• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1887-1899 is verschenen in de Privé Domein-reeks. Vertaling: F. de Haan & M. Kaas.
• De dagboeken van de Franse schrijver Jules Renard (1864-1910) zijn vanwege de hoeveelheid ‘faits divers’ en anekdotes wel eens omschreven als ‘de documentatie’ bij À la recherche du temps perdue van Marcel Proust. De Rodin in het fragment is uiteraard de fameuze beeldhouwer.
8 maart [1891]
In Rodins atelier, een openbaring, een verrukking, die Porte de l’Enfer, dat kleine werk, niet groter dan een hand, l’Éternelle idole: een man, met zijn armen op zijn rug, overwonnen, kust een vrouw onder haar borsten, drukt zijn lippen op haar huid, en van de vrouw gaat zo’n droefheid uit. Met moeite maak ik me ervan los. Een oude vrouw in brons, iets gruwelijk moois, met haar platte borsten, haar geteisterde buik en haar gezicht dat nog mooi is. Verder lichamen met elkaar verweven, armen in elkaar verstrengeld, en le Péché originel, de vrouw die zich aan Adam vastklampt, hem met heel haar wezen naar zich toe trekt, en de Sater, die een vrouw in zijn armen klemt en in haar wroet, één hand tussen haar dijen, de tegenstelling tussen mannenkuiten en vrouwendijen. Heer, maak dat ik de kracht heb om dat alles te bewonderen!
Op de binnenplaats wachten blokken marmer om tot leven te worden gewekt, vreemd door hun vorm en, zo lijkt het, door hun verlangen om te leven. Vermakelijk: ik doe alsof ik de man ben die Rodin heeft ontdekt.
Rodin, een soort dominee, de beeldhouwer van de genots-pijn, stelt Daudet naïeve vragen en wil van hem weten welke naam hij aan zijn verbazingwekkende scheppingen moet geven. Zelf vindt hij stereotiepe namen, die hij aan de mythologie bijvoorbeeld ontleent. Een voorstudie van Victor Hugo, naakt... volstrekt grotesk overigens.
[...]
9 maart
Bij Rodin had ik het gevoel dat mijn ogen plotseling openbraken. Tot op dat ogenblik had ik de beeldhouwkunst net zo interessant gevonden als het bewerken van koolraap.
Schrijven zoals Rodin beeldhouwt.
Wanneer iemand me een tekening laat zien, kijk ik net lang genoeg om te bedenken wat ik ervan zal zeggen
281-2018>
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht jules renard. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht jules renard. Sorteren op datum Alle posts tonen
zondag 8 maart 2026
zondag 28 februari 2021
Jules Renard • 1 maart 1905
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Dagboeknotities 1887-1910. Vertaald door Frans de Haan en Marianne Kaas.
1 maart 1905
Begrafenis van Schwob. Waarom schrijven letterkundigen, tijdens hun leven, niet de redevoeringen die zij na hun dood willen horen? Dat zou hun, voor hun dood, vijf minuten van hun leven kosten.
[…] Men laat Schwob in een voorlopige grafkelder zakken. Hij zakt, hij zakt tot in de andere wereld.
’Ga een eindje met me mee: dat zou ik erg prettig vinden, maar alstublieft, blijf niet blootshoofds staan als u bang bent kou te vatten. Als het mooi weer is, neem dan geen paraplu mee. Kransen? Nou ja, vooruit, als er een lauwerkrans bij is.
En zet vooral niet van die droevige gezichten waardoor u zo lelijk wordt! Ga toch niet op mij lijken!
En verder, zeg niet dat ik uitsluitend goede eigenschappen had! U weet best, beter dan ik, dat dat niet zo is. Zeg vooral niet dat ik een goed karakter had. Een goed karakter hebben is geen deugd: het is de eeuwige ondeugd, en u weet heel goed wat een hekel ik eraan had lastig te worden gevallen. Laten enkelen van u, als u komt, onder de indruk zijn. Laten de anderen glimlachen en geestig zijn!’
En waarom wordt er niet geapplaudisseerd voor een lijkrede ? Het zou de overledene niet hinderen, hij hoort niets, en het zou aardig zijn voor de spreker die niet weet wat hij met zijn velletjes tekst moet beginnen als zijn buurman hem zijn hoed teruggeeft.
• De dagboeken van de Franse schrijver Jules Renard (1864-1910) zijn vanwege de hoeveelheid ‘faits divers’ en anekdotes wel eens omschreven als ‘de documentatie’ bij À la recherche du temps perdue van Marcel Proust. De genoemde Schwob is de schrijver Marcel Schwob.
woensdag 22 juli 2020
Jules Renard • 23 juli 1903
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Dagboeknotities 1887-1910. Vertaald door Frans de Haan en Marianne Kaas.
4 maart
Eén of twee keer per jaar goed dineren bij een rijke vriend, een paar keer in zijn comfortabele rijtuig een tochtje maken, naar zijn schilderijen kijken, naar zijn weelde, meer heeft een fatsoenlijk mens niet nodig om zich rijk te wanen.
30 maart
Voorjaar: de nekken van de vrouwen ontluiken al.
29 mei
Telkens als het woord ‘Jules’ niet wordt gevolgd door het woord ‘Renard’, ben ik bedroefd.
23 juli
Op je veertigste moet je je ramen naar de andere kant openzetten: je bent zelfs al aan de late kant.
14 september
Bigotte vrouwen. 's Zondags slapen ze met God en door de week bedriegen ze Hem.
22 september
Ze wil niet dat haar man erbij is wanneer ze bevalt. Ze voelt zich al vernederd genoeg!
Nog zo een die haar kinderen door de mond zou willen krijgen!
18 oktober
Veertig jaar, en ik durf niet alleen naar de Moulin Rouge.
donderdag 12 juni 2025
Jules Renard • 13 juni 1904
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
13 juni
De gemeente. Bezoeken afgelegd, gisteren. Mevrouw Paul. Sommige spieren verlamd, de spieren die de zaak bij elkaar moeten houden, zodat ze alle kanten op valt, het arme mens. De dochter leest de artikelen van de dichter Ponge graag, die van 'meneer Jules' ook. Ze zegt tegen me dat haar vader zich heeft opgeofferd, dat hij heeft gedaan wat hij kon, en ze voegt eraan toe: 'Meneer Jules is trouwens intelligent genoeg om dat te begrijpen.'
Op de weg komen we hem tegen. Een verschrikkelijke onbenul. Een vierkant blok mensenvlees, een gezicht alsof het overal met een klein hamertje is bewerkt, de neusgaten vol zwarte insekten of snuiftabak.
'We wilden net bij u op bezoek komen,' zeggen we.
Stokstijf blijft hij staan: hij weet niet wat er van hem wordt verwacht.
De arme Marinette geeft het kleine meisje dat hij bij de hand houdt, een zoen. We praten wat. Dan gaat hij verder. Hij bevond zich op de weg, hij blijft op de weg staan. Hij nodigt ons niet uit om binnen te komen.
Bij Gâteau. Hij is niet thuis. Zijn vrouw ontvangt ons, ontvangen is een groot woord. Tweeëndertig jaar huishouden en kwezelarij! Hout! Uitgedroogd, verkoold hout, aangevreten door gierigheid en afgunst. Oh, de arme man die is overgeleverd aan... die kerel! Een dienstmeid die denkt dat God niets anders aan zijn hoofd heeft gehad dan haar wat geld te laten verdienen. Toch zegt ze ons te gaan zitten, maar zelf blijft ze staan. Ze heeft een getrouwde dochter. Uiteindelijk biedt ze ons een glas wijn aan, die ze zo ver mogelijk in haar kelder heeft weggestopt.
'Oh, ik ken u goed, en al zo lang!' zegt ze, alsof ze zich schaamde over de wijze waarop ze ons ontvangt, alsof al het hout waaruit ze is opgetrokken, ieder ogenblik uiteen kan vallen.
Een verschrikking, produkt van een pastoor en een dienstmeid in een vochtige kerk, gemaakt van kaarsvet dat in koud water is gedompeld.
Vertaling: Frans de Haan en Marianne Kaas154-2014>
13 juni
De gemeente. Bezoeken afgelegd, gisteren. Mevrouw Paul. Sommige spieren verlamd, de spieren die de zaak bij elkaar moeten houden, zodat ze alle kanten op valt, het arme mens. De dochter leest de artikelen van de dichter Ponge graag, die van 'meneer Jules' ook. Ze zegt tegen me dat haar vader zich heeft opgeofferd, dat hij heeft gedaan wat hij kon, en ze voegt eraan toe: 'Meneer Jules is trouwens intelligent genoeg om dat te begrijpen.'
Op de weg komen we hem tegen. Een verschrikkelijke onbenul. Een vierkant blok mensenvlees, een gezicht alsof het overal met een klein hamertje is bewerkt, de neusgaten vol zwarte insekten of snuiftabak.
'We wilden net bij u op bezoek komen,' zeggen we.
Stokstijf blijft hij staan: hij weet niet wat er van hem wordt verwacht.
De arme Marinette geeft het kleine meisje dat hij bij de hand houdt, een zoen. We praten wat. Dan gaat hij verder. Hij bevond zich op de weg, hij blijft op de weg staan. Hij nodigt ons niet uit om binnen te komen.
Bij Gâteau. Hij is niet thuis. Zijn vrouw ontvangt ons, ontvangen is een groot woord. Tweeëndertig jaar huishouden en kwezelarij! Hout! Uitgedroogd, verkoold hout, aangevreten door gierigheid en afgunst. Oh, de arme man die is overgeleverd aan... die kerel! Een dienstmeid die denkt dat God niets anders aan zijn hoofd heeft gehad dan haar wat geld te laten verdienen. Toch zegt ze ons te gaan zitten, maar zelf blijft ze staan. Ze heeft een getrouwde dochter. Uiteindelijk biedt ze ons een glas wijn aan, die ze zo ver mogelijk in haar kelder heeft weggestopt.
'Oh, ik ken u goed, en al zo lang!' zegt ze, alsof ze zich schaamde over de wijze waarop ze ons ontvangt, alsof al het hout waaruit ze is opgetrokken, ieder ogenblik uiteen kan vallen.
Een verschrikking, produkt van een pastoor en een dienstmeid in een vochtige kerk, gemaakt van kaarsvet dat in koud water is gedompeld.
Vertaling: Frans de Haan en Marianne Kaas154-2014>
woensdag 9 december 2015
Jules Renard-- 10 december 1896
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1887-1899 is verschenen in de Privé Domein-reeks. Vertaling: F. de Haan & M. Kaas.
10 december
De ontvangstdag van Sarah Bernhardt.
Wanneer ze de wenteltrap van het huis afdaalt, lijkt het of zij stilstaat en de trap om haar heen draait.
[...]
Naast Georges Hugo zit Bauër. Hugo heeft zijn baard laten afscheren en deze waarschijnlijk aan Léon Daudet gegeven, die ik volledig bebaard zie. Bauèr zweet, en wrijft zichzelf droog alsof hij een tafel was. Ik stel me voor dat hij de ober om een spons zal vragen waarmee je een rijtuig schoonmaakt. Prachtig als een zon van suikergoed loopt hij uit over de bleke Sarah. Met haar blik inspireert ze iedereen. Ze heeft de onbeweeglijkheid van een beeld, alleen haar handen maken gebaren en haar ogen leven. Sardou, die lijkt op een Coppée die niet voor het voetlicht zou treden, omhelst haar.
'Ik heb gisteren uw naam geschreven/ zegt Haraucourt tegen me.
'Dat is nog eens aardig.'
'Op de aankondiging van mijn huwelijk.'
Ik weet niet hoe ik een vrouw een mantilla moet omdoen. Mevrouw Rostand sla ik de hare omgekeerd om, en ik geef haar de punt niet goed aan.
'Op een goede dag zal ook ik u toch eens de hand moeten kussen, als we ergens alleen in een hoekje zijn, om te zien wat er gebeurt,' zeg ik.
'Even boven de pols,' zegt ze, 'daar begint het prettig te worden.'
Sarah staat op. Zelfde aanbiddelijke spel op de trap. Bovenaan wacht Jules Chancel haar op en pakt haar hand als ze langsloopt.
In liet Théatre de la Renaissance. Ze wilde het te mooi maken. Phèdre speelt ze als een scène uit Amants, maar ze speelt het afschuwelijke geval van Parodi bewonderenswaardig. Sarah, een ongelooflijk 'hartediefje', om het zo maar eens te zeggen. Misschien heeft ze geen talent, maar na haar ontvangstdag die ons aller dag is, dag waarop we elkaar aardig vinden, waarop we dol op elkaar zijn, voelt iedereen zich een ander en beter mens. En die toestand van buitengewone opwinding is een weldaad, en als je de volgende dag geen talent hebt, ben je een ezel.
[...]
Dankzij de ogen van Sarah Bernhardt, ongehoord succes voor Rostand, wiens tekst van een indrukwekkende kracht is. Succes alsof zijn sonnet vijf bedrijven had, en het applaus voor Rostand vermengt zich met de bijval die naar Sarah gaat. Er komt geen eind aan, en het is onvergetelijk. En zij troont op eenzame hoogte, en wij zijn allen haar trouwe onderdanen die aan haar voeten liggen.
In de kleedkamer van zijn moeder is Maurice in tranen.
'Nog nooit heb ik het zo betreurd dat ik geen groot dichter ben,' zeg ik tegen Sarah Bernhardt.
'Maar u bent een groot dichter!'
'Ach welnee! Ik schrijf alleen maar niemendalletjes, maar ik heb oog voor verhevener dingen en ik kan ze bewonderen, en op dit ogenblik ben ik overgelukkig.'
'U vindt me dom, hè?'
'Ik vind u heel bijzonder.'
'Vandaag wil ik dom zijn. Wilt u me kussen?'
Ik geloof werkelijk dat ik me dat tweemaal heb laten zeggen. Ze kust me zonder omwegen op twee wangen. Ik kus haar zo'n beetje, uit een mondhoek, omdat ik geen druk durf uit te oefenen.
'Ben ik even in de wolken!' zeg ik tegen Rostand, tegen anderen. 'Sarah Bernhardt heeft me gekust! Ik heb Sarah Bernhardt gekust!'
En Maurice, die nog altijd huilt, zegt:
'Ze kennen mijn moeder niet. Ze is lief en goed.'
Ik wend me opnieuw tot haar en zeg:
'Wel, mevrouw, zal ik u eens wat zeggen? Weet u, u bent een goed mens.'
Ze heeft de uitspraak misschien niet gehoord, maar Rostand:
'Dat slaat de spijker precies op de kop.'
En allemaal zijn we vertederd, week gestemd, tot 's avonds laat.
10 december
De ontvangstdag van Sarah Bernhardt.
Wanneer ze de wenteltrap van het huis afdaalt, lijkt het of zij stilstaat en de trap om haar heen draait.
[...]
Naast Georges Hugo zit Bauër. Hugo heeft zijn baard laten afscheren en deze waarschijnlijk aan Léon Daudet gegeven, die ik volledig bebaard zie. Bauèr zweet, en wrijft zichzelf droog alsof hij een tafel was. Ik stel me voor dat hij de ober om een spons zal vragen waarmee je een rijtuig schoonmaakt. Prachtig als een zon van suikergoed loopt hij uit over de bleke Sarah. Met haar blik inspireert ze iedereen. Ze heeft de onbeweeglijkheid van een beeld, alleen haar handen maken gebaren en haar ogen leven. Sardou, die lijkt op een Coppée die niet voor het voetlicht zou treden, omhelst haar.
'Ik heb gisteren uw naam geschreven/ zegt Haraucourt tegen me.
'Dat is nog eens aardig.'
'Op de aankondiging van mijn huwelijk.'
Ik weet niet hoe ik een vrouw een mantilla moet omdoen. Mevrouw Rostand sla ik de hare omgekeerd om, en ik geef haar de punt niet goed aan.
'Op een goede dag zal ook ik u toch eens de hand moeten kussen, als we ergens alleen in een hoekje zijn, om te zien wat er gebeurt,' zeg ik.
'Even boven de pols,' zegt ze, 'daar begint het prettig te worden.'
Sarah staat op. Zelfde aanbiddelijke spel op de trap. Bovenaan wacht Jules Chancel haar op en pakt haar hand als ze langsloopt.
In liet Théatre de la Renaissance. Ze wilde het te mooi maken. Phèdre speelt ze als een scène uit Amants, maar ze speelt het afschuwelijke geval van Parodi bewonderenswaardig. Sarah, een ongelooflijk 'hartediefje', om het zo maar eens te zeggen. Misschien heeft ze geen talent, maar na haar ontvangstdag die ons aller dag is, dag waarop we elkaar aardig vinden, waarop we dol op elkaar zijn, voelt iedereen zich een ander en beter mens. En die toestand van buitengewone opwinding is een weldaad, en als je de volgende dag geen talent hebt, ben je een ezel.
[...]
Dankzij de ogen van Sarah Bernhardt, ongehoord succes voor Rostand, wiens tekst van een indrukwekkende kracht is. Succes alsof zijn sonnet vijf bedrijven had, en het applaus voor Rostand vermengt zich met de bijval die naar Sarah gaat. Er komt geen eind aan, en het is onvergetelijk. En zij troont op eenzame hoogte, en wij zijn allen haar trouwe onderdanen die aan haar voeten liggen.
In de kleedkamer van zijn moeder is Maurice in tranen.
'Nog nooit heb ik het zo betreurd dat ik geen groot dichter ben,' zeg ik tegen Sarah Bernhardt.
'Maar u bent een groot dichter!'
'Ach welnee! Ik schrijf alleen maar niemendalletjes, maar ik heb oog voor verhevener dingen en ik kan ze bewonderen, en op dit ogenblik ben ik overgelukkig.'
'U vindt me dom, hè?'
'Ik vind u heel bijzonder.'
'Vandaag wil ik dom zijn. Wilt u me kussen?'
Ik geloof werkelijk dat ik me dat tweemaal heb laten zeggen. Ze kust me zonder omwegen op twee wangen. Ik kus haar zo'n beetje, uit een mondhoek, omdat ik geen druk durf uit te oefenen.
'Ben ik even in de wolken!' zeg ik tegen Rostand, tegen anderen. 'Sarah Bernhardt heeft me gekust! Ik heb Sarah Bernhardt gekust!'
En Maurice, die nog altijd huilt, zegt:
'Ze kennen mijn moeder niet. Ze is lief en goed.'
Ik wend me opnieuw tot haar en zeg:
'Wel, mevrouw, zal ik u eens wat zeggen? Weet u, u bent een goed mens.'
Ze heeft de uitspraak misschien niet gehoord, maar Rostand:
'Dat slaat de spijker precies op de kop.'
En allemaal zijn we vertederd, week gestemd, tot 's avonds laat.
zondag 29 november 2015
Jules Renard -- 29 november 1894
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1887-1899 is verschenen in de Privé Domein-reeks. Vertaling: F. de Haan & M. Kaas.
29 november
Ik ben nergens succesvol geweest. Gil Blas, l'Echo de Paris, le Journal, le Figaro, la Revue hebdomadaire, la Revue de Paris enzovoort heb ik de rug toegekeerd. Niet een van mijn boeken haalt een tweede druk. Ik verdien gemiddeld vijfentwintig franc in de maand. Als de vrede in mijn gezin bewaard blijft, is dat de verdienste van een engelachtig lieve vrouw. Van mijn vrienden heb ik snel genoeg. Wanneer ik te veel op ze gesteld ben neem ik ze dat kwalijk, en wanneer ze niet meer op mij gesteld zijn, veracht ik ze. Ik deug nergens voor, niet om me als landeigenaar te gedragen, ook niet om liefdadigheid te bedrijven. Laten we het over mijn talent hebben. Ik hoef maar een bladzijde Saint-Simon of Flaubert te lezen en ik krijg een kleur. Mijn fantasie is een fles, de ziel van een fles die al leeg is. Met een beetje routine zou een verslaggever datgene evenaren wat ik zo zelfvoldaan mijn stijl noem. Ik vlei mijn collega's in brieven en ik verafschuw ze als ik ze zie. Mijn egoïsme stelt buitensporige eisen. Een eerzucht zo huizehoog dat ze makkelijk over de Arc de Triomphe heen kijkt, en dan die onoprechte geringschatting voor onderscheidingen! Als ze me het Kruis van het Legioen van Eer op een presenteerblaadje kwamen aanreiken, zou ik ziek worden van vreugde en alleen even tot mezelf komen om te zeggen: 'Neem dat ding maar weer mee!' De rimpel in mijn voorhoofd wordt iedere dag dieper, nog even en de mensen zullen er niet meer naar durven kijken en zich afwenden, alsof het een grafkuil was. Ik werk zelfs niet zoals iemand die na gedane arbeid uitgeput wil genieten van verdiende rust, en desondanks zijn er, ik zweer het, kwartiertjes dat ik tevreden ben met mezelf.
29 november
Ik ben nergens succesvol geweest. Gil Blas, l'Echo de Paris, le Journal, le Figaro, la Revue hebdomadaire, la Revue de Paris enzovoort heb ik de rug toegekeerd. Niet een van mijn boeken haalt een tweede druk. Ik verdien gemiddeld vijfentwintig franc in de maand. Als de vrede in mijn gezin bewaard blijft, is dat de verdienste van een engelachtig lieve vrouw. Van mijn vrienden heb ik snel genoeg. Wanneer ik te veel op ze gesteld ben neem ik ze dat kwalijk, en wanneer ze niet meer op mij gesteld zijn, veracht ik ze. Ik deug nergens voor, niet om me als landeigenaar te gedragen, ook niet om liefdadigheid te bedrijven. Laten we het over mijn talent hebben. Ik hoef maar een bladzijde Saint-Simon of Flaubert te lezen en ik krijg een kleur. Mijn fantasie is een fles, de ziel van een fles die al leeg is. Met een beetje routine zou een verslaggever datgene evenaren wat ik zo zelfvoldaan mijn stijl noem. Ik vlei mijn collega's in brieven en ik verafschuw ze als ik ze zie. Mijn egoïsme stelt buitensporige eisen. Een eerzucht zo huizehoog dat ze makkelijk over de Arc de Triomphe heen kijkt, en dan die onoprechte geringschatting voor onderscheidingen! Als ze me het Kruis van het Legioen van Eer op een presenteerblaadje kwamen aanreiken, zou ik ziek worden van vreugde en alleen even tot mezelf komen om te zeggen: 'Neem dat ding maar weer mee!' De rimpel in mijn voorhoofd wordt iedere dag dieper, nog even en de mensen zullen er niet meer naar durven kijken en zich afwenden, alsof het een grafkuil was. Ik werk zelfs niet zoals iemand die na gedane arbeid uitgeput wil genieten van verdiende rust, en desondanks zijn er, ik zweer het, kwartiertjes dat ik tevreden ben met mezelf.
woensdag 11 februari 2026
Jules Renard • 12 februari 1907
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
12 februari
Het leven, ik ga het steeds minder begrijpen, en er steeds meer van houden.
Aan de jeugd. Ik zal jullie een waarheid vertellen die jullie misschien niet leuk vinden, want jullie rekenen op iets nieuws. Die waarheid is dat een mens niet ouder wordt. Wat het hart betreft zijn we het erover eens: dat wisten we wel, tenminste wat de liefde aangaat. Wel, voor de geest geldt hetzelfde. De geest blijft altijd jong. Men begrijpt het leven op zijn veertigste net zo min als op zijn twintigste, maar men weet het, en men geeft het toe. Dat is jong zijn
150-2013>
12 februari
Het leven, ik ga het steeds minder begrijpen, en er steeds meer van houden.
Aan de jeugd. Ik zal jullie een waarheid vertellen die jullie misschien niet leuk vinden, want jullie rekenen op iets nieuws. Die waarheid is dat een mens niet ouder wordt. Wat het hart betreft zijn we het erover eens: dat wisten we wel, tenminste wat de liefde aangaat. Wel, voor de geest geldt hetzelfde. De geest blijft altijd jong. Men begrijpt het leven op zijn veertigste net zo min als op zijn twintigste, maar men weet het, en men geeft het toe. Dat is jong zijn
150-2013>
woensdag 5 juni 2013
Jules Renard -- 6 juni 1908
In Chaumot.'En hoe staat je kool erbij, Philippe?'
'Och, het is geen goed kooljaar!'
'Waarom niet?'
'De bladluis en de runderen hebben de kolen opgevreten.'
'Dan moeten we jacht maken op de runderen en de bladluis.'
'Die komen altijd weer terug. Het is geen goed kooljaar. Niemand heeft kool.'
'Dan moet je sproeien!'
'Als je bent gaan sproeien, moet je blijven sproeien. Dan is het eind zoek.'
'Wat is er toch met de koe?'
'Ze loeit.'
'Dat hoor ik ook wel. Maar waarom?'
'Ze heeft verdriet. Gisteren heb ik haar kalf verkocht.'
'Wat een hoop rupsen, Philippe!'
'Ik heb er nog nooit zoveel gezien.'
'Laat je ze leven voor de vogels?'
'Tja, ik heb daar vaak twee vogels naar binnen zien gaan en ik heb ze ook weer naar buiten zien komen. Maar hun nest heb ik nog niet kunnen ontdekken.'
'Ze zullen zich wel te goed doen aan je rupsen. Kijk nou eens! Door die spijker van je is het pleisterwerk gebarsten.'
'Dat hindert niet. Ons valt dat op omdat wij het weten, maar wat niet weet ...'
'Krijgen we pruimen, dit jaar?'
'Er was wel bloesem, maar ik heb niet gekeken of er vruchten aan zijn gekomen.'
Gisteren een onweer, zo hevig dat het lijkt of we ons midden in water en vuur bevonden. Ik liep van de ene deur naar de andere, met Marinette achter me aan. Als er een donderslag losbarst, heb ik het gevoel of ik een klap in mijn gezicht krijg. We zetten een hoge rug op. Philippe doet alsof alleen de wind en het water dat naar beneden komt hem zorgen baren, of de hagel die heel wat schade aanricht. Van de bliksem, die slachtoffers maakt, die gisteren een slachtoffer heeft gemaakt, in Moraches, in een herberg waar een stuk of twaalf mannen een goed heenkomen hadden gezocht, rept hij met geen woord. Het lijkt of hij zegt: 'Niets aan de hand', om de bliksem af te leiden.
Onweer. Zolang dit huis bestaat, al meer dan honderd jaar, is het niet getroffen. Waarom zou dat nu wel gebeuren? Jawel, maar het antwoord kan een donderslag zijn!
Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
maandag 25 januari 2021
Jules Renard • 26 januari 1892
• De dagboeken van de Franse schrijver Jules Renard (1864-1910) zijn vanwege de hoeveelheid ‘faits divers’ en anekdotes wel eens omschreven als ‘de documentatie’ bij À la recherche du temps perdue van Marcel Proust. Uit: Dagboek 1887-1899 (vertaald door Marianne Kaas en Frans de Haan). Fragmenten eruit zijn hier te lezen.
26 januari
Vandaag, kop van cement, hersens van gips. Geen regel op papier kunnen krijgen. Ik braak wartaal uit. Ik mors inkt als een inktvis. Er gebeurt niets, niet in mijn werk, geen brief, geen bezoek. Zelfs een wissel die ik verwacht, komt niet. En voortdurend die lichte trilling aan de oppervlakte van mijn huid zodra als een kledingstuk wat te strak om me heen zit. Vóór me, op een balkon, een onooglijk negerinnetje dat kleden uitschudt. Waarom laat ze haar huid niet keren, haar huid die doet denken aan een doorweekte schoen die niet wil glanzen? Ik wacht op inspiratie, waardoor ik me zal kunnen volzuigen. De natuur nabootsen, best, maar laat zij dan wel de eerste stap zetten!
18 februari
Wanneer hij naar zich zelf keek in een spiegel, had hij altijd de neiging deze schoon te vegen.
26 januari
Vandaag, kop van cement, hersens van gips. Geen regel op papier kunnen krijgen. Ik braak wartaal uit. Ik mors inkt als een inktvis. Er gebeurt niets, niet in mijn werk, geen brief, geen bezoek. Zelfs een wissel die ik verwacht, komt niet. En voortdurend die lichte trilling aan de oppervlakte van mijn huid zodra als een kledingstuk wat te strak om me heen zit. Vóór me, op een balkon, een onooglijk negerinnetje dat kleden uitschudt. Waarom laat ze haar huid niet keren, haar huid die doet denken aan een doorweekte schoen die niet wil glanzen? Ik wacht op inspiratie, waardoor ik me zal kunnen volzuigen. De natuur nabootsen, best, maar laat zij dan wel de eerste stap zetten!
18 februari
Wanneer hij naar zich zelf keek in een spiegel, had hij altijd de neiging deze schoon te vegen.
dinsdag 16 mei 2023
Jules Renard • 17 mei 1900
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.17 mei
Prototype van een dorpsburgemeester. Klompen, twee grote lappen op iedere knie, de gulp wijd open alsof dat nu juist netjes was, een hemd met strepen die zijn verschoten, een grijze trui, daar overheen een vest waar de trui onderuit komt, en, als laatste kledingstuk, nóg een dikke roodbruine trui. Een piepklein strohoedje met een zwart lint. Alles even versleten, en toch niet te vervangen.
Hij vindt het een kostbare zaak, om burgemeester te zijn.
'Hoe je ook op je tellen past,' zegt hij, 'zo af en toe moet je toch wel eens over de brug komen. Het kost allemaal een hoop duiten, nietwaar!'
Aan het touw van de koe worden een paar haren vastgemaakt die uit de staart zijn geknipt van het kalf dat bij haar wordt weggehaald. Dat lijkt me zinnig. De geur sust haar, zoals de kleren van een dode het verdriet sussen van degenen die achterblijven. Een merrie in de wei zoekt, om haar veulen te werpen, altijd het water op, als dat er is, rivier, of poel. Je moet haar in de gaten houden, anders vind je het veulen als het al is verdronken. Als het wordt geboren zit het in een vlies als in een soort zak. Het gaat dood als het er niet uit wordt gehaald. In de stal kan zijn moeder, die in haar bewegingen wordt gehinderd door de halster, het daarbij niet helpen.
Een kalf dat gras heeft gegeten is, voor de slager, minder waardevol dan een kalf dat alleen maar melk heeft gedronken.
177-2012>
dinsdag 11 maart 2014
Jules Renard -- 12 maart 1902
12 maart
Dierentuin. De verveling van al die beesten. Hoe prettig sommige, de wilde zwijnen vooral, het vinden zich op hun rug te laten krabben door de wandelstokken van de bezoekers.
De maraboe die er uitziet als een adjudant: een Anatole France in jacquet.
De giraffe die, met haar zwarte tong, de muur likt of haar tong zo diep mogelijk in haar neus steekt.
Het gebrabbel van een troep Guinese biggetjes.
De zeehonden, schoonzwemmers die zich door het water bewegen met de gracieuze bewegingen van mensen.
De grilligheid van de Schepper waaraan de flamingo een zo lange hals te danken heeft dat Hij hem heel hoog op de poten heeft moeten zetten.
De adelaar met zijn snavel die een meesterwerk is waarop iedere messenmaker trots zou kunnen zijn.
22 maart
Vrouwelijke letterkundigen, hun lelijkheid, hun belachelijke groene hoedjes. De jongsten hebben mannelijke allures: het lijkt wel of ze de literatuur als excuus gebruiken om zich als mannen te kunnen gedragen.
Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
Vertaling: Frans de Haan en Marianne Kaas
Dierentuin. De verveling van al die beesten. Hoe prettig sommige, de wilde zwijnen vooral, het vinden zich op hun rug te laten krabben door de wandelstokken van de bezoekers.
De maraboe die er uitziet als een adjudant: een Anatole France in jacquet.
De giraffe die, met haar zwarte tong, de muur likt of haar tong zo diep mogelijk in haar neus steekt.
Het gebrabbel van een troep Guinese biggetjes.
De zeehonden, schoonzwemmers die zich door het water bewegen met de gracieuze bewegingen van mensen.
De grilligheid van de Schepper waaraan de flamingo een zo lange hals te danken heeft dat Hij hem heel hoog op de poten heeft moeten zetten.
De adelaar met zijn snavel die een meesterwerk is waarop iedere messenmaker trots zou kunnen zijn.
22 maart
Vrouwelijke letterkundigen, hun lelijkheid, hun belachelijke groene hoedjes. De jongsten hebben mannelijke allures: het lijkt wel of ze de literatuur als excuus gebruiken om zich als mannen te kunnen gedragen.
Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
Vertaling: Frans de Haan en Marianne Kaas
zondag 13 maart 2022
Jules Renard • 12 maart 1902
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks. Vertaling: Frans de Haan en Marianne Kaas
12 maart
Dierentuin. De verveling van al die beesten. Hoe prettig sommige, de wilde zwijnen vooral, het vinden zich op hun rug te laten krabben door de wandelstokken van de bezoekers.
De maraboe die er uitziet als een adjudant: een Anatole France in jacquet.
De giraffe die, met haar zwarte tong, de muur likt of haar tong zo diep mogelijk in haar neus steekt.
Het gebrabbel van een troep Guinese biggetjes.
De zeehonden, schoonzwemmers die zich door het water bewegen met de gracieuze bewegingen van mensen.
De grilligheid van de Schepper waaraan de flamingo een zo lange hals te danken heeft dat Hij hem heel hoog op de poten heeft moeten zetten.
De adelaar met zijn snavel die een meesterwerk is waarop iedere messenmaker trots zou kunnen zijn.
22 maart
Vrouwelijke letterkundigen, hun lelijkheid, hun belachelijke groene hoedjes. De jongsten hebben mannelijke allures: het lijkt wel of ze de literatuur als excuus gebruiken om zich als mannen te kunnen gedragen.
Dierentuin. De verveling van al die beesten. Hoe prettig sommige, de wilde zwijnen vooral, het vinden zich op hun rug te laten krabben door de wandelstokken van de bezoekers.
De maraboe die er uitziet als een adjudant: een Anatole France in jacquet.
De giraffe die, met haar zwarte tong, de muur likt of haar tong zo diep mogelijk in haar neus steekt.
Het gebrabbel van een troep Guinese biggetjes.
De zeehonden, schoonzwemmers die zich door het water bewegen met de gracieuze bewegingen van mensen.
De grilligheid van de Schepper waaraan de flamingo een zo lange hals te danken heeft dat Hij hem heel hoog op de poten heeft moeten zetten.
De adelaar met zijn snavel die een meesterwerk is waarop iedere messenmaker trots zou kunnen zijn.
22 maart
Vrouwelijke letterkundigen, hun lelijkheid, hun belachelijke groene hoedjes. De jongsten hebben mannelijke allures: het lijkt wel of ze de literatuur als excuus gebruiken om zich als mannen te kunnen gedragen.
zondag 1 juli 2018
Jules Renard -- 1 juli 1894
• De dagboeken van de Franse schrijver Jules Renard (1864-1910) zijn vanwege de hoeveelheid ‘faits divers’ en anekdotes wel eens omschreven als ‘de documentatie’ bij À la recherche du temps perdue van Marcel Proust. Uit: Dagboek 1887-1899 (vertaald door Marianne Kaas en Frans de Haan). Fragmenten eruit zijn hier te lezen.
1 juli 1894
Wanneer ik 's morgens mijn raam opendoe, is het alsof mijn geliefde mijn ogen een bad gaf met koel water.
Witte wolkjes stijgen op van de aarde alsof men de wol op haar rug afschoor.
De hanen, met jongensachtige of zware stem, roepen bevelen als jeugdige of oude roodhuiden-opperhoofden.
Mooi! Een verre trein.
En de stem van een tortelduifje, alsof de huisvrouw een restje aangebrande room in een pan losschraapte met een houten lepel, of, beter nog, alsof je voortdurend in en uitliep om te proberen of de scharnieren van een deur goed werken.
En daar heb je een kip die kakelt alsof ze het ei dat ze net heeft gelegd, met driftige hamerslagen op het aambeeld bewerkt.
En daar heb je een vlieg die zoemend langskomt, zoals het geluid langs een metalen draad gaat.
En de drie trage slagen van een klok, gevolgd door drie trage slagen, gevolgd door een licht, vrolijk carillon.
En de stem van de eenden doet denken aan steentjes die, in de winter, stuiteren op het ijs in de kanalen.
Maar de mensen hebben nog geen woord laten horen.
Het eerste wat ze zeggen is: 'Doe het raam dicht, en kom weer in bed!'
1 juli 1894
Wanneer ik 's morgens mijn raam opendoe, is het alsof mijn geliefde mijn ogen een bad gaf met koel water.
Witte wolkjes stijgen op van de aarde alsof men de wol op haar rug afschoor.
De hanen, met jongensachtige of zware stem, roepen bevelen als jeugdige of oude roodhuiden-opperhoofden.
Mooi! Een verre trein.
En de stem van een tortelduifje, alsof de huisvrouw een restje aangebrande room in een pan losschraapte met een houten lepel, of, beter nog, alsof je voortdurend in en uitliep om te proberen of de scharnieren van een deur goed werken.
En daar heb je een kip die kakelt alsof ze het ei dat ze net heeft gelegd, met driftige hamerslagen op het aambeeld bewerkt.
En daar heb je een vlieg die zoemend langskomt, zoals het geluid langs een metalen draad gaat.
En de drie trage slagen van een klok, gevolgd door drie trage slagen, gevolgd door een licht, vrolijk carillon.
En de stem van de eenden doet denken aan steentjes die, in de winter, stuiteren op het ijs in de kanalen.
Maar de mensen hebben nog geen woord laten horen.
Het eerste wat ze zeggen is: 'Doe het raam dicht, en kom weer in bed!'
dinsdag 22 augustus 2023
Jules Renard • 23 augustus 1908
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
5 augustus
Augustine met haar korrelige, pukkelige huid, een potige meid, alsof ze tot nu toe nooit iets anders dan spek te eten had gekregen. Ze eet te veel. Na het middageten voelt ze zich 'plof', een beetje suf, en ze gaapt. 'Sinds ik hier ben,' zegt ze, 'eet ik iedere dag iets dat ik niet ken. Als ik had gerend sinds ik voor het laatst kip heb gegeten, was ik al een heel eind weg!'
In Parijs zal ze vooral bang zijn voor de 'carnavalsmaskers'. Het schijnt dat die er zoveel zijn, zoveel!...
23 augustus
De moeder van Augustine drukt Marinette op het hart haar alleen maar de deur uit te laten gaan voor de boodschappen. Ze kent niemand: het is nergens voor nodig dat ze op zondag uitgaat.
'Stuur haar maar naar ons terug als ze ongehoorzaam is,' zegt ze.
26 augustus
Augustine, die te laat is opgestaan, krijgt alles toch nog op tijd klaar door de klok drie kwartier terug te zetten.
3 september
'Wat is dat voor een brief die aan jou is gericht, Augustine?'
'Dat is een brief van een vriend van mijn neef.'
'Het is hetzelfde handschrift als op de ansichtkaarten, en als op een foto. Je jokt.'
'Hij heeft een kaart gestuurd aan mijn moeder, en aan mijns vader.'
'Je moeder weet niet dat die jongeman je schrijft.' Ze geeft het toe.
'Wat ben je van plan? Is hij je verloofde?'
'Oh nee, Mevrouw!'
'Wil je verkering met hem?'
'Oh nee, Mevrouw! Twee jaar geleden heeft hij me gezien. Nu krijg ik brieven van hem. Ik zal tegen hem zeggen dat hij me niet meer moet schrijven.'
'Hij komt vast naar Parijs.'
'Oh nee, Mevrouw! Daar zal ik wel een stokje voor steken.'
'Je hebt de klok vooruitgezet.' 'Ja, Mevrouw.'
'Je hebt gejokt over de ansichtkaarten, over de foto, over de brief.' 'Ja, Mevrouw.'
'Ik vertrouw je niet meer. Je kunt beter gaan.'
'Nee, Mevrouw. Dat wil ik niet. Waar zou ik naar toe moeten? Bij mijn moeder zou ik niet terecht kunnen. Oh, heus, ik zal hem schrijven dat hij me met rust moet laten.'
Ze heeft het prettig, hier. Dit soort werk bevalt haar: het is te overzien.174-2015>
zondag 5 juni 2022
Jules Renard • 6 juni 1908
Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.6 juni
In Chaumot.
'En hoe staat je kool erbij, Philippe?'
'Och, het is geen goed kooljaar!'
'Waarom niet?'
'De bladluis en de runderen hebben de kolen opgevreten.'
'Dan moeten we jacht maken op de runderen en de bladluis.'
'Die komen altijd weer terug. Het is geen goed kooljaar. Niemand heeft kool.'
'Dan moet je sproeien!'
'Als je bent gaan sproeien, moet je blijven sproeien. Dan is het eind zoek.'
'Wat is er toch met de koe?'
'Ze loeit.'
'Dat hoor ik ook wel. Maar waarom?'
'Ze heeft verdriet. Gisteren heb ik haar kalf verkocht.'
'Wat een hoop rupsen, Philippe!'
'Ik heb er nog nooit zoveel gezien.'
'Laat je ze leven voor de vogels?'
'Tja, ik heb daar vaak twee vogels naar binnen zien gaan en ik heb ze ook weer naar buiten zien komen. Maar hun nest heb ik nog niet kunnen ontdekken.'
'Ze zullen zich wel te goed doen aan je rupsen. Kijk nou eens! Door die spijker van je is het pleisterwerk gebarsten.'
'Dat hindert niet. Ons valt dat op omdat wij het weten, maar wat niet weet ...'
'Krijgen we pruimen, dit jaar?'
'Er was wel bloesem, maar ik heb niet gekeken of er vruchten aan zijn gekomen.'
Gisteren een onweer, zo hevig dat het lijkt of we ons midden in water en vuur bevonden. Ik liep van de ene deur naar de andere, met Marinette achter me aan. Als er een donderslag losbarst, heb ik het gevoel of ik een klap in mijn gezicht krijg. We zetten een hoge rug op. Philippe doet alsof alleen de wind en het water dat naar beneden komt hem zorgen baren, of de hagel die heel wat schade aanricht. Van de bliksem, die slachtoffers maakt, die gisteren een slachtoffer heeft gemaakt, in Moraches, in een herberg waar een stuk of twaalf mannen een goed heenkomen hadden gezocht, rept hij met geen woord. Het lijkt of hij zegt: 'Niets aan de hand', om de bliksem af te leiden.
Onweer. Zolang dit huis bestaat, al meer dan honderd jaar, is het niet getroffen. Waarom zou dat nu wel gebeuren? Jawel, maar het antwoord kan een donderslag zijn!
'En hoe staat je kool erbij, Philippe?'
'Och, het is geen goed kooljaar!'
'Waarom niet?'
'De bladluis en de runderen hebben de kolen opgevreten.'
'Dan moeten we jacht maken op de runderen en de bladluis.'
'Die komen altijd weer terug. Het is geen goed kooljaar. Niemand heeft kool.'
'Dan moet je sproeien!'
'Als je bent gaan sproeien, moet je blijven sproeien. Dan is het eind zoek.'
'Wat is er toch met de koe?'
'Ze loeit.'
'Dat hoor ik ook wel. Maar waarom?'
'Ze heeft verdriet. Gisteren heb ik haar kalf verkocht.'
'Wat een hoop rupsen, Philippe!'
'Ik heb er nog nooit zoveel gezien.'
'Laat je ze leven voor de vogels?'
'Tja, ik heb daar vaak twee vogels naar binnen zien gaan en ik heb ze ook weer naar buiten zien komen. Maar hun nest heb ik nog niet kunnen ontdekken.'
'Ze zullen zich wel te goed doen aan je rupsen. Kijk nou eens! Door die spijker van je is het pleisterwerk gebarsten.'
'Dat hindert niet. Ons valt dat op omdat wij het weten, maar wat niet weet ...'
'Krijgen we pruimen, dit jaar?'
'Er was wel bloesem, maar ik heb niet gekeken of er vruchten aan zijn gekomen.'
Gisteren een onweer, zo hevig dat het lijkt of we ons midden in water en vuur bevonden. Ik liep van de ene deur naar de andere, met Marinette achter me aan. Als er een donderslag losbarst, heb ik het gevoel of ik een klap in mijn gezicht krijg. We zetten een hoge rug op. Philippe doet alsof alleen de wind en het water dat naar beneden komt hem zorgen baren, of de hagel die heel wat schade aanricht. Van de bliksem, die slachtoffers maakt, die gisteren een slachtoffer heeft gemaakt, in Moraches, in een herberg waar een stuk of twaalf mannen een goed heenkomen hadden gezocht, rept hij met geen woord. Het lijkt of hij zegt: 'Niets aan de hand', om de bliksem af te leiden.
Onweer. Zolang dit huis bestaat, al meer dan honderd jaar, is het niet getroffen. Waarom zou dat nu wel gebeuren? Jawel, maar het antwoord kan een donderslag zijn!
maandag 2 september 2013
Jules Renard -- 3 september 1902
3 september
De waarheid is onbeduidend en van geringe afmetingen. Ze heeft een geur die alleen mensen met een fijne neus kunnen ruiken.
Met haar hulp brengt de kunst iets waardevols tot stand, dat echter al niet meer waar is. Je ruikt eraan: het is het niet meer. Zodra de waarheid de vijf regels overschrijdt, is er sprake van verdichtsel.
Mooi hoor, een mooi verdichtsel. Alleen de waarheid is in staat ons totale verrukking te schenken.
Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
De waarheid is onbeduidend en van geringe afmetingen. Ze heeft een geur die alleen mensen met een fijne neus kunnen ruiken.
Met haar hulp brengt de kunst iets waardevols tot stand, dat echter al niet meer waar is. Je ruikt eraan: het is het niet meer. Zodra de waarheid de vijf regels overschrijdt, is er sprake van verdichtsel.
Mooi hoor, een mooi verdichtsel. Alleen de waarheid is in staat ons totale verrukking te schenken.
Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.
woensdag 23 september 2020
Jules Renard • 24 september 1904
• Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Dagboeknotities 1887-1910. Vertaald door Frans de Haan en Marianne Kaas.
24 september
‘En ik denk ook aan het socialisme,’ zeg ik tegen Marinette. ‘Het is aantrekkelijk. Ik kan me zelf wel voorhouden: “Ik moet leven, toneelstukken schrijven, geld verdienen voor jou, voor Fantec en voor Baïe,” maar toch laat de gedachte aan het socialisme me niet los. Daar ligt een heel nieuwe wereld waarin het niet belangrijk is een positie te veroveren, maar zich ergens aan te wijden.’
‘Dat begrijp ik juist niet,’ zegt ze.
‘Wat niet?’
‘Dat iemand duidelijk ziet wat hij zou moeten doen, en het niet doet.’
‘Zodat,’ zeg ik, ‘jij zelf liefdezuster zou worden, als je werd geïnspireerd door een liefdezuster?’
‘Ja.’
‘En je man? En je kinderen dan?’
Ze geeft geen antwoord, want de oven is warm en de patrijzen moeten erin.
‘Ze weet niet wat ze zegt, die moeder van je,’ zeg ik tegen Baïe, die op het buffet zit, en ik geef haar een zoen.
‘Oh jawel hoor!’ antwoordt Baïe, alsof ik haar moeder voor gek uitmaakte.
Ook al ben ik geen praktizerend socialist, ik ben ervan overtuigd dat daar mijn ware leven zou liggen. Het is niet uit onwetendheid, het is uit zwakheid. Jij bent er, jij en mijn kinderen zijn er, en onze bourgeois-achtergrond, en mijn gewoonten omdat ik nu eenmaal iemand ben voor wie de kunst ondanks alles toch een vak is. Ik heb niet de moed die ketens af te schudden. Ik hoef geen 300 000 franc auteursrechten zoals Capus, maar wel 10, 15 000. Ik heb lak aan de Académie, maar ik ben wel gesteld op enig succes. Het uitgaansleven kan me gestolen worden, maar ik heb nog steeds twee, drie vrienden die Parijzenaars zijn en met wie ik nog steeds graag twee, drie avonden per week doorbreng. Wat nodig is om in die wereld te schitteren, kan ik niet opbrengen, en het is me onmogelijk me, poedelnaakt, in de andere te storten. Zo is het!
Raad, aan jagers, er eens zonder hun geweer op uit te trekken en door de velden te lopen waar ze hebben gedood. De ekster wordt je vertrouwd. De patrijzen wachten tot je vlak bij ze bent. De vruchtjes van de sleedoorn lokken, en het sappige wilde peertje.
Onder een lichte nevel slapen de weiden in.
Het rund blijft staan en kijkt, en het rund dat achter hem aan komt likt met trage tong het achterwerk van het eerste.
De weide daarginds die de hele groene deken naar zich toe trekt.
En je hebt geen moord gepleegd: dat is tenminste iets.
donderdag 16 januari 2025
C. Buddingh' • 17 januari 1968
• C. Buddingh' (1918-1985) was schrijver en dichter. Hij publiceerde vijf boeken met dagboeknotities.
17-1
Er zijn mensen wie de mislukking naar het hoofd gestegen is.
Een paar boeken uitzoekend, die ik dubbel heb en die ik morgenavond aan Gerard wil geven, zie ik - wat ik weer totaal was vergeten - dat Somerset Maugham in de inleiding tot A Writer's Notebook over Jules Renard en diens Journal schrijft. Hij moet niet zo erg veel van Renard hebben, omdat deze ‘creativiteit’ zou missen en ‘creativiteit’, blijkt al heel spoedig, is voor Maugham het verzinnen van verhaaltjes. Poil de Carotte wil hij half-schoorvoetend dan nog wel accepteren, maar Renards andere romans zijn volgens hem ‘either fragments of autobiography or are compiled from the careful notes he took of people with whom he was thrown into close contact and can hardly be counted as novels at all.’ Als men zo redeneert, is Komedianten trokken voorbij een beter boek dan Si le grain ne meurt, en Jouhandeau, die nooit ook maar iets heeft kunnen - of willen - verzinnen, ja, wat? Misschien wel helemaal geen schrijver en zeker niet zo'n coryfee natuurlijk als Maugham zelf, die ook wel nooit beweerd heeft ‘to create something out of nothing’, maar, voegt hij er dan fier aan toe: ‘I have exercised imagination, invention and a sense of the dramatic to make it something of my own.’ Van a tot z typisch de redenering waarmee tweederangs auteurs altijd weer komen aandragen. Ik merk dat ik me de laatste tijd steeds meer begin te ergeren aan bepaalde lieden en Somerset Maugham is er daar een van. Zijn verwaten opmerkingen bijv. over Henry James (waar hij 25 keer uit kon) in An Introduction to Modern English and American Literature.
18-1
De bediende gisteren in de woninginrichtingszaak, toen ik naar een vloerkleed was wezen kijken dat Stientje er gezien had en mijn naam en adres opgaf: ‘Als ik zo vrij mag zijn... is u van de Forsyte Saga?’408-2019>
17-1
Er zijn mensen wie de mislukking naar het hoofd gestegen is.
Een paar boeken uitzoekend, die ik dubbel heb en die ik morgenavond aan Gerard wil geven, zie ik - wat ik weer totaal was vergeten - dat Somerset Maugham in de inleiding tot A Writer's Notebook over Jules Renard en diens Journal schrijft. Hij moet niet zo erg veel van Renard hebben, omdat deze ‘creativiteit’ zou missen en ‘creativiteit’, blijkt al heel spoedig, is voor Maugham het verzinnen van verhaaltjes. Poil de Carotte wil hij half-schoorvoetend dan nog wel accepteren, maar Renards andere romans zijn volgens hem ‘either fragments of autobiography or are compiled from the careful notes he took of people with whom he was thrown into close contact and can hardly be counted as novels at all.’ Als men zo redeneert, is Komedianten trokken voorbij een beter boek dan Si le grain ne meurt, en Jouhandeau, die nooit ook maar iets heeft kunnen - of willen - verzinnen, ja, wat? Misschien wel helemaal geen schrijver en zeker niet zo'n coryfee natuurlijk als Maugham zelf, die ook wel nooit beweerd heeft ‘to create something out of nothing’, maar, voegt hij er dan fier aan toe: ‘I have exercised imagination, invention and a sense of the dramatic to make it something of my own.’ Van a tot z typisch de redenering waarmee tweederangs auteurs altijd weer komen aandragen. Ik merk dat ik me de laatste tijd steeds meer begin te ergeren aan bepaalde lieden en Somerset Maugham is er daar een van. Zijn verwaten opmerkingen bijv. over Henry James (waar hij 25 keer uit kon) in An Introduction to Modern English and American Literature.
18-1
De bediende gisteren in de woninginrichtingszaak, toen ik naar een vloerkleed was wezen kijken dat Stientje er gezien had en mijn naam en adres opgaf: ‘Als ik zo vrij mag zijn... is u van de Forsyte Saga?’408-2019>
maandag 27 juni 2022
Gaston Burssens • 28 juni 1950
• Gaston Burssens (1896-1965) was een Belgische dichter. Zijn dagboek werd gepubliceerd in 1988.
28juni
Eigenaardige Nederlandse - of is het alleen maar Hollandse? - gewoonte om bij zijn eigen huwelijksaankondiging te vermelden dat daar of daar gelegenheid bestaat tot feliciteren. Meer conformistisch kan het wel niet. En curieus als zoiets uitgaat van een non-conformist als Willem Frederik Hermans. Het non-conformisme schijnt thans minder een levenshouding dan een literaire mode te zijn. Als ik eraan denk dat nooit iemand heeft geweten waar en wanneer ik getrouwd ben...!
2 juli
Door de gebeurtenissen op Korea [Noord-Korea viel Zuid-Korea binnen] ruikt het volk weer gevaar. Het snuift als een jachthond en aast op koffie, suiker, rijst en zeep, juist zoals in die goede oude oorlog! Als één moord kon goedgepraat worden, dan zou het dié zijn op de bloed- en petroleumzuchtige staatsleiders.
Dit woord van Jules Renard: au fond de tout patriotisme il y a la guerre: voilà pourquoi je ne suis point patriote!
28juni
Eigenaardige Nederlandse - of is het alleen maar Hollandse? - gewoonte om bij zijn eigen huwelijksaankondiging te vermelden dat daar of daar gelegenheid bestaat tot feliciteren. Meer conformistisch kan het wel niet. En curieus als zoiets uitgaat van een non-conformist als Willem Frederik Hermans. Het non-conformisme schijnt thans minder een levenshouding dan een literaire mode te zijn. Als ik eraan denk dat nooit iemand heeft geweten waar en wanneer ik getrouwd ben...!
2 juli
Door de gebeurtenissen op Korea [Noord-Korea viel Zuid-Korea binnen] ruikt het volk weer gevaar. Het snuift als een jachthond en aast op koffie, suiker, rijst en zeep, juist zoals in die goede oude oorlog! Als één moord kon goedgepraat worden, dan zou het dié zijn op de bloed- en petroleumzuchtige staatsleiders.
Dit woord van Jules Renard: au fond de tout patriotisme il y a la guerre: voilà pourquoi je ne suis point patriote!
Abonneren op:
Posts (Atom)











