dinsdag 17 februari 2026

Trui Thöne • 18 februari 1915

• De Nederlandse Trui Thöne (1893-1980) was tijdens WO I een "jonge vrouw uit een gegoede familie" en hield gedurende de oorlog een dagboek bij.

Donderdag, 18 Februari 1915
Een dag van groote spanning! De Duitschers hadden bekend gemaakt, dat vanaf dien datum de Noordzee (Engeland) door hen zou worden afgesloten. Dus dreigde onze schepen ook groot gevaar. Men had ze dan ook een rood-wit-blauwe verschansing gegeven. Met groote letters Nederland er op. En juist op deze kritieke 18de kwam er een legercorps van 20.000 man in Arnhem voor onschuldige militaire oefeningen. Ponton bruggen over den Rijn, enz. De Arnhemmers dachten niet anders dan dat we echt tot over de ooren in de oorlog zaten!

Zaterdag, 20 Februari 1915
’s Middag om 4 uur ging ik met een heerlijk zuurkoolschoteltje in mijn maag naar Leeuwarden terug. In Leeuwarden wordt de nieuwe lichting gedrild, dus kun je op alle uren van den dag (en dikwijl nacht) tot groot vermaak van de jongens, de soldaatjes zien exerceren. Ze doen vreeselijk hun best. Ze begrijpen dan ook natuurlijk dat het nu wel eens noodig kon worden, dat het geen grapje is.


maandag 16 februari 2026

Hans van Straten • 17 februari 1962

• De omgevallen boekenkast van journalist, schrijver en boekenliefhebber Hans van Straten (1923-2004) is een verzameling gevarieerde anekdoten, herinneringen, droomverslagen, dagboekfragmenten en aforismen, die vrijwel allemaal op de een of andere manier over boeken en schrijvers gaan.

17 februari 1962
De kennis van het antiquarische apparaat heeft het voordeel dat je het ook kunt bespelen. Op 17 februari 1962, een zaterdag, stond er in Het Parool een stukje van Carmiggelt over een pocket, die voor 49 cent te koop lag bij De Boekenwurm in de Kalverstraat, een gerenommeerde ramsjzaak. Die pocket heette McSorleys Wonderful Saloon en was geschreven door Joseph Mitchell. Een bundel zeer knappe reportages over kroegen en persoonlijkheden aan de zelfkant van het Newyorkse leven.
Toen ik ’s maandags in het middaguur met Heinz ging kijken, viste ik natuurlijk mijlenver achter het net. De krant was nog niet koud uit geweest of er had zich een stormloop op De Boekenwurm ontwikkeld. Binnen het uur was de voorraad van vijftig exemplaren uitverkocht – op één na, die tegen de stelling was geplakt met het bijschrift: ‘Dit is de laatste, die hou ik zelf. De Boekenwurm’.
Maar ik was niet voor één gat gevangen. Als De Boekenwurm niets meer had, kon ik het altijd nog elders proberen. De volgende middag ging ik op pad en ik stroopte systematisch alle in aanmerking komende antiquariaten in de binnenstad af. Het liep al tegen zessen toen ik de tiende en laatste binnenstapte, het dubbele pand van mevrouw Jansen aan de Spuistraat, maar daar vond ik tussen de rommel dan ook twee exemplaren, zij het van een andere (Canadese) uitgave. Eén heb ik weggegeven, het andere prijkt nog in mijn boekenkast. Het stukje van Carmiggelt heb ik erin geplakt.

zondag 15 februari 2026

Friedrich Hölderlin • 16 februari 1801

• Het geijkte beeld van de Duitse dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) is dat van een tragische, wereldvreemde en geesteszieke dromer. De brieven in Onder een ijzeren hemel (vertaald door Kester Freriks) corrigeren dit beeld ingrijpend. Hölderlin treedt hierin naar voren als een openhartige, strijdvaardige en scherp analyserende correspondent die ook graag de stormen van zijn hart prijsgeeft – zoals hier in een brief aan zijn vriend Christian Landauer.

Hauptwil, [tweede helft] februari 1801]
Dierbare vriend! Ik heb veel te lang teleurstellingen moeten dragen die anderen en mij tot last werden en die een schande waren voor de Heer des Levens en mijn beschermengel. Ik leefde aldoor in de veronderstelling dat ik me moest laten vernederen om in vrede met de wereld te leven en de mensen te beminnen en de heilige natuur met klare oogopslag te aanschouwen, en dat ik mijn eigen vrijheid moest verliezen, wilde ik voor anderen iets betekenen. Nu besef ik eindelijk dat de onuitputtelijke liefde alleen bestaat dank zij onuitputtelijke kracht; het overviel me tijdens de ogenblikken, waarop ik volkomen vrij en zuiver om me heen blikte. Naarmate de mens zekerder is van zichzelf en beheerster in de beste jaren van zijn leven, des te gemakkelijker hij zichzelf terugslingert vanuit een onbeduidende stemming in een wezenlijke, des te scherper en alomvattender schittert zijn oog, en ook zal hij hart hebben voor alles wat hem licht en zwaar en groot en lief is in de wereld.

Grete Lainer (?) • 15 februari 19??

• Het onderstaande fragment is afkomstig uit het anonieme Tagebuch eines halbwüchsigen Mädchens (Engelse vertaling: A Young Girl's Diary), dat in 1919 (met een voorwoord van Sigmund Freud) werd uitgegeven. Het dagboek wordt wel toegeschreven aan ene Grete Lainer. In het onderstaande fragment is ze een jaar of twaalf.

Vertaling onderaan.

15. Februar: Der Papa ist wütend, weil der Oswald ein Nichtgenügend hat im Griechisch. Eigentlich ist das Griechisch ganz unnötig; denn niemand braucht es, außer die Leute in Griechenland und dorthin geht doch der Oswald ohnehin nie, wenn er auch auf den Landesgerichtsrat studiert wie der Papa. Die Dora lernt natürlich Latein; na, das tue ich mir nicht an. Die Hella hat keine besonderen Noten und ihr Papa tobte!!! Er verlangt, sie soll die Beste sein. Aber sie ist gar nicht so erpicht darauf und sagt: Man muß nicht alles haben. Wenn sie im zweiten Halbjahr nicht lauter Einser hat, darf sie nicht weiter gehen ins Lyz. Sie muß in die Bürgerschule gehen. Dann bringt sie sich um. Der Papa ist auch sehr komisch; Wozu hat man denn Geschichtenbücher, als daß man sie liest. Gestern lese ich im Töchteralbum und der Papa kommt herein und sagt: Du, lies lieber im Geschichtsbüchel als im Geschichtenbuch und schlägt mir das Buch zu. Ich habe einen solchen Zorn gehabt, daß ich mich schon um 7 Uhr ohne Nachtmahl ins Bett gelegt habe.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

15 februari:
Papa is boos omdat Oswald een onvoldoende heeft voor Grieks. Eigenlijk is Grieks volkomen overbodig; want niemand heeft het nodig, behalve de mensen in Griekenland, en daar gaat Oswald toch nooit heen, ook niet als hij voor landsrechter studeert zoals papa. Dora leert natuurlijk Latijn; nou, dat doe ik mezelf niet aan. Hella heeft geen bijzondere cijfers en haar vader ging tekeer!!! Hij eist dat zij de beste is. Maar zij is daar helemaal niet zo op gebrand en zegt: je kunt niet alles hebben. Als zij in het tweede halfjaar niet alleen maar tienen heeft, mag ze niet verder naar het lyceum. Ze moet dan naar de burgerschool. Dan maakt ze zichzelf van kant. Papa is ook heel vreemd; waarvoor heeft men eigenlijk verhalenboeken, anders dan om ze te lezen? Gisteren lees ik in het Dochtersalbum en papa komt binnen en zegt: Jij, lees liever in het geschiedenisboekje dan in een verhalenboek, en hij slaat het boek dicht. Ik was zó boos dat ik al om zeven uur zonder avondeten naar bed ben gegaan.

Italo Svevo • 14 februari 1896

Italo Svevo (1861-1928) was een Italiaanse schrijver. In 1896 hield hij enige maanden een dagboek bij, op verzoek van zijn toekomstige echtgenote, Livia Veneziani (1874-1957)

14 februari 1896
Je moet niet denken dat ik beledigd ben door een blik die jij aan anderen schenkt; wat me kwetst is het idee dat die blik me het bewijs levert dat in jouw hart ijdelheid en behaagzucht wonen. Dat wel! We zijn vandaag 8 weken verloofd en ik ben nog steeds naarstig je karakter aan het bestuderen. We zijn tot nu toe weinig onder mensen geweest en daarom bestudeer ik je elke keer als dat gebeurt met dezelfde smartelijke, onuitsprekelijk smartelijke bezorgdheid. Daarom zien jullie me moreel achteruitgaan zodra we in zulke omstandigheden geraken! Wie weet zal ik nog eens veranderen! Maar intussen spijt het me heel erg dat ik je onder de mensen je onbevangenheid ontneem.


donderdag 12 februari 2026

G.H.C. Hart • 13 februari 1941

George Henry Charles Hart (1893-1943) was een hoge bestuursambtenaar. Tijdens het eerste oorlogsjaar hield hij een dagboek bij.

Woensdag 12 februari 1941
Met Welter geluncht in de Oriental Club als gasten van Sir Harry Lindsay, Directeur van het Imperial Institute, welke instelling wij daarna bezochten. 't Is een instituut van denzelfden aard als ons Koloniaal Instituut, nog wat grooter, maar toch bepaaldelijk minder mooi, al is het zeer de moeite waard en heel interessant.
's Ochtends is er Ministerraad geweest, waar o.m. is behandeld de onhoffelijkheid, ja, beleedigende behandeling, welke H.M. den Minister van Defensie aandeed door hem niet uit te noodigen bij de plechtige indienststelling van de Heemskerck. In den Raad was daarover groote verontwaardiging, die natuurlijk op geen enkele wijze eenig gevolg heeft. Dyxhoorn zal ‘als zoo iets nog eens gebeurt’ ontslag nemen! Qui se fait brebis, le loup le mange.
Ook is er uitvoerig gesproken over het feit, dat ondanks de uitdrukkelijke toezegging van den Engelschen Minister of Home Security, Ir. van Duyn, die nu ruim twee maanden in het gevang zit en tegen wien men niets heeft kunnen vinden, nog steeds niet is losgelaten. 't Is nog steeds een bende met die Nederlandsche geïnterneerden: de Engelschen hebben nóg geen lijsten van de gedetineerden en de aantallen, welke zij opgeven, kloppen in het geheel niet met de werkelijkheid. De Ministerraad stelde vast, dat hij heel boos was.

Donderdag 13 februari 1941
Ik denk er hard over één mijner Engelsche vrienden, Sir Andrew MacFadyean, die zich reeds vroeger interesseerde voor de Nederlandsche gevangenen, te verzoeken of hij in het House of Commons over deze zaak eens een vraag aan de Regeering kan laten stellen; misschien heeft dat succes: ons operettegezelschap, dat ik als mijn principalen moet beschouwen, doet toch niets positiefs dan een beetje pruttelen en protesteeren.
Van Kleffens kan eerst 24 dezer naar Indië vertrekken, omdat hij eerst nog (op 21 Februari) een lunch aan Anthony Eden moet aanbieden. Verdomde ijdeltuiterij, die misschien tengevolge zal hebben, dat de twee ministers helemaal niet meer wegkomen. Ik heb erg geprotesteerd, maar Welter legt er zich bij neer .....
Intusschen wordt de situatie in de Pacific steeds meer gespannen, ook volgens de telegrammen van den Gouverneur-Generaal. Men krijgt den indruk, dat Engeland en Amerika nu tegenbluffen, zooals reeds ten tijde van de heropening van den Burma Road, teneinde Japan einzuschüchtern. Wellicht lukt dat ook en wellicht is dit momenteel het aangewezen spel.
De situatie in den Balkan (Roemenië, Bulgarije) is zeer verward. Ook de ontmoetingen Franco /de Paus, Franco /Mussolini en Franco /Pétain zijn zeer geheimzinnig.

woensdag 11 februari 2026

Jules Renard • 12 februari 1907

Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.

12 februari
Het leven, ik ga het steeds minder begrijpen, en er steeds meer van houden.

Aan de jeugd. Ik zal jullie een waarheid vertellen die jullie misschien niet leuk vinden, want jullie rekenen op iets nieuws. Die waarheid is dat een mens niet ouder wordt. Wat het hart betreft zijn we het erover eens: dat wisten we wel, tenminste wat de liefde aangaat. Wel, voor de geest geldt hetzelfde. De geest blijft altijd jong. Men begrijpt het leven op zijn veertigste net zo min als op zijn twintigste, maar men weet het, en men geeft het toe. Dat is jong zijn