woensdag 25 april 2012

Salvador Dali -- 25 april 1920

Zondag 25 april
Het is een zomerse dag, bloedheet, ik ben loom, want dat is een van de gevolgen van de hitte. Ik breng de ochtend met 'de meisjes' door, kletsend over heel mooie dingen...
Ik slenter over de Rambla, ga zitten, er komt een schoenpoetsertje naar me toe, een jochie van zo'n tien jaar, vuil en op blote voeten, hij vraagt of ik mijn schoenen wil laten poetsen: 'Ziet u? Ik werk nu.' Op een dag dat hij bij me kwam bedelen zei ik tegen hem dat hij moest gaan werken!
Hij poetst mijn schoenen, ik betaal hem en hij kijkt me aan met van dankbaarheid schitterende ogen. Iedereen lacht hem uit en hij zwalkt droevig rond, als een hond, met zijn kist op zijn schouder, hopend dat iemand medelijden met hem krijgt en zijn schoenen laat poetsen.
's Middags wil ik naar het theater gaan, maar Reigs moeder nodigt me uit en ik moet mee naar Vilabertran. Ik heb een vreselijke middag. Ik verveel me, ben gedeprimeerd en de uren kruipen voorbij. Reig zet de fonograaf aan! De meisjes dansen en willen dat ik ook dans. Maar ik wil niet, ben ongedurig. Wat een manier om je middag te verdoen, het is vreselijk! Daarbij is het onverdraaglijk heet en ik krijg zin om te huilen. Ik denk aan de meisjes en wacht op het moment dat ik 'm kan smeren naar de Rambla om met mooie Estela te praten. Maar het wordt donker en we blijven maar plakken. Ik word ongeduldig. Het is al half acht. Goed, niets aan te doen. Ik zal haar zelfs niet zien. Al mijn hoop vervliegt en diep in mijn hart voel ik een bittere ontgoocheling. Eindelijk gaan we dan. Ik neem een paar rozen mee. De maan glanst in een transparante, zuivere hemel. Je hoort het lied van de kikkers. En twee tranen biggelen over mijn wangen. Ik ben weemoedig. Ik ben erg droef gestemd. Met Reig heb ik het erover hoe ontzettend we ons verveeld hebben. En dat terwijl ik me nooit verveel. We komen in Figueres aan. Op de Rambla zijn nog mensen. Maar zij aan wie ik de hele middag heb gedacht zijn er niet. Ik ga naar huis. Daar blaas ik stoom af. Onder het eten ben ik bang, al dagen, dat ze over 'hen' beginnen en ik probeer over heel andere dingen te praten, maar het lijkt wel of alles ermee te maken heeft, en om de haverklap schrik ik.
En zo eindig ik deze dag, dwaas, verveeld en woedend, en ik zweer dat dat nooit meer zal gebeuren.


Salvador Dali was een Spaanse schilder (1904-1989). Na zijn dood werden zijn dagboeken uit 1919-1920 gepubliceerd.

zondag 22 april 2012

Maria Goos -- 22 april 2004

Werkdagboek deel 2: 22 april 2004
Over het toneelstuk Cloaca in The Old Vic in Londen:
Het begon na het toneelstuk Familie. Toen hoorde ik voor het eerst mensen zeggen dat dat stuk naar het buitenland moest. En bij Cloaca werd het weer gezegd. En door mensen die vaak toneel zien in het buitenland. Maar ja… hoe pakke men dat aan. Geen idee. Ik ken ook niemand die weet hoe dat gaat. "Een agent zoeken in het buitenland", werd er gezegd. Maar ik dacht steeds maar aan wat ik een Amerikaanse producent 'es had horen zeggen: "Be good in your own country, they come and get you". Nou ja, ook een beetje laf om zo te denken natuurlijk, het ontslaat je van enig initiatief richting buitenland en dat kwam mij wel uit. "But they came and got me."

Frank de Jonge is de baas van IDTV. Hij is samen met Anton Smit lang actief geweest in het theater, beiden als producent. Ze hebben allebei een liefde voor theater, komen ook altijd op premières, terwijl ze bepaald geen premièrebeesten zijn. Frank dus zei ergens in augustus 2003 tegen mij: " Er komt een nieuwe Engelse grootaandeelhouder voor IDTV, dat is het televisiebedrijf Allthreemedia, en een van de managers daar is David Liddiment en die moet jij ontmoeten, want die man houdt van theater en probeert The Old Vic nieuw leven in te blazen en ik heb het gevoel dat het klikt tussen jullie". Een paar maanden later belde Frank weer. "David komt volgende week naar Amsterdam, hij heeft een druk schema, maar op dinsdag zouden jullie elkaar een uur kunnen ontmoeten". Ik begon een beetje te sputteren. "Wat moet ik dan tegen die man zeggen Frank, dat ik schrijver ben en dat ik het kan, nou, goeie schrijvers hebben ze in Engeland echt zelf wel, daar heeft die man echt geen behoefte aan". Ach, allemaal angst, natuurlijk, en Frank drukte het er door en de afspraak kwam er. Ik was Nu Even Wel aan het regisseren in Bellevue, dus om rustig te praten gingen we naar Americain. Ik heb daar een kwartiertje in de lobby gewacht en ik was eigenlijk wel opgelucht dat ik er niks aan kon doen dat de afspraak niet doorging, maar daar was ie. Lang, Elvis Costello bril, energieke tred, jaar of 45 ( later bleek 53) en een leren colbert aan. We gaven elkaar een hand en gingen zitten. Hij rookte en dat stelde me gerust. Hij heeft een verslaving. Van die gedachte kan soms iets geruststellends uitgaan. Hij begon te vertellen over The OId Vic, het beroemde Londense theater waar John Gielgud en Laurence Olivier artistiek leider zijn geweest. De laatste decennia was het erg bergafwaarts gegaan met The Old Vic. Het was niet eens meer een Productiehuis, slechts een 'receiving house.' En toen het nog erger werd en The Old Vic dreigde te gaan veranderen in een tapijthal, toen is er een klein pittig energiek, charmant heel erg rijk vrouwtje uit de Londense society opgestaan, haar naam is Sally Green en zij zei: "Dit moeten we niet laten gebeuren". Enfin… met heel veel privè-investeringen, met heel veel enthousiasme en met enorm veel liefde voor het gebouw en haar historie was het op dat moment dat wij elkaar spraken zover dat ze konden gaan produceren. Tussen neus en lippen door vertelde hij ook nog even dat ze, in de traditie van het theater weer een acteur als artistiek leider hadden; Kevin Spacey. Nou, toen heb ik wat verteld over Familie en over Cloaca. En daarna zijn we wat gaan drinken in de Smoeshaan waar ik David voorstelde aan Willem van de Sande Bakhuyzen.

Ik had ondertussen Cloaca gelukkig wel laten vertalen, door Paul Evans, en het was net af. David zei dat het lang kon duren voor ie zou reageren, druk en kerstmis en vakantie. Maar het duurde helemaal niet zo lang. Ik zat met de jongens van Nu Even Niet gezellig aan een biertje in de Smoeshaan toen mijn agent Hans Kik op 23 december belde en zei dat er een e-mail van David Liddiment binnen was gekomen. "Hij heeft het gelezen en volgens mij is ie heel erg enthousiast." Daarna ging het allemaal vrij snel. In januari kwam David bij mij thuis. Ik dacht eigenlijk dat dat nog een oriënterend gesprek zou zijn, maar we gingen tot op de details in op de vertaling. Gelukkig was Paul Evans er ook bij en later kwamen de spelers van Cloaca en Willem en Ronald Klamer van Het Toneel Speelt. Ik had drankjes en hapjes, ik dacht dat we een soort kennismaking zouden vieren, maar ook toen iedereen er was bleef David uiterst geconcentreerd op het stuk. Hij vroeg van alles over de voorstelling en over de achtergrond van de rollen en toen pas begon het tot me door te dringen dat het serieus was. Ik bedoel, echt serieus! Toen ben ik de weken daarop enorm intensief bezig geweest met de vertaling van Paul. Ik heb elk woord ondersteboven gedraaid en met een kamer vol boeken heb ik voor alles waar ik over twijfelde alternatieven aangeboden. Mijn Engels is helemaal niet goed, maar ik heb wel gevoel voor taal en het ritme van een dialoog. Vervolgens ben ik twee weken later naar Londen gegaan, om verder aan de vertaling te werken met David. Dat wil zeggen dat we op die dag uit alle alternatieve tekstinterpretaties en verwoordingen die ik had opgeschreven, een keuze hebben gemaakt. Het is geloof ik een zeer ongebruikelijke manier van vertalen maar het werkte geweldig en dat kwam vooral omdat Paul Evans zo totaal pretentieloos en zo weinig mogelijk geïnterpreteerd de vertaling had aangeleverd. Vaak 'speelde' David alle tekstmogelijkheden even voor me, gewoon aan tafel. Daardoor kon ik goed horen wat het beste klonk. Gelukkig kon ik meereizen met Anton Smit en Frank de Jonge die naar Allthreemedia moesten, want ik was nog nooit in Londen geweest. Aan het einde van de dag haalde zij mij weer op bij The Old Vic. David en ik zaten nog even aan de vertaling te werken, Anton en Frank lazen een krantje, en toen hoorde ik ineens naast me: "I would skip that out, all ten pages". Ik dacht: "geconcentreerd blijven, niet laten afleiden", dus ik bleef in m'n script kijken, tot iemand op mijn schouder tikte. Kevin. Gelukkig vroeg ie verder niks, hij maakte alleen maar een paar ijsbrekende grappen, en praatte in het algemeen, zo'n beetje tegen iedereen in de kamer. Daardoor kon ik rustig naar hem kijken. Na tien minuten zei ik: "We moeten gaan". Wat ook echt zo was, maar ik vond het niet erg. Toen gaf ie me een hand en zei: "I'm thrilled to read your play".

Anton en Frank waren op de gang, heel de terugreis trouwens, door het dolle. Maar ik dacht steeds dat Kevin niet had gezegd 'to direct your play' or 'to be in your play'. Hij had alleen maar gezegd dat ie het leuk vond om het te lezen. Kortom… ik was er niet helemaal gerust op. Maar een paar dagen later kondigde David aan dat er een reading van het stuk zou komen en dat er daarna besloten zou worden of ze het op het repertoire zouden zetten. En Kevin zou na die lezing ook besluiten of hij het zou regisseren. Nadat Peter Blok, David Liddiment, Kevin Spacey en ik op donderdag een uiterst gezellig dineetje hadden was er op vrijdag 13 februari de reading. Ik was misselijk van de zenuwen. In een repetitiezaal zaten vier zeer gerenommeerde theateracteurs en verder was er een klein publiek van betrokkenen. En gelukkig werd er heel erg veel gelachen, al vrij snel. Peter en ik waren erg onder de indruk van hoe deze acteurs de reading deden. Het was half lezen, half spelen. Ze waren allemaal erg goed voorbereid en maakten er echt een presentatie van. Toen Kevin een pauze inlaste kwamen er mensen naar me toe om me zachtjes te feliciteren. Het grappige was dat Cloaca in onze oren zo'n ontzettend Engels stuk was geworden. Met van die typische Engelse understatements, en van die typisch Engels emotioneel geblokkeerde karakters. Na de lezing applaudisseerden de vier acteurs langdurig, voor mij. Ik zag dat Peter geëmotioneerd raakte, maar ik nu es voor de verandering niet. Teveel adrenaline.

Enfin… Kevin en David vertrokken naar boven. Peter en ik spraken nog een half uurtje met de acteurs en toen we daarna naar boven gingen, zuchtte Kevin diep en zei tegen me: "Why couldn't you stay in Holland !". Toen zei David: "Tell them". Kevin liep naar het raam, draaide zich naar ons om en zei heel zacht: "I've just decided to do this play". En dat was dat. Officieel was het nog allemaal niet toegezegd. Maar Peter en ik gingen wel heel erg blij, of eigenlijk in een soort van shock, terug naar Amsterdam, waar onze vaste vrienden met onze dochters ons met champagne op het vliegveld stonden op de wachten.

In de tussentijd is David weer hier geweest en hebben we nog een dag aan de vertaling gewerkt. Ondertussen is ook besloten dat er niet nog een toneelschrijver aan de tekst gaat komen, zoals aanvankelijk de bedoeling was. Dit is het. Dit wordt het. Op 28 september is het première. Er wordt van mij verwacht dat ik intensief contact onderhoud met Kevin tijdens de repetitieperiode. Dat ben ik met Willem helemaal niet gewend, maar David staat erop. Ik voel mij erg thuis bij de mensen van The Old Vic en ik vond het geweldig om te lezen in een brief van Kevin dat dat volkomen wederzijds is.


Maria Goos (1956) is toneelschrijver. In de periode voorafgaand aan de Engelse opvoering van haar stuk Cloaca hield ze een dagboek bij.

zaterdag 21 april 2012

John Harrower -- 21 april 1774

Thursday, 21st. This morning a young lad, one of the servants being verry ill with the Fever and Ague, he begged me to apply to Mr. Jones the Cheif Mate, and told me he cou'd give him something that would cure him ;_ Mr. Jones first desired me to give him a Womite and then wrote the following lines on a slip of paper and after folding it up gave it to me, to see it tyed up in the corner of his handkirchif or Cravat and wear it at his breast next his skin with strick charge not to look at it himself nor let any other person see it or look at it untill he was got wel. The words are as follows.

When Jesus saw the Cross he trembled.
The Jews said unto him why tremblest thou,
You have neither got an Ague nor a fever.
Jesus Answered and said unto them
I have neither got an Ague nor a fever
But whosoever keepeth my words
Shall neither have an Ague nor a fever.

Mr. Jones told me when he gave me the above copy it [was] a sertain cure for the fever and Ague, the paitient being first womited and then wearing the lines as above directed. But if they show it to any or look at it themselves it will have no effect.


John Harrower (1733-1777) was een Schotse koopman die naar Amerika emigreerde om er aan de slag te gaan als privé-leraar. Hij hield een dagboek bij van zijn leven daar.

donderdag 19 april 2012

Simon Vinkenoog -- 20 april 1964

terug naar de vorige dag, de eenenzestigste dag, zondag 20 april 1964

pre-scriptum: Ik schrijf verder dan ik handel, ik herlees bij het overtikken dingen die ik twee maanden later handelend niet in staat ben toe te passen, zo bijvoorbeeld de zinnen ‘Je weet toch ook dat er geen grenzen bestaan tussen normaal en abnormaal, dat er geen regels zijn en dat elke theorie niet waar is?’ waarop ik mijn weten, maar niet mijn optreden, heb gebaseerd, volgens de werkelijkheid.
Neem het voor lief. Neem het nou gerust van mij aan. Neem het voor ‘lief’ van mij aan. Ik oordeel niet. Sinds kort probeer ik niet meer te oordelen. Ik weet dat ik niets begrijp, dat mij het recht geeft te oordelen, ik ben - dat is alles - een spraakzame meester, zelfs nog geen meesterknecht maar tovenaarsleerling.
Ik schreef Bibeb een brief doordat ik aan m'n eigen interviews dacht, dat met Carmiggelt onder andere, die daaraan refereerde in een stuk met haar. Ik noemde de mensen die ik ontmoette: ‘signalementen’. In Uit de doeken (De Boekerij, Baarn, 1961) heb ik enkele vrienden gevat. Hoe onvolledig. Hoe onbetekenend, al wilde ik altijd méér weten dan welke andere interviewer.
*
Stan Brakhage's film. Hij maakt gebruik van opnamen, gemaakt tijdens een onenigheid met zijn vrouw. Hij had in woede de kamera gegrepen, was begonnen haar van kwaadheid verwrongen gezicht te filmen, totdat hij besefte wat ook zij zag, zodat hij haar de kamera in de hand drukte en haar hém liet filmen, gedurende de ruzie. Het bracht een omwenteling in zijn huwelijksleven teweeg: brengend liefde, harmonie.
Zie het door de ogen van de ander. Druk je kamera in de handen van je tegenstander. Zie wie je staat te zijn. Weet waarom je diegene bent, voor de ander. Wees dan jezelf. Je hebt het masker niet nodig. Je kunt zonder. (Je moet zonder.)
*
Aan Bibeb: ‘Je moet me helpen. Wat kan ik namelijk niet zeggen?
Ik wil niemand kwetsen. Ik moet mijn verschrikkelijke waarheden doseren. Hoe houd ik het zo leesbaar, als ik wil bewijzen dat àlles kan? Kom op, dit is voor jou maar 'n peuleschil. Ik wil dat je aan me werkt, zoals ik aan dit boek werk, met liefde.’
*
Wat is liefde? Terugkomen tot mens.
*
What love? Mingus en Dolphy. ‘Mingus starts answering on the bass,’ een muzikale twist, een katalyse die hem weer samenbrengt. Ook gescheiden kun je samenzijn. Wij spelen allen samen. Als Brakhage en zijn vrouw, ruzie, leven, vrouw, geluk, man, pijn, angst, zij tonen de weg die de liefde kan leiden: wij moeten het allemaal zelf maken. Wij zijn onze eigen voorbeelden. Dat is bijvoorbeeld, tussen alle dingen, deze dag in de zon, het vliegen, de zoon, de vrouw, de vriend, de happening (rugbyspeler in fontein) en het verleden, dat van de zoekende broeders nu.
*
De dolzinnige plannen. De vijftien hoofdstukken, die in een boek zouden moeten komen (dit boek dan maar), dat ik al vorig jaar wilde schrijven. De tientallen aanvangsperiodes heb ik her en der verspreid liggen, ze horen bij dit naderende kleine begin, evenzovele stappen terug, vingers leggend op een open wonde.

(1) De inleiding tot ‘mijzelf’,
(2) het verleden, nu andersom,
(3) hetzelfde, zonder mij,
(4) de literatuur en de boeken van de Weg,
(5) de weg - de mensen in mijn leven, en ‘ikzelf’,
(6) de verzameling van Goden en andere postzegels, munten en meisjes,
(7) alles over Tibet, incl. de reis erheen, en Sierksma, Tirade, maart 1963,
(8) het geld voor de reis heen en terug oostfront etcetera,
(9) voor het grijpen: de gebeurtenissen zelf,
(10) mensen,
(11) een gedicht in tien anekdoten, dat ik fragmentarisch heb liggen,
(12) een roman in verzen, die ik wilde maken. ‘Hoe het komt dat het woord vrij is, maar niet de woordenmaker,’
(13) ik tel tot honderd en ik ben er niet,
(14) ik heb dus vele plannen, &
(15) dit is er dus één, door de tijd achterhaald, dankzij mijzelf.
*
De pijnen zijn niet te beschrijven. Tot in de shock-fase en het volledig buitenbewustzijn. Mochten er hier psychiaters in de zaal zijn, je kunt het als een auto-analyse lezen, ik raak in jullie woorden verward makkers, we moeten gaan determineren. Wat willen we eigenlijk? Genezen, of redetwisten om woorden? Voorkomen, of lapzwansende lapmiddelen? Wat wordt eraan gedaan? Zou largactyl helpen, vragen jullie me?
Ik heb de middelen gekozen. Het kan toch niet anders, dan het gaat? Wij zijn de middeleeuwen voorbij, geen heksensabbats, maar klinische beschrijvingen heren, de hel behoort tot een andere tijd, wat wij uitbannen zijn geen duivels maar ziektes. Ik liefhebber maar wat, ik wil hoog doordringen tot bij regeringsleiders, die zeker moeten weten dat er geen keuze is tussen goed en kwaad, maar het gehoorzamen aan het bevel, de opdracht: handelen uit liefde. Liefde is wetenschap, ik ben in goed gezelschap, ik handel in goede bedoelingen.
*
We springen allen bij tijd en wijle uit de parachutes van ons ego, niet langer gehinderd door zwaartekracht, het is een cirkel met het leven, er bestaan geen gaten waardoor je kunt ontvluchten. Er is geen onderbreking: het is één leven.
Het eksistentialisme: de negatieve bevrijding, nieuwe natuurwetenschappelijke ontdekkingen in een andere dimensie, elk woord te verantwoorden.
Het heeft me wat moeite gekost die eigen woorden terug te vinden, ik worstelde met problemen: de vorm, de vrije wil, de genade, de aanvaarding, in een gedachtenvernauwing die tot paranoia leidde, een aantal krises heb ik heelhuids doorstaan, doorkomen, overleefd, om telkens onwetender, maar nearer-perfect te voorschijn te komen, snikkend van vreugde, ademend naar lucht om de herkenning.
Nu is elk ogenblik kreatief. Nu weet ik, waarom ik leef. Ik ben herkenbaar. Van hieruit ga ik verder, opnieuw - als het moet telkens weer opnieuw: er is geen verandering binnen de verandering, er zijn slechts meer veranderingen, meer mensen, al zijn het dezelfde; een kosmos die elk ogenblik in verandering bestaat, een firmament dat verder reikt dan de gesloten of open ogen.
Reineke heeft voor het eerst gevlogen vandaag. Geen angst of misselijkheid, een unieke ervaring, een buitengewone, een nieuwe. De mijne.

Simon Vinkenoog (1928-2009) was dichter en schrijver. In Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte hield hij een soort dagboek bij van een bewogen periode in Amsterdam.

dinsdag 17 april 2012

Ingenieur, 34 jaar - Noord-Holland -- 18 april 1943

18 april 1943
- Mijn rapport over de fabriek is klaar. Het kost me wel iets, dit door te geven. Er zijn toch nachtploegen! - en ze kunnen toch, ondanks alle goede wil, misgooien. Als ik denk aan de kinderen - ik heb er zelf één. En dan, het zijn onze eigen fabrieken, voor Hollandsche verhoudingen groot en voorzien van tallooze kostbare machines. Maar neen, het wáren onze fabrieken en onze machines. Nu zijn het werktuigen in handen van den vijand.

Dit papier door te geven - het is een heel besluit. Niet dat ik twijfel, maar toch ... De Inlichtingsdienst zoekt met ijver contactpersonen, men zal op hun meldingen afgaan, daarvan ben ik overtuigd. Ik heb periodiek een soort trance-gevoel over me, het kost me soms de uiterste inspanning mijn dagelijksche werk normaal te verrichten. En geen mensch mag niets merken. Het belazerde is dat ik, die zoo'n behoefte heb me te uiten, dit alles natuurlijk absoluut voor me moet houden.

Ik weet dat ik in mijn hart te overgevoelig ben voor dergelijke acties. Aan de andere kant moet deze gevoeligheid toch ook het duidelijk onderscheiden van goed en kwaad mogelijk maken, dat is de positieve zijde ervan. Ik ben vandaag juist nog erg onder de indruk van de kerkdienst, waarbij Poldi zich als lidmaat van de Nederlandsch-Hervormde Kerk heeft laten aannemen. Ds. Jongeneel had als hoofdthema: Simon de Kruisdrager, hij die gewoon van zijn werk naar huis gaat, niets liever wil doen dan dat, en de weg naar Golgotha kruist, op het moment dat Jesus daar voorbij trekt en onder zijn kruis bezwijkt. Dan wordt Simon gedwongen het krius op te nemen, zijn koers te wijzigen, en mee naar Golgotha te trekken. Zoo kunnen wij allen, alleen maar op weg van ons werk naar huis plotseling gedwongen worden déél te nemen aan den kruisgang van Jesus, onze meening wordt hierover niet gevraagd, maar onze medewerking en ons mede-lijden wordt geeischt. - Gods koers is de onze niet, maar wel de juiste, het komt er maar op aan dit in te zien, deze koers zelf duidelijk voor oogen te zien als het zoover is. -

Over dit alles had ik vanmorgen veel te denken, en de ironie van het Lot wenscht, dat ik mijn rapport over onze te vernietigen industrie vandaag beeindig. Omkeeren op deze weg mag ik niet - wil ik ook niet. Dit rapport zal worden ingediend. Het is oorlogsplicht. Iedere serie spoorwagens en iedere machine minder voor de Duitschers verkort hun weerstand, vermindert het aantal getorpedeerde geallieerde schepen, vermindert het aantal slachtoffers der nazi-terreur. De oorlog moet ten einde gevoerd en gewonnen worden. Wij juichen nu over de voortgang van het laatste offensief van Generaal Montgomery's 8e Leger in Tunis - de Engelschen zijn er bijna! - en wij verwachten de invasie op het Continent. Dat willen wij - wij verlangen naar actie, wij willen actie! Maar zie: iedere actie eischt offers in eigen gelederen.

Zoo is het hier. En het moet! Maar goddorie nog aan toe, wat een vak, dat oorlogvoeren -



Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945, geselecteerd door T.M. Sjenitzer-van Leening

zondag 15 april 2012

John Jay Johns -- 15 april 1865


April 15, 1865. This is a dark and gloomy day for the nation. President Lincoln was assassinated in the theater in Washington last night, and Secretary Seward murdered in his sick bed.



John Jay Johns (1818-1899) was een Amerikaanse boer die een groot deel van zijn leven een journaal bijhield.

zaterdag 14 april 2012

Jöns Månsson Teitt -- 14 april 1632

14 april 1632
Den 14. dito sindt Ihr Kön. Mttn. mit grosser proceß sambt viel officierern eingezogen undt strax nach der kirchen in S. Annen geritten. Die bürgermeister
und ratsherrn seindt vorhin gegangen. In der kirchen hat der Königl. Maijttn. Hoffprediger Doct. Jacobus Fabricius angefangen zu singen: Nu lob mein
seel den Herren. Darnach die predigt anfangen und nachm eingang derselben das: Te Deum laudamus gesungen. Worüber die gantze gemein sehr bitterlichen geweinet hat, daß Gott sie den tagk erleben lassen, damit sie wieder eine evangelische preedigt gehöret haben. Wie sie dann auch mitt freuden gesprochen: Eij nu wollen wir gerne sterben, weil Gott, der Högste, unser bitt erhöret hat, daß wir nicht seindt unsern feinden ein spott wordenn.

Nach der predigt seindt die rathsherrn mit der gantzen burgerschafft auf dem marckt gestanden vor des graff Fuckers hauß. Darin Ihr Kön: Mttn. im fenster gestanden undt der Herr Secretarius Philipp Sattler den huldigungseidt ihnen vorgelesen, darauf sie in praesentia Ihr K. Mt. mit aufgerichten zweijen fingern gehuldigett haben. Also ist die Augspurgische Confession aufs new confirmieret. Gott wolle sich über sie und unß erbarmen, daß es nimmer mehr darzue komen magk, damit sie oder unß der feindt uberweltigen möchte.



Jöns Månsson Teitt (ca. 1600-1659) was trompetter in het leger van de Zweedse koning Gustaaf II Adolf tijdens de dertigjarige oorlog (1618-1648). Van 1621-1632 hield hij een veldjournaal bij.