Vertaling onderaan.
[Loose-leaf page found among SS's papers]
10/16/62 • Sentimentality. The inertia of the emotions. They are not light buoyant. — I am sentimental. I cling to my emotional states. Or do they cling to me?
I wish I could think I. [Irene, haar geliefde] simply takes me for granted. The massive refusal of intimacy in her letters, the occasional touches of condescending affection.
Not once "I miss you," not once a word from inside.
But I cannot explain it except by the utter collapse, the painless dissolution of any feeling for me. All the lines are down.
Tiemmi, tiemmi. [From Dante's Purgatorio, Canto XXXI: "Poi, quando il cor virtu di fuor rendemmi," / la donna ch'io avea trovata sola / sopra me vidi, e dicea: 'Tiemmi, tiemmi'" ("Hold me, hold me.")]
I thought I. had the key, and only she. That all my sexuality was bound to her. Now I know that, technically, that's not so. But, still, I don't believe in the reality of anyone else.
I do not believe she will come back to me. Those who go away never come back.
— How I lie in my letters to her! I want her to believe I am tranquil and hopeful — my final magic spell to bring her back.
[Los ingelegde bladzijde gevonden tussen de papieren van SS]
16-10-1962 • Sentimentaliteit. De traagheid van de emoties. Ze zijn niet licht en veerkrachtig. — Ik ben sentimenteel. Ik klamp me vast aan mijn emotionele toestanden. Of klampen die zich aan mij vast?
Ik zou willen kunnen denken dat I. [Irene, haar geliefde] me eenvoudigweg als vanzelfsprekend beschouwt. De massale weigering van intimiteit in haar brieven, de sporadische aanrakingen van neerbuigende genegenheid.
Niet één keer: ‘Ik mis je’, niet één woord dat van binnenuit komt.
Maar ik kan het alleen verklaren door de volkomen ineenstorting, het pijnloze oplossen van elk gevoel voor mij. Alle lijnen liggen eruit.
Tiemmi, tiemmi. [Uit Dantes Louteringsberg, zang XXXI: ‘"Poi, quando il cor virtu di fuor rendemmi," / la donna ch'io avea trovata sola / sopra me vidi, e dicea: 'Tiemmi, tiemmi'" ("Hou me vast, hou me vast.")]
Ik dacht dat ik de sleutel had, en alleen zij. Dat mijn hele seksualiteit aan haar gebonden was. Nu weet ik dat dit technisch gezien niet zo is. Maar toch geloof ik niet in de werkelijkheid van iemand anders.
Ik geloof niet dat ze bij me terug zal komen. Wie weggaat, komt nooit terug.
— Wat lieg ik tegen haar in mijn brieven! Ik wil dat ze gelooft dat ik kalm ben en hoopvol gestemd — mijn laatste magische bezwering om haar terug te brengen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten