donderdag 2 juli 2026

Tommy Wieringa • 3 juli 2017

• Tommy Wieringa is een Nederlandse schrijver. Uit: Schrijversdagboek.

Maandag 3 juli 2017
Op het aanrecht staan kaarten met vosjes en paarden, uitnodigingen voor verjaardagsfeestjes van de kinderen. Als ouder heb je maar één enkele, pathetische wens: dat je kind populair is. Dat het zich in de gunst van anderen mag verheugen. Je weet maar al te goed hoe het was om niet gevraagd te worden voor partijtjes. Hoe je bij gym als laatste overbleef als de groepjes moesten worden verdeeld. De grimassen van verveling of zelfs weerzin als je je bij het groepje voegde waarbij je door de grillige wil van het ostracisme was ingedeeld. De gedurige afwijzing als een wond waar de korst elke dag weer af getrokken werd.
Je zou een vinger geven om je kind daarvoor te behoeden.
H. wordt afgewezen door M., die plotseling niet meer met haar wil spelen.
H. lijdt, ze probeert op alle mogelijke manieren weer bij M. in de gunst te komen.
M. laat zich pas overhalen als H. haar een plaktatoeage belooft.
H. koopt vriendschap voor een middag en neemt genoegen met het bedrog.
M. schort haar weerzin voor een middag op voor een slangentattoo.
H. en M. lijken beiden tevreden met de transactie.
T. kijkt hoe zijn dochter zich in bochten wringt om geliefd te worden; hij probeert uit alle macht het vriendinnetje niet te haten.

woensdag 1 juli 2026

Jan Siebelink • 2 juli 1997

• In 1997 nodigde het tijdschrift Optima een aantal schrijvers uit tot het bijhouden van een 'Onhollands dagboek' — als reactie op het populaire 'Hollands Dagboek' uit de NRC. Zo ook Jan Siebelink (1938).

Woensdag 2 juli
John [Jansen van Galen] belt. Hij heeft onverwacht een afspraak in Rheden. We spreken af in een oud Velps café, onder aan de Bergweg. Ver voor de afgesproken tijd wacht hij me aan de bar op. We zijn beiden mensen die altijd te vroeg komen. We begroeten elkaar met een zoen, bestellen een biertje en dan zegt hij: ‘Ik wil iets met je bepraten.’ Hij kijkt ernstig. Ik schrik, denk dat er iets met zijn gezondheid aan de hand is. ‘Je weet dat HP/De Tijd mij een groot portret van Van Mierlo heeft gevraagd, Tot voor kort zou ik tegen zo'n verzoek niet zo gauw nee zeggen. Groot deftig portret met je naam erbij. Vereerd, want ik ben nog steeds de dorpsjongen die toch maar mag meedoen in de grote wereld. En vanmorgen dacht ik ineens: Waarom eigenlijk een groot portret van Van Mierlo? Voor het geld hoef ik het niet te doen. Ik ga liever wandelen. Waar ik over inzit? Die onthechting...! Ken jij dat ook?’ Ik geef toe dat mijn geldingsdrang ook minder geworden is. Tot voor kort probeerde ik de Franse en Nederlandse literatuur bij te houden. Nu koop ik alleen nog de debuten, en mijn hond kent die onthechting ook. Vroeger, als hij bij me in de auto zat, blafte hij naar iedere hond. Nu kijkt hij ze alleen maar na en zie ik hem denken: Wat koop ik voor dat geblaf? Ik kan me beter rustig houden.
Gegeten in La Marmite, de Weverstraat, in de oude binnenstad van Arnhem. Eigenaar is de altijd wat nors kijkende Bob Z. Voormalig bokser. Maar de klant wil gestraft worden. Onder het eten vertel ik John dat ik een mooie novelle van Johanna Speltie gelezen heb. Een debuut.

Donderdag 3 juli
Op de racefiets naar Arnhem. Ik passeer het asielzoekerscentrum Arnhem-Noord, gevestigd in hotel Rosarium, het voormalige gebouw van de Rozenkruisers. Tientallen Ghanezen, Senegalezen, Somaliërs, in grote verveling, achter de hoge hekken. Zou ik minister worden, ik gaf ze allemaal, in een soort generaal pardon, een verblijfsvergunning.