dinsdag 17 juni 2014

Paul Klee -- 18 juni 1902

• Paul Klee (1879-1940) was een Zwitserse kunstenaar. Tussen 1898 en 1918 hield hij een dagboek bij.

18.6.1902. Wieder in Bern. Ich sprach über Lily und über die Einladung mit meiner Mutter. Man ist bei mir zu Hause gegen nichts, was man nicht kennt. Und gerade deshalb wird Lily [de pianiste Lily Stumpf, met wie Klee in 1906 in het huwelijk zou treden] noch einmal eingeladen. Mit dem Vater sprach ich nicht direkt, er wird schon unterrichtet sein.

Feen sind immer ältlich und etwas streng. Denn sonst müßte in irgendeinem Märchen es doch vorkommen, daß bei den üblichen drie Wünschen der Knabe sich einmal die Fee gewünscht hätte.
Hanslick, Vom musikalischen Schönen, sehr gescheit und nur Theorie. Feuerbach, Ein Vermächtnis.

maandag 16 juni 2014

Theodor Koch-Grünberg -- 17 juni 1899

• Theodor Koch-Grünberg was een Duitse antropoloog en ontdekkingsreiziger. Van 1898-1900 nam hij deel aan een expeditie over de Rio Xingu in Brazilië. Daarbij ging het niet altijd van een leien dakje.

Sonnabend, 17. Juni 1899.
Nachts sehr kalt: Min. 6,9. Wilhelm und Adriano in 2 Kanus voraus, urn Joaquim einzuholen und uns dann zu erwarten.- Walter, Jorge und A. über Land.- Die Kanus liegen weit auseinander.- Juan sagte, Dr. Meyer sei schon voraus und so fuhren wir ab; zunächst gute Strecke nach N und NO. Aber der Fluß hat sich geändert.- Eingeengt in seine Ufer strömt er in einzelnen starken Schnellen (Corredeiros) reißend dahin.- Überwinden gut einige davon, wenn auch viel Wasser in unser flaches Boot schlägt.- Werden dann plötzlich in eine furchtbare Schnelle hineingerissen.- Die hochgehenden Wogen überschäumen von allen Seiten unser Kanu; wir sinken rasch! Kaum vermögen wir uns aus den tosenden Wirbeln und der starken Brandung, die uns unwiderstehlich gegen die scharfen Sandsteinfelsen unter Wasser treibt, ans Ufer zu retten.- Juan fängt sein kl. Kleiderbündel.- Sonst ist alles, alles verloren.- 2 Koffer (1 mit Salz und den fertigen schönen Platten vom Fall u.s.w.), fot. Kiste 5, mein Kleidersack mit meiner gesamten Ausrüstung, schöne Flinte, Revolver und Facão, Hut, Stuhl u.s.w. und was mir besonders leid thut, meine schöne Ledertasche mit meinem genau geführten (seit 6. Mai) Tagebuch.- Beinahe wäre ich in dem schweren Drellanzug und Schuhen - ich hatte sie unglücklicherweise gerade heute angelassen -, die mich unter Wasser zogen, ertrunkce.- Nackt und blos stehe ich da, wie einst Rob. Crusoe am Ufer seiner Insel.- Ich habe alles, alles verloren.-Der gr. fot. Apparat mit Stativ, das Stativ des Theodoliten ist auch weggeschwommen.-

[einige Zeilen radiert. Nicht mehr lesbar. M.K.]

Doch da kommen die Übrigen schon angefahrcn.- Ich kann und will die Stimmung allerseits nicht mehr weiter schildern.- Die Eindrücke waren zu furchtbar!- Trotz angestrengten Tauchens finden wir nichts!- Die furchtbare Strömung hat schon alles mit fortgerissen; man kommt gar nicht bis auf den Grund und muß beim Tauchen befürchten, an den zackigen Felsen zu zerschellen.- Elias und Chico, die den Sachen nachgefahren, um noch einiges zu retten, bringen mir meinen Mantelsack (Badetuch, gr. schwarzes fot. Zelttuch) und das fot. Stativ.- Rechts Kamp.- Gehe mit Isidor über Land durch das dicht verschlungene Serradão-Gestrüpp, um unterhalb der nun folgenden Cach. zu den Übrigcn zu stoßen, wo wir Pouso machen wollen.- 3/4 St. anstrengender Marsch.- Man kommt nur meist kriechend weiter. Dann durch Meyer's Rufen und Signale zurückgerufen.- Sie haben die fot. Kiste 5 mit den Entwicklungsinstrumenten zufällig im Vorbeifahren im Wasser liegen sehen und glücklich gehoben. Gott sei Dank! Nun kann ich wenigstens die Films entwickeln.- Meyer hofft auch mit dem kl. Apparat 9:12 einigermaßen brauchbare Bilder zu erzielen, die sich später zu Zeichnungen verwenden lassen, wenn auch die Schleussner Momentplatten fast nichts mehr taugen.- Pouso rechts im Kamp.- Trostlose Stimmung!- Ich habe zu viel verloren!- Noch spät trifft auch Alfons ein, der ebenfalls allein über Land vorausgegangen war.- Suppe und etwas Corned Beef.-Ach leider, zu wenig zum Leben und zum Sterben zu viel.-

zondag 15 juni 2014

O.C.A. van Lidth de Jeude -- 16 juni 1940

• Otto van Lidth de Jeude (1881-1952) was een Nederlandse waterbouwkundige en politicus. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in Londen. Hij was voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis en vanaf 1942 minister van Oorlog. Over de periode 1940-1945 hield hij een dagboek bij.

16 Juni 1940
Alweer Zondag. Opbeurende boodschap van President Roosevelt aan Minister Reynaud: Hang on. we are redoubling our efforts for you! Zeer loffelijk maar... 48 uren!
Naar de Nederlandsche kerk in Austin Friars onder gehoor van Ds. van Dorp. Zeer goede preek over "het geloof aan gerechtigheid" waarbij aan Jeanne d'Arc herinnerd wordt. HM. [Hare Majesteit] met klein gevolg aanwezig. Daarna lunch met Jhr. van Asch van Wijck in Oddenino-brasserie. Hij is zeer bevriend met Jhr. de Geer, die ook naar zijne meening, volkomen 'déplacé' is in deze omgeving.
Een heel lange regenachtige Zondag-namiddag. Mijn tijdverdrijf is beurtelings een patience te leggen (the foolish delight) en een 'murder-story' te lezen.

17 Juni 1940
Het Fransche kabinet afgetreden. Het kabinet-Pétain met Weygand als vice- premier opgetreden. Frankrijk heeft opgegeven den strijd, die de slag van Frankrijk wordt genoemd. De situatie is verward, een wapenstilstand zal gesloten worden.
14 Mei Nederland, 28 Mei België, 17 Juni Frankrijk! De gebeurtenissen in Frankrijk releveeren al weer onze houding. Wij zijn in oorlog gebleven, al is ons land bezet; de Fransche regeering heeft zich met huid en haar overgegeven. Deze houding wordt hier zwaar bekritiseerd en men vraagt zich af, wat met de Fransche marine gaat gebeuren? Ware het Fransche kabinet naar hier gekomen en had zij de marine ter beschikking van de Engelsche gesteld, dan had zij, evenals wij 'made the best of a rotten situation'. Nu is een hoogst onverkwikkelijke situatie ontstaan, die vérstrekkende gevolgen kan hebben. Arm Frankrijk!
Morgen redevoering Churchill. De Nederlandsche regeering heeft haar standpunt nog niet bepaald, doch naar mijne meening is er maar één koers mogelijk, één met de Engelsche regeering. [...]

May Sarton -- 15 juni 1973

• May Sarton (1912-1995) was een Amerikaanse schrijfster. Een van haar bekendste werken is Journal of a solitude.

15 juni
De witte pioen staat in bloei. Hoe heeft ze de tonnen sneeuw die de sneeuwploeg erover heeft uitgestort overleefd, om me nu dat ene immense wonder van een bloem te presenteren? Ik ga aldoor naar buiten om ernaar te kijken, omdat ik bezig ben een gedicht te herzien dat de witte pioen als beeld gebruikt. Uiteraard is het probleem met herzien dat het koud gedaan kan worden, met verminderde kritische intensiteit. Inspiratie is een kritische blik op zijn scherpst. Vanmorgen voelde ik me bijna wanhopig. De moeilijkheid is om die combinatie weer te geven van dat stevige en toch ook weer vloeiende, wanneer licht en schaduw op de blaadjes spelen. Dat geeft altijd een heel duidelijke tekening, absoluut niet flou, maar het effect is wel vloeiend, nooit strak zoals bij de lis.
Ik vind het afschuwelijk om naar Maine te gaan en de tuin achter te laten gedurende de prachtigste week van het jaar als de lissen en pioenen bloeien, maar ik zit de laatste dagen wel op het randje van uitputting. Het is erg als je in een staat raakt waarin zelfs vreugde teveel kost, waarin eigenlijk alleen donker en slaap welkom zijn. Vanmorgen ben ik tot na negen uur op bed gebleven en heb zowaar tien uur geslapen. (Ik had de vuilnisemmers binnengezet, en behalve wat trammelant tussen de wasbeer en een kat was het een rustige nacht voor een keer.) Hoe kom je tot rust? Ik probeer het door me niet te haasten, door de spanning niet op te laten lopen. Eén stap tegelijk. Het is net omhoogklimmen uit een diepe put.

John Adams -- 14 juni 1773

• John Adams (1735-1826) was een Amerikaanse staatsman en de tweede president van de VS. Hij hield gedurende een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

1771. Fryday June 14th.

A fine Morning.

donderdag 12 juni 2014

Simon Vinkenoog -- 12 juni 1986

• Simon Vinkenoog (1928-2009) was dichter en schrijver. Het boek Stadsnatuur bevat zijn dagboek over het eerste halfjaar van 1986.

12 juni 1986   John Anthony West, terug van een reis als gids naar de pyramiden en omstreken in Egypte, babbelt wat af, met Dries en mij. Een panorama van onderwerpen, van Schwaller de Lubicz tot Gurdjieff. Ik munt het woord bestand-gehelen, en uiteraard zet je die in de totali-tijd. Mijn boek Hoogseizoen dateert uit 1961 - en zo'n tijd was het ook: elke gestalte, nog geen naam gegeven door media, massaal of niet, een boven alle andere aangelegenheden uittorenende rol te vervullen. Mij wordt gevraagd: 'Hoe zou je de tijd nu definiëren?'
Geestelijke terreinverkenningen, prenatale mobilisaties. Neoneoplatonisme, terug tot de ideeën in een andere dimensie. De eerste generatie, herinner ik mij Tito zeggen, die mondiaal besef heeft. The global village. Een kostelijk boek wordt me getoond Science made stupid, door Tom Weller. Het wordt tijd dat elke valse leer, die zich alleenzaligmakend en oppermachtig acht, van het voetstuk wordt gestoten. En wie was toch die G.S. die ooit in de Reader's Digest onder het hoofdje 'Opmerkelijke opmerkingen' schreef: 'Een voetstuk geeft je net zo weinig bewegingvrijheid als welke andere kleine ruimte ook?'
Gurdjieff noemt het communisme een massa-psychose; dat is uiteraard elke abstracte theorie, idealistisch of materialistisch, die zich te ver van de alledaagse dynamiek verwijdert. Je aan denkbeelden, geloofs-systemen vasthaken, lijkt me ongezond - lastig trouwens om niet te vermijden als je je in woorden uit. Wat ik los wil gooien, soldeert de lezer misschien weer vast. Benadrukkend de eenheid, dat altijd.
Met Aatje en Christi mee naar Noud en Angela, onderweg naar drukker Van Spijk om 1150 handtekeningen te zetten op de laatste pagina's van wat zijn grafisch oeuvre-catalogus gaat worden. Helmond; een tuin als een park, met huizenhoge rododendronstruiken en een vijver in de vorm van een zwaan, twee houten bruggetjes zonder leuning over de zwanehals. Klein eilandje in de kop is oog. We bespreken de jargons en hun overeenkomstige coderingen: die van fotografen, astrologen en schakers. Het gewenste effect, het speciale effect, special effects, het beoogde doel. Weer rijst de vraag: hoe ziet de tijdgeest eruit? Als je hem tegenkomt, doe hem in elk geval de groeten.
In de drukkerij de vanouds bekende sfeer, kleinschalig, papier en inkt. Zetwerk nog op de linotype. Al die woorden komen weer langs die dit werk zo ambachtelijk maken, nauw verweven met de geest van waaruit dit alles geschreven. Teken, schrift, druk, boek, plaat, beeld, wit, volume, maat, corps - van welke markten ben je thuis? Hoe groot is je betrokkenheid? Zoemend in de Rover een gedicht, dat begint met de woorden: 'Stel je voor: het is feest. . .' en uiteraard gaat het over 'kijken.' Of ik wat eerder op de Dam wilde zijn, voor de Soweto-herdenking, georganiseerd door fnv en anc; ik zegde mijn zegje. Gedichten met kinderbloed geschreven, onschuldige slachtoffers, gillen en janken dichter bij de afschuwelijkheid. Ik enumereer een leven lang strijd.

dinsdag 10 juni 2014

S.A. Buddingh -- 11 juni 1857

• S.A. Buddingh (1811-1869)-- Dagboek mijner overland-mail-reis van Batavia naar Nederland, via Triëst, in 1857.

Op den 11den Junij 1857 begaf ik mij met mijne vrouw aan boord van de stoomboot Koningin der Nederlanden, kapitein Prins, naar Singapore, ten einde van laatstgemelde plaats met de steamers der Peninsular en Oriental Company naar Alexandrië en verder met de steamers der Oostenrijksche Lloyds naar Triëst te vertrekken, en van hier de reis naar Nederland voort te zetten. Ik had te Batavia onze passage-gelden tot Triëst toe betaald ten kantore van de Agenten der gemelde stoomboot-maatschappijen, ten bedrage van ƒ 3050 Ned. Ct. De heer A. Fraser, lid der firma Maclaine, Watson en Co. d.i. van het bedoelde Agentschap, gaf mij op mijn verzoek een' vriendelijken aanbevelingsbrief mede aan den heer H. T. Marshall, Agent der P. en O. Company te Singapore, terwijl een mijner vrienden te Batavia, de heer Zorn, lid van het huis E. Moorman en Co., mij zoodanige brieven medegaf voor zijne vrienden en handels-correspondenten te Singapore, Ceylon, Alexandrië en Triëst. — Een paar dagen te voren had ik eenig Engelsch geld (Sovereigns) in plaats van mijn Nederlandsch-Indisch geld ingewisseld, naar de reden van f 12—25 of ƒ 12—30 per Sovereign.
In den vroegen morgen dan van den 11den Junij ging ik, gelijk gezegd is, aan boord van de Koningin der Nederlanden. De heer de Bruin Kops, luitenant ter zee der 1ste klasse, havenmeester te Batavia, had de goedheid mij zijne sloep af te staan om het stoomschip te bereiken; doch, aan de plaats der inscheping gekomen, had de heer jhr. Ridder de Stuers de vriendelijkheid om ons passage te verleenen aan boord van het hem toebehoorend stoomschip Tjitarum, en ons, in gezelschap van twee onzer medereizigers naar Nederland, naar de Koningin over te voeren. Zoowel aan hem, als aan de bovengenoemde heeren Zorn, Fraser en de Bruin Kops wordt in deze regelen onze innige dank openlijk toegebragt.

Ten 8 uur werd het anker der Koningin geligt, en liepen we weldra de reede van Batavia met hare vele schepen uit het gezigt, en stoomden met eene vaart van 7 mijlen langs de eilanden Noordwachter, Zuidwachter en de Buizend-eilanden. Ons reisgezelschap bestond uit de familiën van der Hucht en Ker, en de heeren dr. G. Voigt, laatstelijk Chef der geneeskundige dienst in N. Indië, J. A. Ruhle, en dr. L. K. Meijer, officier van gezondheid der 2de klasse, benevens eenige Hollandsche, Fransche en Amerikaansche schipbreukelingen. Onder deze laatsten waren 2 scheepsgezagvoerders.