• Dorothy Wordsworth (1771–1855) was een Engels dichteres en dagboekschrijfster, en de jongere zus van de dichter William Wordsworth. Haar dagboeken staan hier online.
• In 1823 maakten broer en zus een rondreis door België en Nederland. Vertaling onderaan.
Leyden, Thursday 29th. — Arose, and found that our commodious chamber looked upon pleasure-walks, which we at once determined must be the University garden, naturally giving to this place the sort of accommodations found in our own seats of learning, but no such luxury belongs to the students of Leyden. The ground with its plantations through which these walks are carried, and upon which the sun now so cheerfully shone, was formerly covered with buildings that were destroyed, together with the inhabitants, by an explosion which took place in a barge of gunpowder in 1806, then lying in the neighbouring canal....
There are no colleges, or separate dwellings, in Leyden, for the students; they are lodged with different families in the town. Our guide had three at his house from England, as he told us. A wandering sheep lying at the threshold, as we passed a good-looking house in the street; were told that this was a pensioner upon the public, that it would lie there till it was fed, and then would pass on to some other door. This animal had been brought up the pet of a soldier once quartered at Leyden, and when he changed his situation his favourite was sent into the fields, but preferring human society, it could not be confined amongst its fellows, but ever returned to the town, and, begging its daily food, it passed from door to door of those houses which its old master had frequented, obstinately keeping its station until an alms was bestowed—bread, vegetables, soup, nothing came wrong, and as soon as this was received, the patient mendicant walked quietly away.
Haarlem. — ... Reached Haarlem at five o'clock; went directly to the Cathedral, mounted the tower, an hour too early for the sunset; a splendid and interesting view beyond any we have seen. Looking eastward, the canal seen stretching through houses and among the trees, to the spires of Amsterdam in the distance. A little to the right, the Mere of Haarlem spotted with vessels, the river Spaaren winding among trees through the town; steeple towers of Utrecht beyond the Mere. The Boss, a fine wood and elegant mansion built by —— Hope, now a royal residence; new kirk, fine tower; the sea, and sand-hills beyond the flats glowing under a dazzling western sky. The winding Spaaren again among green fields brings the eye round to the Amsterdam canal, up which we shall glide.... 223-2017>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Leiden, donderdag de 29ste. — Stonden op en ontdekten dat onze ruime kamer uitkeek op wandelpaden, waarvan wij onmiddellijk aannamen dat zij wel bij de universiteitstuin moesten horen, aangezien men zulke voorzieningen vanzelf associeert met onze eigen academische instellingen; maar zulke luxe bestaat niet voor de studenten van Leiden. Het terrein met zijn beplantingen, waar deze wandelingen doorheen lopen en waarop de zon nu zo vrolijk scheen, was vroeger bedekt met gebouwen die samen met hun bewoners werden verwoest door een ontploffing van een kruitschip dat in 1806 in de naburige gracht lag....
In Leiden zijn geen colleges of aparte studentenwoningen; de studenten wonen verspreid bij gezinnen in de stad. Onze gids vertelde dat hij drie Engelse studenten in huis had. Toen wij langs een fraai huis in de straat liepen, lag er een verdwaald schaap op de drempel; men vertelde ons dat het een soort bedelaar op kosten van het publiek was: het bleef liggen tot het gevoerd werd en trok dan verder naar een andere deur. Dit dier was ooit het lievelingsdier van een soldaat die in Leiden gelegerd was geweest. Toen hij vertrok, werd zijn favoriet naar de velden gestuurd, maar het schaap gaf de voorkeur aan menselijk gezelschap en liet zich niet opsluiten tussen zijn soortgenoten. Het keerde telkens naar de stad terug en bedelde om zijn dagelijks voedsel. Van deur tot deur ging het langs de huizen die zijn vroegere meester had bezocht, koppig op zijn post blijvend tot het een aalmoes kreeg — brood, groenten, soep, niets wees het af — en zodra het iets ontvangen had, wandelde de geduldige bedelaar rustig verder.
Haarlem. — ... Bereikten Haarlem om vijf uur; gingen direct naar de kathedraal en beklommen de toren, een uur te vroeg voor de zonsondergang; een schitterend en boeiend uitzicht, mooier dan alles wat wij tot dusver hadden gezien. Wanneer men naar het oosten keek, zag men het kanaal zich uitstrekken tussen huizen en bomen, tot aan de torenspitsen van Amsterdam in de verte. Iets meer naar rechts lag het Haarlemmermeer, bezaaid met schepen, terwijl de rivier het Spaarne zich kronkelend tussen de bomen door de stad slingerde; voorbij het meer waren de torens van Utrecht zichtbaar. Het Bos, een fraai woud met een elegant landhuis gebouwd door —— Hope, nu een koninklijke residentie; een nieuwe kerk met een mooie toren; de zee en de duinen achter de vlakten, gloeiend onder een verblindende westelijke hemel. Het kronkelende Spaarne leidde het oog opnieuw langs groene velden terug naar het Amsterdamse kanaal, waarover wij verder zouden glijden....
donderdag 28 mei 2026
woensdag 27 mei 2026
Peter Handke • 28 mei 1976
• De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt.Toen de woorden zich voor mij, beroerd slapend, als op elektronische tijdwaarnemers of op borden met de verspringende aankomst- en vertrektijden van vliegtuigen constant vervormden en de dingen al even razendsnel veranderden totdat er ten slotte geen woord en geen ding meer te onderscheiden was, alleen nog de onophoudelijke gedaanteverwisseling van alle woorden en dingen waarneembaar was, overviel me de angst dat de dood nabij was, waarbij alle mogelijke woorden één groot koeterwaals en alle dingen één groot onding werden (geen helderheid, zoals gewoonlijk beweerd, op het moment van de dood, maar de misselijk makende warboel van de waanzin!)
Mijn dromen: de voorwerpen zijn duidelijker en onscherper: duidelijker in hun onscherpte.
'Ze kunnen niet met elk probleem bij me aankomen'
Iemand die zich alleen maar in het gezelschap van anderen begeeft om het alleen-zijn te leren ('Ik laat me geen vernedering welgevallen – tenslotte heb ik lang genoeg alleen geleefd!') Met zichzelf alleen werden zijn ogen wijd: in het denken, voelen, bij-zich-zijn
140-2013>
dinsdag 26 mei 2026
André Gide • 27 mei 1925
• De Franse schrijver André Gide (1869 -1951) biedt in zijn dagboeken “een caleidoscopisch portret van een man die over zichzelf beweerde: ‘Alle absurde dingen in mijn leven heb ik altijd gedaan uit naam van het verstand.’” Onderstaand fragment gaat over schrijver Paul Léautaud (1872-1956). Uit: Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek 1918-1939 (vertaald door Mirjam de Veth).
Cuverville, eind mei
Bezoek van Paul Valéry. Vijf hoofdstukken van Les Faux-Monnayeurs in het net geschreven en uitgetypt. Een saai karwei, maar wel passend bij mijn lusteloosheid. Ik reken op Congo om daaroverheen te komen. De voorbereiding van deze reis en de verwachting nieuwe landen te zien heeft het heden van zijn glans beroofd, ik merk hoe waar het is dat het geluk schuilt in het moment. Alles lijkt me alleen nog voorlopig. (De hoop op het eeuwige leven munt daar ook in uit.)
Mijn ogen zijn de laatste tijd erg achteruitgegaan Een bril verhelpt dat gebrek. Bestond er ook maar een bril voor mijn hersens! De moeite die het mijn geest kost een te onderzoeken idee 'scherp te stellen'; net als mijn ogen nu. De omtrekken blijven vaag.
Cuverville, eind mei
Bezoek van Paul Valéry. Vijf hoofdstukken van Les Faux-Monnayeurs in het net geschreven en uitgetypt. Een saai karwei, maar wel passend bij mijn lusteloosheid. Ik reken op Congo om daaroverheen te komen. De voorbereiding van deze reis en de verwachting nieuwe landen te zien heeft het heden van zijn glans beroofd, ik merk hoe waar het is dat het geluk schuilt in het moment. Alles lijkt me alleen nog voorlopig. (De hoop op het eeuwige leven munt daar ook in uit.)
Mijn ogen zijn de laatste tijd erg achteruitgegaan Een bril verhelpt dat gebrek. Bestond er ook maar een bril voor mijn hersens! De moeite die het mijn geest kost een te onderzoeken idee 'scherp te stellen'; net als mijn ogen nu. De omtrekken blijven vaag.
maandag 25 mei 2026
Klaus Mann • 26 mei 1933
• Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).
Parijs, hotel Jacob, 26 mei 1933 De reis deels een lichte kwelling, hoofdpijn, weinig geslapen; deels mooi. Rode wijn in de restauratiewagen. Café au lait in Lyon. Gelezen: Marianne, biografie van Poe, Döblin. Om 9 uur hier aangekomen. Mijn oude kamer. Als eerste Mops op bezoek. Daarna Nebel. René bij Mops. Meteen wat over politiek gepraat (zowel hij als Mops willen niets weten van punten van overeenkomst tussen nazisme en bolsjewisme). Wolfgang met zijn aardige Teddy Villeneuve. Wolfgang, ziek geweest, heel bleek, mager en edel. Vanmiddag met Feist gegeten in restaurant Beige, niet veel nieuws. Met W. genomen [drugs], thee gedronken met hem en Villeneuve, veel kleine gebakjes. Voel me goed bij hen, ondanks hun wat demonstratieve wederzijdse genegenheid. Brief (protest bij de PEN-Club) van David Luschnat; hem meteen beantwoorden. [...]
[Parijs] 27 mei 1933 [...] Gelanterfant; cocktail in de arcaden van het Lido. Naar Fouquet. Daar: Binder (mooi), Berthold Viertel, Porada, de heer Bruckner, Colin met een oude homme de lettres (Grène of zoiets), volle witte baard, Dreyfus-affaire, samen met Proust een revue uitgegeven, liberaal. [...] Even Roth en Ivan Goll. Kesten, aardig. Vertelt me — sensationeel genoeg — dat Benn op mijn brief in de DAZ [Deutsche Allgemeine Zeitung] en voor de radio heel boosaardig reageert. Zo zit dat dus. [...]
t [Parijs] 28 mei 1933 [...] Het 'antwoord' van Benn is hier aangekomen. Bijna ontroerend uitgebreid, maar ben ontsteld over het zwakke niveau enz. Vanavond met z'n zevenen gegeten (+ N., Merita, Mops Bruckner) in de Auberge du Luxembourg. Allemaal naar de film boulevard Raspail: Lady Lou met Mae West, die heel mooi was. Behoorlijke film, beetje taai. Met Colin, eigenaar van de bioscoop, zaal en podium bekeken. Met z'n allen naar Dome. Gustaf flaneert voorbij. Dodelijk vermoeid.143-2015>
Parijs, hotel Jacob, 26 mei 1933 De reis deels een lichte kwelling, hoofdpijn, weinig geslapen; deels mooi. Rode wijn in de restauratiewagen. Café au lait in Lyon. Gelezen: Marianne, biografie van Poe, Döblin. Om 9 uur hier aangekomen. Mijn oude kamer. Als eerste Mops op bezoek. Daarna Nebel. René bij Mops. Meteen wat over politiek gepraat (zowel hij als Mops willen niets weten van punten van overeenkomst tussen nazisme en bolsjewisme). Wolfgang met zijn aardige Teddy Villeneuve. Wolfgang, ziek geweest, heel bleek, mager en edel. Vanmiddag met Feist gegeten in restaurant Beige, niet veel nieuws. Met W. genomen [drugs], thee gedronken met hem en Villeneuve, veel kleine gebakjes. Voel me goed bij hen, ondanks hun wat demonstratieve wederzijdse genegenheid. Brief (protest bij de PEN-Club) van David Luschnat; hem meteen beantwoorden. [...]
[Parijs] 27 mei 1933 [...] Gelanterfant; cocktail in de arcaden van het Lido. Naar Fouquet. Daar: Binder (mooi), Berthold Viertel, Porada, de heer Bruckner, Colin met een oude homme de lettres (Grène of zoiets), volle witte baard, Dreyfus-affaire, samen met Proust een revue uitgegeven, liberaal. [...] Even Roth en Ivan Goll. Kesten, aardig. Vertelt me — sensationeel genoeg — dat Benn op mijn brief in de DAZ [Deutsche Allgemeine Zeitung] en voor de radio heel boosaardig reageert. Zo zit dat dus. [...]
t [Parijs] 28 mei 1933 [...] Het 'antwoord' van Benn is hier aangekomen. Bijna ontroerend uitgebreid, maar ben ontsteld over het zwakke niveau enz. Vanavond met z'n zevenen gegeten (+ N., Merita, Mops Bruckner) in de Auberge du Luxembourg. Allemaal naar de film boulevard Raspail: Lady Lou met Mae West, die heel mooi was. Behoorlijke film, beetje taai. Met Colin, eigenaar van de bioscoop, zaal en podium bekeken. Met z'n allen naar Dome. Gustaf flaneert voorbij. Dodelijk vermoeid.143-2015>
zondag 24 mei 2026
István Radnai • 25 mei 1914
• István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij.
Medan 24 mei 1914
We hebben bijna besloten naar Singapore te gaan om van daar weer terug te keren naar Hongarije. Wat een schande! Nauwelijks zijn we hier aangekomen en we gaan meteen terug naar huis om alles weer op te pikken waar we het lieten liggen. Misschien krijgt Tarnay inderdaad gelijk: ‘Binnen zes maanden zijn jullie weer thuis. En dan blijft jullie niet eens de illusie over dat je in het buitenland wel je geluk kan vinden, als het hier niet lukt.’ En dan ben ik er ook zeker van dat ik mijn hele leven door ongeluk vervolgd word. Nu zou ik al graag van alle menselijke verlangens, heimwee en dergelijke afzien als mijn financiële situatie het verblijf hier mogelijk zou maken. Een onverwacht humane mededeling van onze hotelbaas, wat je van een voormalige matroos niet zou verwachten, maakt grote indruk op ons. Hij deelde ons mee: ‘U, heren, bent niet hier gekomen om na een paar weken weer naar huis te gaan. Als uw geld op is, dan kunt u hier blijven zolang u maar wilt. U heeft zich gedragen als gentlemen, ik zal het ook doen. Het geld groeit natuurlijk niet op mijn rug, maar als u een baan heeft gevonden kunt u het mij terugbetalen. Ik ga er trouwens niet van uit dat uw geld voortijdig opraakt. Het vinden van een baan is een kwestie van weken. Hooguit!’ We hebben vandaag met een administrateur kennisgemaakt die hier een hoog aanzien geniet. Hij heet Kemmler en hij is ook nog de baas van Mészáros. Hij lachte ons uit toen we over onze zorgen spraken. We hebben weer eens gehoord: ‘Seien Sie nicht besorgt, hier an der Ostküste kommt alles zurecht.’ Hij beloofde ons dat hij ons zeker morele steun zou verlenen. Vanavond was er een lichte aardbeving hier en we zagen een vampiervleermuis boven de stad vliegen, die was zo groot als een gans.
Medan 24 mei 1914
We hebben bijna besloten naar Singapore te gaan om van daar weer terug te keren naar Hongarije. Wat een schande! Nauwelijks zijn we hier aangekomen en we gaan meteen terug naar huis om alles weer op te pikken waar we het lieten liggen. Misschien krijgt Tarnay inderdaad gelijk: ‘Binnen zes maanden zijn jullie weer thuis. En dan blijft jullie niet eens de illusie over dat je in het buitenland wel je geluk kan vinden, als het hier niet lukt.’ En dan ben ik er ook zeker van dat ik mijn hele leven door ongeluk vervolgd word. Nu zou ik al graag van alle menselijke verlangens, heimwee en dergelijke afzien als mijn financiële situatie het verblijf hier mogelijk zou maken. Een onverwacht humane mededeling van onze hotelbaas, wat je van een voormalige matroos niet zou verwachten, maakt grote indruk op ons. Hij deelde ons mee: ‘U, heren, bent niet hier gekomen om na een paar weken weer naar huis te gaan. Als uw geld op is, dan kunt u hier blijven zolang u maar wilt. U heeft zich gedragen als gentlemen, ik zal het ook doen. Het geld groeit natuurlijk niet op mijn rug, maar als u een baan heeft gevonden kunt u het mij terugbetalen. Ik ga er trouwens niet van uit dat uw geld voortijdig opraakt. Het vinden van een baan is een kwestie van weken. Hooguit!’ We hebben vandaag met een administrateur kennisgemaakt die hier een hoog aanzien geniet. Hij heet Kemmler en hij is ook nog de baas van Mészáros. Hij lachte ons uit toen we over onze zorgen spraken. We hebben weer eens gehoord: ‘Seien Sie nicht besorgt, hier an der Ostküste kommt alles zurecht.’ Hij beloofde ons dat hij ons zeker morele steun zou verlenen. Vanavond was er een lichte aardbeving hier en we zagen een vampiervleermuis boven de stad vliegen, die was zo groot als een gans.
Daniil Charms • 24 mei 1931
• Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.
[MEI 1931] De kracht die woorden in zich hebben moet worden vrijgemaakt. Er bestaan woordsamenstellingen, waarbij het effect van deze kracht aanmerkelijk sterker aan de dag treedt. Het is niet juist om te denken dat deze kracht voorwerpen tot bewegen dwingt. Ik ben ervan overtuigd dat woordkracht ook hiertoe in staat is. Maar het meest waardevolle effect van deze kracht is praktisch ondefinieerbaar. Een ruwe voorstelling ervan vinden we in het ritme van metrische verzen. Een gecompliceerd medium als de hulp van metrische verzen om een of ander lichaamsdeel te bewegen, moeten we evenmin als een verzinsel zien. Deze zeer grove werking van woordkracht is waarschijnlijk niet toegankelijk voor ons redenerend begrip. Als we al aan een methode van onderzoek naar deze krachten denken, dan moet deze totaal anders zijn dan die, welke tot nu toe in de wetenschap werden toegepast. Voorop staat, dat feit of ervaring hier niet als bewijs kan gelden. Ik vind het moeilijk om aan te geven, waardoor een en ander bewezen en gecontroleerd moet worden. Voorlopig ken ik vier soorten verbale werktuigen: gedichten, gebeden, liederen en toverspreuken. Deze zijn niet door berekening of redenering tot stand gekomen, maar langs een andere weg, die we ALFABET noemen.
[MEI 1931] De kracht die woorden in zich hebben moet worden vrijgemaakt. Er bestaan woordsamenstellingen, waarbij het effect van deze kracht aanmerkelijk sterker aan de dag treedt. Het is niet juist om te denken dat deze kracht voorwerpen tot bewegen dwingt. Ik ben ervan overtuigd dat woordkracht ook hiertoe in staat is. Maar het meest waardevolle effect van deze kracht is praktisch ondefinieerbaar. Een ruwe voorstelling ervan vinden we in het ritme van metrische verzen. Een gecompliceerd medium als de hulp van metrische verzen om een of ander lichaamsdeel te bewegen, moeten we evenmin als een verzinsel zien. Deze zeer grove werking van woordkracht is waarschijnlijk niet toegankelijk voor ons redenerend begrip. Als we al aan een methode van onderzoek naar deze krachten denken, dan moet deze totaal anders zijn dan die, welke tot nu toe in de wetenschap werden toegepast. Voorop staat, dat feit of ervaring hier niet als bewijs kan gelden. Ik vind het moeilijk om aan te geven, waardoor een en ander bewezen en gecontroleerd moet worden. Voorlopig ken ik vier soorten verbale werktuigen: gedichten, gebeden, liederen en toverspreuken. Deze zijn niet door berekening of redenering tot stand gekomen, maar langs een andere weg, die we ALFABET noemen.
Josep Pla • 23 mei 1918
• De journalen van de Catalaanse schrijver Josep Pla i Casadevall (1897-1981) omvatten zo’n 30.000 bladzijden vol dagboekaantekeningen, reisimpressies, invallen en literaire portretten. Het grijze schrift (vertaald door Adri Boon) bestrijkt de jaren 1918-1920, voordat de jonge Pla als dagbladcorrespondent naar Parijs vertrok.
23 mei. Na zijn lange winterse retraite heeft de schildpad uit de tuin weer tekenen van leven gegeven. Het is mogelijk dat hij al enige dagen rondloopt; ik had er tot op heden nog niets van gemerkt. Ik zie hoe hij met zijn geelgestreepte schild in de schaduw van de potten met hortensia's kruipt. Hij steekt zijn kop van goedmoedig reptiel uit, vertoont een belachelijke staart, beweegt zijn poten met dwaze en groteske traagheid. Ik weet niet welke parasitaire prikkel de schildpad ertoe brengt in de nabijheid van de mens te willen leven. In alle windstreken en in alle klimaten is de hond een kostganger van de mens. De rat is een parasiet van het mensenras. De kat is een parasiet van de ratten. De mens omringt zich met huisdieren om ze aan tafel met vork en mes te verorberen. Wat vindt de schildpad in de nabijheid van de mensen dat hij zich er zo uitstekend aan aanpast?
Onze schildpad is zeer oud. Wij zijn even gewend aan zijn aanwezigheid in de zomer als aan zijn afwezigheid in de winter. Wij slaan helemaal geen acht op zijn bewegingen. Hij is een onderdeel van de tuin, net zo goed als de sinaasappelbomen, de palmen, de houtstapel dat zijn. Hij is niets meer dan een onbeduidend detail van de aarde. Sinds de schildpad in de tuin leeft, hebben we diverse honden gehad. De verhouding tussen de schildpad en de opeenvolgende honden was altijd slecht. De schildpad heeft de duivelse gewoonte, wat misschien alleen maar een voorwaardelijke reflex is, om op de slaapplaats van de hond te wateren. Deze betreurenswaardige realiteit brengt de hond tot grote woede. Zodra de hond de schildpad ontwaart, loopt deze op hem af en kiepert hem met zijn poot op zijn rug, keert hem om zoals iemand een bord soep omkeert. De schildpad ligt dan met zijn buik in de zon. Met zijn poten, zijn staart en zijn kop maakt hij allerhande bewegingen om overeind te komen. Tevergeefs. Hij slaagt er niet in overeind te komen. Hij zou zijn hele verdere leven met zijn buik omhoog blijven liggen als een van ons hem niet weer met zijn poten op de grond zette. Als de hond getuige is van die handeling, begint hij bij wijze van protest uitzinnig te blaffen. Zo het voortbestaan van schildpadden aan het criterium van honden onderworpen was, zou het soort dus waarschijnlijk al uitgestorven zijn. Een omgedraaide, ondersteboven gekeerde schildpad sterft op den duur. Uit zichzelf kan hij niet overeind komen en ik geloof niet dat een ander beest hem daarbij zou helpen. Maar mannen en vrouwen, jongens en meisjes, en zelfs kinderen kunnen een op zijn rug gekeerde schildpad niet aanzien en zetten hem op zijn pootjes. Ik weet niet of wij dat uit sentimentaliteit doen; wellicht doen wij het omdat we de aanblik van een schildpad met zijn buik in de zon — et de aanblik van die witte, slijkkleurige buik — afschuwelijker vinden dan een schildpad met zijn pootjes op de grond. En aldus zijn — in ieder geval — de honden de boze geest van de schildpadden terwijl de mensen hun welwillende en aanbiddelijke voorzienigheid vormen.
23 mei. Na zijn lange winterse retraite heeft de schildpad uit de tuin weer tekenen van leven gegeven. Het is mogelijk dat hij al enige dagen rondloopt; ik had er tot op heden nog niets van gemerkt. Ik zie hoe hij met zijn geelgestreepte schild in de schaduw van de potten met hortensia's kruipt. Hij steekt zijn kop van goedmoedig reptiel uit, vertoont een belachelijke staart, beweegt zijn poten met dwaze en groteske traagheid. Ik weet niet welke parasitaire prikkel de schildpad ertoe brengt in de nabijheid van de mens te willen leven. In alle windstreken en in alle klimaten is de hond een kostganger van de mens. De rat is een parasiet van het mensenras. De kat is een parasiet van de ratten. De mens omringt zich met huisdieren om ze aan tafel met vork en mes te verorberen. Wat vindt de schildpad in de nabijheid van de mensen dat hij zich er zo uitstekend aan aanpast?
Onze schildpad is zeer oud. Wij zijn even gewend aan zijn aanwezigheid in de zomer als aan zijn afwezigheid in de winter. Wij slaan helemaal geen acht op zijn bewegingen. Hij is een onderdeel van de tuin, net zo goed als de sinaasappelbomen, de palmen, de houtstapel dat zijn. Hij is niets meer dan een onbeduidend detail van de aarde. Sinds de schildpad in de tuin leeft, hebben we diverse honden gehad. De verhouding tussen de schildpad en de opeenvolgende honden was altijd slecht. De schildpad heeft de duivelse gewoonte, wat misschien alleen maar een voorwaardelijke reflex is, om op de slaapplaats van de hond te wateren. Deze betreurenswaardige realiteit brengt de hond tot grote woede. Zodra de hond de schildpad ontwaart, loopt deze op hem af en kiepert hem met zijn poot op zijn rug, keert hem om zoals iemand een bord soep omkeert. De schildpad ligt dan met zijn buik in de zon. Met zijn poten, zijn staart en zijn kop maakt hij allerhande bewegingen om overeind te komen. Tevergeefs. Hij slaagt er niet in overeind te komen. Hij zou zijn hele verdere leven met zijn buik omhoog blijven liggen als een van ons hem niet weer met zijn poten op de grond zette. Als de hond getuige is van die handeling, begint hij bij wijze van protest uitzinnig te blaffen. Zo het voortbestaan van schildpadden aan het criterium van honden onderworpen was, zou het soort dus waarschijnlijk al uitgestorven zijn. Een omgedraaide, ondersteboven gekeerde schildpad sterft op den duur. Uit zichzelf kan hij niet overeind komen en ik geloof niet dat een ander beest hem daarbij zou helpen. Maar mannen en vrouwen, jongens en meisjes, en zelfs kinderen kunnen een op zijn rug gekeerde schildpad niet aanzien en zetten hem op zijn pootjes. Ik weet niet of wij dat uit sentimentaliteit doen; wellicht doen wij het omdat we de aanblik van een schildpad met zijn buik in de zon — et de aanblik van die witte, slijkkleurige buik — afschuwelijker vinden dan een schildpad met zijn pootjes op de grond. En aldus zijn — in ieder geval — de honden de boze geest van de schildpadden terwijl de mensen hun welwillende en aanbiddelijke voorzienigheid vormen.
Abonneren op:
Posts (Atom)





