donderdag 15 oktober 2026

Susan Sontag • 16 oktober 1962

• Reborn bevat (dagboek)notities van schrijfster Susan Sontag (1933-2004) uit de periode 1947-1963.

Vertaling onderaan.

[Loose-leaf page found among SS's papers]
10/16/62 • Sentimentality. The inertia of the emotions. They are not light buoyant. — I am sentimental. I cling to my emotional states. Or do they cling to me?

I wish I could think I. [Irene, haar geliefde] simply takes me for granted. The massive refusal of intimacy in her letters, the occasional touches of condescending affection.

Not once "I miss you," not once a word from inside.

But I cannot explain it except by the utter collapse, the painless dissolution of any feeling for me. All the lines are down.

Tiemmi, tiemmi. [From Dante's Purgatorio, Canto XXXI: "Poi, quando il cor virtu di fuor rendemmi," / la donna ch'io avea trovata sola / sopra me vidi, e dicea: 'Tiemmi, tiemmi'" ("Hold me, hold me.")]

I thought I. had the key, and only she. That all my sexuality was bound to her. Now I know that, technically, that's not so. But, still, I don't believe in the reality of anyone else.

I do not believe she will come back to me. Those who go away never come back.

— How I lie in my letters to her! I want her to believe I am tranquil and hopeful — my final magic spell to bring her back.

Vertaling door ChatGPT

[Los ingelegde bladzijde gevonden tussen de papieren van SS]

16-10-1962 • Sentimentaliteit. De traagheid van de emoties. Ze zijn niet licht en veerkrachtig. — Ik ben sentimenteel. Ik klamp me vast aan mijn emotionele toestanden. Of klampen die zich aan mij vast?

Ik zou willen kunnen denken dat I. [Irene, haar geliefde] me eenvoudigweg als vanzelfsprekend beschouwt. De massale weigering van intimiteit in haar brieven, de sporadische aanrakingen van neerbuigende genegenheid.

Niet één keer: ‘Ik mis je’, niet één woord dat van binnenuit komt.

Maar ik kan het alleen verklaren door de volkomen ineenstorting, het pijnloze oplossen van elk gevoel voor mij. Alle lijnen liggen eruit.

Tiemmi, tiemmi. [Uit Dantes Louteringsberg, zang XXXI: ‘"Poi, quando il cor virtu di fuor rendemmi," / la donna ch'io avea trovata sola / sopra me vidi, e dicea: 'Tiemmi, tiemmi'" ("Hou me vast, hou me vast.")]

Ik dacht dat ik de sleutel had, en alleen zij. Dat mijn hele seksualiteit aan haar gebonden was. Nu weet ik dat dit technisch gezien niet zo is. Maar toch geloof ik niet in de werkelijkheid van iemand anders.

Ik geloof niet dat ze bij me terug zal komen. Wie weggaat, komt nooit terug.

— Wat lieg ik tegen haar in mijn brieven! Ik wil dat ze gelooft dat ik kalm ben en hoopvol gestemd — mijn laatste magische bezwering om haar terug te brengen.

woensdag 14 oktober 2026

Benoîte Groult • 15 oktober 1941

• Benoîte Groult (1920-2016) was een Franse schrijfster. In 1963 publiceerde ze een oorlogsdagboek, dat ze samen met haar zus Flora geschreven had: Journal à quatre mains, in het Nederlands door Nini Wielink vertaald als Dagboek voor vier handen.

15 oktober '41 • We gaan niet meer naar het bos, de laurierbomen zijn omgehakt ... Concarneau wordt verkocht.
Grootmoeder hield niet meer van dat huis, want het is voortaan haar ideaal om de Bon Marché binnen handschoenbereik te hebben. In Parijs ben je beschut tegen de natuur. Grootvader zal zijn jekker met de ronde kraag niet meer vuil maken en geen aarde meer aan zijn knieën hebben of doorns in zijn vinger: hij mag zijn leven lang niet meer tuinieren, is beroofd van zijn tuberozen, zijn pteris aquilinas, scolopendrium officinale en andere liefdes waarop de bidsprinkhaan jaloers was. Nu is de droom van de bidsprinkhaan werkelijkheid geworden: grootvader de hele dag thuis, zittend in zijn fauteuil, nietsdoend dus onberispelijk. De boot wordt natuurlijk samen met het huis verkocht.
'Wat heeft Paul op zijn leeftijd nou op een boot te zoeken?'
Grootvader is helemaal naakt, helemaal leeg, met open handen en dode vingers. Grootmoeder daarentegen is weer jong geworden: ze ordent, ze ruimt op en bergt haar herinneringen in een kaartsysteem op. Haar leven is eindelijk afgesloten; je kunt het in een la stoppen; storende verrassingen zullen er niet meer komen. We hebben met ontroering het visboek nog eens gelezen dat ze haar hele leven had bijgehouden: grootvader had in juli 1938 zeshonderd makrelen gevist! Wat mag grootmoeder ze graag zien, zo liggend in dat grote boek! Eindelijk netjes en reukloos. 'Ieder zijn meug' zoals de Bretons zeggen.

Soetan Sjahrir • 14 oktober 1936

• Soetan Sjahrir (1909-1966), was een Indonesisch politicus en de eerste premier van dat land. Hij speelde een grote rol in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. In 1934 werd hij gearresteerd. Hij doet verslag van zijn gevangenschap en verbanning in een dagboek, dat is gepubliceerd als Indonesische overpeinzingen.


14 Oct. 1936 • In vele opzichten is Neira een min of meer ideale samenleving, vergeleken dan met de rest van de wereld. Natuurlijk is zelfs in zulk een paradijs niet alles even mooi, en zo heb je hier ook alle kleine kanten van een dorpssamenleving, alleen minder hevig en minder scherp, omdat Neira een soort van paradijs is. ‘De mensen schijnen hier nauwelijks armoede te kennen’, heb ik eerder geschreven. Dat is maar ten dele waar.

Wel is waar, dat de mensen die in Neira zelf of in de kampong wonen, meestal hun eigen hutje hebben of inwonen bij anderen als personeel en niet ondervoed zijn, ja meestal nog geld over hebben voor mooie kleren en feesten. Maar op de perken zijn de mensen toch wel een beetje ondervoed. Dr Soeribno bijvoorbeeld heeft nu een jongen in huis, die heel erg ondervoed is, hij komt van Goenoeng Api. Die hongerlijders op de perken, op de Goenoeng Api verdienen nauwelijks een dubbeltje per dag, àls ze iets verdienen kunnen.

Velen van hen proberen het met het verbouwen van groenten, maar zonder kapitaal gaat dat natuurlijk ook niet al te best en de vruchtbaarste plekken zijn altijd al eigendomsgronden. In de perken wonen de koelies. Vroeger hebben zij meer verdiend: 40 tot 50 cent per dag, maar nu is het al veel als zij 12 of 15 cent krijgen; deze mensen zien er dan ook over het algemeen heel slecht uit. Toch zijn de perkeniers geen uitbuiters. De meesten kunnen niet meer betalen, omdat de notemuskaat helemaal geen prijzen meer maakt. Vele perkeniers werken met verlies maar ze moeten doorgaan, omdat verwaarlozing van hun perken nog groter verlies zou betekenen.

De rijkaards hier zijn ook geen onsympathieke mensen. Héél rijke lieden heb je hier niet meer, maar zeer gegoede families, die het brengen tot een vermogen van een paar ton en een inkomen van vier of vijfhonderd gulden per maand voor privé-doeleinden, zijn er wel enige. Ook zij leven eenvoudig, versmijten hun geld niet en nemen ook geen geld-aristocratische allures aan. Zij hebben de Bandase verdraagzaamheid en vriendelijkheid.

De landbouwers op Goenoeng Api zijn voor een groot deel afkomstig van Boeton, ten Zuiden van Celebes. Zij komen hierheen in hun zeilscheepjes, bij elkaar gepakt als haringen in een ton, zó dat ze gedurende de gehele reis niet kunnen gaan liggen, terwijl die reis, wanneer de wind niet meewerkt, wel een maand kan duren. Dan eten, slapen, ze doen alles staand of hurkend. Van ongelukken op zee hoor je niet; het moeten wel heel goede zeevaarders zijn.

Ze pakken hier van alles aan en zelfs als ze maar twintig cent per dag verdienen spelen ze het nog klaar om er wat van opzij te leggen. Als ze naar hun mening genoeg gespaard hebben, dat is zo tussen de tien en vijf-en-twintig gulden, stappen ze weer in zo'n zeilscheepje, betalen drie gulden voor de hele reis, die meestal korter duurt dan een week, maar soms, als het tegenvalt, ook wel eens veel en veel langer.

Een luilekkerland is het hier dus niet precies, en men kan hier zien, dat de ‘luie inlander’ levensgevaar trotseert om een paar centjes te kunnen verdienen, waar hij dan bovendien nog voor moet ploeteren. Het verdiende geld is meestal voor de familie, ook wel om een nestje te kunnen bouwen. Al die Boetonnese jongemannen zijn hier ongetrouwd, omdat ze nog geen huishouding op kunnen zetten - nog geen huishouding van tien cent per dag -, daar de kleren van de vrouw te veel kosten.

Hier op Banda heb je dat verschijnsel trouwens ook en men zegt, dat het ook op Java nu zo toegaat. Zo ziet men, dat wat nog geen probleem vormde een tiental jaren geleden - hèt Europese probleem - dat nu ook geworden is voor ons Indonesiërs. Het leven is nu zelfs in dit gemakkelijke land, waar je toch maar zo weinig kleren aan je lichaam nodig hebt, zó geworden dat de mensen vanzelf aan het rekenen moeten gaan, rationeel moeten worden. Niet trouwen, omdat de vrouw hem de helft van zijn bordje rijst - zo hij dit heeft - zou kosten.

maandag 12 oktober 2026

De heer B. • 13 oktober 1960

• Uit het 12e dagboek van de heer B. 1960. Collectie Nederlands Dagboekarchief.

Donderdag 13-10-60 • Vanaf Dinsdagavond zes uur storm en buitengewone regenval. Vele landerijen staan geheel of gedeeltelijk onder water. Vooral in Noord Holland is het erg. Er zal spoedig verandering moeten komen anders wordt het een ramp.

Nadat er zoveel natuurrampen gebeuren begrijp ik niet dat de mensen zich niet bezinnen en eens ophouden met oorlog voeren, elkaar vermoorden in opstanden en dergelijke misdaden. Want als er mensen omkomen bij rampen of andere gebeurtenissen dan wordt er veel ophef over gemaakt. Doch bij binnenlandse opstanden of onlusten of ergo bij oorlog vallen er vele doden; dan is dat vanzelfsprekend en zelfs niet eens strafbaar. Dat gaat boven mijn verstand, maar ja zeggen geleerde en zelfs Domine’s en Pastoors en dergelijke lieden; dat is heel wat anders, dan een gewone misdaad, dat is noodzaak. Wat een goedkope uitvlucht is dat. Maar ik ben ook slechts een proleet en beslist niet intulectueel!

zondag 11 oktober 2026

Willem Bilderdijk • 12 oktober 1795

• Schrijver Willem Bilderdijk (1756-1831) werd tijdens zijn verbanning naar Engeland tot over z’n oren verliefd op zijn leerlinge Wilhelmina, twintig jaar jonger dan hij. Hij overreedde haar hem na te reizen naar het vasteland, hoewel hij een getrouwd man was. Ze kregen een aantal kinderen, maar Willem kon pas vele jaren later met haar trouwen. Uit: Liefde en ballingschap. Brieven 1795-1797 (hertaald door Marita Mathijsen).

Bilderdijk aan zijn vrouw. Hamburg, 12 oktober 1795 • Lieve! Je zult mijn vorige brief met het bericht over de ontvangst en de staat van de koffer ontvangen hebben. Ik heb toen vergeten te melden dat die mij 36 Hollandse gulden aan vracht heeft gekost. Stuur daarom voortaan alles per schip. Je zult altijd gelegenheid vinden bij Hamburgse schippers die dagelijks vanaf Amsterdam af en aan varen. De berichten die ik hier krijg over het woeden van de cholera maken mij zeer ongerust over jou en de kinderen. God behoede jullie allemaal! — Over mij: sinds ik terug ben uit Engeland ben ik erg ziek door hete koortsen. Ik hoop echter dat het met mij in orde komt. Over publieke zaken kan ik het niet wagen je te schrijven. Weet echter dat die niet vooruitgaan. Wat moet men doen, het is in de hand van God en Hij zal het besturen, daarop vertrouwen wij! Wat mij betreft, hoe zou ik in deze algemene verwarring mijn lot nog hebben kunnen bepalen? — Alles spant samen tegen de rechtschapenheid, de deugd en het verlichte verstand. Geen ministerie zal nu iemand van onkreukbare principes als de mijne aanstellen, terwijl alle hoven steeds meer naar de Franse richting overhellen. — Wat dan? Wetenschappen? Wie denkt er nu aan om onderwezen te worden, bij de totale omwenteling van dit werelddeel? — Ik heb echter mijn plannen gemaakt, en laat mij door geen moeilijkheden afschrikken. God leeft, en met Hem is er uitkomst en Hij zorgt voor toevlucht zonder beperking. Maar hier-over nader op een andere tijd. Vaarwel; omhels onze Elius en hou van mij.

Hamburg 12 oktober 1795

P.s. Teken toch op je brieven de datum aan.

J.J. Voskuil • 11 oktober 1943

• Schrijver J.J. Voskuil (1926-2008) hield zijn leven lang een dagboek bij, dat nu in delen wordt uitgegeven door Van Oorschot. Het onderstaande fragment komt uit het deel Bijna een man, over de jaren 1939-1955.

donderdag 7 october • [...] Als Hanneke een jongen was, zou ik niet met haar bevriend zijn. Ik vind haar oppervlakkig en soms is ze me zelfs antipathiek. Komt die antipathie voort uit wrok? Zeker is dat ze verwaand is en te goed weet dat de jongens haar aardig vinden. Bij iedere jongen denkt ze: O die? Dan kan ik wel betere krijgen.' Met het gevolg dat ze straks blijft zitten. Dat is het verschil met Dee. Dee flirt niet. Ze luistert.

zondag 10 october • Mistig, koud. Met de Gele Tram [Den Haag-Leiden] naar de Buurtweg voor de wedstrijd tegen Groen-Geel. Omdat ik geen schoenen meer heb, speelde ik op blote voeten. We wonnen met 2-1, maar het had meer moeten zijn. In de tram terug luchtalarm, waardoor we een uur oponthoud hadden.

dinsdag 12 october • Op de grens van de Mient en de Weimarstraat brak de koppeling van de tram. Lijn 20 moest ons opduwen, waardoor we niet de enigen waren die te laat op school waren. Het werden er nog meer toen bleek dat de Rijswijkse tram voor een omgevallen kolenwagen had gestaan en lijn 10 een wiel had verloren. Daarmee verloor ik mijn voordeel weer en ontkwam ik niet aan de Duitse spreekbeurt.

'Jij bent fotogeniek,' vond Postma, toen hij in de pauze de foto's van Dee en Hanneke bekeek. — 'Dat hebben ze al meer gezegd, meneer,' antwoordde ze.

donderdag 14 october • Even voor we de school ingingen, begonnen de sirenes te loeien. Een uur met Mia, Joke en Jan in een portiek gestaan tot het weer veilig was. Geurts vond dat we net zo goed naar binnen hadden kunnen gaan en liet ons een kwartier nablijven.

vrijdag 15 october • Moeder raadt me af om de rol van Hanneke voor haar over te schrijven. 'Dat is juist wat ze wil,' zei ze, 'dat er veel jongens aan haar voeten liggen, om ze dan flink van zich af te trappen. Je moet haar koel behandelen en af en toe in de modder laten zitten, beleefd, maar koel.'

zaterdag 16 october Onder het hockeyen werd er luchtalarm gegeven. We speelden door terwijl de vliegtuigen over ons hoofd gierden, doken en brommend verder trokken, het afweergeschut dreunde en de mitrailleurs knetterden. Op de terugweg liep mijn band bij de Betlehemkerk leeg. Toen ik haar thuis oppompte, begaf ze het meteen weer. Ik verwijderde de twee buitenbanden, haalde de binnenband eruit, maar kon geen lek vinden. Met hulp van vader legde ik de banden er weer om, pompte hem op, en verdomd, hij hield het, maar 's avonds om elf uur was hij weer zo plat als een dubbeltje.

maandag 18 october • Als Wezenberg de absenten komt opnemen, krijgt Hanneke altijd een knipoogje. En als hij de klas uit is, draait hij zich nog even om en kijkt op zijn tenen door het ruitje.

donderdag 8 oktober 2026

Susan Sontag • 10 oktober 1949

• Reborn bevat (dagboek)notities van schrijfster Susan Sontag (1933-2004) uit de periode 1947-1963.

[All her life, SS made lists of words into which she occasionally inserted a person's name or a brief observation. This undated fall 1949 entry is representative and shows how early this habit became second nature for her.]

effete
noctambulous
perfervid
detumescence
disheveled
so alluring, so cerebral
sodden
intriguing
corrupt
dignity
lotophagous
elegiac
Meleager
disponibility
pardine
demotic
Harriette Wilson
garbure
satura
succulent
competent intellectual vulgarity of Aldous Huxley
Yellow Book preciousness
secretive
sturdy
pedantry + lechery
spleen
ribaldry
ilex
Klaxon