Zondagavond 20 juni
Bella was wijs en verstandig vanavond. Ik liep in kringetjes om haar heen en dacht aan m'n broer in Californië, aan de Deense vertaalster van een boek van me in Uppsala, aan kabouters in Ljubljana, aan studenten die me hebben uitgenodigd om in Schotland lezingen te komen houden, maar ik besefte steeds dat de bruine beuk het middelpunt was waar alles om draait. Ik kan nu ook beter begrijpen waarom ik dat dacht.
Toen in 1884 in de Jordaan het Palingoproer uitbrak omdat de politie de Jordaners op de Lindengracht verbood spelletjes met palingen te doen, die daar toen nog in het grachtenwater zwommen, ging er een golf van paniek door de laatste kabouters van Amsterdam. Als de mensen in staat zijn om palingen te martelen, wat zullen ze dan wel niet doen als ze ons ontdekken, dachten de kabouters, en ze vluchtten de stad uit.
Maar er was er één die dat onzin vond. Het was Gijs, een oude kabouter met een rode baard. Hij voelde dat hij een taak had jegens de planten en bloemen op de plaats waar nu het Westerpark is, omdat hij in de loop der tijd een goede verhouding met hen gekregen had. `Eéns ga je toch dood,' zei hij, en hij bleef alleen achter.
Nog tot in het begin van onze eeuw leefde hij in eenzame vrede temidden van zijn plantaardige vrienden.
In moeilijke omstandigheden was hij steeds een toeverlaat voor planten en vogels, die hij dan met een wijze raadgeving of met een opgewekt woord opbeurde. 'Nog met mijn lijk zou ik de velden willen bemesten om hier meer bomen te doen groeien,' zei hij eens. Toen Gijs op een dag op zijn rug in het gras naar de wolken lag te kijken en een liedje neuriede, stond zijn hart plotseling stil. Van heinde en ver kwamen de vogels om hem met takjes en aarde te bedekken. Niet alleen leeuwerikken, nachtegalen, uilen, roodborstjes, reigers en al die andere soorten die nu in Amsterdam uitgestorven zijn, maar ook mussen, duiven en kraaien.
Niet lang na zijn begrafenis zagen de vogels precies op de plaats waar de oude kabouter gestorven was een krachtige bruine beuk uit de grond verrijzen. Ook de mensen moet de jonge boom bevallen zijn, want het was in die jaren dat men het Westerpark begon aan te leggen.
Vandaag heb ik me gerealiseerd dat het Westerpark grotendeels verdwijnen zal omdat het Gemeentebestuur het nodig vindt de autoweg naar Haarlem te verbreden en de spoorbaan van de trein recht te trekken. Ter kompensatie voor het dan teloor gegane openbaar groen zal elders in de buurt een park worden aangelegd.' Blijkbaar zijn er mensen die denken dat de ene gemeenschap van bomen, planten en dieren precies hetzelfde is als de andere. Erger nog: Wij hebben die mensen gekozen om over ons te regeren.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten