maandag 24 juli 2023

Anaïs Nin • 25 juli 1932

Anaïs Nin (1903-1977) was een Franse schrijfster, die vooral bekend is vanwege haar dagboeken.

Juli 1932
Ik zit te wachten in de salon van dr. Allendy, waarin het groengetinte glas van de broeikas alles onder water doet schijnen. De katten sluipen rond. Het verbaast me dat ze de goudvissen in de kleine vijver niet hebben opgeslokt. Ik hoor het gedruppel van een kleine gebeeldhouwde fontein. Ik hoor een vrouwestem in zijn spreekkamer, achter de dikke zwarte Chinese gordijnen. Ik voel me jaloers. Ik ben geërgerd want ik hoor hen lachen. Zij lachen vaker, komt me voor, dan wij als we samen praten. Hij is te laat ook, voor de eerste maal. En ik breng hem nog wel een droom vol genegenheid -de eerste maal dat ik mezelf heb toegestaan teder aan hem te denken. Misschien kan ik hem de droom beter niet vertellen. Die levert me aan hem over, die geeft hem te veel, terwijl hij... Mijn ongunstige gevoelens ebben weg als hij verschijnt. Ik vertel hem de droom.

In de droom zaten we tegenover elkaar in zijn spreekkamer. Hij hield mijn handen vast. Hij had al zijn andere patiënten verwaarloosd om met mij te zitten praten. Hij was volledig in mij verdiept. Er was een stemming van intimiteit.

Ik schenk hem mijn vertrouwen. Ik trek me niet terug uit de wedijver. Ik vertrouw dat hij me bewondert. Dit, zegt hij, is een verbetering. Enkele maanden geleden zou ik me teruggetrokken hebben. Nu vertel ik hem dat ik gedroomd heb van elkaar nabij zijn nadat hij de laatste keer zo'n begrip voor mij aan de dag heeft gelegd.

Maar hoe vreemd dat hij vandaag voor het eerst te laat moest zijn. Dit brengt hem op de idee van het noodlot: 'Wat we vrezen dat zou kunnen gebeuren, gebeurt.' Ik ben altijd bang in de steek te worden gelaten of op zijn minst verwaarloosd, en dus gebeurt het... Ik maak dat het gebeurt. Tot in welke mate wij zodoende vormgeven aan ons eigen lot is een mysterie, zelfs voor dr. Allendy. Hij gaat zo ver te beweren dat hij, als ik niet bang was geweest om verwaarloosd te worden of minder gewaardeerd dan zijn andere vrouwelijke patiënten, niet te laat zou zijn geweest. Dit is erg duister en hypothetisch. Zeker word ik achtervolgd door het fatale. Dit brengt me aan het dromen over het fatale. Kunnen menselijke wezens werkelijk 'golven' van andermans gedachten opvangen? Ving dr. Allendy golven op van mijn gedachten terwijl ik zat te wachten: wees te laat, en dan zal ik in staat zijn u niet te vertrouwen, u niet alles te zeggen, niet van u te houden, niet in de macht van een ander te zijn?

Hij was blij om de warmte die nu te voorschijn kwam in onze relatie. Maar hij toonde mij hoe de droom verraadde dat mijn geluk meer voortkwam uit het feit dat hij andere mensen verwaarloosde om mij al zijn aandacht te geven, dan uit de aandacht zelf.

Anaïs: 'Is het vreemd dat ik vandaag een aantekening heb gemaakt om u te vragen waarom ik maar door enkele personen geobsedeerd word. Waarom is mijn toewijding zo geconcentreerd op enkele mensen? Ik spreid me niet uit zoals Henry.'

Dr. Allendy: 'Ja, precies, het is een slecht teken. U schenkt uw echte vertrouwen niet aan veel mensen, dan kennen ze u niet, en dan vermoedt u al gauw dat ze u niet begrijpen en niet van u houden. Over de weinige mensen met wie u zich verbonden voelt giet u overvloedige toewijding uit. Dit moet ophouden. Ook in de liefde moet men zich laten gaan om echt lief te hebben. U kunt geen rivaliteit toelaten. Hoe breder en expansiever u liefhebt, zonder iets uit te sluiten, hoe meer u het mystieke geheel bereikt, liefde in ruimere zin, de minder individualistische, de meer universele liefde.'

[...]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten