• Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.
1 juni 1937. 2 uur 40 minuten
Nog rampzaliger tijden zijn op me afgekomen. Bij de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken hebben ze zitten kankeren op een paar van mijn gedichten en zijn ze begonnen me het leven zuur te maken Ze zijn opgehouden mijn werk nog te drukken. Ze betalen me niet meer met als reden een of andere toevallige vertraging. Ik voel dat er zich daar in het geniep iets kwaads afspeelt. We hebben niets te eten. We lijden vreselijk honger. Ik weet dat 't met me afgelopen is. Ik ga zometeen naar de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken om me te laten vertellen dat ik geen geld meer krijg.
1 juni 1937
Zometeen zullen ze me bij de uitgeverij geld weigeren.
We zijn ten onder gegaan.
zondag 31 mei 2026
Soetan Sjahrir • 31 mei 1936
• Soetan Sjahrir (1909-1966), was een Indonesisch politicus en de eerste premier van dat land. Hij speelde een grote rol in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. In 1934 werd hij gearresteerd. Hij doet verslag van zijn gevangenschap en verbanning in een dagboek, dat is gepubliceerd als Indonesische overpeinzingen.
31 Mei 1936. Ten koste van een kleine woordenwisseling met Hafil heb ik mij bevrijd van de 'Zaterdagavondjes' bij de familie Soebana. Hafil schijnt er zich werkelijk nog te kunnen amuseren, maar voor mij waren het ware kwellingen. Het ging er als volgt toe: na het eten, dat wil zeggen om een uur of half acht, gaan wij naar het huis van Soebana toe. Daar wacht ons al de familie, gezeten rondom de tafel en meestal is de heer B., een buitengewoon praatgrage Arabier, er dan ook al. Zoodra wij de kring hebben volgemaakt, begint de heer B. met zijn verhalen uit de Duizend en Een Nacht. Dat vertellen doet hij overigens niet onverdienstelijk. Terwijl hij er mee bezig is, worden thee en koekjes rondgediend en dat aanhoren van wijze lessen uit de tijd van Haroen al Rashid, onder het verorberen van hoeveelheden gebak en thee, duurt dan tot na middernacht. Niet alleen, dat ik het gevoel had van een verknoeide avond, maar ook de volgende Zondag voelde ik mij niet erg prettig, omdat ik niet was uitgeslapen. Gisteravond heb ik Hafil dus voor het eerst alleen laten gaan; het zal mij zeker wel kwalijk worden genomen, maar daar moet ik mij maar overheen zetten.
[...]
31 Mei 1936. Ten koste van een kleine woordenwisseling met Hafil heb ik mij bevrijd van de 'Zaterdagavondjes' bij de familie Soebana. Hafil schijnt er zich werkelijk nog te kunnen amuseren, maar voor mij waren het ware kwellingen. Het ging er als volgt toe: na het eten, dat wil zeggen om een uur of half acht, gaan wij naar het huis van Soebana toe. Daar wacht ons al de familie, gezeten rondom de tafel en meestal is de heer B., een buitengewoon praatgrage Arabier, er dan ook al. Zoodra wij de kring hebben volgemaakt, begint de heer B. met zijn verhalen uit de Duizend en Een Nacht. Dat vertellen doet hij overigens niet onverdienstelijk. Terwijl hij er mee bezig is, worden thee en koekjes rondgediend en dat aanhoren van wijze lessen uit de tijd van Haroen al Rashid, onder het verorberen van hoeveelheden gebak en thee, duurt dan tot na middernacht. Niet alleen, dat ik het gevoel had van een verknoeide avond, maar ook de volgende Zondag voelde ik mij niet erg prettig, omdat ik niet was uitgeslapen. Gisteravond heb ik Hafil dus voor het eerst alleen laten gaan; het zal mij zeker wel kwalijk worden genomen, maar daar moet ik mij maar overheen zetten.
[...]
Virginia Woolf • 30 mei 1940
• Virginia Woolf (1882-1941) was een Engelse schrijfster. Ze hield vrijwel haar hele leven een dagboek bij. Een selectie daaruit is in twee delen gepubliceerd in de Privé domein-reeks (vertaling Joop van Helmond).
Donderdag 30 mei
Tijdens een wandeling vandaag (Nessa's verjaardag) langs Kingfisher Pool, heb ik voor het eerst een hospitaaltrein gezien — beladen, geen dodentrein maar plechtstatig, alsof men wilde voorkomen dat de lading zou gaan schudden: enigszins — welk woord zoek ik — droevig en teder en belast en intiem — waarin onze gewonden omzichtig worden teruggevoerd door de groene velden, waarover enkele van hen waarschijnlijk hebben uitgekeken. Niet dat ik hen kon zien. En het vermogen om in mijn verbeelding iets te zien, overspoelt me altijd met een mengsel van visuele en emotionele gewaarwordingen, zodat ik bij thuiskomst, in weerwil van de indringendheid, niet vast kan leggen wat ik heb ervaren — de trage, treurige, de lange zwaarbeladen trein, die als een lijkbaar zijn droeve last door de velden vervoert. Heel gelaten gleed hij tussen de heuvels bij Lewes door. Onmiddellijk vlogen als wilde eenden formaties vliegtuigen over; cirkelden; namen hun positie in en vlogen over Caburn.
Donderdag 30 mei
Tijdens een wandeling vandaag (Nessa's verjaardag) langs Kingfisher Pool, heb ik voor het eerst een hospitaaltrein gezien — beladen, geen dodentrein maar plechtstatig, alsof men wilde voorkomen dat de lading zou gaan schudden: enigszins — welk woord zoek ik — droevig en teder en belast en intiem — waarin onze gewonden omzichtig worden teruggevoerd door de groene velden, waarover enkele van hen waarschijnlijk hebben uitgekeken. Niet dat ik hen kon zien. En het vermogen om in mijn verbeelding iets te zien, overspoelt me altijd met een mengsel van visuele en emotionele gewaarwordingen, zodat ik bij thuiskomst, in weerwil van de indringendheid, niet vast kan leggen wat ik heb ervaren — de trage, treurige, de lange zwaarbeladen trein, die als een lijkbaar zijn droeve last door de velden vervoert. Heel gelaten gleed hij tussen de heuvels bij Lewes door. Onmiddellijk vlogen als wilde eenden formaties vliegtuigen over; cirkelden; namen hun positie in en vlogen over Caburn.
donderdag 28 mei 2026
Dorothy Wordsworth • 29 mei 1823
• Dorothy Wordsworth (1771–1855) was een Engels dichteres en dagboekschrijfster, en de jongere zus van de dichter William Wordsworth. Haar dagboeken staan hier online.
• In 1823 maakten broer en zus een rondreis door België en Nederland. Vertaling onderaan.
Leyden, Thursday 29th. — Arose, and found that our commodious chamber looked upon pleasure-walks, which we at once determined must be the University garden, naturally giving to this place the sort of accommodations found in our own seats of learning, but no such luxury belongs to the students of Leyden. The ground with its plantations through which these walks are carried, and upon which the sun now so cheerfully shone, was formerly covered with buildings that were destroyed, together with the inhabitants, by an explosion which took place in a barge of gunpowder in 1806, then lying in the neighbouring canal....
There are no colleges, or separate dwellings, in Leyden, for the students; they are lodged with different families in the town. Our guide had three at his house from England, as he told us. A wandering sheep lying at the threshold, as we passed a good-looking house in the street; were told that this was a pensioner upon the public, that it would lie there till it was fed, and then would pass on to some other door. This animal had been brought up the pet of a soldier once quartered at Leyden, and when he changed his situation his favourite was sent into the fields, but preferring human society, it could not be confined amongst its fellows, but ever returned to the town, and, begging its daily food, it passed from door to door of those houses which its old master had frequented, obstinately keeping its station until an alms was bestowed—bread, vegetables, soup, nothing came wrong, and as soon as this was received, the patient mendicant walked quietly away.
Haarlem. — ... Reached Haarlem at five o'clock; went directly to the Cathedral, mounted the tower, an hour too early for the sunset; a splendid and interesting view beyond any we have seen. Looking eastward, the canal seen stretching through houses and among the trees, to the spires of Amsterdam in the distance. A little to the right, the Mere of Haarlem spotted with vessels, the river Spaaren winding among trees through the town; steeple towers of Utrecht beyond the Mere. The Boss, a fine wood and elegant mansion built by —— Hope, now a royal residence; new kirk, fine tower; the sea, and sand-hills beyond the flats glowing under a dazzling western sky. The winding Spaaren again among green fields brings the eye round to the Amsterdam canal, up which we shall glide.... 223-2017>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Leiden, donderdag de 29ste. — Stonden op en ontdekten dat onze ruime kamer uitkeek op wandelpaden, waarvan wij onmiddellijk aannamen dat zij wel bij de universiteitstuin moesten horen, aangezien men zulke voorzieningen vanzelf associeert met onze eigen academische instellingen; maar zulke luxe bestaat niet voor de studenten van Leiden. Het terrein met zijn beplantingen, waar deze wandelingen doorheen lopen en waarop de zon nu zo vrolijk scheen, was vroeger bedekt met gebouwen die samen met hun bewoners werden verwoest door een ontploffing van een kruitschip dat in 1806 in de naburige gracht lag....
In Leiden zijn geen colleges of aparte studentenwoningen; de studenten wonen verspreid bij gezinnen in de stad. Onze gids vertelde dat hij drie Engelse studenten in huis had. Toen wij langs een fraai huis in de straat liepen, lag er een verdwaald schaap op de drempel; men vertelde ons dat het een soort bedelaar op kosten van het publiek was: het bleef liggen tot het gevoerd werd en trok dan verder naar een andere deur. Dit dier was ooit het lievelingsdier van een soldaat die in Leiden gelegerd was geweest. Toen hij vertrok, werd zijn favoriet naar de velden gestuurd, maar het schaap gaf de voorkeur aan menselijk gezelschap en liet zich niet opsluiten tussen zijn soortgenoten. Het keerde telkens naar de stad terug en bedelde om zijn dagelijks voedsel. Van deur tot deur ging het langs de huizen die zijn vroegere meester had bezocht, koppig op zijn post blijvend tot het een aalmoes kreeg — brood, groenten, soep, niets wees het af — en zodra het iets ontvangen had, wandelde de geduldige bedelaar rustig verder.
Haarlem. — ... Bereikten Haarlem om vijf uur; gingen direct naar de kathedraal en beklommen de toren, een uur te vroeg voor de zonsondergang; een schitterend en boeiend uitzicht, mooier dan alles wat wij tot dusver hadden gezien. Wanneer men naar het oosten keek, zag men het kanaal zich uitstrekken tussen huizen en bomen, tot aan de torenspitsen van Amsterdam in de verte. Iets meer naar rechts lag het Haarlemmermeer, bezaaid met schepen, terwijl de rivier het Spaarne zich kronkelend tussen de bomen door de stad slingerde; voorbij het meer waren de torens van Utrecht zichtbaar. Het Bos, een fraai woud met een elegant landhuis gebouwd door —— Hope, nu een koninklijke residentie; een nieuwe kerk met een mooie toren; de zee en de duinen achter de vlakten, gloeiend onder een verblindende westelijke hemel. Het kronkelende Spaarne leidde het oog opnieuw langs groene velden terug naar het Amsterdamse kanaal, waarover wij verder zouden glijden....
• In 1823 maakten broer en zus een rondreis door België en Nederland. Vertaling onderaan.
Leyden, Thursday 29th. — Arose, and found that our commodious chamber looked upon pleasure-walks, which we at once determined must be the University garden, naturally giving to this place the sort of accommodations found in our own seats of learning, but no such luxury belongs to the students of Leyden. The ground with its plantations through which these walks are carried, and upon which the sun now so cheerfully shone, was formerly covered with buildings that were destroyed, together with the inhabitants, by an explosion which took place in a barge of gunpowder in 1806, then lying in the neighbouring canal....
There are no colleges, or separate dwellings, in Leyden, for the students; they are lodged with different families in the town. Our guide had three at his house from England, as he told us. A wandering sheep lying at the threshold, as we passed a good-looking house in the street; were told that this was a pensioner upon the public, that it would lie there till it was fed, and then would pass on to some other door. This animal had been brought up the pet of a soldier once quartered at Leyden, and when he changed his situation his favourite was sent into the fields, but preferring human society, it could not be confined amongst its fellows, but ever returned to the town, and, begging its daily food, it passed from door to door of those houses which its old master had frequented, obstinately keeping its station until an alms was bestowed—bread, vegetables, soup, nothing came wrong, and as soon as this was received, the patient mendicant walked quietly away.
Haarlem. — ... Reached Haarlem at five o'clock; went directly to the Cathedral, mounted the tower, an hour too early for the sunset; a splendid and interesting view beyond any we have seen. Looking eastward, the canal seen stretching through houses and among the trees, to the spires of Amsterdam in the distance. A little to the right, the Mere of Haarlem spotted with vessels, the river Spaaren winding among trees through the town; steeple towers of Utrecht beyond the Mere. The Boss, a fine wood and elegant mansion built by —— Hope, now a royal residence; new kirk, fine tower; the sea, and sand-hills beyond the flats glowing under a dazzling western sky. The winding Spaaren again among green fields brings the eye round to the Amsterdam canal, up which we shall glide.... 223-2017>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Leiden, donderdag de 29ste. — Stonden op en ontdekten dat onze ruime kamer uitkeek op wandelpaden, waarvan wij onmiddellijk aannamen dat zij wel bij de universiteitstuin moesten horen, aangezien men zulke voorzieningen vanzelf associeert met onze eigen academische instellingen; maar zulke luxe bestaat niet voor de studenten van Leiden. Het terrein met zijn beplantingen, waar deze wandelingen doorheen lopen en waarop de zon nu zo vrolijk scheen, was vroeger bedekt met gebouwen die samen met hun bewoners werden verwoest door een ontploffing van een kruitschip dat in 1806 in de naburige gracht lag....
In Leiden zijn geen colleges of aparte studentenwoningen; de studenten wonen verspreid bij gezinnen in de stad. Onze gids vertelde dat hij drie Engelse studenten in huis had. Toen wij langs een fraai huis in de straat liepen, lag er een verdwaald schaap op de drempel; men vertelde ons dat het een soort bedelaar op kosten van het publiek was: het bleef liggen tot het gevoerd werd en trok dan verder naar een andere deur. Dit dier was ooit het lievelingsdier van een soldaat die in Leiden gelegerd was geweest. Toen hij vertrok, werd zijn favoriet naar de velden gestuurd, maar het schaap gaf de voorkeur aan menselijk gezelschap en liet zich niet opsluiten tussen zijn soortgenoten. Het keerde telkens naar de stad terug en bedelde om zijn dagelijks voedsel. Van deur tot deur ging het langs de huizen die zijn vroegere meester had bezocht, koppig op zijn post blijvend tot het een aalmoes kreeg — brood, groenten, soep, niets wees het af — en zodra het iets ontvangen had, wandelde de geduldige bedelaar rustig verder.
Haarlem. — ... Bereikten Haarlem om vijf uur; gingen direct naar de kathedraal en beklommen de toren, een uur te vroeg voor de zonsondergang; een schitterend en boeiend uitzicht, mooier dan alles wat wij tot dusver hadden gezien. Wanneer men naar het oosten keek, zag men het kanaal zich uitstrekken tussen huizen en bomen, tot aan de torenspitsen van Amsterdam in de verte. Iets meer naar rechts lag het Haarlemmermeer, bezaaid met schepen, terwijl de rivier het Spaarne zich kronkelend tussen de bomen door de stad slingerde; voorbij het meer waren de torens van Utrecht zichtbaar. Het Bos, een fraai woud met een elegant landhuis gebouwd door —— Hope, nu een koninklijke residentie; een nieuwe kerk met een mooie toren; de zee en de duinen achter de vlakten, gloeiend onder een verblindende westelijke hemel. Het kronkelende Spaarne leidde het oog opnieuw langs groene velden terug naar het Amsterdamse kanaal, waarover wij verder zouden glijden....
woensdag 27 mei 2026
Peter Handke • 28 mei 1976
• De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt.Toen de woorden zich voor mij, beroerd slapend, als op elektronische tijdwaarnemers of op borden met de verspringende aankomst- en vertrektijden van vliegtuigen constant vervormden en de dingen al even razendsnel veranderden totdat er ten slotte geen woord en geen ding meer te onderscheiden was, alleen nog de onophoudelijke gedaanteverwisseling van alle woorden en dingen waarneembaar was, overviel me de angst dat de dood nabij was, waarbij alle mogelijke woorden één groot koeterwaals en alle dingen één groot onding werden (geen helderheid, zoals gewoonlijk beweerd, op het moment van de dood, maar de misselijk makende warboel van de waanzin!)
Mijn dromen: de voorwerpen zijn duidelijker en onscherper: duidelijker in hun onscherpte.
'Ze kunnen niet met elk probleem bij me aankomen'
Iemand die zich alleen maar in het gezelschap van anderen begeeft om het alleen-zijn te leren ('Ik laat me geen vernedering welgevallen – tenslotte heb ik lang genoeg alleen geleefd!') Met zichzelf alleen werden zijn ogen wijd: in het denken, voelen, bij-zich-zijn
140-2013>
dinsdag 26 mei 2026
André Gide • 27 mei 1925
• De Franse schrijver André Gide (1869 -1951) biedt in zijn dagboeken “een caleidoscopisch portret van een man die over zichzelf beweerde: ‘Alle absurde dingen in mijn leven heb ik altijd gedaan uit naam van het verstand.’” Onderstaand fragment gaat over schrijver Paul Léautaud (1872-1956). Uit: Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek 1918-1939 (vertaald door Mirjam de Veth).
Cuverville, eind mei
Bezoek van Paul Valéry. Vijf hoofdstukken van Les Faux-Monnayeurs in het net geschreven en uitgetypt. Een saai karwei, maar wel passend bij mijn lusteloosheid. Ik reken op Congo om daaroverheen te komen. De voorbereiding van deze reis en de verwachting nieuwe landen te zien heeft het heden van zijn glans beroofd, ik merk hoe waar het is dat het geluk schuilt in het moment. Alles lijkt me alleen nog voorlopig. (De hoop op het eeuwige leven munt daar ook in uit.)
Mijn ogen zijn de laatste tijd erg achteruitgegaan Een bril verhelpt dat gebrek. Bestond er ook maar een bril voor mijn hersens! De moeite die het mijn geest kost een te onderzoeken idee 'scherp te stellen'; net als mijn ogen nu. De omtrekken blijven vaag.
Cuverville, eind mei
Bezoek van Paul Valéry. Vijf hoofdstukken van Les Faux-Monnayeurs in het net geschreven en uitgetypt. Een saai karwei, maar wel passend bij mijn lusteloosheid. Ik reken op Congo om daaroverheen te komen. De voorbereiding van deze reis en de verwachting nieuwe landen te zien heeft het heden van zijn glans beroofd, ik merk hoe waar het is dat het geluk schuilt in het moment. Alles lijkt me alleen nog voorlopig. (De hoop op het eeuwige leven munt daar ook in uit.)
Mijn ogen zijn de laatste tijd erg achteruitgegaan Een bril verhelpt dat gebrek. Bestond er ook maar een bril voor mijn hersens! De moeite die het mijn geest kost een te onderzoeken idee 'scherp te stellen'; net als mijn ogen nu. De omtrekken blijven vaag.
maandag 25 mei 2026
Klaus Mann • 26 mei 1933
• Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).
Parijs, hotel Jacob, 26 mei 1933 De reis deels een lichte kwelling, hoofdpijn, weinig geslapen; deels mooi. Rode wijn in de restauratiewagen. Café au lait in Lyon. Gelezen: Marianne, biografie van Poe, Döblin. Om 9 uur hier aangekomen. Mijn oude kamer. Als eerste Mops op bezoek. Daarna Nebel. René bij Mops. Meteen wat over politiek gepraat (zowel hij als Mops willen niets weten van punten van overeenkomst tussen nazisme en bolsjewisme). Wolfgang met zijn aardige Teddy Villeneuve. Wolfgang, ziek geweest, heel bleek, mager en edel. Vanmiddag met Feist gegeten in restaurant Beige, niet veel nieuws. Met W. genomen [drugs], thee gedronken met hem en Villeneuve, veel kleine gebakjes. Voel me goed bij hen, ondanks hun wat demonstratieve wederzijdse genegenheid. Brief (protest bij de PEN-Club) van David Luschnat; hem meteen beantwoorden. [...]
[Parijs] 27 mei 1933 [...] Gelanterfant; cocktail in de arcaden van het Lido. Naar Fouquet. Daar: Binder (mooi), Berthold Viertel, Porada, de heer Bruckner, Colin met een oude homme de lettres (Grène of zoiets), volle witte baard, Dreyfus-affaire, samen met Proust een revue uitgegeven, liberaal. [...] Even Roth en Ivan Goll. Kesten, aardig. Vertelt me — sensationeel genoeg — dat Benn op mijn brief in de DAZ [Deutsche Allgemeine Zeitung] en voor de radio heel boosaardig reageert. Zo zit dat dus. [...]
t [Parijs] 28 mei 1933 [...] Het 'antwoord' van Benn is hier aangekomen. Bijna ontroerend uitgebreid, maar ben ontsteld over het zwakke niveau enz. Vanavond met z'n zevenen gegeten (+ N., Merita, Mops Bruckner) in de Auberge du Luxembourg. Allemaal naar de film boulevard Raspail: Lady Lou met Mae West, die heel mooi was. Behoorlijke film, beetje taai. Met Colin, eigenaar van de bioscoop, zaal en podium bekeken. Met z'n allen naar Dome. Gustaf flaneert voorbij. Dodelijk vermoeid.143-2015>
Parijs, hotel Jacob, 26 mei 1933 De reis deels een lichte kwelling, hoofdpijn, weinig geslapen; deels mooi. Rode wijn in de restauratiewagen. Café au lait in Lyon. Gelezen: Marianne, biografie van Poe, Döblin. Om 9 uur hier aangekomen. Mijn oude kamer. Als eerste Mops op bezoek. Daarna Nebel. René bij Mops. Meteen wat over politiek gepraat (zowel hij als Mops willen niets weten van punten van overeenkomst tussen nazisme en bolsjewisme). Wolfgang met zijn aardige Teddy Villeneuve. Wolfgang, ziek geweest, heel bleek, mager en edel. Vanmiddag met Feist gegeten in restaurant Beige, niet veel nieuws. Met W. genomen [drugs], thee gedronken met hem en Villeneuve, veel kleine gebakjes. Voel me goed bij hen, ondanks hun wat demonstratieve wederzijdse genegenheid. Brief (protest bij de PEN-Club) van David Luschnat; hem meteen beantwoorden. [...]
[Parijs] 27 mei 1933 [...] Gelanterfant; cocktail in de arcaden van het Lido. Naar Fouquet. Daar: Binder (mooi), Berthold Viertel, Porada, de heer Bruckner, Colin met een oude homme de lettres (Grène of zoiets), volle witte baard, Dreyfus-affaire, samen met Proust een revue uitgegeven, liberaal. [...] Even Roth en Ivan Goll. Kesten, aardig. Vertelt me — sensationeel genoeg — dat Benn op mijn brief in de DAZ [Deutsche Allgemeine Zeitung] en voor de radio heel boosaardig reageert. Zo zit dat dus. [...]
t [Parijs] 28 mei 1933 [...] Het 'antwoord' van Benn is hier aangekomen. Bijna ontroerend uitgebreid, maar ben ontsteld over het zwakke niveau enz. Vanavond met z'n zevenen gegeten (+ N., Merita, Mops Bruckner) in de Auberge du Luxembourg. Allemaal naar de film boulevard Raspail: Lady Lou met Mae West, die heel mooi was. Behoorlijke film, beetje taai. Met Colin, eigenaar van de bioscoop, zaal en podium bekeken. Met z'n allen naar Dome. Gustaf flaneert voorbij. Dodelijk vermoeid.143-2015>
Abonneren op:
Posts (Atom)
Volgers
Blogarchief
-
▼
2026
(234)
-
▼
augustus
(22)
- C. Buddingh' • 22 augustus 1970
- Maarten 't Hart • 21 augustus 1969
- François HaverSchmidt • 20 augustus 1861
- 26-jarige vrouw • 19 Augustus 1970
- Beb Vuyk • 18 augustus 1945
- C.J. Coen • 17 augustus 1643
- Nicolaas Beets • 16 augustus 1835
- Bert Le-Merton • 15 augustus 1945
- Frederik van Eeden • 14 augustus 1914
- Jozef van Walleghem • 13 augustus 1799
- Jacob van Lennep • 12 augustus 1855
- William S. Burroughs • 11 augustus 1975
- Hiske Dibbets • 10 augustus 1997
- José Saramago • 9 augustus 1995
- Clara • 8 augustus 1818
- Esther van Vriesland • 7 augustus 1942
- Thomas Mann • 6 augustus 1945
- A.F.Th. van der Heijden • 5 augustus 1966
- Nescio • 4 augustus 1951
- Nanne Tepper • 3 augustus 1997
- Beb Vuyk • 2 augustus 1945
- Carla Bogaards • 1 augustus 1997
-
▼
augustus
(22)






