dinsdag 8 september 2026

Maarten 't Hart • 9 september 1970

• In 1969-1970 hield de Nederlandse schrijver Maarten 't Hart (1944) een onregelmatig dagboek bij.

9 sept. • Het beroerde van heimwee is ook dat niemand je begrijpt. H. zegt altijd:
iedereen heeft van die gevoelens, het is helemaal niets bijzonders, je moet je er over heen zetten. Nou, als dat waar is zou ik wel eens willen weten waarom mensen dan zo graag van huis gaan. Ik weet heel zeker dat als H. niet zo graag weg wilde, ik nooit, nooit, nooit ook maar een dag zou weggaan. Nergens vind je, noch in de literatuur, noch in de muziek, heimwee op adequate wijze beschreven of getoonzet. Alleen in het tweede deel van de negende van Dvorak hoor je het plotseling. Je kunt er met niemand over praten, iedereen kijkt je aan en je ziet in de blik van de ander: die is niet goed wijs, die kan zomaar met vakantie en vindt het niet leuk. Niet leuk? Ik vind het afschuwelijk. Wat is er nu elders te zien waarvoor je op reis zou willen gaan. Gebouwen? Schilderijen? Gebouwen zijn helemaal nooit mooi en reproducties van schilderijen zijn doorgaans mooier dan de originelen. Nee, je zou alleen voor landschappen op reis kunnen gaan. Maar bossen zijn overal eender. Nou ja, ik weet dat ik op dit punt niet redelijk ben (of nog minder redelijk dan op andere punten) maar ik zou me zielsgelukkig voelen als ik nu, zolang ik leef, nooit meer op reis zou hoeven. In Rusland schijnen de inwoners hun land, soms zelfs hun district niet uit te mogen. Hoe zeldzaam benijdenswaardig!

maandag 7 september 2026

Reinhard Karger • 8 september 2001

• De Duitser Reinhard Karger bezocht begin september 2001 zijn broer in New York, en maakte zo de aanslag op het WTC mee.


Freitag, 7. September: Am späten Nachmittag holte mein Bruder mich vom Flughafen ab. Wir fuhren durch den Feierabendverkehr zu seinem Boot in der Liberty Landing Marina, einem Yachthafen auf der Manhattan gegenüberliegenden Seite des Hudson River. Direkt auf der anderen Seite glitzerten die Wolkenkratzer des World Financial Center - eines Hochhauskomplexes, vollgestopft mit so vielen Unternehmen, dass er eine eigene Postleitzahl hat. American Express hatte seinen Sitz dort, Dow Jones, die Bank of America und Dutzende andere. Und darüber thronten die alles überragenden Zwillingstürme des World Trade Center.

Samstag, 8. September: Wir machten uns auf zu unserem ersten Segeltörn - vorbei an Manhattan und der Freiheitsstatue, unter der Verrazano-Narrows-Brücke hindurch, der größten Hängebrücke der USA, und bis auf den offenen Ozean hinaus. Bis zum Ambrose Lighthouse wollten wir, dem Punkt, an dem auf amerikanischer Seite die Zeit für das "Blaue Band" genommen wird, die schnellste Atlantiküberquerung eines Passagierschiffes.

Sonntag, 9. September: Bei blendendem Wetter fuhren wir wieder mit dem Boot aus. Am Nachmittag begegneten uns die auslaufenden Kreuzfahrtschiffe - gewaltige weiße Ozeanriesen - auf dem Weg von New York zu den Bermudas. Abends fuhren wir durch den dunkel werdenden Hafen, ganz nah an Manhattan heran. Wir glitten an den leuchtenden Hochhäusern des World Financial Center vorbei und dem dazugehörenden Yachthafen mit seinen eleganten, teuren Booten. Manche hatten eigene Hubschrauber auf dem Achterdeck.

Montag, 10. September: Ich frühstückte gemeinsam mit meinem Bruder, dann musste er zur Arbeit fahren. Ich blieb den ganzen Tag auf dem Boot, lag in der Hängematte zwischen Mast und Vorsegel. Kochen, essen, dann Siesta unter Deck. Ein Tag der Muße, eine Pause im Leben.

Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:

Vrijdag 7 september: Aan het eind van de middag haalde mijn broer me op van het vliegveld. We reden door het spitsverkeer naar zijn boot in de Liberty Landing Marina, een jachthaven aan de overkant van de Hudson, tegenover Manhattan. Direct aan de overkant schitterden de wolkenkrabbers van het World Financial Center — een complex van hoge gebouwen, volgestouwd met zoveel bedrijven dat het een eigen postcode heeft. American Express had er zijn hoofdkantoor, evenals Dow Jones, Bank of America en tientallen andere bedrijven. En daarbovenuit torenden de alles overtreffende Twin Towers van het World Trade Center.

Zaterdag 8 september: We gingen op onze eerste zeiltocht — langs Manhattan en het Vrijheidsbeeld, onder de Verrazano-Narrows Bridge door, de grootste hangbrug van de Verenigde Staten, en vervolgens de open oceaan op. We wilden tot aan de Ambrose Lighthouse varen, het punt waar aan Amerikaanse zijde de tijd wordt opgenomen voor het ‘Blue Riband’, de snelste Atlantische oversteek door een passagiersschip.

Zondag 9 september: Bij schitterend weer voeren we opnieuw met de boot uit. ’s Middags kwamen we de uitvarende cruiseschepen tegen — enorme witte oceaanreuzen — die vanuit New York onderweg waren naar de Bermuda’s. ’s Avonds voeren we door de donker wordende haven, heel dicht langs Manhattan. We gleden langs de verlichte hoogbouw van het World Financial Center en de bijbehorende jachthaven met haar elegante, dure boten. Sommige hadden een eigen helikopter op het achterdek.

Maandag 10 september: Ik ontbeet samen met mijn broer, waarna hij naar zijn werk moest. Ik bleef de hele dag op de boot en lag in de hangmat tussen de mast en het voorzeil. Koken, eten, daarna een siësta benedendeks. Een dag van ledigheid, een pauze in het leven.

zondag 6 september 2026

Menno ter Braak • 7 september 1939

Menno ter Braak (1902-1940) was een Nederlandse schrijver. Na de Duitse inval in Polen (1 september 1939) hield hij een maand lang een journaal bij.

Zutphen, 7 Sept.
[...] Slechte berichten uit Polen; gesnoef uit het hoofdkwartier van den Führer. Finis Poloniae? Mijn grootste verlangen: deze gebeurtenissen in hun historische voltooidheid te zien, op een afstand van tien jaar, in 1950. Ik ben in ieder opzicht en voor alles: toeschouwer, ook in mijn activiteit. Gesublimeerde lafheid? Waarschijnlijk; maar geen geestelijke herbewapeningslafheid.
[...]
Het denken aan mijn roman, dat mij de laatste maanden voortdurend bezig hield, is sedert het uitbreken van den oorlog vrijwel verdwenen. Men kan zich niet bezig houden met fictieve figuren, zoolang deze oorlogstoestand ons behoort te trainen in het opgeven van ficties... zelfs ficties, waarin een niet-fictieve wereld zou kunnen bezinken. Ook hier: de totale oorlog. - Weer een bewijs, overigens, dat diegenen gelijk hebben, die zeggen, dat ik geen ‘echte’ romanschrijver ben; want zooeen zou onverdroten voortromanceeren, en zelfs uit deze omstandigheden waarschijnlijk onmiddellijk ‘den roman’ puren. Misschien ook een bewijs, dat ik, als ik nog eens den tijd daarvoor kreeg, een beteren roman zou schrijven dan zij. Maar misschien ook niet.
[...]
Zonder de gelijkheid zou het Christendom niet zijn ontstaan, zonder de ongelijkheid zou het niet zijn blijven voortbestaan, zonder de wisselwerking van beide zou het nu niet meer bestaan. Daarmee is niet gezegd, dat de Evangeliën en de brieven van Paulus niet allerlei concessies aan de ongelijkheid bevatten; maar hun publiek is dat van de gelijkheid, d.w.z. van degenen, die belang hadden bij de gelijkmaking door het ophanden zijnde Oordeel. Nog bij Luther is dat zoo; het Christendom wordt gematigder naarmate de illusie van den Jongsten Dag, die binnenkort komen zal, verzwakt. In plaats van den Jongsten Dag komt nu de Blitzkrieg: ook een soort verlossing en gewelddadige rechtvaardiging op korten termijn. Luther zou een perfecte Blitzkrieg-apostel geweest zijn.

Ik ben nooit pacifist geweest en heb nooit geloofd aan zoo iets absurds als wereldvrede. Maar ik heb geloofd aan den vrede in West-Europa, en daarom zie ik dezen oorlog als een burgeroorlog. Wanneer het gelukt Duitschland te ‘europeaniseeren’, zijn de Vereenigde Staten van (West) Europa geen utopie meer.

Claire Goll • 6 september 1939

Claire Goll (1890–1977) was een Duits-Franse journaliste, schrijfster en dichteres, en echtgenote van de dichter Yvan Goll. Uit: Alles is ijdelheid (vertaald door Frans de Haan en Marianne Kaas).

6 september 1939
We kwamen na een overtocht van elf dagen in New York aan. De oorlog was enkele dagen tevoren uitgebroken. 'Heb ik het recht hier te zijn terwijl de anderen strijden?' vroeg Goll me. Hij wilde onmiddellijk terugkeren. […]
 
Ver van het oude Europa, waar al eeuwenlang een hele meute staatjes van maar één gedachte bezeten was: oorlog!, werd ik overspoeld door een verbijsterend geluksgevoel. Het kwam me voor dat alles kon. Zonder dat als vernederend te ervaren had ik kranten kunnen verkopen of schoenen poetsen. In Parijs zou die gedachte zelfs niet bij me zijn opgekomen. Maar de Amerikaanse sfeer straalde zo'n dynamiek uit dat geen enkele bezigheid je naar beneden kon halen.

Ik merkte al gauw dat het ons niet moeilijk zou vallen ons brood te verdienen. Dat geweldige land had werk voor iedereen die een of ander vak kende en wist ook mensen met de gekste specialismen te gebruiken. De Duitsers die zich er na 1933 hadden gevestigd, bekleedden, toen wij er aankwamen, al belangrijke functies in musea, orkesten en ziekenhuizen. In Frankrijk zouden ze zelfs geen baantje als straatveger hebben kunnen krijgen. Hoe gastvrij de Fransen alle vluchtelingen ook ontvangen, met hun protectionistische kleinzieligheid hebben ze zich een trieste faam verworven. Zij bewaren de goede betrekkingen voor zich zelf, terwijl de Amerikanen, in hun dorst naar vers bloed en nieuwe ideeën, proberen maximaal profijt te trekken van de vreemdelingen die naar hun land komen. Een ieder krijgt er zijn kans, behalve dichters.

Kees Kokke • 5 september 1944

Kees Kokke (1915-1985) was in de oorlog gemeentearchivaris van Venlo. Hij hield in die jaren een dagboek bij.

Dinsdag 5 september 1944 (Dolle Dinsdag)
Gedurende het grootste deel van de nacht en de gehele morgen nog sterke doortocht van gemotoriseerde troepen (rupsvrachtauto’s, pantserwagens en tanks), waarschijnlijk een gemotoriseerde divisie. De wagens zijn afgedekt met groene takken en twijgen, of op andere wijze gecamoufleerd, om ze te onttrekken aan het spiedend oog van de Engelse jagertjes, die af en toe over de colonnes vliegen en vooral op de grote wegen buiten de steden de voorbijtrekkende troepen mitrailleren. De Duitse soldaten zijn zenuwachtig en down.
Het bombardement van het vliegveld is blijkbaar zo doeltreffend geweest, dat er, althans in deze paniekomstandigheden, geen herstellen meer aan is. Het veld is gewoon doorploegd. De Duitsers hebben derhalve besloten om het vliegveld op te geven en de nog bruikbare installaties te verwoesten of onklaar te maken. Vannacht zijn er nog 18 jagertjes in westelijke richting opgestegen vanaf de enige nog bruikbare startbaan, terwijl vanmorgen de laatste vliegtuigen het vliegveld verlieten.
Tegen 9 uur waren verschillende ontploffingen hoorbaar, terwijl in de verte rookwolken te zien waren.
Er hebben vanzelfsprekend geen vorderingen meer voor het vliegveld plaats gehad, doch de meeste mannen weten dit nog niet en blijven maar binnen, om geen gevaar te lopen opgepikt te worden.
Bijna het gehele bedrijf en openbare leven ligt stil. Fabrieken, werkplaatsen en kantoren zijn gesloten. Het gemeentepersoneel is thuis gebleven. Alleen de burgemeester en een aantal ambtenaren is op het stadhuis aanwezig.

21.00 uur
De berichten over de val van Breda zijn bevestigd. De geallieerde troepen zouden oprukken in de richting van Holland. Elkeen is nog steeds in afwachting van een spoedige bevrijding.
Deze dag werd nog geheel en al beheerst door het terugtrekken van de Duitse troepen. Er is echter weer volledige orde.
Van de N.S.B.-ers bemerkt men weinig. De kringleider van de N.S.B. van Venlo, C. Hermans, is gisteren vertrokken. Wethouder Kuypers (N.S.B.-er) heeft het portret van Mussert, dat op zijn kamer hing, kapot geslagen. De scherven liggen in de torenkamer van de raadzaal. Daaronder de twee over elkaar gevouwen handen van Mussert. De commissaris der provincie Limburg, M. graaf de Marchant et d’Ansembourg (N.S.B.-er) kwam heden om 5 uur op het raadhuis. Hij had in Duitsland vertoefd wegens hartziekte en trachtte nu een auto te krijgen om naar Maastricht te gaan. De Beauftragte dr. Schmidt, is nu in Kerkrade.
Veel huizen van N.S.B.-ers , Rijksduitsers en Wehrmachtinstanties staan op het ogenblik leeg en worden door het Venlose gepeupel geplunderd. Bij Bervoets werden lappen stof gestolen. In Genooi uit een Wehrmachtlager matrassen, lampen, buffetten, tafels, stoelen, et cetera.
Om 7 uur werden zware vernietigingsontploffingen op het vliegveld verwacht. Niet geschied.
Bevel om om 8 uur binnen te zijn.
Burgemeester kreeg vanmorgen bevel om op het Deutsches Haus te komen. Aldaar werd door H.J. Temmler Obergefolgschaftsführer medegedeeld, dat hij belast was met organisatie en uitvoering van standrecht.
Om de goede functionering van de brandweer en luchtbeschermingsdienst te verzekeren moeten alle auto’s van die diensten te Tegelen geconcentreerd worden. Daar de autoriteit en bevoegdheden van Temmler nogal geheimzinnig en onduidelijk zijn, worden slechts twee auto’s gestuurd. In de namiddag blijkt nu, dat deze auto’s door Temmler ter beschikking worden gesteld om Rijksduitsers en N.S.B.-ers naar de grens te brengen. Deze vordering is dus een foef geweest om aan auto’s te komen. Conclusie: auto’s moeten kost wat kost terug. Drie chauffeurs duiken met auto en benzine en al onder, terwijl andere nog worden weggebracht.
Couperus moet op het Deutsches Haus blijven, evenals de burgemeester. Deze laatste doet het echter niet. De Venlose politie wordt eveneens door Temmler ontwapend, waarna hij vertrok. Deze ontwapening is ongehoord, daar nu elke misdadiger vrij spel kan hebben.
Wie is Temmler en welke zijn zijn bevoegdheden?

donderdag 3 september 2026

Anna Maria Burman • 4 augustus 1776

• Uit het Dagboek van Mev. Anna Maria Burman, geb. Verkolje. Beschrijving van een Rijsie, gedaan met het Jagt van de Oost-Indische Comp. van Amsterdam na Texel, Zwol, Harderwijk en Hoorn, van den 31 Augustus tot den 9 September, Anno 1776.

Woensdag, den 4 September • S'morgens ten 6 uuren opgestaan sijnde sag 't weer er veel beeter uijt, de Wind was Noord; dus resolveerden wij weeder in Zee te steeken om na genne Muijden en so na Zwol te gaan. Ten 7 uuren staaken wij van de Helder af; ten halff agt passeerde wij de op de Rhede van Texel liggende O.I. Scheepen, waar van 2 ons ijder met 15 schooten salueerde, dat wij met 5 beantwoorden; sijlde dus met extra mooij Weer en voor de Wind ten 9 uuren t'Eyland Wieringen voorbij, vervolgens raakte Texel uijt het gesigt, en kreegen ten halff Tien Medenblik te sien, hetwelk ten 11 uuren aan de regterhand voorbij sijlde. In Zee waaren veel bruijn Vissen en een groot getal Scheepen, hetwelk een fraaij gesigt gaf. Ten halff twaalf uuren konde duijdelijk de Steeden Hindelopen en Staveren in Vriesland sien. Ten halff een uuren passeerde wij in Zee een droogte de Hoffstede genaamt om dat aldaar in oude Tijde een Hoffstede geleegen heeft, dog nu door de Zee overstroomt en tot een gevaarlijke Ondiepte geworden; ten halff 2 uuren konde wij van verre met de kijker reeds het Eyland voor ons sien. Middelerwijl gonge wij aan tafel en raakte Enkhuijsen en de verdre Hollandse kust uijt het gesigt, en sagen nu geen ander land als Urk, dat wij hoe langer hoe duydeliker konde sien, tot dat wij er eijndelijk ten 4 uuren voorbij voeren; hetselve ligt seer eensaam in het midde van de Zuijderzee. Het Eijland siet er anders vrij wel uijt, want legt hoog uijt het Waater aan de eene sijde teegens een klip aan; het dorp is tamelijk groot met een oud dog net kerkje; wij konde maar 2 boomen op het geheele Eijland sien; hetselve bestaat uyt wijlanden en werd door vissers bewoond. Ook sijn aldaar maar 2 paarden. Na dat wij nog een halff uuren gevaaren hadde, konde wij Schokland, meede een Eijland, sien, en passeerde dat ten 5 uuren, het welk een allernaarst Eijland is, eens so groot als Urk, dog so laag dat wij er de Zee op verscheijdene plaatsen saagen over het wijland stroomen, alwaar de Beeste liepen. Daar is geen dijk om, dus staan er s'winters al de Huijsen rontom in het waater, die daarom met trappen alle opgaan. Daar sijn 2 Dorpjes of liever Buurten op, en de derde Buurt is Anno 1775 geheel afgebrant. Wij konde de geringe Overblijffsels nog sien. Op een punt van dit Eyland staat nog een groote steene Kerk en Tooren, die in oude tijden gebruijkt is, maar nu als een Ruwien en sonder dak alleenig staat; de Godsdienst werd nu maar in een houte Loos gehouden. Ten 6 uuren kreegen wij de vriesse kust weeder te sien, sagen de Kuijndert en Blokziel, en aan onse regte hand de Stadt Campen, die drie groote Toorens heeft en op Zee een fraaij gesigt geeft; konde de Stadt Vollenhoven meede sien, en legt tusse seer hoog geboomte; aldaar sit nog een groot schip op de Wal, hetwelk in de storm van November 1775 darop geraakt is. Wij seijlden ten halff 7 uuren het Zwolse diep in, dat een groote Inham van de Zee is, dog vermids het donker wierd en door de ondieptens de Passagie daar seer naauw is, gongen wij ten 7 uuren ten anker, ten halff 9 uuren eeten, en ten 11 uuren na bed, hebbende deesen Dag goed weer en Voordewind gehad, en een considerable weg afgeseijlt.

woensdag 2 september 2026

Bart Vos • 3 september 1984

Bart Vos (1951) is een Nederlandse bergbeklimmer. Zijn Himalaya-dagboek bevat dagboeken van drie beklimmingen in de Himalaya.

Maandag, 3 september 1984. 13.00 uur. Basiskamp • Edward is met Edmond door de ijsval geklommen. Edwards angst viel mee. Ik heb de zuurstofflessen gecontroleerd en met Joost de antennemasten verankerd.
17.00 uur. We hoorden geweldig gekraak. Toen we met verrekijkers het touw door de ijsval volgden, zagen we dat een ijswand was ingestort en tweehonderd meter van de route had vernietigd. Morgen moeten nieuwe touwen en ladders worden aangebracht.
21.00 uur. Een agent in donsjas opende de rits van de grote tent, beende naar binnen, ging in de houding staan, salueerde en zei dat Lama niet akkoord was. Hij had verboden dat Nederlanders door de ijsval de weg van de politie volgen.
De donsjas salueerde en vertrok.
Herman onderhandelde met Thapa. Na een half uur praten waren zij het eens, maar Thapa werd later vanuit Kathmandu teruggefloten. Herman kwam boos terug. Een Amerikaan had een walkietalkie uit zijn handen gerukt. Geen Hollander met zijn handen aan hun spullen.
Morgen praten we verder en als dat niets oplevert, leggen we onze eigen touwen en ladders door de ijsval. Peter Hillary [zoon van Edmund Hillary] en Iwan Fialla, een van de Slowaakse leiders, hebben beloofd dat zij dan ook geen gebruik meer zullen maken van de politieroute en ons zullen helpen.