zaterdag 23 augustus 2025

Menno ter Braak • 5 september 1939

Menno ter Braak (1902-1940) was een Nederlandse schrijver. Na de Duitse inval in Polen (1 september 1939) hield hij een maand lang een journaal bij.

5 Sept.
Vandaag met succes getracht mij te isoleeren van het ‘wereldgebeuren’ door de lectuur van een boeiende studie in Groot Nederland over Maurits van R. Nieuwenhuis. Heimwee naar tempo doeloe, zooals hij het beschrijft... en dat mij waarschijnlijk allerminst zou hebben bevallen, als ik er werkelijk in had moeten leven. Contrast maakt sentimenteel. De vooroordeelen van Van Deyssel tegen Daum voor ons (na twee wereldoorlogen) ronduit ridicuul, de heele woordkunst in zijn beteekenis nog ridiculer. Dat het isolement slaagde, bewijst het boeiende van het artikel, want gunstige oorlogsberichten zijn er nog niet. Ook nog niet de dramatische bombardementen op Parijs en Londen, waarmee volgens de feuilletonnistische voorstelling deze oorlog had moeten inzetten. Zoo zal er meer afwijken van het feuilleton.

Ook de sociale revolutie na den oorlog overigens. Het is volstrekt onzinnig om deze sociale revolutie weer te dramatiseeren als een ‘definitieve’ gebeurtenis.

Een principieele vraag: met welke gevoelens zal men 's morgens zijn das strikken, als men dagelijks gebombardeerd wordt en deze handeling dus tot de overbodigste cultuurhandelingen zal behooren, die men zich voor kan stellen. Het strikken van een das veronderstelt een kleine portie zekere toekomst.

Sommige uiterlijkheden (speeches van koningen en presidenten b.v.) lijken zoo tot in onderdeelen op 1914, dat men er misselijk van wordt. Maar over het minimum, waarvoor men vecht, kan ook niet gesproken worden; het zou diegenen ontmoedigen, die alleen voor maxima willen vechten (en trouwens ook leven). Dus spreken de heeren George en Lebrun over maxima, op zijn Poolsch. Toch zijn deze maxima relatief weer sympathieker dan de superlatieven-hysterie van het ondier Hitler, omdat zij althans iets van het minimum behelzen, al noemt men het dan ‘recht’ of iets dergelijks.

Mijn kapper is stellig van meening, dat Hitler vernietigd zal worden: ‘het zal hem zijn kop kosten.’ Hoewel ik aan deze opinie geenerlei waarde hecht, is zij toch voor 1% troostend.

Het meest verkochte dagblad, De Telegraaf, dat ditmaal anti-Russisch en anti-Duitsch tegelijk is, omdat de meerderheid dat is (het kon niet beter!) produceert gisteren een hoofdartikel, waarin gejeremieerd wordt, dat Stalin Hitler aanvuurt om oorlog te voeren, en dat de volkeren en legers het heusch niet willen. Deze sentimenteele drek wordt dus ook weer gecolporteerd. Alle volken hebben dezen oorlog gewild, want zij hebben Hitler zes jaar lang gewild: de Duitschers, omdat zij door hem alles voor niets meenden te kunnen stelen, de anderen, omdat zij op den duur voor niets van hem dachten af te komen (inbegrepen onze liberale pers, met haar academische Krekels, die wijfjes in loudspeakers lokten uit pure sonore onnoozelheid of corruptheid**). De ‘schuld’ valt op allen terug, ook op ons, antifascisten, die toch in laatste instantie te veel op ons gemak waren gesteld om het eenige te doen, wat absolute waarde zou hebben gehad: den loudspeaker van Berchtesgaden vermoorden. Degene, die hier haat uit zou lezen, zou zich ten zeerste vergissen; men haat toch ook geen wespen of luizen, men doodt ze om niet gestoken te worden, niet door luid gezoem te worden gehinderd, of uit hygiënische overwegingen. Hitler, wesp en luis, is schuldeloozer dan de krekel voornoemd: het absurde mannetje, dat altijd door Het Vaderl. liep, alsof hij een buiging wilde maken voor den metaphysischen achtergrond, ter plaatse, waar de zetterij is. Dit philosoofje schijnt zelfs eerlijk te zijn geweest, en ik geloof het half en half, als ik hem vergelijk met zijn collega P., den rancunemensch par exellence, die opgezet moest worden als model van dit genus onder een glazen stolp, na stankvrij te zijn gemaakt door een middel, dat wel evenmin zal bestaan als de Blitzkrieg.

Gedicht van J. in Gr. Ned.:
De ophanden storm zal hol uitruischen
als straks het ondergraven kruis
omver zakt, en de hakenkruisen
zijn stukgerateld, en het Huis
Europa puin is. - Heerscht, fanatisch,
aanbeden, in een stalen kou
de maansikkel dan aziatisch
boven Moscou? -
Misschien wel, misschien niet. Maar dat J. dit publiceert na de ietwat malle schipbreuk van zijn vorige anti-Hitler-gedicht door bankiersquaestie, bewijst weer, hoe eerlijk deze ‘metaphysicus’ is. Dus is hij eigenlijk geen metaphysicus. Het is onzinnig iemand als J., op grond van een woord bij de krekels in te deelen.


**
Toespeling op een Amerikaansch bericht over een proefneming om krekelwijfjes te lokken door middel van radiografisch overgebrachte geluiden van mannetjes-krekels.

Menno ter Braak • 4 september 1939

Menno ter Braak (1902-1940) was een Nederlandse schrijver. Na de Duitse inval in Polen (1 september 1939) hield hij een maand lang een journaal bij.

4 Sept.
Wakker geworden zonder te weten, dat er oorlog is. Daarna de berichten over het torpederen van de Athenia (zie Lusitania) en over de vliegtuigen boven ons land. Die vliegtuigen zijn het eerste teken van de universaliteit van dit conflict. Voortaan kunnen deze dingen dus aan het ontbijt, de lunch en het diner verschijnen, al dan niet met bommen. Maar ik wist dit al, sinds de nazi's Oostenrijk bezetten, en het verwondert mij nauwelijks; het zou dwaas zijn, als het anders was.
Dat achter deze oorlog de sociale revolutie staat, houd ik voor absoluut zeker. Dit conflict is slechts een inleidend conflict; misleidend omdat het nazisme misleidend is, en toch waarachtig, omdat het nazisme eerst verdwijnen moet, wil het werkelijke conflict aan den dag kunnen komen. De vraag alleen: onder welke formule zal deze sociale revolutie zich aandienen? Het socialisme, dat na 1918 nog een aureool had, is hopeloos gecompromitteerd, zowel als nationaal-socialisme als ook als stalinisme, dat zich met Hitler heeft afgegeven en dus geen aanspraak meer kan maken op het ware gezicht van Europa. Welke nieuwe formule voor de ‘klassenstrijd’ (die tussen haakjes geen klassenstrijd is, maar een veel gecompliceerder gevolg van onze christelijke erfenis)?

Vandaag een brief van Gr. uit Kaapstad. De laatste? Alleen om met hem een half jaar naar een blauwe zee te kunnen kijken zou ik deze oorlog willen overleven. Verder gaan mijn verlangens niet, maar het is al heel ver voor deze tijd. Ongerustheid over het lot van Du P., die ergens op de Oceaan moet zwalken.
Ik slaag er nog in ‘de dag te plukken’, maar alleen als ik in beweging blijf.

Hans Warren • 3 september 1999

Hans Warren (1921-2001) was een Nederlandse schrijver. Zijn dagboeken zijn in vele delen gepubliceerd als 'Geheim dagboek'.

3 sep. - 20.15 - Gisteren omstreeks de noen zijn we naar de Hoge Veluwe gegaan. We kochten kaartjes bij de ingang Rijzenburg, toch een investering van ƒ 36,50. Hier en daar stapten we uit om van de bloeiende hei te genieten en van de vergezichten met vliegdennen en loofbomen. Ik moet zeggen dat ik nooit in m'n leven de hei zo uitbundig in allerlei schakeringen paars heb zien bloeien. Zo goed als geen jeneverbesstruiken meer, weinig vogels gezien, geen herten, wel een paar staalblauw glanzende mestkevers.
Het bezoek aan Museum Kröller-Müller was deprimerend. Wat zijn die Van Goghs slecht, op een paar dingen na. Ik zie wel dat de Seurat, de Renoir zogezegd belangrijk zijn, maar ik zou ze niet aan m'n muur willen. De beelden haast allemaal brrr. Wat rare zaaltjes met Chinees porselein, een paar Afrikaanse voorwerpen, kijkjes op de tuin vol monstruositeiten. We bekeken ook een tentoonstelling over Isaäc Israëls, die pas morgen officieel wordt geopend. Een enkel werk frappeert even. De dame in zwart avendtoilet en Mata Hari. Strompelend haalde ik het parkeerterrein en ik ben niet meer overeind gekomen voor we restaurant Spandershoeve in Hilversum bereikten. Fantastisch, de lekkerste Indonesische maaltijd die ik ooit at.

Jozef van Walleghem • 2 september 1796

Jozef van Walleghem (1757-1801), een Brugs handelaar in garen en linten die een winkel hield op de Eiermarkt, hield van 1787 tot 1800 een journaal bij, dat eind vorige eeuw door het Stadsarchief van Brugge gepubliceerd is. Zijn dagboeken gaan over de cruciale periode van de Franse Tijd te Brugge.

(2 september 1796)
Op den 2 september is 's morgens zeer vroeg in de veste beneden de Cruijspoorte verdronken eenen man, genaemt Van Loo, welken met eenige blouwerij [smokkelwaar] willende over de veste swemmen, met zijne voeten aen het lijs is blijven haperen en ongeluckig naer den grond gesonken en verdronken is, zonder van iemant te konnen geholpen worden.

(11 september 1796)
Op den 11 in den avond wiert door de klinkers der stadt Brugge uijtgeklonken den persoon van Ciprianus De Beir, koopman, wonende in de Zilverstraete, die sedert desen morgen vermist is geworden en op 't ontdekken van wekken, 't zij levende of doodt, eene eerlijcke belooning gestelt is. Des anderdaegs 's middags was het gerugt algemeen in de stadt dat den zelven heer verdronken gevonden was in de veste bij de Cruijspoorte, dog tegens den avond wiert dit gerugt wedersprooken en men heeft vernomen dat aldaer alleen eenen man gevonden was, dog niet verdronken, die beneden de veste met zijne voeten in 't water hadde liggen slaepen.
[...]
Desen morgen gebuerde een seltsaem ongeluk, eenen voerman vier peerden naer het water bij de Vlamingdam, mits het zeer warm weder leijdende om te swemmen, vroeg eenen jongen om zulks te mogen doen en den voerman ging een glas genever drinken, de peerden waeren aeneengebonden en den jongen met dezelve in 't water zijnde, konde dezelve niet meer regeeren, den jongen swom weg en verliet de peerden, zoodat de peerden op de komst van den voerman niet meer konden levende uijt het water geholpen worden.

George Orwell • 1 september 1939

George Orwell (1903-1950) was een Britse schrijver en journalist. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd als Diaries. gedeeltes eruit zijn hier te lezen. Vertaling: Nelleke van Maaren.

1.9.39. De invasie van Polen is vanochtend begonnen. Warschau gebombardeerd. Algemene mobilisatie in Engeland afgekondigd, dito in Frankrijk plus staat van beleg. [Radio]
buitenland & algemeen 1. Hitlers voorwaarden aan Polen komen neer op teruggave van Danzig & een plebisciet in de corridor binnen een jaar & gebaseerd op de volkstelling van 1918. Er is wat gesteggel over de tijd waarop de voorwaarden werden gesteld & omdat er op de avond van 30.8.39 op gereageerd moest worden, beweert Hitler dat ze al zijn afgewezen. [Daily Telegraph]
 2. Marinereservisten, de rest van het leger en raf-reservisten opgeroepen. Evacuatie van kinderen enz. begint vandaag en betreft 3 miljoen mensen & zal naar verwachting 3 dagen duren. [Radio; z.d.]
 3. Russisch-Duitse pact geratificeerd. Het Russische leger zal worden uitgebreid. De toespraak van Vorosjilov wordt opgevat in de zin dat een Russisch-Duits verbond niet wordt overwogen. [Daily Express]
4. Een verslag uit Berlijn meldt dat een Russische militaire missie hier naar verwachting binnenkort zal arriveren. [Daily Telegraph]

Sonja Paardekooper • 31 augustus 1944

• Sonja Paardekooper (1930-2009) hield als jong meisje een dagboek bij van haar tijd in het interneringskamp Ambarawa. Dat dagboek is gepubliceerd als Achter het gedek.

31 Augustus Koninginnedag. Waar zou ze zitten? Zou ze in Holland zijn? Zou er feest gevierd worden? Ik gun haar zoo'n prettige verjaardag. Hier mogen we geen feest vieren. Hier is kamppa 't hele kamp rondgeweest om te kijken of we geen oranje droegen en of we geen feest vierden. Nee, dat hebben we deze dag niet gedaan, tenminste niet uiterlijk. Maar onze goede mevrouw Beylart heeft wel voor een feestmaaltijd gezorgd. We hebben nassi koening met seroendeng gekregen, een goede portie. En vanavond mochten Suus en ik de rijstebrijdrum uitschrapen. Vroeger kregen meisjes van 12 tot 17 altijd, als er wat over was, een eetlepel extra. Meisjesextra. Maar daar is een aanmerking op gemaakt. Toen kregen wij en de jongens een pollepel djagoengpap. Ook daar is een aanmerking op gemaakt. Nu wordt de djagoeng in 't eten verwerkt, wat ook wel 't beste is. En nu mogen wij de drum uitschrapen, als we hem afwassen. Vanavond waren er tien porties tekort, dus was de drum al bijna leeg. Alleen de korst zat er nog in. En na veel schrapen hebben wij er nog vrij veel uitgekregen, al zijn 't korsten. Suus en ik waren pikzwart en ik heb direct gebaad. Maar 't was toch echt leuk. Alleen .... een paar dames, die voorbijkwamen en ons zagen, hebben ook daar een aanmerking op gemaakt. Ook dat misgunnen ze ons. Maar toen de dames de korsten zagen en mevrouw Beylart zei dat ze dat konden krijgen, mits ze hem afwasten, toen bedankten ze. Misselijk hè. Toch was het Koninginnedag. En volgend jaar in Holland met Oma, Pappie natuurlijk en tante Truus.

2 September Wat een gezellige Zondag was dit. En wat waren deze twee dagen goed. We hebben suiker gekregen en katjang waar we pindakaas van hebben gemaakt. Nu is er een bosbrand op de berg. 't Is guur, de lucht is donkergrijs, wordt naarmate het later wordt bijna zwart. En tegen de donkere bergen tekent zich een rode acht van de brand. Kon ik dat maar tekenen. Zo mooi. Zo wonderlijk trouwens, vuur is altijd mooi, ook als je in de keuken komt en als de drum (er) dan afgezet is, zodat de vlammen zich vrij kunnen bewegen. Vurige tongen zijn 't, die vernietigen. Een heksenketel lijkt 't. Ja, ik houd van 't vuur.

4 September Vandaag was *t bonkarren, klapperraspen en de kleine pretjes van pindakaas op 't brood, dat zo klef en ongaar was vandaag, dat nipponmeel zo misschien nog lekkerder is. En dan de weelde van suiker. We hebben ongeveer 2 ons gekregen en nu hebben Mams en ik afgesproken, dat we 4 schepjes suiker per dag mogen gebruiken. Verder hebben we vanavond bami gekregen. Hm hm. Ik heb maar met een theelepel gegeten, dan leek 't meer. Maar nu word ik sarcastisch, dus niet over eten denken. O ja, de nieuwste voorspelling zegt, dat de eerste transporten tussen de achtste en de twintigste gaan. Maar volgend jaar zitten we hier nog wel.

5 September Dit is een dag om te danken, zo fijn. Allereerst ben ik vanochtend naar buiten geweest. En 't was weer zoo mooi, zo rustig. En dan word je al dankbaar om die mooie bergen, om die schoonheid van een klapperboom, om alles. En dan is er vanmiddag (weer) suiker binnengekomen. Weet je wanneer mensen dol worden van blijdschap, wanneer 't hele kamp davert van 't gejoel: Als er suiker binnenkomt, 's Avonds laat nog moesten we brood halen, omdat de toko ontruimd moest worden voor de suiker. Ongelooflijk he? Terwijl we voor gister in geen zeven weken suiker hebben gezien.
En vanavond zijn we allemaal samen geweest en Vem heeft de Padvindsterswet uitgelegd. Gehoorzaam, gehoorzaam aan je eigen innerlijk. O, als ik dat naga, ontbreekt er erg veel aan me. Maar ik wil toch proberen liever te zijn en ik dank voor deze dag.

Wolfhilde von König • 30 augustus 1939

Wolfhilde von König (1925—1993) was als meisje lid van de Hitler-Jugend en hield in de oorlogsjaren een dagboek bij, dat in het Engels is vertaald als Wolfhilde’s Hitler Youth Diary 1939-1946.

Munich, 28 August 1939
Vati was recruited into the German Army this morning. We are all surprised, because Vati isn't all that young any more. He will first go to Grosskarolinenfeld. Hopefully he can soon return.

Munich, 30 August 1939
I wonder what our Führer will announce on September l in Parliament. Polish acts of terror against their ethnic-Germans take ever stronger forms. Fearful apprehension is visible on the faces of all the people that I see on the streets, in shops, or that I may pass anywhere else. There is anxiety and worry about the future: "War or Peace."

Munich, 1 September 1939
The order is given. The Führer has called his people to arms in order to protect the German country, our Homeland, and to defend it against the enemy. The Führer spoke in military uniform. In his great historic speech he said, "The German youth will perform their assigned duties with happy hearts." These words make us proud and confident about the times to come.

Munich, 3 September 1939
England and France declare war on Germany because we will not withdraw our fighting troops from Poland.

J. Beijer • 29 augustus 1861

• J. Beijer was een Nederlandse predikant die naar Zuid-Afrika emigreerde. Journaal, gehouden van Nederland naar Zuid-Afrika, in het jaar 1861.

29 Aug. Onbestendig weêr, bij afwisseling regenbuijen, — de avond echter prachtvol. Het onmetelijk firmament, 't welk voor ons oog aan alle zijden schittert, en door niets wordt belemmerd, trok 's avonds, tot in den nacht, mijne bewondering. Nieuwe sterrebeelden aanschouwt men in dit zuider-halfrond, aan den hemel; — andere, zooals de Noordster, de Wagen, Job. 38: 32, enz., welke uw oog aanschouwt, ziet het mijne misschien nimmer weder en — moet in verwondering, vanwege Gods grootheid en grenzelooze wijsheid, en — mijne nietigheid bekennen:

Sla ik naar 'truim der held're hemelbogen,
Dat heerlijk werk van Uwe ving'ren, d'oogen;
Zie ik bedaard den glans der zilv're maan,
En 'tstarrenheir, door U geschapen aan:

Mijn God! wat is de mensen dan op deez' aarde!
De brooze mensch! hoe klimt hij tot die waarde,
Dat Gij aan hem in zoo veel gunst gedeukt,
En 'smenschen zoon Uw teerste liefde schenkt!


Ps. 8:3,4.

Ook ziet men hier, ten zuiden van de Linie, 's avonds of in heldere nachten, nog een verschijnsel, dat bij u niet waargenomen wordt, en bij de zeelieden, onder den naam van Kaapsche Wolken, bekend is, nl. twee kleine ronde witte vlekken, digt bij den Melkweg en ééne kleine blaauwe, midden in denzelve, doch de laatste is niet zoo duidelijk als de eersten; zij hebben de gedaante van wolken, en hebben, even als de sterren, een' regelmatigen op- en ondergang, en zijn zeer waarschijnlijk, zegt men, sterren. Deze, en alle de overige ontelbare, heeft God eene orde gegeven, die geen van dezelve zal overtreden.


James Cook • 28 augustus 1769

James Cook (1728-1779) was een Britse zeevaarder en cartograaf, die bekend werd vanwege zijn drie ontdekkingstochten naar de Grote Oceaan. Tijdens zijn reizen hield hij scheepsjournalen bij

Vertaling onderaan.

Monday, 28th. Fresh Gales and Cloudy, with rain on the Latter part. At 10 departed this Life Jno. Rearden,* (* John Reading.) Boatswain's Mate; his Death was occasioned by the Boatswain out of mere good Nature giving him part of a Bottle of Rum last night, which it is supposed he drank all at once. He was found to be very much in Liquor last night, but as this was no more than what was common with him when he could get any, no farther notice was taken of him than to put him to Bed, where this morning about 8 o'clock he was found Speechless and past recovery. Wind Northerly; course South; distance 110 miles; latitude 35 degrees 34 minutes South, longitude 147 degrees 25 minutes West.

Vertaling door ChatGPT
Maandag 28e.
Frisse harde wind en bewolkt, met regen in het laatste deel van de dag. Om 10 uur overleed Jno. Rearden (John Reading), bootsmansmaat. Zijn dood werd veroorzaakt doordat de bootsman hem gisteravond, uit louter goedhartigheid, een deel van een fles rum gaf, waarvan men vermoedt dat hij die in één keer opgedronken heeft. Hij verkeerde diezelfde avond in kennelijke staat, maar aangezien dat bij hem niet ongewoon was wanneer hij drank kon bemachtigen, schonk men er verder geen aandacht aan en legde hem te bed. Daar werd hij vanmorgen rond 8 uur aangetroffen, sprakeloos en buiten herstel. Wind noordelijk; koers zuid; afgelegde afstand 110 mijl; breedtegraad 35 graden 34 minuten zuid, lengtegraad 147 graden 25 minuten west.

Henry David Thoreau • 27 augustus 1859

Henry David Thoreau (1817-1862) was een Amerikaans essayist, leraar, sociaal filosoof, natuuronderzoeker en dichter. Fragmenten uit zijn dagboeken zijn hier te lezen.

All our life, i.e. the living part of it, is a persistent dreaming awake. The boy does not camp in his father’s yard. That would not be adventurous enough, there are too many sights and sounds to disturb the illusion; so he marches off twenty or thirty miles and there pitches his tent, where stranger inhabitants are tamely sleeping in their beds just like his father at home, and camps in their yard, perchance. But then he dreams uninterruptedly that he is anywhere but where he is.


Vertaling door ChatGPT
Ons hele leven, dat wil zeggen het levende deel ervan, is een voortdurend wakker dromen. De jongen slaapt niet in de tuin van zijn vader. Dat zou niet avontuurlijk genoeg zijn, er zijn te veel geluiden en indrukken die de illusie verstoren; daarom trekt hij er twintig of dertig mijl op uit en slaat daar zijn tent op, waar onbekende bewoners tam in hun bedden liggen te slapen, net als zijn vader thuis – en zo kampeert hij misschien in hún tuin. Maar ondertussen droomt hij onafgebroken dat hij overal is, behalve daar waar hij werkelijk is.

James Boswell • 26 augustus 1773

James Boswell (1740-1795) was een Schotse advocaat en schrijver, bekend vanwege zijn The Life of Samuel Johnson, maar zeker ook vanwege zijn dagboeken, waaronder het London Journal 1762-1763.

26 augustus
We hebben een nieuw rijtuig gekregen, een uitstekend exemplaar, met goede paarden. We ontbeten in Cullen. We kregen thee met gedroogde schelvis. Ik at er wat van, maar Dr. Johnson vond dat de vis er onsmakelijk uitzag en liet hem van tafel halen. Cullen maakt een aangename indruk, hoewel het een heel klein stadje met nogal armzalige woningen is.
Mr. Robertson stuurde een bediende met ons mee om de weg te wijzen door het bos van Lord Finlater. Zodoende sneden we een flink stuk af en konden we een deel van het landgoed bezichtigen, dat inderdaad erg mooi is. Dr. Johnson had geen behoefte aan een wandeling. Hij zegt dat hij niet voor de mooie bouwwerken naar Schotland is gekomen — die zijn er genoeg in Engeland — maar voor de natuur: bergen, watervallen, eigenaardige gebruiken, kortom dingen die hij nog niet kent. Volgens mij heeft hij weinig oog voor natuurschoon — even weinig als ik.
We dineerden in Elgin, waar we de ruïne van de kathedraal bewonderden. Hoewel het hard regende, nam Dr. Johnson de tijd om alles goed te bekijken. Elgin heeft wat in Engeland piazza's worden genoemd (overdekte voetpaden, red.). Het moet vroeger welvarender zijn geweest. Ik vind het een mooie voorziening, vooral bij regen. Dr. Johnson is het niet met me eens, 'want', zei hij, 'de woningen krijgen er weinig licht door, wat het nadeel groter maakt dan het voordeel, als je nagaat hoe weinig dagen per jaar het regent en hoe weinig mensen er dan op straat zijn — van wie er velen net zo goed thuis hadden kunnen blijven.'
We troffen het slecht met onze herberg. Dr. Johnson zei dat dit zijn eerste oneetbare maaltijd in Schotland was.
's Middags reden we over de hei waar Macbeth volgens de overlevering de heksen ontmoette. Dr. Johnson droeg plechtig de regels voor: 'What are these, so wither'd, and so wild in their attire? That look not like the inhabitants o' the earth, and yet are on it?' Hij droeg nog veel meer uit Macbeth voor. Zijn woorden klonken groots en aangrijpend, met niet meer nadruk dan nodig, wat ze des te indrukwekkender maakte.


Adriaan Morriën • 25 augustus 1946

Adriaan Morriën (1912-2002) was een Nederlandse schrijver. In Ik heb nu weer de tijd zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.

25 augustus. Is er ooit een volk geweest dat zich een god van de lach heeft uitgedacht, of een samenleving die een standbeeld voor de humor heeft opgericht? En toch, als er iets is wat verheerlijkt en aanbeden moet worden, dan is het het vermogen om de mond en de geest te plooien, een kracht die ons zalig of alleen maar gezond en wel maakt, of ook in de zwartste wanhoop een straal van het helderste licht toelaat. Alle ontdekkingen en uitvindingen ter wereld wegen niet op tegen de glimlach waarmee de mens, nauwelijks geboren en nog onbewust van alles wat hem te wachten staat, zijn leven begint, en ik geef alle godsdienstige en wijsgerige stelsels cadeau voor een geestige opmerking op mijn sterfbed, waarmee ik de tranen van mijn vrouw en de angstige verlegenheid van mijn kind zou kunnen veranderen in een lach die zij zich nog zullen herinneren wanneer ik reeds lang dood zal zijn. Wij zouden werkelijk van een hel op aarde kunnen spreken, wanneer er in de ziekenhuizen, gevangenissen, huiskamers en concentratiekampen niet werd gelachen en wanneer voor een uitgehongerd lichaam de laatste boterham meer waarde bezat dan de glimlach, waaruit het enige blinkt wat in de mens onvernietigbaar is: een levenskracht even geheimzinnig als reëel. Er is veel gelachen in de geschiedenis der mensheid, anders hadden wij het nooit tot de twintigste eeuw volgehouden. Daarom wil ik geen kwaad horen van mensen die ons aan het lachen brengen, ook al is hun geestigheid misschien een beetje flauw. Ernst is altijd nog flauwer.

John Lanting • 24 augustus 1982

John Lanting (1930) is een Nederlandse acteur. In 1982 hield hij voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Dinsdag
Alle belastingpapieren in een bruine enveloppe gedaan en bij mijn boekhouder afgegeven. Toen ik het uit handen gaf voelde ik me als herboren. Hij kreeg ook nog een schoenendoos vol bonnetjes van me. Wij Nederlanders hebben nog maar een paar authentieke gewoontes. Eén daarvan is: onze bonnetjes gaan in een schoenendoos naar de belastingconsulent.
Toen ik terug reed (op de fiets, want fietsen doe ik graag) begon het te regenen. En dat was niet goed want ik had geen pet bij me en dan begint mijn haar te krullen. En dat mag niet voor de voorstelling 's avonds. Ik moet nl. lijken op een dubbel die mij soms vervangt op het toneel. Of eigenlijk: hij moet lijken op mij en zijn pruik vertoont geen krulletjes. Dus thuis moest ik mijn haar gaan platföhnen in de vorm van zijn pruik. Het klinkt wat onbegrijpelijk allemaal en daarom zou ik zeggen: kom naar de voorstelling kijken. Het is echt heel amusant; amusanter dan op TV. De slogan waarmee ik altijd de mensen om de oren sla is: hij die niet van klucht houdt, heeft zijn kinderjaren vergeten. En wat ik nu zeg riekt naar propaganda (nou heel even dan) maar het is de waarheid; het zijn juist de advocaten, doktoren, notarissen en andere geestelijk-overbelasten die onze voorstelling bezoeken. Hun motief: 'Een avondje naar deze nonsens kijken, heerlijk heerlijk.'

Alfred Bock • 23 augustus 1928

Alfred Bock (1859-1932) was een Duitse fabrikant en schrijver. Zijn dagboeken zijn te vinden bij Google books.

Vertaling onderaan.

23. August 1928
war ich bei Graf Solms in Assenheim. Zuerst lange Unterhaltung über staatswissenschaftliche Dinge, dann über Kunst und Wissenschaft. Immer aufs Neue überrascht mich des Grafen profundes Wissen. Wohltuend berührt dabei seine Bescheidenheit. Die Gräfin kam (geb. Prinzessin von Leiningen). Sie war eben von den Festspielen in Bayreuth zurückgekehrt. Die neunzigjabrige Cosima Wagner ist fast erblindet, auch ihr Gedächtnis stark zurückgegangen. - Wir machten einen Spaziergang durch den schönen Park, besichtigten das neu hergerichtete Archivgebäude und die renovierten Räume im Schloß. Herzlicher Abschied.

Vertaling door ChatGPT:

23 augustus 1928
Ik was bij graaf Solms in Assenheim. Eerst een lange conversatie over staatswetenschappelijke zaken, daarna over kunst en wetenschap. Telkens opnieuw verrast mij de diepe kennis van de graaf. Daarbij raakt zijn bescheidenheid mij aangenaam. De gravin kwam erbij (geboren prinses van Leiningen). Zij was zojuist teruggekeerd van de Festspiele in Bayreuth. De negentigjarige Cosima Wagner is bijna geheel blind geworden, ook haar geheugen is sterk achteruitgegaan. – We maakten een wandeling door het mooie park, bekeken het pas ingerichte archiefgebouw en de gerenoveerde vertrekken in het kasteel. Hartelijk afscheid.

donderdag 21 augustus 2025

Cees Nooteboom • 22 augustus 1966

Cees Nooteboom (1933) is een Nederlandse schrijver. Reisjournalen van zijn hand zijn verschenen in Waar je gevallen bent, blijf je.

SERRA DO MARAO [Augustus 1966]
Wie zal zeggen waarom sommige namen van plaatsen zo'n aantrekkingskracht hebben? Isfahan is er zo een voor mij, en Guadalajara, en de Hebriden, en het was hetzelfde met Bragança. De ligging heeft ermee te maken — in het noord-oosten van Portugal, aan wegen die niet aanlokkelijk zijn, buiten elke normale route. En dan de klank: Brá-gán-zá. Vijf keer ben ik in Portugal geweest, en ik heb het nooit gehaald. Vandaar toch iets van spanning nu ik er — door wat [reisgidsenschrijver] Van Egeraat een maanlandschap noemt — naartoe rijd. Langs de weg karren met wielen zonder spaken — dichte stukken hout. De wagens maken allemaal een hoog en snerpend geluid. Het loopt tegen de avond, er komen mensen uit het maanlandschap met primitieve instrumenten, dus op grote verrassingen hoeven de maanreizigers niet te rekenen, tenzij ze er niet op voorbereid zijn dat er op de maan landbouw is en dat er olijfbomen groeien. Waarom is het — zo dicht bij de grens nog — nu al zo anders dan Spanje? Is de grens dan inderdaad een waterscheiding, waarbij de hoofden zich twee verschillende kanten opdraaien: naar Lissabon, naar Madrid? De mensen zijn anders gekleed, somberder. En het is er stil, in Bragarwa, de stilte van het verleden dat niets meer terugzegt. Ik draai een aantal nauwe bochten naar het oer-kasteel van de roemloos verdwenen Bragano-dynastie, en ook uit het kasteel is alle leven weggesmolten. Het staat nog steeds zeer dreigend op een heuvel, grijze muren met kantelen, metersdik, maar het is een lege huls, binnenin groeit gras, staan wat krotten en spelen kinderen die zodra ze ons zien om bomboms komen vragen. Een verdoemde ezel draait een eeuwige ronde in een tredwatermolen, en dat is dat. [...]

woensdag 20 augustus 2025

W.N.P. Barbellion • 21 augustus 1911

W.N.P. Barbellion (1889-1919) was het pseudoniem van Bruce Frederick Cummings, een Britse natuurvorser. Hij kreeg op jonge leeftijd multiple sclerose, en zou op 30-jarige leeftijd overlijden aan deze ziekte. Zijn dagboeken worden nog steeds gelezen. Het boek is in het Nederlands vertaald (door Harry Oltheten) als Dagboek van een teleurgesteld man.

21 augustus
Sommige mensen zien gewoon niets. (Kijk maar naar kapitein M’Whirr in Typhoon van Conrad.) Zo onnozel als baby’s leven zij vlak naast genie en tragedie; er zijn hopen mensen die op een berg, zelfs een vulkaan, leven zonder het te weten. Als de sterren uit de hemel vielen en de maan bloedrood werd zou iemand hen daarop attent moeten maken... Misschien zijn de meest voor de hand liggende dingen uiteindelijk het moeilijkst te zien. Wij erkennen nu allemaal het genie van Keats, maar veronderstel eens dat hij ‘de jongen van de buren’ was – waarom zou ik dan zijn verzen lezen?

27 augustus
Het prepareren van een slangenschedel
De schedel van de ringslang geprepareerd. Ik had het gevoel dat het uitlepelen van de ogen mij opvallend veel plezier verschafte – althans symbolisch, alsof ik uit naam van de rest van de lijdende mensheid met het beest de rekening vereffende voor zijn gedrag in de Hof van Eden.

woensdag 13 augustus 2025

Ernesto Che Guevara • 14 augustus 1967

Ernesto Guevara (1928-1967) hield tijdens de laatste elf maanden van zijn leven een dagboek bij. Het is in het Nederlands gepubliceerd als Boliviaans dagboek (Vertaling: Tineke Hillegers-Zijlmans en Frieda Kleinjan-van Braam).

13.8.67
Miguel, Urbano, León en Camba hebben hun kamp opgeslagen bij het water dat Benigno ontdekt heeft en vervolgen van daaruit hun weg. Ze hebben voor drie dagen eten meegenomen, d.w.z. stukken vlees van het paard van Pacho, dat we vandaag opgeofferd hebben. Er zijn nu nog vier beesten over en alles wijst erop dat we er nog wel een zullen moeten slachten voordat we ergens voedsel kunnen vinden. Als alles goed gaat moeten Coco en Aniceto hier morgen aankomen. Arturo heeft twee pauwen geschoten die mij zijn toebedeeld omdat er bijna geen mais meer is. Chapaco vertoont steeds duidelijker tekenen van onevenwichtigheid, Pacho gaat steeds goed vooruit en mijn astma wordt sinds gisteren weer erger. Ik neem nu drie tabletten per dag. Mijn voet is bijna genezen.

14.8.67
Een zwarte dag. Grijs wat betreft de activiteiten. Geen nieuws, maar tegen de avond hoorden we over de nieuwsdienst dat de bergplaats waarheen onze mannen op weg waren is bezet; men geeft zoveel details dat er geen twijfel mogelijk is. Het veranderlijke weer van vandaag is erg slecht voor m'n astma. Ook hebben ze allerlei documenten en foto's in handen gekregen. Dit is de hardste slag die ze ons hebben toegebracht. Iemand moet gepraat hebben. Wie? Dat is het mysterie.

dinsdag 12 augustus 2025

Georg Christoph Lichtenberg • 13 augustus 1773

• De Duitse fysicus, sterrenkundige en denker Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799) is vooral bekend vanwege zijn zogenoemde Sudelbücher (‘kladboeken’) vol briljant geformuleerde invallen, observaties en overpeinzingen over zaken “zo onbeduidend dat ze door de meesterdenkers uit zijn tijd over het hoofd werden gezien”. Als ‘kind van de Verlichting’ was hij nieuwsgierig en onderzoekend, en zo komt hij ook naar voren in zijn brieven, die zijn vertaald als Gekleurde SchaduwenVertaald door Marion Offermans.

Stade, 13 augustus 1773
Ik moet toegeven dat ik niet had gedacht dat er in Duitsland een plaats was [Hamburg] waar je zo’n volledig idee kunt krijgen van wat Londen en Amsterdam groots maakt als deze stad. Aan de haven ligt een gebouw dat het ‘Boomhuis’ wordt genoemd, met een galerij boven op het dak waar je volgens de unanieme getuigenis van alle reizigers beslist een van de mooiste uitzichten in Duitsland hebt. Ik denk dat een fijngevoelige inwoner van Darmstadt die je er geblinddoekt naar toe zou brengen en op dat dak de ogen zou openen, stuiptrekkingen zou krijgen […]. Het is me onmogelijk een beschrijving van dit uitzicht te geven. Ik noem alleen maar dit ene feit, dat je honderden driemasters, waarvan er één al voldoende is om iemand versteld te doen staan, in één keer overziet. Daar ligt het lichte elegante Engelse schip met de scherpe kiel, waar je de snelheid vanaf kunt zien, naast de ronde en zware Hollander die, om meer kaas te kunnen laden, liever wat zwaarder zeilt, en dan komt er een schip dat enkele dagen geleden terugkwam van de walvisvangst, als een kerk log en zwaar, met gelapte zeilen, van onder tot boven onder het vuil, er liggen Spanjaarden en Portugezen en Russen, en in het touwwerk, dat vanuit de verte lijkt op een spinnenweb, klimmen de mensen als spinnen. Alles leeft en wemelt, er wordt gerepareerd, gebouwd, in- en uitgepakt, en alles wat wakker is is druk in de weer.

maandag 11 augustus 2025

Richtje Reinsma • 12 augustus 2013

• Samen met Roosmarijn Schoonewelle maakte Richtje Reinsma een kijkdooskunstwerk voor Lowlands. Titel: Bloedje. Ze schreef er een dagboek over. Voor wat er gebeurde vanaf dat Bloedje werd geïnstalleerd, zie hieronder. Voor wat eraan vooraf ging zie hier.

11 augustus
Vanochtend de rand van het littekenpaneel afgemaakt, zone rond het verse litteken uitgewasemd en voorzien van een ring van witte flonkerstipjes rond de rode plek. Alle tekeningen uitgeknipt en gefixeerd. 4 bussen over de tekeningen leeggespoten, 2 voor de delen met oliekrijt en 2 voor de delen met pastelkrijt en houtskool.
Om 15.00 uur arriveerde Roosmarijn. Alles opgerold met zuurvrij patroonpapier ertussen, en daarna in bubbeltjesplastic in de auto gelegd.

12 augustus
De maten van de kast kloppen niet. De bouwers van Lowlands hebben ze veranderd zonder ons in te lichten. De tekeningen zijn te groot voor de panelen. Jan en alleman geeft advies. ‘Snij de tekeningen bij!’, ‘Vouw de randen van de tekeningen om!’. Roosmarijn en ik zijn diep terneergeslagen.
Ook horen we dat het gespecialiseerde ‘art team’ dat de constructie voor onze kast heeft gemaakt €2500,- euro heeft gekregen voor de klus. Het kunstwerk kostte €500,-; het omhulsel is het vijfvoudige waard.
De tekeningen blijken lastig te hanteren. De tekening voor het plafond scheurt bij het bevestigen meteen uit in de hoek. Ik teken de door de scheuring zichtbaar geworden ondergrond bij op het hout van de binnenkast, zodat de beschadiging onzichtbaar is.
Uiteindelijk leidt een optelsom van truukjes tot een aanvaardbaar geheel. Het belangrijkste besluit is dat we het idee van de roze kieren tussen de tekeningen laten varen. Waar de tekeningen niet kunnen aansluiten, laten we ze overbloezen. Een aantal kaderranden wordt onzichtbaar, maar het geheel is mooi bont en uitzinnig.

17 augustus
Tweede dag van het festival. We lopen verdwaasd tussen de 55.000 bezoekers. Er worden stickers op het glas van onze kijkkast geplakt, die 's avonds door de organisatie verwijderd worden. Iemand schrijft met krijt commentaar op de muur, vindt ons werk obsceen.
Bloedje komt op tv. ‘Wat denk je dat het is?’ vraagt presentator Eric Corton aan rapper Willie Wartaal, die antwoordt: ‘Een oog of een vagina. Waarschijnlijk een oog-vagina.’ Mensen staan stil, nemen foto's. Een paar jongens leggen het werk uit aan een paar meisjes, grijpen de gelegenheid aan om seksuele toespelingen te maken. Een kennis vertelt dat ze een aantal mensen had gadegeslagen die elkaar voor Bloedje fotografeerden terwijl ze hun geboorte naspeelden, stuiptrekkend te voorschijn komend uit onze getekende wond.

18 augustus
Roosmarijn ontdekt dat er water in de kast is gelopen. Er moet regenwater naar binnen gelekt zijn, sporen van druppels lopen over de centrale tekening.

19 augustus
Afbouwen. Voor schaderapport voor de verzekering maken we filmpjes en foto's van de lekkage. Het is nog steeds regenachtig en het waait flink als we de tekeningen losmaken. We krijgen hulp van Wouter, Josine en Arnold die ons hamers en nijptangen aangeven en de tekeningen afschermen met een woest wapperend zeil.

21 augustus
Begroting maken voor de kosten van de restauratie. De middelste tekening is reddeloos verloren. We vullen €40,- per uur in voor een nieuw paneel. We troosten ons met de gedachte dat juist dit paneel ons het minst tevreden stemde, dat we het iets verfijnder hadden willen uitwerken. Over de tekening zijn stroompjes regendruppels naar beneden gespoeld. Waar het tekenmateriaal door de druppelsporen is verwaterd, lichten lange dunne strepen op. Langs dezelfde lijnen zijn ribbels in het papier ontstaan.

zondag 10 augustus 2025

José Saramago • 11 augustus 1993

• De Portugese schrijver (en Nobelprijswinnaar) José Saramago (1922-2010) hield vijf jaar lang, van 1993 tot en met 1997, een dagboek bij dat gepubliceerd werd onder de titel Cadernos de Lanzarote. Een keuze daaruit werd (vertaald door Harrie Lemmens) gepubliceerd in Bzzletin.

11 augustus 1993
We hebben een hond in huis, god weet waarvandaan. Ineens was hij er, uit het niets, alsof hij op zoek was naar een baasje en dat ten slotte had gevonden. Hij gedraagt zich niet als een zwerfhond, is piepjong en je kunt zien dat hij goed is afgericht. Hij doemde op bij de keukendeur toen we zaten te lunchen. Op de drempel bleef hij zitten kijken, langzaam zijn kop heen en weer bewegend, zoals alleen honden dat kunnen: een ware verhandeling over de als nederigheid vermomde verleiding. Ik ben geen hondenkenner, zeker niet als het gaat om minder gangbare rassen, maar dit lijkt me een kruising tussen een poedel en een foxterriër. Als zijn eigenaar niet komt opdagen (het kan ook dat hij moedwillig achtergelaten is, dat gebeurt zo vaak in de vakantietijd), moeten we met hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken, inenten en registreren. En hij moet een naam krijgen: Pepe heb ik al geopperd, het Spaanse verkleinwoord voor José... Morgen wordt hij gewassen en ontluisd. Hij blaft, voorlopig tenminste, zachtjes, alsof hij niet wil storen, maar hij lijkt duidelijke ideeën te hebben omtrent zijn bedoelingen: dit is mijn huis, ik ga hier niet meer weg.

Ed van Thijn • 10 augustus 1977

Ed van Thijn (1934) is een Nederlands politicus. In zijn Dagboek van een onderhandelaar beschrijft hij de mislukte coalitiebesprekingen m.b.t. het beoogde kabinet Den Uyl II, die duurden van 25 mei-11 november 1977.

Woensdag 10 augustus
De formatie gaat door. 's Middags zit ik alweer ‘bilateraal’ bij Joop om te praten over de rest van het program-akkoord. Joop wil alle nog te regelen programpunten in een Memo III stoppen en daar in een week doorheen lopen. Het mogen er niet teveel worden. Abortus, kernenergie en defensie zijn verplichte nummers. Ik beloof hem binnen 24 uur de verlanglijst van de PvdA te zullen overhandigen.

Donderdag 11 augustus
De fractie komt bijeen om een selectie te maken. Wij spreken eerst af dat het er niet meer dan 10 mogen worden. Daarna begint de veldslag tussen de fractiecommissies. Slimmerikken proberen met subpunten te werken, maar worden tot de orde geroepen. Niemand ontkomt aan een pijnlijke afweging. Ook ik niet. Zaken op het terrein van het binnenlands bestuur, die ik probeer binnen te smokkelen (je weet tenslotte nooit hoe het loopt in de slotfase) worden meedogenloos afgestemd. De defensiespecialisten stellen om strategische redenen, die ik niet begrijp, voor om onzerzijds de defensieuitgaven niet op te voeren. Als het CDA dat doet zouden wij bij de invulling veel sterker staan. Grote belangstelling blijkt er te bestaan voor het onderwerp democratisering. De mensen die tevergeefs geprobeerd hebben om mij bij het sociaal-economische akkoord nog met wijzigingsvoorstellen terug te sturen, grijpen nu dit thema aan om hun zin toch nog door te zetten. Deze keer lukt het. Onder dit motto zal nog geprobeerd worden een aantal vergeten thema's uit ons verkiezingsprogram langs een achterdeur binnen te halen.

Tenslotte komen we uit op 11 punten. De fractie geeft zichzelf toestemming de zichzelf opgelegde norm met één punt te overschrijden. Intussen heeft Wim Duisenberg het stilzwijgen verbroken. In diverse media licht hij zijn tegenstem nader toe. Of hij minister van Financiën blijft? In het NOS-journaal zegt hij: ‘De kabinetsformatie is nog lang niet afgelopen.’ Vroeg of laat zal hij de formateur nog ontmoeten. Ook Lubbers bemoeit zich ermee. Hij heeft voorgestemd, maar ook hij is niet zonder kritiek. Maar dat komt later wel aan de orde: ‘Het is straks ook nog wel een kwestie van welke ministers het gaan doen.’ Daar komt niets van in, heren, denk ik. De onderhandelingen zijn gesloten. Ik berg mijn mapje over het sociaal-economisch beleid op.

zaterdag 9 augustus 2025

Jacob van Lennep • 9 augustus 1855

Jacob van Lennep (1802-1868) was een Nederlandse schrijver. Uit: Fragmenten uit het dagboek, gedurende eene reis naar Zwitserland.

9 Augustus. Schafhausen.
[...]
Algemeene aanmerking, dienstig voor al wie Zwitserland wil gaan zien:
Om in Zwitserland met eenig genoegen te kunnen reizen, zijn twee zaken onontbeerlijk, te weten: eene goed gevulde beurs en helder weer.
Het bezit van een dier beide vereischten kan zelfs het gemis van het andere niet vergoeden.
Eene ruime kas is noodig: - Niet zoozeer in de groote hôtels, waar men over 't algemeen, - en vooral uit aanmerking der geriefelijkheden, welke men er aantreft, als: elegante leeskamers, waar men allerlei couranten en plaatwerken in gemakkelijke fauteuils of canapé's doorbladeren kan, piano's, fraai aangelegde tuinen, belvedères, enz. - beter koop te recht komt dan b.v. ten onzent; - ook niet uit aanmerking der gewone vervoermiddelen; integendeel zijn de vrachten op stoombooten, diligences en omnibussen zeer laag gesteld; - maar zoodra men bergen bezoekt, en gidsen, paarden, ezels, draagstoelen, geleiders, vrachtlieden behoeft, dan wordt de beurs gevoelig aangesproken.
Voeg hierbij de speculanten en bedelaars, waarvan ik vroeger reeds gesproken heb, en die u elk oogenblik dwingen uwe franken tegen klein geld te verwisselen, dat dadelijk versmelt.
En wat het ergste is, overal in en op de bergen vindt men hôtels, waar men, voor slechte ligging, schrale keuken en sloffe bediening, volkomen 't zelfde, zoo niet meer, betalen moet alsof men in 't hôtel Baur of 't hôtel Monnet logeerde.
NB. De minste dorpsherberg draagt hier den naam van hôtel, gelijk de gemeenste kroeg zich café restaurant laat doopen; - iets wat zeer consequent is in eene Republiek, waar men wel moet zorgen tegen den minsten straatwerker monsieur te zeggen en de meid uit eene tapperij mademoiselle te noemen, wil men geen brutaal antwoord krijgen en misschien klappen beloopen.
In de tweede plaats is er helder weer noodig. Het gezicht op de ijsbergen, het fraaiste, dat Zwitserland heeft en waardoor het zich van andere landen onderscheidt, wordt alleen dan aangeboden, wanneer de horizon onbeneveld is. Ik heb er in eene geheele maand niet meer dan een paar reizen genot van gehad en was op het punt, even ongeloovig te worden op het stuk der ijsbergen als op dat der eerste en tweede verdiepingen. - NB. Al wie niet met eigen rijtuig komt, wordt naar de derde, of nog hooger gezonden.
Met regen, of zelfs met eene betrokken lucht is er niets treuriger, benauwder en melancholischer dan een Zwitsersch sparrebosch en eene Zwitsersche vallei. Donkere boomen zonder beweging of leven, steile, grauwe bergwanden, waarvan men de toppen niet onderscheiden kan: een nevel, die als een gestukadoord plafond zich van den eenen wand naar den anderen welft... dat alles geeft een hoogst benauwend gevoel van sombere verlatenheid, van gebrek aan lucht en licht, van vochtigheid, van zwaarte, en wat dies meer zij, en brengt een onbegrijpelijk verlangen naar ruimte, naar vrije beweging, naar verlossing uit een engen kerker teweeg.
Een allerzonderlingste indruk is die, welken men meermalen in de bergen ondervindt: Stel u voor, in de eenzaamste woestenij te loopen; aan de eene zijde een gapende afgrond, begroeid met sparren, en steil naar beneden loopende, aan de andere een treurig sneeuwveld, over welks rand de rhododendrons in milden overvloed groeien: overal hooge bergmuren, waarlangs de sneeuwval zijne vernielende sporen heeft achtergelaten; hier en daar stortbeken, die zich een weg banen tusschen brokken graniet; in 't kort een eenzaam, akelig en somber natuurtooneel, waar het schijnt, dat alleen beren en gemsbokken wonen kunnen: - en zie dan, in die wildernis, van afstand tot afstand een staak - en die staken verbonden door... den draad van den electro-magnetischen telegraaf.
Er zijn oogenblikken, waarin men de beschaving wel verwenschen zou!

donderdag 7 augustus 2025

Victor Segalen • 8 augustus 1909

• De Franse schrijver Victor Segalen (1878-1919) bracht verscheidene jaren in China door. Voordat zij zich daar bij hem voegde, schreef hij zijn vrouw Yvonne 65 brieven die zijn gebundeld in het door Maarten Elzinga en Mark Leenhouts vertaalde Brieven uit China – brieven die het oude, voor-communistische China tot leven brengen.

Peking, zondag 8 augustus 1909
Ik laat nu mijn gedachten en mijn pen de vrije loop. Maar jij zult er wel orde in kunnen scheppen.
Tijdens een Amerikaanse expeditie in Gansu is onlangs een man gedood. Leider: luitenant Clarke, miljardair. Slachtoffer: een hindoe, een Sikh, die had geprobeerd een paar Chinese vrouwen te verkrachten. Maar met onze uitstekende paspoorten zullen wij nergens problemen krijgen. Troefkaart: geneeskunde. Je hebt geen idee hoeveel succes je in dit land kunt hebben met het leggen van een simpel verbandje. Ik zou zonder moeite de hele clientèle uit de wijde omtrek kunnen krijgen op het gebied van zweren, puisten en tumoren... Daarbij komt dat we een intendant van uitzonderlijke klasse hebben (ik denk echt dat je een vriend in hem zult vinden, dat woord is niet overdreven), een sullige maar goede boy, twee paardenknechten van wie de ene, de oudste broer, dienstvaardig, eerlijk en nauwgezet is, en de andere jong, avontuurlijk en roekeloos - en een katholieke kok, die je dus in de gaten moet houden - en je begrijpt dat we geen enkel gevaar lopen.
Ik herhaal uitdrukkelijk: geloof geen woord van berichten die niet van mij komen. China is het land van de misverstanden en de valse geruchten.

woensdag 6 augustus 2025

Michel van der Plas • 7 augustus 1974

• Schrijver Michel van der Plas (1927-2013) bracht in 1974 twee bezoeken aan de Verenigde Staten, en hield toen een dagboek bij dat later is gepubliceerd als Amerikaans dagboek.

Woensdag [7 augustus 1974]
Als ik in New York kom, schreeuwt de New York Post, het enige avondblad van de stad, het uit: 'Nixon ready to go.' Maar het lijkt er voorlopig nog op dat de wens, als vader van de gedachte, de omvang van de kopletters bepaald heeft. Of toch niet? Op de televisie melden verslaggevers uit Washington dat de stad de gehele dag stijf heeft gestaan van de geruchten over zijn heengaan. De aandrang om af te treden is overweldigend. Zijn laatste vrienden dringen er nu bij hem op aan, zij die hem toch het beste toewensen. Bij veruit de meesten van zijn aanhangers overheerst het gevoel van verraden-zijn, voorgelogen, belazerd. Je ziet het aan hun gezicht, je hoort het aan hun taal. Zijn laatste medewerkers vormen ook al geen uitzondering meer. Die laatste getrouwen, tot en met zijn advocaat, voelen zich voor een groot deel door hem diep verraden; persoonlijk verraden. Senator Dole, republikein, vatte het vandaag namens allen als volgt samen: 'Hij staat helemaal alleen.'
Het wachten is nu nog maar op Het Moment. In de Post staat een politieke prent van Herblock die de frustratie van het Amerikaanse volk in beeld brengt: een kwade man met op zijn mouw de letters USA trekt aan een geluidsband, vastbesloten om de man die eraan vastzit, uit zijn kantoor te slepen. In de deuropening, onder het presidentiële zegel, zijn zijn voeten al te zien. Maar het onderschrift luidt: 'Centimeter voor centimeter.'

dinsdag 5 augustus 2025

Renia Spiegel • 6 augustus 1941

• Renia Spiegel (1924-1942) was een Pools Joods meisje, dat in de oorlog een dagboek bijhield, dat pas ver na de oorlog gepubliceerd werd. De vertaling is van Karin de Haas.


6 augustus 1941
Stemmingen en gedachten, en woorden, ze veranderen allemaal... Ze veranderen, schietend van golf naar golf. Ik ben blij, want mijn hart vertelt me dat mam zal komen. Volgende week zullen we bericht van haar krijgen. Ik ben erg verdrietig wanneer ik hoor dat ze ons weg gaan sturen, dat er een getto komt, dat het zo ernstig is. En afgezien daarvan zorgen mijn persoonlijke probleempjes ervoor dat ik het laatste beetje moed verlies. Die vreselijke Lida probeert Zygu te versieren waar ik bij ben. Hij gedraagt zich heel stom. Hij is ontzettend egoïstisch, waarom houdt hij geen rekening met mij? Waarom? Maar ik heb mezelf plechtig beloofd dat ik zonder een uitnodiging of een afgesproken ontmoeting niet naar de gemeente zal gaan. Met Lida is het niet versieren, het is iets natuurlijks, en hoe onnatuurlijk! Irka heeft iets lelijks gedaan. Ik ben boos op Zygu, maar al mijn zorgen worden verzacht door één gedachte - mam! Jullie zullen me helpen, Bulus en God! Mama, mama, zul je komen??? Wanneer... mam? Wanneer... Zygu?

maandag 4 augustus 2025

Louis Tas (Loden Vogel) • 5 augustus 1971

Louis Tas (1920-2011) publiceerde onder het pseudoniem Loden Vogel Dagboek uit een kamp, over zijn ervaringen in Bergen-Belsen. Na de oorlog werd hij een bekende Amsterdamse psychoanalyticus, die veel kunstenaars en acteurs onder zijn clientèle had. Interview. Hieronder een fragment uit een veel later dagboek, opgesteld tijdens een fietstocht door Oostenrijk.

5-VIII-9171. donderdag
Begon er gisteren al genoeg van te krijgen. Van hier gaat een trein om 5 voor 9 uur 's avonds, die 's ochtend om 9 uur in Eindhoven is. Dezelfde trein is 2 u. later in München (± 150 km.) of 1 u. later in Rosenheim, wat 90 km. langs een meer en befietsbaar is.
Waar heb ik de jeuk over het hele lichaam vandaan?
Wat te doen met dit dagboek wordt een probleem.

12 u.
Zit nu in Beyeren en vraag me af waarom er na de grensovergang een last van me afviel. Dit landschap is me veel sympathischer. De meisjes zijn gewoon mooi en de vrouwen die op het veld werken lijken soms op G. of J.
Toch óók een katholiek moffenland: ik begrijp het verschil niet. Toch echt geen suggestie.
Het is een betere landschapsarchitectuur en beter wegdek om op te fietsen en minder smakeloze kitsch?
Wel moet ik zeggen dat de beat-muziek me bijzonder goed bevalt hier, me op mijn gemak stelt.
Nu heb ik de paddenstoelensoep op en 1 Balkanspiess besteld... (de dienster, toen ik haar vroeg ‘ga ik er niet aan dood?’ antwoordde: ‘dat weet ik niet, ik heb hem vandaag voor het eerst bereid’.) we lopen al 2 uur achter op het Tijdschema. ‘I can resist anything but a temptation’.

Rosenheim 20 u.
(Na mij deciderende wolkbreuken)
Het is nu wel weer droog maar het constante en betrouwbare mooie weer is voorbij.
Op de Chiemsee zag je een zwarte wolk van een berg af zich over het water uit gaan strekken.
Voel mij schuldig over vandaag maar 85 km.
De dienster in deze Grill Alm is mooi en pront. Zij is samengesteld uit Nellie F., Ineke S. en een vleugje Barbara Streisand.
In Duitsland kan ik geen etensgeuren uithouden zonder op slag te bestellen. Nu is het geroosterde casseler rib: heerlijk.
Er is een kapotjesautomaat op de plee.
De ongelofelijke en verouderde bureaucratie die je aantreft op stations! Toen ik in Wenen een tas met nette kleren en andere voor de fiets overbodigheden weg wilde sturen kostte me dat een uur, 28 gulden, en ik werd beledigd of ik ik weet niet wat had misdaan. Als je fiets mee moet met een vliegtuig is het zó gebeurd, met de trein kost het je ½ uur extra. Ook de douane is lastiger bij de boottrein. Het lagere plebs dat de trein neemt is blijkbaar gewend te worden gecouilloneerd.
Om geen enkele tragische omstandigheid te riskeren: er zijn de laatste tijd 3 ernstige treinongelukken gebeurd in Duitsland. Hoewel ik 130 gulden heb betaald is het nog niet eens zeker dat ik voor duur geld een slaapwagen zal kunnen krijgen.

zaterdag 2 augustus 2025

Dick Hillenius • 4 augustus 1964

Dick Hillenius (1927-1987) was bioloog en schrijver. Uit: Oefeningen voor een derde oog (1965).

4 augustus 1964. Wat onder tijdgenoten vaak grote principiële strijdpunten waren is voor de nazaten nauwelijks meer na te voelen. Voor Tsjaikowski was Brahms een dorre mathematicus. Voor ons - ook al hechten we evt. positieve waarde aan de grotere vormstevigheid van Brahms - is er weinig verschil in de elegische toon, de pathetiek, de soms overschreden grens der sentimentaliteit.
Franck, die met al zijn Bachismen zo duidelijk thuishoort in de periode waarin hij leefde, zodat er zelfs verwantschap klinkt met een zo totaal anders geaarde componist als Fauré. Pijper, die met al zijn aparte constructies toch niet ontkwam aan het algemeen Frans klankgemiddelde van zijn tijd.
Bij een bepaalde graad van oppervlakkigheid kan men direct horen of zien tot welke periode een kunstenaar hoort, iets waartoe men bij minder oppervlakkigheid pas in staat is als men véél meer van de bepaalde periode en de aparte kunstenaar weet. Voor wie er niets van weet zijn Bach en Händel duidelijk tijdgenoten. Voor wie van hun muziek houdt zijn het twee gescheiden werelden.

Alexander Ver Huell • 3 augustus 1863

Alexander Ver Huell (1822-1897) was een Nederlandse tekenaar en schrijver. Uit: Het dagboek van Alexander Ver Huell 1860-1865.

3 Aug.
Gisteren tegen 4 ure van de buitensocieteit te huis komende zat mijne Tante Buijs tot mijn groote verwondering in mijn kamer: zij was met hare drie dochters den geheelen dag bij mijn oom de Vaijnes. - niemand kwam even ‘en passant’ (zij gingen naar De Tent [uitspanning]) bij mij aan - dus een nieuwe insulte. - Zij trachtte de vorige handelwijze der meisjes wat te palliéeren [vergoelijken]; maar 't ging niet. - En hoe dikwijls heb ik Mama niet gepersuadeerd értoe overgehaald] haarlieden groote cadeaux te maken, de helft der kostschoolgelden te betalen, honderden kregen zij van ons. - en bragt ik haar nu onlangs niet broches mede uit Parijs - en het beste der toiletzaken van Mama schonk ik haar.

_____

Eergisteren passeerde de schilder Abels. Van Swart, Hendriks, Kuyck, Bosboom, Nijhoff en Immerzeel (aan allen gaf ik meer dan zij vroegen. - aan sommigen de helft meer.), allen Geldersche schilders kocht ik stukken, alleen van den ouden, wezenlyk goeden schilder Abels niet. Ik riep hem binnen en vroeg hem of hij mij een stukje schilderen wilde. Hij verzocht mij om gisteren bij hem te komen zien. Terstond viel mijn oog op een klein, allerliefst manenschijntje, een molentje met bijwerk, flink, geschilderd, piquant geestig en toch rustig; ik vroeg den prijs, hij fixeerde ƒ60, maar ik zeide hem dat die taxatie wel te modest was en proponeerde ƒ100,- Ik geloof dat ik den ouden man voor een paar dagen gelukkig maakte.

_____

Bij Strackée zag ik in klei het model voor een groote steengroep hem besteld door iemand die aan een hartkwaal lydt, welke groep, Jesus in den schoot van Maria voorstellende, stellig het schoonste werk, van teekening, uitdrukking en drapperie is, dat nog door hem geleverd werd

Elena • 2 augustus 2022

• Elena is/was docent Russische en Oekraïense taal- en letterkunde. Na de Russische invasie van haar land hield ze contact met haar ex-leerling Iris Koppe, en stuurde haar dagelijks berichten over het leven in oorlogstijd. Op een gegeven moment zijn de berichten gebundeld in Elena. Ze zijn vertaald door Iris Koppe.

Dinsdag 2 augustus
18.37 Irisjka, er zijn nu zoveel ontwikkelingen. Alles is helemaal anders gelopen dan gepland. Vannacht zijn mijn kleinkinderen met hun moeder in Kyiv aangekomen. Met de trein. Ik wist dit ook niet! Het plan was om volgende week met z'n allen naar Oekraïne te gaan, met de auto. Maar Anna en Maks hebben op het laatste moment toch iets anders besloten.

19.15 Het heeft mij ook overvallen. Al ben ik nu blij dat mijn zoon weer even samen is met zijn gezin. Ik kreeg een filmpje doorgestuurd, gemaakt door Anna, waarin de kinderen hun vader weer voor het eerst zien. Ze ontwaren hem eerst door het raam van de trein. Maks staat op het donkere perron. Opeens zie je zijn witte T-shirt oplichten. Katja en Ksoesja beginnen te roepen: 'Papa, papa!'

Hondje Foksie, op de arm van Ksoesja, blaft hard, ze herkent haar baasje direct. Als de trein stilstaat, komt Maks de wagon binnen. De kinderen vliegen hem in de armen. Ik moest zo huilen toen ik het zag. Katja blijft maar snikken: 'Papotsjka, papotsjka, papaatje, papaatje.' Vijf maanden hebben de kinderen hun vader niet gezien. Vijf maanden woonden ze als vluchteling in Italië, een land waar ze nooit eerder geweest waren.

Maks geeft daarna Anna een bos oranje-roze gladiolen. Ze lachen en zeggen elkaar gedag: Privjet. Maks krijgt zijn hondje in de armen. Dat begint hem enthousiast in zijn gezicht te likken. Alsof ze nooit zo lang zonder elkaar zijn geweest. Maks straalt. Hij houdt opnieuw zijn kinderen vast. Het vulde mijn hart met vreugde toen ik deze beelden zag. 20.45 Helaas zullen ze niet lang blijven. Eerst was het idee om een maand bij Maks in Kyiv te zijn. Toen werden het twee weken. En nu gaan ze waarschijnlijk over enkele dagen alweer terug naar Italië, al is dat ook nog niet zeker. Waarom? Maks heeft iets verteld wat ons allen zeer verontrust heeft. Augustus zal de maand worden waarin de vijand ons onder vuur gaat nemen als nooit tevoren. Ook Kyiv zal doelwit zijn en worden bestookt vanuit Belarus. Heb jij hier iets over gehoord? Maks vertelde dat hun legerleiding dit heeft aangekondigd. Het advies is om geen vrouwen en kinderen naar Kyiv te laten komen deze maand. Dit is de reden dat Anna en de kinderen halsoverkop in de trein gesprongen zijn. Er was geen tijd te verliezen. Ze willen op tijd weer weg zijn.

donderdag 31 juli 2025

L.M. Bijl de Vroe • 1 augustus 1915

Cornelis Lucien Marie Bijl de Vroe (1879-1945) vertrok eind 1914 met vrouw en kind naar Indië om hoveling te worden aan het hof van de Grote Heer te Buitenzorg. In mei 1919 keerde hij terug naar Nederland. Hij hield in zijn Indische periode een dagboek bij dat is uitgegeven als Rondom de Buitenzorgse troon. "Juist in de onopzettelijkhied van dit dagboek komen mentaliteit en sfeer van deze zeer karakteristieke kant van de Indische samenleving sterk naar voren."

18 juli
We hadden een rustige week van kalm klimaatschieten en genieten van de heerlijke lucht. Dezen dag echter maakten we een mooien tocht per zeszits gaswagen naar Pelaboran Ratoe aan de Wijnkoopsbaai van 6u30 v.m. tot 1 u n.m. We troffen het heerlijk en ontbeten om 8 u aan den weg, genoten zeer van het berglandschap en de schitterende Oceaan.

25 juli, zondag
We hadden een rustige week al was Luusje een dag ongesteld door koorts. Geen ontroeringen waren ons deel behalve het eten van onzen tafelbuur 1/2 Chinees 1/2 Amerikaan die zich de onbeschoftheden van beide rassen had eigen gemaakt. Om 5 u vertrok ik naar Buitenzorg, uitgeleide gedaan door Caro en Caths Rueb met de kinderen en Steerntje, en was na een mooien rit bij maanlicht om 7 u thuis waar de bedienden me aardig ontvingen en alles keurig in orde was.

1 augustus, zondag
't Was een stille week zonder Steerntje. Ik at meestal buitenshuis, bij de Kans, Vreedes, Boumeesters en Heyligers. Zaterdagavond toog ik naar Soekaboemi om Ster te halen nadat ik 's Ochtends te Batavia was behandeld wegens voortdurende hooikoorts door den specialist Dr. Utermöhlen, welke behandeling reeds Dinsdag was aangevangen, 4x per week, Dinsdag, Woensdag, Vrijdag en Zaterdag. Succes voorlopig nihil. In Soekaboemi alles wel en zoo kwamen we van avond te samen thuis terwijl de bedienden gezorgd hadden overal bloemen te zetten door vrienden gezonden. We waren zeer tevreden over ons verblijf in hotel Selabatoe (prijs voor 2 kamers voor Ster en Luuske f 7,50 en voor mij f 5,- per dag)

2 augustus, maandag
Verjaardag van H.M. de Koningin Moeder welke wegens de oorlogstijden in 't geheel niet werd gevierd terwijl de meesten zelfs geen vlag uitstaken. We zijn thans midden in den poeasa maand, van 12 Juli - 12 Aug. waarbij de inlanders overdag niet mogen eten tusschen o en o; verder bemerkt men er niet veel van.

woensdag 30 juli 2025

Alma Mahler • 31 juli 1899

Alma Mahler was in het begin van de twintigste eeuw de it-girl van Wenen. Haar dagboeken over die tijd zijn verschenen als Het is een vloek een meisje te zijn (vertaald door Peter Claessens).
Vóór haar huwelijken met Gustav Mahler, Walter Gropius en Franz Werfel, en haar verhouding met Oskar Kokoschka, had Alma Mahler (1879-1964) al verhoudingen met Gustav Klimt en Alexander von Zemlinsky achter de rug. Ze schrijft erover in haar dagboeken uit de periode rond 1900.

Zondag 30.7
Vroeg uit München vertrokken, om halfdrie in Bayreuth gearriveerd: welbeschouwd een behoorlijk saai gat. Hebben Villa Wahnfried bezocht. Lilli Lehmann hier. Gretl voelt zich niet goed — maagkrampen. 's Avonds bij hotel Sonne: een derderangs etablissement. Zag er Else Lewinsky.

Maandag 31.7
Voor het ontbijt met Gretl in Wahnfried en in de Hofgarten. De laatste erg saai. Doet me denken aan de kuurtuinen in Franzensbad. Wahnfried beviel me vandaag beter dan gisteren. Tot nu toe zijn de straten leeg, op een paar lady's en een paar brutale Françaises na. Meestal mensen die hier alleen maar zijn omdat het in de mode is. O, wat zie ik ernaar uit de eerste klanken te horen. Ik kan het nog steeds niet bevatten dat ik in Bayreuth ben. [...]

31 juli '99
Parsifal
[...] [tenor Alois] Burgstaller niet uitzonderlijk goed, [sopraan Milka] Temina uitstekend.
's Ochtends met Gretl in Wahnfried en in de Schlossgarten. Schmedes en mej. Goldenberg zijn hier. Om drie uur aan de pelgrimstocht naar boven begonnen. Een uur lang de mensen geobserveerd. Tegen vieren kwamen vier klaroenblazers naar buiten, die het graalmotief aanhieven. Daarna overal rondom het gestommel van het publiek op de primitieve houten trappen. We betraden de zaal. Onmogelijk iemand te herkennen. De zitplaatsen zijn oplopend, in de vorm van een amfitheater, gerangschikt. Veel lawaai, geroezemoes in gespannen afwachting. Plotseling de verduistering van de zaal, luid geklepper van de banken die neergeklapt worden, daarna een plechtige stilte.
De eerste klank — je krijgt er koude rillingen van — en meteen volgt de ene aangrijpende emotie op de andere, de ene golf van emoties op de andere. Wat een indrukwekkende tentoonspreiding van macht en hartstocht, wat een waarachtige poëzie. Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik hoorde, zag, droomde horende, zag als met blindheid geslagen — een andere wereldsfeer. Een hemel ging voor me open.
Ik hoorde als in dromen verzonken het sluiten van het doek en zag het laatste akkoord, ik voelde de finale! Het licht ging aan, het publiek begon te schuifelen en te dringen, en voor ik er erg in had stonden we beneden op het plein, niet in staat om te denken, niet in staat om ook maar iets te doen. Oom Hugo stelde me voor om een glas champagne te drinken. Dat hielp, ik kwam een beetje tot mezelf, en zo ging het ook in de twee andere pauzes, al was ik toen minder van mijn stuk en eigenlijk al te vermoeid.
Ik zal me deze dag altijd herinneren — dit kan niet door een mens zijn gemaakt. Geluk bestaat nog... ook voor mij... vandaag is me het onweerlegbare bewijs daarvan geleverd! -

dinsdag 29 juli 2025

Wolfgang Herrndorf • 30 juli 2010

Wolfgang Herrndorf (1965-2013) was een Duitse schilder en schrijver. Nadat bij hem in 2010 een hersentumor geconstateerd werd, begon hij een online dagboek dat hij bijhield tot aan zijn dood. Het is daarna ook in boekvorm gepubliceerd.

Vertaling door ChatGPT onderaan.

30.7. 2010 23:11
Werde wieder etwas besser beim Fußball. Ich bin fitter, das Hirn baut Subroutinen um den Sichtfeldausfall rum. Leider haben die Leibchen genau die Farbe, die ich mit dem einen Auge nicht mehr sehen kann.
Die Bewegung tut dem Körper gut, trotzdem heute wieder den ganzen Tag in Gedanken. Dann ist es nur eine Armlänge bis zum Wahnsinn und noch zwei Fingerbreit zum Nichts. Ich muß nur die Hand ausstrecken. Es wundert mich, daß es den anderen nicht so geht.

31.7. 2010 23:44
Fahrradtour nach Rahnsdorf zu Lentz’ Sommerfest, wie jedes Jahr. Zwischendurch Baden im Müggelsee. Das Wasser so schwarz und unheimlich, fast traue ich mich nicht hinein. Erst als [ich] mich davon überzeugt habe, daß es nur Wasser ist, nur ein See. Nach den glücklichen Tagen zuletzt ein ziemlicher Rückschlag.
Auf dem Fest der Herbert-Grönemeyer-Doppelgänger entpuppt sich als Herbert Grönemeyer. Herta Müller und Kehlmann sitzen an einem Tisch. Wenn es ein Gegenteil von Aura gibt, schwebt es strahlend um Kehlmann herum. Ich bleibe den ganzen Tag abseits, schaffe keinen Smalltalk mit niemandem. Erst als X. sich zu mir hockt, bei der sie jüngst Morbus Bechterew diagnostiziert haben, kommt eine Unterhaltung zustande.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

30-7-2010, 23:11
Ik word weer wat beter in voetbal. Ik ben fitter, en mijn brein bouwt subroutines om het uitgevallen gezichtsveld heen. Helaas hebben de hesjes precies de kleur die ik met één oog niet meer kan zien.
Beweging doet mijn lichaam goed, en toch zat ik vandaag weer de hele dag in gedachten. Dan is het nog maar een armlengte tot de waanzin, en nog twee vingers tot het niets. Ik hoef alleen maar mijn hand uit te steken. Het verbaast me dat de anderen dat niet ook zo ervaren.

31-7-2010, 23:44
Fietstocht naar Rahnsdorf, naar het zomerfeest van Lentz, zoals elk jaar. Tussendoor gezwommen in de Müggelsee. Het water zo zwart en unheimisch, ik durf er bijna niet in. Pas toen ik mezelf ervan had overtuigd dat het gewoon water is, gewoon een meer, ging ik erin.
Na de gelukkige dagen van laatst is dit een flinke terugslag.
Op het feest blijkt de Herbert Grönemeyer-lookalike Herbert Grönemeyer zelf te zijn. Herta Müller en Kehlmann zitten samen aan een tafel. Als er een tegenovergestelde van ‘aura’ bestaat, straalt die om Kehlmann heen.
Ik blijf de hele dag op de achtergrond, krijg geen gesprek op gang met iemand. Pas wanneer X. zich bij me neerzet — bij wie onlangs de ziekte van Bechterew is vastgesteld — ontstaat er een gesprek.

maandag 28 juli 2025

Julien Piraña • 29 juli 1975

Kees Wielemaker (1938) publiceerde in de jaargang 1975/'76 van Maatstaf onder het pseudoniem Julien Piraña een Afrika-dagboek.

Dakar, 29 juli 1975.
Een week zit ik nu in Dakar. Volgens mij is 't hier te nat. 'k Heb het verkeerd aangepakt en de regentijd hier onderschat. 'T is nu droog in Kenia en Tanzania; als ik er over land heen reis beginnen de regens precies als ik daar aankom. In Casa verbrandde ik, hier rot ik weg. Nog even en m'n kleren laten het stadium van de dode stof achter zich.
Toen ik Doy van me af had geschud kon ik eindelijk gaan rondkijken. Goree, het slaveneiland, ligt vlak voor de kust. Eens in handen van Engelsen, Fransen, Nederlanders en Portugezen. In alle denkbare volgorden. Nauwelijks een vierkante kilometer groot. Er was geen weg terug. Via 't slavenhuis, zo groot als een dorpspostkantoor volgde verscheping. Vierhonderdvijftig stuks op boten van dertig meter lang. Vijfendertig op de honderd slaven komen na een paar maanden aan. Haaien volgen in 't kielzog. Hopend op krankzinnig geworden vluchtelingen, maar genoegen nemend met zwarte lijken. Onder in 't slavenhuis zijn de ruimten. Niet groter dan een huiskamer. Plaats voor zestig stuks. De bovenverdieping van 't postkantoortje is de plaats van de transakties. 't Gewicht van de mannen en de kwaliteit van de spieren bepalen de prijs.
't Eerste staat vast. Over 't laatste valt te discussieren. Knijpend en tastend wordt de koop gesloten. De meisjes gaan naar rato van de hardheid van de borstjes. Als ze hangen is ze vrouw, naar Afrikaans gebruik, en tellen vooral de tanden. Twee kanonlopen markeren de voorkant van 't kantoortje ‘Honi soit qui mal y pense’. (Wee degeen, die er kwaad van denkt). Doy heeft me tot nog toe 87 gulden gekost en een dag hoofdpijn. 't Had erger gekund. Op 't schip hebben w'elkaar even gesproken in 't Kafee. De tweede dag in Dakar wordt m'n gang naar 't postkantoor beloond met weer een brief, maar ook met de aanwezigheid van Doy, die hier niet uit de voeten kan met zijn Joeroeba en z'n Cambridge-Engels. Hij wacht op geld dat er al had moeten zijn en dat ie nodig heeft om door te reizen. Drie minuten bellen om te informeren waar 't blijft kost 45 gulden. Te duur. We gaan naar z'n ambassade in de gammele mg-tweezitter. Achterin een opgevouwen Senegalees die Dakar kent. Ambassades werken alleen van 9 tot 12. We schrijven alle nummers van 't personeel over uit het telefoonboek. Prijs, 's avonds zal de attaché hem komen opzoeken in 't hotel. We rijden er heen en drinken wiskie met steeds meer leidingwater.