maandag 27 februari 2023

Jan Alensoon • 28 februari 1724

Jan Alensoon (1683-1769) was een Leids jurist en muziekkenner. Jan Alensoon was vermaard om zijn bijzondere stem. Hij kon drie octaven bestrijken zodat hij beschikte over een bas en een hoge falset. Hij is bekend gebleven vanwege zijn verslag van de grand tour die de Leidse regentenzoon tussen 5 september 1723 en 19 september 1724 samen met Marcus Drabbe maakte. De muzikale ontmoetingen uit dit verslag zijn door Helen metzelaar samengebracht in het boek 'Verwondering over mijn gezang'.

Maandag den 28e Februari op de plaats van Sint Marcus de grillen en potsen weesen sien. 's Avonds ben ik bij de Heer Boschetto Boschetti op een bal geweest. Onder andere waaren daar vier Venetiaanse aadelijke dames die seer wel dansten. De eerste heete Luca, dese was seer kostelijk gekleed dog ongemaskerd. De tweede heete van haar selve Giovanelli, deese was seer fraaij en met een oud man getrouwt. De derde heete meede van haar selve Giovanelli, zijnde weduwe van een Heer Valmarana. De vierde, suster van de voorgaande, meede Giovanelli genaamt, weduwe van een Heer Bonvicino, deese was ooverkostelijk en gemaskert. Wandelende 's morgens op de plaats van San Marco wierd sij voor een vreemde princesse aangesien, verseld werdende van ses gemaskerde heeren ieder met een goede stok voorsien. Sij mij op de plaats van St Marcus siende, sprak mij aan, seggende, 'Hoe mijn heer, kent gij mij niet? Voorleede Vrijdag kende gij mij beeter'. Ik kon onmoogelijk bedenken wie sij was, maar soogaauw sij 's avonds hier in dit geselschap in het selve gewaat en met de selve heeren kwam, nam sij haar masqué af, mij vraagende of ik haar nu beeter kende, waar op ik andwoorde 'jaa', maar dat het mij 's morgens onmogelijk was haar te kennen. Ik had haar dikwils gesien aan 't huijs van den Heer Boschetto Boschetti, en vrijdags te vooren bij Signora Rosalba Cariera. Sij was ten eenemaal in het goud-laaken, zijnde de borst van het rijglijf volkoomen met diamanten beset, alsoo was ook de band (of ceinture) om haar middel. Haar hals en armen waren seer met juweelen behangen, haar hoofd met eedele gesteentens en bloemen vercierd, soodat alwat men aan haar sag goud, paerlen en diamanten was. Deese waaren (soo als sij mij seijde) haar eijge juweelen, die sij, een adelijke dame zijnde, volgens de wet maar twee jaaren naa haar trouwen had moogen draagen, en nu bij geleegendhcijd van het Carnaval eens liet lugten. De selve bedroegen verscheijde tonnen gouds, naar mij verzekerd wierd, negen.

Den 29e Februari Dingsdag, 's morgens gesien de masquerades op de plaats van St Marcus. De laatste agt daagen van het Carnaval is alles gemaskerd, heeren en dames, burgers en boeren, knegts en meijden, munniken en abbees, oude en jonge, alle menschen worden als gek, eedele soowel als oneedele, vreemdelingen selfs masqueren sig. Ik heb gesien en met de menschen gesprooken, een grootvaader en grootmoeder met haar kinderen en kindskinderen, jaa selfs de kinderen die op den arm gedraagen wierden, en de meijden die de selve droegen, gemaskert. Ik heb nooijt gemaskert geweest als alleen deesen avond omdat ik ongemaskert zijnde niet souw hebben kunnen sien il Ridotto of i Ridotti, zijnde de plaats daar grof spel gespeelt word. Hier mag niemand koomen als gemaskert en sonder deegen of geweer. Om dit te gaan sien deed ik mijn mantel om, mijn slaapmuts op, daar oover deed ik een bauta (of baouta) [carnavalsmasker] waar oover ik mijn hoed sette, doende een half masqué, suijver wit zijnde, voor. Dit is de gemeenste en gewoonlijkste manier van sig te masqueren. Een half masqué bedekt het booven aangesigt, de neus en de halve wangen, soo dat de mond en de kin blood is, en men aldus gemakkelijk spreeken kan. Een bauta gelijkt wel wat naa een capotkap, die de vrouwen wel draagen wanneer het kout of reegenagtig weeder is, zijnde gemaakt van swarte sijde stof, daar de vrouwen kappen van maaken, nonpareille genaamt, is voor het aangesigt oo-pen, rondom den hals en nek toe, vercierd van onder rondom met een swarte kant. Die hier in de Ridotti de bank houden zijn Venetiaansche eedellieden ongemaskert. Men speelt alle soorten van spellen. Het speelen of uijtscheijden is vrij. De grootste gek brengt er het meeste geld. Hier zijn verscheijde kaamers en groote saaien in welke alle gespeelt word. Daar is eene kaamer daar men eeten en drinken, van wat soort het soude moogen weesen, kan koopen. Ik ben deesen aavond niet in de opera geweest omdat het de laatste maal was en dan gemeenlijk veel geraast word en de musiecq ook soo wel niet geëxecuteert word als anders.

zondag 26 februari 2023

Julien Green • 27 februari 1970

Julien Green (1900-1998) was een Amerikaans-Franse, religieus ingestelde schrijver. Uit zijn zorgvuldig geformuleerde dagboeknotities komt hij naar voren als een gewetensvolle denker en zoeker. Fragmenten uit zijn dagboeken zijn door Greetje van den Bergh vertaald als Journaal 1946-1976.

27 februari — Het boek van Simone de Beauvoir over de ouderdom is angstaanjagend. De ouderdom komt plotseling, net als de dood. Ik verwacht ze allebei. 'Het einde van je jeugd komt precies even onverwachts,' zei een jonge vriend tegen me. 'Ja,' zei ik. 'Eerst lezen we in de ogen van de voorbijgangers dat we jong en aantrekkelijk zijn, en dan komt er een dag, een moment, waarop we er niets meer in lezen. Je loopt langs hen heen en ze zien je niet eens. Je wordt de onzichtbare.' Ik kwam tot die ontdekking in 1945, en het liet me volmaakt onverschillig. Ik dacht: 'Hé, het is voorbij.' En dat was alles.
Op de televisie een film over Heydrich. Zijn dierlijke gezicht, wreed en sluw. Als hij was blijven leven had hij misschien al zijn inspanningen geconcentreerd op het Franse verzet, dat hij besloten had uit te roeien.

Jaap Zijlstra • 26 februari 1999

Jaap Zijlstra (1933-2015) was predikant en dichter. In het tijdschrift Liter zijn fragmenten opgenomen uit zijn Schrijversdagboek.

[24-2]
Een brief van een jongen die op school een spreekbeurt wil houden over mijn gedicht ‘Lichtmatroos’. Of ik zijn uitleg wil ‘checken’. Hij blijkt weinig van het gedicht te hebben begrepen. En ik maar denken dat ik zo eenvoudig en helder schrijf!
In ons mistige land houdt men van mistige poëzie. Behoor ik tot de mistige dichters?

[25-2]
Ik ben niet zo goed in leven,
laat staan in het grote gebod,
de bloemen zijn mooi van liefde,
de bomen zijn handen naar God.
[26-2]
Vandaag een brief met een stapel gedichten. En het bekende verhaal: ik was zelf niet van plan ze te publiceren, maar de omgeving dringt eropaan! Ik dring er niet op aan. Poëzie dient poëzie te zijn. Geen meditatie op rijm. Geen theologie in dichtvorm.
Poëzie is beeldspraak. ‘Schiet je pijl, mijn Jonathan, verder, altijd ligt hij verder dan het voetspoor van een herder, dan een leeftocht reiken kan.’

[27-2]
Ik blijf dichten
totdat ik besta.
[28-2]
Bij de kerk is een schapenwei. De koster verzorgt de schapen en lammeren. De opbrengst van wol en schapenkaas is voor de diaconie. De koster zegt: Als je goed bent voor een dier vergeet hij het nooit. Als je slecht bent voor een dier vergeet hij het ook nooit.

Bertolt Brecht • 25 februari 1921

Bertolt Brecht (1898-1956) was een Duitse schrijver. Uit: Dagboeken 1920-1922 (vertaald door Hans Hom).

Vrijdag, 25
Filmplannen doemen. Nieuwe geldtheorie: gemakkelijke, elegant gesneden wijde grijze broeken, hoog in het middel; slappe gleufhoed, gezicht alert, ietwat scherp; bedaardheid op het roekeloze af — maar respect voor het materiële, dat niets anders is dan zichtbaar gemaakte arbeid; overal geld uitslaan, vergaren, vermenigvuldigen; voor vrienden, ondernemingen van allerlei aard. Maar met de linkerhand; hard goud bijeenschrapen. Ook in doorweekte bodem. Goud wassen. Ophopen, investeren, laten rollen, steeds afzien van het middel (dat goud is), het oog op mensen gericht die moeten kunnen werken, luieren, stommiteiten uithalen. Geen eerzucht: wat iemand kan, moet hij ook doen. Ik hoef niet het beste te geven.

Vaak denk ik aan Marianne, die van een auto gebruik maakt wanneer ze zin heeft. Zich bontjassen cadeau laat doen, ringen, kleren. Voor zich zelf. Moet je haar daar uithalen? Ik kan haar niet bekostigen, en niets voor haar. En wat ben ik? Een klein, brutaal stuk vreten, mijn gezicht is nog niet te zien, een gekrediteerde belofte, en wat kun je concreet wegbranden? Kleren, zeep, zonnige woning, theater, goed eten, muziek, verfijnde gevoelens, ledigheid, respect van de mensen, leven zonder rimpel, reizen, schoonheid, jeugd, gezondheid, kunst, vrijheid? En dat allemaal op de mesthoop gegooid om een fysiologische aandrang te volgen, die, eenmaal bevredigd, aan kracht inboet! Of omdat ik goed lijk te zijn, ik die steeds verander? Je bij mij zonnig woont, theater hebt, met meer smaak eer, muziek voelt, sterk voelt, voor iets mag werken, respect hebt, avonturen hebt, geen reizen hoeft, wel kracht, frisheid, het nieuwe, vertrouwen hebt? Wat allemaal niet zeker is...

En ik kan niet trouwen. Ik moet de ellebogen vrij hebben, kunnen spuwen waar ik wil, alleen kunnen slapen, geen scrupules kunnen hebben.
Van 's avonds 7 tot 's morgens 9 Marianne in de Kraal. Ik lees haar de dodenmaalscène voor uit de Sommersinfonie en ze gelooft dat ze die kan spelen. Ik geloof het ook. Maar 's nachts in bed krijg ik een idee; het stuk eindigt zo: de vrouw geeft zich gewonnen en blijft bij Tauli, de slechte man. Dat wil zeggen ze komt haar instorting te boven, ze overwint haar zwakte door dogmatiek, ze put alle kracht uit haar besluit.

donderdag 23 februari 2023

Siet Zuyderland • 24 februari 1981

• Kunstenaar Siet Zuyderland (1942) tekende strandvondsten na, en hield daarvan een dagboek bij.

Maandag 23 februari
‘krat V’ afgemaakt, ik ben er wel tevreden over. Het is vermoedelijk het meest een zogenaamde ‘Zuyderland’ geworden, met de doorgewerkte structuur van het raster.
's Middags over het strand gewandeld en wat klein spul meegenomen. Een verroest slot, niet om te tekenen maar als object wel leuk en misschien nog eens te gebruiken in mijn serie kleine schilderijen ‘locks’.
Een witte damessandaal met teervlekken, een grijze herensandaal met een gevlochten randje op het bovenstuk, een schoenzool waarvan het bovenstuk op één randje leer na verdwenen is en een meniekleurig plastic sandaal, waarvan de bovenbanden zijn gebroken (merk Long Life!).

Dinsdag 24 februari
Een redelijke eerste opzet gemaakt van de ‘Long Life’ sandaal.
's Avonds naar Amsterdam.

Vrijdag 27 februari
Maar weinig gewerkt, de gebroken banden afgemaakt en de binnenkant van de zool licht in kleur gezet.
Krat V en sportschoen 2 op het strand teruggegooid en nog een stukje over het strand gewandeld. Voor de rest van de dag het appartement schoongemaakt, vandaag mijn laatste dag in Bergen aan Zee.
Volgende week hoop ik door te werken aan de tekeningen in Amsterdam.

Maandag 9 maart (Bergen, Natteweg 5)
Afgelopen week niet echt veel gedaan aan mijn strandtekeningen, wel de ‘Long Life’ sandaal afgemaakt, over het resultaat ben ik niet tevreden. Geen van de schoenen is boven het anekdotische uitgekomen, ook deze laatste niet, het illustratieve karakter is te dominerend.
Voor mijn tentoonstelling in Rotterdam bij Fenna zal ik ze niet gebruiken, wel zal ik ze laten zien in Bergen. Het uitgangspunt was eerlijk en het is mijn bedoeling om dan het gehele project te tonen, goed en slecht naast elkaar.
Misschien wel jammer om géén selectie toe te passen.
Afgelopen week begonnen met een opzet van krat VI, de onderkant is er door een enorm geweld uitgeslagen. De krat heb ik in Amsterdam laten staan, zodat ik, wanneer ik daar moet zijn de mogelijkheid heb om aan de tekening door te werken.
Vandaag sinds lang weer in mijn oude atelier in Bergen-Binnen en begonnen aan het tweede binnenwerk van een veiligheidshelm.

Dinsdag 10 maart
De tekening van de veiligheidshelm afgemaakt, de spanning van de strips en de bogen is redelijk geslaagd.
De tekening ziet er wat magertjes uit, zo zonder kleur en wat te klein op het blad.

Woensdag 11 maart
Een opzet gemaakt van krat VII. Een krat van de Melkunie, nog geheel gaaf, die kan ik na de tekening af te hebben weer keurig inleveren bij de melkwinkel tegen statiegeld.
Het ding ziet er vreselijk uit, behalve saai ook nog knalgroen, maar ergens heeft het iets technisch. De ronde gaten in de bodem verbonden met strips lijken soms propellers, misschien als ik daar het accent op kan leggen dat het iets kan worden.

Donderdag 12 maart
De gehele dag doorgewerkt aan de opzet; maar weinig opgeschoten, van alles wat gedaan, dus eigenlijk niets.
's Avonds naar Amsterdam.

Zaterdag 14 maart
Op bijna alle tekeningen met schoenen erop ‘teervlekken’ aangebracht, misschien moet ik daar nog verder mee doorgaan, bijvoorbeeld met mijn ogen dicht vlekken en krassen aanbrengen.

woensdag 22 februari 2023

Cesare Pavese • 23 februari 1940

Cesare Pavese (1908-1950) was een Italiaanse schrijver. In 2003 verscheen Leven als ambacht, met daarin dagboeken en brieven (vertaling: Anton Haakman).

23 februari
De onmenselijke grootheid van Shakespeare blijkt nog meer dan uit zijn werk uit het feit dat hij toen hij stierf tweederde van zijn werk niet had laten uitgeven - waaronder Antonius en Cleopatra, Macbeth (?), veel komedies, enz.
Dit is zo ongehoord dat het vermoeden rijst dat aan het begin van de zeventiende eeuw de 'uitgeef'-mentaliteit nog niet erg verbreid was en dat men van mening was dat men het nageslacht een werk had nagelaten wanneer men het simpelweg had geschreven. Maar hoe vallen dan die teksten in manuscriptvorm te verklaren waarvan Shakespeare wist dat hij ze corrupt en corrumpeerbaar naliet? Evenmin kan men zeggen dat hem de tijd en de rust ontbraken om zich daarmee bezig te houden.
Hierin ligt een wijsheid die grenst aan kosmische ironie. Een bovenmenselijk gebaar.


dinsdag 21 februari 2023

Marcel Jouhandeau • 22 februari 1967

Marcel Jouhandeau (1888-1979) was een Franse schrijver. Een selectie uit zijn dagboeken is verschenen in de reeks Privé-domein (vertaling: Hepzibah Kousbroek).

* 20 februari 1967
Is dit niet de laatste dag van mijn vrijheid? Morgen komt Marc in mijn leven, ik bedoel, zal ik in zijn dienst staan.

* Met het vallen van de nacht bekruipt me een soort angst. Morgen zal het kind hier zijn. Een nieuw tijdperk gaat aanvangen.
Ik voel dat Elise zenuwachtig is, maar ook nieuwsgierig en blij met de moeilijkheden die ze hoopt te overwinnen.
Men vindt ons onvoorzichtig.
De bedienden zijn al bij voorbaat jaloers op Marc. Het wordt zaak hem tegen ze te beschermen.

[22 februari]
Sinds gisteren is het huis niet meer hetzelfde. Het is een tempel waarin een kind slaapt. Zijn kamer ligt precies onder de mijne. Ik denk aan zijn hartje, dat zal overslaan, wanneer hij in een onbekende omgeving ontwaken zal. Het zingen van de vogels en het park beleeft hij als een sprookje. Zijn kamertje en zijn bed zijn naar de opkomende zon gericht. Zijn ogen zullen zich openen in een gouden licht.
Elise verbijstert me, in zwijm voor Marc, zo'n beetje als de Drie Koningin en de herders. De tederheid die ze uitstraalt herinnert me aan de gevoelens die ze vroeger eens toonde voor een vogel die voor onze deur uit het nest was gevallen.