zondag 1 februari 2026

Søren Kierkegaard • 31 januari 1850

Søren Kierkegaard (1813-1855) was een Deense filosoof.

Januari 1850 — Gebed.
Wij mensen dragen het heilige slechts in broze aarden vaten. Maar U, o Heilige Geest, als U in een mens woont, dan woont U in iets, dat oneindig geringer is; U, Geest van heiligheid, woont bij onreinheid en besmetting; U, Geest van 'wijsheid, bij dwaasheid; U, Geest van waarheid, bij zelfbedrog! 0, blijf wonen! U, die niet voor Uw gemak naar een prettige kamer zoekt - die U trouwens wel tevergeefs zoudt zoeken - maar die scheppend en voortbrengend zelf Uw eigen woning maakt, o, blijf wonen! Misschien dat het eens nog zo ver komt, dat U behagen gaat scheppen in de woning die U Uzelf hebt bereid in mijn besmet, dwaas en bedriegelijk hart. Hoe meer een mens zich er aan went om overal aan deel te nemen, om overal bij te zijn, des te meer stompt zijn geest af - en des te meer geluk zal hij in deze wereld vinden. De fout van Schleiermachers dogmatiek is eigenlijk, dat het godsdienstige voor hem steeds een toestand is, die is; hij stelt alles voor als er zijnde, zoals Spinoza. Hoe de toestand wordt, in de betekenis van ontstaan en in de betekenis van zich in stand houden, daar houdt hij zich eigenlijk niet mee bezig. Daarom kan hij maar zo weinig van de dogmatiek opnemen. Elk christelijk gegeven krijgt zijn ethische bepaling door de richting van het streven. Vandaar vrees en beven, en dat 'gij zult'; vandaar ook de mogelijkheid tot ergernis enzovoorts. Dat alles interesseert Schleiermacher niet bijzonder. Hij behandelt de godsdienstigheid, zoals ze er is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten