dinsdag 24 februari 2026

Robert Morris • 25 februari 1784

The Papers of Robert Morris 1781-184
* Robert Morris (1734-1806)

February 25, 1784
Genl. Hazen about the Papers left in this Office. Told him the Determination to send Copy of his Complaint against the Pay Master Genl. to that Gentleman and then Copies of it and of his answer to Congress.
Colo. Pickering with an estimate for money.
Wrote a Letter to John Pierce Esqr. Pay master General.
Wrote a Letter to The Honble. Mr. Jefferson Chairman of a grand Committee of Congress.

maandag 23 februari 2026

Michel Leiris • 24 februari 1942

Michel Leiris (1901-1990) was een Franse etholoog, dichter en schrijver. In de tegenwoordige tijd. Journaal 1922 - 1989. Vertaling: Michel van Nieuwstadt.

24 februari
Gisteravond in de Opéra Don Giovanni van Mozart gezien, wat ik al heel lang graag wilde zien vanwege de mythe van Don Juan.
Idee (dat nauw te maken heeft met de rampspoed waardoor op dit ogenblik bepaalde van mijn vrienden of kennissen getroffen worden) om mezelf een zekere discipline op te leggen wat betreft het bezoek aan theaters: niet meer gaan kijken naar wat voor mij pure 'ontspanning' vormt; alleen nog maar naar dat soort voorstellingen gaan waarvan aangenomen kan worden dat ze, zo ze niet een mythische betekenis hebben, minstens een diepe emotie losmaken.
(Dit in het genre 'vaste voornemens' waartoe men je het besluit laat nemen als je kind bent en je opvoeding godsdienstig van aard is.)

Gistermiddag kreeg met de slechtst denkbare afloop de historie haar einde die meer dan een jaar geleden op het Trocadéro begonnen was ... [Leiris bedoelt de executie van zeven verzetslieden.]

25 februari
Volgens wat de families erover aan de weet zijn gekomen, heeft eergisteren de executie plaatsgehad, omstreeks 15 uur, of 18 uur (in het laatste geval juist op het moment dat Don Giovanni begon). De veroordeelden zijn met een bus van de gevangenis van Fresnes naar de Mont-Valérien gebracht. Ze werden heel Parijs doorgereden en het traject nam ongeveer een uur in beslag. Er was een aalmoezenier bij. Tijdens de route hebben ze gezongen, vrolijk onder elkaar gepraat over de diverse plekken van Parijs die ze herkenden. Ze hebben ook geweigerd zich te laten blinddoeken.
Ik zou eigenlijk ontsteld moeten zijn dat ik dat in dit cahier zo te boek stel, als was het iets volkomen abstracts...
Anderzijds hebben we gehoord dat D[eborah] L[ifszyc], die door de Franse politie zaterdag de eenentwintigste 's morgens werd gearresteerd, voor zes maanden naar de Tourelles-kazerne zal worden overgebracht.




zondag 22 februari 2026

Albert Camus • 23 februari 1937

Albert Camus (1913-1960) was een Franse schrijver. Een keuze uit zijn dagboeknotities 1935-1951 is in het Nederlands uitgegeven onder de titel Dagboek (vertaling Halbo C. Kool)

Februari
De beschaving schuilt niet in een meer of minder hoge mate van verfijning. Maar in een geestesleven waarin heel een volk deelt. En dat geestesleven is nooit verfijnd. Het is zelfs kaarsrecht. De beschaving tot het werk van een elite maken, is haar gelijk stellen met de kultuur, die heel iets anders is. Er bestaat een mediterrane kultuur, maar er bestaat ook een mediterrane beschaving. Anderzijds beschaving en volk niet verwarren.

Sjoerd Kuijper • 21 februari 2021

De spanning stijgt bevat gebundelde brieven van Sjoerd Kuyper (1952) uit 2021, met bedenkingen over het leven in coronatijd en de naderende dood.

Bergen, 22 februari 2021
Als je één sprietje in je tuin ziet dat de verkeerde kant op buigt, en je loopt erheen met je schaartje, ben je de rest van de dag kwijt en ligt aan het eind ervan je tuin bezaaid met spul dat de groene bak in moet. Nou, dat kan morgen ook. Maar morgen moet ik in een plastic bekertje pissen en bloed af laten nemen en naar Camperduin fietsen en naar de zee kijken. Nou, de groene bak wordt pas woensdag geleegd. Ik begin weer zenuwachtig te worden, heren, er komt te veel op mijn pad en dat uit zich in — goddank nog kleine — angstaanvallen.
Ik zie het nut van niet drinken totaal niet in. Afgelopen week was kleine Owen drie dagen bij ons. Hij kan nog niet goed praten, maar wel al loepzuiver zingen, je gelooft je oren niet, je slaat er steil van achterover. Als hij al spelend zit te zingen, herken je de liedjes een voor een. Tot nu toe sprak hij zinnen van slechts één woord, zoals 'miw', dat betekent 'meer', of 'ka', en dat betekent 'kaas'. Wij waren erbij toen hij zijn eerste zin van twee woorden sprak: 'Miw ka.' Marianne ging destijds van één woord meteen naar vier. Mmm toot aaie nee.'Mmm' was konijn en 'toot' was dood, het krioelde destijds in het bos van Bakkum van de dode konijnen, de pijp van het myxomatogoïde virus uitgegaan, en die mocht ze van ons niet aaien.
Nu is ze doende haar troep op onze zolder op te ruimen. Die hebben we al die jaren bewaard. Voor dit moment. Ze komt naar beneden met teksten als: 'Jezus, ik heb mails van jullie gevonden, van toen ik dat jaar in Amerika zat. lk was er net vijf dagen en jullie hadden gehoord dat ik in een Jehova-gezin was ondergebracht en jullie konden mij niet bereiken! Hoe hebben jullie dat in godsnaam volgehouden? Ik zou compleet gestoord worden als Owen daar zat, bij Jehova's, en ik kon geen contact met hem krijgen! ik zou meteen op het vliegtuig stappen. Nu. Toen had ik niks door ...' Ha, denken wij dan, ha! Marianne was toen zeventien.
Ik probeer te schrijven maar het gaat met de dag beroerder. Heb vier hoofdstukjes Maantje af, het moeten er twintig worden, dan wordt het tweede deel dubbel zo dik als het eerste. Leek me mooi. Nu vind ik het veel. Papa vecht in dit boek met Sinterklaas en trekt de baard van diens kin maar daar ben ik nog niet, dat is pas in het een na laatste hoofdstuk. Ik stel voor dat we een sticker op het boek plakken - als het ooit af komt - met de woorden: 'Parental warning. This book might shatter your child's belief in the fucking Decembersaint from Spain.' Krijgen we misschien een beetje aandacht. En omdat kerst en Sinterklaas er alle twee in voorkomen, stel ik deze wervende kreet voor Het Ultieme Decemberboek. Eerst maar eens aan hoofdstuk vijf beginnen.

In zak en as

Ik ben mijzelf niet vandaag,
ik ben somber zonder pijn.
Ik denk dat zeker duizend mensen,
desgevraagd,
Sjoerd Kuyper willen zijn.
Dat zou ik ook graag wensen
als ik mijzelf niet was.

Laat ik maar eens proberen om morgen verder te schrijven. Ga ik nu Ajax-Sparta kijken. Als ze maar niet spelen zoals ik schrijf.

Jaap Zijlstra • 21 februari 1999

Jaap Zijlstra (1933–2015) was een Nederlandse dichter, schrijver en predikant. In het tijdschrift Liter publiceerde hij een gedeelte uit zijn schrijversdagboek. (Foto: Menne Velinga).

[21-2]
Wilhelminakerk in Haarlem. Gastendienst. Bij het napraten klampt een jongeman mij aan. Hij is vrachtwagenchauffeur en vertelt een bijna-dood-ervaring gehad te hebben tijdens een operatie. Door een angstig donkere tunnel kwam hij in een oord van helder licht, niet verblindend maar heerlijk, prachtige kleuren, diepe vrede. Hij zegt: Ik voelde mij onuitsprekelijk gelukkig. Dit was de hemel. Ik ben niet godsdienstig opgevoed maar nu weet ik zeker dat God bestaat. Ik wil Hem leren kennen. Daarom ben ik vanavond naar de kerk gekomen.

[22-2]
Jan G., minnaar van muziek en maaltijden, in het verpleeghuis bezocht. Hij kan niet wennen. Ik ga niet eens meer over mijn lijf, zegt hij, alleen nog maar over mijn lezen!

Ik ben als een ding
in vreemde handen overgegaan,
machthebbers bepalen de muziek,
de maaltijden, het bad.

Lezen het enige
dat ik zelf nog in handen heb,
de krant mijn kamerscherm,
het boek mijn vijgenblad.

[23-2]
Heer, geef mij de moed om te zeggen:

Welterusten, zorgen,
tot morgen!

[24-2]
Een brief van een jongen die op school een spreekbeurt wil houden over mijn gedicht ‘Lichtmatroos’. Of ik zijn uitleg wil ‘checken’. Hij blijkt weinig van het gedicht te hebben begrepen. En ik maar denken dat ik zo eenvoudig en helder schrijf!
In ons mistige land houdt men van mistige poëzie. Behoor ik tot de mistige dichters?

donderdag 19 februari 2026

Hendrik Groen • 20 februari 2015

• Uit het fictieve dagboek Zolang er leven is. Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar.

Vrijdag 20 februari
Vanochtend pas om half tien wakker geworden met een voldaan gevoel, ondanks een enigszins zwaar hoofd. Het was een mooie lustrumviering. Een lustrum is bij Omanido gisteren gesteld op één jaar. We kunnen het onszelf niet permitteren de gebruikelijke vijf jaar aan te houden, want het risico dat een of meerderen van ons binnen vijf jaar doodgaan is veel te groot. Dus elk jaar een lustrumdiner.
Evert stelde voor voortaan ook het Chinees Nieuwjaar te vieren met een copieuze maaltijd. Helaas had hij zich in de datum vergist, want dat was... gisteren. Het jaar van de geit is begonnen.
`Ik hou van geiten. In de vorm van saté,' kwam Geert onverwachts uit de hoek. Geert is zuinig met woorden, hij verspilt er weinig.
Zo'n feestelijke avond vraagt zo veel energie dat ik in de reserves moet tasten en een dagje nodig heb om bij te komen. Ik moet vandaag op de spaarbrander.
Dat ga ik doen door zo min mogelijk te bewegen en regelmatig een beetje weg te dommelen bij radio of tv. Zo kom ik de dag wel door. Er zijn bewoners die zo hele jaren doorkomen tot ze de dood in dommelen.
Na de zachtste horrorwinter ooit hangt al een paar dagen de lente in de lucht.

woensdag 18 februari 2026

Cosima Wagner • 19 februari 1872

Cosima Wagner (1837-1930) was de echtgenote van de Duitse componist Richard Wagner. De fragmenten uit haar dagboeken die handelen over Friedrich Nietzsche, zijn verzameld in Nietzsche contra Wagner. Wagner en Nietzsche waren aanvankelijk elkaars bewonderaars, maar later bekoelde hun vriendschap.

19 februari 1872
R. [Richard Wagner], die een goede nacht heeft gehad, speelt ’s morgens na het ontbijt onze vriend [Friedrich Nietzsche] de eerste scène [uit de Götterdämmerung] voor, en dat bevalt hem zo slecht dat hij de rest van de dag nergens meer zin in heeft en zeer aangedaan is. Desondanks wordt er uitgebreid gesproken over de hervorming van de onderwijsinstellingen, evenals over de Duitse volksaard, ‘tot op heden’, aldus R., ‘zijn wij sterk geweest in het verdedigen, in het terugdringen van het vreemde dat we niet in ons kunnen opnemen; het Teutoburger Woud is een afweerlinie geweest tegen Romeinse invloeden, net als de reformatie een afweerlinie is geweest, net als onze grote literatuur een afweerlinie is geweest tegen de Franse invloed; iets positiefs hebben we tot dusverre alleen in onze muziek – Beethoven’. ‘En de Faust dan,’ vraag ik. ‘Dat is toch alleen maar een soort van voorstudie,’ zegt R., ‘die bij Goethe zelf alleen maar verbazing wekte; hij liet het niet doorgaan voor een zelfstandig product, voor een volwaardig kunstwerk.’