• Caroline Barnes Crosby (1807-1884) was een mormoonse Amerikaanse vrouw, die in haar dagboeken (gepubliceerd in No Place To Call Home) veel heeft vastgelegd over het leven in een mormonengemeenschap in de 19de eeuw.
[30 Miles from Salt Lake Valley, Oct 8, 1848]
Sunday morning Oct 8th 1848 Yesterday came ten miles, staid near a small
creek, had some very bad places to pass; br Barnard’s buggee capsised but
did no injury of any account. This morning is very pleasant and warm.
We are now almost thirty miles from the valley. Three days more will (we
hope) land us at our place of destination. I hope I shall be truly thankful
to God for his preserving care through so long and tidious a journey.
Monday morn. Yesterday we travelled about 9 miles through very bad roads
camped in a valley or canyon entirely surrounded by mountains. Soon
after we stoped we were joined by a frenchman and an indian with their
families, who were going to the valley to buy provision. The frenchman
has a squaw for his wife, they also had a young man and girl from the valley
which they had hired, the young woman had been making butter and cheese for them.
Monday we came only a short distance. Father Luce’s
wagon tire got broken had to stop to get mended. Br A Lyman, Flake and
two other men came by us on horseback going on to the valley.
Tuesday we ascended and descended a very high mountain the
teams had all they could do to draw the loads, on arriving at the top we
had a glimpse of the valley of salt lake which we had so long been striving
to reach. We all rejoiced and thought we were the same as there, but
when we came to descend the mountain we found we had one of the
worst and most crooked roads to pass over that ever was seen, we however
got through safely and arrived within 14 miles of our place of destination
before dark.
Wed— 11th warm and pleasant we some expect to roll into
the valley to day.
[Arrival at Salt Lake Valley, Oct. 12, 1848]
Thu Oct 12th, Yesterday we were detained by rain, we travelled untill 3 or
4 oclock and then stoped, this morning is very pleasant, intend to make
the best of our way into the valley, a little after noon we ascended and
descended the last hill, found two families living in tents close the mouth
of the canyon. I understood they had salt for sale, I went and bought some
for salaratus. About 4 oclock we arrived within the fort the fi rst we saw of
our acquaintances Phill B Lewis he told us sister P was at his house close
by the gate we had just come through.
[Caroline’s initial daily journal ends upon completion of her venturesome wagon
trip from the Des Moines River to the Great Salt Lake Valley. What follows is a
fairly brief reminiscent account of the subsequent two years spent in Utah.]
dinsdag 7 oktober 2014
maandag 6 oktober 2014
Susan Fenimore Cooper -- 7 oktober 1849
• Susan Augusta Fenimore Cooper (1813–1894) was een Amerikaanse schrijfster en natuurvorser. In 1850 publiceerde ze het natuurdagboek Rural Hours.
Saturday, 7th.–Charming weather. The woods on the hills are glorious in the sunshine, the golden light playing about their leafy crests, as though it took pleasure in kindling such rich coloring. The red of the oaks grows deeper, the chestnuts are of a brighter gold color. Still a touch of green in the woods; the foliage of the beech struggles a long time to preserve its verdure, the brownish yellow creeps over it very slowly; most trees turn more rapidly, as though they took pleasure in the change.
Butterflies fluttering about in the sunshine; dragon-flies also, "la demoiselle dorée," as the French call them–strange, that what is a young lady in France should become a dragon across the Channel! Many grasshoppers by the roadsides. Small gnat-like flies abound, in flocks
"borne aloft,
Or sinking, as the light wind lives or dies."
Beautiful moonlight this evening, with a decided frosty feeling in the air. The moon was determined to show us what she could do toward lighting up the autumn foliage at night; the effect was singular, as seen in the trees about the lawn. A dreamy fugitive coloring of scarlet and yellow seemed to be thrown over the sumachs and maples, near the house; and even upon the hills, in spots where the light fell with all its power, the difference between the colored belts of yellow or scarlet, and the darker evergreens, was quite perceptible.
Saturday, 7th.–Charming weather. The woods on the hills are glorious in the sunshine, the golden light playing about their leafy crests, as though it took pleasure in kindling such rich coloring. The red of the oaks grows deeper, the chestnuts are of a brighter gold color. Still a touch of green in the woods; the foliage of the beech struggles a long time to preserve its verdure, the brownish yellow creeps over it very slowly; most trees turn more rapidly, as though they took pleasure in the change.
Butterflies fluttering about in the sunshine; dragon-flies also, "la demoiselle dorée," as the French call them–strange, that what is a young lady in France should become a dragon across the Channel! Many grasshoppers by the roadsides. Small gnat-like flies abound, in flocks
"borne aloft,
Or sinking, as the light wind lives or dies."
Beautiful moonlight this evening, with a decided frosty feeling in the air. The moon was determined to show us what she could do toward lighting up the autumn foliage at night; the effect was singular, as seen in the trees about the lawn. A dreamy fugitive coloring of scarlet and yellow seemed to be thrown over the sumachs and maples, near the house; and even upon the hills, in spots where the light fell with all its power, the difference between the colored belts of yellow or scarlet, and the darker evergreens, was quite perceptible.
zondag 5 oktober 2014
Marjet van Zuijlen -- 6 oktober 1998
• Marjet van Zuijlen (1967) is een voormalig Nederlandse politicus. In 1998/99 hield ze een journaal bij dat is gepubliceerd als Retour Nijmegen-Den Haag. Dagboek van een politica (2000)
Dinsdag 6 oktober 1998
Ik heb een enerverende dag achter de rug. Het is laat. De vergadering van de beginselcommissie is uitgelopen. Na afloop gaan we nog even naar de Kamer om te bellen en stukken te schrijven. Er heerst in de commissie de angst dat het partijbestuur niet voldoende recht zal doen aan het stuk door onze resolutie te vervangen door een eigen resolutie. Mijn telefoontje met Marijke van Hees (de nieuwe partijvoorzitter?) stelt ons gerust.
Ik heb een leuk gesprek gevoerd met twee andere mogelijke kandidaten voor het voorzitterschap, Lennart Booij en Erik van Bruggen. Ik gun ze de wereld.
Tot mijn vreugde ontdek ik 's avonds dat mijn broertje een door mij bestelde stoel thuis heeft afgeleverd. Dank, dank, dank.
Woensdag 7 oktober 1998
Vanochtend om zeven uur in bed een overleg voorbereid. Vervolgens in Nieuwspoort een boek in ontvangst genomen. Daarna nog wat kleine vergaderingen. Er is onrust over de kandidaat die het CDA naar voren heeft geschoven als voorzitter van de Bijlmerenquête. Theo Meijer, sowieso al geen politiek zwaargewicht, blijkt woordvoerder in debatten over de Bijlmer te zijn geweest. Vervelende start. Ik hoop dat ze op hun schreden terugkeren. Dat kan nog zonder veel problemen.
Als secretaris van de grootste fractie (en dus voorzitter) heb ik vanmorgen een extra vergadering van het secretarissenoverleg bij elkaar geroepen. Dinsdag wilde niemand over de samenstelling van de enquêtecommissie praten aangezien de Bijlmerwerkgroep daarover zou besluiten. Vervolgens heeft de werkgroep advies uitgebracht aan het presidium dat nu weer op zijn beurt advies vraagt aan het secretarissenoverleg. Dus een extra vergadering. Het gaat er vooral om of de SP nu wel of niet meedoet. Het zal me eigenlijk worst wezen. De SP-secretaris komt niet opdagen. Het besluit is snel genomen.
We hebben een extra fractievergadering over het sturen van vliegtuigen en grondtroepen naar de Balkan. De sfeer is geladen. Iedereen maakt zich zorgen. Ik hoop nog steeds dat het niet nodig zal zijn, maar de tijd dringt.
Zondag 11 oktober 1998
Ik ben vanaf vanochtend halfacht bezig met mijn inbreng voor de begroting Economische Zaken. Tot mijn chagrijn kondigt Annemarie Jorritsma in het programma Buitenhof aan dat de Kamer deze week (sic!) een belangrijke brief krijgt over toekomstige marktwerkingsoperaties op het terrein van volkshuisvesting, gezondheidszorg en onderwijs. De helft van mijn inbreng gaat hierover. Ik moet zorgen dat ik niet in paniek raak en mijn eigen lijn aanhoud zonder dat ik naar de bekende weg vraag. Zal mijn telefoongesprek, met de directeur marktwerking van het ministerie, waarin ik vragen stelde over precies deze onderwerpen iets te maken hebben met de haast waarmee deze brief naar de Kamer komt? Wat een pervers wereldje is dit toch.
Dinsdag 6 oktober 1998
Ik heb een enerverende dag achter de rug. Het is laat. De vergadering van de beginselcommissie is uitgelopen. Na afloop gaan we nog even naar de Kamer om te bellen en stukken te schrijven. Er heerst in de commissie de angst dat het partijbestuur niet voldoende recht zal doen aan het stuk door onze resolutie te vervangen door een eigen resolutie. Mijn telefoontje met Marijke van Hees (de nieuwe partijvoorzitter?) stelt ons gerust.
Ik heb een leuk gesprek gevoerd met twee andere mogelijke kandidaten voor het voorzitterschap, Lennart Booij en Erik van Bruggen. Ik gun ze de wereld.
Tot mijn vreugde ontdek ik 's avonds dat mijn broertje een door mij bestelde stoel thuis heeft afgeleverd. Dank, dank, dank.
Woensdag 7 oktober 1998
Vanochtend om zeven uur in bed een overleg voorbereid. Vervolgens in Nieuwspoort een boek in ontvangst genomen. Daarna nog wat kleine vergaderingen. Er is onrust over de kandidaat die het CDA naar voren heeft geschoven als voorzitter van de Bijlmerenquête. Theo Meijer, sowieso al geen politiek zwaargewicht, blijkt woordvoerder in debatten over de Bijlmer te zijn geweest. Vervelende start. Ik hoop dat ze op hun schreden terugkeren. Dat kan nog zonder veel problemen.
Als secretaris van de grootste fractie (en dus voorzitter) heb ik vanmorgen een extra vergadering van het secretarissenoverleg bij elkaar geroepen. Dinsdag wilde niemand over de samenstelling van de enquêtecommissie praten aangezien de Bijlmerwerkgroep daarover zou besluiten. Vervolgens heeft de werkgroep advies uitgebracht aan het presidium dat nu weer op zijn beurt advies vraagt aan het secretarissenoverleg. Dus een extra vergadering. Het gaat er vooral om of de SP nu wel of niet meedoet. Het zal me eigenlijk worst wezen. De SP-secretaris komt niet opdagen. Het besluit is snel genomen.
We hebben een extra fractievergadering over het sturen van vliegtuigen en grondtroepen naar de Balkan. De sfeer is geladen. Iedereen maakt zich zorgen. Ik hoop nog steeds dat het niet nodig zal zijn, maar de tijd dringt.
Zondag 11 oktober 1998
Ik ben vanaf vanochtend halfacht bezig met mijn inbreng voor de begroting Economische Zaken. Tot mijn chagrijn kondigt Annemarie Jorritsma in het programma Buitenhof aan dat de Kamer deze week (sic!) een belangrijke brief krijgt over toekomstige marktwerkingsoperaties op het terrein van volkshuisvesting, gezondheidszorg en onderwijs. De helft van mijn inbreng gaat hierover. Ik moet zorgen dat ik niet in paniek raak en mijn eigen lijn aanhoud zonder dat ik naar de bekende weg vraag. Zal mijn telefoongesprek, met de directeur marktwerking van het ministerie, waarin ik vragen stelde over precies deze onderwerpen iets te maken hebben met de haast waarmee deze brief naar de Kamer komt? Wat een pervers wereldje is dit toch.
zaterdag 4 oktober 2014
Marjan Berk -- 5 oktober 1983
• Marjan Berk (1932) is een Nederlandse actrice en schrijfster. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.
Woensdag 5 oktober
'Nog één hap, en onze Bep was geëlektrokuteerd!' Zorgelijk buigt mijn één na jongste zoon zich over het snoer van de schemerlamp, waar onze teckel bijna rechtdoorheen heeft gebeten. Zijn jongste broer Willem en ik staan wat hulpeloos achter hem. Willem draagt de mand met boeketten en kadootjes die ons ten deel vielen na de première van de musical 'Wordt er in de ruimte ook gelezen', die deze middag in de Krakeling werd opgevoerd. De mitella om mijn linkerarm en de vreemde orthopedische kraag om mijn nek ('rosé,' zei de neuroloog opgewekt, 'ze zijn er ook in rose!'), kunnen de pret niet bederven; de zenuw-wortelontsteking in je rug, die voor deze eigenaardige kledingstukken verantwoordelijk is, went al aardig, pijn kan ook fungeren als achtergrondmuziek, of misschien ben ik wel gewoon een ordinaire masochist!
Enfin, de teckel leeft, de musical ook, gezien het enthousiasme van het publiek en er moet nu wel gegeten worden. De Febo biedt uitkomst, Ruud is al vroeg naar Stadskanaal vertrokken om met de Rob de Nijs-band op te treden. Hij staat in deze situaties meestal klaar met zijn beroemde bruine-bonenschotel, maar nu kiezen we maar de weg van de minste weerstand. Zoon Ruud-Jan (met rijbewijs) haalt hotdogs, frites met, hamburgers, vergeet het beroemde kalfsvlees-speciaalkroketje, waar ik zo op tippel. Ik neem dus maar gewoon een boterham en demp mijn schuldgevoel over al dat junk-food met het verstrekken van biergistpillen en vitaminekruistabletten.
Bij het onderstoppen van mijn jongste zoon, die heeft meegespeeld in de musical, fluistert hij mij in het oor: 'Ik ben toch zo vreselijk blij, dat ik mee heb mogen doen!' (Klinkt er iets van de pathetiek van een ouderwets acteur in zijn stem...?)
Woensdag 5 oktober
'Nog één hap, en onze Bep was geëlektrokuteerd!' Zorgelijk buigt mijn één na jongste zoon zich over het snoer van de schemerlamp, waar onze teckel bijna rechtdoorheen heeft gebeten. Zijn jongste broer Willem en ik staan wat hulpeloos achter hem. Willem draagt de mand met boeketten en kadootjes die ons ten deel vielen na de première van de musical 'Wordt er in de ruimte ook gelezen', die deze middag in de Krakeling werd opgevoerd. De mitella om mijn linkerarm en de vreemde orthopedische kraag om mijn nek ('rosé,' zei de neuroloog opgewekt, 'ze zijn er ook in rose!'), kunnen de pret niet bederven; de zenuw-wortelontsteking in je rug, die voor deze eigenaardige kledingstukken verantwoordelijk is, went al aardig, pijn kan ook fungeren als achtergrondmuziek, of misschien ben ik wel gewoon een ordinaire masochist!
Enfin, de teckel leeft, de musical ook, gezien het enthousiasme van het publiek en er moet nu wel gegeten worden. De Febo biedt uitkomst, Ruud is al vroeg naar Stadskanaal vertrokken om met de Rob de Nijs-band op te treden. Hij staat in deze situaties meestal klaar met zijn beroemde bruine-bonenschotel, maar nu kiezen we maar de weg van de minste weerstand. Zoon Ruud-Jan (met rijbewijs) haalt hotdogs, frites met, hamburgers, vergeet het beroemde kalfsvlees-speciaalkroketje, waar ik zo op tippel. Ik neem dus maar gewoon een boterham en demp mijn schuldgevoel over al dat junk-food met het verstrekken van biergistpillen en vitaminekruistabletten.
Bij het onderstoppen van mijn jongste zoon, die heeft meegespeeld in de musical, fluistert hij mij in het oor: 'Ik ben toch zo vreselijk blij, dat ik mee heb mogen doen!' (Klinkt er iets van de pathetiek van een ouderwets acteur in zijn stem...?)
Mary Dresselhuys -- 4 oktober 1979
• Mary Dresselhuys (1907-2004) was een Nederlandse actrice. In 1979 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad korte tijd een 'Hollands dagboek'bij.
Donderdag [4 oktober]
Honderdste [voorstelling] achter de rug. 't Is dan toch 11 uur geworden. Op het moment dat die hoogspanning van je is afgevallen voel je je chaotisch. Het is zo iets als wanneer je in zee in de branding door een enorme golf door elkaar gesmeten wordt en je niet meer weet of je nog rechtop, of op je kop, of dwarsligt-en dan lig je ineens op het strand. 'Eind der rol' zou Van Gasteren zeggen. Als we aan een nieuw stuk beginnen, zitten we om de tafel. Iedereen leest dan voor de eerste keer hardop zijn rol. Vroeger kreeg je niet het hele script, maar de souffleur had de rollen uitgeschreven in goedkope schoolschriften. Hij schreef zeer groot, want hij kreeg 1 cent per bladzij. Toen Van Gasteren eens een kleine rol kreeg toebedeeld, las hij halverwege de eerste acte de laatste zin uit zijn schrift, sloeg quasi verbaasd enige bladzijden om, zag slechts lege vellen en sprak met zijn zware bas en rollende rrr's: 'Einde der rol!'
Waarom zie ik toch zo ontzettend op tegen interviews? En nog meer tegen foto's laten maken. Het laatste is duidelijk. Ik vind mezelf lelijk (welke vrouw vindt dat niet), wordt dus over-conscious, trek met mijn mond, trek rimpels, knijp met m'n ogen, kan niet ontspannen - en de arme fotograaf kan negen-en-twintig van de dertig foto's weggooien.
Ik weet al jarenlang dat het publiek, dat die ene geslaagde foto te zien krijgt, dit verhaal niet gelooft, maar het is de bittere waarheid. Interviews daarentegen vallen altijd mee, zijn soms stimulerend of zelfs gezellig!
Doordat 'Céline' deze maand op TV komt kreeg ik een aanvraag van de KRO- en van de VARA-gids. Nu is er waarschijnlijk geen mens op beide bladen geabonneerd. Dus ik stelde voorzichtig voor of de heren niet tegelijk konden komen, dat zou mij veel tijd besparen. 'Tja,' zei een redactielid, 'dat hebben we alleen wel eens met Heinz Rühmann gedaan. Die had ook zo weinig tijd.' 'Nee', zei ik, 'ik ben niet zo'n internationale figuur als Heinz Rühmann en ik heb juist heel veel tijd omdat ik in een nachtploeg zit. Maar daardoor ben ik op mijn vrije tijd overdag zo gesteld.' Toen hebben Ton van Helden en Herman Post de handen ineen geslagen. Ze kwamen zonder fototoestellen, want Joop van den Ende had alle fotomateriaal van Céline ter beschikking gesteld, en zo werd het een zeer geanimeerde theepartij. Voor mij. En ik hoop ook voor hen.
Donderdag [4 oktober]
Honderdste [voorstelling] achter de rug. 't Is dan toch 11 uur geworden. Op het moment dat die hoogspanning van je is afgevallen voel je je chaotisch. Het is zo iets als wanneer je in zee in de branding door een enorme golf door elkaar gesmeten wordt en je niet meer weet of je nog rechtop, of op je kop, of dwarsligt-en dan lig je ineens op het strand. 'Eind der rol' zou Van Gasteren zeggen. Als we aan een nieuw stuk beginnen, zitten we om de tafel. Iedereen leest dan voor de eerste keer hardop zijn rol. Vroeger kreeg je niet het hele script, maar de souffleur had de rollen uitgeschreven in goedkope schoolschriften. Hij schreef zeer groot, want hij kreeg 1 cent per bladzij. Toen Van Gasteren eens een kleine rol kreeg toebedeeld, las hij halverwege de eerste acte de laatste zin uit zijn schrift, sloeg quasi verbaasd enige bladzijden om, zag slechts lege vellen en sprak met zijn zware bas en rollende rrr's: 'Einde der rol!'
Waarom zie ik toch zo ontzettend op tegen interviews? En nog meer tegen foto's laten maken. Het laatste is duidelijk. Ik vind mezelf lelijk (welke vrouw vindt dat niet), wordt dus over-conscious, trek met mijn mond, trek rimpels, knijp met m'n ogen, kan niet ontspannen - en de arme fotograaf kan negen-en-twintig van de dertig foto's weggooien.
Ik weet al jarenlang dat het publiek, dat die ene geslaagde foto te zien krijgt, dit verhaal niet gelooft, maar het is de bittere waarheid. Interviews daarentegen vallen altijd mee, zijn soms stimulerend of zelfs gezellig!
Doordat 'Céline' deze maand op TV komt kreeg ik een aanvraag van de KRO- en van de VARA-gids. Nu is er waarschijnlijk geen mens op beide bladen geabonneerd. Dus ik stelde voorzichtig voor of de heren niet tegelijk konden komen, dat zou mij veel tijd besparen. 'Tja,' zei een redactielid, 'dat hebben we alleen wel eens met Heinz Rühmann gedaan. Die had ook zo weinig tijd.' 'Nee', zei ik, 'ik ben niet zo'n internationale figuur als Heinz Rühmann en ik heb juist heel veel tijd omdat ik in een nachtploeg zit. Maar daardoor ben ik op mijn vrije tijd overdag zo gesteld.' Toen hebben Ton van Helden en Herman Post de handen ineen geslagen. Ze kwamen zonder fototoestellen, want Joop van den Ende had alle fotomateriaal van Céline ter beschikking gesteld, en zo werd het een zeer geanimeerde theepartij. Voor mij. En ik hoop ook voor hen.
donderdag 2 oktober 2014
Jan Terlouw -- 3 oktober 2004
• Jan Terlouw (1931) is een Nederlandse schrijver en voormalig politicus. In het najaar van 2004 hield hij op verzoek van uitgeverij De Prom een 'herfstdagboek' bij, dat is gepubliceerd als Achter de barricaden.
Zondag 3 oktober
Vanavond na Netwerk keken Alexandra en ik elkaar aan met een blik van opperste verbazing. Hadden we dit echt gehoord? Hadden werkelijk mensen van wie we de verstandelijke vermogens toch redelijk hoog aanslaan, Ruud Lubbers, Boris Dittrich, Femke Halsema, en anderen, ervoor gepleit om Anne Frank postuum het Nederlanderschap te verlenen? Stellen deze mensen zich voor dat Anne daar in het hiernamaals op zit te wachten, om vervolgens een lange neus te trekken tegen haar ook al lang geleden gestorven familieleden? Of zouden vader en moeder Frank en zusje Margot ook alsnog Nederlander worden? En al die andere gevluchte Duitse Joden dan, wie in 1941 de Duitse nationaliteit was ontnomen?
Zou Anne het niet veel belangrijker hebben gevonden dat het Nederlanderschap werd verleend aan onze goede vriend Xiang Wei, een asielzoeker die vanwege de studentenopstand in 1989 ernstig is mishandeld, en die al dertien jaar probeert in ons land vaste grond onder de voeten te krijgen? Is Anne niet van de hele wereld? Is haar boodschap niet dat alle onderdrukking moet stoppen, waar dan ook? Wat bezielt die politici? Willen ze vastleggen dat Anne van ons is, om er de aandacht van af te leiden dat we nog altijd geen generaal pardon willen verlenen aan mensen die al vijf jaar of meer proberen hier te mogen blijven?
We keken elkaar aan. Hadden we iets gemist? Zagen we iets over het hoofd? Je mag toch niet aannemen dat dit als brevet van domheid voor de kiezers was bedoeld?
Zondag 3 oktober
Vanavond na Netwerk keken Alexandra en ik elkaar aan met een blik van opperste verbazing. Hadden we dit echt gehoord? Hadden werkelijk mensen van wie we de verstandelijke vermogens toch redelijk hoog aanslaan, Ruud Lubbers, Boris Dittrich, Femke Halsema, en anderen, ervoor gepleit om Anne Frank postuum het Nederlanderschap te verlenen? Stellen deze mensen zich voor dat Anne daar in het hiernamaals op zit te wachten, om vervolgens een lange neus te trekken tegen haar ook al lang geleden gestorven familieleden? Of zouden vader en moeder Frank en zusje Margot ook alsnog Nederlander worden? En al die andere gevluchte Duitse Joden dan, wie in 1941 de Duitse nationaliteit was ontnomen?
Zou Anne het niet veel belangrijker hebben gevonden dat het Nederlanderschap werd verleend aan onze goede vriend Xiang Wei, een asielzoeker die vanwege de studentenopstand in 1989 ernstig is mishandeld, en die al dertien jaar probeert in ons land vaste grond onder de voeten te krijgen? Is Anne niet van de hele wereld? Is haar boodschap niet dat alle onderdrukking moet stoppen, waar dan ook? Wat bezielt die politici? Willen ze vastleggen dat Anne van ons is, om er de aandacht van af te leiden dat we nog altijd geen generaal pardon willen verlenen aan mensen die al vijf jaar of meer proberen hier te mogen blijven?
We keken elkaar aan. Hadden we iets gemist? Zagen we iets over het hoofd? Je mag toch niet aannemen dat dit als brevet van domheid voor de kiezers was bedoeld?
woensdag 1 oktober 2014
Simone Schell -- 2 oktober 1980
• Simone Schell (1943) is een Nederlandse kinderboekenschrijfster. In 1980 hield ze voor NRC Handelsblad korte tijd een 'Hollands dagboek' bij nadat ze een Gouden Griffel had gewonnen.
Donderdag
Toos en ik praten over de dag van gisteren. Moe, hoofdpijn, aspirine. Veel telefoontjes. Kinderen komen thuis. Lot is ook moe. 'Al dat gezeur aan mijn kop. Je moeder was op het journaal. Alsof ik dat niet weet.' 's Middags naar de winkel van Willa Reinke. Praten, met een vijfde en zesde klas. Naar huis. De meneer voor het riool is geweest. Wij mogen geen kartonnetjes van closetrollen meer in de wc gooien. Ik beloof dat voor zover ik dat kan beloven. Lees 's avonds de kranten en tijdschriften door. De één verwijt mij gebrek aan inzet, de ander hoopt dat ik nog eens een echt mooi boek zal schrijven. Dat hoop ik ook. Veel over het kind en kinderboeken. Heel veel. Op de HP stapt Guus Kuyer naast het kind van zijn beste vrienden door God zijn grote weide en hij krijgt daar mooie gedachten van. Ja, denk ik. Oom Guus heeft gelijk. Wij allen zijn stakkers. Je staat er toch niet van te kijken dat we het eeuwige leven als troost hebben uitgevonden? Het aardige van het artikel is dat je het woord kinderen door heel veel andere kunt vervangen en dan is het allemaal nog waar en het omgekeerde ook. Zo heb je nog eens iets aan een artikel. Ik krijg toch maar liever gewoon een kind. Lichtzinnig wezen dat ik ben. Wat jij, Oom Guus.
Donderdag
Toos en ik praten over de dag van gisteren. Moe, hoofdpijn, aspirine. Veel telefoontjes. Kinderen komen thuis. Lot is ook moe. 'Al dat gezeur aan mijn kop. Je moeder was op het journaal. Alsof ik dat niet weet.' 's Middags naar de winkel van Willa Reinke. Praten, met een vijfde en zesde klas. Naar huis. De meneer voor het riool is geweest. Wij mogen geen kartonnetjes van closetrollen meer in de wc gooien. Ik beloof dat voor zover ik dat kan beloven. Lees 's avonds de kranten en tijdschriften door. De één verwijt mij gebrek aan inzet, de ander hoopt dat ik nog eens een echt mooi boek zal schrijven. Dat hoop ik ook. Veel over het kind en kinderboeken. Heel veel. Op de HP stapt Guus Kuyer naast het kind van zijn beste vrienden door God zijn grote weide en hij krijgt daar mooie gedachten van. Ja, denk ik. Oom Guus heeft gelijk. Wij allen zijn stakkers. Je staat er toch niet van te kijken dat we het eeuwige leven als troost hebben uitgevonden? Het aardige van het artikel is dat je het woord kinderen door heel veel andere kunt vervangen en dan is het allemaal nog waar en het omgekeerde ook. Zo heb je nog eens iets aan een artikel. Ik krijg toch maar liever gewoon een kind. Lichtzinnig wezen dat ik ben. Wat jij, Oom Guus.
Abonneren op:
Posts (Atom)







