woensdag 19 augustus 2026

François HaverSchmidt • 20 augustus 1861

François HaverSchmidt (1835-1894, beter bekend als Piet Paaltjens) was een Nederlandse schrijver en dominee. Uit: Reis door België en langs den Rijn, in Augustus 1861 ondernomen door Adolf van Slooten, zeepzieder te Dockum, Feddo Jan HaverSchmidt, wijnkooper te Leeuwarden en François HaverSchmidt, predikant te Foudgum en Raard in Westdongeradeel, beschreven door laatstgenoemde.

20 augustus, Antwerpen
[...] En nu werd het tijd om te eten. Om vijf uur ving dat werk aan en het ging goed. O.a. aten wij heerlijke zeekreeft. Na den eten stapten wij naar de Jardin Zoölogique buiten de Kipdorppoort, waar muzijk en en veel publiek was. De tuin is zeer mooi en wij zagen er vele fraaie dieren. Inzonderheid trof ons een groote verzameling zeer kleine vogeltjes en een groote Egyptische tempel met zebras en olifanten. Terwijl wij op den heerlijken avond prettigjes onze cigaar rookten en een glas Lambiek dronken op stoeltjes die het ons moeite gekost had om magtig te worden, kondigde een verwijderd gedonder ons aan dat het groote vuurwerk aanving, 't welk de stad Antwerpen bij gelegenheid van het Congres aan de artistes gaf. Wij maakten ons ijlings op weg; het volk wees ons dien. Den stroom der menigte volgende kwamen wij door een laan waar aan weerszijden een schoone gaz-illuminatie was aangebragt, vormende de namen van alle beroemde schilders van den nieuweren tijd. (Ik denk dat deze laan de avenue Charlotte was tegenover de lunette d'Herenthals. De ‘garçon’ van het Hôtel had ons de plaats van het vuurwerk als boulevard Léopold aangeduid). Aan de overzijde van de gracht die de lunette of schans van onze laan afscheidde werd een prachtig vuurwerk ontstoken, welks onderscheiden kleuren nog nooit door ons zoo schoon waren gezien. Door middel van electrisch licht werd daarenboven een tooverachtig licht op den schans geworpen. Wij wandelden langs de fraai geïllumineerde avenue Macerus, met schoone eerebogen opgeluisterd naar de stad terug maar zouden toen bijna in het duister van de stad zijn afgewandeld. Gelukkig wees men ons nog tijdig het regte pad, waarop wij nog even gelegenheid hadden om het laatste gedeelte te zien van de inwendige verlichting van den cathedraalstoren, waarmeê de feestelijkheden van den avond besloten werden. Nu wandelden wij nog een weinig rond, dronken een flesch wijn op de stoep van het café de l'Empereur op de Place de Meir en zochten vervolgens de Reedijk op, alwaar in bijna elk huis muziek gemaakt en gedanst werd. In Frascati dronken wij een glas bier. Een mengelmoes van zeevolk, militairen en burgers danste er met fraai getoiletteerde dames, schoone bloemen - maar die het liefste waas, de onschuld, misten. Na ook dit te hebben gezien zochten wij Mons. Corvilain op en gingen naar bed.

dinsdag 18 augustus 2026

26-jarige vrouw • 19 Augustus 1970

• Uit een geanonimiseerd dagboek uit de collectie van het Nederlands dagboekarchief.

Woensdag 19 Augustus 1970
[…] gisteren was D. hier de hele dag. Dat was heerlijk.
Hij kwam met de meest idiote confessie. Toen L. hem eergisteren thuisgebracht had, begon hij haar te zoenen, enzovoorts. Zij protesteerde niet. Maar uiteindelijk kreeg hij geen erectie.
Ik geloof dat het gewoon als iets zieligs gezien moet worden. Een beetje braaf, en een beetje belachelijk. Tussen L. en D. zal er niets van belang meer gebeuren. Een flop. Maar het was grappig; zo gauw hij geloofde dat ik hem “vergeven” had, was hij weer helemaal “on top of the world”. Kwestie van een paar minuten, en (wat hem betreft) achter de rug. Is dat zonderling? Voor mij scheen het gewoon onreëel, een soort van schijn. “Laten we het proberen — dat doet men immers.”
Ik doe dat niet. Dergelijke episodes. Ik heb meer vertrouwen in lange-termijn-vriendschappen. Die oppervlakkige dingen doen momenteel iets prettigs, maar het heeft geen body.
Niet alleen dat het oppervlakkig is, maar ook dat het de mogelijkheden voor ware, langdurende vriendschap onmogelijk maakt.
De liefde tussen D. en mij is gewoon — wat — hoe — de toekomst — de herinnering. Op het ogenblik is het een mengsel van sex (wel prettig) en alles [onleesbaar].
Vandaag overdag, toen hij belde voelde ik me verlaten door hem, en helemaal alleen. […]
Ik zal mijn manier van leven volhouden. En het zal wel gaan, op de een of andere manier. […]
Als ik fit ben, kan ik in 5 weken misschien de examens halen. Dat wil ik wel graag.
Eigenlijk ben [ik] niet sentimenteel over D.

maandag 17 augustus 2026

Beb Vuyk • 18 augustus 1945

• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.

17 augustus 1945
Ik had de eerste wacht. Achter de klapperbomen naast hut twaalf ging de zon onder en de sterren kwamen door boven het voetbalveld. Nadat de slaapbel was gegaan werd het rustig. Het volgende uur ging gauw om. Einde, dit was het einde. Niemand wist het ware, maar ook de enkele realisten die ieder bericht kritisch hadden gewogen voelden — o woord waar we zo tegen hadden gereageerd — dat er iets in de lucht zat. De wacht die mij afloste was totaal van streek. 'Het vele eten was een vergissing van het hoofdkantoor van de Nipponners,' zei ze. Dat was officieel medegedeeld. Ze zei nog half huilend: 'Natuurlijk is er dan van het vredesgerucht ook niets waar.'

18 augustus 1945
Maar de vergissing bleek vanmiddag ook weer een vergissing te zijn. Daar bij de keuken heb ik met een meisje zitten praten, dat ik nog nooit eerder ontmoet had en dat ik daarna ook niet meer heb teruggezien. Ze studeerde natuurkunde in Delft en was toevallig bij haar ouders op Java gelogeerd toen de Duitsers Holland binnentrokken. Zij heeft mij iets uitgelegd van het principe van de atoomsplitsing en van haar heb ik voor het eerst het woord atoombom gehoord. Dat brak mijn weerstand en ik durfde het te geloven.

zondag 16 augustus 2026

C.J. Coen • 17 augustus 1643

• Uit: Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan, volgens het journaal gehouden door C.J. Coen, op het schip Castricum.
Maarten Gerritszoon Vries (1589–1647) was een Nederlands ontdekkingsreiziger en commandeur van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

17.
's Morgens is eenich volck uytgestiert [uitgestuurd] om te visschen, voorts eenige om wilt soecken te schieten, ende eenige om branthout te hacken. Syn met de prauw uytgestiert om dese bocht te visiteeren, of 't een rivier was of niet, ende oock of hier omtrent meer volcx woonde te ondersoecken. Syn tegen den avont aen boort gecomen. Aen boort synde, den inwoonder, als het meeste gesach over het dorp hebbende, was genaempt Noiasack, verstonden dat deselfde 'smiddachts aen boort geweest was met noch een oudt man, ende den Commandeur over taefel sittende dede teyeken, alsoo een silvere lepel in handen naem ende seyde op syn spraeck: “Dat is fraey silver," ende dede met een bewys dat men dat groef, sifte ende smolt, ende was dan soodaenich silver, ende wees dat men hetselfde groef in 't W.S.W. van ons, ende de plaets Cirarca hiete daer de myn was. De jaegers waeren aen boort gecomen, hadden niet eenich gedierte gesien; maer de visschers hadden veel visch aen boort gebrocht, waer onder veel bot, schar, tarbot ende een groote steur was. Wy hadden verscheyden dorpen gevonden, maer geen volck daerin, voorts de beschryving van dese bocht en de riviere was sodaenich als hiernae beschreven is. Wy laegen hier mett het schip, conden geen see sien; de inwoonders quamen veel aan boort, wyven ende kinderen ende brochten veel oesters ende roo appelties van roosen aen boort, die wy haer om ryst afruylden. Hadden dien dag ende nacht moy weder.



Nicolaas Beets • 16 augustus 1835

Nicolaas Beets (1814-1903) was een Nederlandse schrijver. In zijn studententijd hield hij van 1833-1836 een dagboek bij.

Nijmegen, zaterdag 15 augustus 1835
Heden te Neerbosch, de schoonste vrouw gezien die ik ooit in mijn leven zag; parfaite beauté, non seulement par la physionomie, mais aussi par la taille, les mains et les pieds.** C'est Madame M. Men vertelt mij dat een luitenant der Kurassiers (v.V.) op een bal plotseling zoo verliefd op haar geworden is, dat hij haar eensklaps om den hals viel en kuste. Mevr. M.. mag nooit alleen uitgaan. Zij is kinderloos.

Nijmegen, zondag 16 augustus 1835
Preek van Ds. B. uit U. gehoord, over de hoop des wederziens, die door hem met zwakke, wawelige argumenten ondersteund werd. Mij bezielt ten opzichte van ZWE. [Zijne Wel Eerwaarde] geen de minste hope des weder-hóorens. In ‘'t Bosch’ gewandeld, d.i. te zeggen op dat met boomen omringde plein, dat men in dit oostersch land, waar alle hoogjes en heuveltjes bergen heeten, een bosch noemt.


** Volmaakte schoonheid, niet alleen vanwege het gelaat, maar ook vanwege de taille, de handen en de voeten.

vrijdag 14 augustus 2026

Bert Le-Merton • 15 augustus 1945

• Bert Le-Merton was een 26-jaar oude mortierschutter in Borneo  toen hij op woensdag 15 augustus 1945 het nieuws hoorde dat de oorlog helemaal voorbij was. Ter herdenking liep de toen 101 jaar oude Bert in 2020 een tocht van 96 km.

August 15
The war really is over at last after 5 days of uncertainty. 20.00 American news service announced fact – 21.00 notified from bn & 22.00 heard it myself over the arty radio. So I am convinced this is really it. There is no feeling of excitement or thrill about it. Perhaps it is in the nature of an anti-climax.

donderdag 13 augustus 2026

Frederik van Eeden • 14 augustus 1914

• De Nederlandse schrijver en psychiater Frederik van Eeden (1860-1932) hield een uitgebreid dagboek bij.

vrijdag 14 augustus
Gisteren berichten van de Geldmachers [bevriende familie]. Ze zijn precies als de Engelschen in 1899 tijdens den Boerenoorlog. Ze laten zich geheel beliegen en opwinden door hun regeering en hun pers, en ze gebruiken opgewonden rhetoriek die wee maakt. Arme, arme menschen. Ik schreef eeven oopenhartig als indertijd aan mijn Engelsche vrienden. Ook een rondschrijven aan den Kring. [...] Maar mijn tijd van spreeken is nog niet gekoomen. Shaw zei het zeer goed: wij strijden teegen Potsdam, niet teegen Duitschland - het Duitschland van Bismarck heeft ons 40 jaar verveeld, we willen zien of dat van Goethe en Beethoven nog leeft. We zullen nu Frankrijk helpen teegen Potsdam. Zooals we eenmaal Duitschland teegen Rusland zullen helpen.
Ik ging gister weer naar Hans. Ooveral zijn de soldaten opgewekt en beleefd. Er wordt geen drank gedronken.
De groote slag in België blijft nog uit, maar iedere dag is winst. Omdat het élan verzwakt en de economische toestand buiten Duitschland zich herstelt, en in Duitschland de schade steeds zwaarder gevoeld wordt, door zijn isolement. [...]

zondag 16 augustus
[...] Ik ben zeer neerslachtig, met oorsuizen. Alleen slaap ik zwaar en lang. De oorlog bedroeft me zoo, om het reedelooze, domme, akelige - en het leugenachtige, het moedwillig liegen uit een of andere politieke reeden. Wat een figuur maken die diplomaten, die als deftige, beschaafde menschen optraden en nu elkaar voor bedriegers, woordbreekers en leugenaars uitmaken. Ieder van hen is er door geblameerd. Ik weet dat ik meer vertrouwen moest hebben. Ik weet dat hét Heelal volmaakt is, en dat dit alles ten goede strekt. Zelfs in mijn kleinen gezichtskring zie ik al de moogelijke zeegen na den storm. Maar ik kan het niet voelen en ben nu diep gedeprimeerd. Het einde van dit conflict schijnt nog zoo ver. Geduld! geduld!
De Tsaar heeft Polen de autonomie beloofd. Dat zou een wijze zet zijn - als het ernstig gemeend is. Het is vuil werk uit al die leugenberichten van weerskanten de waarheeden te visschen.