donderdag 3 september 2026

Anna Maria Burman • 4 augustus 1776

• Uit het Dagboek van Mev. Anna Maria Burman, geb. Verkolje. Beschrijving van een Rijsie, gedaan met het Jagt van de Oost-Indische Comp. van Amsterdam na Texel, Zwol, Harderwijk en Hoorn, van den 31 Augustus tot den 9 September, Anno 1776.

Woensdag, den 4 September • S'morgens ten 6 uuren opgestaan sijnde sag 't weer er veel beeter uijt, de Wind was Noord; dus resolveerden wij weeder in Zee te steeken om na genne Muijden en so na Zwol te gaan. Ten 7 uuren staaken wij van de Helder af; ten halff agt passeerde wij de op de Rhede van Texel liggende O.I. Scheepen, waar van 2 ons ijder met 15 schooten salueerde, dat wij met 5 beantwoorden; sijlde dus met extra mooij Weer en voor de Wind ten 9 uuren t'Eyland Wieringen voorbij, vervolgens raakte Texel uijt het gesigt, en kreegen ten halff Tien Medenblik te sien, hetwelk ten 11 uuren aan de regterhand voorbij sijlde. In Zee waaren veel bruijn Vissen en een groot getal Scheepen, hetwelk een fraaij gesigt gaf. Ten halff twaalf uuren konde duijdelijk de Steeden Hindelopen en Staveren in Vriesland sien. Ten halff een uuren passeerde wij in Zee een droogte de Hoffstede genaamt om dat aldaar in oude Tijde een Hoffstede geleegen heeft, dog nu door de Zee overstroomt en tot een gevaarlijke Ondiepte geworden; ten halff 2 uuren konde wij van verre met de kijker reeds het Eyland voor ons sien. Middelerwijl gonge wij aan tafel en raakte Enkhuijsen en de verdre Hollandse kust uijt het gesigt, en sagen nu geen ander land als Urk, dat wij hoe langer hoe duydeliker konde sien, tot dat wij er eijndelijk ten 4 uuren voorbij voeren; hetselve ligt seer eensaam in het midde van de Zuijderzee. Het Eijland siet er anders vrij wel uijt, want legt hoog uijt het Waater aan de eene sijde teegens een klip aan; het dorp is tamelijk groot met een oud dog net kerkje; wij konde maar 2 boomen op het geheele Eijland sien; hetselve bestaat uyt wijlanden en werd door vissers bewoond. Ook sijn aldaar maar 2 paarden. Na dat wij nog een halff uuren gevaaren hadde, konde wij Schokland, meede een Eijland, sien, en passeerde dat ten 5 uuren, het welk een allernaarst Eijland is, eens so groot als Urk, dog so laag dat wij er de Zee op verscheijdene plaatsen saagen over het wijland stroomen, alwaar de Beeste liepen. Daar is geen dijk om, dus staan er s'winters al de Huijsen rontom in het waater, die daarom met trappen alle opgaan. Daar sijn 2 Dorpjes of liever Buurten op, en de derde Buurt is Anno 1775 geheel afgebrant. Wij konde de geringe Overblijffsels nog sien. Op een punt van dit Eyland staat nog een groote steene Kerk en Tooren, die in oude tijden gebruijkt is, maar nu als een Ruwien en sonder dak alleenig staat; de Godsdienst werd nu maar in een houte Loos gehouden. Ten 6 uuren kreegen wij de vriesse kust weeder te sien, sagen de Kuijndert en Blokziel, en aan onse regte hand de Stadt Campen, die drie groote Toorens heeft en op Zee een fraaij gesigt geeft; konde de Stadt Vollenhoven meede sien, en legt tusse seer hoog geboomte; aldaar sit nog een groot schip op de Wal, hetwelk in de storm van November 1775 darop geraakt is. Wij seijlden ten halff 7 uuren het Zwolse diep in, dat een groote Inham van de Zee is, dog vermids het donker wierd en door de ondieptens de Passagie daar seer naauw is, gongen wij ten 7 uuren ten anker, ten halff 9 uuren eeten, en ten 11 uuren na bed, hebbende deesen Dag goed weer en Voordewind gehad, en een considerable weg afgeseijlt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten