donderdag 10 september 2026
Nadine Finsterbusch • 10 september 1994
Vertaling onderaan
10. September 1994
Gestern habe ich die MTV Video Music Awards 1994 geguckt. Seitdem finde ich: Snoop Doggy Dogg, Björk, Steven Dorff, Nirvana und Soundgarden total cool! Die waren echt alle soo nett und witzig, das hätte ich besonders von Snoop Doggy Dogg nicht erwartet.
Eine tragische Nachricht: Mark [Owen] hat die Haare ab. Total ekelig. Aber abwarten. Er muss ja nicht immer gut aussehen.
Vertaling door ChatGPT:
10 september 1994 • Gisteren heb ik naar de MTV Video Music Awards van 1994 gekeken. Sindsdien vind ik Snoop Doggy Dogg, Björk, Steven Dorff, Nirvana en Soundgarden helemaal te gek! Ze waren echt allemaal zó aardig en grappig, dat had ik vooral van Snoop Doggy Dogg niet verwacht.
Een tragisch bericht: Mark [Owen] heeft zijn haar eraf! Echt walgelijk. Maar we zullen zien. Hij hoeft er natuurlijk niet altijd goed uit te zien.192-2015>
dinsdag 8 september 2026
Maarten 't Hart • 9 september 1970
9 sept. • Het beroerde van heimwee is ook dat niemand je begrijpt. H. zegt altijd:
iedereen heeft van die gevoelens, het is helemaal niets bijzonders, je moet je er over heen zetten. Nou, als dat waar is zou ik wel eens willen weten waarom mensen dan zo graag van huis gaan. Ik weet heel zeker dat als H. niet zo graag weg wilde, ik nooit, nooit, nooit ook maar een dag zou weggaan. Nergens vind je, noch in de literatuur, noch in de muziek, heimwee op adequate wijze beschreven of getoonzet. Alleen in het tweede deel van de negende van Dvorak hoor je het plotseling. Je kunt er met niemand over praten, iedereen kijkt je aan en je ziet in de blik van de ander: die is niet goed wijs, die kan zomaar met vakantie en vindt het niet leuk. Niet leuk? Ik vind het afschuwelijk. Wat is er nu elders te zien waarvoor je op reis zou willen gaan. Gebouwen? Schilderijen? Gebouwen zijn helemaal nooit mooi en reproducties van schilderijen zijn doorgaans mooier dan de originelen. Nee, je zou alleen voor landschappen op reis kunnen gaan. Maar bossen zijn overal eender. Nou ja, ik weet dat ik op dit punt niet redelijk ben (of nog minder redelijk dan op andere punten) maar ik zou me zielsgelukkig voelen als ik nu, zolang ik leef, nooit meer op reis zou hoeven. In Rusland schijnen de inwoners hun land, soms zelfs hun district niet uit te mogen. Hoe zeldzaam benijdenswaardig!
maandag 7 september 2026
Reinhard Karger • 8 september 2001
Freitag, 7. September: Am späten Nachmittag holte mein Bruder mich vom Flughafen ab. Wir fuhren durch den Feierabendverkehr zu seinem Boot in der Liberty Landing Marina, einem Yachthafen auf der Manhattan gegenüberliegenden Seite des Hudson River. Direkt auf der anderen Seite glitzerten die Wolkenkratzer des World Financial Center - eines Hochhauskomplexes, vollgestopft mit so vielen Unternehmen, dass er eine eigene Postleitzahl hat. American Express hatte seinen Sitz dort, Dow Jones, die Bank of America und Dutzende andere. Und darüber thronten die alles überragenden Zwillingstürme des World Trade Center.
Samstag, 8. September: Wir machten uns auf zu unserem ersten Segeltörn - vorbei an Manhattan und der Freiheitsstatue, unter der Verrazano-Narrows-Brücke hindurch, der größten Hängebrücke der USA, und bis auf den offenen Ozean hinaus. Bis zum Ambrose Lighthouse wollten wir, dem Punkt, an dem auf amerikanischer Seite die Zeit für das "Blaue Band" genommen wird, die schnellste Atlantiküberquerung eines Passagierschiffes.
Sonntag, 9. September: Bei blendendem Wetter fuhren wir wieder mit dem Boot aus. Am Nachmittag begegneten uns die auslaufenden Kreuzfahrtschiffe - gewaltige weiße Ozeanriesen - auf dem Weg von New York zu den Bermudas. Abends fuhren wir durch den dunkel werdenden Hafen, ganz nah an Manhattan heran. Wir glitten an den leuchtenden Hochhäusern des World Financial Center vorbei und dem dazugehörenden Yachthafen mit seinen eleganten, teuren Booten. Manche hatten eigene Hubschrauber auf dem Achterdeck.
Montag, 10. September: Ich frühstückte gemeinsam mit meinem Bruder, dann musste er zur Arbeit fahren. Ich blieb den ganzen Tag auf dem Boot, lag in der Hängematte zwischen Mast und Vorsegel. Kochen, essen, dann Siesta unter Deck. Ein Tag der Muße, eine Pause im Leben.
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Vrijdag 7 september: Aan het eind van de middag haalde mijn broer me op van het vliegveld. We reden door het spitsverkeer naar zijn boot in de Liberty Landing Marina, een jachthaven aan de overkant van de Hudson, tegenover Manhattan. Direct aan de overkant schitterden de wolkenkrabbers van het World Financial Center — een complex van hoge gebouwen, volgestouwd met zoveel bedrijven dat het een eigen postcode heeft. American Express had er zijn hoofdkantoor, evenals Dow Jones, Bank of America en tientallen andere bedrijven. En daarbovenuit torenden de alles overtreffende Twin Towers van het World Trade Center.
Zaterdag 8 september: We gingen op onze eerste zeiltocht — langs Manhattan en het Vrijheidsbeeld, onder de Verrazano-Narrows Bridge door, de grootste hangbrug van de Verenigde Staten, en vervolgens de open oceaan op. We wilden tot aan de Ambrose Lighthouse varen, het punt waar aan Amerikaanse zijde de tijd wordt opgenomen voor het ‘Blue Riband’, de snelste Atlantische oversteek door een passagiersschip.
Zondag 9 september: Bij schitterend weer voeren we opnieuw met de boot uit. ’s Middags kwamen we de uitvarende cruiseschepen tegen — enorme witte oceaanreuzen — die vanuit New York onderweg waren naar de Bermuda’s. ’s Avonds voeren we door de donker wordende haven, heel dicht langs Manhattan. We gleden langs de verlichte hoogbouw van het World Financial Center en de bijbehorende jachthaven met haar elegante, dure boten. Sommige hadden een eigen helikopter op het achterdek.
Maandag 10 september: Ik ontbeet samen met mijn broer, waarna hij naar zijn werk moest. Ik bleef de hele dag op de boot en lag in de hangmat tussen de mast en het voorzeil. Koken, eten, daarna een siësta benedendeks. Een dag van ledigheid, een pauze in het leven. 278-2019>
zondag 6 september 2026
Menno ter Braak • 7 september 1939
Zutphen, 7 Sept.
[...] Slechte berichten uit Polen; gesnoef uit het hoofdkwartier van den Führer. Finis Poloniae? Mijn grootste verlangen: deze gebeurtenissen in hun historische voltooidheid te zien, op een afstand van tien jaar, in 1950. Ik ben in ieder opzicht en voor alles: toeschouwer, ook in mijn activiteit. Gesublimeerde lafheid? Waarschijnlijk; maar geen geestelijke herbewapeningslafheid.
[...]
Het denken aan mijn roman, dat mij de laatste maanden voortdurend bezig hield, is sedert het uitbreken van den oorlog vrijwel verdwenen. Men kan zich niet bezig houden met fictieve figuren, zoolang deze oorlogstoestand ons behoort te trainen in het opgeven van ficties... zelfs ficties, waarin een niet-fictieve wereld zou kunnen bezinken. Ook hier: de totale oorlog. - Weer een bewijs, overigens, dat diegenen gelijk hebben, die zeggen, dat ik geen ‘echte’ romanschrijver ben; want zooeen zou onverdroten voortromanceeren, en zelfs uit deze omstandigheden waarschijnlijk onmiddellijk ‘den roman’ puren. Misschien ook een bewijs, dat ik, als ik nog eens den tijd daarvoor kreeg, een beteren roman zou schrijven dan zij. Maar misschien ook niet.
[...]
Zonder de gelijkheid zou het Christendom niet zijn ontstaan, zonder de ongelijkheid zou het niet zijn blijven voortbestaan, zonder de wisselwerking van beide zou het nu niet meer bestaan. Daarmee is niet gezegd, dat de Evangeliën en de brieven van Paulus niet allerlei concessies aan de ongelijkheid bevatten; maar hun publiek is dat van de gelijkheid, d.w.z. van degenen, die belang hadden bij de gelijkmaking door het ophanden zijnde Oordeel. Nog bij Luther is dat zoo; het Christendom wordt gematigder naarmate de illusie van den Jongsten Dag, die binnenkort komen zal, verzwakt. In plaats van den Jongsten Dag komt nu de Blitzkrieg: ook een soort verlossing en gewelddadige rechtvaardiging op korten termijn. Luther zou een perfecte Blitzkrieg-apostel geweest zijn.
Ik ben nooit pacifist geweest en heb nooit geloofd aan zoo iets absurds als wereldvrede. Maar ik heb geloofd aan den vrede in West-Europa, en daarom zie ik dezen oorlog als een burgeroorlog. Wanneer het gelukt Duitschland te ‘europeaniseeren’, zijn de Vereenigde Staten van (West) Europa geen utopie meer.348-2019>
Claire Goll • 6 september 1939
6 september 1939
We kwamen na een overtocht van elf dagen in New York aan. De oorlog was enkele dagen tevoren uitgebroken. 'Heb ik het recht hier te zijn terwijl de anderen strijden?' vroeg Goll me. Hij wilde onmiddellijk terugkeren. […]
Ver van het oude Europa, waar al eeuwenlang een hele meute staatjes van maar één gedachte bezeten was: oorlog!, werd ik overspoeld door een verbijsterend geluksgevoel. Het kwam me voor dat alles kon. Zonder dat als vernederend te ervaren had ik kranten kunnen verkopen of schoenen poetsen. In Parijs zou die gedachte zelfs niet bij me zijn opgekomen. Maar de Amerikaanse sfeer straalde zo'n dynamiek uit dat geen enkele bezigheid je naar beneden kon halen.
Ik merkte al gauw dat het ons niet moeilijk zou vallen ons brood te verdienen. Dat geweldige land had werk voor iedereen die een of ander vak kende en wist ook mensen met de gekste specialismen te gebruiken. De Duitsers die zich er na 1933 hadden gevestigd, bekleedden, toen wij er aankwamen, al belangrijke functies in musea, orkesten en ziekenhuizen. In Frankrijk zouden ze zelfs geen baantje als straatveger hebben kunnen krijgen. Hoe gastvrij de Fransen alle vluchtelingen ook ontvangen, met hun protectionistische kleinzieligheid hebben ze zich een trieste faam verworven. Zij bewaren de goede betrekkingen voor zich zelf, terwijl de Amerikanen, in hun dorst naar vers bloed en nieuwe ideeën, proberen maximaal profijt te trekken van de vreemdelingen die naar hun land komen. Een ieder krijgt er zijn kans, behalve dichters.335-2018>
Kees Kokke • 5 september 1944
Dinsdag 5 september 1944 (Dolle Dinsdag)
Gedurende het grootste deel van de nacht en de gehele morgen nog sterke doortocht van gemotoriseerde troepen (rupsvrachtauto’s, pantserwagens en tanks), waarschijnlijk een gemotoriseerde divisie. De wagens zijn afgedekt met groene takken en twijgen, of op andere wijze gecamoufleerd, om ze te onttrekken aan het spiedend oog van de Engelse jagertjes, die af en toe over de colonnes vliegen en vooral op de grote wegen buiten de steden de voorbijtrekkende troepen mitrailleren. De Duitse soldaten zijn zenuwachtig en down.
Het bombardement van het vliegveld is blijkbaar zo doeltreffend geweest, dat er, althans in deze paniekomstandigheden, geen herstellen meer aan is. Het veld is gewoon doorploegd. De Duitsers hebben derhalve besloten om het vliegveld op te geven en de nog bruikbare installaties te verwoesten of onklaar te maken. Vannacht zijn er nog 18 jagertjes in westelijke richting opgestegen vanaf de enige nog bruikbare startbaan, terwijl vanmorgen de laatste vliegtuigen het vliegveld verlieten.
Tegen 9 uur waren verschillende ontploffingen hoorbaar, terwijl in de verte rookwolken te zien waren.
Er hebben vanzelfsprekend geen vorderingen meer voor het vliegveld plaats gehad, doch de meeste mannen weten dit nog niet en blijven maar binnen, om geen gevaar te lopen opgepikt te worden.
Bijna het gehele bedrijf en openbare leven ligt stil. Fabrieken, werkplaatsen en kantoren zijn gesloten. Het gemeentepersoneel is thuis gebleven. Alleen de burgemeester en een aantal ambtenaren is op het stadhuis aanwezig.
21.00 uur
De berichten over de val van Breda zijn bevestigd. De geallieerde troepen zouden oprukken in de richting van Holland. Elkeen is nog steeds in afwachting van een spoedige bevrijding.
Deze dag werd nog geheel en al beheerst door het terugtrekken van de Duitse troepen. Er is echter weer volledige orde.
Van de N.S.B.-ers bemerkt men weinig. De kringleider van de N.S.B. van Venlo, C. Hermans, is gisteren vertrokken. Wethouder Kuypers (N.S.B.-er) heeft het portret van Mussert, dat op zijn kamer hing, kapot geslagen. De scherven liggen in de torenkamer van de raadzaal. Daaronder de twee over elkaar gevouwen handen van Mussert. De commissaris der provincie Limburg, M. graaf de Marchant et d’Ansembourg (N.S.B.-er) kwam heden om 5 uur op het raadhuis. Hij had in Duitsland vertoefd wegens hartziekte en trachtte nu een auto te krijgen om naar Maastricht te gaan. De Beauftragte dr. Schmidt, is nu in Kerkrade.
Veel huizen van N.S.B.-ers , Rijksduitsers en Wehrmachtinstanties staan op het ogenblik leeg en worden door het Venlose gepeupel geplunderd. Bij Bervoets werden lappen stof gestolen. In Genooi uit een Wehrmachtlager matrassen, lampen, buffetten, tafels, stoelen, et cetera.
Om 7 uur werden zware vernietigingsontploffingen op het vliegveld verwacht. Niet geschied.
Bevel om om 8 uur binnen te zijn.
Burgemeester kreeg vanmorgen bevel om op het Deutsches Haus te komen. Aldaar werd door H.J. Temmler Obergefolgschaftsführer medegedeeld, dat hij belast was met organisatie en uitvoering van standrecht.
Om de goede functionering van de brandweer en luchtbeschermingsdienst te verzekeren moeten alle auto’s van die diensten te Tegelen geconcentreerd worden. Daar de autoriteit en bevoegdheden van Temmler nogal geheimzinnig en onduidelijk zijn, worden slechts twee auto’s gestuurd. In de namiddag blijkt nu, dat deze auto’s door Temmler ter beschikking worden gesteld om Rijksduitsers en N.S.B.-ers naar de grens te brengen. Deze vordering is dus een foef geweest om aan auto’s te komen. Conclusie: auto’s moeten kost wat kost terug. Drie chauffeurs duiken met auto en benzine en al onder, terwijl andere nog worden weggebracht.
Couperus moet op het Deutsches Haus blijven, evenals de burgemeester. Deze laatste doet het echter niet. De Venlose politie wordt eveneens door Temmler ontwapend, waarna hij vertrok. Deze ontwapening is ongehoord, daar nu elke misdadiger vrij spel kan hebben.
Wie is Temmler en welke zijn zijn bevoegdheden?310-2016>
donderdag 3 september 2026
Anna Maria Burman • 4 augustus 1776
Woensdag, den 4 September • S'morgens ten 6 uuren opgestaan sijnde sag 't weer er veel beeter uijt, de Wind was Noord; dus resolveerden wij weeder in Zee te steeken om na genne Muijden en so na Zwol te gaan. Ten 7 uuren staaken wij van de Helder af; ten halff agt passeerde wij de op de Rhede van Texel liggende O.I. Scheepen, waar van 2 ons ijder met 15 schooten salueerde, dat wij met 5 beantwoorden; sijlde dus met extra mooij Weer en voor de Wind ten 9 uuren t'Eyland Wieringen voorbij, vervolgens raakte Texel uijt het gesigt, en kreegen ten halff Tien Medenblik te sien, hetwelk ten 11 uuren aan de regterhand voorbij sijlde. In Zee waaren veel bruijn Vissen en een groot getal Scheepen, hetwelk een fraaij gesigt gaf. Ten halff twaalf uuren konde duijdelijk de Steeden Hindelopen en Staveren in Vriesland sien. Ten halff een uuren passeerde wij in Zee een droogte de Hoffstede genaamt om dat aldaar in oude Tijde een Hoffstede geleegen heeft, dog nu door de Zee overstroomt en tot een gevaarlijke Ondiepte geworden; ten halff 2 uuren konde wij van verre met de kijker reeds het Eyland voor ons sien. Middelerwijl gonge wij aan tafel en raakte Enkhuijsen en de verdre Hollandse kust uijt het gesigt, en sagen nu geen ander land als Urk, dat wij hoe langer hoe duydeliker konde sien, tot dat wij er eijndelijk ten 4 uuren voorbij voeren; hetselve ligt seer eensaam in het midde van de Zuijderzee. Het Eijland siet er anders vrij wel uijt, want legt hoog uijt het Waater aan de eene sijde teegens een klip aan; het dorp is tamelijk groot met een oud dog net kerkje; wij konde maar 2 boomen op het geheele Eijland sien; hetselve bestaat uyt wijlanden en werd door vissers bewoond. Ook sijn aldaar maar 2 paarden. Na dat wij nog een halff uuren gevaaren hadde, konde wij Schokland, meede een Eijland, sien, en passeerde dat ten 5 uuren, het welk een allernaarst Eijland is, eens so groot als Urk, dog so laag dat wij er de Zee op verscheijdene plaatsen saagen over het wijland stroomen, alwaar de Beeste liepen. Daar is geen dijk om, dus staan er s'winters al de Huijsen rontom in het waater, die daarom met trappen alle opgaan. Daar sijn 2 Dorpjes of liever Buurten op, en de derde Buurt is Anno 1775 geheel afgebrant. Wij konde de geringe Overblijffsels nog sien. Op een punt van dit Eyland staat nog een groote steene Kerk en Tooren, die in oude tijden gebruijkt is, maar nu als een Ruwien en sonder dak alleenig staat; de Godsdienst werd nu maar in een houte Loos gehouden. Ten 6 uuren kreegen wij de vriesse kust weeder te sien, sagen de Kuijndert en Blokziel, en aan onse regte hand de Stadt Campen, die drie groote Toorens heeft en op Zee een fraaij gesigt geeft; konde de Stadt Vollenhoven meede sien, en legt tusse seer hoog geboomte; aldaar sit nog een groot schip op de Wal, hetwelk in de storm van November 1775 darop geraakt is. Wij seijlden ten halff 7 uuren het Zwolse diep in, dat een groote Inham van de Zee is, dog vermids het donker wierd en door de ondieptens de Passagie daar seer naauw is, gongen wij ten 7 uuren ten anker, ten halff 9 uuren eeten, en ten 11 uuren na bed, hebbende deesen Dag goed weer en Voordewind gehad, en een considerable weg afgeseijlt.
woensdag 2 september 2026
Bart Vos • 3 september 1984
Maandag, 3 september 1984. 13.00 uur. Basiskamp • Edward is met Edmond door de ijsval geklommen. Edwards angst viel mee. Ik heb de zuurstofflessen gecontroleerd en met Joost de antennemasten verankerd.
17.00 uur. We hoorden geweldig gekraak. Toen we met verrekijkers het touw door de ijsval volgden, zagen we dat een ijswand was ingestort en tweehonderd meter van de route had vernietigd. Morgen moeten nieuwe touwen en ladders worden aangebracht.
21.00 uur. Een agent in donsjas opende de rits van de grote tent, beende naar binnen, ging in de houding staan, salueerde en zei dat Lama niet akkoord was. Hij had verboden dat Nederlanders door de ijsval de weg van de politie volgen.
De donsjas salueerde en vertrok.
Herman onderhandelde met Thapa. Na een half uur praten waren zij het eens, maar Thapa werd later vanuit Kathmandu teruggefloten. Herman kwam boos terug. Een Amerikaan had een walkietalkie uit zijn handen gerukt. Geen Hollander met zijn handen aan hun spullen.
Morgen praten we verder en als dat niets oplevert, leggen we onze eigen touwen en ladders door de ijsval. Peter Hillary [zoon van Edmund Hillary] en Iwan Fialla, een van de Slowaakse leiders, hebben beloofd dat zij dan ook geen gebruik meer zullen maken van de politieroute en ons zullen helpen.
dinsdag 1 september 2026
H.J. Doeksen • 2 september 1986
Dinsdag, 2 september • Het lijkt een rustige dag te worden. Nu nog de cijfers van middeleeuwen en we weten hoe het ervoor staat. Groepsindeling van middeleeuwen maken en overzicht van de afgestudeerden.
Het leven is vol verrassingen! Een niet aflatende stroom van studenten schijnt mij deze dag nodig te hebben. Mensen die gezakt zijn voor de tweede keer; meestal is er een oplossing, soms niet. Niet de gemakkelijkste gesprekken. Voor de laatste SOL - insluizers is er een nieuwe regeling gemaakt. Het is kort dag: uitleggen, plannen, afwegen, halen ze het voor '88. Intussen rinkelt de telefoon 35 keer op die dag. Met dezelfde vragen en verzoeken als de vorige dagen. Geen vragen ‘uit de maatschappij’. Dat geeft anders zo'n idee van ‘maatschappelijke relevantie’. Net vóór vijf uur komen de cijfers van middeleeuwen binnen. Joop verwerkt ze razend snel, zodat ik 's avonds de deeltijdstudenten (groep 1B) kan meedelen of ze geslaagd of gezakt zijn. Diplomauitreiking komt later. Gauw naar Ouderkerk en dan snel naar Nieuwegein bij een student thuis. Die nieuwbouwwijken zijn prachtig en rustig, maar voor een automobilist een immense doolhof. Eindelijk om 9.30 arriveer ik; 16 van de 18 geslaagd. Knap werk naast een dagtaak.
Woensdag, 3 september • In de stromende regen naar Kromme Nieuwe Gracht 29 om 12 studenten Algemene Letteren bij aarzelingen omtrent de keuze te helpen. Zoveel aanlokkelijke aanbiedingen daaruit slechts een keuze van twee maken. Ze willen zoveel tegelijk, — wie niet! Om 13.15 snel naar De Vooys, waar de ‘polikliniek’ weer vol zit. Misschien toch eens in een witte jas spreekuur houden, dan wordt het wachten meer acceptabel.
S.S. Dabill • 1 september 1939
Vertaling onderaan
1 September 1939 Friday • A day of terror. Unforgettable.
Rose this morning to hear that the Germans had invaded Poland, and were attacking on all fronts. This made war absolutely certain. Grave looks on all faces and now talking in quiet tones. But an unshakeable conviction to see it through.
Edward came in and told us that he wanted Eva to go up as a telephonist at the First Aid Post at South Wilts School. It took some time to decide as she was in doubt as to what effect this would have on her career. But after a time she decided to go.
Vast crowds of children about from Portsmouth which place they are evacuating. They were being marshalled at the Memorial Hall, and they looked a pitiable sight. Gave what help I could here and there.
Went into Park Street and found the weary children sitting on the pavements. How kind the people were. They could not resist the appeal of their tired faces.
Thankful when the day came to an end.
2 September 1939 Saturday
Expected this morning to hear of the declaration of war but no news has come through. I had wondered in my own mind that it ought to come. I have always been a pacifist and have laboured incessantly for peace but there seems to be no alternative. I would rather have war with its vast threat to the future than we should go back on our promise to Poland. There is not room in the same world for our way and the Nazi way. One or other has to go.
More people from evacuation areas coming in. Mothers and infants. People running about getting them fixed up.
Took a walk this afternoon but was driven back by a thunder shower. It continued to thunder all night. Muriel very frightened. Fear for the effect of these terrible days on her.
Waited for more news of the declaration of war to end the suspense. But it did not come. Parliament met but was thrown into confusion by the announcement that they were not yet in a position to give a decision.
A rather anxious day.314-2018>
Ongecorrigeerde vertaling door Chat GPT
1 september 1939, vrijdag • Een dag van verschrikking. Onvergetelijk.
Vanmorgen opgestaan met het bericht dat de Duitsers Polen waren binnengevallen en aan alle fronten aanvielen. Daarmee stond de oorlog absoluut vast. Ernstige gezichten overal en nu wordt er op gedempte toon gesproken. Maar een onwrikbare vastberadenheid om dit tot het einde toe vol te houden.
Edward kwam binnen en vertelde ons dat hij wilde dat Eva als telefoniste naar de Eerste Hulppost in de South Wilts School zou gaan. Het duurde enige tijd voordat we een besluit namen, omdat zij twijfelde welk effect dit op haar loopbaan zou hebben. Maar na een tijdje besloot ze te gaan.
Overal waren enorme menigten kinderen uit Portsmouth, vanwaaruit de evacuatie plaatsvond. Ze werden in de Memorial Hall bijeengebracht en het was een meelijwekkend gezicht. Hier en daar heb ik geholpen waar ik kon.
Ik ging naar Park Street en trof daar vermoeide kinderen aan die op de trottoirs zaten. Wat waren de mensen vriendelijk. Ze konden de smeekbede die uit hun vermoeide gezichten sprak niet weerstaan.
Dankbaar toen deze dag ten einde kwam.
2 september 1939, zaterdag • Vanmorgen verwachtte ik het bericht van de oorlogsverklaring, maar er is nog niets binnengekomen. Ik had me in gedachten afgevraagd of die verklaring niet had moeten komen. Ik ben altijd pacifist geweest en heb onvermoeibaar voor de vrede gestreden, maar er lijkt geen alternatief te zijn. Ik heb liever oorlog, met zijn enorme bedreiging voor de toekomst, dan dat we terugkomen op onze belofte aan Polen. Er is in dezelfde wereld geen plaats voor onze manier van leven én de nazi-manier. Een van beide moet verdwijnen.
Er komen steeds meer mensen uit de geëvacueerde gebieden binnen. Moeders en kleine kinderen. Mensen rennen heen en weer om onderdak en andere voorzieningen voor hen te regelen.
Vanmiddag een wandeling gemaakt, maar door een onweersbui weer naar huis gedreven. Het bleef de hele nacht onweren. Muriel was erg bang. Ik maak me zorgen over het effect dat deze verschrikkelijke dagen op haar hebben.
We wachtten in spanning op het nieuws van de oorlogsverklaring, maar dat kwam niet. Het parlement kwam bijeen, maar raakte in verwarring door de mededeling dat men nog niet in staat was een beslissing te nemen.
Een nogal angstige dag.
zondag 30 augustus 2026
Maarten Asscher • 31 augustus 1997
Zondag, 12.45 uur • Bij het betreden van de Uitmarkt vanochtend - iedereen is nog dozen met boeken aan het uitpakken - komt een collega-uitgever, die van huis uit theoloog is, met een verslagen gezicht op mij af. ‘Heb je het gehoord?’ vraagt hij met een stem die geschikt is om de grootst mogelijke ongerustheid op te roepen. ‘Nee,’ zeg ik, ‘Ik weet van niks. Wat is er gebeurd?’ ‘Het is overal op de radio en de televisie. We zijn allemaal zeer geschokt.’ ’?’ ‘Daai,’ zegt hij. ‘Daai?’ informeer ik, bevreesd dat mij een poets wordt gebakken. ‘Daai en Dodi,’ vult hij aan, alsof hiermee het hele verhaal mij nu wel duidelijk moet zijn. Als hij mij vervolgens vertelt wat er precies gebeurd is die nacht, schiet ik - naar ik vrees, tot zijn ernstige bevreemding - pardoes in de lach. De zoveelste, ditmaal ultieme, publiciteitsstunt van het Engelse Koningshuis. Ik kan dit soort verziekte, nutteloze, society-families en hun wederwaardigheden al jaren niet velen en houd mij verre van het bombardement van artikelen, interviews en korrelige telelens-foto's, waarmee wij aardse stervelingen over het leven op die verre, koninklijke planeet geïnformeerd worden gehouden. Koningshuizen zijn - zolang als ze het uithouden tegen de corruptie van de luxe en de daarmee evenredige jaloezie van het volk - nuttig als bescherming tegen dictaturen (militair, proletarisch of anderszins). Maar de ervaring leert dat je van de gemiddelde koning(in) of prins(es) geen intellectuele persoonlijkheid verwachten moet, zomin als je bij een gemiddelde diplomaat kan rekenen op een eigen kritisch oordeel. In de geschiedenis van de moderne diplomatie zijn mij wel enige markante uitzonderingen bekend, maar als je de twintigste-eeuwse Europese vorsten de revue laat passeren, is dat toch zonder twijfel een parade van playboys, gevaarlijke gekken, eigenwijze matrones en vele, vele - al of niet aangetrouwde - groupies. Kortom, het korte leven van Daai moge als een navrant anti-sprookje zijn geëindigd, het zou me niet lukken om er oprecht aangeslagen van te raken.
Rita Rahman • 30 augustus 1975
Woensdagavond 30 augustus 1975 • Ik heb maar een paar dagen overgeslagen. Ik was jou helemaal vergeten want het waren echt gezellige dagen. De ontwikkelingen van vandaag hebben me terug geworpen in je armen of natuurlijk omgekeerd; ze hebben jou teruggeworpen in mijn armen.
Ongelooflijk: Ik ben ontgroend!
Maar... ik voel me niet gelukkig, zelfs diep ontgoocheld. Eerlijk, het is zo moeilijk om het te begrijpen. Ik zal maar bij het begin starten:
Vanmorgen zijn we al om vijf uur van de kampeerplaats vertrokken.
We moesten lopen van Zanderij naar Berlijn. In padvindsterstermen heet dat hiken. Alles verliep vlot, we kwamen om half tien te Berlijn aan, hebben daar gekookt en zijn om twee uur aan de terugweg begonnen.
Neen, dat was het ergste niet. Het was zelfs prettig. Het begon pas toen we om half zes in het kamp terugkeerden. Een van de senioren (een padvindster die al meer kampervaring heeft) deed de mededeling dat alle nieuwelingen zich moesten verzamelen op het open veld rondom de vlaggestokken.
Hier zou ons een verrassing wachten omdat wij vandaag hadden getoond echte padvindsters te zijn die met gemak twintig kilometers heen en terug konden lopen. Een van de nieuwelingen fluisterde enthousiast:
‘We krijgen stokbrood.’ Dit is een kampgerecht bestaande uit geroosterd brooddeeg gevuld met jam. We waren daarom vol verwachting. De terugweg had ons uitgehongerd. Maar.... het was geen stokbrood. Plotseling kwamen ze aangerend. Van alle kanten werden we omsingeld door leidsters en senioren. In hun handen hadden ze emmers die gevuld waren met modder en water, opgelost tot een smerige pap. Dit werd over onze hoofden uitgestort. Ze gilden erbij: ‘Ontgroening!’ Er ontstond paniek.
Alle nieuwelingen probeerden weg te rennen. Maar dat ging niet. De senioren en leidsters waren in de meerderheid. We werden in het zand gesmeten.
Het gebeurde allemaal razend snel. Modder over je hoofd, zand in je kleren, zand in je mond, in je haar, in je ogen. Wie tegenstribbelde kreeg het moeilijker. Je kleren werden van je lijf gerukt en de senioren amuseerden zich kostelijk. Er werd met lege emmers gesmeten en uit angst voor een kapwond hield ik me koest. Het leek alsof een duivel in enkele senioren was gekropen. Ze haalden tandpasta, tomatenketchup, shiling oil, zout en jam. Als ze je eenmaal goed vast hadden, werden al deze spullen nog in je mond gedaan. Ik hoorde gillen, smeken en lachen en ik dacht maar steeds: ‘Doorbijten, je bent op proef.’
Eindelijk, ik zat met een mond vol zand en tandpasta, mijn bloes was alle knopen kwijt en de modder droop in klodders van mijn haar, was het voor mij voorbij. Ze lieten me los en ik mocht naar de badkamer. Snel sprong ik op en haastte me naar de achterkant van de barak. Toen.... stond ik tegenover háár. Een van de leidsters van wie ik gemerkt had dat ze me net zo weinig kon verdragen, als ik haar. Zulke dingen voel je gewoon aan. Haar ogen glommen kwaadaardig. Ze riep: ‘Er is nog eentje hier, wie komt me helpen?’ Er kwam een senior aangesneld, die me gelijk vastgreep. Ik werd weer op de grond gesmeten en ik kreeg nu poederzeep in mijn mond.
Ik zei steeds tegen me zelf:
‘Niet huilen, het is een proef.’ En ik was vast van plan deze proef te doorstaan, ook al zag ik haar ogen een beetje gemeen glinsteren.
Terwijl uit mijn mond en neus de zeepbellen tevoorschijn kwamen, hoorde ik haar lachen.
Maar er kwam redding, al was het in een andere vorm dan ik verwacht had. Iemand riep:
‘Guido (dat is de roepnaam voor een leidster) moet ook ontgroend worden.’
‘Ze is ook voor het eerst in het kamp.’
Ze kwamen op haar af, drie senioren.
Guido werd vastgegrepen en ze verzette zich hevig. Ze vroeg:
‘Geen zand in mijn haar alstjeblief,’ Ze schreeuwde:
‘Geen modder!’ Maar..... er werd wel zand op haar gesmeten; klodders zand op haar haar, in haar mond, overal waar het kon. Ik stond ernaar te kijken en ik vond het leuk, tot ze boos werd. Heel boos, haar ogen bliksemden.
Dat was op het ogenblik dat er tandpasta in haar gezicht gesmeerd werd.
Ze sloeg haar hand uit, het leken klauwen en ze greep beet; precies in de vlechten van een magere senior. Het meisje met de vlechten gilde.
Ik stond daar en keek en in gedachten hoorde ik steeds de mededeling van de hoofdleidster:
‘Jullie zullen opgenomen worden in de grote liefdeketen van alle padvindsters over de gehele wereld. Toon je verdraagzaamheid.’
Ik stond daar, en ik zag dat zij, de leidster verschrikkelijk onverdraagzaam was. Ik werd er misselijk van. Ik keerde me met een ruk om en ging in een vlucht naar de badkamers. Daar stonden verschillende nieuwelingen op hun beurt te wachten. Eén huilde, maar de meerderheid kon een glimlach tevoorschijn toveren. Ze hadden de proef dus allemaal goed doorstaan. Ik kon niet lachen. Het beeld van die leidster bleef me bij en ik had het gevoel dat alles schijn was. Zijn alle mensen zo?
Beste biologieschrift, ik zit nu weer in mijn hoekje in de slaapzaal en ik voel me een beetje ongelukkig. Ik zou je een vraag willen stellen maar jij kunt me toch geen antwoord geven.
Geloven ze er zelf in, wanneer ze praten over de grote verdraagzaamheid of is het slechts schijn?
donderdag 27 augustus 2026
Carla Boogaards • 29 augustus 1997
• Carla Boogaards (schrijfster, 1947): Onhollands dagboek.
29 augustus • Frank Creton, Surinaamse schilder, riep me vanuit een coffeeshop, nee geen dope, of ik wat wilde eten en drinken. Helaas, ik had weer haast. Ik nam Frank C. eens mee naar het boekenbal. Hij kreeg het benauwd in de drukte, astma, zijn hoge bloeddruk steeg, hij dronk niet, rookte niet, kende het spelletje ‘op de receptie’ niet. Hij was doodongelukkig, wilde al snel naar huis. Ik was ook ongelukkig, ik had toen juist mijn linkervoetspier gescheurd tijdens mijn nieuwe loop-training op mijn spiksplinternieuwe hol-schoenen. Je hoorde kg kg kg kg, dat was de spier. Ik droeg op het boekenbal een witte baseballpet zodat niemand me herkende, en ik droeg witte gympen zodat ik mijn onelegante loop extra benadrukte. Ik verdwaalde in het gebouw, ik kon niet drinken omdat ik de volgende dag om 8 uur 's morgens op mijn workshop-Sources-filmscenarioschrijven moest zijn. (Op uitnodiging van de HOS.) En daar kreeg ik bonje met Thom Hoffman. Ik werd boos over zijn negatieve vrouw-beeld, zijn onderdrukkende manier van met vrouwen omgaan. Fuck, ik heb geen zin in de opgefokte projecties van een semi-ster. So wie so van wie ook, ga lekker naar de hoeren, denk ik, laat je verwennen, kom wel of niet klaar, stop je neus vol, maar sodemieter op uit mijn nabijheid. Bon, het was mijn schuld, daar kwam het op neer, dat zei hij en nog een paar luitjes, mannen. Nomdeju Thommie, als ik wat in je wakker maak, dan graag het lieve, het sensuele, het vrolijke, zoiets. Verder, fuck. Ik ben niet bijzonder gelukkig met mijn boekenbals, nadat mijn verkering uitging liep meestal mijn boekenbal in het honderd. Verleden jaar bijvoorbeeld was mijn partner George Moormann. (‘Je mag mijn man wel een avondje lenen,’ zei Ruud.) George is een ideale partner, maar helaas, ik had mijn haar laten blonderen, dus niemand herkende me! Wanneer ik stralend groette kreeg ik een raar knikje terug, dus moest ik roepen: ‘Maar ik ben het, carla bogaards!’ ‘Oh, oo, oh, nu pas zie ik het, je bent zo veranderd!!!’ Dat blonde stond beeldig hoor, maar het werkte niet. Op het laatst herkende ik mezelf niet meer als ik argeloos in een warenhuis op een spiegel toeliep. Kijk, ik was zo ziek, ik wilde iets doen om mijn leven op te vrolijken, een metamorfose, ik wilde lijken op die blonde steile grieten van mtv. Ik rustte veel, dus ik keek vaak MTV, TMF is ook oké. Bijna niemand snapt dat ik die metamorfose nodig had om even niet voortdurend herinnerd te worden aan die zielige zieke Carla met haar warrige bos donkere krullen. Ik leek precies op De Zangeres Zonder Naam. Laat maar. Idioot verhaal. Na die blonde episode heb ik me dus weer donker laten verven. Maar de Jordanezen waren dol op dat blond! Zo niet de intellectuelen in mijn vriendenkring.
woensdag 26 augustus 2026
Alastair Campbell • 28 augustus 1996
Wednesday, August 28 • Neil and Glenys came round and we went to the Camden Brasserie. To our and their amazement, Robin and Gaynor [Regan, his secretary] were two tables away. Robin went a weird pink colour, while Gaynor looked sick. RC [Robin Cook, Foreign Affairs] came over. There was something I needed to fax to him, and could I fax to his office. It was probably a big charade to pretend he was not going to her place.
We namen alle verschillende probleemgebieden door en hij concludeerde dat hij er vaker op uit moest. Hij besefte dat hij werd gezien als iemand die voor iedereen alles probeerde te zijn, een beetje als een manager zelfs, en dat het veel duidelijker moest zijn dat hij een politicus was die vanuit overtuiging handelde. Het probleem was dat New Labour door onze tegenstanders werd afgeschilderd als een electorale of politieke truc. We moesten laten zien dat hij uit overtuiging voor New Labour stond.
Ik zei dat de belangrijkste uitdaging voor de komende maanden was dat TB contact moest maken met de mensen, en dat de partij moest zien dat dit gebeurde, gebaseerd op zijn overtuigingen als een centrumlinkse politieke leider.
Peter en ik vertrokken om zeven uur, nadat we samen veel plezier hadden beleefd aan een doorlopende privégrap: hoelang zouden we hier zijn voordat ons een kop thee werd aangeboden? We kregen er eentje vlak voordat we vertrokken.
Woensdag 28 augustus • Neil en Glenys kwamen langs en we gingen naar de Camden Brasserie. Tot onze verbazing én die van hen zaten Robin en Gaynor [Regan, zijn secretaresse] twee tafels verderop. Robin werd helemaal vreemd roze, terwijl Gaynor er ziekelijk uitzag. RC [Robin Cook, Buitenlandse Zaken] kwam naar ons toe. Er was iets wat ik naar hem moest faxen, en hij vroeg of ik het naar zijn kantoor kon faxen. Het was waarschijnlijk één grote vertoning om te doen alsof hij niet van plan was naar haar huis te gaan.
Tsead Bruinja • 27 augustus 2007
Maandag, 27 augustus
Nadat we waren opgesplitst in vier groepjes, vertrok mijn gezelschap naar het stadje Prilep. Daar lazen we, na een bezoek aan het tabaksmuseum en een copieuze lunch, 's avonds voorbij de muur van een ruïne. De technicus, een jonge, wat gezette jongen, verveelde zich zodanig bij onze voordrachten, dat hij voortdurend aan het geluid zat te pielen, waardoor de installatie geregeld vervelend piepte. Verder werd de avond half schreeuwend gepresenteerd door een vrouw, die door haar mannelijke postuur, haar felrode lippen en een voorliefde voor haarlak veel weg had van een travestiet.
De vertalingen werden gelukkig niet voorgelezen door de presentatrice, maar door Elida, een studente psychologie, die ons samen met Marija en Natasha ook in Struga had begeleid. Ik had Elida niet verteld dat ik van mijn voordracht, vier liefdesgedichten, een duet wilde maken, maar ze deed goed mee. Ik stelde haar microfoon zo op dat we niet voorlazen aan het publiek maar aan elkaar. Bij het laatste gedicht dat het einde van de relatie inluidde, stonden we met de ruggen naar elkaar toe.
Dinsdag, 28 augustus
Van het oude treinstation in Skopje, waar alle dichters voorlazen, was een monument gemaakt ter nagedachtenis aan de honderden gestorven kinderen die tijdens de aardbeving in 1963 onder het puin bedolven waren geraakt. De klok aan de gevel stond nog altijd op het tijdstip van de ramp.
Ik vroeg de jonge Macedonische dichter Nikola Madirov, met wie ik het veel over muziek had gehad, bij mijn voordracht in een vijfkwarts maat te klappen. Hij nam de uitdaging aan en ik las een gedicht over mijn opa, waarin ik me voorstel hoe hij als een Don Quichot uit zijn laatste droom komt galopperen en al vechtend met zijn eigen windmolens aan de horizon verdwijnt. Doordat ik het met nog meer vuur had gebracht dan normaal, duurde het even voordat ik weer mezelf was.
454-2019> Eenmaal terug in het hotel dronken en praatten we tot zo diep mogelijk in de nacht om ons naderend afscheid uit te stellen. Ik zou ze gaan missen, zelfs Mr. Montenegro.
dinsdag 25 augustus 2026
Wolfgang Herrndorf • 26 augustus 2013
Vertaling onderaan
2.8. 2013 20: 7:16
im See zwei Schwimmer, einer davon ich.
2.8. 2013 20:18:00
Lars liest mir Isa vor.
2.8. 2013 20:21
Jeden Abend der gleiche Kampf. Laß mich gehen, nein, laß mich gehen, nein. Laß mich.
4.8. 2013 14:51
Ich kann nichts schreiben, nicht lesen, kein Wort.
Ich will spazieren. Wo will ich hin. Den ganzen Winter habe ichs gefunden.
4.8. 18:10
Stundenlang Epilepsie, den Namen von C. vergessen. Die anderen in ihrer Wohnung kenne ich auch nicht, weil ich sie nicht angesehen habe, aus Angst, auch ihre Namen nicht zu wissen.
5.8. 2013 19:42
Westhafen. Mit Ines zum Kanal. Im Wald schnell Dämmerung, keine Johannisbeeren, dafür Brommbeersträucher wie vor Monaten. Liegen bis in die Nacht am Ufer unter Sternen. Ihre Kinder, Mäckeritzbrücke, Saatwinkler Damm, Italien, Taxi.
11.8. 2013 12:01
August, September, Oktober, November, Dezember, Schnee
Jeder Morgen, jeder Abend. Ich bin sehr zu viel.
17.8. 2013 17:00
C. liest mir Isa vor.
18.08.2013 17:30
Stundenlang Regen. Niemand am See, nur der Bademeister.
19.08.2013 11:00
Passig und Marcus kommen. Lesen Isa, halten es für machbar.
20.8.2013 14.00
Almut.
------------
Schluss
Wolfgang Herrndorf hat sich am Montag, den 26. August 2013 gegen 23.15 Uhr am Ufer des Hohenzollernkanals erschossen.
De plaats waar Herrndorf zichzelf doodschoot.360-2028>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT
2-8-2013, 20:07:16
In het meer twee zwemmers, van wie één ik.
2-8-2013, 20:18:00
Lars leest me voor uit Isa.
2-8-2013, 20:21
Elke avond dezelfde strijd. Laat me gaan, nee, laat me gaan, nee. Laat me.
4-8-2013, 14:51
Ik kan niets schrijven, niets lezen, geen woord.
Ik wil wandelen. Waar wil ik heen? De hele winter heb ik het gevonden.
4-8, 18:10
Urenlang epilepsie, de naam van C. vergeten. De anderen in haar woning ken ik ook niet, omdat ik niet naar hen heb gekeken, uit angst ook hun namen niet te kennen.
5-8-2013, 19:42
Westhafen. Met Ines naar het kanaal. In het bos snel schemering, geen aalbessen, maar braamstruiken zoals maanden geleden. Tot diep in de nacht aan de oever onder de sterren gelegen. Haar kinderen, Mäckeritzbrug, Saatwinkler Damm, Italië, taxi.
11-8-2013, 12:01
Augustus, september, oktober, november, december, sneeuw.
Elke ochtend, elke avond. Ik ben veel te veel.
17-8-2013, 17:00
C. leest me voor uit Isa.
18-8-2013, 17:30
Urenlang regen. Niemand aan het meer, alleen de badmeester.
19-8-2013, 11:00
Passig en Marcus komen. Lezen Isa, vinden het haalbaar.
20-8-2013, 14:00
Almut.
Slot
Wolfgang Herrndorf heeft zich op maandag 26 augustus 2013 omstreeks 23.15 uur aan de oever van het Hohenzollernkanaal doodgeschoten.
maandag 24 augustus 2026
Lode De Paepe • 25 augustus 2001
Zaterdag 25 augustus 2001 • En dit is nu wat de echte wielerfanaat onderscheidt van een gelegenheidstrapper als ik: ik had er nog steeds niet het minste idee van wat ik voor me had. Hiervan getuige het ontbijt dat ik op 25 augustus 2001 nuttigde: twee croissants en een kop koffie...
Voorzien van drie liter water en wat druivensuiker richting top, tegen een gemiddelde snelheid van 8 km/u. Ik merkte echter direct dat je de Mont Ventoux niet oprijdt zonder deftige voorbereiding en het bleek al snel nodig nu en dan een korte herstelpauze in te lassen.
Na een zestal kilometer kreeg ik le chalet Liotard in het vizier en ik kon mij niet bedwingen er een steak met frieten te gaan nuttigen; de croissants waren immers allang opgebruikt. Na 45 minuten met een volle maag - ook al niet ideaal maar het had toch deugd gedaan - terug op weg voor de laatste zes kilometer.
Over dit gedeelte kunnen we kort zijn: afzien, afzien en afzien. Op drie kilometer van de top ben ik tegen de grond gegaan, wat niet verwonderlijk is bij een eenwieler als men de voeten vastklikt. Eén moment van onoplettendheid en weg evenwicht. Het losklikken van de trappers is enkel de eerste kilometers een optie, wanneer men er nog fris genoeg voor is.
Aangekomen op de top was de voldoening enorm, ook al was dit maar een gedeeltelijke klim.
280-2013>
zondag 23 augustus 2026
James T. Murphy • 24 augustus 1945
August 19, 1945
Commander returns from Sendai. Visits our camp. Japanese tells us Armistice has been reached and we will be notified tomorrow.
August 20, 1945
9:15 a.m. Standing in formation, the Japanese Commander delivered speech informing us that peace has come and he placed us under our own American officers. After speech was read twice, by the interpretor, a grand ovation of applause and cheers rang out and many broke down and cried. Freedom at last! It was hard for me to believe. Was this just another good dream? The supply room was opened to us. Chow plentiful (such as it is). Found much winter Red Cross clothing and shoes in the supply room. This clothing, if issued earlier would have saved much misery as many of us worked practically barefooted and in threadbare clothing last winter.
August 24, 1945
Japanese carpenters place large signs on roof of our buildings with PW written in red paint. We are told that American planes will fly over and drop supplies.
August 25, 1945
American Navy planes flew over camp and spotted us.
August 26, 1945
Planes identified as Grummans flew low over camp.
August 27, 1945
F4U Navy fighters dropped message telling us to clear area for dropping of parcels. Flight of 5 F4U's 5 Grumman fighters and 5 Torpedo planes dropped food, medicine, clothing and magazines by parachute. News sheets also dropped. Further instructions for us to signal planes of our needs also included.
John Bake • 24 augustus 1830
Maandag, 23 augustus.
Alles stemde mij sedert enige dagen om minder behagen in Zwitserland te scheppen. Het werd slechter weer en koud, zodat het voor een dag of drie reeds gesneeuwd heeft op de bergen. Men krijgt eindelijk, na zoveel gezien te hebben, verzadiging en - ik verlangde alleen naar huis, zodat mijn reisgenoten soms niets meer aan mij hadden. Evenwel ben ik hedenmorgen weer getroffen. De Rigi goed gezien hebbende, telde ik de Weissenstein voor niets en was er zelfs met tegenzin, enkel om de vrienden niet tegen te gaan, heen getrokken. Nu was ik voor 5 uur op, en heb ik gejouisseerd van een halfuurs schouwspel (want langer duurde het niet) dat voortreffelijk was, beter nog dan op de Rigi: het langzaam verlichten der sneeuwtoppen. Zelfs 10 minuten lang vertoonde zich de vergulde top van de Montblanc, die men van de Rigi geheel niet ziet. Overigens is het panorama niet te vergelijken met de Rigi. Men ziet weinig meren en meest het vlakke noordwestelijke gedeelte van Zwitserland. Straks rijden wij naar Moutier terug en rijden dan verder.
[kijk hier voor foto's van de zonsopgang gezien vanaf de Weissenstein]
Bazel, 24 augustus.
Gisteravond zijn wij hier aangekomen. Dadelijk vloog ik naar de post om uw brief. Ik vond er twee. Hoe jammer, dat ik over 't huis niet kon antwoorden, maar gij hebt volmaakt wel gedaan. Uw tweede deed mij ook oneindig veel genoegen, ziende dat mijn correspondentie u toch wat plezier heeft gedaan. Mij niet minder, want ik was dan, aan u schrijvende, telkens met mijn gehele ziel bij u. Ik zal mijn journaal, sedert de Weissenstein, thuis wel vervolgen, maar mijn plan is genomen. De vrienden willen nog langs de Moezel en door Brabant, zodat wij morgen samen vertrekkende slechts een eind weegs samen gaan. Baden-Baden offer ik op, maar snel naar huis. Zeker ben ik niet later dan 2 september thuis en in uw armen. Of ik vroeger kan komen valt moeilijk te bepalen, omdat ik niet graag 's nachts doorreis. Ik moet fris bij u komen, niet waar? Vertel mijn spoedige thuiskomst nog maar niet aan iedereen. Anders word ik dadelijk lastig gevallen. Hoe zeer ik verlang alles wat mij dierbaar is terug te zien, kan ik u niet beschrijven. Ik heb haast en omhels u nog eens hartelijk. Dag beste vrouw, tot over weinige dagen.317-2018>
donderdag 20 augustus 2026
C. Buddingh' • 22 augustus 1970
21-8
Het is in de poëzie als in de economie: stilstand is achteruitgang.
Prachtige uitdrukking in de laatste Ross Macdonald - The Goodbye Look, vanochtend bij Revers gekocht: ‘She drinks like she's got a hollow leg.’ Zoiets verzin je niet, moet je, als schrijver, ergens hebben gehoord.
Ergernis als inspiratiebron - zou een aardige studie over zijn te schrijven.
22-8
Wat je meer en meer tegenkomt - en wat ik nog steeds even hinderlijk en verwerpelijk vind: het formeren van de overtreffende trap met behulp van het woordje ‘meest’. Zoëven weer, voor de tv: ‘een van Nederlands meest bekende coureurs.’ Waarom niet gewoon: ‘een van de bekendste coureurs van ons land’? Ik geloof dat ik zelfs al een keer ‘meest grote’ heb gelezen ergens.
24-8
Een van de dingen waaraan je merkt dat je ouder wordt: dat je niet meer, al is het maar een klein stukje, met twee handen los durft te fietsen.
Maarten 't Hart • 21 augustus 1969
21 aug. Voor het eerst cantate 101 van Bach gehoord. Dadelijk opgenomen op de band. Cantate 101 begint met een grimmig, wat grauw koor, waar je lang naar moet luisteren voordat je ontdekt hoe bijzonder het is. In het werk een duet waar je helemaal stil van wordt. Het is uiteraard in 12/8, altijd een garantie bij Bach voor iets groots. Eigenlijk is het geen duet maar een kwartet want fluit en hobo zijn net zo belangrijk als sopraan en alt. De opbouw van de melodie is wel heel knap. Bach begint met een zestiende, gevolgd door twee twee-en-dertigsten, laat dan een gepunteerde achtste na een voorslag, een zestiende en weer een achtste volgen, herhaalt de achtste en gaat een kleine secunde omlaag. Dan volgt dezelfde figuur maar nu een trap hoger (kortom er is sprake van een sequens) en dan breekt hij de zo verkregen figuur op in onderdelen die in verschillende volgordes terugkeren. Tenslotte volgen allemaal zestienden. Verderop blijkt dan hoe goed deze lange figuur zich leent voor contrapuntische verwerking en hoe mooi de zangstemmen daarbij passen. Het is echt iets ongelofelijks. Ik zou toch wel eens precies willen uitzoeken of de duetten in de cantates in het algemeen van een zeer hoog niveau zijn. Zo op het eerste gezicht wel want in cantate 3, 9, 20, 21, 42, 80, 100, 156, zijn buitengewoon mooie duetten te vinden. En het betoverendste wat Bach misschien wel ooit schreef is het duet uit cantate 78.
woensdag 19 augustus 2026
François HaverSchmidt • 20 augustus 1861
20 augustus, Antwerpen
[...] En nu werd het tijd om te eten. Om vijf uur ving dat werk aan en het ging goed. O.a. aten wij heerlijke zeekreeft. Na den eten stapten wij naar de Jardin Zoölogique buiten de Kipdorppoort, waar muzijk en en veel publiek was. De tuin is zeer mooi en wij zagen er vele fraaie dieren. Inzonderheid trof ons een groote verzameling zeer kleine vogeltjes en een groote Egyptische tempel met zebras en olifanten. Terwijl wij op den heerlijken avond prettigjes onze cigaar rookten en een glas Lambiek dronken op stoeltjes die het ons moeite gekost had om magtig te worden, kondigde een verwijderd gedonder ons aan dat het groote vuurwerk aanving, 't welk de stad Antwerpen bij gelegenheid van het Congres aan de artistes gaf. Wij maakten ons ijlings op weg; het volk wees ons dien. Den stroom der menigte volgende kwamen wij door een laan waar aan weerszijden een schoone gaz-illuminatie was aangebragt, vormende de namen van alle beroemde schilders van den nieuweren tijd. (Ik denk dat deze laan de avenue Charlotte was tegenover de lunette d'Herenthals. De ‘garçon’ van het Hôtel had ons de plaats van het vuurwerk als boulevard Léopold aangeduid). Aan de overzijde van de gracht die de lunette of schans van onze laan afscheidde werd een prachtig vuurwerk ontstoken, welks onderscheiden kleuren nog nooit door ons zoo schoon waren gezien. Door middel van electrisch licht werd daarenboven een tooverachtig licht op den schans geworpen. Wij wandelden langs de fraai geïllumineerde avenue Macerus, met schoone eerebogen opgeluisterd naar de stad terug maar zouden toen bijna in het duister van de stad zijn afgewandeld. Gelukkig wees men ons nog tijdig het regte pad, waarop wij nog even gelegenheid hadden om het laatste gedeelte te zien van de inwendige verlichting van den cathedraalstoren, waarmeê de feestelijkheden van den avond besloten werden. Nu wandelden wij nog een weinig rond, dronken een flesch wijn op de stoep van het café de l'Empereur op de Place de Meir en zochten vervolgens de Reedijk op, alwaar in bijna elk huis muziek gemaakt en gedanst werd. In Frascati dronken wij een glas bier. Een mengelmoes van zeevolk, militairen en burgers danste er met fraai getoiletteerde dames, schoone bloemen - maar die het liefste waas, de onschuld, misten. Na ook dit te hebben gezien zochten wij Mons. Corvilain op en gingen naar bed.548-2019>
dinsdag 18 augustus 2026
26-jarige vrouw • 19 Augustus 1970
Woensdag 19 Augustus 1970
[…] gisteren was D. hier de hele dag. Dat was heerlijk.
Hij kwam met de meest idiote confessie. Toen L. hem eergisteren thuisgebracht had, begon hij haar te zoenen, enzovoorts. Zij protesteerde niet. Maar uiteindelijk kreeg hij geen erectie.
Ik geloof dat het gewoon als iets zieligs gezien moet worden. Een beetje braaf, en een beetje belachelijk. Tussen L. en D. zal er niets van belang meer gebeuren. Een flop. Maar het was grappig; zo gauw hij geloofde dat ik hem “vergeven” had, was hij weer helemaal “on top of the world”. Kwestie van een paar minuten, en (wat hem betreft) achter de rug. Is dat zonderling? Voor mij scheen het gewoon onreëel, een soort van schijn. “Laten we het proberen — dat doet men immers.”
Ik doe dat niet. Dergelijke episodes. Ik heb meer vertrouwen in lange-termijn-vriendschappen. Die oppervlakkige dingen doen momenteel iets prettigs, maar het heeft geen body.
Niet alleen dat het oppervlakkig is, maar ook dat het de mogelijkheden voor ware, langdurende vriendschap onmogelijk maakt.
De liefde tussen D. en mij is gewoon — wat — hoe — de toekomst — de herinnering. Op het ogenblik is het een mengsel van sex (wel prettig) en alles [onleesbaar].
Vandaag overdag, toen hij belde voelde ik me verlaten door hem, en helemaal alleen. […]
Ik zal mijn manier van leven volhouden. En het zal wel gaan, op de een of andere manier. […]
Als ik fit ben, kan ik in 5 weken misschien de examens halen. Dat wil ik wel graag.
Eigenlijk ben [ik] niet sentimenteel over D. 425-2018>
maandag 17 augustus 2026
Beb Vuyk • 18 augustus 1945
17 augustus 1945
Ik had de eerste wacht. Achter de klapperbomen naast hut twaalf ging de zon onder en de sterren kwamen door boven het voetbalveld. Nadat de slaapbel was gegaan werd het rustig. Het volgende uur ging gauw om. Einde, dit was het einde. Niemand wist het ware, maar ook de enkele realisten die ieder bericht kritisch hadden gewogen voelden — o woord waar we zo tegen hadden gereageerd — dat er iets in de lucht zat. De wacht die mij afloste was totaal van streek. 'Het vele eten was een vergissing van het hoofdkantoor van de Nipponners,' zei ze. Dat was officieel medegedeeld. Ze zei nog half huilend: 'Natuurlijk is er dan van het vredesgerucht ook niets waar.'
18 augustus 1945
Maar de vergissing bleek vanmiddag ook weer een vergissing te zijn. Daar bij de keuken heb ik met een meisje zitten praten, dat ik nog nooit eerder ontmoet had en dat ik daarna ook niet meer heb teruggezien. Ze studeerde natuurkunde in Delft en was toevallig bij haar ouders op Java gelogeerd toen de Duitsers Holland binnentrokken. Zij heeft mij iets uitgelegd van het principe van de atoomsplitsing en van haar heb ik voor het eerst het woord atoombom gehoord. Dat brak mijn weerstand en ik durfde het te geloven.
zondag 16 augustus 2026
C.J. Coen • 17 augustus 1643
Maarten Gerritszoon Vries (1589–1647) was een Nederlands ontdekkingsreiziger en commandeur van de Vereenigde Oostindische Compagnie.
17.
's Morgens is eenich volck uytgestiert [uitgestuurd] om te visschen, voorts eenige om wilt soecken te schieten, ende eenige om branthout te hacken. Syn met de prauw uytgestiert om dese bocht te visiteeren, of 't een rivier was of niet, ende oock of hier omtrent meer volcx woonde te ondersoecken. Syn tegen den avont aen boort gecomen. Aen boort synde, den inwoonder, als het meeste gesach over het dorp hebbende, was genaempt Noiasack, verstonden dat deselfde 'smiddachts aen boort geweest was met noch een oudt man, ende den Commandeur over taefel sittende dede teyeken, alsoo een silvere lepel in handen naem ende seyde op syn spraeck: “Dat is fraey silver," ende dede met een bewys dat men dat groef, sifte ende smolt, ende was dan soodaenich silver, ende wees dat men hetselfde groef in 't W.S.W. van ons, ende de plaets Cirarca hiete daer de myn was. De jaegers waeren aen boort gecomen, hadden niet eenich gedierte gesien; maer de visschers hadden veel visch aen boort gebrocht, waer onder veel bot, schar, tarbot ende een groote steur was. Wy hadden verscheyden dorpen gevonden, maer geen volck daerin, voorts de beschryving van dese bocht en de riviere was sodaenich als hiernae beschreven is. Wy laegen hier mett het schip, conden geen see sien; de inwoonders quamen veel aan boort, wyven ende kinderen ende brochten veel oesters ende roo appelties van roosen aen boort, die wy haer om ryst afruylden. Hadden dien dag ende nacht moy weder.
202-2013>
Nicolaas Beets • 16 augustus 1835
Nijmegen, zaterdag 15 augustus 1835
Heden te Neerbosch, de schoonste vrouw gezien die ik ooit in mijn leven zag; parfaite beauté, non seulement par la physionomie, mais aussi par la taille, les mains et les pieds.** C'est Madame M. Men vertelt mij dat een luitenant der Kurassiers (v.V.) op een bal plotseling zoo verliefd op haar geworden is, dat hij haar eensklaps om den hals viel en kuste. Mevr. M.. mag nooit alleen uitgaan. Zij is kinderloos.
Nijmegen, zondag 16 augustus 1835
Preek van Ds. B. uit U. gehoord, over de hoop des wederziens, die door hem met zwakke, wawelige argumenten ondersteund werd. Mij bezielt ten opzichte van ZWE. [Zijne Wel Eerwaarde] geen de minste hope des weder-hóorens. In ‘'t Bosch’ gewandeld, d.i. te zeggen op dat met boomen omringde plein, dat men in dit oostersch land, waar alle hoogjes en heuveltjes bergen heeten, een bosch noemt.
** Volmaakte schoonheid, niet alleen vanwege het gelaat, maar ook vanwege de taille, de handen en de voeten. 483-2018>
vrijdag 14 augustus 2026
Bert Le-Merton • 15 augustus 1945
August 15
The war really is over at last after 5 days of uncertainty. 20.00 American news service announced fact – 21.00 notified from bn & 22.00 heard it myself over the arty radio. So I am convinced this is really it. There is no feeling of excitement or thrill about it. Perhaps it is in the nature of an anti-climax.
donderdag 13 augustus 2026
Frederik van Eeden • 14 augustus 1914
vrijdag 14 augustus
Gisteren berichten van de Geldmachers [bevriende familie]. Ze zijn precies als de Engelschen in 1899 tijdens den Boerenoorlog. Ze laten zich geheel beliegen en opwinden door hun regeering en hun pers, en ze gebruiken opgewonden rhetoriek die wee maakt. Arme, arme menschen. Ik schreef eeven oopenhartig als indertijd aan mijn Engelsche vrienden. Ook een rondschrijven aan den Kring. [...] Maar mijn tijd van spreeken is nog niet gekoomen. Shaw zei het zeer goed: wij strijden teegen Potsdam, niet teegen Duitschland - het Duitschland van Bismarck heeft ons 40 jaar verveeld, we willen zien of dat van Goethe en Beethoven nog leeft. We zullen nu Frankrijk helpen teegen Potsdam. Zooals we eenmaal Duitschland teegen Rusland zullen helpen.
Ik ging gister weer naar Hans. Ooveral zijn de soldaten opgewekt en beleefd. Er wordt geen drank gedronken.
De groote slag in België blijft nog uit, maar iedere dag is winst. Omdat het élan verzwakt en de economische toestand buiten Duitschland zich herstelt, en in Duitschland de schade steeds zwaarder gevoeld wordt, door zijn isolement. [...]
zondag 16 augustus
[...] Ik ben zeer neerslachtig, met oorsuizen. Alleen slaap ik zwaar en lang. De oorlog bedroeft me zoo, om het reedelooze, domme, akelige - en het leugenachtige, het moedwillig liegen uit een of andere politieke reeden. Wat een figuur maken die diplomaten, die als deftige, beschaafde menschen optraden en nu elkaar voor bedriegers, woordbreekers en leugenaars uitmaken. Ieder van hen is er door geblameerd. Ik weet dat ik meer vertrouwen moest hebben. Ik weet dat hét Heelal volmaakt is, en dat dit alles ten goede strekt. Zelfs in mijn kleinen gezichtskring zie ik al de moogelijke zeegen na den storm. Maar ik kan het niet voelen en ben nu diep gedeprimeerd. Het einde van dit conflict schijnt nog zoo ver. Geduld! geduld!
De Tsaar heeft Polen de autonomie beloofd. Dat zou een wijze zet zijn - als het ernstig gemeend is. Het is vuil werk uit al die leugenberichten van weerskanten de waarheeden te visschen.
woensdag 12 augustus 2026
Jozef van Walleghem • 13 augustus 1799
Op den 13 augusti.
Op den 14 augusti heeft men vernomen dat gisteren in den naermiddag een voorval plaets gehadt heeft dat enkelijk uijt jalosije van den kolonel onser besettinge plaets gehadt heeft. Op het casteel van d'heer Croeser, gestaen buijten de Dampoorte langs den weg leijdende naer Dudzeele, wiert er daegelijks bijeenkomst of zoogenaemde kouterije door de edele deser stadt gehouden. Den kolonel tevergeefs getragt hebbende zig in hetzelve geselschap te vervoegen en daerbij niet gevraegt nog gesogt wordende, heeft desen naermiddag een detachement Fransche gardarmen te peerde daernaer toegesonden en heeft zoo de heeren als dames doen aenhouden, welke met geen civique kaerte, om te mogen uijt stadt gaen, voorsien waeren, alle welke naer Damme des zelfs canton vervoert wierden en naer veele debatten en mogelijks geltboeten maer des anderdaegs zijn geslaekt geworden.
Jacob van Lennep • 12 augustus 1855
10 Augustus. Stutgard.
Eene allerliefste residentie, met groote, luchtige pleinen en straten, een heerlijk park, fraaie monumenten, en allerliefste wandelingen in den omtrek. — Men bestelle er eene flesch Onder-Turkheimer, een frisschen, gezonden, alleraangenaamsten wijn, waarvan men drinken kan zooveel men wil, zonder er hinder van te gevoelen - en bespottelijk goedkoop. NB. Ik heb voor vast beginsel aangenomen, als ik op reis ben, altijd die wijnen bij voorkeur te drinken, welke het land zelf oplevert, of welke de inboorlingen gewoon zijn te gebruiken, en ik heb er mij steeds wel bij bevonden. Si fueris Romae Romano vivite more is een voorschrift, dat den reiziger, zoo hij zich niet aan gedurige teleurstelling en ongerief wil blootstellen, niet genoeg kan worden ingescherpt.
12 Augustus. Heidelberg.
Dat Heidelberg allerverrukkelijkst gelegen is, bewees mij de omstandigheid, dat het mij, hoezeer uit Zwitserland komende, evengoed beviel als te voren. De bergen zijn hier wel pygmeën in vergelijking met de Alpen; maar de kleur der rotsen is hier bevalliger: namelijk hier zijn zij rozerood, wat lief afsteekt tegen het groen der acacia's en linden; terwijl in Zwitserland de steen meest overal vaal grijs is.



























