zaterdag 24 september 2016

Menno ter Braak -- 24 september 1939

• Menno ter Braak (1902-1940) was een Nederlandse schrijver. Na de Duitse inval in Polen (1 september 1939) hield hij een maand lang een journaal bij.

24 Sept.
Gisterenavond afscheid genomen van deze vacantie, die zoo schril contrasteerde met die van verleden jaar met de Gr.'s [Greshoffs] te Juan les Pins. Wandeling in den avond door Tiel, dat voor mij na twintig jaar nog altijd in de eerste plaats is de stad van ‘Ina Damman’; iedere hoek, iedere straat een ‘erotisch perspectief’, een stuk verwachting, teleurstelling, onzekerheid etc. Ik voel mij volwassen, maar ook oud, ver weg van dit alles, dit onnoozele, en toch vol verlangen om deze ‘mythe’ vast te houden, om nog iets te begrijpen van dit stuk leven. Dit was toch al na den vorigen oorlog...
Ik weet niet, of ik er nog toe zal komen in dit journaal te schrijven; ik moet weer schrijven voor de krant, ondanks den oorlog, over ‘kunst en letteren’. In ieder geval deed dit dagboek dienst om mij met de idee van een oorlog in Europa vertrouwd te maken. Men kan het ook afstompen noemen.
Vanmiddag wederzien met E. in Amsterdam.

donderdag 22 september 2016

Hans Fallada -- 23 september 1944

• De Duitse schrijver Hans Fallada (1893-1047) zat in 1944 enige tijd in de gevangenis wegens poging tot doodslag; in deze tijd schreef hij 'berichten uit de gevangenis, die zijn gepubliceerd in In meinem fremden Land (door Anne Folkertsma vertaald als In mijn vreemde land).

23-IX-44 - Op een dag in januari [1933] zaten mijn brave uitgever R. [Ernst Rowohlt] en ik 's avonds in Schuchters wijnlokaal in Berlijn aan een vrolijke dis. Onze wederhelften en een paar goede flessen Steinwijn hielden ons gezelschap. We waren, zoals het in de Schrift staat, vol goede wijn en deze keer was hij bij ons ook goed gevallen. Bij mij kon je daar niet altijd van op aan. Het was heel onvoorspelbaar welke uitwerking wijn op me had, meestal maakte hij me twistziek, betweterig en opschepperig. Maar die avond gebeurde dat niet en had hij me in een vrolijke, wat spotzieke bui gebracht, dus ik was het ideale gezelschap voor R., die onder invloed van alcohol altijd in een reusachtige, honderd kilo zware zuigeling verandert. Hij zat met een vuurrood gezicht aan tafel, terwijl de alcohol als het ware uit alle poriën van zijn lichaam leek te wasemen, een soort moloch, maar een tevreden, verzadigde moloch, terwijl ik mijn grappen en anekdotes ten beste gaf, waar zelfs mijn brave eega hartelijk om moest lachen, hoewel ze die verhaaltjes al minstens honderd keer had gehoord. R. had de toestand bereikt waarin zijn geweten hem weieens opdraagt ter vermaak van de gasten ook een duit in het zakje te doen: hij liet de kelner dan soms een sektglas brengen dat hij, op de steel na, stukje bij beetje met zijn tanden verbrijzelde en helemaal opat - zulks tot afschuw van de dames, die er niet over uit konden dat hij zich daarbij in het geheel niet sneed. Ik heb echter één keer meegemaakt dat R. bij deze haast kannibalistisch aandoende glasvreterij zijn meester vond. Hij liet een sektglas brengen en een stille, zachtmoedige heer uit het gezelschap deed het hem na. Rowohlt at het glas op, de heer ook. Rowohlt zei genietend: 'Zo! Dat heeft me goedgedaan!' Hij vouwde zijn handen op zijn buik en keek triomfantelijk in het rond toen de zachtmoedige heer hem aansprak. Hij wees op de kale glazen steel die voor R. stond. Verwijtend vroeg hij: 'En de steel eet u niet op, meneer Rowohlt? Die is nu juist het lekkerst!' Na deze woorden werkte de zachtmoedige heer hem onder onbedaarlijk gelach van het gezelschap naar binnen. R., die zijn triomf aan zijn neus voorbij zag gaan, was pisnijdig en heeft het zachtmoedige heerschap die nederlaag nooit vergeven!
[...]

woensdag 21 september 2016

Menno ter Braak -- 22 september 1939

• Menno ter Braak (1902-1940) was een Nederlandse schrijver. Na de Duitse inval in Polen (1 september 1939) hield hij een maand lang een journaal bij.

22 Sept.
Het ongerijmde, in deze tijden, van instellingen als ‘vrijloten’ en ‘broederdienst’. Herinneringen aan een periode van niet-totalen oorlog, waarin ‘dienen’ toch eigenlijk een vorm van pech was. Door dezen totalen oorlog raken dergelijke opvattingen op den achtergrond, al blijven zij officieus bestaan (het ‘kankeren’). Zelfs degene, die pech heeft en nu gemobiliseerd is, zal waarschijnlijk iets van deze totaliteit begrijpen; zelfs de vrijgeloten en broederdienstigen voelen zich niet werkelijk vrij, niet gedekt door een moreelen vrijbrief. Het ‘totale’ vreet overal door. Teeken, dat het militaire ophoudt iets uitzonderlijks en afzonderlijks te zijn. Men kan het verachten en vervloeken, maar men kan niet terug naar dien uitzonderingstoestand, waarin de soldaat een pechvogel en een officier een idioot was. Officieren naderen den ‘stand’ van technici, verliezen langzamerhand de cavalerie-onnoozelheid.

Sterkste herinnering aan het uitbreken van den oorlog in 1914 vanmorgen herleefd bij een tochtje langs den dijk naar Ophemert. Daar woonde een visscher, Jeebe genaamd, van wien wij paling moesten meenemen naar Eibergen, toen wij in Tiel logeerden, Juli 1914. Dat heeft dieperen indruk op mij gemaakt dan de mobilisatie zelf; als ik dit huisje weer zie en den naam Jeebe hoor noemen, ruik ik de kindersfeer van 1914 weer. Paling is: spanning en vage angst. Zoo ontstaan de meeste herinneringen, althans bij mij. Muziek.

dinsdag 20 september 2016

Helene Siegfried -- 21 september 1918

• De Zwitserse Helene Siegfried (1886-1918) was aan het eind van de Eerste Wereldoorlog Rode Kruis-zuster in Duitsland, maar overleed al vrij snel aan de Spaanse griep. Fragmenten uit haar dagboek zijn destijds in het Nederlands vertaald.

21 September 1918.
Van morgen vroeg af zal ik in barak I werken, waarvoor ik van het begin af bestemd was. Het spijt mij van mijn eerste soldaten, die al zeer aan mij gehecht zijn, weg te gaan. Maar zoo is het nu eenmaal bij ons. Altijd wisselen. Ik voel weer zoo sterk hoe ik van dit beroep houd. Nu ik zoo goed uitgerust ben is het eenvoudig heerlijk weer te werken en is men eenmaal zelfstandig, dan is het iets heel anders als in het begin. Onder mekaar zijn we zeer vroolijk. We musiceeren en naast ons werk hebben wij ook plezier in het leven. 't Is niet te vergelijken met het ziekenhuisbedrijf. Men voelt zoo goed het onderscheid tusschen oorlogsverpleging en den ernstigen gewone dienst. Ik geniet er dubbel van bij het terugdenken aan vroeger, nu ook nog eens de mooie kant van het beroep mee te maken.

27 September 1918.
Nachtwaak op barak I en II, ieder met 40 man. 's Avonds bij de vorstin voor het souper gevraagd. Zeer interessante avond. Goede nacht met weinig arbeid.

29 September 1918.
[...] Het is hier werkelijk heerlijk. Alleen zusters, die iets kunnen, heelemaal geen hulppersoneel. Het eten is voor de tegenwoordige tijden buitengewoon goed. De vorstin is heel aardig voor mij. Met de hoofdverpleegster kan ik goed overweg, we zijn bijna vriendschappelijk. Wat kan men meer verlangen?

14 October 1918.
Veel werk, geen vrij uur. Pakket van huis. Veel brieven. (Voor mijn verjaardag, morgen den 15den). Alle zusters hebben de griep.

[Den 15den October, haar 23sten geboortedag, was Helene's laatste gezonde levensdag. 't Was nog een dag van onvermengde vreugde, waarop ze, gelukkig door de geschenken en brieven van huis, bedankte. ‘Pas goed op voor de griep mijn geliefd Vadertje,’ voegde ze erbij. ‘Hier heerscht ze heel erg. Mij gaat het nog steeds uitstekend, en ik pas er erg voor op.’
Spoedig daarna deden zich de kenteekenen der ziekte ook bij haar voor. Toch dwong ze zich nog twee dagen lang op den been te blijven, om de van het front aangekomen zwaargewonden te verzorgen. Want uit Berlijn kon men geen hulpkrachten krijgen en de koortsige lazaretzusters waren niet in staat iets te doen.
De derde morgen maakte een dubbelzijdige longontsteking ook aan haar werk een einde. De dokters en de Vorstin Donnersmark deden al het mogelijke om haar te redden. Te vergeefs. Den 25sten October, toen buiten het avondrood in de Marksche dennentoppen vergloeide, gaf zij den geest, hand in hand met haar vader, die haar nog slechts bewusteloos teruggezien had.]

maandag 19 september 2016

George Edward Edmondson -- 20 september 1916

• De Australiër George Edward Edmondson (1892/3-19??) was in 1916 soldaat; hij hield toen een dagboek bij.

18th Sept. 1916 Signalling tests. Cold day. Return of Capt. Campbell to our Battery. Lamp test. Football match between 27th & 25th. Win for 27th, 6 to Nil.

19th Sept. 1916
Very cold day with winds. Brigade of heavy howitzers firing here today. Lectures & buzzer. Did not go out anywhere.

20th Sept. 1916
Cold day. Got C.B. [Confined to barracks] 2 days today for coming late on parade. Hard luck. Signalling & reading. Received letters from Florrie & Millie.

21st Sept. 1916
Signalling & out on Helio. Finished up the C.B. tonight. Wrote letters.

22nd Sept. 1916
Signalling & telephones. Received letter from Wyn also snaps of the Sunday stunt at Winchester. Did not go out but fed horses which arrived today.

23rd Sept. 1916
Signalling in morning. Walked to Amesbury & had a try for photo being taken. Too much of a crush. Met Billie & rest and had tea. Got motorcar back to camp. Received letter & photo from Beattie.

24th Sept. 1916
Sunday today. Had church parade. Afterwards marched passed the General for practice for Wednesday's visit by the King of England. Did early morning, midday, afternoon & night stables today so did not go out. Cleared up for inspection tomorrow.

25th Sept. 1916
Early morning stable, mess orderly. Marching order parade. Lamp parade at night. Did not go out.

26th Sept. 1916
Reveille 5.30. Up & rushed round to get ready for marching order for Bulford. On Mess Orderly. Marched off at 11.30 for Bulford. Part of the Brigade mounted with gun & full equipment. Rest old 27th had to footslog. Anyhow arrived at Bulford very tired. Marched passed General of 3rd Division. Artillery first with Infantry, A.M.C. &c. coming afterwards. Great sight. Fully 40,000 men on review. Arrived back at 7.30 hungry & tired. Had a good tea. Cleaned up & had a shower.

zondag 18 september 2016

Dorothee -- 19 september 1993

• Dorothee uit Duitsland was in 1993 veertien jaar oud.

19. September 1993
Lea hat sehr teure Schminke. Sie hat viele stilvolle, wertvolle, teure Sachen. Ich möchte auch wertvolle Sachen haben und nicht immer Billigprodukte. Wenn ich vielleicht im Monat 20 DM Taschengeld bekomme, dann kann ich doch für 15 DM monatlich Schminke, Schmuck und andere Vorzeigegegenstände anschaffen. Das war am Anfang mit dem Kleidergeld genauso. Ich habe immer das Billigste gekauft, was ich finden konnte und jetzt ärgere ich mich, dass die Qualität nicht gut ist.
Ich habe noch keinen ausgeprägten Charakter. Ich weiß schon jetzt, dass ich bald meine Vorsätze vergessen werden habe und mir Billigpuder kaufen werde. Ich möchte so gerne auch bewundert werden. Mein Gott, wie würde Lisa staunen, wenn ich auf einmal Schminke von Margret Astor, Ellen Beatrix, Chicogo oder Marbert hätte. Sie wäre neidisch.

21. September 1993
Mal wieder Sabine! Ihre Eltern erlauben nicht, dass ich mit ihr in den Urlaub fahre. Bei jeder schlechten Zensur machen sie gleich Zoff. Und dann meinen sie, sie wären nett. Sabine selbst ist aber auch total doof geworden. Sie nervt in der Schule ständig, lernt nie, macht nie die Hausaufgaben und wundert sich dann, warum sie 4en und 5en schreibt und will von mir getröstet werden.
Was mich auch nervt ist, dass sie immer so mütterlich tut, als ob sie voll überlegen wäre und ich ihr Baby. Das regt mich total auf. (…) Sie behauptet zwar immer, dass sie so hässlich ist (nerv!), aber in Wirklichkeit findet sie sich wahrscheinlich sehr hübsch. Ich finde, ich habe einen hervorstechenden Schönheitsfehler. Das ist mein Busen. Na schön. Bei jeder möglichen Gelegenheit versucht sie, eine abfallende Bemerkung zu machen. Und wenn ich dann so etwas Ähnliches sage, dann ist sie, wie soll es anders sein, eingeschnappt.
Und dann zähle ich ihre Schönheitsfehler auf: widerliche knotige Hände mit dreckigen und ekelhaft gefeilten Fingernägeln, ein fettes Gesicht, tausend und einen Pickel im Gesicht, gelbe Haut, sie traut sich nicht, ihre Haare zu rasieren, schöne Haare zwar, aber scheiß Frisur und ungepflegt, einen viel zu breiten Mund, einen abscheulichen Geschmack bei Kleidern, Schmuck und Parfüm, dann tut sie immer so als ob sie voll viel lesen würde, liest aber nur Babybücher (…) dann tut sie immer so als könnte sie voll gut Französisch (aussprechen) und naja, jetzt klingelt das Telefon und wenn sie das ist, dann gehe ich zu ihr und erbe ein Wandschränkchen, hole meine Bücher von ihr ab und gucke Pro7 "Straßenflirt". O.K. Manchmal ist sie ja ganz nett, aber dann.

30. Oktober 1993
Ich wollte mir eigentlich abgewöhnen, etwas zu klauen, aber es ist wie eine Sucht. Sabine hat sich "Roma" von Laura Biagiotti "angeguckt" und einen Lippenpflegestift von Oilily. Und natürlich noch mehr. Aber darauf bin ich besonders neidisch, weil ich nicht bei Parfümerie Gabriel einen Oililystift klauen kann, weil ich da im Februar Praktikum mache. Das möchte ich eben nicht. Deshalb habe ich Lisa gefragt, ob sie es irgendwann für mich macht, mit Gegenleistung.

Liz Jones -- 18 september 2010

• De Britse journaliste Liz Jones (1958) heeft een dagboekcolumn in The Daily Mail waarin ze over haar leven als alleenstaande vrouw schrijft.

18 september 2010. In which I date two men in a week.

I have only ever once, in my extremely long life, been involved with two men at once. The first time was in April 2000 when, during one heady weekend, I (and thanks to my friend Michelle for bestowing upon me this immortal phrase) ‘double parked’. Even the words sound quite rude, don’t they? What happened during that weekend was that, on the Friday, I went for dinner with Kevin the Osama Bin Laden lookalike, after which we had sex (I don’t really like having sex after meals. My stomach looks distended and I’d always thought it dangerous. My husband would later tell me sagely, ‘No, Chubby Chubs, you’re confusing sex with swimming.’).

Then, on the Saturday night, I drove to Stoke Newington, in North London, to Rasa, my favourite restaurant in the whole wide world, and had my first date with Nirpal. He was very sweet: attentive (ie, he wasn’t texting other women on his phone), and I seem to remember we split the bill. Anyway, because I was on a bit of a roll, I drove him to my house in Hackney and we had sex. On the first date!

Now I’m double parking again. Not in one weekend, oh dear me no, but in one week, which is pretty miraculous given my romantic track record. After the Norfolk mini break, I saw the Rock Star again, just once. He’d been fishing for an invitation to my farm, given that he has heard (and read) so much about it, but I don’t feel ready for that. I had learnt my lesson from Husband Number One and wanted to keep a tiny smidgen of myself private (please, no hollow laughter).

Also, I didn’t want to introduce the collies, and Mini Kevin, and the Ferals (Smudgealike has a broken leg – God only knows how it happened; playing football? Skiing? – and has to be kept in a cage for six weeks, in plaster; the other cats have all signed it), and Lizzie, and Mummy Sheep, etc etc, to someone new if he’s not going to stick around. I don’t want to confuse them.

So. We met in the bar at Claridge’s. The lovely doorman is getting to know me, and gives me a friendly wink as he gets in my car to valet park it (I know I’m flat broke, but I do love to be valet parked). This was on a Monday, a night of the week I particularly chose because it is the least glamorous night of the week, and most definitely not a date night. The RS didn’t care, though. He kissed the side of my head (I ducked at the last minute in case of paparazzi), and I noticed he was head to toe in beachwear. I quite like that he isn’t intimidated by posh hotel lobbies. We went up to his suite.

‘Ah,’ I said. ‘I’ve been here before.’ It is the loveliest of suites, with a huge terrace. I’d once had tea with the owner of luxury goods label Tod’s here. I told him I wasn’t going to stay the night (not the Tod’s man; I’m not that fond of handbags), mainly because of SAL’s broken leg. ‘You’re kidding me,’ he said. ‘No, I’m not.’ He laughed. This is what I like about him: he takes knock-backs rather well. We had a snogging session on one of the black and white sofas, which I don’t think is actually allowed. And then I got in my sports car and drove the four hours home.

And then, on the Tuesday!

I meet the Man/Boy hybrid. Let me tell you how I prepared for this little assignation. I had a Brazilian, a hair dye, a pedicure, which I haven’t had for three years, an airbrush tan and, um, eyelash extensions. I wore pink patent Prada shoes, and a Dries Van Noten camel ruched jacket over a simple Dries black slip; an outfit I’d road-tested on my husband on a mini break in Morocco many years before but which had had no effect whatsoever (‘Why are you wearing a jacket when it’s boiling?’). I’d booked a lovely room at One Aldwych. I’d chosen this hotel (it’s almost as if I’ve gone mad; please don’t snigger at the word almost) because its lobby is very dark. I look bloody amazing! He turns up. I fancy him like crazy. I know he could be my son but I don’t care. We get in the lift. I double park.