donderdag 4 juni 2020

Elias Canetti • 5 juni 1960

 • De in Bulgarije geboren maar in het Duits schrijvende Nobelprijswinnaar Elias Canetti (1905-1994) woonde van 1954-1971 in Groot-Brittannië. Uit: Het pantheon van vergeten dingen.Aantekeningen uit Hampstead 1954-1971 (vertaald door W. Hansen). 

5 juni 1960
Pinksteren 1960. Het is zomers wam, een zuidelijke dag, een zondag vol langzame mensen in de hitte. Ik lees van alles en nog wat, in deze en gene taal: eergisteren Democritus, gisteren Juvenalis, vandaag Montaigne; enkele dagen geleden gedichten van Tasso. Ik voel geen spanning en geen woede. Ik praat met zomaar wat mensen. Sinds het boek verschenen is, heerst er volkomen stilte. Aanvankelijk was ik verbaasd, een beetje onrustig misschien, maar nu is de stilte op mij overgegaan en ben ik gelukkig.[...] Soms betreur ik het dat mijn geest zich nooit in het Engels heeft gehuld. Ik woon hier nu tweeëntwintig jaar. Ik heb wel veel mensen in de taal van dit land tegen me horen praten, maar ik heb nooit naar hen geluisterd als dichters, ik heb enkel begrepen wat ze zeiden. Mijn eigen wanhoop, mijn verbazing en mijn uitbundigheid hebben zich nooit van hun woorden bediend; wat ik voelde, wat ik dacht en wat ik te zeggen had, kwam in het Duits in me op. Als mij werd gevraagd waarom, kon ik er overtuigende redenen voor geven: trots was het belangrijkste, ik geloofde er zelf in. Tegenwoordig vind ik het een aantrekkelijke gedachte om een leven in een nieuwe taal te beginnen. Ik houd van de plaats waar ik woon, meer dan van welke plaats ook, hij is mij vertrouwd alsof ik er geboren ben. Ik ben hier als eeuwige vreemdeling thuis geraakt: de scheiding tussen dit vaderland en het gesprek in mezelf is volkomen.

woensdag 3 juni 2020

Virginia Woolf • 4 juni 1923

• In de dagboeken van de Britse schrijfster Virginia Woolf (1882-1941) verwoordt ze haar gevoelsleven, dat ondanks alle zelfspot en ironie geregeld diepe depressies veroorzaakte. En uiteraard reflecteert ze op personen en gebeurtenissen uit haar persoonlijke leven en uit haar tijdgewricht. 
Vertaling: Joop van Helmond.

Maandag 4 juni
Ik ben thuis overdreven geprikkeld, ten dele om me zelf te laten gelden. Mijn boek heeft me ineens enorm in zijn greep. Ik wil de verachtelijkheid van mensen als Ott erin brengen. Ik wil het ongrijpbare van de ziel laten zien. Ik ben tot nog toe vaak veel te tolerant geweest. Waar het op neerkomt is dat mensen nauwelijks om elkaar geven. Ze zijn behept met dat krankzinnige levensinstinct. Maar ze hechten zich nimmer aan iets dat buiten hen zelf staat. Puff [Anthony Asquith] zei dat hij van zijn gezin hield en niet de behoefte voelde wat dan ook omver te werpen. Hij had een afkeer van kille onbehouwenheid. Lord David beaamde dat. In hun kliek is dat natuurlijk een geijkte frase. Puff zei - ik weet ook eigenlijk niet meer wat hij zei. Ik ben met hem door de groentetuin gelopen, langs Lytton die op een groen bankje zat te flirten; met Sackville-West samen ben ik een keer om het weiland gelopen terwijl hij vertelde dat hij zich nu beter voelde en bezig was aan een beter boek, en een keer rond het meer met Menasseh (?), een Egyptische jood die zei dat hij een zwak had voor zijn familie maar dat ze wel gek waren en praatten alsof het geschreven stond; en hij zei dat mijn werk werd geciteerd (door studenten in Oxford) en ze graag zouden willen dat ik eens een lezing kwam houden; en dan had je natuurlijk ook mevrouw Asquith nog. Ik was behoorlijk onder de indruk. Ze is spierwit, heeft de bruine luikende ogen van een valk op jaren, waarin meer diepgang en scherpzinnigheid valt af te lezen dan ik had vermoed; een vriendelijke, ongedwongen en gedecideerde persoonlijkheid. O, hadden de gedichten van Shelley maar kunnen ontstaan zonder dat daar de man Shelley aan te pas moest komen, zei ze. Shelley was een vreselijk onhebbelijk mens, sprak zij; het is een strenge preutse puriteinse vrouw; en dat ondanks de duizenden die ze aan kleding spendeert. Ze laat zich door het leven meevoeren, zou je kunnen zeggen, en heeft zo het een en ander opgepikt dat ik haar graag afhandig zou willen maken en toch nooit zal doen. Ze loodste Lytton mee en plukte zenuwachtig aan zijn arm - en dacht dat 'iedereen' het op haar had gemunt, hoewel 'iedereen' door haar minzaam werd bejegend als dat te pas kwam en ze zat in de vensterbank te praten met een zwarte slonzige borduurster die door Ott onder haar vleugels is genomen. Dat is een van die weerzinwekkende trekjes in haar - ze is altijd lief en aardig teneinde dat 's avonds tegen zich zelf te kunnen zeggen, waarna die goede Ottoline het arme borduurstertje op haar feest uitnodigt om zo het beeld dat ze van zich zelf heeft te completeren. Het geeft fysiek een ongemakkelijk gevoel om zo op iemand af te geven. Ze zei me dat ik er bewonderenswaardig goed uitzag, wat me niet aanstond. Waarom niet? vraag ik me af. Deels omdat ik hoofdpijn had gehad misschien. Maar om gezond te zijn, je krachten te gebruiken, meer van het leven te maken, dat is voorwaar het leukste wat er is. Wat me tegenstaat is het gevoel dat ik me zelf steeds ontzie, of dat anderen daarop toezien. Doet er niet toe - werken, werken. Lytton beweert dat we nog twintig jaar voor de boeg hebben. Mevrouw Asquith zei dat ze dol was op Scott.

dinsdag 2 juni 2020

J.L. Heldring • 3 juni 1958

J.L. Heldring (1917–2013) was journalist en 4 jaar hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Zijn 'Pools dagboek' bevat de notities gemaakt tijdens een veertiendaags bezoek aan Warschau in de eerste helft van juni 1958.

Woensdag 3 juni
's Middags bracht ik een bezoek aan dr. C., docent in de Poolse literatuur aan de universiteit, geen partijlid. Hij bleek, zoals zovele anderen, Zjiwago, Djilas en Milosz (The captive mind) te hebben gelezen, hoewel die boeken officieel niet te krijgen zijn in Polen. Zelfs in de stalinistische tijd waren de intellectuelen in staat de culturele ontwikkeling in het Westen te volgen, zegt hij. Er waren wel altijd mensen die in een of andere officiële capaciteit het Westen bezochten en dan een boek of een tijdschrift binnensmokkelden. Nu gaat alles natuurlijk veel gemakkelijker. Zo ligt het culturele tijdschrift Kultura, door Poolse émigrés in Parijs uitgegeven, in de bibliotheken. De Poolse intelligentsia, zegt hij, heeft altijd meer omvat dan in het Westen. Voorbeeld: gedichten worden en werden niet alleen gelezen door een intellectuele elite, maar ook door de dorpsonderwijzer. De nieuwe intelligentsia sluit aan bij de burgerlijk-Westerse traditie, hoewel haar traditionele voedingsbodem, de adel en de bourgeoisie, verdwenen is. Dit klopt met wat de socioloog Chalasinski heeft gezegd: ‘Wat is de balans van de laatste dertien jaar? De pogingen om een intelligentsia van de arbeidersklasse en de boerenklasse te stichten zijn mislukt in Polen.’

Ik ontbeet in het restaurant van mijn hotel met het rooms-katholieke kamerlid D. Naar aanleiding van de langzame bediening ook hier zegt hij, dat het systeem niet loopt omdat er overal onbevoegden aan de top zitten - zelfs in ministeries - alleen op grond van hun partijlidmaatschap. Ik kan alleen oordelen over de manier waarop hotels en restaurants in communistische landen beheerd worden. Het ligt niet uitsluitend aan het socialistische systeem, want in Hongarije is de bediening vlot en heeft zij nog een feodale (niet serviele) beleefdheid. Waarom is dat in Polen, dat toch ook zolang onder feodale maatschappijvorm heeft geleefd, anders? In Joegoslavië is het ook anders, maar daar is het toerisme een belangrijke bron van inkomsten. In Bulgarije, zegt de Zwitserse correspondent H., die erbij komt zitten, hebben ze Zwitserse en Italiaanse adviseurs erbij gehaald. Dat wekt de verontwaardiging van D.: wat kunnen wij van de Zwitsers en Italianen leren? Vóór de oorlog liepen de hotels hier toch ook goed?

maandag 1 juni 2020

Charles B. Timmer • 2 juni 1951

Charles B. Timmer was een Nederlandse schrijver en vertaler. Uit: Poolse dagboeknotities 1950-1952.

Gdańsk, 2 juni 1951. In de autobus zit op de achterbank een jonge vrouw. Er stapt bij een halte een man in, kennelijk een beetje dronken. Hij gaat op de open plaats naast haar zitten, legt zijn hoofd op haar schouder en valt in slaap. De jonge vrouw voelt het gewicht, kijkt eerst wat beteuterd naar het slapende hoofd op haar schouder, dan glimlacht zij tegen de andere passagiers die belangstellend toekijken. Ik verwacht dat zij zo dadelijk het niet al te smakelijke hoofd van zich zal afschudden. Maar zij blijft twintig minuten lang roerloos zitten en, om de man in zijn slaap niet te storen, is zij misschien allang de halte voorbijgereden, waar zij had moeten uitstappen. Een Poolse vrouw. Het Poolse volk, op de schouder waarvan een buurman het benevelde hoofd heeft neergelegd...

Dergelijke toneeltjes maak je in een Poolse autobus bijna dagelijks mee. Een man, bij voorbeeld, staat op voor een corpulente heer, wie het staan kennelijk moeite kost. De dikke neemt zijn hoed af, schudt zijn weldoener dankend de hand en maakt eerst dan van de hem zo vriendelijk aangeboden plaats gebruik. Of: langs de bus rijdt een vrachtauto beladen met planken. Op gelijke hoogte met de bus gekomen verliest de auto een plank. De bus stopt, de chauffeur en de conductrice stappen uit, breken de plank tegen de treeplank tot stukjes brandhout dat zij op het voorbalkon opstapelen. De passagiers kijken glunderend toe en verheugen zich over dit buitenkansje van het buspersoneel. De 5-6 minuten vertraging nemen zij graag op de koop toe. Of: in de bus naar het havengebied worden iedere ochtend om dezelfde tijd twee jongetjes van een jaar of zeven naar binnen geholpen. Waarschijnlijk gaan ze ergens verderweg op school. De oudste heeft een zakje om zijn hals met wat kleingeld erin voor de rit. Zeker eens per week geeft de conductrice hem een kaartje en stopt dan het muntstuk weer in zijn zakje terug voor een snoepje. De beide jongetjes lopen na de procedure van het kaartjeskopen altijd regelrecht door naar de buschauffeur. Daar staan zij dan met ernstige gezichten naar de instrumenten en naar de weg te staren. En in de bus heerst opeens een gevoel van veiligheid als op een schip, wanneer de loodsen aan boord zijn gekomen.

zondag 31 mei 2020

Vilgot Sjöman • 1 juni 1961

Vilgot Sjöman (1924-2006) was een Zweedse schrijver en regisseur. In 1961/62 was hij assistent van Ingmar Bergman bij de opnames van diens film De avondmaalsgasten. Van die periode hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als L136. Dagboek met Ingmar Bergman.

Donderdag 1 juni 1961
FS heeft een scenario nodig; Ingmar heeft er een bij mij besteld; als het klaar is, uit ik plompverloren de wens het zelf te mogen regisseren. 'Je bent niet goed wijs! Als je er ook maar het flauwste idee van had wat er allemaal aan vastzit om te regisseren ...' Hij houdt een preek van een kwartier in zijn kamer: een intens schrikbeeld hangt hij op van wat een nieuweling in de filmstudio wel allemaal boven het hoofd hangt; dan is de zaak afgedaan. (Hij zal elke dag al mijn opnamen controleren; anders kan hij het tegenover de directie niet verantwoorden. Een redelijke voorwaarde.) Ik wil de film noemen: De minnares.
IB stelt voor dat ik me zal voorbereiden door de opnamen van zijn volgende film bij te wonen: een soort van regiecursus.
Des te beter: dan kan ik mijn oude wensdroom meteen realiseren. Gaat hij daarmee akkoord? Ja. Kan hij daar werkelijk wel tegen om mij elke dag in zijn studio te hebben - alles registrerend, tot in details? Jawel, dat zal wel gaan. Als ik maar geen misbruik van zijn vertrouwen maak. Dat heeft hij wel eens vaker beleefd, zegt hij. Die en die heeft toen en toen misbruik gemaakt van zijn vertrouwen.
- Hoe dat zo?
- Een dolksteek in de rug. Hij praatte er met anderen over hoe ik was. Met anderen; maar tegen mij begon hij er nooit over. En toen ik dat ontdekte!

Simon Vestdijk • 31 mei 1945

Simon Vestdijk (1898-1971) was een Nederlandse schrijver. Uit: Brieven uit de oorlogsjaren aan Theun de Vries (1968) 

Doorn, 31-5-'45

Beste Theun,

Proficiat met je miraculeuze ontsnapping**, die ik al eenige tijd verwacht had en die nu toch eerder heeft plaatsgehad dan ik had kunnen vermoeden. Ik hoop van harte, dat je je weer gauw herstellen zult van de doorleden emoties; het is niet niets wat je hebt meegemaakt. Wij zijn zeer benieuwd naar een mondeling verslag! Waarschijnlijk zal daar binnenkort gelegenheid voor zijn. Wij zijn n.l. van plan een dag of 3, 4, in Amsterdam te komen; dan zoeken we je natuurlijk op. Als 't eenigszins kan, hoop ik je nog intijds te berichten.

Wij zijn er verder goed afgekomen. Een beetje honger nu en dan, en Ans is erg mager; maar bepaalde narigheden hebben we toch niet gehad. Ons huis is nog gevorderd, maar toen puntje bij paaltje kwam, ging het niet door. En van de winter heb ik voortreffelijk kunnen werken. Toen de Vuuraanbidders klaar waren, - dat nogal lang is geworden, maar m.i. wel geslaagd, - heb ik mij op de poëzie geworpen, met als resultaat een bundel van 60 pag., en een episch gedicht, genaamd Mnemosyne in de Bergen, van 200 pag.! Momenteel schrijf ik nog wat van die korte essays, als aanvulling voor de bundel; dan hoop ik weer met een roman te beginnen. 't Is te hopen, dat al die copy binnen niet al te lange tijd gedrukt zal kunnen worden! Geef mij, als ik in A. ben, vooral je negerroman [De vrijheid gaat in 't rood gekleed] mee, ook al is hij nog niet klaar ...

Aan [tijdschrift] De Vrije Katheder wil ik heel graag geregeld medewerken. Zou je mij het blad voortaan willen laten sturen? Ik wil ook wel een abonnement nemen. Betalen jullie een beetje behoorlijk? Ik voel wel iets voor een ‘vaste’ rubriek, b.v. van dialogen, over min of meer actueele, cultureele kwesties. Daarvoor zou ook zeer wenselijk zijn, dat ik het blad regelmatig lees. Ik schreef n.l. voor Gr.Ned. een Dialoog over de Politieoorlog, met onze oude vrienden Arminius en Godard als sprekers; maar bij nader inzien vind ik het aardiger om het aan de V.K. af te staan; ik sluit het hierbij in, benevens een aantal min of meer ‘actueele’ gedichten, die mij ook wel geschikt lijken. Verder kan ik je natuurlijk zooveel korte essays sturen (uit Essays in Duodecimo) als je maar wilt; daar is ook wel wat bij van algemeen cultureel belang. En dan is er de mogelijkheid, - als jullie behoefte hebt aan feuilletons van ‘gehalte’, - dat Iersche Nachten bij jullie verschijnt! Zooals je ziet, heb ik plannen genoeg. Overleg ze eens, dan praten we er over wanneer we elkaar zien.

Houd je taai, werk goed, en laat nog wat hooren! Het is natuurlijk mogelijk, dat we vóor die tijd in A. verschijnen. Slaapgelegenheid hebben we, zoowel in A. als in Zaandijk, en we komen op de fiets.

Hart. gr., ook van Ans, en aan Aafje,
van je
Simon


** Theun de Vries: "Begin maart 1945 werd ik door twee man van een verzetsgroep, waarvan éen zich ‘vermomd’ had door het dragen van een ring met de SS-runen, uit het kamp Amersfoort verlost: zij legden de kampleiding een door Willy Lages ondertekend bevel tot mijn invrijheidstelling voor, wisten mij buiten te brengen en vervoerden mij naar Amsterdam, waar ik onmiddellijk weer onderdook."

Helena Colijn-Groenenberg • 30 mei 1943

Helena Colijn-Groenenberg (1867-1947) was de echtgenote van de Nederlandse politicus (en vijf keer premier) Hendrik Colijn. In de oorlogsjaren, tijdens een gedwongen verblijf in Thüringen in Duitsland, hield ze een dagboek bij dat is verschenen als Dagboek van mevrouw Colijn.

Zondag 30 Mei 1943
Vandaag denken wij inzonderheid aan [schoondochter] Inga's geboortedag. Hoe heb je het? Zijn jullie tesamen? Och, dat hoop ik zoo voor jullie allen.
Er zijn zoo ontzettend veel gezinnen uit elkaar geslagen. Vader denkt dat Piet wel in zijn werk gebleven zal zijn; konden jij en de kinderen in dat geval ook te Soerabaja blijven? Hoe verwerken de kinderen alles? Vooral denk ik aan de overgevoelige Adorée en jij lieve Inga. Ik hoop innig dat je niet in opstand zult zijn, maar je toevlucht gezocht zult hebben bij den Heere onzen Hemelschen Vader, Die ons rust geeft voor tijd en eeuwigheid. Wij bidden elke dag voor jullie allen. Onze wensch en bede is dat wij al onze kinderen en kleinkinderen mogen wederzien voor de Heere ons oproept. Wij zijn oud. Elke dag kan de laatste zijn. Velen vallen weg van onze vrienden en kennissen. Mevrouw de Wilde, Mevrouw Floor stierven in deze maand.