donderdag 11 juni 2026

Carla Boogaards • 12 juni 1997


Carla Boogaards (schrijfster, 1947): Onhollands dagboek.

12 juni
Een maand voor mijn verjaardag. Tip van Hans David om in het dagboek te zetten. Wel erg abrupt geëindigd eergisteren. stierf van de pijn in knie en arm. Gisteren weer eens het lievelingskostje van HD gekookt. Zelf mijn verslavende Thaise rijst. Ik kan zo'n gerecht niet eten of ik denk aan het Thaise restaurant van een paar jaar geleden in de Warmoesstraat. Daar at ik voor het eerst dat verrukkelijke exotische eten. Herinneringen, herinneringen. Toen was ik verliefd op X, ik schreef een gedicht over dat restaurant. Das war einmal. HD maakt op mijn dringende advies een boekverslag voor school over Die Verwandlung van Franz Kafka. Ik vond dat lievelingsboekje uit mijn schooltijd weer terug terwijl ik rücksichtlos mijn boekenkast leegmaakte, tien verhuisdozen boeken weggegooid. Het dierbaarste bewaard. Nieuwe boekenkast tegen muur kamer/gang. Subtiel vergeleken bij de kolossale hoeveelheid die een groot deel van de langste muur in de kamer bedekte. Die muur moet smetteloos wit gestuckt zijn, ruimte suggereren, want ons huis is wel het kleinste van alle huizen waar ik tot nu toe in gewoond heb. Trouwens, al die boeken wekten de 100%-intellectueel indruk, de tijd is voorbij dat ik me moest bewijzen. Ik bedoel dat het leuk is om niet mee te doen met wat de groep doet. Dat ik sowieso er behagen in schep semi-onnozel te zijn, dreamland, of mijn leven als Barby. Kafka is goed te duiden. Bijvoorbeeld Grete, zijn zusje wil tegen de zin van haar moeder Gregor's kamer herinrichten zodat hij, het insekt, gemakkelijk over de vloer kan kruipen, niet gehinderd door tafels en stoelen, kasten. Want, zegt de schrijver, ze zou nog het enige menselijke wezen zijn die zijn kamer betrad. Het is dus het verhaal over de verboden liefde van de zus voor haar broer. Gregor hoort zijn moeder tegenwerpingen maken en zeer timide bedenkt hij dat het niet goed voor hem is toe te geven aan zijn neiging rond te kruipen. Die moeder wil alles bij het oude houden, voor het geval haar zoon weer als normale jongen terugkeert. Gregor wil zijn moeder ten dienste zijn, hij wil haar liefde veroveren. Oedipus. Het slot is denk ik sterk anti-fascistisch, ik bedoel het ophemelen van het Germaanse ras. Wanneer na de dood van Gregor, vader, moeder en dochter eindelijk er weer op uit trekken - zeer vroeg in de morgen maken ze een ritje met de tram - bedenkt de moeder dat haar dochter ondanks alle spanningen tijdens Die Verwandlung een grote meid aan het worden is. Zeventien, met duidelijk al ontluikend vrouwenlichaam. Fris, vruchtbaar. Dit leest niet als Sweet Sixteen, dat vrolijke onbezonnen jongens- en meisjesgedoe, het is serieus de leer van Hitler wat Kafka schrijft. Als Jood zo scherp, zo cynisch, zo knap. Want het leest niet als cynisch. Het leest zoals het er staat; in die tijd kijkt een moeder naar haar dochters lichaam, ze moet een brave man voor haar zoeken besluit ze, de dochter draagt de belofte voor een vruchtbare toekomst met zich mee, in zich mee. Je ziet een mollige blonde deerne, en voordat haar seksualiteit ontwaakt, moet ze uitgehuwelijkt worden. Er mag niets verloren gaan, ze moet kinderen krijgen. Grete mag niet over haar eigen seksualiteit beslissen, ze moet zich schikken naar de regels van haar moeder, van de autoriteit. Goddank toont Grete dat ze een willetje heeft. Ik zit nu even ‘Sweet Sixteen’ te fluiten. Maar ik vraag me af wat er van Grete geworden is. Kan ze überhaupt wel een andere man beminnen dan haar broer? Kan ze met al die schuldgevoelens - tenslotte heeft ze met haar vader samengespannen op de dag dat ze uitriep dat Gregor weg moest - doorleven? Ze heeft haar broer verraden. Nota bene tegenover de vader, die zijn zoon oké vond zolang hij geld inbracht. Praktisch ingesteld, berekenend zou ik zeggen, maar geen hart in zijn slappe lijf. Offert Grete haar broer voor de liefde van haar vader? Omdat ze het lichaam van de broer is kwijtgeraakt? Maar ook zijn geest. Ze werd enorm op de proef gesteld, ze bleef zich inspannen voor Gregor, maar op een dag geeft ze het op. Goddank ging hij dood. De ouders slapen veel, dommelen, doezelen, raken verward en vallen weg. Als lezer heb je weinig respect voor ze. Ze weten niet wat er in de wereld gebeurt, ze slapen op belangrijke momenten. Ze leven dus niet. Kafka zoekt het leven, maar ook de manier om je van het leven af te wenden. Omdat het je lot is dat je uitgestoten zal worden. Predestinatie.

Gregor spuugt al zijn voedsel uit, het dier dat hij werd kotst uit wat het als mens verteerde. Als je niet meer eet ga je dood. Je zoekt niet meer het genot. Kafka kotste het leven uit. Als puber verslond ik dit boek, als volwassene opnieuw.

Het is leuk om met hd over al die thema's te praten. Opmerkelijk hoe slim hij is, hoe het hem boeit. Nee ik praat niet zo uitgebreid met hem over seksualiteit.

Gisteren naar het reuma-badje geweest. Vandaag rust, rust, rust. Ik kan nauwelijks typen, de pijn scheurt alweer door mijn arm. Vannacht twee keer opgestaan om een aspirine te nemen. Insmeren met zalf. Beter dan die medicijnen. Die laptop gaat gloeien op mijn benen. Gisteren lang met Elzeline van A. gebeld. Krachtige vrouw, goeie journaliste. Over hg gepraat, ze kent hem goed. Ik zei eerlijk dat ik kritiek had, maar hij heeft me ook een geschenk meegegeven met zijn tentoonstelling, de heerlijke drang om mijn toneelstuk te gaan schrijven. Blijkbaar heeft zijn werk zoveel kracht dat ik zelf iets wil maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten