zondag 15 december 2019

L.P.J. Braat • 15 december 1946

L.P.J. Braat (1908-1982) was beeldhouwer en schrijver. Uit: Ziekenlogboek.

8 December
In deze geweldige rust van bergen en sneeuw en winterzon schijnen de zorgen en het oude leed, dat ik met mij mee sleep, waarheen ik ook ga, zich diep in mijn hart te vreten. Het is of ik de tijd sneller aan mij voorbij hoor ruisen, of ik jaren ouder word terwijl ik misschien tien minuten zit te peinzen in mijn bed. Uit de radio der benedenburen klinkt pianospel - deze muziek geeft mij visioenen van eindeloze rijen trage druppels, hangende aan dennentakken. Zo traag, zo traag. Dadelijk zullen ze wel ijspegels geworden zijn.
Wat die radio - die ik niet afzetten kan - vandaag bezielt weet ik niet. Nu klinkt er weer een frans liedje uit op, dat mij de gewaarwording bezorgt of er zware, zeer zware gordijnen stukgereten worden, en daarachter zie ik flitsen van dingen en mensen, die ik liever voor altijd vergeten zou zijn... De zon wordt ijler en ijler - de sneeuw die straks zeker vallen zal, urenlang, duizelt al daar hoog in de lucht en maakt de zon tot een bron van wonderlijke kilheid. Weer die radio! Ik voel mij te droevig om buiten mijzelf te raken, maar deze wals, die mij een kwart eeuw geleden al op wonderlijke wijze beroerde, prikkelt mij tot een verzet, dat mijn nostalgie verijlen doet en mij iets van activiteit teruggeeft. Ik zou nu een geprikkelde, cynische brief willen schrijven, naar iemand in dat vervloekte Holland, dat ik over een paar weken weer zal moeten terugzien - een woestijn vol stenen des aanstoots - en waar de kruideniers bezig zijn de verhouding met Indonesië zodanig te vertroebelen, dat de naam Holland de incarnatie van belachelijkheid en bekrompenheid worden zal. Holland - wat is het voor mij anders dan een historisch begrip?
Zou deze wonderlijke rust, die slechts door vliesdunne tussenschotten gescheiden is van een even wonderlijke onrust, betekenen dat heel mijn wezen doordrongen is van het besef dat dit de laatste Zondag is hier in de bergen? Ik heb al deze maanden niet enkel bijna op de top van een berg geleefd, maar ook, onbewust, bijna op de top van mijn leven. Nu wordt het weer afdalen, in dubbele betekenis.

15 December
Vannacht stond ik een tijdlang uit het raam te staren naar het berglandschap dat ik voor het laatst zien zou. Verbijsterend helder schitterden twee sterren boven de Chamossaire tegenover ons huis. Helder verlichtte de maan al de bergen en sneeuwvlakten rondom. Iets hiervan, van die zuiverheid der winternachten in het hooggebergte, moet ik als mijn onvergankelijk bezit trachten mee te nemen, verder het leven in.

Willem Oltmans • 14 december 1970

Willem Oltmans (1925-2004) was een Nederlandse journalist. Zijn dagboeken (76 delen) zullen in hun geheel online worden gezet bij de dbnl. De papieren versie wordt uitgegeven on der de titel Memoires.

14 december 1970
Bij de poelier hingen behalve eendenparen, een zielige haas, een hertje en ook everzwijnen voor de ramen. Wat zullen deze dieren onze kersttijd vervloeken.

Air France flight 319
Ging linea recta naar Dewi's [Dewi Soekarno] appartment. Toen zij thuiskwam zei ze als een donderslag bij heldere hemel: ‘I don't like your eyes and your face, disgusting.’
‘What? Is my hair too long?’ riep ik uit.
‘No, everything’ en ze ging naar haar slaapvertrek. Ik was dumbfolded en dacht wat nu? Vrijwel een minuut later kwam ze terug en zei: ‘You want to see nice photographs?’ Eentje, waar ze achter een typemachine aan haar boek werkte, wilde ze naar W. Colston Leigh in New York zenden. Prompt liet ze erop volgen geen vertrouwen in zichzelf te hebben en niet in staat te zijn lezingen te geven.
De Indonesische uitgever Masagung belde uit Kopenhagen en vertelde haar dat Sukarno's oude vriend en zakenman Oom Dasaad was overleden.

15 december 1970, Parijs
Terwijl ik om 02:30 uur in bed lag en Dewi nog eens om 03:15 uur had opgebeld om toch vooral vandaag een flinke grote kerstboom voor haar mee te brengen, wekte barones Jacqueline de Gunzburg me om 09:00 uur voor een kletspraatje. Bij de Madeleine kocht ik een metershoge kerstboom maar geen enkele taxichauffeur wilde het ding vervoeren, dus ik sleepte de boom te voet van de Madeleine naar Dewi's appartement tegenover het Athenée Palace Hotel. Zou een plaatje voor Frank de Jong en de Telegraaf zijn geweest.
Lief briefje van Ralph. Hij ontmoette Christian Casals, een student (beeldhouwer) op de Rietveld Academie. Er is een romance in the air. ‘Hij heeft amandelgroene ogen,’ schrijft Ralphie. ‘Ik mis je ontzettend, ook je beledigende opmerkingen, je grappigheid, je laarzen, je zelfingenomenheid, terecht, want je bent ontzettend zalig.’ Hij vraagt vooral veel geduld met Dewi te hebben, ‘want ze lijkt een heel intelligente en aantrekkelijk vrouw, die je geduld wel waard is. You know I will always be there when you need me, Ralph.’
We zouden om 17:00 uur doorgaan met het manuscript, maar het werd 21:00 uur.
Er waren weer de gebruikelijke wrijvingen en enkele frontale botsingen. Ik had bijvoorbeeld gezegd: ‘Okay I won't be nasty to Adam Malik anymore, because he is your friend,’ waarop ze meteen uitviel: ‘Damn you, you cannot spoil my friendship with him, I do not want you to say that.’ Malik had tegen haar gelogen dat ik me gelukkig kon prijzen dat hij zijn rechtszaak tegen De Spiegel en mij had laten varen. En dan te bedenken

dat ik via Lad Johnson, secretaris van de Indonesische Kamer van Koophandel in Wall Street, letterlijk alle bewijzen had om waar te kunnen maken wat ik had geschreven. Maar Malik kon Dewi natuurlijk gemakkelijk iets dergelijks voorliegen.
Maar wat dan weer erg aardig van haar was dat ik gerust Peter in Maastricht mocht bellen. ‘I'll give you five minutes.’ Het werden er tien. Omdat de kerstboom dertig franc had gekost heb ik haar met dat bedrag betaald. Maar ze zei meteen heel spontaan dat ik Peter moest uitnodigen voor haar kerstparty. Ik ging naar het postkantoor en zond hem er een telegram over.
Op een ander moment liet Dewi zich ontvallen: ‘Prins Bernhard considers you also a trouble-maker. He said that journalists often spoil secret negotiations, or do you think Bernhard is also not well informed?’ Ik moest lachen en dacht: ‘Lieve Dewi, don't kid me, about secret negotiations, concerning New-Guinea and Indonesia, I know all about it.’

donderdag 12 december 2019

Allen Ginsberg • 13 december 1962

Allen Ginsberg (1926-1997) was een Amerikaanse dichter en schrijver. In zijn Indian Journals doet hij verslag van zijn verblijf in India in '62/'63.

Dec 13, '62
Out with Peter Thurs. nite to Manikarnika ghat. Sat on stone ledges above the ash sand shelf filled with woodpile fires abuming cows putting their big nose heads near under the foot of the pile bed — flame lighting his forehead, eye most closed, chewing some yellow stalks of straw kindling — boy chased three cows out of the rectangle garden of fire — they were eating up a corpse litter prematurely — or horsing around in the way — the nearby corpse masked in white shroud lay back in the flames & turned black, knees hanging down, the veil burning away and one ear sticking too far out, later became a thin black mummy in flames — the furthest we saw lit up, later the bamboo attendants thwacked it in the middle and turned it face down in the flames, skull hanging over the side in the fire — the middle corpse had burnt thru the belly which fell out, intestines sprang up (that is) like a jack in the box charcoal glumpf — then its right leg and foot came up in silhouette as the pole boy shifted it to the top first, then the other leg and foot spreading big toes was poled up and over bouncing like a soft log — and his hand (or hers it seemed to have a charred bracelet round the forearm) slowly lifted from the chest as the bulk burned — fires playing orange around from black cranium along the sides, over the lifted hand — and the two feet flung back over detached and burning over the middle of the bed — like burning fear away — I thought, burning the dross inside me — Dogs curled asleep on the shady steps as the moon rose over the western sky with Orion near, and the flat plate of Ganges stretching up to the faraway river shore beach — fires reflected in the waters as we went away, white mist reddened flaring out over the water, blocked by the huge castle embankment steps & high Dharmashala of brick where the dying came to spend last days breathing smoke.

woensdag 11 december 2019

72-jarige ex-priester • 12 december 1993

• Uit het dagboek van een 72-jarige ex-priester. Collectie Nederlands Dagboekarchief.

12-12-93
Waarom sta ik zo chagrijnig op? Waarom zit er heel de dag van alles aan mijn kop te zeuren? Lijd ik aan zelfoverschatting, aan wrok? Wat is er aan de hand? Waarom niet gewoon de krant en ‘n stapel boeken lezen en op tv volgen wat er om me heen gebeurt, en nu en dan wat schilderen? Ik wil meer “zijn” dan ik tot nu toe ben. Sociaal gezien heb ik niet de plaats die ik zou wensen. Dat moet het zijn. Oorzaak: eigen schuld. Je hebt te lang stilgezeten, niks van je laten horen – althans niet in die vorm op dat terrein waarin je het “ten diepste” zou willen.

dinsdag 10 december 2019

P.J.M. Aalberse • 11 december 1895

Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholieke politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.

[december 1895]
[...] verkiezing, van van de week. ’k Heb eigenlijk niets geen zin meer. Heel kortjes komt ’t hierop neer: ’t was mij duidelijk, dat ik zou gekozen worden vrijwel met algemeene stemmen. Doch Van Schijndel en Ruijs de Beerenbrouck hebben straf geïntrigeerd: voor leugentjes waren ze niet bang! Maar dat is juist hun ongeluk geweest: ’t is uitgekomen, dat ze gelogen hebben en daardoor hebben twee lui op mij gestemd, die ’t anders misschien niet zouden gedaan hebben. ’t Eenige wat ze tegen me hadden, was dat ik geen Corpslid ben en ... geen langen naam heb! Of die twee dingen iemand tot een goed president maken!! Om ze er een beetje mee in de maling te nemen, heb ik enkele lui gevraagd op hun stembriefje te zetten: ‘Van Aalberse van den Ouden Singel’! Ruijs heeft de steek gesnapt, want hij heeft die briefjes heel gewoon voorgelezen: alleen mijn naam! Ik werd met negen stemmen meerderheid (op de achttien!!) gekozen; ze hebben dus niet veel succes gehad! Ik nam echter slechts voorwaardelijk aan. Onder de pauze heb ik toen ’n bestuursvergadering gehouden en den nieuwen [p. 922] bestuursleden hun opinie gevraagd of ze in ’t belang van de vereeniging vonden, dat ik aannam of bedankte? Pater Van Schijndel hield toen ’n heele speech, dat ’t zoo nobel van me was, etc.!! Hij had echter vooraf tegen me gezegd: je moet ’t maar aannemen! Ik ging heen, terwijl ze erover beraadslaagden. Na ’n kwartiertje kwam Van Schijndel weer op de gewone vergadering. Ik vroeg: ‘Is de bestuursvergadering afgeloopen?’

‘Neen,’ zei hij, ‘maar ik ben maar heengegaan, want ik laat ’t heelemaal aan hen over: ik houd me er liever buiten.’ Even daarna riepen de lui me. Hun éénparig advies was: ‘Wij vinden ’t in ’t belang van de vereeniging, dat gij ’t aanneemt, niettegenstaande pater Van Schijndel het tegenovergestelde heeft geadviseerd!’ En ... hij had er zich maar buiten gehouden, had hij mij gezegd!! De lui vertelden me echter, dat hij ’t zoo straf mogelijk had afgeraden; ’t was de eerste stap op den weg waarlangs onze vereeniging een vereeniging van niet-corpsleden zou worden; en als dat ’t geval was, zou hij zelf de eerste zijn om haar zoo gauw mogelijk ten gronde te richten, enz. enz.!

Toen ik in de vergadering kwam en verklaarde, dat ik de benoeming aannam, kwam er geen end aan ’t applaus en ... pater Van Schijndel hield ’n hartroerende speech, dat de vergadering geen betere keuze had kunnen doen(!), dat ik de aangewezen man was, in den vollen zin van het woord een president naar zijn hart(!!!), de waardigste opvolger dien de vergadering aan Ruijs de Beerenbrouck had kunnen geven! Dat was toch wel ’n beetje erg kras. Ik antwoordde er heel laconiek op: ‘Pater, uw zoojuist gesproken woorden hebben me zóó getroffen, dat ik niet weet wát dáárop te antwoorden!’ Zou hij de zet gesnapt hebben? ... De leden wèl: ze hadden er grooten lol in! En nu basta over die verkiezing!

Morgen ga ik met mijn ouders naar Den Haag om m’n broer te feliciteeren.

Nog iets: van de week ben ik twee keer Lize tegengekomen, telkens als ik op den gewonen tijd de krant bij haar thuis in de bus gedaan had. Zou ze dat expres gedaan hebben?? Als dát eens waar was!! ...

maandag 9 december 2019

Lord Byron • 10 december 1813

George Gordon Byron (1788–1824), beter bekend als Lord Byron, was een Engels schrijver en dichter. Byrons reputatie berust niet alleen op zijn geschriften, maar ook op zijn leven vol aristocratische excessen, enorme schulden en talrijke liefdesaffaires. Lady Caroline Lamb noemde hem "mad, bad, and dangerous to know".

Friday, December 10th, 1813
I am ennuyé beyond my usual tense of that yawning verb, which I am always conjugating; and I don't find that society much mends the matter. I am too lazy to shoot myself—and it would annoy Augusta, and perhaps ——; but it would be a good thing for George, on the other side, and no bad one for me; but I won't be tempted.

I have had the kindest letter from Moore. I do think that man is the best-hearted, the only hearted being I ever encountered; and, then, his talents are equal to his feelings.

Dined on Wednesday at Lord H.'s—the Staffords, Staels, Cowpers, Ossulstones, Melbournes, Mackintoshes, etc., etc.—and was introduced to the Marquis and Marchioness of Stafford,—an unexpected event. My quarrel with Lord Carlisle (their or his brother-in-law) having rendered it improper, I suppose, brought it about. But, if it was to happen at all, I wonder it did not occur before. She is handsome, and must have been beautiful—and her manners are princessly.

The Stael was at the other end of the table, and less loquacious than heretofore. We are now very good friends; though she asked Lady Melbourne whether I had really any bonhommie. She might as well have asked that question before she told C. L. "c'est un demon." True enough, but rather premature, for she could not have found it out, and so—she wants me to dine there next Sunday.
Murray prospers, as far as circulation. For my part, I adhere (in liking) to my Fragment. It is no wonder that I wrote one—my mind is a fragment.

Saw Lord Gower, Tierney, etc., in the square. Took leave of Lord Gower, who is going to Holland and Germany. He tells me that he carries with him a parcel of Harolds and Giaours, etc., for the readers of Berlin, who, it seems, read English, and have taken a caprice for mine. Um!—have I been German all this time, when I thought myself Oriental?

Lent Tierney my box for to-morrow; and received a new comedy sent by Lady C. A.—but not hers. I must read it, and endeavour not to displease the author. I hate annoying them with cavil; but a comedy I take to be the most difficult of compositions, more so than tragedy.

Galt says there is a coincidence between the first part of The Bride and some story of his—whether published or not, I know not, never having seen it. He is almost the last person on whom any one would commit literary larceny, and I am not conscious of any witting thefts on any of the genus. As to originality, all pretensions are ludicrous,—"there is nothing new under the sun."

Went last night to the play. Invited out to a party, but did not go;—right. Refused to go to Lady ——'s on Monday;—right again. If I must fritter away my life, I would rather do it alone. I was much tempted;— C—— looked so Turkish with her red turban, and her regular, dark, and clear features. Not that she and I ever were, or could be, any thing; but I love any aspect that reminds me of the "children of the sun."

To dine to-day with Rogers and Sharpe, for which I have some appetite, not having tasted food for the preceding forty-eight hours. I wish I could leave off eating altogether.

zondag 8 december 2019

Max de Jong • 9 december 1946

Max de Jong (1917-1951) was een Nederlandse dichter. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd bij Van Oorschot.

Do 9 dec. Maar een uur of vier geslapen. Dat bed is te hard, de aderen worden afgekneld. De postwissel geïnd in Zuid en de chèque in het Centrum. Voor plaatsbespreken schouwburg te laat, sluit om 3 uur.
Kamerhuur betaald. Grote slaap en groot chagrijn. Nog heel even getikt. Op de Rb-str. bijna te laat. Je komt er zo mooi vroeg vandaan en dan heb je zo'n lekkere lange avond, en die hele lange lekkere avond naast je de muziekstuwingsmachine van de buren. Vanavond ook weer. Heel vroeg naar bed gegaan, om 10 uur.

Vrij 10 dec. Heel vroeg opgestaan, om 6 uur. De hele dag zitten tikken aan dat excerpt van de Faux-monnayeurs, nog niet af. Weer te laat voor dat plaatsbespreken, vandaag wel voor een gulden vertramd en versnoept.
In de Rustenburgerstraat geef ik aanstoot door een te grote losheid. Dit gaat werkelijk niet met die kantoorbediendes.
Bij Mienie geweest. Gevraagd of ik er nog twaalf en een halve gulden kon lenen tot half febr., ze moest het nog overwegen! Rotbezoek. Krisha had weer gebeld en de zeeman kwam zondag, dat werd overigens niets, want zij eiste oppassen, dan moesten de mannen er ook maar eens iets voor over hebben, zij verbeeldt zich geen middelen te verdragen en het dringt nu pas tot me door, dat daar niet tegen te praten valt. Overigens was alles niet goed wat ik zei. Om half tien moest ik pissen, mocht niet in de wasbak, mocht niet beneden en ik mocht niet naar buiten en dan terugkomen. Dan moest ik het maar een half uur inhouden, want anders zat ik er toch maar tot vier uur. Deed overigens aan zwijgoefeningen, het ging niet vanzelf. Kribbig over dat geldlenen of over mijn niet toeslaan of juist, omdat ze andere kansen had? In ieder geval had ik eigenlijk de deur met een harde klap dicht moeten slaan.
Weer op tijd naar bed gegaan om op tijd op te kunnen staan. In het diepst van mijn dromen treden steevast muizen op.