zondag 1 december 2024

Miriam Wattenberg • 1 december 1941

Miriam Wattenberg was een Joods meisje dat in 1940 in het getto in Warschau terechtkwam. Dankzij de Amerikaanse nationaliteit van haar moeder kon ze in 1944 naar de Verenigde Staten vertrekken, waarna ze haar naam veranderde in Mary Berg. Ze hield een dagboek bij van 1939-1944, dat na de oorlog gepubliceerd werd.

[DeepL-vertaling onderaan]

December 1, 1941
The Germans have assigned a large load of potatoes to the ghetto. At first, people were surprised at such sudden generosity. But their surprise did not last long. It turned out that this load was originally destined for the Nazi soldiers on the Russian front but had frozen en route. Then the Germans opened their Nazi hearts and sent the frozen potatoes to the Jews in the ghetto.

Now long lines are forming in front of the various food stores. People are trying to get a few frozen potatoes, for, although they cannot be cooked as such, they make excellent pancakes. Everywhere you go, the smell of fried potato pancakes assails your nostrils. For fat we use black hemp oil, the cheapest there is. Even it costs eight zlotys a pound.

Miss Sala beamed with joy when my mother gave her some of these potatoes. Laden with a few bags of the damp rotting things, she ran home to her family to quiet their hunger. Her mother died a few weeks ago, and her father is in bed with typhus.

The epidemic is still raging unabated. Several people are buried in one grave. Because of the shortage of medical personnel, a medical course has been opened at Number 3 Leszno Street to train a large number of nurses and supplement the knowledge of the former medical students.

The hygienic conditions are constantly deteriorating. Most of the sewage pipes are frozen, and in many houses the toilets cannot be used. Human excrement is often thrown out into the street together with the garbage. The carts that used regularly to remove the garbage from the courtyards now come rarely or not at all. For the time being all this filth is disinfected by the cold. But what will happen when the first spring breeze begins to blow? There is serious apprehension that a cholera epidemic will break out to fill our cup of misfortune to the brim.


DeepL-vertaling:

1 december 1941
De Duitsers hebben een grote lading aardappelen toegewezen aan het getto. In eerste instantie waren de mensen verbaasd over deze plotselinge gulheid. Maar hun verbazing duurde niet lang. Het bleek dat deze lading oorspronkelijk bestemd was voor de nazisoldaten aan het Russische front, maar onderweg was bevroren. Toen openden de Duitsers hun nazi-hart en stuurden de bevroren aardappelen naar de Joden in het getto.

Nu vormen zich lange rijen voor de verschillende levensmiddelenwinkels. Mensen proberen een paar diepgevroren aardappelen te bemachtigen, want hoewel ze niet als zodanig gekookt kunnen worden, zijn het uitstekende pannenkoeken. Overal waar je komt, komt de geur van gebakken aardappelpannenkoeken je neusgaten binnen. Als vet gebruiken we zwarte hennepolie, de goedkoopste die er is. Zelfs die kost acht zloty per pond.

Mevrouw Sala straalde van vreugde toen mijn moeder haar een paar van deze aardappelen gaf. Beladen met een paar zakken van de vochtige rottende dingen rende ze naar huis om de honger van haar familie te stillen. Haar moeder stierf een paar weken geleden en haar vader ligt in bed met tyfus.

De epidemie woedt nog steeds onverminderd voort. Meerdere mensen liggen begraven in één graf. Vanwege het tekort aan medisch personeel is er een medische opleiding geopend op Leszno Street 3 om een groot aantal verpleegsters op te leiden en de kennis van de voormalige medische studenten aan te vullen.

De hygiënische omstandigheden verslechteren voortdurend. De meeste rioolbuizen zijn bevroren en in veel huizen kunnen de toiletten niet gebruikt worden. Menselijke uitwerpselen worden vaak samen met het huisvuil op straat gegooid. De karren die vroeger regelmatig het vuilnis van de binnenplaatsen haalden, komen nu niet of nauwelijks. Voorlopig wordt al deze vuiligheid gedesinfecteerd door de kou. Maar wat gebeurt er als de eerste lentebries gaat waaien? Er heerst grote vrees dat er een cholera-epidemie zal uitbreken die onze beker van ellende tot de rand zal vullen.


Wim Brands en A.L. Snijders • 30 november 2010

Wim Brands (1959-2016) had in november 2010 een mailwisseling met A.L. Snijders (1937-2021), die is gepubliceerd in het jaarboek van de Jan Campert Stichting.


30 november 2010
W: Het valt me op dat je herinneringen ‘scherp’ zijn. Tegelijkertijd beweer je voortdurend dat je niet meer weet wat je vroeger hebt geschreven. Dat je bij herlezing de toon en ondergrond herkent maar niet de toevallige vorm, de zinnen en de aankleding.
Dat klinkt zo koket. En welke toon herken je, wat is je muziekje, om Céline te citeren?

Na deze mail hoor ik een tijd niets van Snijders. Ik herlees in die tijd zijn eerste columns.
Ooit - in het internetloze tijdperk toen de mail nog niet voor hem was bedacht — schreef hij veel brieven. Journalist/filmer Vrijman las een paar van die brieven en herkende de latere schrijver van zkv's. Snijders kreeg een column in Het Parool. Het valt op hoe trouw hij aan zichzelf is gebleven. Verschillende verhalen verschenen in een andere vorm later nog een keer.
Snijders citeert niet alleen graag andere schrijvers, hij is ook voortdurend bezig zichzelf te citeren. Wat dat betreft lijkt zijn werk op zijn boerderij, een gebouw dat uit verschillende delen bestaat en permanent onderhoud behoeft. Regelmatig verhuist er een zwaluwstaart van het ene naar het andere deel. Dan komt de laatste mail.

15 december 2010
A. Ik wacht zo lang met het antwoord, omdat ik voortdurend denk aan het muziekje van Céline. Ik zou niet weten wat mijn muziekje is. Het valt me wel op dat ik het meest denk aan de tijd rond mijn twintigste, van mijn zeventiende tot mijn twee-entwintigste. Daar ligt het anker waar ik aan vast zit. De tijd waarin ik het meeste ontdekte. De toekomst begon en ik wilde niets met die toekomst te maken hebben. Ik herinner me mijn misprijzen en afkeer als iemand zijn leven uitstippelde en plannen maakte. Ik wilde weerstandloos verder leven, zoals het altijd gegaan was, ik wilde geen verantwoordelijkheid, geen baan, geen huwelijk, geen kinderen. Maar ik was niet sterk genoeg om een zwerver, een drop out te worden. Dus ik ging halfslachtig verder, met mijn hakken een beetje in het zand. Stel je voor, een beetje, dat is toch een verschrikkelijke bekentenis. Ik geloof wel dat ik nu bij de kern van de zaak beland ben.

donderdag 28 november 2024

Martine Bijl • 29 november 1983

Martine Bijl (1948) is een Nederlands zangeres, actrice, schrijfster en cabaretière. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij, naar aanleiding van de première van haar eerste theatershow.

Dinsdag [29 november]
Na het ontbijt gaat Henk de voorzettanden halen en ik was mijn haar. De fotograaf die mij ter gelegenheid van dit dagboek komt vereeuwigen staat een uur eerder voor de deur dan ik verwachtte. Ik moet nog föhnen en optutten en koffie is er ook nog niet. Gelukkig is het een aardige man, die althans pretendeert alle tijd van de wereld te hebben. Hij bewondert het huis en het uitzicht op de Vecht. Zo mag ik het horen. Bezoekers die niet eens de moeite nemen even een blik in de tuin te werpen, mogen van mij meteen weer vertrekken.
Hij vindt de Story op de keukentafel. Ik haast mij te verklaren dat dit de Vlaamse Story is, die wij elke week om onduidelijke redenen ongevraagd thuisbezorgd krijgen. Het is de waarheid, maar ik had net zo goed kunnen zeggen dat ik de Privé weleens bij de kapper lees. Gelukkig ligt VN in de huiskamer. Die zal ik straks even ongemerkt in het zicht schuiven.
De fotograaf werkt snel, en na zijn vertrek is er nog tijd om wat post te beantwoorden en de boodschappen te doen. We eten een klein, maar eindelijk weer eens verantwoord hapje voor we op weg gaan naar theater de Stoelemat in Bergen op Zoom. Ook hier weer het bewijs dat de aard van het theaterpubliek nauwelijks gebonden is aan stad of streek. De muzikanten — Lex Jasper, Hans Beths, Edwin Corzilius en Henk — spelen schitterend. Een evenwichtige, prettige voorstelling.
Om half drie liggen we in bed. Om de een of andere reden slaap ik nauwelijks.

Woensdag [30 november]
Boet is jarig, en we zouden om elf uur koffie komen drinken. Beb en Boet zijn onze buren. Beb (Vuyk), schrijfster van o.a. 'Het laatste huis van de wereld' èn het 'Groot Indisch Kookboek' komt om tien uur melden dat de verwarmingsmonteur bij hen voor enige wanorde heeft gezorgd. Koffie bij ons dus. We scharen ons even later om de keukentafel met door Beb zelfgemaakte taartjes en luisteren gezamenlijk naar de berichten over Heineken. Beb vertelt van de in Engeland opgezette cursus voor industriëlen, die tot doel heeft hen vertrouwd te maken met de psychologisch juiste benadering van hun eventuele kidnappers. Ik begrijp de wereld in het geheel niet meer.
Twee uur later bevinden we ons op het kantoor van Joop Koopman bij ons impresariaat Lumen, om nog wat zaken door te spreken. Het is gezellig en het wordt dus toch weer later dan onze bedoeling was. Snel naar huis. Onze bejaarde kater voelt zich de laatste dagen niet zo lekker en heeft tijdens onze afwezigheid omstandig gekotst. Ik verwijder met een emmertje lauw sop zijn her en der gedeponeerde spuugseltjes. Er is geen tijd meer om even te rusten. Niet veel later staan we op weg naar Beverwijk in de file voor de tunnel. We drinken onze eerste bak theaterkoffie en ik ben moe van de dag.
Ik worstel tijdens de voorstelling met mijn teksten en ben na afloop down en onzeker. In het restaurant wachten Huib en Maria. Maria de Booy hoef ik niks te vertellen. Zij kent het toneelvak. Ze zegt: 'Als je 's avonds honderd procent moet geven, moet je overdag niet al tachtig procent uitdelen.' Ik drink iets te veel rode wijn.

woensdag 27 november 2024

Cees Nooteboom • 28 november 1962

Cees Nooteboom (1933) is een Nederlandse schrijver. Dit fragment gaat over de tv-inzamelactie 'Open het Dorp' (1962) voor een gehandicaptendorp bij Arnhem, die 23 uur duurde en 21 miljoen gulden opleverde.

Tien over elf, dinsdagmorgen. Ik loop de arena van het RAI-gebouw uit. Het ijskoude licht van de dag staat rechtop in die hallen, de mensen die er doorheen lopen zijn merkwaardig alleen en maken geen enkel geluid. Aan de andere kant van de hal is de perskamer. Vermoeide mannen kijken naar de monitor waar het nog steeds plaatsvindt: de lange, geheimzinnige middeleeuwse feestdag, de niet meer eindigende stoet van geldgevers en geschenkenbrengers waartussen de absurditeit rondwandelt hand in hand met zakelijkheid, onschuld, en soms een bijna barbaarse goedheid die schrik aanjaagt.
Iemand heeft met de vlakke hand boven op Nederland geslagen en kijk wat er uitkomt: een man met een fiets, een kind met een pop, een bank met een ton, een schilder met een schilderij, priesters, matrozen, een orgie van geven die uitmondt in dit lange, open, glazen gebouw, waar ze één voor één naar voren komen met hun klokken, hun zelfgebakken koeken, hun grond, hun weekloon, hun konijn, hun bruidsjurk. Het hangt bijna dreigend boven ons, de verstikkende opwinding van miljoenen mensen, het gevaarlijk onverwachte. Wat er precies aan de hand is kan niemand meer uitleggen, maar het zou onzin zijn om dit nog te willen terugbrengen tot de proporties van een normale actie, tot gevoel dat is opgewekt en nu werkt.
Sommige gezichten tussen de steeds verder oprukkende stoet gevers verlangen duidelijk naar een totale verrukking, er is op deze gelegenheid gewacht. De bewondering die men voor Mies Bouwman moet hebben, heeft niets meer te maken met charme of gevatheid: het geweld dat ze oproept weet ze elke keer opnieuw in bedwang te houden.
Het is achttien uur na gisteren. Bij de uitgang staat een man in een overal met een kalkoen op zijn arm, die nadenkend uit zijn keihard vogeloog de wereld der mensen bekijkt. Ik ga nu echt naar buiten, en sta op het witte, van mist verzadigde plein. In een militaire vrachtwagen zit een soldaat te wachten. Uit het raampje van een andere auto hoor ik 'Kijk eens mevrouw Bouwman, ik hoor u zo vaak Hotsjekee zeggen. Nu heb ik een collega, die doet dat ook.' En daar is dan niets aan toe te voegen.


dinsdag 26 november 2024

Wim Kan • 27 november 1962

Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

Zondag 28 oktober.
[...] Mies Bouwman komt op 26 november met een AVRO tv-uitzending ten bate van de bouw van een dorp bij Arnhem voor blijvende invaliden en gehandicapten. Er is vijf miljoen nodig. Uitzending zou 22 uur moeten duren. Waarom? Omdat ze zoiets ook in Amerika doen!!! Aan het slot zou ik firma's moeten opbellen (Philips, Albert Heijn, KLM) om geld los te krijgen.

Vrijdag 23 november.
Mies Bouwman hier. In mineur! De zes heren die elk ƒ 25.000, - hadden toegezegd begonnen chicanes te maken. Trokken hun belofte geheel of gedeeltelijk in, wilden geen telefoongesprekken (Sidney van den Bergh weer wel), vonden ƒ 25.000, - ‘niet verantwoord’ in deze tijd (tegenover eigen personeel), wilden van ƒ 5000, - tot ƒ 15.000, - geven. Kortom een stelletje echte kruideniers! Niet één sprak tegen dat hij het bedrag ƒ 25.000, - had toegezegd, maar enz. enz. Mies Bouwman belde waar ik bij was meneer Dreesmann op om nog te redden wat er nog te redden scheen, bijvoorbeeld Unilever en Heineken te laten vallen en dan alleen met viermaal ƒ 25 000, - uit de bus te komen met Dreesmann, Albert Heijn, Niemeijer en Vettewinkel. Ik stelde nog voor hem de hele scène, ruim acht bladzijden, voor te lezen, maar niets mocht meer baten. Mijn optreden in AVRO tv-show gaat niet door.

Zaterdag 24 november.
Om 19.30 uur telefoon in de kassa: dr. Klapwijk: ‘Vindt u goed dat ik probeer deze mensen nog tot de orde te roepen?’ Zei meteen: Ja natuurlijk. Zelfs vier vind ik al prima. Vóór morgenavond bericht. Vóór 19.00 uur i.v.m. repetitie met Mies Bouwman en regisseur Ordeman(?). Gaat het dus misschien toch nog door!

Dinsdag 27 november. Nacht
‘Open het dorp!’ Nog nooit in m'n leven heb ik zoiets meegemaakt. Gingen maandag om 20.30 uur 's avonds voor onze tv zitten en zagen eerst filmpje over gehandicapte kinderen. Kwamen beiden onder de indruk. Toen werd het pauze, mochten we onze bijdrage in een lucifersdoosje naar de kruideniers gaan brengen. Daarna zakte het programma nogal erg in en gingen we naar bed. 's Morgens hoorde ik op mijn radiootje om 6.00 uur Mies nog net zo opgewekt praten. Om 8.00 uur nog! Steeds Mies, blij, enthousiast. We waren de zeven miljoen gepasseerd. Om 10.00 uur 's morgens zouden Ol en ik even televisie kijken. We zaten er om 17.30 uur toen meneer Van Liempt ons kwam halen nog! Fascinerend. Ik begon iets te voelen van een psychose. De mensen werden gek. Stapelgek. Maar in het goeie en dat zag je allemaal van vlakbij voor je neus gebeuren. Dat is televisie. Om 17.30 uur in dikke mist naar de RAI. Heksenketel. Iedereen stapelgek en dolgelukkig door al dit overweldigend gebeuren! Kreeg het gevoel dat het spelen van dat sketchje onzin was geworden, vooral ook door de ‘fantastische’ bedragen die nu als sterren uit de hemel waren komen vallen. Mies Bouwman met dikke, zwarte voeten, vroeg nog: kunt u anders geen liedje zingen? Als een open graf zag ik de toekomst voor me. Ik dacht hier val je levend in te pletter. Het is voor 't Dorp dacht ik dan maar weer en tenslotte ging ik met Ol aan de hand (aan de hand van Ol) het toneel op. Alles viel enorm mee. Er kwam zelfs een prachtige lach op verschillende grapjes. Een groot deel van het publiek dacht dat het echt was. We zaten met ons drieën aan een soort bureau. Ol souffleerde tweemaal op een uiterst kritisch moment. Mies bleef maar ontroerend lief en enthousiast. Vier telefoongesprekken. Het dorp heiligde de middelen. [Kan belde in de uitzending met Albert Heijn, Sidney van den Bergh, Niemeijer en Dreesmann een bedrag van honderdduizend gulden bij elkaar].

maandag 25 november 2024

Lidija Tsjoekovskaja • 26 november 1958

Lidija Tsjoekovskaja (1907-1996) was een Russisch schrijfster en dichteres. Ze was bevriend met de dichteres Anna Achmatova. Een dagboek van haar ontmoetingen met Achmatova is verschenen als Ontmoetingen met Anna Achmatova 1938-1962.

26 november 1958
Gisteren heb ik, op verzoek van Ljoesja, Anna Andrejevna mee naar huis gebracht. Ljoesja heeft een nieuwe hartstocht: de bandrecorder, en ze wilde de stem van Achmatova opnemen. Anna Andrejevna las zes gedichten en het derde hoofdstuk van het Epos zonder held, nadat ze eerst mijn exemplaar dat sinds lang verouderd was, had verbeterd. Ze waarschuwde ons dat haar stem bij een opname altijd lager klinkt dan in werkelijkheid en inderdaad, toen we de band afluisterden, klonk in de eerste twee gedichten een misplaatste bastoon, maar verderop bleek de opname vrijwel juist te zijn wat het timbre betreft, en helemaal correct qua intonatie. Ze las de verzen uit haar nieuwe rode Soerkov-bundel, waarin ze pagina's had geplakt met een groot aantal verzen die niet waren opgenomen.
Bij de thee vertelde ze me vol bitterheid dat Boris Leonidovitsj [Pasternak] haar had gebeld.
Aanvankelijk was ze verheugd, maar later toen hij zei: 'Een vrouw die mij na staat is van de zomer met haar dochter in Leningrad geweest, maar zonder een brief van mij heeft ze u niet durven opzoeken,' werd ze woedend: 'Dat gaat natuurlijk over Olga. Op haar aandringen heeft hij mij ook gebeld. Maar ik hou mijn deur op slot. Ik wil die oplichtster niet ontvangen.'
Ze zei echter dat ze van plan was met Nina Antonovna [Olsjevskaja] een bezoek te brengen aan Boris Leonidovitsj in zijn buitenhuis.
'Het zal een onuitgesproken condoleantiebezoek zijn. Ik laat de taxi wachten en blijf een halfuurtje. Niet langer. Over zijn zaken rep ik met geen woord; ik zal over het weer praten, over de natuur, over wat hij maar wil. Als hij niet thuis mocht zijn, laat ik een briefje voor hem achter, en daarmee is de kous af.'
Ze is woedend op hem. Jammer. Dit is niet het moment voor woede.
Tegen twaalven heb ik haar naar huis gebracht.

zondag 24 november 2024

Waris Hussein • 25 november 1963

• De Brit Waris Hussein (1938) was in 1963 de eerste regisseur van de in het verenigd Koninkrijk immens populaire (maar in Nederland relatief onbekende) sf-tv-serie Doctor Who (die vandaag de dag nog steeds loopt). Hij hield in die dagen een dagboek bij.

Monday 25th November 1963
On train to Moscow via Frankfurt.
[Waris spent nearly two weeks in the USSR, including train journeys of two days and nights, while back in Britain Doctor Who was gradually captivating its first audiences.] 


A couple of weeks suddenly loomed up, empty, before I can start doing anything with “Cathay” in the next Who epic. I decided I needed to go away and, on B’s suggestion [“That’s my mother. We called her B”], cabled Paul in Moscow to ask if I could come and stay with him. After that the next few days were bound up in rapid journeys to the Russian Consulate and Shepherd’s Bush.

Problems at the BBC. [Director] Chris Barry's first episode of The Dead Planet was completely ruined because of talkback right through. [Recorded on Friday 15th November, this was the start of the first Dalek serial.] The episode had to be done again and it set us back a week later. Verity sat at the phone and Mervyn smoked his pipe. We've been transferred to Threshold House and the traffic noise outside is ear-splitting. The atmosphere of the newly painted place is like entering a new school and the small-scale air of the trolley girls is provincial.

On Friday [22nd November] I dressed up in my Indian outfit and arrived at the Dorchester for the Guild of Television Directors and Producers Ball. Someone said in the foyer that Kennedy [the US President] had been shot. The cloakroom attendant took my coat and said, “Well, what d’you know!” The news was true. It was announced as we all sat down to dinner and the whole atmosphere was charged with disbelief. An extraordinary sensation passed through us sitting at the silver and wines. The full meaning of it didn't come yet. Instead the awards were given by Sybil Thorndike – Vivian Merchant, Harold Pinter (I met him – he is superficial now).

On Saturday everything was gloomy with the pall of Kennedy's assassination. All of us felt it as if he had been a personal friend. I think it is his youth and what he might have achieved that makes his death so horrifying. Special TV programmes were relayed about him throughout the day and ITV seemed to manage better in their programme content. The BBC just burbled on unsure and inconclusive with lengthy questions answered by all-knowing personages of one sort or another. No one really knows what Lyndon Johnson [JFK’s successor] will be like. Dr Who passed unnoticed. Presentation ran the tape too soon so that at least 10 seconds were lost in the opening titles. Bill rang to say the subject matter wasn't me. [“That’s my godfather, Bill.”] I prepared for the journey.