zich gewaardeerd moeten voelen. Anders nemen de bijengoden wraak: ze wenken de bijenkoningin en deze kan er dan met haar volk vandoor gaan. Vandaag las ik in een boek over Rigoberta Menchu, de Guatamalteekse Nobelprijswinnares, een verhaal dat ‘familie’ is van dat van de imker:
‘Ieder kind dat bij de Maya's in Guatamala wordt geboren, heeft zijn eigen nahual. Dit is een dier dat de geest belichaamt die dit nieuw geboren kind tijdens haar leven zal beschermen. Een soort dierlijke “engelbewaarder”. Mijn nahual is als mijn schaduw die altijd bij mij is. De nahual is doorgaans een dier. Mijn nahual verbindt me met de natuur, hij vertegenwoordigt de aarde, de dieren, het water en de zon. Voor ons is de nahual als een persoon, parallel aan de mens. Wij kunnen er enkel in beelden over spreken.
Als kind leren we dat onze nahual heel erg belangrijk is, en dat we dieren niet zomaar mogen doden, want dat ieder dier als nahual bij een mens hoort en dat de persoon wiens nahual we doden zich dan tegen ons keert en wraak neemt.’
Een vergelijking drong zich op. De angst voor wraak waarover ik las leek op de ‘moderne’ angst die in onze welvaartstaten om zich heen grijpt: de angst voor vergiftiging, de vrees dat niet de góden, maar de natuur in haar geheel het ons ‘betaald’ zal zetten of ‘zich wreken zal’ omdat wij haar liefdeloos en respectloos behandelen, haar schaamteloos exploiteren, haar ontbossen en (genetisch) manipuleren. Tegenwoordig proberen we ons tegen dit soort ‘wraak’ te beschermen door lid te worden van een organisatie. Maar net als in de religie worden we op onze beurt voor dit lidmaatschap gestraft: eenmaal in het leven geroepen door de contributies die wij betalen, proberen deze organisaties hun macht en budget verder te vergroten en boezemen ze ons steeds grotere angsten voor die zogenaamde ‘weerwraak van de natuur’ in. ‘Let's scare them to death,’ zei een vooraanstaande medewerker van een milieu-organisatie toen hem werd gevraagd zijn beroepsstrategie toe te lichten.’

Michael Palin • 30 september 1988

• Michael (Monty Python) Palin (1943) deed in 1988 voor de BBC een reis om de wereld in tachtig dagen, en hield daarvan een dagboek bij. Vertaling door Rika Vliek en Ingrid van Dam.

[...] Het hoogtepunt van mijn laatste dag aan boord van de Espresso Egitto is een feestelijk diner. De mensen van de Adriatische Scheepvaartmaatschappij zijn ons buitengewoom ter wille geweest en willen er nog een schepje bovenop doen. Ann Passepartout stelt voor twee tafels naast elkaar te zetten, en beseft naderhand pas dat die tafels aan de vloer zijn vastgeschroefd. Maar voor ze hen ervan kan weerhouden, zijn Eros, de somber ogende hofmeester, verscheidene obers en een ingenieur al begonnen met het aanleggen van een houten brug van tafel naar tafel. 's Middags krijg ik de kombuis te zien. waar Franco samen met elf anderen een diner voor driehonderd man voorbereidt. Franco, een Napolitaan die al 27 jaar voor deze Adriatische scheepvaartmaatschappij werkt, geeft me nog gauw even een les in het broodbakken. De essentie ervan schijnt beheerste paniek te zijn. Wanneer het deeg eenmaal klaar is, begint Franco in ijltempo te kneden, te draaien, te knopen, te vouwen, te mompelen en te vloeken en produceert dan binnen een minuut ongeveer 25 rolletjes, die een onbarmhartige toeschouwer zou vergelijken met een aantal bijzonder vreemd gevormde hondedrollen. Zonder mijn overdreven gevoel van eigenwaarde kwijt te raken, produceer ik na een stuk of twee vergeefse pogingen een redelijk te herkennen letter P, die ik naderhand zelf opeet.
5 uur 30: Aan dek om naar mijn laatste Europese zonsondergang te kijken. Terwijl de zon zwelt en zakt, verschijnt een zwerm vogels die voor me langs dartelen en duiken. Het zijn zwaluwen. De zon heeft me zo verblind, dat ze bloedrood lijken.
Het feestmaal van vanavond zal gefilmd worden en alle obers hebben opeens een schoon wit jasje aan. [Hofmeester] Eros, in vol ornaat, lijkt op een afgetakeld matinee-idool uit de jaren '50. Champagne, risotto di gamberi, loup de mer, kaas en luxebroodjes, rode en witte wijn blijven langskomen en stellen niet alleen de eters op de proef, maar ook de constructie onder de tafel.
Terwijl het vita piu dolce wordt, begint het schip voor het eerst van deze reis te rollen. Eros buigt zich dreigend over ons heen en krijgt steeds meer weg van Frankie Howerd. `Ze noemen me niet voor niets Eros,' verklaart hij, en na een vette knipoog draait hij zich opeens om en botst tegen een liefje op dat nog meer luxe broodjes aandraagt.
Naar mijn hut. Door ogen die onder invloed van heerlijke wijnen niet zo scherp meer zien, kan ik nog net mijn exemplaar ontwaren van de BBC's Get By In Arabic. Ik ben op pagina 2, en Egypte ligt nog maar 180 mijl van ons vandaan.

maandag 28 september 2026

Estelle Fornier • 29 september 1864


• De grote Franse componist Hector Berlioz (1803-1869) onderscheidde zich van veel van zijn vakbroeders doordat hij ook goed kon schrijven: artikelen, essays, brieven – en zijn memoires. Uit: Mijn leven (vertaald door W. Scheltens).

In 1864 schreef Berlioz een brief aan zijn jeugdliefde Estelle Fornier (1797-1876), die hij op dat moment bijna vijftig jaar niet meer gezien had. Fornier antwoordde op 29 september. De twee gingen tot Berlioz’ dood nog enige jaren als vrienden met elkaar om.

Lyon, 29 september 1864
In uw brief van de zevenentwintigste dezer zegt u mij dat u slechts één verlangen hebt, namelijk dat ik uw vriendin word met behulp van een briefwisseling. Denkt u in ernst, meneer, dat zulks mogelijk is? Ik ken u nauwelijks, ik zag u afgelopen vrijdag, voor het eerst in negenenveertig jaar, weer enkele ogenblikken; dus ik kan niet oordelen over uw voorkeuren, uw karakter noch over uw eigenschappen, de enige dingen die een basis vormen voor vriendschap. Wanneer twee mensen dezelfde manier van zien en voelen hebben, dan kan sympathie ontstaan en tot stand komen; maar wanneer men van elkaar verwijderd is, dan kan een correspondentie niet voldoende zijn om tot stand te brengen wat u van mij verwacht; wat mij betreft geloof ik dat het onmogelijk is. Overigens moet ik u bekennen dat ik uiterst lui ben met schrijven, mijn geest is even stram als mijn vingers; het kost mij erg veel moeite wat dit betreft aan de onontbeerlijke verplichtingen te voldoen. Ik kan u dus niet beloven met u een geregelde correspondentie te beginnen, ik zou zo vaak mijn belofte niet nakomen dat ik u daarvoor van tevoren moet waarschuwen. Als het u aangenaam is mij zo nu en dan te schrijven, dan zal ik uw brieven ontvangen, maar u moet niet verwachten dat ik onmiddellijk en terzake reageer. U wilt ook dat ik tegen u zeg dat u mij moet komen opzoeken; dat is onmogelijk, net zo min als dat ik tegen u zeg dat u mij alleen zult vinden.


zondag 27 september 2026

Adèle Bloemendaal • 28 september 1982

• Adèle Bloemendaal (1933-2017) was een Nederlandse actrice. Voor NRC Handelsblad hield ze in 1982 een 'Hollands Dagboek' bij.

Dinsdag
Jezus! De vuilnis! Kattebakken. Mijn kind komt naar beneden en ik herhaal mijn aanbod van het gebruik van het huis voor een feest. Hij is morgen jarig en wordt negentien. Hij kijkt bedenkelijk en zegt: 'Mijn woongenot is me zeer veel waard en ik zie erg op tegen de verbouwing die we ongetwijfeld nodig zullen hebben na het bacchanaal.' Gezien de klerenkasten van heren die hij onder zijn vrienden telt in aanmerking genomen, overdrijft hij waarschijnlijk niet.
Zij zijn gigantisch, mooi, zachtaardig, maar wat wild. De meesten van hen bedrijven kickboksen en karate. John zegt: 'Laten we maar gaan lunchen met pappa in de Oesterbar.' Ik bel de oude Jones en reserveer een tafel in de Oesterbar. Na de repetitie voor de televisieserie pas ik wat weerzinwekkende kleren voor de rol en hol naar de Mini. Ik heb Irish stew gepland en koop lamsvlees, haal het boek van Konrad Lorenz op en doe de rest van de boodschappen. Ik tors kattegrint. Thuis trek ik iets wijds en langs aan en kook op blote voeten terwijl ik witte wijn drink. De jongeheer G. komt aan. Hij is romantisch gestemd. Ik merk op dat het voedsel daar niet op afgestemd is. Als John drie porties naar binnen heeft gewerkt gaat hij trainen. Wij blijven zitten tot de kaarsen op zijn.

Hector Berlioz • 27 september 1864

• De grote Franse componist Hector Berlioz (1803-1869) onderscheidde zich van veel van zijn vakbroeders doordat hij ook goed kon schrijven: artikelen, essays, brieven – en zijn memoires. Uit: Mijn leven (vertaald door W. Scheltens).

In 1864 schreef Berlioz onderstaande woorden aan zijn jeugdliefde Estelle Fornier (1797-1876), die hij op dat moment bijna vijftig jaar niet meer gezien had. Fornier antwoordde op 29 september (zie aldaar). De twee gingen tot Berlioz’ dood nog enige jaren als vrienden met elkaar om.

27 september 1864
Oh! mevrouw, mevrouw, ik heb nog maar één doel op deze wereld, dat is uw genegenheid te winnen. Laat u mij proberen dat te bereiken. Ik zal onderworpen en ingetogen zijn; wij zullen net zo weinig brieven wisselen als u wilt, die correspondentie zal u nooit tot een last worden, een paar regels van uw hand zullen mij voldoende zijn. Mijn bezoeken aan u zullen slechts heel schaars kunnen zijn; maar ik zal weten dat uw gedachten en de mijne niet meer gescheiden zijn, en dat, na zoveel treurige jaren waarin ik niets voor u geweest ben, ik eindelijk kan hopen uw vriend te worden. En een toegewijde vriend zoals ik zal zijn, is zeldzaam. Ik zal u omringen met zo innige, zo zachte tederheid, met zo volledige genegenheid; de gevoelens van de man en de naïeve liefdesbetuigingen van het kinderhart zullen erin één worden. Misschien zult u daarin bekoring vinden, misschien zult u mij op een dag zeggen: 'Ik ben uw vriendin' en zult u willen bekennen dat ik uw vriendschap zeker verdiend heb.
Vaarwel, mevrouw, ik lees uw briefje van de drieëntwintigste over en ik zie dat u mij aan het slot de verzekering geeft van uw gevoelens van genegenheid. Dat is niet een banaal cliché, niet waar? Niet waar?

donderdag 24 september 2026

Adèle Bloemendaal • 25 september 1982

• Adèle Bloemendaal (1933) is een Nederlandse actrice. Voor NRC Handelsblad hield ze in 1982 een 'Hollands Dagboek' bij.

Zaterdag
Een traag, sereen begin. Ik zet koffie voor mijn kind en zijn vriendin. In de keuken leert John mij reggaedansen op een plaat van Bob Marley. Ik verbaas mij over het gebrek aan variatie. John zegt: 'Dat komt omdat ze altijd zo stoned zijn als kamelen.' Hij vertrekt naar een training, ik naar Terneuzen, bofkont die ik ben. Boudewijn Spitzen, onze coördinator, rijdt mee en roept opgetogen: 'We zullen ze in Terneuzen teisteren met kwaliteit.' Boudewijn is een allitteratie-freak. Frans zegt: 'Het lijkt wel of heel Nederland continu bezig is zich te verplaatsen.' 'Als lemmingen,' zeg ik. Ik ben somber gestemd. Morgen moet ik praten met een notoire notaris die mij hopelijk enige schurkenstreken zal bijbrengen om mijn BV te leiden. De oprichting ervan bezie ik met enige huivering. Aber warum machen Sie denn das überhaupt, Frau Blumenthal? - Weil ich ein dumme trut bin. Je maakt een goed programma en wat is je straf? Een BV. Na Terneuzen sleep ik mij langzaam de trap op en word opgewacht door de jongeheer G. met spijs en drank. Tijdens het eten praten wij over journalistiek, Naipaul, kwaliteitskranten, Amerikaanse berichtgeving en de Newyorker. Wij vallen om zes uur in slaap.