zondag 25 augustus 2013

C. Buddingh' -- 26 augustus 1970

26-8
Vanochtend een brief van Christopher Logue, plus een exemplaar van de Amerikaanse editie van New Numbers - dikker en op allerlei punten afwijkend van de Engelse - die ik op zijn, onmiddellijk gretig door mij ingewilligd verzoek, ga vertalen. 'Just translate it like prose,' zei hij in Rotterdam, maar natuurlijk gaat dat niet: om te beginnen moet je sterk rekening houden met het ritme (het metrum meermalen zelfs). In ieder geval een aardig karweitje voor de komende winteravonden.

En vanavond Estudiantes-Feijenoord. Als er eens niet meer gevoetbald werd, wat zou de Nederlandse pers dan toch moeten beginnen!

Vandaag een van die zomerdagen, die ook al een herfstdag zou kunnen zijn.

Nadat hij hier in Holland was - begin juli - niets meer gehoord van Rhyd Williams, die met zoveel vriendschapsbetuigingen, beloften spoedig te schrijven, boeken te sturen, ons in Dinas Mawddwy te komen opzoeken, etc. van ons afscheid genomen had. En ik ben nog wel Welsh gaan leren om zijn gedichten te kunnen vertalen.

Bel het Letterkundig Museum op, omdat ik Hans Dütting ergens over spreken wil. Is er niet, met vakantie. Jaap Harten dan? Ook met vakantie. Stem aan andere eind van de lijn, samenzweerderig-lachend: 'U kunt ze dus geen poets bakken, hè?' - Mijn God!

Ik kan niet tegen scheefhangende schilderijen. (De vloek van het timmermansoog.)


C. Buddingh' (1918-1985) was schrijver en dichter. Hij publiceerde vijf boeken met dagboeknotities.

Wilhelm Waiblinger -- 24 augustus 1821

Den 24. August. Wenn ich einem schönen, lieben Mädchen ins Auge sehe, überwallt's mich, wie ein Schauer vom Himmel. Alle Empfindung, die ganze schöne Seele spricht sich in dem Auge aus.
Beten! ei was! man soll nicht so viel beten! man soll wirken und arbeiten!

Die Liebe bedarf der Gegenliebe.

Nach dir, Maria, heben,
Schon tausend Herzen sich,
In diesem Schattenleben
Verlangten sie nur dich -
Sie hoffen zu genesen
Mit ahnungsvoller Lust -
Drückst du sie, heilig Wesen,
An deine treue Brust.

Launen schweben durch den Charakter hin, wie Wolken am Himmel vorüber: manchmal geben sie die reizendste Mannigfaltigkeit, und lenken den anschauenden Geist vom Unendlichen des blauen Luftmeers ab auf einzelne grotesk ins Auge fallende Streife und Gestalten, manchmal verdecken sie die Reinheit der Himmelsfarbe ganz, und er verschwindet vor dem Blick, dann aber wünscht man sehnlich wieder, die heitere Luft zu schauen: ein andermal hingegen ist er ganz rein, keine fremdartige Farbe stört die unendliche Einheit des Bildes, aber wenn er rein ist, ist er sich immer gleich. So sind die Launen bei mir, bei S*** sind sie allmählich so dicht geworden, daß sie das ganze Gewölbe des Himmels überziehen, bei jedem Windhauch sich wieder anders gestalten, und Farbe wechseln. Von dem ebenmäßigen Blau des reinen Himmels schaut man keine Spur, und weil Wolken nur, wie Launen, aus tausend zusammenfließenden Stoffen gesammelt sind, und darum nie ein festes Ganze darstellen, weil sie nicht selbstständig sich halten, so möcht' ich wohl behaupten, daß Sigel, wie eine Wolke, durch Zusammenfluß tausend fremdartiger Materien sich eine scheinbare Existenz gesammelt und eine Gestalt gebaut hat, aber jede Minute wechselt, oft ganz verschwindet, und darum - ohne Bild - keinen Charakter hat.

Man sollte von frühesten Jahren auf den Kindern eine mannigfaltige Reihe von Gemälden aus allen Schulen und Zeiten, von allen Meistern und über alle Gegenstände vorhalten, ihnen aber dabei 5 nie ein Urteil sagen, sondern zum höchsten bloß einiges Historische mitteilen. Da würde sich ihr Geschmack auf originale Weise bilden, sie würden am Ende von selbst Gutes und Schlechtes unterscheiden und das, was ihnen theoretisch mitgeteilt ward, höchst treffend und schicklich anwenden lernen, statt daß jetzt ein jeder, 10 solange er neue Gemälde erschaut, sich nur auf das besinnt, was ein anderer darüber gesagt. Dadurch würde man auch ein höheres Resultat für die Kunst gewinnen, weil dann nicht wie gewöhnlich aus Einem Urteil tausend andere unselbstständig entfließen würden, sondern jeder mit seiner individuellen Ansicht originell aufträte.

Unkraut, wie zu Korntal wächst, sollte man urplötzlich ausrotten, und kein Stäubchen mehr übrig lassen, denn schon ein solches ist so giftig wie eine Schlange; sehe man, welchen Sinn die Menschen für Christentum haben, daß sie diesen abscheulichen Heiden folgen mögen! Man denke sich diese Versammlung von Un- oder Halbmenschen und man hat das lebendigste Bild von hypochondrischer, murrköpfischer Abgeschmacktheit.


Wilhelm Waiblinger (1804-1830) was een Duitse dichter en schrijver. Tagebücher 1821-1826.

woensdag 21 augustus 2013

Henry Morton Stanley -- 22 augustus 1871

22 augustus. Toen we vanochtend parels zaten te rijgen, hoorden we rond tien uur aanhoudend geweervuur van de kant van Tabora. We lieten ons werk in de steek, stormden naar de voordeur, van waaruit je in de richting van Tabora kunt kijken, en hoorden duidelijk geweervuur en van verschillende kanten zwaarder geschut. Toen ik op het dak van mijn tembe klom, zag ik door mijn verrekijker de rook van de geweren. Een paar van mijn mensen, die ik erop uitstuurde om te achterhalen wat er gaande was, kwamen terug met het bericht dat Mirambo Tabora met meer dan tweeduizend man had aangevallen en dat een groep van meer dan duizend Watutas, die vanwege de roofoverval een verbond met hem hadden gesloten, Tabora plotseling ook van enkele andere kanten had aangevallen.
Toen we tegen de middag naar de lage bergpas keken van waaruit je Tabora kunt zien, zagen we drommen mensen uit de nederzetting die in de richting van Kwihara vluchtten op zoek naar beschutting.Van deze mensen hoorden we het droevige bericht dat de edele Khamis ben Abdullah en nog een paar andere hoog-geplaatste Arabieren waren omgekomen.
Toen ik informeerde naar de details van de aanval en de manier waarop de Arabieren waren omgekomen, hoorde ik dat het lijk van de edele, dappere, rijzige Khamis ben Abdullah door de wilde bondgenoten van Mirambo ernstig verminkt was.
Het was treurig en onthutsend om hier in het vredige Kwihara te horen dat Tabora vrijwel helemaal in brand stond en te zien hoe honderden mensen onze kant op vluchtten.
Omdat ik merkte dat mijn mensen bereid waren één front met mij te vormen, trof ik voorbereidingen voor de verdediging door in de muren van mijn tembe schietgaten voor de musketten te laten boren. Die werden zo snel gemaakt en leken zo uitstekend geschikt voor een effectieve verdediging van de tembe dat mijn mannen zeer strijdlustig werden en zelfs Wangwana-vluchtelingen die uit Tabora waren verdreven en bewapend waren met geweren vroegen in onze tembe te komen en mee te helpen bij de verdediging. Ook de mensen van de Livingstone-karavaan werden verzameld en opgeroepen de goederen van hun meester tegen de te verwachten aanval van Mirambo te verdedigen. Bij het vallen van de nacht had ik honderdvijftig bewapende mannen op mijn binnenplaats, opgesteld op alle plekken waar een aanval kon worden verwacht, Mirambo heeft gedreigd dat hij morgen naar Kwihara komt. Ik hoop om Gods wil dat hij zal komen, en als hij per ongeluk binnen het bereik van een Amerikaans geweer komt, zullen we zien welke kracht er in Amerikaans lood schuilt!


Henry Morton Stanley (1841-1904) was een Welsh-Amerikaanse journalist en ontdekkingsreiziger. Zijn dagboeknotitis van zijn zoektocht naar Dr. Livingstone zijn verwerkt in Op zoek naar Livingstone.

dinsdag 20 augustus 2013

Joseph Wilson Holly -- 21 augustus 1880

Saturday 21 - Help Frank shingle the hatch way. Go to Austinville, get the mail. All is well, thanks be to God.

Sunday, August 22, 1880 - Stay at home all day. Fine day. Hear that Mr. Lyman Reynolds is buried today at Mansfield PA. All is well.

Monday 23 - Help Frank put rougf on the south side of the kitchen. Warm day, all is well.

Tuesday 24 - Chore. Put up lightning rods. Cut and trim around. Warm day. All is well.

Wednesday, August 25, 1880 - Take Frank out home. Go to Janes. Rains some. Turns cool today. All is well.

Thursday 26 - Dig 20 bushels of potatoes for the first this year. Cloudy all day. All is well with us. Thanks be to God.

Friday 27 - Dig potatoes all day. Warm day. Silas Wilson oldest girl dies today. Betsey is her name. All is well with us.


1880 Diary of Joseph W. Holly (1820?-18??) of Sullivan Township

maandag 19 augustus 2013

Koningin Victoria -- 20 augustus 1855

Een heerlijke ochtend, frisse lucht met een stralende zon en de fonteinen bruisen. Opnieuw goede berichten van de Krim. De Russen hebben meer dan 3000 man verloren.
De keizer (Napoleon III, red.) kwam ons halen voor het ontbijt. Uitstekende koffie en er wordt heel goed en eenvoudig gekookt. We ontbijten en lunchen aan een rond tafeltje, net als thuis. Prachtig Sèvres-porselein, oud tafelzilver uit de tijd van het Empire, waarop fleur de lis zijn aangebracht. Alle bedienden, geruisloos en attent.
Om kwart over tien vertrokken we naar Parijs, met heel ons gevolg. De keizer heeft mooie kalessen, kleiner dan de onze, met bruine paarden die bijna net zo getuigd zijn als de onze, de livrei donkergroen, zwart en goud, met rood-gouden vesten.
We passeerden het Bois de Boulogne, de nieuwe Avenue de l'Empératrice, die met bomen wordt beplant en erg mooi wordt, door de prachtige Are de Triomphe, die werd gebouwd tijdens het koningschap van Louis-Philippe, naar de Exposition des Beaux-Arts. We werden verwelkomd door prins Napo¬leon ('Plon-Plon' neef van Napoleon I, red.) en de heer Fould, de minister van Staat. We werden binnen haast platgedrukt, want helaas was het publiek binnengelaten, maar daarna bleven de zalen voor hen gesloten.
Het enthousiasme was opvallend groot, zowel hier als in de overvolle straten. De hele tijd hoorde je de aangename toejuichingen Leve de keizer! en Leve de koningin van Engeland! Ik steunde, vanzelfsprekend, op de arm van de keizer. Het was erg warm. Prins Napoleon gedroeg zich weinig hoffelijk.
Hierna reden we naar het Elysée in stadsrijtuigen - het onze was heel elegant, bekleed met wit satijn en goud. Het Elysée is mooi, maar slecht ingericht, op een paar vertrekken na. Er waren kamers voor ons in gereedheid gebracht, vol herinneringen aan Napoleon.
Nadien leidde de keizer ons rond in de kleine, schaduwrijke tuin, we stegen opnieuw in de open rijtuigen in en reden over de magnifieke Place de la Concorde, waar de arme Louis XVI, Marie Antoinette en zovele anderen onder de guillotine stierven, daarna over de mooie Boulevards en de Rue de Rivoli, die pas nieuw is want de keizer heeft talrijke oude straatjes laten slopen en vervangen door de magnifieke lijnen van dit nieuwe stratenplan.


Koningin Victoria (1819-1901): More leaves from the journal of a life in the Highlands, from 1862 to 1882.

zondag 18 augustus 2013

Lester Frank Ward -- 19 augustus 1860

[Wat vooraf ging]

Sunday morning 19 August 1860
‘Hearing mention of an Episcopal meeting at six o’clock in the evening I decided to attend it. After having finished a letter I went to Sunday School and finally to the girl’s, taking her a music book. I talked with her for an hour or two, and she entertained me wonderfully - when I returned and got something to eat, I went to church.

Mr Douglas, the minister, after having gone through all the ceremonies which belong to this church (which were, incidentally, very interesting to me), preached a very practical and profound sermon. The girl was there, and as I passed her on the stairs which lead to the gallery I saw her standing on the steps. It was a very awkward manoeuver to approach her and ask for her company to another service.

But I accomplished it casually, and she could not refuse. We went at once to another church, chatting and enjoying ourselves marvellously. She fascinated me. I remembered my previous love. What a charming girl. If I could once more press my lips on hers and draw from them my soul’s satisfaction! We returned in the evening talking all the time but more gravely than before. We arrived at the door, I entered with her, she lit a lamp and we sat down together talking, but I could not keep myself from feasting my eyes ardently and with intensity on the object of beauty and attraction at my side. Girl, I thought, if you were true to me what a happy man I should be! I took the hand which I loved, and looked at it. We spoke little more from that moment, while I looked steadily at her face and was conquered.

I could no longer keep my place. Leaning forward I received her sweet and tender form in my arms and in an instant her face was covered with kisses. What a sublime scene! Who could have words to express my emotions?

And there we bathed ourselves in the passion of love until the crowing of cocks announced it was day.’


Lester F. Ward (1841–1913) was an Amerikaanse plantkundige, paleontoloog en socioloog. Meer over hem en zijn dagboek bij The Diary Junction.

woensdag 7 augustus 2013

Céline van Balen -- 18 augustus 1998

Dinsdag 18 augustus 1998
Vanochtend om tien uur stond ik op de stoep bij Nina. Om de een of andere reden kon ik alleen maar vandaag, op mijn verjaardag, met haar afspreken. Maar waarom ook niet. Ik was Nina tegengekomen op de Ten Kate-markt in Amsterdam-West. Ik zag haar lopen met haar moeder en ik dacht: wauw, wat een mooi meisje. Ze had een hoedje op; haar ogen zijn superblauw en ze heeft blond haar. Echt een heel mooi meisje.
Als ik iemand zie die ik wil fotograferen dan loop ik eerst door, maar dan loop ik snel terug. Haar moeder deed gelukkig heel aardig en Nina is inderdaad zeven. Ze wonen in een heel groot huis, een soort kraakpand. 's Avonds heb ik de foto's meteen ontwikkeld en ze zijn heel mooi. Het voelt als een leuk verjaardagscadeautje.


Céline van Balen (1965) is een Nederlandse fotografe. In 1998 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.