vrijdag 30 mei 2014

Susan Sontag -- 31 mei 1958

• Reborn bevat (dagboek)notities van schrijfster Susan Sontag (1933-2004) uit de periode 1947-1963.

31 mei 1958
Wat een emoties ervoer ik bij de aanblik van DACHAU 7 KM toen we over de Autobahn naar München snelden in de auto van de Nederlandse antisemiet!

Een passieve activiteit, een actieve passiviteit.

Ik tegen H: 'Het is eerder zo dat je jezélf zat bent. Je kunt je leven niet baseren op emotioneel en seksueel toerisme. Je hebt een roeping nodig...'

Toerisme is hoofdzakelijk een passieve activiteit, je plaatst jezelf in een bepaalde omgeving in de verwachting te worden geënthousiasmeerd, geamuseerd, vermaakt. Je hoeft niets toe te voegen aan die situatie, aangezien de omgeving van zichzelf voldoende te bieden heeft.

Toerisme en verveling.


1 juni 1958
München.

Met wolken geplaveide hemel.

De poëzie van puinhopen.

Brede, lege, geasfalteerde straten; crèmekleurige, anonieme, nieuwe gebouwen; Amerikaanse soldaten met een speknek en een dikke kont op jacht in hun lange, pastelkleurige auto's.

De Frauenkirche met haar twee borstachtige torens.


[Vertaling: Joris Vermeulen]

donderdag 29 mei 2014

Jacob Bicker Raye -- 30 mei 1751

• Amsterdammer Jacob Bicker Raye (1707-1777) hield gedurende 40 jaar een stadskroniek van Amsterdam bij.

[30 Mei]
Op 30 Mei werd ‘met permissie van de Regeering’, een kind, dat van een dollen hondt gebeten, en door vele doctoren voor ongeneeslijk verklaard was, ‘gesmoort’.
Bij de installatie van de Edl. Groot Achtbare Heeren Mr. G.A. Hasselaer, Regeerend Burgemeester en Mr. Pieter van de Poll, respectievelijk als Ambachtsheer en Baljuw van Amstelveen, was er groot feest in het dorp. Er waren veel bloemen en negen kanonnetjes waren voor het Regthuys opgesteld. Er werd op alle gezondheden geschoten en nog meer gedronken. De collecteur, die de kanonnen bediende, was niet bepaald voorzichtig. Een schot wilde niet afgaan en toen ging de man, met zijn tronie vlak boven het laadgat, de lont aanblazen. Gevolg was dat hij zijn aangezicht vol kruit kreeg en dat hij niet meer zien kon. Hij schreeuwde vervaarlijk, maar de ruwe, dronken boeren zouden hem wel helpen, pakten hem beet en waschten hem braaf met brandewijn, ‘sodat hij toen nog een toon hooger begon te schreeuwen’.

woensdag 28 mei 2014

Adriaan Morriën -- 29 mei 1973

• Adriaan Morriën (1912-2002) was een Nederlandse schrijver. In Plantage Muidergracht zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.

(29 mei 1973) Ik bel Fanny Kelk op om te vragen hoe het met Roland Holst gaat. 'Slecht,' antwoordt zij. 'Hij heeft bronchitis maar wil het niet weten. Eerst mocht hij helemaal geen bezoek ontvangen en was ook zijn telefoon uitgeschakeld, maar vandaag heb ik gebeld en mocht ik bij hem komen. Toch loopt het af. Toen ik bij Jany kwam lag hij in bed. Hij wou hebben dat ik praatte. Hij wou geen bloemen, of iets anders. Hij vertelde dat Greshoff, toen die op sterven lag, geen 'gras' wilde hebben, net zomin als hij, maar ook verhalen wilde horen, nieuws over mensen die niet dood waren, die nog leefden. "Ik nam 's ochtends altijd een kouwe douche," zei Jany, "en daarna luisterde ik naar Bach. Die kouwe douche heeft de dokter mij verboden en Bach kan mij niets meer schelen. Vorige week ben ik vierentachtig geworden. Waarom zou ik mij met alle geweld voortslepen om de negentig te halen?!"
Fanny wekte mij op hem te schrijven: 'Post wil hij hebben, al kan hij de brieven niet meer beantwoorden. Van de week kwam er een briefje, of een kaartje, van Beatrix. Terwijl ik bij hem op bezoek was, werd er getelefoneerd. Hij stapte uit bed en ik hielp hem. Zijn pyjama hing open. Ik zag zijn hele klok-en-hamerspel. Ik hing een jas om zijn schouders. Het was de vriendin die nu in zijn huis woont. Terwijl hij met haar praatte, veranderde de toon van zijn stem. Hij kreeg weer iets kokets, gemengd met pesterij. "Dus je weet niet of je donderdag kunt komen?" vroeg hij. Een beetje bozig ging hij weer in bed. Hij heeft genoeg van het leven. Hij verveelt zich.'

Mensen beseffen niet eens hoe slecht zij elkaar behandelen. Ze moeten al schreeuwen en slaan om het elkaar duidelijk te maken.

maandag 26 mei 2014

Teun Bousema -- 27 mei 2013

• De Nederlandse wetenschapper Teun Bousema (1977) doet onderzoek op het gebied van tropische geneeskunde, parasitologie en infectieziekten. Voor 'De jonge akademie' hield hij twee weken een dagboek bij.

Maandag
In a moment, we will switch off the fasten seatbelt sign. We do, however recommend... Nog voordat de stewardess uitgesproken is drukt de dame voor mij haar stoel in de ligstand. Ik word pijnlijk herinnerd aan mijn lange benen. Naast pijnlijke knieën is het het ook lastig werken met mijn lengte. Eten in een vliegtuig is een kunst, werken op een laptop een hogere kunst. Ik ben onderweg naar een vergadering in Washington en probeer mijn reisdag nuttig te besteden. Met het scherm in een onhandige hoek, één elleboog in het gangpad en één in de zij van mijn tolerante buurman werk ik wat mails weg en schrijf ik wat aan een onderzoeksvoorstel voor de ethische commissie in Burkina Faso.
We doen onderzoek naar het humane infectieuze reservoir aan het einde van het droge seizoen in een dorp vlakbij de hoofdstad Ouagadougou. Wie is besmettelijk voor muggen vlak voordat de regens beginnen? En welke menselijke immuunresponsen beïnvloeden de transmissie van mens naar mug? Zo’n studie moet eerst goedkeuring krijgen van twee commissies in Burkina Faso en één in Londen voordat we mogen beginnen. Dat proces duurt gemiddeld acht tot twaalf maanden en er komen altijd vragen. Die probeer ik nu te beantwoorden. Tijdens de teleurstellende lunch trakteer ik mezelf noodgedwongen op een film. Dan is er echt geen plek meer voor een laptop en neemt een film me even mee in de zoektocht naar Osama Bin Laden. Na de koffie kijk ik tevreden naar een manuscript van een promovendus over een klinische studie in Oeganda en buig ik me over het leesmateriaal voor de vergadering in Washington. We zijn gevraagd een tiental artikelen te lezen en wat taaie kost over de regulatoire aspecten die bij de registratie van vaccins komen kijken. Met deze voorbereiding ga ik door na de landing. Dit is mijn derde trip naar Washington in iets meer dan een jaar en ik heb van mijn eerdere trips geleerd. De laatste keer was ik erg belabberd voorbereid: na tien minuten in de rij voor de douane had ik mijn boek uitgelezen en verveelde me vervolgens nog meer dan vijf kwartier. Nu schuifel ik goed voorbereid met Rufus Wainwright op mijn iPod en een stapel wetenschappelijke artikelen in mijn hand, voetje voor voetje richting de Verenigde Staten.

zondag 25 mei 2014

Ed van Thijn -- 25 mei 1977

• Ed van Thijn (1934) is een Nederlands politicus. In zijn Dagboek van een onderhandelaar beschrijft hij de mislukte coalitiebesprekingen m.b.t. het beoogde kabinet Den Uyl II, die duurden van 25 mei-11 november 1977.

Woensdag 25 mei
Het campagneburo komt bijeen. De mensen die wekenlang dag-in, dag-uit leiding hebben gegeven aan de verkiezingscampagne, treffen elkaar voor de laatste maal. Het is een volstrekt overbodige vergadering. Dat wisten we vantevoren, maar het breekt een lange, machteloze dag. Niemand weet raad met de plotselinge leegte. Een campagne van alles-op-alles abrupt afgebroken, pal voor het hoogtepunt. De machtige arm van het terrorisme heeft het raderwerk stil gezet. Er hangt een macabere sfeer in het land. Om twee uur verloopt het ultimatum. De lijsttrekker is onbereikbaar. Wij verliezen ons in een koortsachtige non-activiteit. Is alles op tijd afgebeld? Er gaat toch niets door per ongeluk? Ook ons stilvallen wordt tot in de puntjes gecoördineerd. Besloten wordt dat ik als enige naar de NOS-studio ga om de uitslagen van commentaar te voorzien. Op gepaste wijze. Zonder vreugde, ook al winnen we een handvol zetels. Over de uitslag zélf heerst een grote onrust. Niemand waagt zich meer aan een voorspelling. De zorgvuldig opgebouwde campagne eindigt in een chaotisch gevoel van machteloosheid. Er valt geen pijl op te trekken. Zullen de mensen niet massaal thuisblijven? Zal er geen ruk naar rechts optreden? Is dit geen ‘gefundenes Fressen’ voor Glimmerveen? Er hangt een onheilssfeer. Het dreigende ultimatum overschaduwt uiteindelijk de prognoselust.
Veel te vroeg sta ik weer buiten, ik ga naar huis. De radionieuwsdienst meldt een grote opkomst en weinig bijzonderheden uit school en trein. We zouden pas laat gaan stemmen om nog ergens naartoe te kunnen leven. Die stip is zo gauw gezet. Ik rommel rusteloos in mijn papieren. Met karrevrachten verdwijnen ze in de prullebak. Het ultimatum verstrijkt, godzijdank.
Ik begin Hedy op te jagen. Ben je zover? Ze protesteert. Tien minuten later staan we buiten, op weg naar het stemburo. Hajo (9) gaat mee en kontroleert of Hedy wel écht op een vrouw stemt. Gelukkig kan hij maar in één hokje tegelijk zijn. De leden van het stemburo bevestigen de berichten over een grote opkomst. Te snel alweer zijn we op de terugweg.
Bij huis gekomen horen we geschreeuw. Een bouwvakker, werkzaam aan een brug over de Keizersgracht, is getroffen door een zware balk en heeft zijn schouder ernstig verwond. Terwijl hij krimpt van de pijn, vervoeren twee collega's hem naar een auto. De man herkent mij en roept, in al zijn ellende: ‘Verdomme Van Thijn, nou kan ik niet stemmen.’ De auto is aan de kleine kant, het kost moeite om hem erin te krijgen. Ik bied mijn diensten aan. Mijn auto is groter. Even later bevind ik mij op weg naar het ziekenhuis, de man kreunend achterin. Hij moest eens weten. Het gebeuren heeft op mij een bevrijdende uitwerking. Eindelijk weer iets om handen. Even weer die roes van activiteit. Snel begeef ik me door het verkeer. Té snel: de man schreeuwt het uit bij een uitholling overdwars.
Terug uit het ziekenhuis begint een nieuw nietsdoen, maar niet voor lang. Een heftig geroep trekt me naar het raam. Brand. Boven de Amstel hangt een dichte, zwarte rookkolom waarin de vlammen een hartverwarmend dansspel opvoeren. De Amsterdammer in mij wordt wakker. Ik ren naar buiten, op de hielen gevolgd door Hajo. Het blijkt zich af te spelen in een zijstraat van het Waterlooplein. Als we buiten adem arriveren heeft de brandweer de brand al bedwongen. Temidden van de lichtelijk teleurgestelde menigte ontbranden zich rondom mijn persoon heftige politieke discussies. ‘Jullie maken er een rotzooi van,’ roept een vrouw. Anderen nemen het voor mij op: ‘Niks hoor, het is zo'n goser, ik heb op hem gestemd.’ Ik sta er wat verloren bij. Na enige tijd realiseer ik me dat Hajo was meegerend. Hij is nergens te bekennen. Ik schrik. Wanhopig baan ik mij een weg door de mensen. Geen Hajo te zien. Ik ren naar huis. Daar zit meneer, breeduit op de bank. Boos worden heeft geen zin.
De dag is praktisch om. De stembussen gaan dicht. Een record-op-komst, meldt de radionieuwsdienst. Ik word nerveus en bereid mij voor op mijn vertrek naar de studio. De eerste uitslagen druppelen binnen. Plumpumperaveen: winst voor de PvdA. Baalderdam idem dito. Kijk aan, de trend is er.
Tegen achten komt de eerste computervoorspelling: grote winst voor de PvdA, maar het CDA blijft met een neuslengte de grootste partij. Ik bel mijn assistent Berend-Jan: of hij een exemplaar van de resolutie wil meebrengen. Hij had hem al klaar liggen. Ik voorzie moeilijke vragen. Stel je voor, de PvdA als grote verkiezingsoverwinnaar maar toch in de oppositie. Winnen en toch verliezen. Er zal veel gevraagd worden van onze beginselvastheid.
Aangekomen in de studio is alles anders. De PvdA is het CDA voorbij en dat zal zo blijven. Een historische overwinning tekent zich af. Het kabinet-Den Uyl II is gekozen, het hoeft nog slechts geformeerd te worden.
Ik kan mijn ogen niet geloven. De uitslagen dwarrelen op mij neer als vlokken sneeuw op mijn brilleglazen. Ik zie als in een waas: Helmond: 13% vooruit; 's-Hertogenbosch 12%; Kerkrade 17%; Enschede 13%; Amsterdam 11%; Rotterdam: de absolute meerderheid. Het wil niet echt tot mij doordringen. Is het omdat ik geen vreugde mag tonen, dat ik ook geen vreugde voel? Rondom de gekaapte trein doet zich een macaber incident voor, waarover slechts spaarzame berichten doorkomen. Drie in het wit geklede gijzelaars met een strop om de hals worden geruime tijd buiten de trein gezet. Een verklaring wordt niet gegeven. Ik moet commentaar geven op de uitslagen. Ik prevel wat dingen die iedereen al bedacht had. Een lachje kan er niet af. Wel zeg ik met overtuiging dat alle betrokken politici met zo'n verkiezingsuitslag verplicht zijn tot een snelle formatie. Vraag: ‘De kiezers zijn prima opgekomen, in grote getale, kunt u het ze aandoen om hen weer een formatie van een half jaar aan de broek te smeren?’
Ik: ‘Nee, dat vind ik niet.’
Vraag: ‘Hoe wilt u dat voorkomen?’
Ik: ‘Nou, door zo snel mogelijk te gaan onderhandelen en van alle kanten te proberen ertoe bij te dragen dat er zo snel mogelijk een kabinet uit de bus komt zoals dat door de kiezers is gewenst.’
Aarzelend ga ik weer zitten, napeinzend over het vraaggesprek. Tja, hoe voorkom je dat het lang gaat duren? Intussen is Wim Aantjes aan het woord. ‘Er moet vlug een nieuwe regering komen, en een goede natuurlijk.’ Hij heeft, zo op het oog, wat minder moeite met de vraag hoe dat moet: Als de PvdA met de grote winst die ze heeft geboekt maar de weg van de redelijkheid zal gaan. Ik haal (buiten beeld) mijn schouders op. Wat is dat nou? Ik ken geen andere weg.
Frans Andriessen komt, ongenood, binnen. Het gezicht van Aantjes betrekt. ‘Wat moet die hier?’ zeggen zijn ogen. Omdat de beide lijsttrekkers zich noodgedwongen in het crisiscentrum bevinden, zijn uitsluitend hun plaatsvervangers voor commentaar uitgenodigd. Ik weet dat maar al te goed als ik Frans vraag of hij nu de leiding weer op zich gaat nemen. Hij maakt een breed, vragend armgebaar, voor een goed verstaander erg openhartig.
De afwezigheid van Den Uyl en Van Agt begint steeds meer te drukken. Er wordt een quasi-driegesprek in scène gezet tussen Wiegel, Aantjes en mij. Het gesprek heeft een schimmig verloop. Eén van de thema's is: het VVD/CDA-alternatief. Bestaat dat wel bij 77 kamerzetels? Ik: ‘Nee. Zo'n coalitie is afhankelijk van één man en een halve paardekop. Dat is te weinig.’ Aantjes is minder uitgesproken: ‘Het antwoord op die vraag is voor een deel uit de verkiezingsuitslag af te lezen en voor een deel zal het in de onderhandelingen met de partijen eruit moeten komen.’ De fijne nuance is Wiegel niet ontgaan: ‘De kijkers in het land kunnen precies zien hoe de heer Aantjes opereert. Wat hij heeft gezegd. We weten dus dat er nogal een fikse discussie binnen het CDA zal gaan ontstaan over de vraag met wie het CDA wil gaan regeren ... Het is niet aan mij om in die pot te gaan zitten roeren.’ Er worden drie oude rotten in stelling gebracht. Burger, Geertsema en Tilanus. Zij spreken onomwonden, zoals alleen oud-politici dat kunnen. Formateur of informateur, is de vraag waarop zij worden losgelaten. Jaap Burger is weer op zijn best. ‘Een informateur moet je nemen als je geïnformeerd wil worden. Als je nu nog niet geïnformeerd bent, zoals die verkiezingsuitslag is, dan vraag ik me af wanneer je dan wel geïnformeerd bent. Het is heel duidelijk, dat de formateur Den Uyl moet zijn en er moet op de kortst mogelijke termijn een kabinet voor elkaar zijn.’
Er bekruipt mij een onbehaaglijk gevoel. Had ik dat niet moeten zeggen? Heb ik een scoringskans laten liggen? De argumentatie van Jaap klinkt zo vanzelfsprekend. Maar is het wel zo vanzelfsprekend? Ik voel toch enige twijfel opkomen. Een snelle formatie, ja maar Den Uyl meteen al formateur, is dat echt de snelste weg? Zelfs een gekozen formateur kan mislukken, en wat dan? Ik ben blij dat ik niet voor mijn beurt heb gesproken.
De beurt is nu aan Frans Andriessen. Hij kiest voor een informateur om eerst nog enige punten tot klaarheid te brengen. PvdA of VVD? ‘Ik denk dat er in het CDA vooral mensen zijn die willen proberen om onze eigen politieke inzichten zoveel mogelijk tot gelding te brengen.’
Inmiddels is de einduitslag binnen. De PvdA heeft echt tien zetels gewonnen. Het wachten is nu op de man die deze historische overwinning heeft mogelijk gemaakt.
Hij verschijnt in het beeld vanuit Studio Den Haag. Zijn commentaar betreft de situatie bij De Punt en Boven-Smilde. De toestand daar is ‘ongemeen ernstig’. ‘We zijn er voortdurend mee bezig: hoe kunnen we de kinderen en de gegijzelden in de trein bevrijden en ons zelfrespect bewaren.’
Hij verdwijnt weer uit het beeld. Ik heb tranen in mijn ogen. Dit is echt de minister-president. Gekozen omdat hij geploeterd had. Ploeterend terwijl hij herkozen werd. Geen woord over de verkiezingsuitslag.
Even later wordt de uitzending hervat. Den Uyl tóch over de verkiezingen. ‘Ik heb door de bekende omstandigheden eigenlijk nauwelijks uitslagen gezien, er tussendoor zo nu en dan flitsen.’ Niettemin volgt er een trefzekere analyse die alles wat er tot nu toe gezegd is, doet verbleken. Het meest verheugd is hij over de massale opkomst, juist in een situatie waarin onze rechtsorde zo beproefd wordt: ‘Een overwinning voor de democratie.’
Diep in de nacht gaan we nog even langs Buitenveldert om hem persoonlijk geluk te wensen. Buiten staat een politiewagen.

vrijdag 23 mei 2014

Rogi Wieg -- 23 mei 1997

• Rogi Wieg (1962) is een Nederlandse schrijver. Zijn dagboek over het jaar 1997 is gepubliceerd als Liefde is een zwaar beroep.

Vrijdag
Herman de Coninck is overleden. Ik heb een stuk gemaakt voor Het Parool. Daaruit een citaat: 'Gisterenavond belde mijn vader me met de mededeling dat hij op teletekst had gelezen dat de dichter Herman de Coninck in Lissabon op 53-jarige leeftijd is gestorven. Teletekst is betrouwbaar en mijn vader ook, dus het zal wei waar zijn. Maar ik kan het niet geloven. Het schijnt dat Herman samen met Hugo Claus en Anna Enquist aan het wandelen was - ze waren op weg naar een literaire avond - toen hij werd getroffen door een hartinfarct. En ook de leeuw Hugo Claus heeft Herman daarna niet kunnen redden. Triest, treurig en onvoorstelbaar, want Herman de Coninck was, in mijn ogen, geen man die tamelijk jong zou doodgaan.
Het is onwerkelijk: schrijven in de totale verleden tijd over Herman. Ja, natuurlijk, hij is dood. Maar ik kijk naar buiten en zie de takken bewegen in de wind. De zon is nog niet onder.
Herman de Coninck was de man van de geniale metaforen. Weliswaar waren zijn gedichten soms sentimenteel, maar uiteindelijk overheersten de taal, de beelden, de melancholie, de ironie en de werkelijke gevoelens ook in zijn mindere verzen. Men zegt dat een dichter geslaagd is als hij tien echt goede gedichten in zijn leven heeft geschreven. Ik durf te zweren dat Herman veel meer goede gedichten heeft gemaakt: twintig, dertig, misschien wel vijfendertig stuks. En daartussen zitten geniale dingen. Bijvoorbeeld de cyclus die hij over zijn moeder schreef in de bundel De hectaren van het geheugen, waarvoor hij in 1986 de Jan Campertprijs kreeg.
Ik herinner me de dichtregels van Herman nooit precies. Het is altijd ongeveer. Het was zo... Nee, anders, mooier. Ik kan beginnen met citeren uit zijn werk, bundels uit de kast pakken. Maar dan zal ik huilen. Ik huilde al soms om zijn werk toen hij nog leefde. Herman de Coninck gold als een cultuurpaus in België. En misschien was hij dat ook, hoewel hij altijd zei dat hij geen paus wilde zijn. Het ging hem nooit om macht, maar om de schoonheid van zijn vak. En die droeg hij uit. Met een klank van hobo, een bundel die nog door de oude Geert van Oorschot is uitgegeven, bevat een merkwaardig slotgedicht:

WRAAK

Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd.
Ik sta voor zowat één kilo papier:
geboorteakte, militie, verhuizen van daar naar hier,
politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid.

Daarom ben ik op zoek naar een plek op de
Grens van drie naties.
Daar wil ik dan sterven.
Want ik wil op mijn dood op z’n minst het
Plezier bederven
Van een stuk of twintig administraties.

woensdag 21 mei 2014

Keith Vaughan -- 22 mei 1972

• Keith Vaughan (1912-1977) was een Britse schilder. Zijn dagboeken zijn in het Nederlands vertaald door Harry Oltheten, onder de titel Dagboek 1939-1977.

22 mei 1972 Op de dag dat Michelangelo's Pietá in de Sint-Pieter door een jongeman met een hamer werd verminkt lees ik over Acconci's 'tentoonstelling' bij Sonnabend [galerie]. Die bestaat uit een hellende vloer die de helft van het oppervlak van de galerie beslaat en waaronder de kunstenaar twee dagen per week al masturberend rondkruipt terwijl hij luistert naar de voetstappen van de bezoekers boven zijn hoofd. Die kunnen hem niet zien, maar de lezers van Forum krijgen een foto van hem voorgeschoteld waarop hij op zijn zij onder de hellende vloer ligt met zijn broek op zijn enkels en duidelijk in de weer is met zijn penis. In het verslag staat dat de daad zolang mogelijk wordt gerekt om een maximale zaadejaculatie te waarborgen. De titel van het stuk is 'Zaadbed'.
Nou, ik herinner me dat ik op een dag, alleen in Harrow Hill vlak nadat het atelier was voltooid, wat zaad op de nieuwe vloer plengde om hem te besprenkelen en zo als het ware te dopen. Maar het kwam niet bij me op dat dit een kunstwerk was. Dat had ik duidelijk fout. Ik bezit ook een stuk handdoek van twintig bij vijfentwintig centimeter uit de vroege jaren zestig dat okergeel gevlekt is door honderd ejaculaties van mijn eigen zaad. Ik stelde alles in het werk om altijd op hetzelfde stukje stof klaar te komen waarna ik het opvouwde en weglegde tot de volgende keer. Wat zou de waarde van zo'n object zijn op de huidige kunstmarkt? En aangezien ik nu meestal ejaculeer door elektriciteitsprikkels heeft het deel van het vloerkleed dat zich tussen mijn benen bevindt al zo'n twintig tot dertig ejaculaties ontvangen. Maar je kunt het op het kleed niet zo goed zien. Misschien moet ik opnieuw beginnen door het stuk handdoek op die plek te leggen.