• De Nederlandse wetenschapper Paul Groot (1977) is hoogleraar sterrenkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor 'De jonge akademie' hield hij twee weken een dagboek bij.
Maandag
Het plan was om vandaag naar Nijmegen te gaan om op de Afdeling Sterrenkunde te werken. Omdat ik in Amsterdam woon, betekent dat om zeven uur opstaan, om acht uur de rechtstreekste trein naar Nijmegen pakken, kwart over acht laptop open en werken. Aankomst Nijmegen om kwart voor tien en dan rond een uur of zes weer de reis naar huis aanvangen. Rond acht uur thuis, eten koken (elke dag vers!), filmpje of serie kijken, en rond half elf gaat het licht dan wel weer uit.
Maar het leven verloopt nooit zoals je hoopt. Donderdag is de moeder van mijn beste vriendin overleden, en vandaag is de begrafenis. Rond 10 uur dus naar Alkmaar voor de uitvaartdienst en de begrafenis, op de begraafplaats achter de kerk waar ook mijn eigen vader begraven ligt. We grappen nog dat ze, net als in het echte leven, ook nu weer buren zijn, met een paadje er tussen.
De begrafenis duurt langer dan gedacht, dus 's middags pas laat weer thuis, en alleen tijd om de Masters thesis van één van mijn studenten te corrigeren. Thuis op de scanner leggen en via de Dropbox naar haar toegestuurd. Moderne technieken zijn soms heel handig.
Zelfs als professionele astronomen kunnen we blijven genieten van science fiction, dus voor maandagavond samen met vriend en collega Simon Portegies Zwart (hoogleraar in Leiden) afgesproken om naar de nieuwe Star Trek film te gaan. Relaxed in 3D IMAX, en niet al te veel ergeren aan de onwaarschijnlijkheden of fysische onmogelijkheden. Ik heb lang geleden van mijn vrienden geleerd dat ik niet bij elke science-fiction film de hele tijd moet roepen 'Dat kan helemaal niet', want dan hou ik geen vrienden meer over...
maandag 9 juni 2014
Etty Hillesum -- 9 juni 1942
• Etty Hillesum (1914–1943), geboren in een Nederlands-joodse familie, kreeg bekendheid door de publicatie van haar dagboek, 38 jaar nadat zij in Auschwitz werd vermoord.
9 juni, dinsdagavond half 11. Vanochtend aan het ontbijt min of meer uitvoerige berichten over de toestand in de Jodenbuurt. 8 Mensen in een kleine kamer met alle geriefelijkheden van dien. Nog niet te overzien en te bevatten alles en nauwelijks voor te stellen dat dit enige straten verder zich allemaal afspeelt en dat dit alles je eigen voorland is. En vanavond, op dat stukje wandeling van zijn vegetarische Zwitser tot aan zijn steeds wilder groeiende geranium, vroeg ik hem plotseling: Zeg me toch eens, wat moet ik met de schuldgevoelens beginnen die me bevangen wanneer ik hoor dat mensen met z'n achten in een nauwe ruimte moeten leven, terwijl ik die ene grote zonnige kamer voor mij alleen heb? Hij keek me toen beslist een beetje duivels van terzijde aan en zei: Twee dingen zijn mogelijk: óf je moet die kamer verlaten (en hij keek me zo ironisch-onderzoekend aan, met een uitdrukking van: ik zie je al gaan) óf je moet eens nagaan wat er eigenlijk achter die schuldgevoelens schuilt. Misschien een gevoel dat je vindt dat je niet genoeg werkt? En toen werd het me opeens duidelijk en ik zei:Ja, zie je, ik vertoef in mijn werk steeds in de hoogste sferen van de geest en wanneer ik over zulke wantoestanden hoor, vraag ik me waarschijnlijk onbewust, en nu trouwens zeer bewust af: zou ik deze manier van werken met dezelfde overtuiging en overgave kunnen voortzetten wanneer ik met 8 hongerige mensen in een smerige kamer woonde? Want dit geestelijke werken, dit intensieve innerlijke leven heeft voor mijn gevoel alleen waarde wanneer het onder alle uiterlijke omstandigheden kan worden voortgezet; en al kan men het dan niet praktisch en met de daad voortzetten, dan toch innerlijk in de voorstelling. Anders is alles wat ik nu doe alleen maar 'Schöngeisterei'. En misschien werkt dit dan even verlammend (vroeger kon zoiets me voor weken verlammen in m'n werk, maar toen geloofde ik waarschijnlijk nog niet in de noodzakelijkheid van dat werk) de angst of ik ook onder zulke omstandigheden nog dezelfde zou zijn. De onzekerheid of ik wel die proef zou kunnen doorstaan. De houdbaarheid van dit Zijn zal ik nog moeten bewijzen, ik zal toch altijd zó moeten leven als ik nu doe, voor sociale werkster of politieke omwentelaarster deug ik niet, dat kan ik nu wel voorgoed uit m'n hoofd zetten, al zouden je schuldgevoelens je ertoe kunnen brengen toch die paden te gaan.
Dit zei ik natuurlijk niet allemaal tegen hem op dat kleine stukje wandeling. Ik zei alleen: Misschien is het de angst dat ik de proef niet zal kunnen doorstaan. En hij, heel ernstig en zeer gefaszt': Die proef zal voor ons allen nog komen. En toen kocht hij 5 kleine rozeknoppen en stopte ze in m'n handen en zei: Sie erwarten nie etwas von der Auszenwelt und darum empfangen Sie immer etwas.
9 juni, dinsdagavond half 11. Vanochtend aan het ontbijt min of meer uitvoerige berichten over de toestand in de Jodenbuurt. 8 Mensen in een kleine kamer met alle geriefelijkheden van dien. Nog niet te overzien en te bevatten alles en nauwelijks voor te stellen dat dit enige straten verder zich allemaal afspeelt en dat dit alles je eigen voorland is. En vanavond, op dat stukje wandeling van zijn vegetarische Zwitser tot aan zijn steeds wilder groeiende geranium, vroeg ik hem plotseling: Zeg me toch eens, wat moet ik met de schuldgevoelens beginnen die me bevangen wanneer ik hoor dat mensen met z'n achten in een nauwe ruimte moeten leven, terwijl ik die ene grote zonnige kamer voor mij alleen heb? Hij keek me toen beslist een beetje duivels van terzijde aan en zei: Twee dingen zijn mogelijk: óf je moet die kamer verlaten (en hij keek me zo ironisch-onderzoekend aan, met een uitdrukking van: ik zie je al gaan) óf je moet eens nagaan wat er eigenlijk achter die schuldgevoelens schuilt. Misschien een gevoel dat je vindt dat je niet genoeg werkt? En toen werd het me opeens duidelijk en ik zei:Ja, zie je, ik vertoef in mijn werk steeds in de hoogste sferen van de geest en wanneer ik over zulke wantoestanden hoor, vraag ik me waarschijnlijk onbewust, en nu trouwens zeer bewust af: zou ik deze manier van werken met dezelfde overtuiging en overgave kunnen voortzetten wanneer ik met 8 hongerige mensen in een smerige kamer woonde? Want dit geestelijke werken, dit intensieve innerlijke leven heeft voor mijn gevoel alleen waarde wanneer het onder alle uiterlijke omstandigheden kan worden voortgezet; en al kan men het dan niet praktisch en met de daad voortzetten, dan toch innerlijk in de voorstelling. Anders is alles wat ik nu doe alleen maar 'Schöngeisterei'. En misschien werkt dit dan even verlammend (vroeger kon zoiets me voor weken verlammen in m'n werk, maar toen geloofde ik waarschijnlijk nog niet in de noodzakelijkheid van dat werk) de angst of ik ook onder zulke omstandigheden nog dezelfde zou zijn. De onzekerheid of ik wel die proef zou kunnen doorstaan. De houdbaarheid van dit Zijn zal ik nog moeten bewijzen, ik zal toch altijd zó moeten leven als ik nu doe, voor sociale werkster of politieke omwentelaarster deug ik niet, dat kan ik nu wel voorgoed uit m'n hoofd zetten, al zouden je schuldgevoelens je ertoe kunnen brengen toch die paden te gaan.
Dit zei ik natuurlijk niet allemaal tegen hem op dat kleine stukje wandeling. Ik zei alleen: Misschien is het de angst dat ik de proef niet zal kunnen doorstaan. En hij, heel ernstig en zeer gefaszt': Die proef zal voor ons allen nog komen. En toen kocht hij 5 kleine rozeknoppen en stopte ze in m'n handen en zei: Sie erwarten nie etwas von der Auszenwelt und darum empfangen Sie immer etwas.
William C. Skinner -- 8 juni 1888
• William Cobbett Skinner (1857-1947) was een Amerikaanse zijdefabrikant. In 1888 hield hij een dagboek bij.
June 8, 1888, Friday
Beautiful day - Arrived in Chicago on time 9:50 A.M. Chicago time and sent my satchel to the Hotel Richelieu and went myself to the store where I find everybody & eveything. O.K. – Arthur Warren is here in this city at the Palmer and I think I shall leave the Richelieu and go to the Palmer - the Richelieu is with a European plan $3.00 per day for room – it is a very swell hotel overlooking the lake – Took a bath at the Palmer House .50 cts. very good as I am awful dirty as the ride here has been very dusty.
June 9, 1888, Saturday
Beautiful day but very warm – Recd. letter from Father saying everything was going on splendidly at the house – Store closed early it being Saturday so Luce [Austern] & I went around to see the city – I am very much surprised at the growth of Chicago & the beautiful buildings that have been and are being put up in this respect I think Chicago is ahead of N.Y. City.
June 8, 1888, Friday
Beautiful day - Arrived in Chicago on time 9:50 A.M. Chicago time and sent my satchel to the Hotel Richelieu and went myself to the store where I find everybody & eveything. O.K. – Arthur Warren is here in this city at the Palmer and I think I shall leave the Richelieu and go to the Palmer - the Richelieu is with a European plan $3.00 per day for room – it is a very swell hotel overlooking the lake – Took a bath at the Palmer House .50 cts. very good as I am awful dirty as the ride here has been very dusty.
June 9, 1888, Saturday
Beautiful day but very warm – Recd. letter from Father saying everything was going on splendidly at the house – Store closed early it being Saturday so Luce [Austern] & I went around to see the city – I am very much surprised at the growth of Chicago & the beautiful buildings that have been and are being put up in this respect I think Chicago is ahead of N.Y. City.
zondag 8 juni 2014
Honoré Blijdenstijn -- 7 juni 1941
• Op vrijdag 10 mei 1940 begon de 57-jarige directeur van de Rijkskweekschool in Amersfoort, Honoré Blijdenstijn, in een eenvoudig schriftje, dagelijks te noteren wat hem bezighield. Vijf jaar en 23 schriftjes later hield hij daar mee op.
7 juni 1941 (zaterdag)
Roos is verontwaardigd. Zij is bij den groenteboer Ten Hoeve in den winkel geweest, uit op asperges. Allemaal rommel en nog heel duur ook. De vrouw van Ten Hoeve klaagde haar nood: haar man sjouwde maar af en aan naar Utrecht, naar veiling en grossiers. Maar nergens iets behoorlijks te krijgen. Alle kistjes met prima groenten zijn met een kruis gemerkt en worden gereserveerd voor Duitsland. Er blijft geen goed goed in Holland.
’t Is natuurlijk mogelijk, dat de Duitsers prijzen betalen, die ’t Hollandse publiek niet geven kan. Men denkt echter, dat ’t eenvoudig willekeur is en dat maakt de mensen nijdig. Laten wij ons echter herinneren, dat voor den oorlog onze groenten voor een groot deel onverkoopbaar waren (druiven, tomaten) en voor een appel en een ei weggingen terwijl de tuinders met regeringssteun in ’t leven werden gehouden. Dat was ook een ongezonde toestand, en daarbij een hellend vlak naar een staatsbankroet.
Wij zullen geduld moeten hebben. Als Frankrijk en België weer kunnen leveren zal alles wel weer normaler worden. Nu echter is ’t zo of zij gelijk gaan krijgen, die steeds beweerden (als b.v. Zeeman): Nederland wordt een slavenland in dienst van Duitsland. Ik denk: ’t is schijn; de werkelijkheid zal gunstiger blijken.
De oude Heer Mulder, gecommitteerde, die samen met Den Hartog bij ons ’s avonds op de thee kwam, vertelde een vermakelijk verhaal over een geslaagde smokkeltruc: Een boer had clandestien geslacht en vervoerde een flink kwantum vlees in een kist op een kar naar Deventer; vlak bij de rivier zag hij een contrôle-post. Hij maakte rechtsomkeert en ging naar een boerderij in de buurt, waarvan de boer een kennis van hem was. Hij laadde ’t vlees uit de kist en vroeg een poosje den heemhond te leen. Hij stopte hem in de kist en reed weer richting - Deventer. Hij werd aangehouden; maakte bezwaar de kist te openen. De politie deed ’t zelf. De hond er uit en was bliksemsnel verdwenen in de richting van zijn huis. De boer „lei” ’t geval „uit”. Hij had den hond, die verkocht was, voor zijn vriend meegenomen om hem af te leveren. Nu kon hij hem achternarijden! De politie zat met ’t geval. De boer reed terug, haalde zijn vlees op en reed triomfantelijk met den zegen der politie door den controle-post heen. Se non e vero .... !
Er wordt overal enorm gesmokkeld en naarmate de waren schaarser worden, stijgen de prijzen op de „zwarte markt”.
Roos heeft Toos V. gesproken; die vertelde, dat een familielid van haar, een ingenieur, met zijn auto naar Berlijn was gereden. Hij had er weinig te eten gekregen, maar had overal ongehinderd kunnen rondrijden. Ofschoon hevig Duits–hater moest hij de waarheid zeggen: hij had, ondanks nasporingen, maar weinig van verwoestingen kunnen merken. Het fooienstelsel en de steekpenningen, vroeger door Hitler met groot succes bedwongen, tiert in Duitsland weer welig.
De vrijheid der Joden wordt steeds meer beperkt. Gisteren werd ’t verbod bekend maakt van baden in openbare badplaatsen, vertoeven aan ’t strand en wandelen in publieke wandelplaatsen. Nettie Coppens heeft haar zwemclubje vaarwel moeten zeggen. ’t Is hard voor de mensen d.w.z.: ’t gevoel paria te zijn.
Dezelfde Duitsers zijn weer in ’t huis naast ons verschenen.
De MULO-onderwijzer in Rotterdam die wegens illegale actie (Geuzenvendel) is doodgeschoten, liet een vrouw in blijde verwachting en enige jonge kinderen na. De vrouw werd 10 dagen na de bevalling door de Gestapo in arrest genomen. Daar de moeder onwaardig gekeurd werd na eventuele vrijlating haar kinderen op te voeden, zijn deze bij NSB-families ter opvoeding ondergebracht. (Kruith)
De Chr. Kweekschool te Sneek (directeur Wijtzes) is gesloten, omdat enige leerlingen der school de Wehrmacht hadden uitgejouwd. Dit feit had plaats buiten bereik der school. Directeur en leraren zijn op vrije voeten gebleven (Gilhuis).
Vanmiddag nadat de gecommitteerden afscheid genomen hadden werd ik door Kruithof toegesproken en gefeliciteerd bij gelegenheid van mijn 40-jarige ambtsvervulling. Het was eenvoudig en plechtig tevens. Hij doorliep mijn loopbaan in grote trekken met enkele humoristische bijzonderheden en prees mijn werk voor de Kweekschool in Amersfoort. ’t Doet goed dat te horen - en - ’t was oprecht en warm. Ik kreeg als herinnering Knuttel ’s geschiedenis der Nederlandse schilderkunst, waaraan allen, Willemsen incluis, hadden bijgedragen. Een mooi cadeau geschonken met oprechte gevoelens.
Na afloop zijn wij naar de Witte gegaan en hebben er samen, ook Willemsen nog een half uurtje gezellig aan een grote ronde tafel gezeten. Ds Gerritsen was ook van de partij. De vrouwen hebben ’t eten lang warm moeten houden.
7 juni 1941 (zaterdag)
Roos is verontwaardigd. Zij is bij den groenteboer Ten Hoeve in den winkel geweest, uit op asperges. Allemaal rommel en nog heel duur ook. De vrouw van Ten Hoeve klaagde haar nood: haar man sjouwde maar af en aan naar Utrecht, naar veiling en grossiers. Maar nergens iets behoorlijks te krijgen. Alle kistjes met prima groenten zijn met een kruis gemerkt en worden gereserveerd voor Duitsland. Er blijft geen goed goed in Holland.
’t Is natuurlijk mogelijk, dat de Duitsers prijzen betalen, die ’t Hollandse publiek niet geven kan. Men denkt echter, dat ’t eenvoudig willekeur is en dat maakt de mensen nijdig. Laten wij ons echter herinneren, dat voor den oorlog onze groenten voor een groot deel onverkoopbaar waren (druiven, tomaten) en voor een appel en een ei weggingen terwijl de tuinders met regeringssteun in ’t leven werden gehouden. Dat was ook een ongezonde toestand, en daarbij een hellend vlak naar een staatsbankroet.
Wij zullen geduld moeten hebben. Als Frankrijk en België weer kunnen leveren zal alles wel weer normaler worden. Nu echter is ’t zo of zij gelijk gaan krijgen, die steeds beweerden (als b.v. Zeeman): Nederland wordt een slavenland in dienst van Duitsland. Ik denk: ’t is schijn; de werkelijkheid zal gunstiger blijken.
De oude Heer Mulder, gecommitteerde, die samen met Den Hartog bij ons ’s avonds op de thee kwam, vertelde een vermakelijk verhaal over een geslaagde smokkeltruc: Een boer had clandestien geslacht en vervoerde een flink kwantum vlees in een kist op een kar naar Deventer; vlak bij de rivier zag hij een contrôle-post. Hij maakte rechtsomkeert en ging naar een boerderij in de buurt, waarvan de boer een kennis van hem was. Hij laadde ’t vlees uit de kist en vroeg een poosje den heemhond te leen. Hij stopte hem in de kist en reed weer richting - Deventer. Hij werd aangehouden; maakte bezwaar de kist te openen. De politie deed ’t zelf. De hond er uit en was bliksemsnel verdwenen in de richting van zijn huis. De boer „lei” ’t geval „uit”. Hij had den hond, die verkocht was, voor zijn vriend meegenomen om hem af te leveren. Nu kon hij hem achternarijden! De politie zat met ’t geval. De boer reed terug, haalde zijn vlees op en reed triomfantelijk met den zegen der politie door den controle-post heen. Se non e vero .... !
Er wordt overal enorm gesmokkeld en naarmate de waren schaarser worden, stijgen de prijzen op de „zwarte markt”.
Roos heeft Toos V. gesproken; die vertelde, dat een familielid van haar, een ingenieur, met zijn auto naar Berlijn was gereden. Hij had er weinig te eten gekregen, maar had overal ongehinderd kunnen rondrijden. Ofschoon hevig Duits–hater moest hij de waarheid zeggen: hij had, ondanks nasporingen, maar weinig van verwoestingen kunnen merken. Het fooienstelsel en de steekpenningen, vroeger door Hitler met groot succes bedwongen, tiert in Duitsland weer welig.
De vrijheid der Joden wordt steeds meer beperkt. Gisteren werd ’t verbod bekend maakt van baden in openbare badplaatsen, vertoeven aan ’t strand en wandelen in publieke wandelplaatsen. Nettie Coppens heeft haar zwemclubje vaarwel moeten zeggen. ’t Is hard voor de mensen d.w.z.: ’t gevoel paria te zijn.
Dezelfde Duitsers zijn weer in ’t huis naast ons verschenen.
De MULO-onderwijzer in Rotterdam die wegens illegale actie (Geuzenvendel) is doodgeschoten, liet een vrouw in blijde verwachting en enige jonge kinderen na. De vrouw werd 10 dagen na de bevalling door de Gestapo in arrest genomen. Daar de moeder onwaardig gekeurd werd na eventuele vrijlating haar kinderen op te voeden, zijn deze bij NSB-families ter opvoeding ondergebracht. (Kruith)
De Chr. Kweekschool te Sneek (directeur Wijtzes) is gesloten, omdat enige leerlingen der school de Wehrmacht hadden uitgejouwd. Dit feit had plaats buiten bereik der school. Directeur en leraren zijn op vrije voeten gebleven (Gilhuis).
Vanmiddag nadat de gecommitteerden afscheid genomen hadden werd ik door Kruithof toegesproken en gefeliciteerd bij gelegenheid van mijn 40-jarige ambtsvervulling. Het was eenvoudig en plechtig tevens. Hij doorliep mijn loopbaan in grote trekken met enkele humoristische bijzonderheden en prees mijn werk voor de Kweekschool in Amersfoort. ’t Doet goed dat te horen - en - ’t was oprecht en warm. Ik kreeg als herinnering Knuttel ’s geschiedenis der Nederlandse schilderkunst, waaraan allen, Willemsen incluis, hadden bijgedragen. Een mooi cadeau geschonken met oprechte gevoelens.
Na afloop zijn wij naar de Witte gegaan en hebben er samen, ook Willemsen nog een half uurtje gezellig aan een grote ronde tafel gezeten. Ds Gerritsen was ook van de partij. De vrouwen hebben ’t eten lang warm moeten houden.
donderdag 5 juni 2014
Willem Oltmans -- 6 juni 1962
• Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de dbnl. De papieren versie wordt uitgegeven on der de titel Memoires.
Amsterdam - 6 juni 1962
Ik dineerde deze avond met Lunshof in Die Port van Cleve. Ik wilde hem over zijn suggesties van justitiële maatregelen tegen Rijkens en Van Konijnenburg spreken. Ik vond dit geschrijf volmaakt belachelijk. Ik begrijp wel dat Luns hem hiertoe in zijn rage tegen de Rijkens- en Bilderberg-groepen had opgestookt. Ik had mijzelf in feite geheel van de groep gedistantieerd na het her-verschijnen ten tonele van Werner Verrips. Mijn laatste vlucht naar Nederland in groep-Rijkens-verband en door de groep betaald, was de reis op verzoek van Zain en Yamin gemaakt, om Van Konijnenburg te waarschuwen, dat Verrips geen acceptabele tussen-figuur was voor de Indonesische diplomatie. Medio 1962 had ik al vele maanden geen noemenswaardig contact meer met Van Konijnenburg, laat staan dat wij elkaar wederzijds van ontwikkelingen op de hoogte hielden. Als gezegd, de Nieuw-Guinea-affaire interesseerde mij niet meer nu onderhandelingen op gang waren gekomen.
Lunshof: ‘Ik eis nu het aftreden van Van Konijnenburg als klm-directeur. Wij geven als Nederlanders immers 86 miljoen gulden per jaar aan de klm?’ Ik vroeg hem of hij wist dat Konijn nog onlangs 5 miljoen gulden van Indonesië voor de klm had losgekregen. ‘Die hadden wij ook zelf nog wel kunnen betalen,’ aldus de hoofdredacteur van Elseviers. Ook in zijn anti-Konijnenburg-actie herkende ik de instigator van het leed, Luns. Het zou de heren dan ook lukken Van Konijnenburg bij de klm weg te pesten.
Waarom had Lunshof via de omweg van een Bilderberg-conferentie zo'n zware aanval op de prins gelanceerd? Hij antwoordde: ‘Kijk, Oltmans, zijn voorganger prins Hendrik, die hield van een pretje, die dronk, zo hoort het!’ Lunshof vervolgde: ‘Ik heb de prins eigenlijk gespaard. Je kan zo'n man toch niet aanvallen op een manier, dat hij alleen nog de tuin van Het Loo kan wie'den (op zijn Drents).’ Er kwamen nog meer Lunsiaanse meningen boven: ‘Van Roijen moet verdwijnen! Die man heeft Indië immers weggegeven met zijn mooie Van Roijen-Roem-overeenkomst.’ Ook was Lunshof van mening dat president Sukarno in Indonesië snel moest opkrassen. Generaal Nasution diende hem te vervangen. ‘Met Sukarno kunnen wij immers nooit tot zaken komen.’ Lunshof zwamde Ujeng Suwargana ook nog na.
Amsterdam - 6 juni 1962
Ik dineerde deze avond met Lunshof in Die Port van Cleve. Ik wilde hem over zijn suggesties van justitiële maatregelen tegen Rijkens en Van Konijnenburg spreken. Ik vond dit geschrijf volmaakt belachelijk. Ik begrijp wel dat Luns hem hiertoe in zijn rage tegen de Rijkens- en Bilderberg-groepen had opgestookt. Ik had mijzelf in feite geheel van de groep gedistantieerd na het her-verschijnen ten tonele van Werner Verrips. Mijn laatste vlucht naar Nederland in groep-Rijkens-verband en door de groep betaald, was de reis op verzoek van Zain en Yamin gemaakt, om Van Konijnenburg te waarschuwen, dat Verrips geen acceptabele tussen-figuur was voor de Indonesische diplomatie. Medio 1962 had ik al vele maanden geen noemenswaardig contact meer met Van Konijnenburg, laat staan dat wij elkaar wederzijds van ontwikkelingen op de hoogte hielden. Als gezegd, de Nieuw-Guinea-affaire interesseerde mij niet meer nu onderhandelingen op gang waren gekomen.
Lunshof: ‘Ik eis nu het aftreden van Van Konijnenburg als klm-directeur. Wij geven als Nederlanders immers 86 miljoen gulden per jaar aan de klm?’ Ik vroeg hem of hij wist dat Konijn nog onlangs 5 miljoen gulden van Indonesië voor de klm had losgekregen. ‘Die hadden wij ook zelf nog wel kunnen betalen,’ aldus de hoofdredacteur van Elseviers. Ook in zijn anti-Konijnenburg-actie herkende ik de instigator van het leed, Luns. Het zou de heren dan ook lukken Van Konijnenburg bij de klm weg te pesten.
Waarom had Lunshof via de omweg van een Bilderberg-conferentie zo'n zware aanval op de prins gelanceerd? Hij antwoordde: ‘Kijk, Oltmans, zijn voorganger prins Hendrik, die hield van een pretje, die dronk, zo hoort het!’ Lunshof vervolgde: ‘Ik heb de prins eigenlijk gespaard. Je kan zo'n man toch niet aanvallen op een manier, dat hij alleen nog de tuin van Het Loo kan wie'den (op zijn Drents).’ Er kwamen nog meer Lunsiaanse meningen boven: ‘Van Roijen moet verdwijnen! Die man heeft Indië immers weggegeven met zijn mooie Van Roijen-Roem-overeenkomst.’ Ook was Lunshof van mening dat president Sukarno in Indonesië snel moest opkrassen. Generaal Nasution diende hem te vervangen. ‘Met Sukarno kunnen wij immers nooit tot zaken komen.’ Lunshof zwamde Ujeng Suwargana ook nog na.
woensdag 4 juni 2014
Henri Pirenne -- 5 juni 1916
• Henri Pirenne (1862-1935) was een Belgisch historicus en hoogleraar. In de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.
Lundi 5 juin
Vent et poussière amortissable.
Donné mon drap de lit a laver et une paire de bottines a raccommoder, No 53.
Acheté une cafetière 0.99 Pf.
10 1/2 seconde leçon d'histoire économique.
Ecrit à Muller et reçu une carte de lui.
On nous distribue des cartes postales chargées d'annoncer à oeux dont on reçoit du pain qu'ils cessent désormais les envois individuels. II n'y aura plus que des envois collectifs. On dit qu'on distribuera du pain ainsi arrivé à lout le monde. J'adresse ma carte à l'Internationales Liebeswerk de Maastricht.
Travaillé.
Mon lit se compose d'une palliasse reposant sur le filet de Van Stratum, d'un drap de lit, d'une house a carreaux bleus ei blancs contenant deux minces couvertures, plus de ma couverture de voyage. J'ai fait laver aujourd'hui l'unique drap de lit. La pluie a empêché qu'il fut sec ce soir. Eugène a retiré les deux couvertures dc la housse, et je m'y suis glissé à leur place pour passer la nuit. Les leçons ont commencé aujourd'hui au quartier beige.
Echecs le soir au café. Je gagne 1 partie et en perds 1.
2 cartes de Muller. Il fait allusion à une lettre que je n'ai pas reçue (Je l'ai reçue le 8).
Lundi 5 juin
Vent et poussière amortissable.
Donné mon drap de lit a laver et une paire de bottines a raccommoder, No 53.
Acheté une cafetière 0.99 Pf.
10 1/2 seconde leçon d'histoire économique.
Ecrit à Muller et reçu une carte de lui.
On nous distribue des cartes postales chargées d'annoncer à oeux dont on reçoit du pain qu'ils cessent désormais les envois individuels. II n'y aura plus que des envois collectifs. On dit qu'on distribuera du pain ainsi arrivé à lout le monde. J'adresse ma carte à l'Internationales Liebeswerk de Maastricht.
Travaillé.
Mon lit se compose d'une palliasse reposant sur le filet de Van Stratum, d'un drap de lit, d'une house a carreaux bleus ei blancs contenant deux minces couvertures, plus de ma couverture de voyage. J'ai fait laver aujourd'hui l'unique drap de lit. La pluie a empêché qu'il fut sec ce soir. Eugène a retiré les deux couvertures dc la housse, et je m'y suis glissé à leur place pour passer la nuit. Les leçons ont commencé aujourd'hui au quartier beige.
Echecs le soir au café. Je gagne 1 partie et en perds 1.
2 cartes de Muller. Il fait allusion à une lettre que je n'ai pas reçue (Je l'ai reçue le 8).
maandag 2 juni 2014
Gladys Cooper -- 3 juni 1966
• Gladys Bolon Cooper (1899-1989) was een Amerikaanse huisvrouw. Ze hield zo'n 50 jaar een dagboek bij.
TUESDAY. MAY 31.1966 A day we won't forget. A call at 6.30 thar Ralph had died about three o'clock. We had thoght he was improving from his coronary two weeks ago. Had to call all the children. Canceled my trip to New Orleans. We took Jennie to Cumberland - home at two. Then Charles went down to get our tickets and I went to beauty parlor. Had to call Frieda to tell her what flight we would be on. Had to take first class reservations that cost us more.
WEDNESDAY, JUNE 1,1966 Up at quarter 'till five. Left for airport at six. We left car at airport. Had a nice flight to Chicago - a two hour wait there. Another good flight on to Phoenix. Flo and Tom [Nelson; Flo was a cousin of Gladys' from Cumberland originally, but had lived in Phoenix for many years] met us and took us out to ranch. Hard to realise Ralph is gone. Some of their friends here in evening. Tired. Had to turn our watches back two hours.
THURSDAY. JUNE 2, 1966 We took rolls and coffee over and had breakfast with Mother [Stewartl. Margie [Ralph's daughter) loaned us her car and we went to Flo and Tom's. They took us to see silver that had been recovered trom U.S.S. Arizona, and on a long drive, then to a Swedish Restaurant for lunch. We all went in about five to see Ralph and had dinner after we came home. [Charles told me once that it seemed very strange to see his identical twin brother in his coffin - almost like seeing himself there]
FRIDAY, JUNE 3, 1966 A very sad day- Ralph's funeral. It was a beautiful service, over 100 floral pieces. Some of men from Ralph's board [Ralph, a rancher all his life, also served on the board of a local bank later in life] came for lunch - thirty here for lunch - all Ralph's family. In the evening we walked over to Joe's. [Joe and Carol, and Mother Stewart both had their own houses on the ranch. Joe was Ralph's older son], Frieda showed some pictures of their trip.
TUESDAY. MAY 31.1966 A day we won't forget. A call at 6.30 thar Ralph had died about three o'clock. We had thoght he was improving from his coronary two weeks ago. Had to call all the children. Canceled my trip to New Orleans. We took Jennie to Cumberland - home at two. Then Charles went down to get our tickets and I went to beauty parlor. Had to call Frieda to tell her what flight we would be on. Had to take first class reservations that cost us more.
WEDNESDAY, JUNE 1,1966 Up at quarter 'till five. Left for airport at six. We left car at airport. Had a nice flight to Chicago - a two hour wait there. Another good flight on to Phoenix. Flo and Tom [Nelson; Flo was a cousin of Gladys' from Cumberland originally, but had lived in Phoenix for many years] met us and took us out to ranch. Hard to realise Ralph is gone. Some of their friends here in evening. Tired. Had to turn our watches back two hours.
THURSDAY. JUNE 2, 1966 We took rolls and coffee over and had breakfast with Mother [Stewartl. Margie [Ralph's daughter) loaned us her car and we went to Flo and Tom's. They took us to see silver that had been recovered trom U.S.S. Arizona, and on a long drive, then to a Swedish Restaurant for lunch. We all went in about five to see Ralph and had dinner after we came home. [Charles told me once that it seemed very strange to see his identical twin brother in his coffin - almost like seeing himself there]
FRIDAY, JUNE 3, 1966 A very sad day- Ralph's funeral. It was a beautiful service, over 100 floral pieces. Some of men from Ralph's board [Ralph, a rancher all his life, also served on the board of a local bank later in life] came for lunch - thirty here for lunch - all Ralph's family. In the evening we walked over to Joe's. [Joe and Carol, and Mother Stewart both had their own houses on the ranch. Joe was Ralph's older son], Frieda showed some pictures of their trip.
Abonneren op:
Posts (Atom)






