donderdag 18 juli 2019

Astolphe Marquis de Custine • 19 juli 1839

Astolphe Marquis de Custine (1790-1857) was een Franse schrijver die bekend werd, en is gebleven, door zijn in 1843 gepubliceerde reisverslag Lettres de Russie, door Carly Misset en Anton van der Niet vertaald als Brieven uit Rusland.

Sint-Petersburg, 19 juli 1839
Nauwelijks uitgerust van het hofbal, hebben wij gisteren een ander feest gehad in het Michaëlspaleis, bij grootvorstin Helena, de schoonzuster van de keizer.
... Het interieur van de grote balzaal was met sprookjesachtige weelde versierd; vijftienhonderd bakken en bloempotten met de zeldzaamste bloemen vormden een welriekende bosschage. Aan een der zaaleinden zag men te midden van een begroeiing van exotische planten een bassin vol koel en helder water met daarin een onophoudelijk klaterende fontein. Deze waterstralen, verlicht door groepen kaarsen, schitterden als een wolk diamanten en verfristen de lucht die voortdurend in beweging was door enorme van regen vochtige palmtakken en van dauw glinsterende bananenbomen, terwijl de werveling van de wals de parels op de geurende bosschage deed schudden. Het leek wel of al deze vreemde planten, waarvan de wortels schuil gingen onder een tapijt van groen, daar in hun eigen omgeving groeiden, en of de stoet danseressen en dansers uit het noorden als bij toverslag door tropische wouden schreden. Het was niet alleen maar weelde, het was poëzie. De schittering van deze magische zaal werd verhonderdvoudigd door een menigte spiegels zoals ik die nog nooit ergens had gezien. ... Je wist niet waar je was: grenzen waren verdwenen; alles werd ruimte, licht, verguldsel, bloemen, weerspiegeling, verbeelding: de beweging van de menigte en de menigte zelf vermenigvuldigden zich tot in het oneindige. ... Ik heb nooit iets mooiers gezien. … Bewonder dus uit alle macht, zowel wat ik u beschrijf als wat ik u niet kan schilderen.

woensdag 17 juli 2019

W.N.P. Barbellion • 18 juli 1908

W.N.P. Barbellion (1889-1919) was het pseudoniem van Bruce Frederick Cummings, een Britse natuurvorser. Hij kreeg op jonge leeftijd multiple sclerose, en zou op 30-jarige leeftijd overlijden aan deze ziekte. Zijn dagboeken worden nog steeds gelezen. Het boek is in het Nederlands vertaald (door Harry Oltheten) als Dagboek van een teleurgesteld man.

18 juli
Heb een week kiespijn gehad. Te laf om hem te laten trekken. Vroeg in de morgen op weg naar P. om een stukje te schrijven over de heer Duke, k.c. “King’s council”. Voelde me na een week pijn een beetje wiebelig. Probeerde mezelf de hele treinreis wat op te krikken met het oog op de taak die voor me lag door me het voorbeeld van Zola voor de geest te halen, die pijn doodde met werk. Dus heb ik vandaag de hele dag gepoogd te handelen alsof ik geen pijn had – de ergste van alle pijnen – kiespijn. Tegen de tijd dat ik thuiskwam was ik behoorlijk uitgeput, maar de pijn was echt minder. Dit verschafte me een wild gevoel van vreugde, en, nadat ik me dagen had gehuld in een morose zwijgen, maakte ik ze vanavond bij het avondeten allemaal aan het lachen door er ineens heftig uit te gooien: ‘Ik weet niet of jullie het weten maar ik heb vandaag een gruwelijke dag gehad.’ Ik legde het omstandig uit en ontving de helende zalf van veel sympathie. Ging gelukkig naar bed met een kies die nog steeds pijn deed. Ik ben bang dat ik me nauwelijks aan de strenge Zolaeske spelregels hield door het verhaal van mijn lijden aan de openbaarheid prijs te geven. ... Nee, ik ben geen martelaar of een heilige. Slechts een doodgewone arme drommel die het beroerd heeft.

dinsdag 16 juli 2019

Marina Tsvetajeva • 17 juli 1918

Marina Tsvetajeva (1892-1941) was een Russische dichteres. (Hier een gedicht van haar, hier nog een). In Ik loop over de sterren (vertaling door Anne Stoffel) zijn dagboekfragmenten van haar opgenomen.

17 juli 1918
TSAAR GEFUSILLEERD
Alja en ik keren terug van een hongertocht langs de mistroostige, mistroostige, mistroostige deuren van de lege boulevards. Een vitrine - het armetierige raampje van een horlogemaker. Tussen de goedkope prullen een enorme zilveren zegelring.
Dan een plein. We staan op de tram te wachten. Regen. En een brutaal jongensachtig hanengekraai: 'Nikolaj Ro-manov gefusilleerd! Nikolaj Romanov gefusilleerd! Nikolaj Romanov gefusilleerd door arbeider Beloborodov!'
Ik kijk naar de mensen die ook op de tram wachten en die het (het!) ook horen. Arbeiders, verfomfaaide intelligentsia, soldaten, vrouwen met kinderen. Niets. Was er maar één! Iets, wat dan ook! Ze kopen de krant, kijken hem vluchtig door, wenden hun ogen er weer van af — waarheen? Gewoon, naar het luchtledig. Of misschien willen ze de tram te voorschijn toveren.
Dan — ik tegen Alja, met gesmoorde, vlakke en luide stem (wie ooit zo sprak, kent dat): 'Alja, ze hebben de Russische tsaar vermoord, Nicolaas n. Bid voor zijn zielenrust!'
En Alja's zorgvuldige drievoudige kruis, met een diepe buiging. (Begeleidende gedachte: jammer dat ze geen jongen is. Die had zijn hoed afgenomen.)

maandag 15 juli 2019

Marie Bashkirtseff • 16 juli 1879

Marie Bashkirtseff (1858-1884) was een Oekraïense schilderes, die na haar dood — ze overleed aan tbc — vooral bekend is geworden door haar dagboek, dat als Waarom zou ik liegen in het Nederlands vertaald is (door Marianne Kaas).

Woensdag 16 juli. – Ik ben verontrustend futloos; ze zeggen dat tyfoïde koorts zo begint. Ik heb nare dromen. Als ik eens doodging? En het verwondert me hogelijk dat sterven me geen angst aanjaagt. Als er een ander leven is, zal het zeker beter zijn dan het leven dat ik hier op aarde leid. En als er eens niets was na de dood...? Dan is er des te meer reden niets te vrezen en te wensen dat er een einde kwam aan zorgen zonder luister en kwellingen zonder roem. Ik moet mijn testament maken. Om acht uur ’s morgens ga ik aan het werk, en om vijf uur ben ik zo vermoeid dat ik niets meer aan mijn avond heb; ik moet toch mijn testament schrijven.

zondag 14 juli 2019

Hanny Michaelis • 15 juli 1940

Hanny Michaelis (1922-2007) was een Joodse Nederlandse schrijfster. Haar oorlogsdagboek is onlangs in twee delen verschenen bij Van Oorschot (bezorgd door Nop Maas).

Maandag 15 juli '40 ± 10 uur 's avonds
Ik heb vandaag mijn gedichten weer eens doorgelezen en ik ben daarbij tot de conclusie gekomen, dat ik er precies 20 in 't geheel aan jou heb gewijd. En het leuke is, dat ze een afgerond geheel vormen. Het begint met een klein gedichtje 'Door jou', dat ik in october '38 schreef en dat een vage voorspelling van alles wat er op volgt inhield. En het eindigt met 'Herinnering', dat ik van de winter heb geschreven en waarin ik me bewust maakte, dat ik niet meer verliefd op je was.
Twaalf gedichten heb ik aan Eldert gewijd, drie van de laatste tijd en de rest uit de derde en het begin van de vierde klas. Maai' ik denk, dat er nog heel wat bij zullen komen.
Fritz Loewenberg kan maar aanspraak maken op vijf gedichten en last not least (??) heb ik er nog twee geschreven, die op Thijs waren geïnspireerd. Want je zal het niet geloven (ikzelf geloof het amper!), maar inderdaad, in de periode tijdens en onmiddellijk na het Pinksterkamp waar de 'idylle' begon, was ik wérkelijk verliefd op hem. Later, toen ik hem al beter leerde kennen en zelf ook wat kritischer begon te worden, was de aardigheid er voor mij al heel gauw af.

August Muls • 14 juli 1917

August Muls (1878-1958) beheerde samen met zijn broer Henri een mangaanmijn in Georgië, toen hij in 1917 opeens klem kwam te zitten tussen de oprukkende Russische revolutie en de Duitse bezetters. Hij hield in die tijd een dagboek bij.

Zaterdag 14 juli
Mimi komt een dag bij ons doorbrengen. Ze is groot en struis geworden en is reeds een juffrouwtje. Pieter is ze op de weg van Tsjiatoeri gaan afhalen en brengt haar ook tegen de avond terug. Ze is heel lief en vriendelijk.
Ik ga 's namiddags naar Tsjiatoeri om eens Nicolas Avgherino en andere kennissen te bezoeken. Manolopoelo vind ik niet thuis, wel Manuelides, eindelijk Nicolas Avgherino waar ik goed onthaald word, blijf avondmalen en zelfs moet blijven slapen.
Pieter die Mimi naar huis terugbracht, zou me bij Nicolas moeten komen afhalen, maar hij komt niet en later komt het uit dat hij in de afwezigheid van Taburiaux in dezes huis is blijven slapen. Hoe onvoorzichtig! Ook doe ik het hem opmerken.

Zondag 15 juli
Bezoek van vaders graf. Er ligt een bloemtuil die zeker door onze gebuurvrouw gebracht is. Daarna doen we een wandeling rond het dorp. Nicolas gaat regelmatig 's zondags naar Satsjkeri om aankopen te doen, maar buiten een stuk meestal slecht vlees brengt hij weinig aan. Ik doe opmerken dat het mij toeschijnt dat Tsjiatoeri een betere plaats voor aankopen moet zijn dan Satsjkeri: het is veel belangrijker en als centrum moeten er veel meer waren aangebracht worden dan in Satsjkeri. Pieter beweert dat hij vroeger naar Tsjiatoeri ging en nog minder aanbracht. Ik denk dat Pieter zich van alles door de knecht laat wijsmaken, die een bijzonder persoonlijke reden moet hebben om naar Satsjkeri te willen gaan. Ik vind dat hij veel te veel vrijheid en onafhankelijkheid geniet en Pieter hem al eens moest vergezellen, al ware het slechts om een controle op de prijzen te hebben, want die jonge kerel rekent wat hij wil voor zijn aankopen.

donderdag 11 juli 2019

Friedrich Hölderlin • 11 juli 1794

• Het geijkte beeld van de Duitse dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) is dat van een tragische, wereldvreemde en geesteszieke dromer. De brieven in Onder een ijzeren hemel (vertaald door Kester Freriks) corrigeren dit beeld ingrijpend. Hölderlin treedt hierin naar voren als een openhartige, strijdvaardige en scherp analyserende correspondent die ook graag de stormen van zijn hart prijsgeeft. Hij voerde een intensieve correspondentie met zijn vriend, de schrijver en theoloog (en dus blijkbaar ook vertaler) Ludwig Neuffer.

Tussen 10 en 15 juli 1794
Je vertaling van ‘Catilina’ [een werk van de Romeinse geschiedschrijver Sallustius] interesseert me des te meer daar ik de geschiedenis vorig jaar heb gelezen en ze me nog helder voor de geest staat. Het is echt een bezigheid voor het juiste moment. Je hebt gelijk: vertalen is een heilzame gymnastiek voor de taal. Ze wordt fraai en lenig als zij zich op die wijze naar een haar vreemde schoonheid en grootheid, en ook vaak naar vreemde grillen, moet schikken. Maar hoezeer ik je ook bewonder dat je je met zoveel hardnekkigheid oefent in de middelen teneinde je doel te bereiken, toch moet je erop rekenen van mij een brandbrief te ontvangen wanneer je na voltooiing van beide werken die je op het ogenblik onder handen hebt een nieuwe vertaling begint. De taal is orgaan van ons hoofd, ons hart, teken van onze fantasieën, onze ideeën; ons moet zij gehoorzamen. Heeft ze echter te lang in vreemde dienst geleefd dan valt, dunkt me, te vrezen dat ze nooit meer ten volle de vrije, zuivere, door niets anders dan het innerlijk, uitsluitend door het innerlijk gevormde uitdrukking van onze geest wordt.