3 Dec. nm. 3 uur. - Ik ontmoet Colijn op Financiën. Met groote openhartigheid
vertelt hij mij zijn gansche inzicht in de crisis en alle feiten
voorzoover hem die bekend zijn. Over de gezantschapsquaestie in 't
Kabinet zegt hij, dat het bericht in de Telegraaf,
behalve eenige kleinigheden, de historie juist weergeeft. Wat den stand der
crisis aangaat, is de positie zoo, dat Dr. de Visser heden op het Loo is
ontboden: deze had vanmorgen te 9 uur eerst de uitnodiging ontvangen,
doch had, los daarvan, zijn fractie reeds tegen morgenmiddag bijeengeroepen.
Hij was vóór zijn vertrek Colijn komen spreken en had zijn
bezwaren tegen een eventuele formatieopdracht uiteengezet. Colijn
geloofde, dat Dr. de Visser, zoo hij aanvaardt, niet zal slagen: immers hij
kan streven naar coalitieherstel en de Eerste Kamerfractie der C.H. oefent
een sterken druk uit, dat de CH een modus vinden om de RK tevreden te
stellen, doch Colijn meent, dat de CH nu zij eenmaal de beginselquaestie
hebben gesteld, niet meer terug kunnen op straf van zelfvernietiging.
(...)
Ik veronderstelde, dat na de event. mislukking de Visser Colijn zelf aan
bod zou komen en zeide hem, dat mijn advies aan de Kroon in dies zin had
geluid. Hij zeide daar niet over te denken. Immers hij voorzag de
mogelijkheid, dat Nolens in 't diepst van zijn hart een samenwerking met
SDAP wel wilde, doch eerst de zgn. "uiterste noodzakelijkheid" door de
feiten openbaar gedemonstreerd wilde zien. De gedachte ligt voor de hand,
dat deze wel zou willen, dat één of meer zakenkabinetten of minderheidskabinetten
na enkele maanden ten val kwamen, om dan te constateren, dat
de "uiterste noodzakelijkheid" gebleken was. Maar Colijn wilde als derg.
proefkonijn of slachtoffer niet dienen.
Hij zou dan ook, voor iets verder werd overwogen, Nolens willen stellen
voor de verklaring reeds nu over de al of niet uiterste noodzakelijkheid (te
beslissen - toevoeging red.). Dit kan gebeuren als na De Visser Nolens met
de formatie wordt belast. - Ik merkte op, dat in die formatieperiode Nolens
reeds de noodzakelijkheid zou kunnen constateren en dus zijn Roomschrood
kabinet zou kunnen vormen. Colijn gaf toe, dat die periode dit gevaar
medebracht, maar hij zag niet, hoe die risico zou zijn te vermijden.
(...)
Ik zei hem: dus die formatie Nolens met al haar rood risico moet worden
doorgemaakt; zijt gij dan eindelijk aan de beurt. Neen, zei hij, dan is het
jouw beurt. Als men van rechts niet slaagt dan is een zakenkabinet, type
Cort v.d. Linden, aan de beurt. De stof daartoe ligt in jullie gelederen:
niet direct onder de politieke menschen, maar indien bv. gij en Van
Gijn er in zitten zoudt, aangevuld met weinig geprononceerde liberalen,
type Van Karnebeek, zou het best gaan: er konden ook een paar
rechtse menschen bij.
(...)
Wij bespraken nog het gevaar voor het parlementaire systeem bij al het
voortdurend gescharrel van den laatsten tijd en waren 't er over eens, dat
wij beiden moesten streven naar een parlementair Kabinet op breede basis.
Het land wordt, evenals in Frankrijk, het politiek getwist, waaraan 's
Lands zaken worden geofferd, hartelijk moe. Kregen wij Kamerontbinding
dan zou dit nu tot vergrooting der kleine partijtjes leiden en den chaos nog
verergeren. Ik zeide hem mijnerzijds het directe partijbelang zoo nodig aan
het landsbelang te willen offeren en geloofde, dat mijn fractiegenoten
daarbij aan mijn zijde stonden: vandaar mijn eventuele bereidheid een
Kabinet onder rechtse signatuur eventueel loyaal te willen steunen. Hij
zijnerzijds deelde dit standpunt wel, doch ontveinsde zich niet de
moeilijkheid zijn eigen menschen te moeten gaan leiden in andere banen
dan zij gedurende 35 jaar met overtuiging waren gegaan. Wij scheidden
met de conclusie, dat voorlopig afwachten de boodschap was en dat wij
vermoedelijk later ons onderhoud zouden voortzetten.
Bovenstaand fragment is overgenomen uit een klein cahier met dagboekaantekeningen
over de kabinetscrisis van november 1925 van mr. H.C.
Dresselhuys (1870-1926), voorzitter en fractievoorzitter van de Vrijheidsbond (later ook wel de Liberale Staatspartij genoemd).
zondag 2 december 2012
H.C. Dresselhuys -- 2 december 1925
2 Dec. Ik zit om 12 uur op de Witte de courant te lezen. Colijn [op dat moment demissionair premier] tikt mij
op den schouder en zegt: zoo bestudeer je crisisliteratuur? Ik antwoord: zo,
ik dacht dat je al naar het Loo was. Neen zegt hij, ik ben "bowled out", ik
doe niets voorlopig, en wacht af: van de Koningin heb ik nog niets
gehoord.-Ik zeg, nu ja, maar nu Marchant weg is, is het nu je tijd; of
moeten wij nog meer mislukkingen eerst door maken? Hij antwoordt: het
zal bepaald noodig zijn, dat er eerst nog het een en ander gebeurt, voor er
aanleiding voor mijn optreden kan zijn. Eerst zal moeten blijken, dat een
zakenkabinet niet lukt, dan dat de coalitie bepaald is afgedaan, en dan is er
eerst een reden voor mij om te denken.- Ik zeg, dat dit kostbaar verlies van
nationalen tijd is, doch dat hij wel zal weten, hoe het moet.- Maar, zegt hij,
laat ons hier niet staan praten, anders staan er vanmiddag commentaren
over in de pers: kom liever eens vanmiddag bij mij op het Dept. praten. Ik
antwoord, goed, maar vanmiddag moet ik naar Noordwijk: morgenmiddag
is mij goed.- Afgesproken zegt hij, en gaat weg.
Bovenstaand fragment is overgenomen uit een klein cahier met dagboekaantekeningen over de kabinetscrisis van november 1925 van mr. H.C. Dresselhuys (1870-1926), voorzitter en fractievoorzitter van de Vrijheidsbond (later ook wel de Liberale Staatspartij genoemd).
Bovenstaand fragment is overgenomen uit een klein cahier met dagboekaantekeningen over de kabinetscrisis van november 1925 van mr. H.C. Dresselhuys (1870-1926), voorzitter en fractievoorzitter van de Vrijheidsbond (later ook wel de Liberale Staatspartij genoemd).
vrijdag 30 november 2012
David Zeisberger -- 1 december 1782
Sunday, Dec. 1. On the first day of Advent, Br. David
preached, exhorting the brethren to give their hearts to
the Coming of our Saviour, that they might rejoice in his
birth, to receive him, and with joy take him into their hearts,
for then they could expect many blessings from him.
To-day came back some Indian brethren who had been to the settlements; they brought word that another attack had been made upon the Shawanese towns, and three of their towns wasted and ravaged, many Indians thereby perishing. Since many of our Indian brethren live near there, this news caused us anxiety about them, that at least some of them might have been affected, but we have no further news how it is with them, and we eagerly wish soon to hear about them. We heard, however, that many of our Indians stayed there, and this makes us uneasy about them.
Diary of David Zeisberger (1721-1808), a Moravian missionary among the Indians of Ohio (1885).
To-day came back some Indian brethren who had been to the settlements; they brought word that another attack had been made upon the Shawanese towns, and three of their towns wasted and ravaged, many Indians thereby perishing. Since many of our Indian brethren live near there, this news caused us anxiety about them, that at least some of them might have been affected, but we have no further news how it is with them, and we eagerly wish soon to hear about them. We heard, however, that many of our Indians stayed there, and this makes us uneasy about them.
Diary of David Zeisberger (1721-1808), a Moravian missionary among the Indians of Ohio (1885).
woensdag 28 november 2012
J.J. Peereboom -- november 1959
november
[...] Ik ben ongevoelig voor de schoonheid van Hollandse polders; dat lijken mij alleen geschikte terreinen om verbindingswegen tussen de gemeenten over aan te leggen. Het heeft iets innemend eigenzinnigs om daar nu juist dol op te zijn, zoals er ook een aardige originaliteit is aan liefde voor een helemaal vlakke vrouw, maar de schoonheid is toch iets anders.
Het Engelse landschap lijkt mij mooier omdat het de aandacht opwekt in plaats van hem af te stompen. De landjes liggen scheef over de heuvels, in plaats van vierkant op de grond; er zijn huizen op de heuvel met een paar bomen er naast, en schapen op een glooiend weiland dat een park zou kunnen zijn, al zijn er alleen een paar bomen omgehakt; er zijn nevelige stadjes met een paar fabrieksschoorstenen gezien tussen de heuvels door, en riviertjes met één skiffeur erop gezien van hoge viaducten. Een ontwerp voor een paradijs zou mij zo'n landschap moeten aanbieden. Bergen misschien in de verte, om op uit te kijken, en een vlakte aan de andere kant, voor voetballers; maar om te wonen en in het gras te liggen, niets dan milde geurige heuvels.
Ik denk aan het paradijs doordat ik denk aan de achttiende-eeuwse Duitse theoloog die naar Leiden kwam om te doceren, maar haastig wegging toen hij merkte dat hij 'in het vlakke land geen metafysische gedachten kreeg'. Inderdaad, de polders zetten een domper op de verbeelding, en zijn daarom per definitie niet mooi. Of is dat anders voor wie de ware liefde tot zijn land is aangeboren, zoals aan ieder? Ik geloof er niet veel van. Al houd ik van Marie, daarom zie ik nog wel dat Sofia Loren mooier is; als ik het niet meer zie en ga babbelen over Marie die voor mij de mooiste is krijg ik het al gauw benauwd, en zo ook over die vierkante frigide polders. [...]
J.J. Peereboom (1924-2010) was schrijver en journalist. Dagboeknotities van zijn hand verschenen in onder meer Ik ben niets veranderd.
[...] Ik ben ongevoelig voor de schoonheid van Hollandse polders; dat lijken mij alleen geschikte terreinen om verbindingswegen tussen de gemeenten over aan te leggen. Het heeft iets innemend eigenzinnigs om daar nu juist dol op te zijn, zoals er ook een aardige originaliteit is aan liefde voor een helemaal vlakke vrouw, maar de schoonheid is toch iets anders.
Het Engelse landschap lijkt mij mooier omdat het de aandacht opwekt in plaats van hem af te stompen. De landjes liggen scheef over de heuvels, in plaats van vierkant op de grond; er zijn huizen op de heuvel met een paar bomen er naast, en schapen op een glooiend weiland dat een park zou kunnen zijn, al zijn er alleen een paar bomen omgehakt; er zijn nevelige stadjes met een paar fabrieksschoorstenen gezien tussen de heuvels door, en riviertjes met één skiffeur erop gezien van hoge viaducten. Een ontwerp voor een paradijs zou mij zo'n landschap moeten aanbieden. Bergen misschien in de verte, om op uit te kijken, en een vlakte aan de andere kant, voor voetballers; maar om te wonen en in het gras te liggen, niets dan milde geurige heuvels.
Ik denk aan het paradijs doordat ik denk aan de achttiende-eeuwse Duitse theoloog die naar Leiden kwam om te doceren, maar haastig wegging toen hij merkte dat hij 'in het vlakke land geen metafysische gedachten kreeg'. Inderdaad, de polders zetten een domper op de verbeelding, en zijn daarom per definitie niet mooi. Of is dat anders voor wie de ware liefde tot zijn land is aangeboren, zoals aan ieder? Ik geloof er niet veel van. Al houd ik van Marie, daarom zie ik nog wel dat Sofia Loren mooier is; als ik het niet meer zie en ga babbelen over Marie die voor mij de mooiste is krijg ik het al gauw benauwd, en zo ook over die vierkante frigide polders. [...]
J.J. Peereboom (1924-2010) was schrijver en journalist. Dagboeknotities van zijn hand verschenen in onder meer Ik ben niets veranderd.
zondag 25 november 2012
Arnold Heilbut -- 25 november 1940
Zondag 25 nov
We hebben voortdurend 's avonds luchtalarm. Gisteravond moest ik van 8.45 tot even over 11 in een portiek schuilen. Koud dat het was! Toen ik thuis kwam waren 3 van mijn vingers wit van de koude en ik had handschoenen aangehad! Vanavond heb ik voor f 0,35 schaatsengerden in de Apollohal. Volgende keer neem ik Hanna mee. Deze keer was ik met andere mensen.
Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.
We hebben voortdurend 's avonds luchtalarm. Gisteravond moest ik van 8.45 tot even over 11 in een portiek schuilen. Koud dat het was! Toen ik thuis kwam waren 3 van mijn vingers wit van de koude en ik had handschoenen aangehad! Vanavond heb ik voor f 0,35 schaatsengerden in de Apollohal. Volgende keer neem ik Hanna mee. Deze keer was ik met andere mensen.
Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.
donderdag 22 november 2012
Samuel Pepys -- 22 november 1664
22 November in 1664
At the office all the morning. Sir G. Carteret, upon a motion of Sir W. Batten’s, did promise, if we would write a letter to him, to shew it to the King on our behalf touching our desire of being Commissioners of the Prize office. I wrote a letter to my mind and, after eating a bit at home (Mr. Sheply dining and taking his leave of me), abroad and to Sir G. Carteret with the letter and thence to my Lord Treasurer’s; wherewith Sir Philip Warwicke long studying all we could to make the last year swell as high as we could. And it is much to see how he do study for the King, to do it to get all the money from the Parliament all he can: and I shall be serviceable to him therein, to help him to heads upon which to enlarge the report of the expense. He did observe to me how obedient this Parliament was for awhile, and the last sitting how they begun to differ, and to carp at the King’s officers; and what they will do now, he says, is to make agreement for the money, for there is no guess to be made of it. He told me he was prepared to convince the Parliament that the Subsidys are a most ridiculous tax (the four last not rising to 40,000l.), and unequall. He talks of a tax of Assessment of 70,000l. for five years; the people to be secured that it shall continue no longer than there is really a warr; and the charges thereof to be paid. He told me, that one year of the late Dutch warr cost 1,623,000l.. Thence to my Lord Chancellor’s, and there staid long with Sir W. Batten and Sir J. Minnes, to speak with my lord about our Prize Office business; but, being sicke and full of visitants, we could not speak with him, and so away home. Where Sir Richard Ford did meet us with letters from Holland this day, that it is likely the Dutch fleete will not come out this year; they have not victuals to keep them out, and it is likely they will be frozen before they can get back. Captain Cocke is made Steward for sick and wounded seamen. So home to supper, where troubled to hear my poor boy Tom has a fit of the stone, or some other pain like it. I must consult Mr. Holliard for him. So at one in the morning home to bed.
Samuel Pepys (1633–1703) was een Britse hoge ambtenaar, die vooral beroemd is geworden vanwege zijn dagboeken.
At the office all the morning. Sir G. Carteret, upon a motion of Sir W. Batten’s, did promise, if we would write a letter to him, to shew it to the King on our behalf touching our desire of being Commissioners of the Prize office. I wrote a letter to my mind and, after eating a bit at home (Mr. Sheply dining and taking his leave of me), abroad and to Sir G. Carteret with the letter and thence to my Lord Treasurer’s; wherewith Sir Philip Warwicke long studying all we could to make the last year swell as high as we could. And it is much to see how he do study for the King, to do it to get all the money from the Parliament all he can: and I shall be serviceable to him therein, to help him to heads upon which to enlarge the report of the expense. He did observe to me how obedient this Parliament was for awhile, and the last sitting how they begun to differ, and to carp at the King’s officers; and what they will do now, he says, is to make agreement for the money, for there is no guess to be made of it. He told me he was prepared to convince the Parliament that the Subsidys are a most ridiculous tax (the four last not rising to 40,000l.), and unequall. He talks of a tax of Assessment of 70,000l. for five years; the people to be secured that it shall continue no longer than there is really a warr; and the charges thereof to be paid. He told me, that one year of the late Dutch warr cost 1,623,000l.. Thence to my Lord Chancellor’s, and there staid long with Sir W. Batten and Sir J. Minnes, to speak with my lord about our Prize Office business; but, being sicke and full of visitants, we could not speak with him, and so away home. Where Sir Richard Ford did meet us with letters from Holland this day, that it is likely the Dutch fleete will not come out this year; they have not victuals to keep them out, and it is likely they will be frozen before they can get back. Captain Cocke is made Steward for sick and wounded seamen. So home to supper, where troubled to hear my poor boy Tom has a fit of the stone, or some other pain like it. I must consult Mr. Holliard for him. So at one in the morning home to bed.
Samuel Pepys (1633–1703) was een Britse hoge ambtenaar, die vooral beroemd is geworden vanwege zijn dagboeken.
woensdag 21 november 2012
Paul Léautaud -- 22 november 1918
Vrijdag 22 november 1918. - Vanochtend een brief van Madame... Ze zegt dat ze een dag of drie geleden twee brieven van mij tegelijkertijd heeft ontvangen, en één van die twee zou door de militaire autoriteiten zijn geopend. Ze zegt niet of bij deze twee brieven die ene is, waarin ik die vuile opmerkingen gezet had. Afgaande op hetgeen Mijnheer... mij tussen de middag is komen vertellen, lijkt 't er veel op dat ze aanstaande dinsdag naar Parijs zal terugkomen en dat de schoondochter van Madame H... blijkbaar zondagavond nog naar haar toe reist om haar te helpen. Een mooie kans dus, dat ik die afschuwelijke reis niet hoef te maken.
Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Bovenstaand fragment komt uit Particulier dagboek 1917-1924.
Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Bovenstaand fragment komt uit Particulier dagboek 1917-1924.
Abonneren op:
Posts (Atom)







