• Dang Thuy Tram (1942-1970) was een Vietnamese arts. Haar dagboek kwam pas lang na haar dood en na de Vietnam-oorlog boven water. Het is in het Nederlands vertaald als Dagen van vuur (door Marion Drolsbach).
8 april 1968
Blindedarm verwijderd onder gebrekkige verdoving. Ik had alleen een paar armzalige flesjes novocaïne tot mijn beschikking, maar de soldaat heeft tijdens de hele ingreep niet één keer gekreund. Hij glimlachte zelfs bemoedigend naar me. Toen ik dat geforceerde lachje zag op zijn lippen die bleek waren van vermoeidheid, voelde ik diep met hem
mee.
Hoewel zijn blindedarm niet was geperforeerd, constateerde ik tot mijn spijt een infectie in zijn buikholte. Nadat ik een uur lang vergeefs naar de oorzaak had gezocht, kon ik hem alleen maar met antibiotica behandelen, een katheter inbrengen en de wond sluiten. Een draaikolk van emoties bracht me van mijn stuk: de zorgen van een arts en het mededogen en de bewondering van een kameraad voor deze
soldaat.
Ik streek het haar van zijn voorhoofd en wilde zeggen: als ik mensen zoals jij niet eens kan genezen, zal dit verdriet nooit uit mijn medische loopbaan verdwijnen.465-2021>
maandag 7 april 2025
zondag 6 april 2025
Emma Thompson • 7 april 1995
• Emma Thompson (1959) is een Britse actrice. In 1995 hield ze een dagboek bij tijdens de opnames van Sense and Sensibility, een film naar het boek van Jane Austen, van regisseur Ang Lee.
Vertaling door ChatGPT onderaan.
FRIDAY 7 APRIL: Shepperton Studios house the production offices and rehearsal rooms. We are working on one of the smaller stages where, last year, we filmed some interiors for [de film] Carrington. Rehearsals with Gemma [Jones] and Kate [Winslet]. Both surprised to find that Ang begins with meditation and exercises — this is not usual. We sit on cushions and breathe. We massage each other's pressure points. It's very painful. Loud screams, particularly from Winslet.
I'm still doing rewrites in the evenings — small points to do with location and honing dialogue. There's always something. We're asked to do written homework for Ang. This is also unusual. he wants character studies and sets a list of questions, mostly addressing background and `inner life'. Inner life is very important to him. Some actors react well to this, some don't. But we all do it. Imogen Stubbs (Lucy Steele) wins prize for best effort in the form of a letter to Elinor from Lucy some years after their respective marriages (see Appendices). Before casting began I remember saying to Ang that nothing mattered more than that every actor be funny. Very witty cast.
Our session with Jane Gibson (movement duenna and expert on all manners historical) is both revealing and rewarding. We learn the root and meaning of the bows and curtsies — or reverences, as Jane calls them. As you enter a room you `cast a gladdened eye' about you. Beautiful phrase. It has boiled down over the centuries to mean a come-on. I remember my father once saying in a restaurant where I was flirting outrageously with one of the waiters, 'Stop giving that young man the glad eye.'
The bow is the gift of the head and heart. The curtsy (which is of course a bastardisation of the word 'courtesy') a lowering in status for a moment, followed by recovery. She speaks of the simplicity and grace of the time, the lack of archness. The muscularity of their physique, the strength beneath the ease of movement. She reminds us that unmarried women would not necessarily have known about the mechanics of sex. We search for a centre of gravity. Everyone suddenly feels clumsy and ungainly. As Jane says, we don't know how to behave any more.
Hugh Grant breezes in after last night's premiere of An Awfully Big Adventure, in Timberland boots and specs, a blue shirt. Repellently gorgeous, why did we cast him? He's much prettier than I am. It is Ang's first rehearsal with Hugh. He admits to being nervous — they both light up cigarettes. I watch, smugly non-smoking, but am soon to return to my old habit of rolling up my own. Hugh: 'The moral of film-making in Britain is that you will be fucked by the weather.'
Ang says it's the only thing worrying him. His sang-froid is extra-ordinary. I think I must take up t'ai chi.
Cloudy. We shoot make-up and hair tests. My hair looks too red, Kate's make-up not quite right. We shoot more tests and solve the problems. Libbie Barr, continuity (Scottish, sparky, vast collection of outré earrings), clanks away on an ancient typewriter. We work on with Jane Gibson. She's deliciously fierce with us. My concave chest is expanding outwards little by little.
Vertaling ChatGpt:
VRIJDAG 7 APRIL: Shepperton Studios herbergt de productiekantoren en repetitieruimtes. We werken op een van de kleinere podia waar we vorig jaar enkele interieurs opnamen voor Carrington [de film]. Repetities met Gemma [Jones] en Kate [Winslet]. Beiden zijn verrast dat Ang begint met meditatie en oefeningen — dit is niet gebruikelijk. We zitten op kussens en ademen. We masseren elkaars drukpunten. Het is erg pijnlijk. Luid geschreeuw, vooral van Winslet.
’s Avonds blijf ik herschrijven — kleine dingen met betrekking tot locaties en het verfijnen van dialogen. Er is altijd wel iets. We krijgen huiswerk van Ang. Ook dat is ongebruikelijk. Hij wil karakterstudies en stelt een lijst vragen op, vooral gericht op achtergrond en het ‘innerlijke leven’. Innerlijk leven is heel belangrijk voor hem. Sommige acteurs reageren hier goed op, anderen minder. Maar we doen het allemaal. Imogen Stubbs (Lucy Steele) wint de prijs voor beste poging in de vorm van een brief aan Elinor van Lucy, enkele jaren na hun respectieve huwelijken (zie Bijlagen). Voordat de casting begon, weet ik nog dat ik tegen Ang zei dat niets belangrijker was dan dat elke acteur grappig moest zijn. Zeer geestige cast.
Onze sessie met Jane Gibson (bewegingscoach en expert in alle historische manieren) is zowel onthullend als waardevol. We leren de oorsprong en betekenis van buigingen en reverenties — of ‘eerbewijzen’, zoals Jane ze noemt. Wanneer je een kamer binnenkomt, ‘werp je een verheugde blik’ om je heen. Prachtige uitdrukking. Door de eeuwen heen is die verwaterd tot een versierpoging. Ik herinner me dat mijn vader ooit in een restaurant zei, toen ik opzichtig met een ober aan het flirten was: ‘Hou op met die jongen het verheugde oog te geven.’
De buiging is het geschenk van hoofd en hart. De reverentie (wat natuurlijk een verbastering is van het woord ‘courtesy’) is een tijdelijke verlaging in status, gevolgd door herstel. Ze spreekt over de eenvoud en gratie van die tijd, het ontbreken van gemaaktheid. De gespierdheid van hun lichaam, de kracht onder de ogenschijnlijk moeiteloze beweging. Ze herinnert ons eraan dat ongetrouwde vrouwen niet per se bekend waren met de technische aspecten van seks. We zoeken naar een zwaartepunt. Iedereen voelt zich ineens lomp en onbeholpen. Zoals Jane zegt: we weten niet meer hoe we ons moeten gedragen.
Hugh Grant komt binnenwaaien na de première van An Awfully Big Adventure van gisteravond, in Timberland-laarzen en een bril, een blauw overhemd. Irritant knap — waarom hebben we hem gecast? Hij is veel mooier dan ik. Het is Angs eerste repetitie met Hugh. Hij geeft toe dat hij zenuwachtig is — ze steken allebei een sigaret op. Ik kijk toe, zelfvoldaan als niet-roker, maar zal snel terugvallen in mijn oude gewoonte van zelf sigaretten rollen.
Hugh: ‘De moraal van filmmaken in Groot-Brittannië is dat je genaaid wordt door het weer.’
Ang zegt dat dat het enige is waar hij zich zorgen over maakt. Zijn kalmte is buitengewoon. Ik denk dat ik aan t’ai chi moet beginnen.
Bewolkt. We draaien make-up- en haarproeven. Mijn haar lijkt te rood, Kate's make-up is net niet goed. We draaien meer tests en lossen de problemen op. Libbie Barr, continuity (Schots, pittig, enorme collectie excentrieke oorbellen), tikt driftig op een antieke typemachine. We werken verder met Jane Gibson. Ze is heerlijk streng voor ons. Mijn ingevallen borstkas zet langzaam beetje bij beetje uit.
Vertaling door ChatGPT onderaan.
FRIDAY 7 APRIL: Shepperton Studios house the production offices and rehearsal rooms. We are working on one of the smaller stages where, last year, we filmed some interiors for [de film] Carrington. Rehearsals with Gemma [Jones] and Kate [Winslet]. Both surprised to find that Ang begins with meditation and exercises — this is not usual. We sit on cushions and breathe. We massage each other's pressure points. It's very painful. Loud screams, particularly from Winslet.
I'm still doing rewrites in the evenings — small points to do with location and honing dialogue. There's always something. We're asked to do written homework for Ang. This is also unusual. he wants character studies and sets a list of questions, mostly addressing background and `inner life'. Inner life is very important to him. Some actors react well to this, some don't. But we all do it. Imogen Stubbs (Lucy Steele) wins prize for best effort in the form of a letter to Elinor from Lucy some years after their respective marriages (see Appendices). Before casting began I remember saying to Ang that nothing mattered more than that every actor be funny. Very witty cast.
Our session with Jane Gibson (movement duenna and expert on all manners historical) is both revealing and rewarding. We learn the root and meaning of the bows and curtsies — or reverences, as Jane calls them. As you enter a room you `cast a gladdened eye' about you. Beautiful phrase. It has boiled down over the centuries to mean a come-on. I remember my father once saying in a restaurant where I was flirting outrageously with one of the waiters, 'Stop giving that young man the glad eye.'
The bow is the gift of the head and heart. The curtsy (which is of course a bastardisation of the word 'courtesy') a lowering in status for a moment, followed by recovery. She speaks of the simplicity and grace of the time, the lack of archness. The muscularity of their physique, the strength beneath the ease of movement. She reminds us that unmarried women would not necessarily have known about the mechanics of sex. We search for a centre of gravity. Everyone suddenly feels clumsy and ungainly. As Jane says, we don't know how to behave any more.
Hugh Grant breezes in after last night's premiere of An Awfully Big Adventure, in Timberland boots and specs, a blue shirt. Repellently gorgeous, why did we cast him? He's much prettier than I am. It is Ang's first rehearsal with Hugh. He admits to being nervous — they both light up cigarettes. I watch, smugly non-smoking, but am soon to return to my old habit of rolling up my own.
Ang says it's the only thing worrying him. His sang-froid is extra-ordinary. I think I must take up t'ai chi.
Cloudy. We shoot make-up and hair tests. My hair looks too red, Kate's make-up not quite right. We shoot more tests and solve the problems. Libbie Barr, continuity (Scottish, sparky, vast collection of outré earrings), clanks away on an ancient typewriter. We work on with Jane Gibson. She's deliciously fierce with us. My concave chest is expanding outwards little by little.
Vertaling ChatGpt:
VRIJDAG 7 APRIL: Shepperton Studios herbergt de productiekantoren en repetitieruimtes. We werken op een van de kleinere podia waar we vorig jaar enkele interieurs opnamen voor Carrington [de film]. Repetities met Gemma [Jones] en Kate [Winslet]. Beiden zijn verrast dat Ang begint met meditatie en oefeningen — dit is niet gebruikelijk. We zitten op kussens en ademen. We masseren elkaars drukpunten. Het is erg pijnlijk. Luid geschreeuw, vooral van Winslet.
’s Avonds blijf ik herschrijven — kleine dingen met betrekking tot locaties en het verfijnen van dialogen. Er is altijd wel iets. We krijgen huiswerk van Ang. Ook dat is ongebruikelijk. Hij wil karakterstudies en stelt een lijst vragen op, vooral gericht op achtergrond en het ‘innerlijke leven’. Innerlijk leven is heel belangrijk voor hem. Sommige acteurs reageren hier goed op, anderen minder. Maar we doen het allemaal. Imogen Stubbs (Lucy Steele) wint de prijs voor beste poging in de vorm van een brief aan Elinor van Lucy, enkele jaren na hun respectieve huwelijken (zie Bijlagen). Voordat de casting begon, weet ik nog dat ik tegen Ang zei dat niets belangrijker was dan dat elke acteur grappig moest zijn. Zeer geestige cast.
Onze sessie met Jane Gibson (bewegingscoach en expert in alle historische manieren) is zowel onthullend als waardevol. We leren de oorsprong en betekenis van buigingen en reverenties — of ‘eerbewijzen’, zoals Jane ze noemt. Wanneer je een kamer binnenkomt, ‘werp je een verheugde blik’ om je heen. Prachtige uitdrukking. Door de eeuwen heen is die verwaterd tot een versierpoging. Ik herinner me dat mijn vader ooit in een restaurant zei, toen ik opzichtig met een ober aan het flirten was: ‘Hou op met die jongen het verheugde oog te geven.’
De buiging is het geschenk van hoofd en hart. De reverentie (wat natuurlijk een verbastering is van het woord ‘courtesy’) is een tijdelijke verlaging in status, gevolgd door herstel. Ze spreekt over de eenvoud en gratie van die tijd, het ontbreken van gemaaktheid. De gespierdheid van hun lichaam, de kracht onder de ogenschijnlijk moeiteloze beweging. Ze herinnert ons eraan dat ongetrouwde vrouwen niet per se bekend waren met de technische aspecten van seks. We zoeken naar een zwaartepunt. Iedereen voelt zich ineens lomp en onbeholpen. Zoals Jane zegt: we weten niet meer hoe we ons moeten gedragen.
Hugh Grant komt binnenwaaien na de première van An Awfully Big Adventure van gisteravond, in Timberland-laarzen en een bril, een blauw overhemd. Irritant knap — waarom hebben we hem gecast? Hij is veel mooier dan ik. Het is Angs eerste repetitie met Hugh. Hij geeft toe dat hij zenuwachtig is — ze steken allebei een sigaret op. Ik kijk toe, zelfvoldaan als niet-roker, maar zal snel terugvallen in mijn oude gewoonte van zelf sigaretten rollen.
Hugh: ‘De moraal van filmmaken in Groot-Brittannië is dat je genaaid wordt door het weer.’
Ang zegt dat dat het enige is waar hij zich zorgen over maakt. Zijn kalmte is buitengewoon. Ik denk dat ik aan t’ai chi moet beginnen.
Bewolkt. We draaien make-up- en haarproeven. Mijn haar lijkt te rood, Kate's make-up is net niet goed. We draaien meer tests en lossen de problemen op. Libbie Barr, continuity (Schots, pittig, enorme collectie excentrieke oorbellen), tikt driftig op een antieke typemachine. We werken verder met Jane Gibson. Ze is heerlijk streng voor ons. Mijn ingevallen borstkas zet langzaam beetje bij beetje uit.
J.J. Voskuil • 6 april 1981
• Schrijver en volkskundige J.J. Voskuil (1926-2008) hield in 1981 een dagboek bij van twee reizen naar Frankrijk.
• 4 april
• 5 april
MAANDAG 6 APRIL
We lopen naar de brug, door het centrum. Ik voel me nog slap, maar de verkoudheid lijkt over haar hoogtepunt heen. Het is zonnig, een vage zon. Voorjaar. We klimmen aan de andere kant van de Rhône een weg tussen villa's in, met in de tuinen cactussen en cipressen. De weg slingert wat, komt bij de autoweg, buigt weer af en bereikt Les Angles, een dicht op elkaar gedrukt hoopje Provençaalse huizen in de zon, met daarachter een karakterloos buitenwijkje en onmogelijk brede, bermloze, geasfalteerde straten. We steken de weg over, lopen door een kleine rimboe met steeneikjes, jeneverbessen, liguster en veel stenen, komen weer bij de weg terug en zijn zo de hele ochtend bezig in een rommelig, heet land, tot we eindelijk definitief de snelweg over kunnen en langs een sloot met hoge populieren door het vlakke land aan de voet van de heuvels lopen. Weer een weg, een zijweg, en dan eindelijk een pad de heuvels in. Een onoverzichtelijk land, dichtbegroeid met lage, stekelige struiken en daartussen een wirwar van paadjes. Het is warm, maar we raken toch op ons gemak. Het is ook stil, zelfs geen vogels. Plotseling zien we de Rhône weer en de pijp van de kerncentrale. Aramon. Hôtel Les Platanes. Een niet zo geweldig boerenhotel. We zitten een uur in de tuin tussen een stuk of vijf spelende kinderen, die af en toe komen laten zien wie ze zijn. Daarna lopen we door het stadje. Een half ingestort kasteel met daaromheen vervallen, bochtige straatjes en een esplanade die door een hoge muur beschermd is tegen de Rhône. Veel zwerfkatten, veel Algerijnen. Het is een zachte, stille avond. We lopen langzaam en zijn tevreden.
Het eten is abominabel: boontjes die naar zeep smaken en een biefstuk die meer zeen dan bief bevat.251-2016>
• 4 april
• 5 april
MAANDAG 6 APRIL
We lopen naar de brug, door het centrum. Ik voel me nog slap, maar de verkoudheid lijkt over haar hoogtepunt heen. Het is zonnig, een vage zon. Voorjaar. We klimmen aan de andere kant van de Rhône een weg tussen villa's in, met in de tuinen cactussen en cipressen. De weg slingert wat, komt bij de autoweg, buigt weer af en bereikt Les Angles, een dicht op elkaar gedrukt hoopje Provençaalse huizen in de zon, met daarachter een karakterloos buitenwijkje en onmogelijk brede, bermloze, geasfalteerde straten. We steken de weg over, lopen door een kleine rimboe met steeneikjes, jeneverbessen, liguster en veel stenen, komen weer bij de weg terug en zijn zo de hele ochtend bezig in een rommelig, heet land, tot we eindelijk definitief de snelweg over kunnen en langs een sloot met hoge populieren door het vlakke land aan de voet van de heuvels lopen. Weer een weg, een zijweg, en dan eindelijk een pad de heuvels in. Een onoverzichtelijk land, dichtbegroeid met lage, stekelige struiken en daartussen een wirwar van paadjes. Het is warm, maar we raken toch op ons gemak. Het is ook stil, zelfs geen vogels. Plotseling zien we de Rhône weer en de pijp van de kerncentrale. Aramon. Hôtel Les Platanes. Een niet zo geweldig boerenhotel. We zitten een uur in de tuin tussen een stuk of vijf spelende kinderen, die af en toe komen laten zien wie ze zijn. Daarna lopen we door het stadje. Een half ingestort kasteel met daaromheen vervallen, bochtige straatjes en een esplanade die door een hoge muur beschermd is tegen de Rhône. Veel zwerfkatten, veel Algerijnen. Het is een zachte, stille avond. We lopen langzaam en zijn tevreden.
Het eten is abominabel: boontjes die naar zeep smaken en een biefstuk die meer zeen dan bief bevat.251-2016>
Deborah Bradley • 5 april 1968
• Deborah Bradley was Assistant Professor of Music Education, en publiceerde in 2005 dit dagboekfragment.
Friday, April 5, 1968
What an awful day! I don’t want to be here at all. Someone shot Martin Luther King, Jr. last night in Memphis. Everybody at school is crazy today. Some people are laughing and making jokes about him; some people are saying they are glad he is dead. I can’t stop crying. What makes anyone think that killing someone is a good way to solve a problem? Just when I thought maybe white and black people in this country were beginning to learn to get along with each other, someone kills Martin Luther King. Now what is going to happen? I bet whoever is responsible will try to convince us all that Rev. King was shot by one crazy person acting all alone. Maybe it’s possible. I wonder if I’ll ever find out who really killed John Kennedy? I probably could believe Lee Harvey Oswald did that all by himself except that I watched him executed on live TV. I remember my dad saying exactly that as we watched Oswald bleeding: “if he dies we’ll never know the truth.” He died.
I had a really hard time concentrating at school today. I wish my mom hadn’t made me go – she knew I was upset but she thought going to school would take my mind off Rev. King’s assassination. She doesn’t realize how rotten a place school can be sometimes. If it weren’t for chorus and my music theory class I would absolutely hate it. . . . .Oh well, only two more months until we graduate. . . . I guess I can stand it that much longer.226-2018>
Friday, April 5, 1968
What an awful day! I don’t want to be here at all. Someone shot Martin Luther King, Jr. last night in Memphis. Everybody at school is crazy today. Some people are laughing and making jokes about him; some people are saying they are glad he is dead. I can’t stop crying. What makes anyone think that killing someone is a good way to solve a problem? Just when I thought maybe white and black people in this country were beginning to learn to get along with each other, someone kills Martin Luther King. Now what is going to happen? I bet whoever is responsible will try to convince us all that Rev. King was shot by one crazy person acting all alone. Maybe it’s possible. I wonder if I’ll ever find out who really killed John Kennedy? I probably could believe Lee Harvey Oswald did that all by himself except that I watched him executed on live TV. I remember my dad saying exactly that as we watched Oswald bleeding: “if he dies we’ll never know the truth.” He died.
I had a really hard time concentrating at school today. I wish my mom hadn’t made me go – she knew I was upset but she thought going to school would take my mind off Rev. King’s assassination. She doesn’t realize how rotten a place school can be sometimes. If it weren’t for chorus and my music theory class I would absolutely hate it. . . . .Oh well, only two more months until we graduate. . . . I guess I can stand it that much longer.226-2018>
donderdag 3 april 2025
Jiddu Krishnamurti • 4 april 1975
• Jiddu Krishnamurti (1895-1986) was een Indiase spiritueel leraar. Op latere leeftijd publiceerde hij een boekje met dagboeknotities.
4 april 1975
[...] Als je het kontakt met de natuur verliest, verlies je het kontakt met de mensheid. Als er geen band is met de natuur word je een moordenaar; je vermoordt dan zeehondjes, walvissen, dolfijnen en mensen uit winstbejag, als 'sport', om voedsel of om kennis. De natuur wordt dan bang voor je, trekt haar schoonheid terug. Je kunt lange boswandelingen maken of op prachtige plaatsen kamperen, maar je bent een moordenaar en verliest daardoor hun vriendschap. Waarschijnlijk heb je nergens een relatie mee, niet met je vrouw of je man; je hebt het veel te druk met winst en verlies, met je eigen privé-gedachten, genoegen en pijn. Je leeft in je eigen duistere isolement en ontsnappen eraan leidt tot nog grotere duisternis. Je bent geïnteresseerd in overleven op korte termijn; achteloos, gemakzuchtig of gewelddadig. Duizenden sterven van de honger of worden afgeslacht door jouw gebrek aan verantwoordelijkheid. Je laat het besturen van de wereld over aan leugenachtige en corrupte politici, de intellectuelen, de experts. Omdat je niet integer bent, bouw je een maatschappij op die immoreel is, oneerlijk, een maatschappij gebaseerd op louter eigenbelang. En vervolgens ontvlucht je al deze dingen waarvoor jij alleen verantwoordelijk bent, naar stranden, naar bossen of je loopt met een geweer rond voor de 'sport'. Misschien weet je dit allemaal, maar weten brengt geen transformatie in je teweeg. Pas als je dit gevoel van totaliteit hebt, zal je in relatie staan met het universum.349-2019>
4 april 1975
[...] Als je het kontakt met de natuur verliest, verlies je het kontakt met de mensheid. Als er geen band is met de natuur word je een moordenaar; je vermoordt dan zeehondjes, walvissen, dolfijnen en mensen uit winstbejag, als 'sport', om voedsel of om kennis. De natuur wordt dan bang voor je, trekt haar schoonheid terug. Je kunt lange boswandelingen maken of op prachtige plaatsen kamperen, maar je bent een moordenaar en verliest daardoor hun vriendschap. Waarschijnlijk heb je nergens een relatie mee, niet met je vrouw of je man; je hebt het veel te druk met winst en verlies, met je eigen privé-gedachten, genoegen en pijn. Je leeft in je eigen duistere isolement en ontsnappen eraan leidt tot nog grotere duisternis. Je bent geïnteresseerd in overleven op korte termijn; achteloos, gemakzuchtig of gewelddadig. Duizenden sterven van de honger of worden afgeslacht door jouw gebrek aan verantwoordelijkheid. Je laat het besturen van de wereld over aan leugenachtige en corrupte politici, de intellectuelen, de experts. Omdat je niet integer bent, bouw je een maatschappij op die immoreel is, oneerlijk, een maatschappij gebaseerd op louter eigenbelang. En vervolgens ontvlucht je al deze dingen waarvoor jij alleen verantwoordelijk bent, naar stranden, naar bossen of je loopt met een geweer rond voor de 'sport'. Misschien weet je dit allemaal, maar weten brengt geen transformatie in je teweeg. Pas als je dit gevoel van totaliteit hebt, zal je in relatie staan met het universum.349-2019>
woensdag 2 april 2025
Johan Goerée d'Overflacquée • 3 april 1918
• Onder het pseudoniem Johan Goerée d'Overflacquée schreef Haagsche Post-eigenaar/hoofdredacteur S.F. van Oss (1868-1949) gedurende twee jaar een dagboek, waarin de dagelijkse beslommeringen van een "welgekleede hagenaar van goeden huize" worden afgewisseld met diens visie op de wereldgebeurtenissen.
Dinsdag 2 April
[...] Aldus ter Witte; waar iedereen met groot leedwezen gesproken over het plotselinge overlijden van Mr. De Beaufort; een staatsman van den ouden stempel, aristocraat in alles, gelijk er helaas niet velen in de Kamer overblijven. En de Kol. Bulders danig gescholden op Hindenburg, die volgens hem het geheele offensief verbroddeld door een verkeerd punt te kiezen voor den aanval ; en zeide verder er nooit een oorlog geweest met zooveel gemodder aan weerszijden.
Woensdag 3 April.
Brief van Amalia, 8 pag., waarover mijn vrouw een huilbui; maar het blijde nieuws dat Tante haar ƒ 1000 beloofde voor haar uitzet, alsook een antieke kast . En gisteren gezien hebbende dat mijn ponden slechts ƒ 10.08, na de koffie zeer ongerust naar Mr. Willemse van de bank; en zeide deze zij heden slechts ƒ 9.93, hetgeen hij een financieel phenomeen noemde. Maar kwam daar niet verder mede, en kost die grap mij reeds ƒ 450; en oordeelde Mr. W. dat de daling veroorzaakt door wantrouwen in de Geallieerden, vanwege den schepenroof; maar wist hij niet te adviseeren wat te doen, zoodat ik den knoop doorhakte, en den rommel verkocht . En was dit te meer bitter daar gouden tientjes thans te koop gevraagd boven de ƒ 14 per stuk; en gaat het zoo altijd, hetgeen men heeft zakt, en wat men niet heeft rijst. Verder in stad veel gedoe over den komenden nood; en begint ieder schande te spreken over de tienduizenden vreemdelingen die ons boeltje hier opeten, terwijl hun regeeringen ons niets zenden. Nu ook weer geen kolen meer uit Duitschland; maar vertelde neef Van Munnickhuysen mij in vertrouwen onderhandelingen daarover gaande, denkelijk spoedig met goed resultaat. 140-2017>
Dinsdag 2 April
[...] Aldus ter Witte; waar iedereen met groot leedwezen gesproken over het plotselinge overlijden van Mr. De Beaufort; een staatsman van den ouden stempel, aristocraat in alles, gelijk er helaas niet velen in de Kamer overblijven. En de Kol. Bulders danig gescholden op Hindenburg, die volgens hem het geheele offensief verbroddeld door een verkeerd punt te kiezen voor den aanval ; en zeide verder er nooit een oorlog geweest met zooveel gemodder aan weerszijden.
Woensdag 3 April.
Brief van Amalia, 8 pag., waarover mijn vrouw een huilbui; maar het blijde nieuws dat Tante haar ƒ 1000 beloofde voor haar uitzet, alsook een antieke kast . En gisteren gezien hebbende dat mijn ponden slechts ƒ 10.08, na de koffie zeer ongerust naar Mr. Willemse van de bank; en zeide deze zij heden slechts ƒ 9.93, hetgeen hij een financieel phenomeen noemde. Maar kwam daar niet verder mede, en kost die grap mij reeds ƒ 450; en oordeelde Mr. W. dat de daling veroorzaakt door wantrouwen in de Geallieerden, vanwege den schepenroof; maar wist hij niet te adviseeren wat te doen, zoodat ik den knoop doorhakte, en den rommel verkocht . En was dit te meer bitter daar gouden tientjes thans te koop gevraagd boven de ƒ 14 per stuk; en gaat het zoo altijd, hetgeen men heeft zakt, en wat men niet heeft rijst. Verder in stad veel gedoe over den komenden nood; en begint ieder schande te spreken over de tienduizenden vreemdelingen die ons boeltje hier opeten, terwijl hun regeeringen ons niets zenden. Nu ook weer geen kolen meer uit Duitschland; maar vertelde neef Van Munnickhuysen mij in vertrouwen onderhandelingen daarover gaande, denkelijk spoedig met goed resultaat. 140-2017>
dinsdag 1 april 2025
Albert Speer • 2 april 1952
• Albert Speer (1905-1981) was een Duits architect en tijdens de naziheerschappij over Duitsland (1933-1945) achtereenvolgens rijksbouwmeester en minister van bewapening. Na de oorlog werd hij veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf; hij hield in die periode een dagboek bij dat is gepubliceerd als Spandauer Tagebücher.
2. April 1952
Der amerikanische Direktor [van de gevangenis] hat mitgeteilt, daß er uns zum Korbflechten heranziehen will. Das ist in unseren Augen diskriminierend und mit dem Urteil von Nürnberg nicht zn vereinbaren. Wir sind nicht zu Zuchthaus oder Zwangsarbeit verurteilt.
Nach gemeinsamer Beratung sind wir uns alle darin einig, daß wir hartbleiben mussen. Ich erhalte den Auftrag, meinem Coburger Freund zu schreiben, er solle den Anwalt von Dönitz fragen, ob eine Weigerung Bestrafung rechtfertigen würde oder gar die Aussicht auf eine Amnestie beeintrachtigen könnte.
8. April 1952
Kranzbühlers Antwort traf heute ein: Wir sollten zwar keine Zwischenfälle provozieren, aber Strafen seien für eine eventuelle Amnestie bedeutungslos. Der Anwalt scheint sich über unsere Lage Illusionen zu machen, wenn er uns gleichzeitig mitteilt, es sei wesentlich, daß die Westdirektoren uns als Herren ansehen!
11. April 1952
Als wir heute vormittag aufgefordert wurden, in die Halle zu kommen, um das Korbflechten zu lernen, erklärten wir übereinstimmend, daß uns diese Arbeit ausdrücklich befohlen werden müsse. Aber unter den anwesenden Wartern fand sich niemand, der das Machtwort sprechen wollte. Darauf zogen wir uns wortlos in unsere Zellen zurück und ließen den mürrischen John Hawker mit seinen Weidenruten allein. Hawker war während der letzten Woche ausgerechnet im Irrenhaus Wittenau in die Kunst des Korbflechtens eingewiesen worden. Einige Stunden später teilte uns der amerikanische Direktor mit, daß wir keine Körbe flechten müßten. Der russische Direktor dagegen, der die ganze Idee ursprünglich abgelehnt hatte, änderte angesichts unseres Widerstands seine Meinung: jetzt setzte er alles daran, uns Körbe flechten zu lassen.<268-2016>
Vertaling door ChatGPT
2 april 1952
De Amerikaanse directeur [van de gevangenis] heeft laten weten dat hij ons wil inzetten voor het vlechten van manden. Dit beschouwen wij als discriminatie en het is niet in overeenstemming met het vonnis van Neurenberg. Wij zijn niet veroordeeld tot gevangenisstraf of dwangarbeid.
Na gezamenlijk overleg zijn we het er allemaal over eens dat we standvastig moeten blijven. Ik krijg de opdracht om mijn vriend uit Coburg te schrijven en hem te vragen of het weigeren van deze taak strafrechtelijke gevolgen zou kunnen hebben of zelfs de kans op een amnestie zou kunnen schaden.
8 april 1952
Het antwoord van Kranzbühler is vandaag binnengekomen: hoewel we geen incidenten moeten uitlokken, zouden straffen geen invloed hebben op een eventuele amnestie. De advocaat lijkt zich illusies over onze situatie te maken, aangezien hij ons tegelijkertijd meedeelt dat het essentieel is dat de Westelijke directeuren ons als heren beschouwen!
11 april 1952
Toen we vanochtend werden gevraagd om naar de hal te komen om het mandenvlechten te leren, gaven we gezamenlijk aan dat deze taak ons expliciet opgedragen moest worden. Maar onder de aanwezige bewakers was niemand die het gezag wilde uitspreken. Daarop trokken we ons zonder een woord terug naar onze cellen en lieten we de norse John Hawker met zijn wilgentakken alleen. Hawker was de afgelopen week toevallig naar de krankzinnigengesticht Wittenau gestuurd om de kunst van het mandenvlechten te leren. Enkele uren later liet de Amerikaanse directeur ons weten dat we geen manden hoefden te vlechten. De Russische directeur daarentegen, die het idee oorspronkelijk had afgewezen, veranderde zijn mening na onze weerstand: nu deed hij er alles aan om ons toch manden te laten vlechten.
2. April 1952
Der amerikanische Direktor [van de gevangenis] hat mitgeteilt, daß er uns zum Korbflechten heranziehen will. Das ist in unseren Augen diskriminierend und mit dem Urteil von Nürnberg nicht zn vereinbaren. Wir sind nicht zu Zuchthaus oder Zwangsarbeit verurteilt.
Nach gemeinsamer Beratung sind wir uns alle darin einig, daß wir hartbleiben mussen. Ich erhalte den Auftrag, meinem Coburger Freund zu schreiben, er solle den Anwalt von Dönitz fragen, ob eine Weigerung Bestrafung rechtfertigen würde oder gar die Aussicht auf eine Amnestie beeintrachtigen könnte.
8. April 1952
Kranzbühlers Antwort traf heute ein: Wir sollten zwar keine Zwischenfälle provozieren, aber Strafen seien für eine eventuelle Amnestie bedeutungslos. Der Anwalt scheint sich über unsere Lage Illusionen zu machen, wenn er uns gleichzeitig mitteilt, es sei wesentlich, daß die Westdirektoren uns als Herren ansehen!
11. April 1952
Als wir heute vormittag aufgefordert wurden, in die Halle zu kommen, um das Korbflechten zu lernen, erklärten wir übereinstimmend, daß uns diese Arbeit ausdrücklich befohlen werden müsse. Aber unter den anwesenden Wartern fand sich niemand, der das Machtwort sprechen wollte. Darauf zogen wir uns wortlos in unsere Zellen zurück und ließen den mürrischen John Hawker mit seinen Weidenruten allein. Hawker war während der letzten Woche ausgerechnet im Irrenhaus Wittenau in die Kunst des Korbflechtens eingewiesen worden. Einige Stunden später teilte uns der amerikanische Direktor mit, daß wir keine Körbe flechten müßten. Der russische Direktor dagegen, der die ganze Idee ursprünglich abgelehnt hatte, änderte angesichts unseres Widerstands seine Meinung: jetzt setzte er alles daran, uns Körbe flechten zu lassen.<268-2016>
Vertaling door ChatGPT
2 april 1952
De Amerikaanse directeur [van de gevangenis] heeft laten weten dat hij ons wil inzetten voor het vlechten van manden. Dit beschouwen wij als discriminatie en het is niet in overeenstemming met het vonnis van Neurenberg. Wij zijn niet veroordeeld tot gevangenisstraf of dwangarbeid.
Na gezamenlijk overleg zijn we het er allemaal over eens dat we standvastig moeten blijven. Ik krijg de opdracht om mijn vriend uit Coburg te schrijven en hem te vragen of het weigeren van deze taak strafrechtelijke gevolgen zou kunnen hebben of zelfs de kans op een amnestie zou kunnen schaden.
8 april 1952
Het antwoord van Kranzbühler is vandaag binnengekomen: hoewel we geen incidenten moeten uitlokken, zouden straffen geen invloed hebben op een eventuele amnestie. De advocaat lijkt zich illusies over onze situatie te maken, aangezien hij ons tegelijkertijd meedeelt dat het essentieel is dat de Westelijke directeuren ons als heren beschouwen!
11 april 1952
Toen we vanochtend werden gevraagd om naar de hal te komen om het mandenvlechten te leren, gaven we gezamenlijk aan dat deze taak ons expliciet opgedragen moest worden. Maar onder de aanwezige bewakers was niemand die het gezag wilde uitspreken. Daarop trokken we ons zonder een woord terug naar onze cellen en lieten we de norse John Hawker met zijn wilgentakken alleen. Hawker was de afgelopen week toevallig naar de krankzinnigengesticht Wittenau gestuurd om de kunst van het mandenvlechten te leren. Enkele uren later liet de Amerikaanse directeur ons weten dat we geen manden hoefden te vlechten. De Russische directeur daarentegen, die het idee oorspronkelijk had afgewezen, veranderde zijn mening na onze weerstand: nu deed hij er alles aan om ons toch manden te laten vlechten.
Abonneren op:
Posts (Atom)







