maandag 25 maart 2019

Henrik Ibsen • 26 maart 1878

• Uit een brief van de grote Noorse schrijver Henrik Ibsen (1828-1906) aan Laura Kieler-Petersen, die haar financiële problemen wilde oplossen met de publicatie van een roman. Na Ibsens harde oordeel verbrandde ze het manuscript; later werd ze opgenomen in een inrichting. Elementen van ‘de zaak-Kieler’ zouden terugkomen in Ibsens toneelstuk Een poppenhuis.Uit: De zomer beschrijf je het best op een winterdag (vertaald door Suze van der Poll en Rob van der Zalm).

München, 26 maart 1878
Er kan absoluut geen sprake van zijn dat ik het mij toegestuurde manuscript Ultima Thule bij Hegel aanbeveel. In de kleinsteedse Deense gemeenschap zou u onmogelijk anoniem kunnen blijven, en bovendien zou u door een dergelijk, in alle opzichten mislukt haastwerk voor heel lange tijd, en volkomen terecht, uw literaire naam en goodwill kunnen verspelen. In de beschrijvingen ontbreekt elk spoor van waarschijnlijkheid of realiteitszin, het is totaal ongeloofwaardig. Dat u zoiets opschrijft kan ik me nog voorstellen, maar dat uw man zich niet pertinent heeft verzet tegen de publicatie van iets wat nog helemaal niet af is, is voor mij onbegrijpelijk. Hij zou het toch als zijn plicht moeten voelen om te waken over uw talent. En dat doet hij natuurlijk ook. Het kan haast niet anders of hij maant u om rustig en goed voorbereid te werk te gaan en om alleen te beginnen wanneer uw plannen uitgekristalliseerd zijn. Dan hebt u uzelf benadeeld door niet naar hem te luisteren. U schrijft in uw brief dat de omstandigheden u hebben gedwongen tot dit geforceerde werk. Dat begrijp ik niet. In een gezin waarvan de man in leven is, zou het nooit zo mogen zijn dat de vrouw des huizes, u in dit geval, genoodzaakt wordt haar hartenbloed af te tappen. Ik begrijp ook niet hoe iemand dat kan laten gebeuren. Er moet iets zijn wat u verzwijgt in uw brief en wat de zaak in een geheel ander daglicht zet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten