zondag 8 februari 2015

J. van Overmeer Fisscher -- 9 februari 1822

J. van Overmeer Fisscher (1800-1848) was in Japan gestationeerd toen dit land nog geheel afgesloten was. Hij hield een journaal bij van een 'hofreis' waar hij in 1822 aan deelnam.

De 8e.
Buiten Sonogi gingen wij wandelen, en hielden ons een ogenblik op bij de hut van een grijsaard, die van zijn jeugd af altijd genoegen had geschept in het zien voorbijtrekken van de Hollanders. Hij was bijna 90 jaar oud, en hier samengekomen met een groot gedeelte van zijn nageslacht. Meer dan 40 keer had hij nu reeds onze trein voorbij zien trekken, en hj scheen oprecht gelukkig die dag opnieuw te beleven. Hij kreeg van het opperhoofd een drinkpenning om zijn gezin te onthalen. Wij ontmoetten die dag een transport van enkele Koreanen, die bij het landschap Nagats [Nagatsu]schipbreuk hadden geleden, en nu naar Nagasakki vervoerd werden.
In Oresino bezichtigden wij het warme bad, en voelden ons hier al verplicht enkele kleinigheden uit de deden aan de Japanse dames, die verzochten ons tijdens het middagmaal te mogen bezoeken.
’s Avonds bekeken wij in Takywo [Takeo] een zeer fraaie badhuis van de Landsheer waarbij ook een warme bron gevonden wordt.

De 9e vroor het sterk; alle rijstvelden waren met ijs bedekt. We waren 's morgens met lantaarns op weg gegaan, en kwamen nu in het gebied van Fizeeng [Hizen], waar we enkele soldaten meekregen als geleide. We passeerden de grote kamferboom in het gehucht Odan [Oda] de stam van deze boom is helemaal hol en het is bekend dat er 12 mensen in kunnen zitten sackineren [sake drinken].
Men ziet aan de buitenkant in de stam uitgehouwen een beeld van de God Kwanon [Kannon], en overal in de boom zijn prentjes en briefjes met namen geplakt.
We gebruikten het middagmaal in Oetsoetsoei [Ushitsu], en kwamen in de namiddag door Saga, de hoofdstad van het landschap Fizeeng. Deze plaats is meer dan 1 uur gaans lang en beroemd wegens haar mooie vrouwen. ‘s Avonds kwamen wij in Kansaki [Kanzaki] en we overnachtten aldaar in de tempel Sinsoki [Shinkōji] van de Ikosju- [Ikkōshū] sekte.

Tom de Booij -- 8 februari 1947

Tom de Booij (1924) reed in 1947 de Elfstedentocht die werd gekenmerkt door barre weersomstandigheden en nogal wat bedrog van de deelnemers. De Booijs dagboeken staan hier online.

8 februari de elfstedentocht gereden. Heel erg zwaar, storm en zeer slecht ijs. Samen met mijn vriend Dirk de Knijff gereden. Helaas veel tijd verloren met wachten op elkaar en hij wilde te veel rusten. Zijn eten in zijn rugzak was bevroren en zijn we in een kroeg gegaan om het te laten ontdooien. Daardoor veel tijd verloren. Ik heb er van geleerd dat je de tocht niet met iemand moet rijden. Onderweg vind je wel een maat, waarmee je in het zelfde tempo kan rijden In Berlikum ten noorden van Franeker werden we geadviseerd om het ijs te verlaten, want de controlepost Bartlehiem zou om 8 uur sluiten. Dat zouden we nooit meer op tijd kunnen halen. Het was gekkenwerk om nog verder te door te gaan. Het was wel een bittere pil, maar we waren niet de enige die het loodje moesten leggen. Het onderstaande artikel uit de Harlinger Courant spreekt boekdelen.

donderdag 5 februari 2015

Christiaan Huygens -- 6 februari 1661

Christiaan Huygens (1629–1695) was een Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige. In 1660-'61 hield hij een dagboek bij van zijn verblijf in Parijs en Londen.

6. Naar Carcavy gegaan om te kijken wat er mis was met zijn uurwerk. Om 9½ uur gingen we kijken naar de brand in het Louvre, de kleine galerij en een gedeelte van de grote. Gedineerd bij abbè Charles, met M. Ariste, Magalotti &c., en liet ze door mijn kijker kijken. Op bezoek bij Me van Gent. Gesproken met M. van Gent over zaken van Dumont, en van Marq. de Durazzo.

7. De markt van S. Germain wezen zien; een briefje ontvangen van M. Chapelain, die me uitnodigde voor een diner overmorgen bij M. Amproux. Op het klavecimbel gestudeerd. Na het middagmaal M. le Premier niet aangetroffen. Hauterive liet zich niet zien. Bezoek gebracht aan abbè Sibour, waar ik M. de Grave aantrof, die me beloofde me Gaultier te laten horen en de bespeler van de angelica. Op bezoek gegaan bij Mr de Flavacour en Taillefer. Niet aangetroffen de markies van Sourdis, en M. de Clerselier. Gewandeld met M. de Montmor over de markt S. Germain, waar Mademoiselle was, de koning en zijn broer.

8. Op bezoek geweest bij M. van Spijck, waar Gentillot was, die ons zijn brief voorlas aan de nieuwe hertogin van York. Clerselier niet aangetroffen. Na het middagmaal bij Ballard die er niet was. Tevergeefs M. Frenicle opgezocht. Op de bijeenkomst geweest bij M. de Montmor, waar M. de la Poterie sprak over het elementaire vuur onder de hemel van de maan. Rohault gevraagd of hij me de juiste hoogte zou geven van het kwik in zijn buizen. Tevoren bij Le Blond gekocht de waaier van Callot en het portret van Cosimo de Medicis voor 2 stuivers [écus], voor broer van Zeelhem.

9. Abbè Charles kwam me bezoeken, beloofde me het recept om zijn Ros solis [likeur] te maken. We ruilden zijn grote bolle glas tegen mijn microscoop. Zei me dat hij met zijn telescoop M. de kardinaal had gezien die dichtbij het venster zat, zeer vermagerd en kwijnend. Gedineerd bij M. Amproux, conseiller bij het parlement, met M. Chapelain, M. de Montplaisir, luitenant van de koning te Arras, M. ... Gesproken over astrologie; verzen van M. de Montplaisir gelezen, zijn droom en enkele andere; hij is de auteur van Temple de la gloire. Chapelain vertelde ons over Mr de Scudery, over Costar, over Menage; beloofde me uitleg van de namen van Cyrus en Clelie; leende me enkele brieven van Pascal over het luchtledige.

woensdag 4 februari 2015

Cornelis Rijnsdorp -- 5 februari 1945

Cornelis Rijnsdorp (1894-1982) was een Nederlands schrijver en recensent. Van 1940 t/m 1950 hield hij een 'literair dagboek' bij.

5 februari 1945
Het is niet verwonderlijk dat literatoren van eenzelfde generatie, als ze oud worden, elkaar nader komen: museumstukken van eenzelfde periode komen vanzelf bij elkaar te staan. Ik denk hier bijvoorbeeld aan ontmoetingen van Van Deyssel, Couperus en Kloos bij bepaalde gelegenheden, zoals jubilea.
Gelezen Henri van Boovens levensbeschrijving van Couperus. Slecht proza, dat afbreuk doet aan ons crediet voor Van Boovens verering. ‘Haagse stijl’, waarvan men een nog minder uitstaanbare uitloper vinden kan bij Ivans. Couperus is me vreemd gebleven; er is weinig of niets in zijn figuur dat me trekt of in goede zin prikkelt. Zijn trouw aan zijn werk en aan de kranten waarvoor hij schreef is prachtig en dat hij zich zo geheel van kritische arbeid wist vrij te houden, vind ik bewonderenswaardig!
Bij het in aanraking komen met mooie kunst - ik hoorde zoëven enkele maten Chopin - tegenwoordig altijd dat gevoel van rouw, alsof we pijnlijk aan een sterven herinnerd worden door dingen in handen te krijgen die aan de overledene hebben toebehoord. Het behoort alles tot de cultuurwereld van vóór de oorlog, die dodelijk gewond is, zieltoogt of misschien reeds is gestorven.

dinsdag 3 februari 2015

Constantijn Huygens jr. -- 4 februari 1693

Constantijn Huygens jr. (1628-1697) was een Nederlandse staatsman. Hij was daarnaast bekend om zijn werk aan wetenschappelijke instrumenten en als kroniekschrijver van zijn tijd.

4 Woensd.
Had niet veel appetyt, att nochthans smidd. Savonts was tot nicht van Dorp, daer sij met haer volck speelde. Sij vertelde mij, dat er snachts dieven aen̅ venster van haer camer geweest waeren, en een schroef door de houte blinde aendringende, naer dat een ruyt uytgebroken hadden, de ijsere baer, die daer voor was, al crom en̅ los gekregen hadden, en̅ soo konden inkomen; dat sij door het breken van een glas was wacker geworden en met haer man uyt het bedde gesprongen, daerop heen liepen. De sentinelle tot Villette staende, dicht daer bij, had sess kerels met musquettons sien gaen.
Savonts met hicken en opworpen van̅ maegh begon een loop te krijgen, naer dat eerst verhit en benaeuwt was geweest, vier mael die nacht.
Smergens had naer Tyburn geweest, om de fameuse highway-man te sien ophangen, maer naer een uer wachtens vernam, dat hij dien dagh niet hangen soude.
Kregen eyndelijck brieven uyt Hollt van vier posten.

5 Dond.
Smergens mij noch qualijck en̅ met de loop gequelt vindende, bleef den ganschen dach en̅ de nacht daeraen te bedde legen sonder eten. In de morgenstondt eenighe walgachtight voelende, braeckte en̅ vondt mij daerdoor beter. Mijn afgangh was heel witachtigh.

maandag 2 februari 2015

Hendrik Jan Korterink -- 3 februari 2006

Hendrik Jan Korterink (1955) is misdaadjournalist. Op zijn website houdt hij een misdaaddagboek bij.

3 februari
Pas aan het eind van de middag krijg ik advocaat Jan-Hein Kuijpers aan de telefoon, ik zag hem gisteravond op televisie in verband met zijn cliënt Marcel K., opgepakt in de Holleeder-zaak. Zit nog in alle beperkingen, dus daar is vóór volgende week niet veel mee te doen. Woensdag is er een zitting, in de bij advocaten zeer ongeliefde rechtbank op Schiphol (“Daar laten ze nooit iemand vrij”). Kuijpers kantoorgenoot Arthur van der Biezen was deze week ook nog in het nieuws, in verband met de moord op de 21-jarige Roberto Laffree uit Westervoort, die in de koude nacht van 21 februari 2005 door vier mannen de dood was ingejaagd. Ze mishandelden en bedreigden hem zo dat Roberto niets anders restte dan te vluchten in het ijskoude winterwater van de IJssel. Twee dagen later werd zijn stoffelijk overschot gevonden in de uiterwaarden bij het dorpje Lathum. Roberto was deejay in discotheek Get In in Arnhem. Hij had ruzie met zijn vier belagers omdat hij een geldlening niet aan hen had terugbetaald. De hoofdverdachten waren G.A. (19) en A.D. (23); zij werden ook veroordeeld omdat zij als loverboys meisjes hadden gedwongen tot prostitutie. De zaak diende nu in hoger beroep. Van der Biezen, advocaat van de hoofdverdachte, voerde aan dat het slachtoffer er zelf voor had gekozen het water in te vluchten: hij had ook naar een nabij gelegen boerderij kunnen lopen en daar om hulp kunnen vragen…

Telefoontje van NSE. Of ik een foto van Evert Hingst heb, willen ze vanavond iets mee doen. Omdat Talpa toch al zoveel geld kwijt is aan voetbalrechten, krijgen ze een gratis tip: gebruik gewoon de voorkant van de Nieuwe Revu, met mijn reportage over de liquidatie van Hingst. Waar weduwe Hingst overigens bepaald niet gelukkig mee was, maar dat is ons lot: wij maken zelden mensen blij met onze geschriften. Als alle bezoekers van dit weblog vanavond nu eens naar NSE kijken, hebben ze daar ook een keer goede kijkcijfers (maar dan wel ‘De wereld draait door’ opnemen, dat gaat over Johnny Cash).

Ik zie dat er vanmorgen al weer 50 mensen mijn pasgeboren weblogje hebben bekeken (nee, niet allemaal familie, die weten het nog niet en dat mag voorlopig wel zo blijven), maar verwacht vóór 10 uur niet te veel nieuws. Ik worstel me ‘s morgens eerst door vijf kranten. Op Sky Radio hoorde ik Arend Langenberg vertellen dat Willem Holleeder recentelijk een bezoek had gebracht aan topcrimineel Mink K.: justitie vermoedt dat ze samen enkele liquidaties hadden ‘bekokstoofd’. Leuke woordspeling. Weet de berichtjesmaker meer over Mink K.? Ik begrijp trouwens helemaal niets van dit bericht. De laatste keer (vorige week) dat ik het uitvoerig met iemand uit het milieu over deze kwestie had, werd gezegd dat Mink K. de enige is van wie Holleeder echt iets te vrezen zou hebben. Ik hoop dat Mink mij vandaag even belt, hij zou nog reageren op mijn boek ‘Bom in de Laurierstraat’ waar we ‘t de afgelopen keer over hebben gehad. Zal ik hem eens vragen hoe dat zit met het bezoek van Holleeder. Later vandaag meer nieuws. Misschien. Als ik tijd heb. Ik moet eigenlijk het verhaal over ‘Mijn leven met Klaas en Henk’ (over Bruinsma en Rommy, zie woensdag 25 januari) vandaag uitwerken, maar zo’n weblogje bijhouden is leuker…

zondag 1 februari 2015

Vita Sackville-West -- 2 februari 1924

Vita Sackville-West (1892-1962) was een Engelse schrijfster. Delen uit haar dagboeken zijn opgenomen in Selected writings.

February 2. Long Barn. Nice here, but draughty. Dined alone & the puppies ate my little cold joint while I was answering the telephone.

February 3- 34 Hill St. A real spring day at the cottage; we sat out on the step in the sun, read Yeats, and were quite warm, surrounded by Canute, Wolf, Swend, & Enid [her dogs]. Tulips, hyacinths, & spiraea coming up, aubrictia just beginning, lilacs in full bud.

February 7- Dined with Clive Bell. Ethel Sands there and Desmond McCarthy. Went to Hammersmith to hear "The Way of the World"; a queer wedge of people in the dress circle: Berners next to me, Goosens, Geog of Russia, Lytton Strachey, the Jowetts, and a lot of others. Then to Mrs. Hutchinson's at Chiswick, where poor Desmond fell downstairs and broke his kneecap. This cast a certain gloom over the party. Came home, giving DufF Cooper a lift ... to my astonishment he made love to me — I don't suppose I see him more than once in two years. Altogether a queer evening.