• Bert Voeten (1918-1992) was een Nederlandse schrijver en vertaler. Uit: Neem je bed op en wandel. Brieven aan Bert Bakker Senior (1994).
Amsterdam, zeer goede vrijdag 1961
Lieve vrienden,
Onze kinderen zijn geheel verpaast en dubbel geglaceerd en als kinderen zo blij na aankomst van jullie schitterend pakket. Véél te veel, véél te veel, maar niettemin uiterst fijn. Hun dank en de onze sluiten wij hierbij in, je ziet hem niet, maar je kunt hem gemakkelijk voelen, hij is nog warm. De pronkstukken (prima overgekomen, dank zij de beproefde emballage, systeem Daamen) staan op tafel in een kring van welgedane kuikens, waakzame hanen en nijvere hazen. We zullen vandaag op de grond moeten eten, want de opstelling mag niet beroerd worden. Het zij zo. In het oosten zit men al eeuwen op de grond, en men is er alleen maar wijzer van geworden.
Het heeft ons erg goed gedaan, Bert, je stemgeluid weer eens te horen. Al die tijd hadden de berichten ons bereikt via je dierbaren en je dienstbaren, en dat gaf ons toch een eigenaardige gewaarwording, alsof je eigenlijk afwezig was. Nu pas hebben we zekerheid. Niets is zo levend als een stem. De jouwe rees en daalde, zette uit en kromp in, ging sneller en trager, werd warm en werd koud, je kon er de thermometer bij houden (wat vermoedelijk die avond ook nog wel gebeurd zal zijn). Binnenkort zul je dus weer gewoon een Verticaal Wezen zijn, wat per slot onze door de evolutie geforceerde bestemming is (ik weet niet of het wel zo leuk is; ik herinner me dromen waarin ik mij met grote snelheid viervoetig verplaatste, een ongekende sensatie, een soort triomfloop van het atavisme; en onze rugkwalen zijn, volgens de kenners, ook voornamelijk te wijten aan het feit dat wij rechtopgaand zijn). Wij hopen weldra de gelegenheid te krijgen met het oog te beschouwen wat wij via het oor reeds vernamen: een van top tot teen uit activiteiten bestaande Bakker, een Bezige Bert. Tot zolang moge de Here Jezus Christus je bezinking behoeden.
Een allervrolijkst paasfeest, met eieren onder de beproefde gebreide warmertjes, mooi droog zout en glanzende radijzen. Veel liefs voor jullie beiden van Margje en de kinderen, en een ei vol vriendschap van jullie
Bert
P.S.
Die twee delen Nijhoff
op witte donderdag,
óók niet gewoon meer!
De witste donderdag sinds 1871.
Heb dank, vriend!
donderdag 6 april 2023
woensdag 5 april 2023
Ferdinand Gregorovius • 6 april 1856
• Ferdinand Gregorovius (1821-1891) was een Duitse schrijver en historicus, gespecialiseerd in de geschiedenis van Rome. Hij verbleef vaak in die stad; zijn dagboeken zijn gepubliceerd als Römische Tagebücher.
Rome, 6 april
Eergisteren droomde ik dat ik de koning van Napels, die te paard zat en hoog in de lucht vloog, aan een lijn vasthield, en hij trok zo hard dat ik hem niet in bedwang kon houden. Naderhand herinnerde ik me dat ik vele jaren geleden in Koningsbergen eens droomde, dat ik de Middellandse Zee aan een lijn in de lucht hield, en dat ik erg bang was dat de zee naar beneden zou vallen en het land zou overspoelen. Ik heb nog nooit zulke wonderbare dromen gehad. Op een avond zat ik in het theater: in plaats van de acteurs betraden de muren van Rome het toneel, waar ze een imposante dans uitvoerden. Aan het eind verscheen Iphigenia en stak een rede af waarvan ik de enige toeschouwer in het theater was.
Ik herinner me dat ik als jonge man eens een echt profetische droom had. Voor het eindexamen van het gymnasium van Gumbinnen droomde ik dat de leraar me de ode Justum ac tenacem propositi virum ter verklaring gaf. Meteen daarop bestudeerde ik de ode goed. Toen ik op dag van het examen met mijn klasgenoten de zaal betrad, vertelde ik hen waardoor ik wist wat mijn examenopgave zou zijn. Ze lachten me uit. Mijn leraar Petrany pakte Horatius en zei tegen mij: Slaat u de ode Justum ac tenacem propositi virum op. Mijn mede-examenkandidaten keken me stomverbaasd aan, en ik slaagde met glans.
Toen ik afgelopen zondag over de Via Appia liep, luidden alle klokken van Rome, vanwege het einde van de Krimoorlog, die zojuist per telegraaf verkondigd was.
Prinses Torlonia is gek geworden. Ze is een mooie vrouw uit het oude huis van Colonna. Toen een bankier haar hand won, zei hij: ze is een antiek standbeeld, en ik heb het gouden voetstuk om het op te zetten.
Multum esset scribendum, quod dimitto in Calamo: slotzin van een kroniekschrijver. ('Er valt nog veel te schrijven, dat ik [echter] in de pen laat'.)
Rom, 6. April
Vorgestern träumte mir, daß ich den König von Neapel zu Roß hoch am Himmel fliegend an einem Stricke festhielt, und er zog so stark, daß ich ihn nicht anhalten konnte. Ich erinnerte mich nachher, daß ich vor vielen Jahren in Königsberg träumte, ich hielte das mittelländische Meer an einem Strick in der Luft, wobei ich große Angst hatte, es möchte herunterfallen und das Land ersäufen. Ich habe niemals so wunderbare Träume gehabt. Eines Nachts sah ich mich im Theater: statt der Schauspieler traten die Stadtmauern Roms auf die Bühne, wo sie einen großartigen Tanz aufführten. Am Ende erschien Iphigenia und hielt eine Rede an mich, der ich der einzige Zuschauer im Theater war.
Ich erinnere mich, daß ich als junger Mensch einmal einen wirklich prophetischen Traum hatte. Vor dem Abiturientenexamen im Gymnasium zu Gumbinnen träumte mir, daß der Professor die Ode Justum ac tenacem propositi virum mir zu erklären gab. Ich übte sie sofort gut ein. Als ich nun am Tage der Prüfung mit meinen Mitschülern in den Saal ging, sagte ich ihnen, daß und wodurch ich wüßte, welches meine Aufgabe sein werde. Sie lachten mich aus. Der Professor Petrany griff nach dem Horaz und sagte zu mir: Schlagen Sie die Ode auf Justum ac tenacem propositi virum. Die Mitexaminanden sahen mich staunend an, und ich bestand sehr glänzend.
Am vorigen Sonntag, da ich auf der Via Appia ging, läuteten alle Glocken in Rom, und das war der Friede nach dem Krimkriege, welchen die Telegraphen eben verkündigt hatten.
Hier ist die Prinzessin Torlonia wahnsinnig geworden. Sie ist eine schöne Dame vom alten Haus Colonna. Als der Bankier ihre Hand gewann, sagte er: sie ist eine antike Statue, und ich habe das Postament von Gold, sie darauf zu stellen.
Multum esset scribendum, quod dimitto in calamo: Schlußphrase eines Chronisten.144-2017>
dinsdag 4 april 2023
Jan Cremer • 5 april 1972
• De Nederlandse schrijver Jan Cremer (1940) schreef in Jan Cremer's logboek ook een aantal reisverslagen.
Sarquaq, Groenland, april 1972.
Ik was bezig onze tent in orde te brengen (door een organisatorisch misverstand hebben we op deze expeditie een twee persoons tent bij ons, waar we met z'n zevenen plus alle bevriesbare bagage in moeten overnachten, voor de nacht die geen nacht wordt. Beneden in het dal zaten ze om het kampvuur allemaal verlekkerd te kijken naar de net geslachte zeehond terwijl de Eskimo's reeds hun deel rauw opaten.
Bob Foster was net een verstopte fles wodka op komen halen en besloot niet op mij te wachten. Moeizaam verdeelde ik de slaapzakken. Alles moest ik op mijn knieën en kruipend doen in de toch al wankele tent. Aan de buitenkant schopte iemand tegen het oranje kanvas. Kwaad stompte ik terug en riep 'Kijk gotdomme uit.' De andere persoon ging nu tegen de tent leunen aan de buitenkant. Ik greep mijn geweer en porde met de kolf in zijn richting. Ik hoorde gebrom en een ingehouden lach en weer zag ik een donkere schaduw tegen de tent leunen. Ik verdacht Foster ervan om met zijn dikke Australische reet tegen de tent te leunen. Ik kon het geintje niet zo erg appreciëren omdat als de tent instortte ik de hele rommel weer op moest zetten bij 50 graden onder nul. Bovendien had ik óók honger en wilde ook wel een stuk gekookte zeehond. Ik stond op zo goed en kwaad als het ging. In de lage tent moest ik mijn kin op mijn borst houden en gaf een vreselijke trap tegen het denkbeeldige zitvlak van mijn produktieleider. Weer hoorde ik alleen maar grinnikend gebrom. Razend en vloekend kroop ik achterstevoren uit de tent. Stond ziedend op en zag een reusachtige beer staan. Ik schrok me dood en op dat moment gingen alle 'survival-lessen' door mijn hoofd. De beer stond op vier poten half op de tent.
Ik was mijn geweer (voor de éérste keer) vergeten, dat lag nog in de tent. In het dal, ver weg, klonken de vrolijke stemmen van mijn reisgenoten. In mijn hoofd en hart bonkte het en ik weet niet wie er in die seconde méér schrok: de ijsbeer of ik. De beer en ik lieten tegelijkertijd een zachte angstkreet. Ik sprong achteruit en hij zette het gillend, jankend en balkend als een ezel op een lopen en draaide zich honderd meter verder nog even om. Toen zette hij het weer op een draf en verdween over de witte heuvelkam.
Sarquaq, Groenland, april 1972.
Ik was bezig onze tent in orde te brengen (door een organisatorisch misverstand hebben we op deze expeditie een twee persoons tent bij ons, waar we met z'n zevenen plus alle bevriesbare bagage in moeten overnachten, voor de nacht die geen nacht wordt. Beneden in het dal zaten ze om het kampvuur allemaal verlekkerd te kijken naar de net geslachte zeehond terwijl de Eskimo's reeds hun deel rauw opaten.
Bob Foster was net een verstopte fles wodka op komen halen en besloot niet op mij te wachten. Moeizaam verdeelde ik de slaapzakken. Alles moest ik op mijn knieën en kruipend doen in de toch al wankele tent. Aan de buitenkant schopte iemand tegen het oranje kanvas. Kwaad stompte ik terug en riep 'Kijk gotdomme uit.' De andere persoon ging nu tegen de tent leunen aan de buitenkant. Ik greep mijn geweer en porde met de kolf in zijn richting. Ik hoorde gebrom en een ingehouden lach en weer zag ik een donkere schaduw tegen de tent leunen. Ik verdacht Foster ervan om met zijn dikke Australische reet tegen de tent te leunen. Ik kon het geintje niet zo erg appreciëren omdat als de tent instortte ik de hele rommel weer op moest zetten bij 50 graden onder nul. Bovendien had ik óók honger en wilde ook wel een stuk gekookte zeehond. Ik stond op zo goed en kwaad als het ging. In de lage tent moest ik mijn kin op mijn borst houden en gaf een vreselijke trap tegen het denkbeeldige zitvlak van mijn produktieleider. Weer hoorde ik alleen maar grinnikend gebrom. Razend en vloekend kroop ik achterstevoren uit de tent. Stond ziedend op en zag een reusachtige beer staan. Ik schrok me dood en op dat moment gingen alle 'survival-lessen' door mijn hoofd. De beer stond op vier poten half op de tent.
Ik was mijn geweer (voor de éérste keer) vergeten, dat lag nog in de tent. In het dal, ver weg, klonken de vrolijke stemmen van mijn reisgenoten. In mijn hoofd en hart bonkte het en ik weet niet wie er in die seconde méér schrok: de ijsbeer of ik. De beer en ik lieten tegelijkertijd een zachte angstkreet. Ik sprong achteruit en hij zette het gillend, jankend en balkend als een ezel op een lopen en draaide zich honderd meter verder nog even om. Toen zette hij het weer op een draf en verdween over de witte heuvelkam.
maandag 3 april 2023
Hermann Lilienfeld • 4 april 1916
• Hermann Lilienfeld (1894-1981) was een Duitse arts en dirigent. Reinildis van Ditzhuijzen vond liefdesbrieven van hem, gericht aan Mimi Rainer, en volgde het spoor terug. Ze schreef er ook een boek over. Hieronder een van de brieven. Nederlandse vertaling door Deep-L onderaan.
Lieber Hansl,
Du weisst gar nicht, wie wehe Du mir tust, wann Du mir schreibst, ich hätte Dich vergessen! Und als ich Deinen letzten Brief erhielt, er kam gegen Abend, ich lag in hohem Fieber, ich bat die Schwester, die mich pflegte so energisch, sie müsse ihn mir vorlesen, und sie tat es — da konnte ich vor Aufregung es kaum im Bette aushalten. Ich habe mir vor 3 Wochen an einer Angina follicularis infiziert, zu der dann eine Diphterie hinzutrat. Durch 10 Tage fieberte ich sehr hoch (39—40 Grad). Ich dachte im Anfang schon an eine typhöse Erkrankung, aber als der weisse Belag im Halse (sehr infektiös!) erschien und ich eine Injektion des Heilserums erhielt, besserte sich mein Befinden. Das Fieber setzte kritisch aus — am Abend fieberte ich noch 39.7, am nächsten Morgen 36.3 — nur war ich jetzt riesig schwach. Infolge des plötzlichen Fieberabfalls war die Herztätigkeit ziemlich unregelmässig. Nach 3 Tagen trat wieder ein leichter Fieberanfall auf, der aber nur 1 Tag dauerte.
Seit 4 Tagen bin ich jetzt schon fieberfrei, der Belag ist verschwunden, ich fühle mich auch schon ziemlich isoliert gelegentlich. Die Oberin wurde mir vom Spitalkommandanten als Pflegerin bestimmt. Ich bin froh, dass es schon gut geht. In kurzer Zeit gedenke ich schon das Bett zu verlassen.
Gerade als ich wieder zu fiebern begann — ich bekam als Rezidive eines Abends wieder 38.8 — kam Dein letzter Brief. Ich war so aufgeregt weil ich schon wieder fieberte und da hörte ich: "Jetzt denke ich mir schon oft, ob Du meiner vielleicht schon überdrüssig geworden bist."
Die Sonne war gerade untergegangen, die Fenster glühten im Abendrot. In der weissen Stube dämmerte es bereits, mein Bursche hockte in einer Ecke, am Fenster stand die Schwester und las mir kopfschüttelnd Deinen Brief vor. Ich lag ziemlich benommen im Bette, die Schläfen hämmerten, ich stöhnte — durch das Fenster sah ich die ersten Sterne am hellen Firmamente blinken. Ich schloss die Augen und dachte: Mein Hansl schaut im Hütteldorfer Garten auch zu denselben Sternen empor!
Lieber guter treuer Hansl, gelt, Du schreibst nicht mehr so traurig? Es küsst Dich herzlichst Dein stets treuer Hermann.
(Reservespital Nr. 1, Lemberg, 4. April 1916)
Lieve Hansl,
Je weet niet hoeveel pijn je me doet als je schrijft dat ik je vergeten ben! En toen ik je laatste brief ontving, die kwam tegen de avond, lag ik met hoge koorts, ik vroeg de verpleegster die me zo voortvarend verzorgde om hem voor te lezen, en dat deed ze - ik kon nauwelijks in bed blijven liggen van de opwinding.
Drie weken geleden kreeg ik angina follicularis, waar toen difterie bij kwam. Tien dagen lang had ik zeer hoge koorts (39-40 graden). Eerst dacht ik dat ik tyfus had, maar toen het witte laagje in mijn keel verscheen (zeer besmettelijk!) en ik een injectie met het genezingsserum kreeg, verbeterde mijn toestand. De koorts brak kritisch - 's avonds had ik nog steeds 39,7 koorts, de volgende ochtend 36,3 - alleen was ik nu erg zwak. Als gevolg van de plotselinge daling van de koorts was mijn hartactiviteit nogal onregelmatig. Na 3 dagen was er weer een lichte koortsaanval, maar die duurde slechts 1 dag.
Ik ben nu al 4 dagen koortsvrij, de plaque is verdwenen, ook voel ik me af en toe behoorlijk geïsoleerd. De matrone is door de ziekenhuiscommandant aangesteld als mijn verpleegster. Ik ben blij dat het al goed gaat. Ik ben van plan om binnenkort het bed te verlaten.
Net toen ik me weer koortsig begon te voelen - ik kreeg op een avond 38,8 als herhaling - kwam je laatste brief. Ik was zo opgewonden omdat ik weer koortsig was en toen hoorde ik: "Nu denk ik vaak bij mezelf of je misschien al genoeg van me hebt".
De zon was net onder, de ramen gloeiden in het avondrood. Het was al ochtend in de witte kamer, mijn jongen zat gehurkt in een hoekje, de verpleegster stond voor het raam en las me hoofdschuddend je brief voor. Ik lag in bed in een roes, mijn slapen klopten, ik kreunde - door het raam zag ik de eerste sterren twinkelen aan het heldere firmament. Ik sloot mijn ogen en dacht: Mijn Hansl kijkt ook naar dezelfde sterren in de tuin van Hütteldorf!
Lieve goede trouwe Hansl, gelt, schrijf je niet meer zo droevig? Je altijd trouwe Hermann kust je van harte.
(Reserve Ziekenhuis nr. 1, Lemberg, 4 april 1916)
Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)
Lieber Hansl,
Du weisst gar nicht, wie wehe Du mir tust, wann Du mir schreibst, ich hätte Dich vergessen! Und als ich Deinen letzten Brief erhielt, er kam gegen Abend, ich lag in hohem Fieber, ich bat die Schwester, die mich pflegte so energisch, sie müsse ihn mir vorlesen, und sie tat es — da konnte ich vor Aufregung es kaum im Bette aushalten. Ich habe mir vor 3 Wochen an einer Angina follicularis infiziert, zu der dann eine Diphterie hinzutrat. Durch 10 Tage fieberte ich sehr hoch (39—40 Grad). Ich dachte im Anfang schon an eine typhöse Erkrankung, aber als der weisse Belag im Halse (sehr infektiös!) erschien und ich eine Injektion des Heilserums erhielt, besserte sich mein Befinden. Das Fieber setzte kritisch aus — am Abend fieberte ich noch 39.7, am nächsten Morgen 36.3 — nur war ich jetzt riesig schwach. Infolge des plötzlichen Fieberabfalls war die Herztätigkeit ziemlich unregelmässig. Nach 3 Tagen trat wieder ein leichter Fieberanfall auf, der aber nur 1 Tag dauerte.
Seit 4 Tagen bin ich jetzt schon fieberfrei, der Belag ist verschwunden, ich fühle mich auch schon ziemlich isoliert gelegentlich. Die Oberin wurde mir vom Spitalkommandanten als Pflegerin bestimmt. Ich bin froh, dass es schon gut geht. In kurzer Zeit gedenke ich schon das Bett zu verlassen.
Gerade als ich wieder zu fiebern begann — ich bekam als Rezidive eines Abends wieder 38.8 — kam Dein letzter Brief. Ich war so aufgeregt weil ich schon wieder fieberte und da hörte ich: "Jetzt denke ich mir schon oft, ob Du meiner vielleicht schon überdrüssig geworden bist."
Die Sonne war gerade untergegangen, die Fenster glühten im Abendrot. In der weissen Stube dämmerte es bereits, mein Bursche hockte in einer Ecke, am Fenster stand die Schwester und las mir kopfschüttelnd Deinen Brief vor. Ich lag ziemlich benommen im Bette, die Schläfen hämmerten, ich stöhnte — durch das Fenster sah ich die ersten Sterne am hellen Firmamente blinken. Ich schloss die Augen und dachte: Mein Hansl schaut im Hütteldorfer Garten auch zu denselben Sternen empor!
Lieber guter treuer Hansl, gelt, Du schreibst nicht mehr so traurig? Es küsst Dich herzlichst Dein stets treuer Hermann.
(Reservespital Nr. 1, Lemberg, 4. April 1916)
Lieve Hansl,
Je weet niet hoeveel pijn je me doet als je schrijft dat ik je vergeten ben! En toen ik je laatste brief ontving, die kwam tegen de avond, lag ik met hoge koorts, ik vroeg de verpleegster die me zo voortvarend verzorgde om hem voor te lezen, en dat deed ze - ik kon nauwelijks in bed blijven liggen van de opwinding.
Drie weken geleden kreeg ik angina follicularis, waar toen difterie bij kwam. Tien dagen lang had ik zeer hoge koorts (39-40 graden). Eerst dacht ik dat ik tyfus had, maar toen het witte laagje in mijn keel verscheen (zeer besmettelijk!) en ik een injectie met het genezingsserum kreeg, verbeterde mijn toestand. De koorts brak kritisch - 's avonds had ik nog steeds 39,7 koorts, de volgende ochtend 36,3 - alleen was ik nu erg zwak. Als gevolg van de plotselinge daling van de koorts was mijn hartactiviteit nogal onregelmatig. Na 3 dagen was er weer een lichte koortsaanval, maar die duurde slechts 1 dag.
Ik ben nu al 4 dagen koortsvrij, de plaque is verdwenen, ook voel ik me af en toe behoorlijk geïsoleerd. De matrone is door de ziekenhuiscommandant aangesteld als mijn verpleegster. Ik ben blij dat het al goed gaat. Ik ben van plan om binnenkort het bed te verlaten.
Net toen ik me weer koortsig begon te voelen - ik kreeg op een avond 38,8 als herhaling - kwam je laatste brief. Ik was zo opgewonden omdat ik weer koortsig was en toen hoorde ik: "Nu denk ik vaak bij mezelf of je misschien al genoeg van me hebt".
De zon was net onder, de ramen gloeiden in het avondrood. Het was al ochtend in de witte kamer, mijn jongen zat gehurkt in een hoekje, de verpleegster stond voor het raam en las me hoofdschuddend je brief voor. Ik lag in bed in een roes, mijn slapen klopten, ik kreunde - door het raam zag ik de eerste sterren twinkelen aan het heldere firmament. Ik sloot mijn ogen en dacht: Mijn Hansl kijkt ook naar dezelfde sterren in de tuin van Hütteldorf!
Lieve goede trouwe Hansl, gelt, schrijf je niet meer zo droevig? Je altijd trouwe Hermann kust je van harte.
(Reserve Ziekenhuis nr. 1, Lemberg, 4 april 1916)
Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)
zondag 2 april 2023
Margaretha Ferguson • 3 april 1979
• Margaretha Ferguson (1920-1992) was een Nederlandse 'Indische' schrijfster. Dagboeknotities van haar zijn gepubliceerd onder de titel Brief aan niemand.
• portret: Bep Rietveld
3 april 1979
Narcisme is eigenlijk een heel gecompliceerd fenomeen (terwijl ik dit schreef dacht ik hoe kan ik het hollandser uitdrukken? ingewikkeld verschijnsel? maar ingewikkeld is weer nèt iets anders dan gecompliceerd, gecompliceerd is verfijnder en beweeglijker, alsof de verschillende aspecten in zo'n verschijnsel op elkaar blijven inwerken terwijl ingewikkeld ook statisch kan zijn, misschien helemaal statisch is). Narcisme zoals ontstaat wanneer je geen hartstochtrelatie hebt, maar misschien ook als je wèl een hartstochtrelatie hebt, want volgens hedendaags fijn jezelf wezen meid moet je eerst van jezelf houden voor je van een ander kan houden. Dat is me toch wel te simplistisch. Wanneer iemand enige erotische aandacht voor me toont word ik zo in mijn narcisme gestreeld dat ik in staat kan raken tot erotische respons. Ben ik helemaal uit mezelf erotisch geïnteresseerd in een ander dan komt dat nooit tot enig gevoel omdat ik niet bereid ben tot ongelukkige liefdes.471-2019>
• portret: Bep Rietveld
3 april 1979
Narcisme is eigenlijk een heel gecompliceerd fenomeen (terwijl ik dit schreef dacht ik hoe kan ik het hollandser uitdrukken? ingewikkeld verschijnsel? maar ingewikkeld is weer nèt iets anders dan gecompliceerd, gecompliceerd is verfijnder en beweeglijker, alsof de verschillende aspecten in zo'n verschijnsel op elkaar blijven inwerken terwijl ingewikkeld ook statisch kan zijn, misschien helemaal statisch is). Narcisme zoals ontstaat wanneer je geen hartstochtrelatie hebt, maar misschien ook als je wèl een hartstochtrelatie hebt, want volgens hedendaags fijn jezelf wezen meid moet je eerst van jezelf houden voor je van een ander kan houden. Dat is me toch wel te simplistisch. Wanneer iemand enige erotische aandacht voor me toont word ik zo in mijn narcisme gestreeld dat ik in staat kan raken tot erotische respons. Ben ik helemaal uit mezelf erotisch geïnteresseerd in een ander dan komt dat nooit tot enig gevoel omdat ik niet bereid ben tot ongelukkige liefdes.471-2019>
Cor Sala • 2 april 1945
• Cornelis Johannes Sala was bakkersknecht in Naaldwijk. Zijn oorlogsdagboek is hier te lezen.
1 April. Paasfeest. 's Middags Aai Sluyter die van 24 Maart bij ons was, achter op de fiets
naar Maassluis gebracht. 't Was wel erg winderig. Met Aai wel een gezellige week gehad.
2 April. 2de paasdag van 's morgens 7 uur tot NM 2 uur in de bakkerij gewerkt. Hoewel het 's morgens stormde werd het 's middags nog heel goed weer. Daar Krijna en Adriaan niet erg goed zijn, gaat Jannie met de andere kinderen de Mariëndijk omwandelen. Daarna ga ik nog Ds. v. Arkel bezoeken die reeds lang ziek is.
2-3 en 4 April voor de weermacht moeten werken, doch alleen 4 April maar geweest.
Oorlogsnieuws. De oorlogsontwikkeling trekt sinds eenige weken ieders belangstelling. De geallieerde legers zijn enkele weken geleden in Duitsland over de Rijn getrokken en trekken nu Duitsland dieper binnen. Maar ook in ons land trekken de geallieerde legers op, verschillende steden vallen in geallieerde handen, zooals Dinxperlo, Doetinchem, Enschede, Hengelo. e.a.
2 April. Deze nacht is de zomertijd ingegaan, en nu moeten we van 8 uur NM tot 6 uur VM binnen zijn.
5 April. 's Middags # 12 uur komt heel onverwacht en ongedacht vader Sluyter, hij was met bode de Harder mee komen rijden en zal tot 10 Apr. bij ons blijven.
6 April. 12 jaar geleden getrouwd.
142-2014>
2 April. 2de paasdag van 's morgens 7 uur tot NM 2 uur in de bakkerij gewerkt. Hoewel het 's morgens stormde werd het 's middags nog heel goed weer. Daar Krijna en Adriaan niet erg goed zijn, gaat Jannie met de andere kinderen de Mariëndijk omwandelen. Daarna ga ik nog Ds. v. Arkel bezoeken die reeds lang ziek is.
2-3 en 4 April voor de weermacht moeten werken, doch alleen 4 April maar geweest.
Oorlogsnieuws. De oorlogsontwikkeling trekt sinds eenige weken ieders belangstelling. De geallieerde legers zijn enkele weken geleden in Duitsland over de Rijn getrokken en trekken nu Duitsland dieper binnen. Maar ook in ons land trekken de geallieerde legers op, verschillende steden vallen in geallieerde handen, zooals Dinxperlo, Doetinchem, Enschede, Hengelo. e.a.
2 April. Deze nacht is de zomertijd ingegaan, en nu moeten we van 8 uur NM tot 6 uur VM binnen zijn.
5 April. 's Middags # 12 uur komt heel onverwacht en ongedacht vader Sluyter, hij was met bode de Harder mee komen rijden en zal tot 10 Apr. bij ons blijven.
6 April. 12 jaar geleden getrouwd.
Hendrik Groen • 1 april 1995
• In het fictieve dagboek Zolang er leven is. Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar gaat het ook over 1 april-grappen.
Woensdag 1 april
'Ja hoor, mijn veter is los. Ik weet heus wel wat voor dag het is vandaag.' Twee minuten later viel meneer Dickhout over zijn veter. Zijn val werd gebroken door een plantenbak, maar hij hield toch nog een lelijke wond over aan zijn aanvaring met een sanseveria.
Deze plant heeft in ons huis alle plantenmodes van de laatste veertig jaar glansrijk doorstaan. Ze kunnen niet dood. Evert heeft bij wijze van experiment wel eens geprobeerd een sanseveria in een oranje pot uit de jaren zeventig dood te krijgen maar dat is hem niet gelukt. Hij heeft moordpogingen gedaan met koffie, ketjap en bockbier. Wel in onopvallende hoeveelheden, om geen gedonder te krijgen. De ketjap leek nog het meeste effect te sorteren, want een paar van die lange puntbladeren werden bruin, maar er bleven tegelijkertijd nieuwe scheuten opkomen. Uiteindelijk heeft Evert het opgegeven. De sanseveria was hem geen tijdelijke verwijdering uit het huis waard. Dat is de straf die ze hem eens hebben opgelegd toen hij met secondelijm een paar schoteltjes aan kopjes had gelijmd. Dat werd een enorme rommel toen bewoners die schoteltjes per se los wilden maken met de koffie er nog in. Mevrouw De Roos kwam erbij en zag een tubetje lijm uit Everts zak steken. Ontkennen had, zelfs voor Evert, geen zin. Hij kreeg een week een gebiedsverbod en zat noodgedwongen zeven dagen lang binnen in zijn aanleunwoning. Ik ben natuurlijk wel een paar keer bij hem op bezoek gegaan. Hij moest zelf ook bekennen dat de grap een beetje mislukt was. 'Dat van die brandwonden was natuurlijk niet de bedoeling,' gaf hij toe.
'Maar wel enigszins te verwachten,' hing ik de schoolmeester uit die altijd in mij woont. Ik ben niet voor niets vijfendertig jaar hoofd van een lagere school geweest.
Woensdag 1 april
'Ja hoor, mijn veter is los. Ik weet heus wel wat voor dag het is vandaag.' Twee minuten later viel meneer Dickhout over zijn veter. Zijn val werd gebroken door een plantenbak, maar hij hield toch nog een lelijke wond over aan zijn aanvaring met een sanseveria.
Deze plant heeft in ons huis alle plantenmodes van de laatste veertig jaar glansrijk doorstaan. Ze kunnen niet dood. Evert heeft bij wijze van experiment wel eens geprobeerd een sanseveria in een oranje pot uit de jaren zeventig dood te krijgen maar dat is hem niet gelukt. Hij heeft moordpogingen gedaan met koffie, ketjap en bockbier. Wel in onopvallende hoeveelheden, om geen gedonder te krijgen. De ketjap leek nog het meeste effect te sorteren, want een paar van die lange puntbladeren werden bruin, maar er bleven tegelijkertijd nieuwe scheuten opkomen. Uiteindelijk heeft Evert het opgegeven. De sanseveria was hem geen tijdelijke verwijdering uit het huis waard. Dat is de straf die ze hem eens hebben opgelegd toen hij met secondelijm een paar schoteltjes aan kopjes had gelijmd. Dat werd een enorme rommel toen bewoners die schoteltjes per se los wilden maken met de koffie er nog in. Mevrouw De Roos kwam erbij en zag een tubetje lijm uit Everts zak steken. Ontkennen had, zelfs voor Evert, geen zin. Hij kreeg een week een gebiedsverbod en zat noodgedwongen zeven dagen lang binnen in zijn aanleunwoning. Ik ben natuurlijk wel een paar keer bij hem op bezoek gegaan. Hij moest zelf ook bekennen dat de grap een beetje mislukt was. 'Dat van die brandwonden was natuurlijk niet de bedoeling,' gaf hij toe.
'Maar wel enigszins te verwachten,' hing ik de schoolmeester uit die altijd in mij woont. Ik ben niet voor niets vijfendertig jaar hoofd van een lagere school geweest.
Abonneren op:
Posts (Atom)







